<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR406754_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Controleverordening gemeente Asten 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Asten</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Asten</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-66950.html">Gemeenteblad 2016, 66950</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Controleverordening gemeente Asten 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=213">artikel 213, Gemeentewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015524">Besluit accountantscontrole decentrale overheden</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-04-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2016-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2023-12-30</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2016/2953</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>financien en economie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Toelichting</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Controleverordening gemeente Asten 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Asten;</al><al/><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 24
                        april 2016; </al><al/><al>gehoord het advies van de Commissie Algemene Zaken en Control van 31 maart
                        2016;</al><al/><al>gelet op artikel 213 van de Gemeentewet en het Besluit accountantscontrole
                        decentrale overheden;</al><al/><al>besluit:</al><al/><al>vast te stellen de Controleverordening gemeente Asten 2016 en de
                        bijbehorende Toelichting.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>accountant</al><al>een door de raad benoemde:</al><lijst><li nr="o"><al>registeraccountant of</al></li><li nr="o"><al>accountant-administratieconsulent met een aantekening in het
                                        inschrijvingsregister als bedoeld in het derde lid van
                                        artikel 36, Wet op het accountantsberoep</al></li><li nr="o"><al>organisatie waarin voor de accountantscontrole bevoegde
                                        accountants samenwerken,</al></li><li nr="o"><al>belast met de controle van de in <onderstreept>artikel 197
                                            Gemeentewet</onderstreept> bedoelde jaarrekening.</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>accountantscontrole</al><al>de controle van de in <onderstreept>artikel 197 Gemeentewet</onderstreept>
                                bedoelde jaarrekening uitgevoerd door de door de raad benoemde accountant
                                van:</al><lijst><li nr="o"><al>het getrouwe beeld van de in de jaarrekening gepresenteerde
                                            baten en lasten en de grootte en samenstelling van het
                                            vermogen;</al></li><li nr="o"><al>het rechtmatig tot stand komen van de baten en lasten en
                                            balansmutaties;</al></li><li nr="o"><al>het in overeenstemming zijn van de door het college
                                            opgestelde jaarrekening met de bij of krachtens algemene
                                            maatregel van bestuur te stellen regels bedoelt in
                                                <onderstreept>artikel 186 Gemeentewet</onderstreept>
                                            ;</al></li><li nr="o"><al>de inrichting van het financieel beheer en de financiële
                                            organisatie gericht op de vraag of deze een getrouwe en
                                            rechtmatige verantwoording mogelijk maken;</al></li><li nr="o"><al>waarbij de nadere regels die bij of krachtens algemene
                                            maatregel van bestuur worden gesteld op grond van het
                                                <onderstreept>zesde lid van artikel 213
                                                Gemeentewet</onderstreept> , in acht worden
                                            genomen.</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>rechtmatigheid in het kader van de accountantscontrole</al><al>Het overeenstemmen van het tot stand komen van de financiële
                                beheershandelingen en de vastlegging daarvan met de relevante wet- en
                                regelgeving, zoals bedoeld in het Besluit accountantscontrole
                                gemeenten.</al></li><li nr="d."><al>deelverantwoording</al><al>Een in opdracht van de raad ten behoeve van de verslaglegging opgestelde
                                verantwoording van een afzonderlijke organisatie-eenheid binnen de
                                gemeentelijke organisatie, welke verantwoording onderdeel uit maakt van de
                                jaarrekening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Opdrachtverlening accountantscontrole</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De accountantscontrole wordt opgedragen aan een door de raad te benoemen
                            accountant. De benoeming van de accountant geschiedt voor een periode
                            die wordt vastgesteld bij de aanbesteding.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college bereidt in overleg met de raad de aanbesteding van de
                            accountantscontrole voor.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad stelt voor de aanbesteding van de accountantscontrole het
                            programma van eisen vast. In het programma van eisen worden voor de
                            jaarlijkse accountantscontrole opgenomen:</al><lijst><li nr="a."><al>de toe te passen goedkeuringstoleranties (en afwijkende
                            rapporteringstoleranties) bij de controle van de jaarrekening;</al></li><li nr="b."><al>de apart te controleren deelverantwoordingen en de daarbij toe te passen
                            omvangsbases en goedkeuringstoleranties (en afwijkende
                            rapporteringstoleranties);</al></li><li nr="c."><al>de inrichtingseisen voor het verslag van bevindingen;</al></li><li nr="d."><al>de eventueel aanvullende uit te voeren tussentijdse controles;</al></li><li nr="e."><al>de frequentie en inrichtingseisen van de aanvullende tussentijdse
                            rapportering; en voor ieder afzonderlijk te controleren
                            begrotingsjaar:</al></li><li nr="f."><al>de posten van de jaarrekening en deelverantwoordingen met bijbehorende
                            afwijkende rapporteringstoleranties, waaraan de accountant bij zijn
                            controle specifiek aandacht dient te besteden;</al></li><li nr="g."><al>de gemeentelijke producten en of organisatieonderdelen met bijbehorende
                            afwijkende rapporteringstoleranties, waaraan de accountant bij zijn
                            controle specifiek aandacht dient te besteden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van het gestelde in lid 3, letters f en g kan de raad in
                            het programma van eisen opnemen, dat de raad jaarlijks voorafgaand aan
                            de accountantscontrole in overleg met de accountant vaststelt de posten
                            van de jaarrekening, de posten van de deelverantwoordingen, de
                            gemeentelijke producten en de gemeentelijke organisatieonderdelen,
                            waaraan de accountant bij zijn controle specifiek aandacht dient te
                            besteden en welke rapporteringstoleranties hij daarbij dient te
                            hanteren.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In geval van Europese aanbesteding van de accountantscontrole stelt de
                            raad voor de selectie van de accountant de selectiecriteria vast en per
                            selectiecriterium de bijbehorende weging vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Informatieverstrekking door college</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is verantwoordelijk voor de samenstelling van de
                            jaarrekening conform de geldende interne - en externe wet- en
                            regelgeving en overlegt deze aan de accountant voor controle.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor dat alle aan de jaarrekening ten
                            grondslag liggende verordeningen, nota's, collegebesluiten,
                            deelverantwoordingen, administraties, plannen, overeenkomsten,
                            berekeningen e.d. voor de accountant ter inzage liggen en goed
                            toegankelijk zijn.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de jaarrekening bevestigt het college schriftelijk aan de
                            accountant, dat alle hem bekende informatie van belang voor de
                            oordeelsvorming van de accountant is verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college overlegt de gecontroleerde jaarrekening samen met de
                            accountantsverklaring en het verslag van bevindingen uiterlijk 13 juli
                            voor aan de raad.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Alle informatie die na afgifte van de accountantsverklaring en voor
                            behandeling van de jaarrekening in de raad beschikbaar komt en die van
                            invloed is op het beeld dat de jaarrekening geeft, wordt terstond door
                            het college aan de raad en de accountant gemeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Inrichting accountantscontrole</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de wijze
                            waarop de accountantscontrole wordt ingericht, alsmede de aard en de
                            omvang van de daarbij behorende werkzaamheden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De accountant bepaalt binnen het kader van de opdrachtverlening de
                            frequentie van de uit te voeren controles. De accountant kan de
                            controlewerkzaamheden zonder voorafgaande kennisgeving uitvoeren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ter bevordering van een efficiënte en doeltreffende accountantscontrole
                            vindt, indien gewenst, periodiek (afstemmings-)overleg plaats tussen de
                            accountant en (een vertegenwoordiger uit) de raad, de portefeuillehouder
                            financiën, de gemeentesecretaris, de (concern-)controller en de
                            clustermanager Middelen en/of teamleider Financiën/belastingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Toegang tot informatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De accountant is bevoegd tot het opnemen van alle kassen, waardepapieren
