<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR40696_1</dcterms:identifier><dcterms:title>VERORDENING KWALITEITSREGELS PEUTERSPEELZALEN</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Montfoort</dcterms:creator><dcterms:modified>2007-12-10</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Montfoort</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Onbekend</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2007-12-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2007-12-10</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING KWALITEITSREGELS PEUTERSPEELZALEN</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>De raad van de gemeente Montfoort;</vet></al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; </al><al>overwegende dat het wenselijk is regels te stellen ten aanzien van de
                        kwaliteit van peuterspeelzalen; </al><al>besluit vast te stellen de volgende verordening: </al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1.</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><onderstreept>peuterspeelzaalwerk:</onderstreept> het bieden van
                                    speelgelegenheid aan kinderen van twee tot vier jaar gedurende
                                    een of meer dagdelen per week van maximaal 3,5 uur met als doel
                                    de ontwikkeling van deze kinderen te bevorderen en hen samen te
                                    laten spelen;</al></li><li nr="b."><al><onderstreept>peuterspeelzaal:</onderstreept> een voorziening
                                    waar peuterspeelzaalwerk plaatsvindt;</al></li><li nr="c."><al><onderstreept>houder:</onderstreept> degene die een
                                    peuterspeelzaal exploiteert;</al></li><li nr="d."><al><onderstreept>beroepskracht:</onderstreept> degene die in een
                                    peuterspeelzaal werkzaamheden verricht die zijn opgenomen in de
                                    voor het peuterspeelzaalwerk geldende CAO en die beschikt over
                                    een voor deze werkzaamheden passende beroepskwalificaties;</al></li><li nr="e."><al><onderstreept>begeleider:</onderstreept> degene die anders dan
                                    als beroepskracht is belast met de begeleiding van kinderen bij
                                    een peuterspeelzaal.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2.</nr><titel>MELDINGSPLICHT</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Melding in exploitatie nemen van een peuterspeelzaal</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die voornemens is een peuterspeelzaal in exploitatie te nemen
                                binnen de gemeente doet daarvan melding aan het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De melding vindt plaats met behulp van een door het college
                                vastgesteld en beschikbaar gesteld formulier.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Ambitieniveau van het peuterspeelzaalwerk</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De houder geeft in de melding aan het college aan voor welk
                                ambitieniveau van het peuterspeelzaalwerk hij kiest, waarbij de
                                volgende ambitieniveaus worden onderscheiden:</al><lijst><li nr="a."><al>ambitieniveau 0: 'spelen en ontmoeten';</al></li><li nr="b."><al>ambitieniveau 1: 'spelen, ontmoeten, ontwikkelen en
                                        signaleren';</al></li><li nr="c."><al>ambitieniveau 2: 'spelen, ontmoeten, ontwikkelen, signaleren
                                        en ondersteunen'.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De gemeente Montfoort meldt aan de houder dat zij minimaal het
                                ambitieniveau 1 nastreeft en dat indien houder kiest voor een lager
                                ambitieniveau dit mogelijk consequenties heeft voor de hoogte van de
                                subsidie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Termijn van in exploitatie nemen van een peuterspeelzaal</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een peuterspeelzaal wordt niet in exploitatie genomen binnen acht
                                weken na het tijdstip van de melding.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien uit het onderzoek van de toezichthouder, bedoeld in artikel
                                17, eerste lid, eerder is gebleken dat de exploitatie redelijkerwijs
                                zal plaatsvinden in overeenstemming met de bepalingen in hoofdstuk 3
                                van deze verordening, kan de exploitatie vanaf dat moment
                                plaatsvinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Verbod op het in exploitatie nemen van een
                                peuterspeelzaal</titel></kop><al>Het is verboden een peuterspeelzaal in exploitatie te nemen indien uit
                            het onderzoek van de toezichthouder, bedoeld in artikel 17, eerste lid,
                            blijkt dat niet aan de eisen van de verordening wordt voldaan. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Register</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college houdt een register bij van gemelde peuterspeelzalen. In
                                dit register worden na een melding onmiddellijk de gegevens
                                opgenomen die ingevolge artikel 2, tweede lid, en artikel 3 zijn
                                verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college deelt de houder schriftelijk mee dat opneming van de
                                peuterspeelzaal in het register heeft plaatsgevonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het register ligt op het gemeentehuis kosteloos voor een ieder ter
                                inzage. Ook is het register te downloaden via de website van de
                                gemeente Montfoort; www.montfoort.nl.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Wijzigingen van gegevens</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De houder doet van wijzigingen in de gegevens die bij de melding