                            en voorraden en het inzien van alle boeken, notulen, brieven,
                            computerbestanden en overige bescheiden, waarvan hij inzage voor de
                            accountantscontrole nodig oordeelt. Het college draagt er zorg voor dat
                            de accountant voor de uitvoering van zijn controlewerkzaamheden een
                            onbelemmerde toegang heeft tot alle kantoren, magazijnen, werkplaatsen,
                            terreinen en informatiedragers van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De accountant is bevoegd om van alle ambtenaren mondelinge en
                            schriftelijke inlichtingen en verklaringen te verlangen die hij voor de
                            uitvoering van zijn opdracht denkt nodig te hebben. Het college draagt
                            er zorg voor, dat de desbetreffende ambtenaren hieraan hun medewerking
                            verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor, dat alle organisatie-eenheden van de
                            gemeente zijn gehouden de accountant alle informatie te verstrekken,
                            opdat de accountant zich een juist en volledig oordeel kan vormen over
                            de rechtmatige totstandkoming van baten, lasten, balansmutaties en het
                            gevoerde beheer en over de getrouwheid van de daarover verstrekte
                            informatie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Overige controles en opdrachten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan de door de raad benoemde accountant opdracht geven tot
                            het uitvoeren van specifieke werkzaamheden met betrekking tot de
                            rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid voor zover de
                            onafhankelijkheid van de accountant daarmee niet in het geding komt. Het
                            college informeert de raad vooraf over deze aan de accountant te
                            verstrekken opdrachten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college draagt de zorg voor de uitvoering van het beleid betreffende
                            de specifieke uitkeringen volgens de eisen van rechtmatigheid van de
                            ministeries. Het college is voor de controle van de rechtmatige
                            besteding van specifieke uitkeringen bevoegd de opdracht te verlenen aan
                            een andere dan de door de raad benoemde accountant, indien dit in het
                            belang van de gemeente is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college draagt de zorg voor de verantwoording aan derden
                            (Belastingdienst, ABP, Sociale verzekeringsbank, CBS, e.d.) en neemt
                            hierbij de gestelde controle-eisen in acht. Indien een deel van deze
                            vereisten moet worden uitgevoerd door een accountant, is het college
                            bevoegd hiervoor de opdracht verlenen aan een andere dan de door de raad
                            benoemde accountant, indien dit in het belang van de gemeente is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Rapportering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de accountant bij een controle afwijkingen constateert die leiden
                            tot het niet afgeven van een goedkeurende verklaring, meldt hij deze
                            terstond schriftelijk aan de raad en zendt een afschrift hiervan aan het
                            college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In aanvulling op het in de wet voorgeschreven verslag van bevindingen
                            brengt de accountant over de door hem uitgevoerde (deel)controles
                            verslag uit over zijn bevindingen van niet van bestuurlijk belang aan de
                            ambtenaar van wie het geldelijk beheer, het vermogensbeheer, de
                            administratie en de beheersdaden zijn gecontroleerd, het hoofd van het
                            cluster waar de ambtenaar werkzaam is, de (concern-)controller en de
                            teamleider Financiën/belastingen dan wel andere daarvoor in aanmerking
                            komende ambtenaren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De accountantsverklaring en het verslag van bevindingen worden voor
                            verzending aan de raad door de accountant aan het college voorgelegd met
                            de mogelijkheid voor het college om op deze stukken te reageren.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De accountant bespreekt voorafgaand aan de raadsbehandeling van de
                            jaarstukken het verslag van bevindingen met (een voor dit doel door de
                            raad ingestelde vertegenwoordiging van) de raad, in aanwezigheid van de
                            portefeuillehouder Financiën van het college en ambtelijke
                            ondersteuning.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking per 1 januari 2016, met dien verstande
                        dat zij van toepassing is op de accountantscontrole van de jaarrekening (en
                        deelverantwoordingen) van het verslagjaar 2016 en later.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Intrekking oude verordening</titel></kop><al>De Controle verordening gemeente Asten van 27 januari 2004 wordt ingetrokken
                        met ingang van 1 januari 2016, met dien verstande dat zij nog van toepassing
                        is op de op de accountantscontrole van de jaarrekening (en
                        deelverantwoordingen) van het verslagjaar 2015.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als "Controleverordening gemeente Asten
                        2016".</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Asten van 19 april 2016.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>griffier, </ondertekening><ondertekening>mr. M.B.W. van Erp-Sonnemans </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mr. H.G. Vos</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><tussenkop>Inleiding op de verordening: de accountantsverklaring</tussenkop><al>De accountantsverklaring dient als ondersteuning van de raad bij het uitoefenen
                    van zijn controlerende taak.</al><al>De accountantsverklaring bevat een oordeel over het getrouwe beeld en de
                    rechtmatigheid samen. De opdracht voor de accountantscontrole wordt verstrekt
                    door de raad. Dit kan niet worden gedelegeerd. De accountantsverklaring en het
                    verslag van bevindingen worden direct door de controlerend accountant aan de
                    gemeenteraad aangeboden.</al><al>In paragraaf 1 wordt ingegaan op de verschillende verantwoordelijkheden. In
                    paragraaf 2 wordt specifiek ingegaan op het begrip rechtmatigheid. Het Besluit
                    accountantscontrole decentrale overheden stelt minimumeisen aan de
                    accountantscontrole. De raad heeft de mogelijkheid om deze minimumeisen aan te
                    vullen. In paragraaf 3 worden de minimumeisen besproken en in paragraaf 4 de
                    keuzemogelijkheden die de raad heeft ten aanzien van deze minimumeisen.</al><tussenkop>Paragraaf 1 Verantwoordelijkheden bij rechtmatigheid</tussenkop><al>Met de Wet dualisering gemeentebestuur wordt de functionele scheiding tussen de
                    raad en het college scherper dan voorheen het geval was. De raad zal zich moeten
                    concentreren op zijn taakstellende en controlerende rollen. Dit betekent dat hij
                    de kaders stelt voor de rechtmatigheid, de relevante wet- en regelgeving en de
                    regelgeving waarvoor de raad een verordende bevoegdheid heeft. De raad stelt ook
                    de kaders voor de accountantscontrole, gebruik makend van de mogelijkheden die
                    artikel 213 en het Besluit accountantscontrole daartoe bieden. De raad zal de
                    opdracht aan de accountant moeten verstrekken en kan aanvullende controle-eisen
                    stellen (zie rapporteringstoleranties, paragraaf 3). In dit verband is artikel
                    213 relevant: daarin is bepaald dat de accountant rechtstreeks rapporteert aan
                    de raad.</al><al>Het college dient zich te richten op zijn bestuursbevoegdheden. Het is primair
                    verantwoordelijk voor de naleving van relevante wet- en regelgeving en daarmee
                    voor de rechtmatigheid van de besteding en inning van het publieke geld binnen
                    een gemeente. Het is niet zo dat de accountant met zijn controle de
                    rechtmatigheid wel zal 'afdekken'. Wel is het zo dat een goede administratieve
                    organisatie (AO) en daarin opgenomen maatregelen van interne controle (IC) de
                    kans op onrechtmatigheden aanzienlijk beperkt. Ook hierin zal het college zijn
                    verantwoordelijkheid moeten nemen. Met een adequate AO/IC wordt ook de
                    accountant geholpen om te komen tot zijn oordeel. In het algemeen kunnen in dat
                    geval de aanvullende controlewerkzaamheden van de accountant worden
                    beperkt.</al><al>De accountant is verantwoordelijk voor de uitvoering van de controle in
                    overeenstemming met de vaktechnische randvoorwaarden. Voor de rechtmatigheid is
                    algemene kennis van de relevante wet- en regelgeving van belang. De accountant
                    zal toetsen of de wet- en regelgeving door de gemeente in acht zijn genomen. De
                    accountantscontrole richt zich op de beoordeling van de opzet, het bestaan en de
                    werking van het systeem van kwaliteitsborging ter uitvoering van de wet- en
                    regelgeving, aangevuld met deelwaarnemingen (steekproeven). Over de
                    interpretatie van wet- en regelgeving zal de accountant overleg moeten voeren
                    met het verantwoordelijke management of met een (juridische) deskundige. De
                    eindverantwoordelijkheid voor het afgeven van een accountantsverklaring blijft
                    bij de accountant liggen. Als er sprake is van onrechtmatigheden met een
                    materiële betekenis, die gevolgen hebben voor de strekking van de
                    accountantsverklaring; of als de accountant stuit op een overschrijding van de
                    rapporteringstoleranties - indien die zijn overeengekomen - moet rapportering
                    plaatsvinden aan de raad, in het rapport van bevindingen bij de
                    accountantsverklaring. Daarbij spelen zowel kwantitatieve als kwalitatieve (i.c.
                    professional judgement-) overwegingen een rol (zie ook verder). Men kan ervoor
                    kiezen dat de accountant, uit hoofde van zijn natuurlijke adviesfunctie, óók een
                    zogenoemde managementletter uitbrengt met meer gedetailleerde bevindingen die
                    niet direct de verklaring raken. Hij kan daaraan aanbevelingen voor
                    verbeteringen toevoegen. Een dergelijke managementletter is uiteraard bestemd
                    voor het management van het gemeentelijk apparaat en het college.</al><tussenkop>Paragraaf 2 De accountantsverklaring en rechtmatigheid</tussenkop><al>De accountantsverklaring is belangrijk voor de raad, omdat zij een rol speelt
                    bij het oordeel van de raad over de wijze waarop het college het beleid en het
                    daarmee samenhangend financieel beheer heeft uitgevoerd. De
                    accountantsverklaring is vooral belangrijk voor het verlenen van décharge aan
                    het college en voor het eventueel starten van een indemniteitsprocedure. Zie
                    daarvoor ook artikel 198.</al><al>Vanaf het verslagjaar 2004 bevat de accountantsverklaring een oordeel over het
                    getrouwe beeld én de rechtmatigheid (zie box 5). Een getrouw beeldverklaring
                    houdt in dat de uitkomsten van het gevoerde financieel beheer getrouw in de
                    jaarrekening worden weergegeven, waarbij rekening wordt gehouden met het doel
                    waarvoor de verantwoording is opgesteld. De doelstellingen moeten worden
                    afgestemd op de belanghebbenden, in dit geval de gemeenteraad. Een getrouw beeld
                    impliceert dat de jaarrekening geen zodanige fouten en/of onzekerheden bevat dat
                    het oordeel van de gebruiker beïnvloed wordt. Het begrip getrouw beeld komt uit
                    het boek 2 BW titel 9, waar de wettelijke vereisten zijn opgenomen die aan een
                    jaarrekening worden gesteld. Daarbij wordt gerefereerd aan het getrouwe beeld
                    van vermogen en resultaat. In het Besluit Begroting en verantwoording provincies
                    en gemeenten is dit begrip gekoppeld aan de financiële positie en de baten en
                    lasten. Een getrouw beeldverklaring is niet nieuw, daarom wordt er hier niet
                    verder op ingegaan.</al><tussenkop>Box 5 Accountantsverklaring</tussenkop><tussenkop>Accountantsverklaring met oordeel over het getrouwe beeld en
                    rechtmatigheid</tussenkop><al>Het oordeel van de accountant zoals dat is verwoord in de goedkeurende
                    accountantsverklaring luidt als volgt: 'Wij zijn van oordeel dat de jaarrekening
                    van gemeenten .........(plaatsnaam) getrouw en in overeenstemming met het
                    Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten zowel de baten en
                    lasten over ......(jaartal) als de activa en passiva per 31 december
                    ......(jaartal) weergeeft, en dat de in deze jaarrekening opgenomen baten en
                    lasten, alsmede de balansmutaties tot stand zijn gekomen in overeenstemming met
                    de begroting en met van toepassing zijnde wettelijke regelingen waaronder
                    gemeentelijke verordeningen.'</al><tussenkop>Wat houdt rechtmatigheid in de accountantsverklaring in?</tussenkop><al>Rechtmatigheid als onderdeel van het oordeel van de accountant is wel nieuw en
                    vergt daarom enige uitleg. Rechtmatigheid in brede zin betekent het voldoen aan
                    de wettelijke kaders en regelgeving. Voor gemeenten zijn dat de wet- en
                    regelgeving van hogere overheden en die van de gemeente zelf. De geldende wet-
                    en regelgeving kan voor een gemeente betrekking hebben op een zeer omvangrijk
                    gebied. Van belang is daarom dat onderscheid wordt gemaakt tussen het juridische
                    begrip rechtmatigheid en het begrip rechtmatigheid in het kader van de
                    accountantscontrole. Dit laatste begrip is beperkter dan het juridische begrip
                    rechtmatigheid en wordt in het Besluit accountantscontrole gemeenten zo goed
                    mogelijk afgebakend. Volledigheidshalve wordt hier nog vermeld dat
                    onrechtmatigheid niet synoniem is met fraude. Bij fraude is altijd sprake van
                    opzet.</al><al>Rechtmatigheid in het kader van de accountantscontrole vereist dat de baten en
                    lasten in de jaarrekening en de balansmutaties rechtmatig tot stand zijn
                    gekomen. Aangezien de baten en lasten en de balansmutaties in de jaarrekening
                    een optelsom zijn van diverse financiële beheershandelingen (zoals het beslissen
                    tot het toekennen van een subsidie, het betalen van rekeningen, het opleggen van
                    een belastingaanslag, etc.) staan deze handelingen centraal bij de toets die de
                    accountant verricht; deze moeten gebeuren volgens de regels die gelden. Een
                    voorbeeld: subsidie mag alleen worden toegekend als er een subsidieregeling is
                    en als de aanvragen voldoen aan de eisen zoals gesteld in deze regeling.</al><al>Voorts moeten alle uitkomsten van de handelingen in het financieel beheer worden
                    vastgelegd in de administratie; het moet traceerbaar zijn welke subsidies zijn
                    toegekend, wanneer betalingen hebben plaatsgevonden enzovoorts. Verder moeten
                    alle financiële beheershandelingen niet alleen voldoen aan specifieke regels
                    (bijvoorbeeld de subsidievoorschriften), maar moeten ze ook in overeenstemming
                    zijn met financiële regels, zoals de financiële verordening en de
                    controleverordening van de gemeente. Tevens moet worden voldaan aan de
                    Gemeentewet en het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten,
                    waarin is voorgeschreven aan welke regels de begroting en jaarstukken minimaal
                    dienen te voldoen. Ook dienen de financiële handelingen te passen binnen de door
                    de raad geautoriseerde begroting. In de begroting zijn de maxima voor de lasten
                    per programma vermeld, die de raad heeft vastgesteld. Dit betekent dat de maxima
                    niet mogen worden overschreden zonder aparte autorisatie van de raad. De
                    bedragen moeten op het juiste programma zijn geboekt.</al><al>Hierboven zijn al enige voorbeelden gegeven van wet- en regelgeving die relevant
                    is voor de rechtmatigheid. Daaronder vallen ook raadsbesluiten die de raad uit
                    hoofde van zijn kaderstellende rol neemt, mits daar een financieel aspect aan is
                    verbonden; het gaat immers om de rechtmatigheid van posten uit de jaarrekening.
                    Een voorbeeld van 'hogere' relevante regelgeving vormen de Europese
                    aanbestedingsrichtlijnen (EAR) die door de Europese Commissie zijn vastgesteld.
                    Als een decentrale overheid - bijvoorbeeld een gemeente - een aanbesteding doet,
                    dan moet worden nagegaan of de EAR van toepassing zijn. Is dat het geval, dan
                    zal de accountant moeten toetsen of de aanbesteding ook conform de EAR heeft
                    plaatsgevonden. Voor een voorbeeld van werkzaamheden van de accountant bij
                    subsidies en uitkeringen zie box 6.</al><tussenkop>Rechtmatigheid en handelingen en beslissingen van niet financiële
                    aard</tussenkop><al>De vraag wat rechtmatigheid in het kader van de begroting niet inhoudt is ook
                    belangrijk. Kort gezegd komt het erop neer dat handelingen en beslissingen van
                    niet-financiële aard, bijvoorbeeld in relatie tot de arbeidsomstandighedenwet of
                    de privacywetgeving, buiten de reikwijdte van de rechtmatigheidcontrole door de
                    accountant vallen. Dat geldt niet als er indicaties zijn van tekortkomingen die
                    belangrijke financiële risico's opleveren. Van de accountant wordt niet verwacht
                    dat hij handelingen en beslissingen van niet-financiële aard door
                    gegevensgericht onderzoek inhoudelijk toetst, dus door alle onderliggende
                    bescheiden te controleren. Wat hij beoordeelt is het systeem van risicoafweging.