                                zijn verstrekt, onmiddellijk mededeling aan het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college deelt de houder schriftelijk mee dat de wijzigingen in
                                het register zijn aangetekend.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3.</nr><titel>DE KWALITEITSEISEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Algemene kwaliteitseisen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De houder van een peuterspeelzaal biedt peuterspeelzaalwerk aan dat
                                bijdraagt aan een goede en gezonde ontwikkeling van het kind in een
                                veilige en gezonde omgeving.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De houder organiseert het peuterspeelzaalwerk op zodanige wijze,
                                voorziet de peuterspeelzaal zowel kwalitatief als kwantitatief
                                zodanig van personeel en materieel, draagt zorg voor een zodanige
                                verantwoordelijkheidstoedeling en voert een zodanig pedagogisch
                                beleid, dat een en ander leidt of moet leiden tot verantwoord
                                peuterspeelzaalwerk.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Eisen ten aanzien van veiligheid en gezondheid</titel></kop><al>De houder voert een beleid dat ertoe leidt dat de veiligheid en de
                            gezondheid van de op te vangen kinderen in elk door hem geëxploiteerde
                            peuterspeelzaal zoveel mogelijk is gewaarborgd. De houder legt, voor
                            zover hierin niet wordt voorzien bij of krachtens andere wet- en
                            regelgeving, in een risico-inventarisatie schriftelijk vast welke
                            risico's de opvang van kinderen met zich meebrengt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Oppervlakte speelruimte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor ieder kind is minimaal 3,5 m2 bruto-oppervlakte aan
                                binnenspeelruimte beschikbaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor ieder kind is buitenspeelruimte beschikbaar, waarvan de
                                bruto-oppervlakte minimaal 4 m2 per kind bedraagt en die voor
                                kinderen bereikbaar is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Groepen en groepsgrootte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De opvang van kinderen vindt plaats in vaste groepen in passend
                                ingerichte vaste afzonderlijke ruimtes.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In een groep zijn ten hoogste achttien kinderen gelijktijdig
                                aanwezig. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Aantal beroepskrachten of begeleiders per groep</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het aantal beroepskrachten of begeleiders per groep is afhankelijk
                                van het door de houder gekozen ambitieniveau.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de houder heeft gekozen voor ambitieniveau 0: 'spelen en
                                ontmoeten' zijn er in elke groep ten minste twee begeleiders
                                aanwezig en er is één beroepskracht voor ten minste 50% van de
                                openingsuren aanwezig in de peuterspeelzaal.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de houder heeft gekozen voor ambitieniveau 1: 'spelen,
                                ontmoeten, ontwikkelen en signaleren' zijn er in elke groep ten
                                minste één beroepskracht en één begeleider aanwezig.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de houder heeft gekozen voor ambitieniveau 2: 'spelen,
                                ontmoeten, ontwikkelen, signaleren en ondersteunen' zijn er in elke
                                groep ten minste twee beroepskrachten aanwezig.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Overeenkomst tussen houder en ouder</titel></kop><al>Opvang in een peuterspeelzaal geschiedt op basis van een schriftelijke
                            overeenkomst tussen de houder en een ouder. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Informatieplicht aan de ouders</titel></kop><al>De houder van een peuterspeelzaal informeert de ouder voorafgaand aan
                            het aangaan van deze overeenkomst in ieder geval over:</al><lijst><li nr="a."><al>de plaatsingsprocedure en leveringsvoorwaarden;</al></li><li nr="b."><al>het gekozen ambitieniveau als bedoeld in artikel 3;</al></li><li nr="c."><al>het te voeren beleid, waaronder het beleid inzake veiligheid en
                                    gezondheid, alsmede het pedagogisch beleid waarin vanuit de
                                    visie op de ontwikkeling van kinderen de visie op de omgang met
                                    kinderen is beschreven;</al></li><li nr="d."><al>de wijze en frequentie van informatie-uitwisseling na plaatsing
                                    van het kind bij de peuterspeelzaal.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Verklaring omtrent het gedrag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Beroepskrachten die na ingang van deze verordening in dienst komen
                                bij een peuterspeelzaal zijn in het bezit van een verklaring omtrent
                                het gedrag, afgegeven volgens de Wet justitiële gegevens. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de houder heeft gekozen voor ambitieniveau 0, dienen ook de
                                begeleiders die na ingang van deze verordening in dienst komen bij
                                een peuterspeelzaal in het bezit te zijn van een verklaring omtrent
                                het gedrag, afgegeven volgens de Wet justitiële gegevens.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze verklaring wordt aan de houder overlegt voordat de
                                beroepskracht zijn werkzaamheden aanvangt. De verklaring is op het