                    De centrale vraag daarbij is of dat systeem zodanig is dat het bestuur in staat
                    is een goede afweging te maken. Met andere woorden: hij hanteert een
                    systeemgerichte benadering voor zijn controle.</al><tussenkop>Box 6 Voorbeeld controlewerkzaamheden</tussenkop><tussenkop>Voorbeeld van controlewerkzaamheden van de accountant</tussenkop><al>Van gemeente uitgaande overdrachtsstromen: subsidies en uitkeringen Bij de
                    beantwoording van de vraag of een subsidie of een uitkering rechtmatig is, zal
                    de accountant de volgende concrete vragen beantwoorden bij het doen van zijn
                    onderzoek naar deze stromen: - Zijn de verplichtingen m.b.t. subsidies en
                    uitkeringen totstandgekomen binnen de grenzen van de begroting
                    (begrotingscriterium)? - Is voldaan aan de voorwaarden om in aanmerking te komen
                    voor een subsidie of uitkering (voorwaardencriterium)? - Zijn de gegevens door
                    de belanghebbende volledig verstrekt en zijn deze inhoudelijk juist en volledig
                    (M(isbruik) en O(neigenlijk gebruik)-criterium)? - Is gelet op de bepalingen van
                    de regelgeving het bedrag van de verplichting juist vastgesteld
                    (calculatiecriterium)? - Is gelet op de bepalingen van de regelgeving het
                    tijdstip van betaling juist vastgesteld en is de verplichting op het juiste
                    tijdstip verantwoord (valuteringcriterium)? - Is gelet op de bepalingen van de
                    regelgeving de verplichting aan de juiste persoon/instantie geadresseerd
                    (adresseringscriterium)? Aan de feitelijke uitgave wordt de eis gesteld dat de
                    uitgave is geschied overeenkomstig de daaraan ten grondslag liggende
                    verplichting, d.w.z. voor het juiste bedrag, aan de rechthebbende persoon of
                    instantie en op het juiste tijdstip (conformiteitcriterium)?</al><tussenkop>Het dynamische karakter van rechtmatigheid</tussenkop><al>De controle op rechtmatigheid door de accountant is niet altijd zo eenduidig als
                    ze lijkt. In bepaalde situaties kan sprake zijn van een grijs gebied. Dit komt
                    vooral voor bij nieuwe regelgeving, zoals de richtlijnen voor Europese
                    aanbesteding. De introductie van dergelijke richtlijnen brengt een proces op
                    gang waarin het begrip rechtmatigheid in de praktijk steeds meer wordt
                    uitgewerkt. Het is nog niet duidelijk wanneer het overschrijden van
                    voorgeschreven termijnen moet worden beschouwd als onrechtmatig. Geldt een
                    'fout' in de procedure, zonder dat daar financiële gevolgen aan verbonden zijn,
                    als een onrechtmatigheid, en zo ja in welke mate? Het begrip 'rechtmatigheid in
                    het kader van de accountantscontrole' heeft een duidelijke onveranderlijke kern,
                    maar de randen kunnen in beweging zijn.</al><tussenkop>Controle op rechtmatigheid is niet nieuw</tussenkop><al>Volledigheidshalve wordt het volgende nog opgemerkt. Ten eerste maakte
                    rechtmatigheid tot 2003 al onderdeel uit van de accountantscontrole. Bij
                    geconstateerde onrechtmatigheden behoorde de accountant daarvan verslag te doen
                    in het rapport van bevindingen (zie het oude artikel 213). In de nieuwe situatie
                    zullen tekortkomingen uit hoofde van rechtmatigheid in het oordeel van de
                    accountant moeten worden betrokken, dat wil zeggen onderdeel uitmaken van de
                    accountantsverklaring. Onrechtmatigheden die de tolerantiegrenzen overschrijden,
                    zullen leiden tot een niet-goedkeurende accountantsverklaring.</al><al>Ten tweede maakt in de nieuwe situatie de controle van de doelmatigheid géén
                    onderdeel meer uit van de accountantscontrole. Opmerkingen en constateringen ter
                    zake hoeven niet meer in het rapport van bevindingen te worden opgenomen, zoals
                    in de oude situatie nog wel het geval was (zie het oude artikel 213). De
                    controle op doelmatigheid is dan ook geen taak meer voor de accountant, maar is
                    onderdeel van het onderzoek door de locale rekenkamer(functie) en de interne
                    onderzoeken naar doelmatigheid en doeltreffendheid van het college (zie voor dit
                    laatste het nieuwe artikel 213a).</al><tussenkop>Begrotingsrechtmatigheid</tussenkop><al>Voor het BBV was het gebruikelijk dat begrotingsoverschrijdingen met het
                    vaststellen van de jaarrekening werden geautoriseerd. Gezien het grote aantal
                    vast te stellen producten was dit logisch. Met het Besluit begroting en
                    verantwoording wordt geautoriseerd op programmaniveau. Omdat het om grote
                    bedragen gaat is, de in het verleden ontstane praktijk, dat de overschrijdingen
                    niet expliciet voor 31 december in een begrotingswijzing aan de raad werden
                    voorgelegd, niet meer wenselijk. Alle overschrijdingen dienen voor 31 december
                    aan de raad te zijn voorgelegd. Mocht dit niet zijn gelukt, en is er feitelijk
                    sprake van begrotingsonrechtmatigheid, dan kunnen bij de jaarrekening deze
                    bedragen alsnog worden geautoriseerd. De raad dient hier dan wel expliciet op
                    gewezen te worden. Afhankelijk van de situatie kan de accountant dan alsnog een
                    goedkeurende verklaring geven, waarbij hij de aantekening maakt dat hij zijn
                    verklaring afgeeft met inachtneming van de voorgenomen goedkeuring van de raad
                    voor deze begrotingswijzigingen. Als de raad instemt met deze
                    begrotingsoverschrijdingen en de jaarrekening vaststelt, kan de accountant de
                    definitieve accountantsverklaring afgeven. Het ligt in de rede dat de raad
                    daarover bij het verlenen van de opdracht met de accountant afspraken maakt. Dit
                    is van belang voor o.a. de indemniteitsprocedure. Het is van belang hier te
                    benadrukken dat het bij de indemniteitsprocedure veelal NIET gaat om
                    begrotingsonrechtmatigheid, maar om andere vormen van onrechtmatigheid.</al><tussenkop>Paragraaf 3 Minimumeisen accountantscontrole</tussenkop><al>Een accountant controleert niet ieder bonnetje of iedere financiële handeling
                    die binnen een gemeente wordt verricht. Dit is theoretisch wel mogelijk, maar de
                    kosten van de accountantscontrole zouden dan buitensporig oplopen. Daarom is de
                    controle gericht op het ontdekken van belangrijke fouten. De accountant maakt
                    hiervoor bij zijn controle onder meer gebruik van toleranties, risicoanalyse en
                    statistische berekeningen. Daarmee wordt de kans beperkt dat de jaarrekening de
                    gebruiker, i.c. de raad, op het verkeerde been zet en blijven tevens de
                    controlewerkzaamheden betaalbaar. In het besluit accountantscontrole gemeenten
                    zijn de minimumeisen aan de accountantscontrole gegeven. Welke deze minimumeisen
                    zijn, wordt hieronder behandeld. In paragraaf 4 komen de mogelijkheden van de
                    raad aan de orde om deze minimumeisen scherper te stellen.</al><al>In de accountantscontrole bestaan twee gangbare begrippen die de marge voor
                    controle en rapportering aangeven: de goedkeuringstolerantie en de
                    rapporteringstolerantie. Deze toleranties gelden zowel voor het getrouwe beeld
                    als voor de rechtmatigheid.</al><tussenkop>Goedkeuringstolerantie</tussenkop><al>Niet iedere fout of onzekerheid zal leiden tot een niet-goedkeurende
                    accountantsverklaring, alleen al omdat de accountant niet iedere afzonderlijke
                    financiële transactie controleert. Omdat de accountant niet alles controleert
                    moet hij bepaalde fouten- en onzekerheidsmarge hanteren. Deze marge wordt de
                    goedkeuringstolerantie genoemd. <cursief>Box 7 Definitie
                        goedkeuringstolerantie</cursief></al><tussenkop>Definitie:</tussenkop><al>De goedkeuringstolerantie is het bedrag dat de som van fouten in de jaarrekening
                    of onzekerheden in de controle aangeeft, die in een jaarrekening maximaal mogen
                    voorkomen, zonder dat de bruikbaarheid van de jaarrekening voor de
                    oordeelsvorming door de gebruikers wordt beïnvloed.</al><al>Voor de goedkeuringstolerantie wordt onderscheid gemaakt tussen fouten en
                    onzekerheden. Een fout in de jaarrekening kan bijvoorbeeld ontstaan doordat
                    jaarrekeningposten onvolledig zijn opgenomen (bijvoorbeeld het achterwege laten
                    van een voorziening voor groot onderhoud aan het gemeentehuis) of dat de
                    toelichting niet toereikend is (vanwege strijdigheid met het Besluit begroting
                    en verantwoording gemeenten), of dat de waarderingsgrondslag onjuist is (vanwege
                    strijdigheid met het Besluit begroting en verantwoording gemeenten). Een
                    onzekerheid in de controle kan bijvoorbeeld ontstaan door gebreken in de interne
                    controle, waardoor het achteraf niet meer vast te stellen is of bijvoorbeeld een
                    bepaalde uitgave rechtmatig heeft plaatsgevonden of bepaalde baten volledig zijn
                    verantwoord.</al><al>De goedkeuringstolerantie wordt berekend als een percentage van de totale lasten
                    van de gemeente. Dus als de totale lasten € 1.000.000 zijn en de in box 7
                    genoemde percentages worden gebruikt dan mogen voor een goedkeurende verklaring
                    de fouten maximaal € 10.000 bedragen en de onzekerheden maximaal € 30.000.</al><tussenkop>Box 8 Soorten accountantsverklaring</tussenkop><table><tgroup cols="5"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="51*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="14*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="11*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="14*"/><colspec colname="col5" colnum="5" colwidth="11*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Soorten accountantsverklaring</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>goedkeurend</al></entry><entry colname="col3"><al>met beperking</al></entry><entry colname="col4"><al>Oordeel-onthouding</al></entry><entry colname="col5"><al>afkeurend</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Fouten in de jaarrekening (% van lasten)</al></entry><entry colname="col2"><al>≤ 1 %</al></entry><entry colname="col3"><al>&gt; 1 % &lt; 3 %</al></entry><entry colname="col4"><al>-</al></entry><entry colname="col5"><al>≥ 3%</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Onzekerheden in de controle (% van lasten)</al></entry><entry colname="col2"><al>≤ 3 %</al></entry><entry colname="col3"><al>&gt; 3 % &lt; 10 %</al></entry><entry colname="col4"><al>≥ 10 %</al></entry><entry colname="col5"><al>-</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>NB. Naast deze kwantitatieve benadering zal de accountant
                                        ook altijd nog een kwalitatieve beoordeling hanteren, het
                                        zogenoemde professional judgement speelt ook nog mee.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>NB. De weging van fouten en onzekerheden maakt ook onderdeel
                                        uit van het professional judgement.</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry><entry colname="col5"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al>De goedkeuringstoleranties spelen een belangrijke rol bij het verkrijgen van een
                    goedkeurende accountantsverklaring. Als de goedkeuringstoleranties niet worden
                    overschreden, wordt in beginsel een goedkeurende accountantsverklaring
                    afgegeven. Als één of beide goedkeuringstolerantie(s) wordt (-en) overschreden,
                    zal de accountant geen goedkeurende accountantsverklaring verstrekken.</al><tussenkop>Box 9 Voorbeeld</tussenkop><tussenkop>Voorbeeld</tussenkop><al>Als de accountant op basis van statische berekeningen een steekproef uitvoert
                    naar de toekenning van subsidies en constateert dat bij de toekenning een
                    bepaald percentage niet volgens de regels heeft plaatsgevonden zal hij deze
                    'fout' extrapoleren voor de gehele massa van toegekende subsidies. Op basis
                    hiervan wordt een schatting gemaakt van de mogelijke fout in de jaarrekening.
                    Deze fout wordt meegenomen bij het bepalen of de goedkeuringstoleranties worden
                    overschreden.</al><al>Indien een niet-goedkeurende accountantsverklaring wordt gegeven zijn er drie
                    mogelijkheden: een verklaring met beperking, een verklaring van
                    oordeelonthouding en een afkeurende verklaring. Het soort accountantsverklaring
                    is afhankelijk van de fouten in de jaarrekening en onzekerheden in de controle.
                    De percentages in bovengenoemde box zijn voorgeschreven in het Besluit
                    accountantscontrole gemeenten.</al><tussenkop>Rapporteringstolerantie</tussenkop><al>In de Gemeentewet staat dat de accountant behalve de accountantsverklaring ook
                    een verslag van bevindingen opstelt. In dit verslag moet de accountant onder
                    meer fouten in de jaarrekening en onzekerheden in de controle opnemen die geen
                    invloed hebben op de strekking van de accountantsverklaring, maar die wel van
                    zodanig belang zijn dat deze aan de raad moeten worden gerapporteerd.</al><tussenkop>Box 10 Definitie rapporteringstolerantie</tussenkop><tussenkop>Definitie</tussenkop><al>De rapporteringstolerantie(s) is een bedrag dat gelijk is aan of lager is dan de
                    bedragen voortvloeiend uit de goedkeuringstolerantie. Bij overschrijding van dit
                    bedrag vindt rapportering plaats in het verslag van bevindingen.</al><al>Indien de raad in de opdrachtverstrekking aan de accountant géén nadere
                    rapporteringstolerantie(s) voorschrijft dan zijn de rapporteringstolerantie(s)
                    gelijk aan de bedragen die voortvloeien uit de goedkeuringstolerantie.</al><tussenkop>Paragraaf 4 Keuzemogelijkheden van de raad</tussenkop><al>De minimumeisen die aan de accountantsverklaring worden gesteld, hebben te maken
                    met de goedkeuringstoleranties en de rapporteringstoleranties. De
                    keuzemogelijkheden van de raad hebben dan ook betrekking op deze twee
                    toleranties.</al><tussenkop>Goedkeuringstolerantie</tussenkop><al>De bovengrenzen van de goedkeuringstoleranties zijn 1% voor de fouten in de
                    jaarrekening en 3% voor onzekerheden in de controle. De raad kan deze
                    percentages echter aanscherpen, dat wil zeggen op een lager percentage dan 1 of
                    3% vaststellen (zie box 11).</al><tussenkop>Box 11 Voorbeeld</tussenkop><tussenkop>Voorbeeld</tussenkop><al>Voor de fouten in de jaarrekening is een goedkeuringstolerantie van 1% van de
                    totale lasten van de gemeente geregeld in het Besluit accountantscontrole
                    gemeenten. Als de totale lasten van de gemeente € 100 miljoen bedragen dan is de
                    maximale fout in de jaarrekening € 1 miljoen. Als de raad dit een te hoge marge
                    vindt, dan kan het percentage bijvoorbeeld worden verlaagd naar 0,9%. De
                    maximale fout is dan € 900.000. De accountant zal dan meer werkzaamheden
                    verrichten om aan deze eis te voldoen.</al><al>De goedkeuringstolerantie kan alleen voor de gehele jaarrekening gelden, er
                    kunnen geen verschillende goedkeuringstoleranties voor onderdelen worden
                    gehanteerd. Wel kan - indien voor bepaalde onderdelen van de gemeente een
                    afzonderlijke verantwoording (deelverantwoording) wordt opgesteld - een
                    strengere goedkeuringstolerantie voor de deelverantwoording worden geëist.</al><tussenkop>Rapporteringstolerantie</tussenkop><al>De raad heeft als opdrachtgever de mogelijkheid om voor delen van de
                    jaarrekening met de accountant lagere rapporteringstoleranties overeen te komen.