                                moment dat zij wordt overgelegd niet ouder dan twee maanden. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de houder of de toezichthouder redelijkerwijs vermoedt dat
                                een beroepskracht niet langer voldoet aan de eisen voor het afgeven
                                van een verklaring omtrent het gedrag, verlangt de houder dat die
                                beroepskracht opnieuw een verklaring omtrent het gedrag overlegt die
                                niet ouder is dan twee maanden. De desbetreffende beroepskracht
                                overlegt de verklaring binnen een door de houder vast te stellen
                                termijn.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4.</nr><titel>HET GEMEENTELIJK TOEZICHT</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Aanwijzing van toezichthouders</titel></kop><al>Het college wijst toezichthouders aan. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Onderzoek door de toezichthouder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De toezichthouder onderzoekt na een melding als bedoeld in artikel
                                2, eerste lid, binnen acht weken of de exploitatie redelijkerwijs
                                zal plaatsvinden in overeenstemming met de voorschriften in
                                hoofdstuk 3 van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het eerste lid onderzoekt de toezichthouder jaarlijks
                                of de exploitatie van elke peuterspeelzaal plaatsvindt in
                                overeenstemming met de voorschriften in hoofdstuk 3 van deze
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Naast het onderzoek bedoeld in het eerste en tweede lid kan de
                                toezichthouder incidenteel onderzoek verrichten naar de naleving
                                door een houder van de voorschriften in hoofdstuk 3 van deze
                                verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Het inspectierapport</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De toezichthouder legt zijn oordeel naar aanleiding van een
                                onderzoek bij een peuterspeelzaal vast in een inspectierapport.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de toezichthouder oordeelt dat door de houder de
                                voorschriften van deze verordening niet zijn of zullen worden
                                nageleefd, vermeldt hij dat in het rapport.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Alvorens het rapport vast te stellen, stelt het college de houder in
                                de gelegenheid van het ontwerprapport kennis te nemen en daarover
                                zijn zienswijze kenbaar te maken. De toezichthouder vermeldt de
                                zienswijze van de houder in een bijlage bij het rapport.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De toezichthouder zendt het inspectierapport onverwijld aan de
                                houder, die een afschrift daarvan zo spoedig mogelijk ter inzage
                                legt op een voor ouders en personeel toegankelijke plaats.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De toezichthouder maakt het inspectierapport uiterlijk drie weken na
                                de vaststelling daarvan openbaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Aanwijzing en bevel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan de houder een schriftelijke aanwijzing geven indien
                                op basis van het inspectierapport blijkt dat deze de voorschriften
                                in deze verordening niet of in onvoldoende mate naleeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de aanwijzing geeft het college met redenen omkleed aan op welke
                                punten de voorschriften niet of in onvoldoende mate worden
                                nageleefd, alsmede de in verband daarmee te nemen maatregelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de toezichthouder oordeelt dat de kwaliteit van de opvang bij
                                een peuterspeelzaal zodanig tekortschiet dat het nemen van
                                maatregelen redelijkerwijs geen uitstel kan lijden, kan de
                                toezichthouder een schriftelijk bevel geven. Het bevel heeft een
                                geldigheidsduur van zeven dagen, die door het college kan worden
                                verlengd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De houder neemt de maatregelen binnen de bij de aanwijzing
                                onderscheidenlijk het bevel gestelde termijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Bij overtreding van de artikelen 2, eerste lid, en de artikelen in
                            hoofdstuk 3 van deze verordeningen, kan het college aangifte doen.
                            Hierop staat een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete
                            van de tweede categorie. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5.</nr><titel>SLOT- EN OVERGANGSBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college neemt in het register de peuterspeelzalen op die op het
                                tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening over een
                                vergunning op grond van de Verordening kinderopvang 1996
                                beschikken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een houder van een peuterspeelzaal als bedoeld in het eerste lid
                                verstrekt desgevraagd aan het college alle gegevens die nodig zijn
                                voor het register.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 10 december 2007.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>De verordening wordt aangehaald als: Verordening kwaliteitsregels
                            peuterspeelzalen 2007 gemeente Montfoort.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>