                    Politiek gevoelige artikelen (declaraties van bestuurders, aanbestedingen) of
                    risicovolle projecten van de gemeente (in het kader van PPS bijvoorbeeld) komen
                    daarvoor bijvoorbeeld in aanmerking.</al><al>Zoals gezegd zijn de rapporteringstoleranties bepalend voor het opnemen van
                    bevindingen in het verslag van bevindingen door de accountant. De raad kan
                    hogere eisen aan de rapporteringstoleranties stellen, dus strengere normen
                    stellen. Daarmee bepaalt de raad dat over bepaalde onderwerpen eerder elementen
                    van onrechtmatigheden in het verslag van bevindingen worden opgenomen, zonder
                    dat die onderwerpen direct leiden tot een niet-goedkeurende verklaring (redenen
                    van een niet-goedkeurende verklaring moeten in ieder geval worden opgenomen in
                    het verslag van bevindingen).</al><tussenkop>Box 12 Voorbeeld</tussenkop><tussenkop>Voorbeeld</tussenkop><al>De raad wil weten of de declaraties van collegeleden rechtmatig zijn. U wenst
                    een rapportering op het moment dat er sprake is van een onrechtmatigheid per
                    collegelid van meer dan € 500. Hoewel op grond van de goedkeuringstoleranties de
                    declaratie nauwelijks controle behoeven, zal de accountant op grond van een
                    lager overeengekomen rapporteringstolerantie de declaraties intensiever
                    controleren.</al><al>Als de raad niet zelf bepaalt welke bedragen voor de rapporteringstoleranties
                    gehanteerd moeten worden, dan zijn de bedragen van de rapporteringstoleranties
                    gelijk aan de bedragen die voortvloeien uit de goedkeuringstoleranties. Een
                    aanvullende opdrachtverlening aan de accountant is dan niet nodig.</al><al>Het is, zeker in een duaal stelsel, essentieel dat de raad een afweging maakt
                    over de rapporteringtoleranties van bepaalde programma's of delen van de
                    organisatie. Immers, de raad heeft de verantwoordelijkheid om de activiteiten
                    binnen de gemeente en de jaarrekening van de gemeente te analyseren en
                    afwegingen te maken over de gewenste (specifieke) informatie die van de
                    accountant wordt verlangd. Daarbij moet worden opgemerkt dat een afgesproken
                    lagere rapporteringstolerantie (feitelijk een strengere norm) in het algemeen
                    meer controle-inspanningen vergt en daarmee kan leiden tot hogere
                    controlekosten.</al><tussenkop>Paragraaf 5 De opdracht aan de accountant</tussenkop><al>Als de raad kiest voor (een) afwijkende goedkeuringstolerantie(s) of voor
                    specifieke rapporteringstoleranties, is het belangrijk dat dit expliciet en
                    gemotiveerd zichtbaar in de opdracht aan de accountant staat.</al><al>In de opdracht aan de accountant moet de raad dan ook aandacht schenken aan de
                    goedkeuringstoleranties en de bedragen voor rapportering in het verslag van
                    bevindingen van de accountant. In principe is het mogelijk - en verdient het
                    zelfs de voorkeur - dat de raad ieder jaar overweegt of hij de opdracht aan de
                    accountant wil wijzigen. Dit hoeft geen bijzonder tijdrovende zaak te zijn. Het
                    kan bijvoorbeeld voldoende zijn te kijken of er onderdelen zijn waarvan het
                    wenselijk is dat die extra gecontroleerd worden en waar vervolgens over wordt
                    gerapporteerd in het verslag van bevindingen.</al><al>De opdracht aan de accountant staat los van de regels in de controleverordening.
                    De opdracht is namelijk een privaatrechtelijke overeenkomst. De verordening
                    artikel 213 behelst publiek recht en bevat regels, die de raad stelt voor het
                    college. In de verordening artikel 213 kan de raad regels neerleggen voor de
                    verplichtingen die het college heeft jegens de accountant tijdens de
                    accountantscontrole en over de verplichtingen die het college heeft jegens de
                    raad inzake de accountantscontrole. Daarnaast kan de raad in de verordening
                    gedragsregels voor zichzelf opnemen, zodat de verordening zekerheid voor het
                    college schept over datgene wat het van de raad mag verwachten.</al><al>De overeenkomst met de accountant wordt in de meeste gemeenten voor meerdere
                    jaren aangegaan. Meestal wordt de dienst aanbesteed. Prijsbepalende factoren bij
                    de aanbesteding zijn onder andere de goedkeuringstoleranties en
                    rapporteringstoleranties. Deze zullen in het programma van eisen bij de
                    aanbesteding moeten worden vastgelegd. Hoewel de aanwijzing van de accountant
                    door de raad dient te geschieden, zullen de werkzaamheden voor de aanbesteding
                    worden verricht door de ambtenaren van de gemeente. De controleverordening zal
                    dan ook regels voor de aanbesteding moeten bevatten. Gewaarborgd moet worden dat
                    de raad de goedkeuringstoleranties en rapporteringstoleranties voor het
                    programma van eisen vaststelt. Bij een Europese aanbesteding moet worden
                    geregeld dat de raad de selectiecriteria voor de keuze van de accountant
                    vaststelt.</al><al>Het ligt voor de hand dat de raadsgriffier een coördinerende rol zal hebben bij
                    de aanbesteding van de accountantscontrole, vooral als de raad kiest voor
                    specifieke rapporteringstoleranties. Hier moet de praktijk zich nog vormen.</al><al>Overigens zullen veel gemeenten nog lopende contracten met een accountant
                    hebben. Die worden uiteraard niet door de dualisering automatisch beëindigd. Met
                    ingang van 2004 zal de opdracht in ieder geval moeten worden aangepast aan de
                    nieuwe regelgeving. De raad dient te besluiten of, en op welke termijn, een
                    nieuwe accountant zal worden gezocht.</al><al>Zoals gezegd kan de raad ook de accountant verzoeken om een management letter
                    met bevindingen en aanbevelingen, ongeacht de strekking van de
                    accountantsverklaring. De accountant kan hierin voorzien uit hoofde van zijn
                    natuurlijke adviesfunctie. Hiermee worden advies en aanbevelingen bedoeld die
                    direct voortkomen uit zijn controlewerkzaamheden. Die staan geheel los van
                    aparte specifieke adviesopdrachten. Een verzoek om een management letter mag dan
                    ook niet leiden tot een (aanzienlijke) prijsverhoging van de controleopdracht.
                    Een management letter is in beginsel bedoeld voor de gecontroleerde, dus het
                    College. De raad kan daaraan op grond van zijn controlerende rol ook behoefte
                    hebben. De controleverordening zal over een eventuele managementletter regels
                    moeten bevatten; een en ander zal bij het verstrekken van de opdracht aan de
                    accountant expliciet moeten worden overeengekomen.</al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting Modelverordening 213 Gemeentewet</tussenkop><tussenkop>Artikel 2. Opdrachtverlening accountantscontrole</tussenkop><al>Na afloop van ieder begrotingsjaar moet het college verantwoording afleggen aan
                    de raad over het gevoerde bestuur door overlegging van de jaarrekening en het
                    jaarverslag (artikel 197, lid 1 Gemeentewet). Voor het overleggen van deze
                    stukken aan de raad moeten de jaarrekening door een bevoegd accountant zijn
                    gecontroleerd (artikel 197, lid 2 Gemeentewet). De accountant controleert de
                    jaarrekening in opdracht van de raad. Het is dan ook de raad, die de accountant
                    aanwijst (artikel 213, lid 2 Gemeentewet). De raad is echter niet het
                    bestuursorgaan, dat de overeenkomst met de accountant ondertekent. Het is de
                    burgemeester, die de overeenkomst voor de accountantscontrole met de accountant
                    moet sluiten. De burgemeester vertegenwoordigt de gemeente in en buiten rechte,
                    luidt het eerste lid van artikel 171 Gemeentewet.Een bevoegd accountant voor de
                    controle van de gemeentelijke jaarrekening is een registeraccountant, een
                    accountant-administratieconsulent met een aantekening in het
                    inschrijvingsregister als bedoeld in het derde lid van artikel 36 Wet op het
                    accountantsberoep of een organisatie waarin voor de accountantscontrole bevoegde
                    accountants samenwerken. Het zevende lid van artikel 213 Gemeentewet zegt, dat
                    de bevoegde accountant in gemeentelijke dienst kan worden aangesteld. Wel dient
                    dan de benoeming, schorsing en het ontslag van de accountant door de raad te
                    geschieden.</al><al>Artikel 2 van de verordening regelt de opdrachtverlening van de
                    accountantscontrole van de gemeentelijke jaarrekening. Het eerste lid legt de
                    periode van de verbintenis met de accountant voor de controle van de
                    jaarrekening vast. Het tweede lid regelt dat het college verantwoordelijk is
                    voor de uitvoering van de aanbesteding van de accountantscontrole van de
                    jaarrekening. De periode van de verbintenis met de accountant uit het eerste lid
                    impliceert niet dat daarna van accountant wordt gewisseld. De accountant maakt
                    bij de nieuwe aanbesteding wederom kans op de opdracht. Een raad die per periode
                    wil wisselen van controlerend accountant zal hierbij met de aanbesteding
                    rekening moeten houden, door de controlerend accountant van de afgelopen periode
                    uit te sluiten.</al><al>Voor de accountantscontrole geldt het Besluit accountantscontrole decentrale
                    overheden dat krachtens het zesde lid van artikel 213 Gemeentewet door de
                    minister is vastgesteld. Het Besluit accountantscontrole decentrale overheden
                    bevat onder andere regels voor de omvangsbases en goedkeuringstoleranties voor
                    de accountantsverklaring en de rapporteringstoleranties voor het verslag van
                    bevindingen.</al><al>Voor de begrippen goedkeuringstolerantie en rapporteringstolerantie en de
                    mogelijkheden die de raad daarmee heeft wordt hier verwezen naar het onderdeel
                    Inleiding in dit hoofdstuk. In het derde lid van artikel 2 wordt invulling
                    gegeven aan het gebruik van de mogelijkheden van de raad met betrekking tot de
                    nadere bepaling van de toleranties. Ze moeten al bij de aanbesteding van de
                    accountantscontrole worden bepaald en zodoende worden opgenomen in het programma
                    van eisen. Een aanscherping van de eisen door de raad zal in veel gevallen
                    leiden tot een hogere prijsstelling door de accountant(s). Daarnaast zijn onder
                    dit lid aanvullende zaken opgenomen over eisen die de raad kan stellen aan de
                    werkzaamheden van de accountant, zoals aanvullende inrichtingseisen voor het
                    verslag van bevindingen en aanvullende extra rapportages en controles.</al><al>Mogelijk zal de raad de onderdelen van de jaarrekening, de onderdelen van
                    deelverantwoordingen en gemeentelijke organisatieonderdelen jaar op jaar willen
                    vaststellen. Dit daar de raad dan rekening kan houden met gewijzigde politieke
                    omstandigheden. Hierin voorziet het vierde lid van artikel 2. Het is raadzaam om
                    ook hierover bepalingen in het programma van eisen bij de aanbesteding en
                    opdrachtverlening op te nemen.</al><al>Bij veel grote gemeenten zal het bedrag dat is gemoeid met de
                    accountantscontrole van de jaarrekening zo hoog zijn, dat de accountantscontrole
                    Europees moet worden aanbesteed. Dit hangt natuurlijk ook af van de
                    contractsduur, die met de accountant wordt aangegaan. Bij een langere
                    contractsduur zal de prijs van het contract eveneens hoger zijn. Bij Europese
                    aanbesteding zijn het de selectiecriteria en de bijbehorende wegingsfactoren,
                    die uiteindelijk de selectie van de accountant voor de controle van jaarrekening
                    bepalen. De raad is het bestuursorgaan, dat de accountant aanwijst en dat dus de
                    selectiecriteria en de bijbehorende wegingsfactoren moet vaststellen. Dit wordt
                    geregeld in het vijfde lid van artikel 2.</al><tussenkop>Artikel 3. Informatieverstrekking door college</tussenkop><al>In de nieuwe gedualiseerde verhoudingen is het college verantwoordelijk voor de
                    samenstelling van de jaarrekening en het jaarverslag. Ten opzichte van de raad
                    is het college ook verantwoordelijk voor de samenstelling van eventuele door de
                    raad geëiste deelverantwoordingen. Artikel 3 van de verordening regelt de
                    verplichtingen van het college voor de verstrekking van de achterliggende
                    informatie aan de accountant.</al><al>Voor de controle van de jaarrekening doet de accountant onderzoek naar de
                    achterliggende bescheiden. Het tweede lid draagt aan het college op deze
                    achterliggende bescheiden goed toegankelijk ter inzage aan de accountant
                    beschikbaar te stellen.</al><al>Het derde lid is een optioneel lid. Het verplicht het college een verklaring af
                    te geven aan de accountant, waarin het college verklaart geen informatie die van
                    belang is voor de beoordeling van de jaarrekening, te hebben achtergehouden. De
                    verklaring wordt ook wel een LOR (Letter Of Representation) genoemd. Hoewel het
                    een algemeen gebruik is, is het geen wettelijke verplichting, dat het college
                    een dergelijke verklaring verstrekt.</al><al>In het vierde lid wordt een uiterlijke datum aan het college gesteld voor de
                    overlegging van de gecontroleerde jaarrekening aan de raad. De jaarrekening moet
                    namelijk binnen twee weken na vaststelling, maar in elk geval voor 15 juli
                    worden toegezonden aan gedeputeerde staten (artikel 200 Gemeentewet). Voor deze
                    datum, 15 juli, moet de jaarrekening door de raad zijn behandelt en moet een
                    eventuele erop volgende indemniteitsprocedure (artikel 198 Gemeentewet) zijn
                    doorlopen en de jaarrekening wel of niet zijn vastgesteld.</al><al>De accountant verzendt de accountantsverklaring en het verslag van bevindingen
                    rechtstreeks aan de raad. Het tweede lid van artikel 197 Gemeentewet bepaalt
                    echter, dat het college bij de overlegging van de jaarrekening en het
                    jaarverslag aan de raad daarbij moet toevoegen de accountantsverklaring en het
                    verslag van bevindingen.</al><al>Het vijfde lid van het artikel gebiedt het college alle informatie die van
                    invloed is op het beeld van de jaarrekening en pas na de afgifte van de
                    accountantsverklaring, maar voor de vaststelling van de jaarrekening door de
                    raad aan het college bekend is geworden, terstond te melden aan de raad en de
                    accountant. Het sluit verrassingen tijdens de raadsbehandeling uit.</al><tussenkop>Artikel 4. Uitvoering controle</tussenkop><al>Artikel 4 van de verordening regelt de bevoegdheidsverdeling tussen de
                    accountant en het college ten aanzien van de inrichting van de
                    accountantscontrole. De accountant is leidend ten aanzien van de inrichting van
                    de accountantscontrole. Hij mag zelfs onaangekondigd controles uitvoeren. Het
                    college is hierin volgend. Wel moet er ter bevordering van een soepele
                    accountantscontrole periodiek overleg worden gevoerd tussen de accountant en de
                    verschillende vertegenwoordigers van de gemeente. Ook is uitwisseling van
                    informatie gewenst over specifieke aandachtsgebieden bij de
                    accountantscontrole.</al><tussenkop>Artikel 5. Toegang tot informatie</tussenkop><al>In het vorige artikel hebben we gezien dat de accountant leidend is voor wat
                    betreft de inrichting van de accountantscontrole. Om een goede controle uit te
                    voeren moet hij echter ook onbelemmerd onderzoek kunnen doen. Artikel 5 van de
                    verordening kent de bevoegdheid om onbelemmerd onderzoek te doen toe aan de
                    accountant. Dit natuurlijk met in achtneming van de afspraken met de raad, zoals
                    neergelegd in het programma van eisen bij de aanbesteding. Het artikel legt aan
                    het college de plicht op om er voor te zorgen, dat de accountant een
                    onbelemmerde toegang heeft tot alle burelen van de gemeente en de ambtenaren van
                    de gemeente volledig meewerken aan de accountantscontrole.</al><tussenkop>Artikel 6. Overige controles en opdrachten</tussenkop><al>Naast de controle van de jaarrekening zijn er meer werkzaamheden binnen de
                    gemeente die de inzet van een accountant (kunnen) vereisen. Zo eisen ministeries
                    voor de verantwoording over de uitvoering van de medebewindstaken door gemeenten
                    (specifieke uitkeringen) vaak een aparte accountantsverklaring. De aanwijzing
                    van de accountant voor onder andere dit soort accountantscontroles is een
                    bevoegdheid van het college. Ook kan het college besluiten om
                    advieswerkzaamheden uit te besteden aan de door de raad benoemde accountant. Het
                    betreft hier vanzelfsprekend advieswerkzaamheden die samenhangen met de
                    natuurlijke adviesfunctie van de accountant die de onafhankelijkheid van de
                    accountant niet in gevaar brengen.</al><al>Het eerste lid van artikel 6 van de verordening regelt hoe het college moet
                    omgaan met de uitbesteding van "advieswerkzaamheden" zoals de verbetering van de
                    administratieve organisatie, aan de door de raad benoemde accountant. Door deze
                    werkzaamheden te gunnen aan de door de raad benoemde accountant kan de
                    onafhankelijkheid en daarmee de integriteit van de accountant ten aanzien van
                    zijn controlewerkzaamheden voor de raad in het geding komen. Op de loer liggende
                    belangenverstrengeling tussen college en accountant kan mogelijk een weerslag
                    hebben op de kwaliteit van de controle van de jaarrekening. Hetzelfde geldt voor
                    die gevallen waarbij de accountant bij de accountantscontrole zijn eigen werk
                    moet controleren. Het lid bepaalt, dat het college voor advieswerkzaamheden,
                    zoals bijvoorbeeld op het gebied van de bestuurlijke informatieverzorging of de
                    rechtmatigheid, de door de raad benoemde accountant kan inschakelen. Indien het
                    college dit voornemen heeft, dient hij de raad hier vooraf over te informeren.
                    Dit biedt de raad de mogelijkheid om over de desbetreffende uitbesteding van
                    werkzaamheden zijn oordeel te vormen en zijn bedenkingen aan het college kenbaar
                    te maken. Overigens wordt de accountantswetgeving op het gebied van dit soort
                    advieswerkzaamheden de komende jaren aangescherpt.</al><al>Het tweede en het derde lid regelen, dat het college voor de overige
                    controlewerkzaamheden in het algemeen de door de raad benoemde accountant
                    inschakelt. Het college mag hiervan afwijken indien dit in het belang van de
                    gemeente is. De accountant die de jaarrekening controleert, is vaak beter bekend
                    met de gemeentelijke administraties. Daarbij kunnen controles van de
                    jaarrekening en controles van medebewindstaken tegelijkertijd door één
                    accountant worden uitgevoerd (single audit). Dit levert een aanzienlijke
                    besparing op. In bepaalde gevallen is inschakeling van een andere accountant
                    raadzaam en soms zelfs onoverkomelijk. De reden hiervoor kan van prijstechnische
                    aard zijn, maar ook van bijvoorbeeld organisatorische aard (zo kunnen de
                    controlewerkzaamheden gemeenschappelijke activiteiten met een andere gemeente
                    betreffen en de accountantscontrole hiervan door de accountant van de andere
                    gemeente worden uitgevoerd). De verordening regelt dat het college in deze
                    gevallen vrij is in de keuze van de accountant.</al><tussenkop>Artikel 7. Rapportering</tussenkop><al>Het derde en vierde lid van artikel 213 Gemeentewet regelt de rapportering en de
                    inhoud daarvan van de accountant aan de raad en het college. Aanvullend daarop
                    kan de raad in zijn programma van eisen bij de aanbesteding aanvullende
                    inhoudelijke eisen stellen, maar ook aanvullende rapporteringen van de
                    accountant verlangen (artikel 2, lid 3, letters c &amp; e van deze verordening).
                    Artikel 7 regelt aanvullende zaken aangaande de rapportering op grond van de
                    door de accountant uitgevoerde controles. Zaken die dan natuurlijk wel in het
                    programma van eisen bij de aanbesteding moeten worden geregeld.</al><al>Naast de uiteindelijke eindcontrole van de jaarrekening verricht de accountant
                    meestal meerdere controles. Dit kunnen door de raad in het programma van eisen
                    van de aanbesteding opgenomen tussentijdse controles (interim-controles) zijn.
                    Het eerste lid van artikel 7 regelt, dat het college in elk geval bij
                    geconstateerde afwijkingen door de accountant die leiden tot het niet afgeven
                    van een goedkeurende verklaring bij de jaarrekening, een afschrift krijgt van de
                    schriftelijke mededeling hierover aan de raad. Dit opdat het college (in overleg
                    met de raad en de accountant) mogelijk nog tijdig maatregelen tot herstel kan
                    treffen. Het tweede lid van artikel 7 regelt, dat het management een rapportage
                    krijgt van de door de accountant uitgevoerde (deel)controles. In deze rapportage
                    worden kleine afwijkingen en tekortkomingen die niet leiden tot het niet afgeven
                    van een goedkeurende verklaring en niet van bestuurlijk belang zijn, aan het
                    management meegedeeld. Het gaat hierbij om bijvoorbeeld opmerkingen over
                    (kleine) rubriceringfouten en (kleine) onvolkomenheden in de administratieve
                    organisatie, welke eenvoudig in onderling overleg met het management van de
                    gemeente kunnen worden opgelost. Het management kan op grond van de rapportage
                    actie ondernemen voor herstel van de afwijkingen en onvolkomenheden.</al><al>Voorts is in het artikel een lid opgenomen voor de procedure van hoor en
                    wederhoor. De constateringen in het verslag van bevindingen worden voorafgaand
                    aan verzending van de accountantsverklaring en het verslag van bevindingen aan
                    de raad door de accountant besproken met het college. Het geeft het college de
                    mogelijkheid kanttekeningen te plaatsen bij de constateringen in het
                    (concept-)verslag van bevindingen.</al><al>Tot slot in het vierde lid van dit artikel opgenomen, dat de accountant zijn
                    verslag van bevindingen aan de raad mondeling toelicht.</al><tussenkop>Artikel 8. Inwerkingtreding</tussenkop><al>Deze verordening treedt in de plaats van de vorige op grond van artikel 213
                    Gemeentewet (oud) opgestelde verordening. De wetgever heeft bepaald dat het
                    nieuwe artikel 213 Gemeentewet bij alle gemeenten op het verslagjaar 2004 van
                    toepassing is. De oude verordening blijft dus nog van kracht op de jaarrekening
                    van 2003. De wetgever heeft bepaald, dat de nieuwe verordening 213 Gemeentewet
                    samen met de nieuwe verordening 212 Gemeentewet voor 15 november 2003 moet zijn
                    vastgesteld. De nieuwe verordening 213 Gemeentewet moet binnen twee weken na
                    vaststelling door het college naar gedeputeerde staten worden verzonden (artikel
                    214 Gemeentewet).</al><tussenkop>Artikel 9. Intrekking oude verordening</tussenkop><al>Dit artikel regelt het intrekken van de oude verordening.</al><tussenkop>Artikel 10. Citeertitel</tussenkop><al>In dit artikel wordt de naam gegeven waarmee in gemeentelijke stukken naar deze
                    verordening kan worden verwezen.</al><tussenkop>Vaststelling</tussenkop><al>Uitgaande stukken van de raad moeten door de burgemeester worden ondertekend
                    (eerste lid artikel 75 Gemeentewet). De griffier moet de uitgaande stukken van
                    de raad medeondertekenen (artikel 107c Gemeentewet).</al><al>Binnen twee weken na vaststelling door de raad moet het college de verordening
                    aan gedeputeerde staten zenden (artikel 214 Gemeentewet). Gedeputeerde staten
                    kunnen te allen tijde een onderzoek instellen naar het beheer en de inrichting
                    van de financiële organisatie en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet
                    (artikel 215 Gemeentewet).</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>