<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR406750_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Financiële verordening 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Asten</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-07-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Asten</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-66959.html">Gemeenteblad 2016, 66959</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële verordening 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0014606">Artikel 19 lid e BBV</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-04-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2016/2385</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>financiën en economie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>toelichting</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Financiële verordening 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Asten;</al><al/><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 1
                        maart 2016; </al><al/><al>gehoord het advies van de Commissie Algemene Zaken en Control van 31 maart
                        2016;</al><al/><al>besluit:</al><al/><al>vast te stellen de Financiële verordening 2016 en de bijbehorende
                        Toelichting.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Begroting en verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Programma en paragrafen indeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt de programma-indeling vast en beoordeelt tenminste
                                iedere raadsperiode of de programma-indeling nog voldoet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad stelt vast of hij naast de verplichte paragrafen conform BBV
                                nog extra paragrafen opgenomen wil zien en over welke
                                onderwerpen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Inrichting begroting en jaarstukken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad stelt per programma de doelstellingen vast. </al><al>Per doelstelling worden het doel (Wat willen we bereiken?), de
                            activiteiten (Wat doen we hiervoor?), de randvoorwaarden (Wat zijn de
                            randvoorwaarden?), de prestatie-indicatoren (Wanneer zijn we tevreden?),
                            de verantwoordelijken (Wie is verantwoordelijk?) en de baten en lasten
                            (Wat mag het kosten?) in beeld gebracht.</al></li><li nr="2."><al>De paragrafen lokale heffingen, weerstandsvermogen en
                                    risicobeheersing, bedrijfsvoering, grondbeleid, onderhoud
                                    kapitaal goederen, financiering en verbonden partijen worden
                                    conform de eisen in het BBV (artikel 9 t/m 16 BBV) opgenomen.
                                </al></li><li nr="3."><al>Het overzicht baten en lasten en toelichting wordt opgesteld
                                    conform de eisen in het BBV (artikel 17 t/m 19 BBV). </al></li><li nr="4."><al>De financiële positie wordt opgenomen conform de eisen in het
                                    BBV (artikel 20 en 21 BBV). </al></li><li nr="5."><al>De raad stelt de begroting uiterlijk 13 november voor aanvang
                                    van het begrotingsjaar vast. De jaarstukken worden uiterlijk 13
                                    juli vastgesteld door de raad.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Voorjaarsnota</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt jaarlijks een voorjaarsnota aan. Hierin wordt een
                                actueel beeld geschetst van de (financiële) consequenties van het
                                beleid voor de komende 4 jaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De resultaten van de meicirculaire worden in de voorjaarsnota
                                meegenomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad behandelt de voorjaarsnota uiterlijk op 13 juli.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Er wordt een post onvoorzien opgenomen van 0,15% van de omzet voor
                                incidentele uitgaven en van 0,15% van de omzet voor structurele
                                uitgaven.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De algemene reserve (vrij aanwendbaar) bedraagt 5% van de omzet
                                (totaal baten). </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het prijsindexcijfer voor het komende begrotingsjaar wordt
                                opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Overige uitgangspunten kunnen worden opgenomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Autorisatie begroting en investeringskredieten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de
                                    baten en de lasten. </al></li><li nr="2."><al>Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe
                                    investeringen zij op een later tijdstip een apart voorstel voor
                                    autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De
                                    overige nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling
                                    met het vaststellen van de financiële positie
                                    geautoriseerd.</al></li><li nr="3."><al>Het college informeert de raad vooraf als ze verwacht dat het
                                    beleid en de uitgaven beïnvloedbaar zijn door de raad. En in het
                                    lopende jaar: </al><lijst><li nr="-"><al>indien de werkelijke lasten de geautoriseerde lasten
                                            dreigen te overschrijden met 10% of meer van het begrote
                                            bedrag per taakveld. Met een minimaal
                                            overschrijdingsbedrag van € 10.000,=.</al></li><li nr="-"><al>indien de werkelijke baten de geautoriseerde baten
                                            dreigen te onderschrijden met 10% of meer van het
                                            begrote bedrag per taakveld. Met een minimaal
                                            overschrijdingsbedrag van € 10.000,=.</al></li><li nr="-"><al>indien of de investeringsuitgaven de geautoriseerde
                                            investeringskredieten dreigen te overschrijden met 10%
                                            of meer van het begrote bedrag per taakveld. Met een
                                            minimaal overschrijdingsbedrag van € 10.000,=.</al></li></lijst><al>Het college doet een voorstel waarbij de raad beslist of hij een
                                    wijziging van het budget wil of een bijstelling van het beleid. </al></li><li nr="4."><al>Voor een nieuwe beïnvloedbare investering van € 25.000,= of meer
                                    waarvan het budget of het investeringskrediet niet met het
                                    vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college
                                    voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een voorstel aan
                                    de raad voor. </al></li><li nr="5."><al>Bij investeringskredieten wordt na afronding van het project een
                                    toelichting gegeven bij de verantwoording in de jaarrekening (
                                    Wat heeft het gekost? ). Wanneer het oorspronkelijk begrote
                                    bedrag gedurende het project is bijgesteld, wordt de opbouw van
                                    het begrote bedrag toegelicht (begrotingwijzigingen). Ook wordt
                                    in grote lijnen aangegeven aan welke categorieën het geld is
                                    uitgegeven en op welke categorieën afwijkingen zijn
                                    ontstaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Tussentijdse rapportage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college informeert de raad door middel van tussentijdse
                                rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente over
                                de eerste 4 maanden en de eerste 8 maanden van het lopende
                                boekjaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De tussentijdse rapportages geven een overzicht van de afwijkingen
                                in de beleidsdoelstellingen (programma’s) en afwijkingen in baten en
                                lasten van minimaal € 5.000,= per taakveld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De tussentijdse rapportages bevatten daarnaast de volgende
                                overzichten:</al><lijst><li nr="a."><al>overzicht van de posten onvoorzien incidenteel en
                                        structureel / prognose resultaat jaarrekening.</al></li><li nr="b."><al>overzicht van de reserve eenmalige bestedingen en de
                                        algemene reserves.</al></li><li nr="c."><al>een actualisatie van de resultaten van het
                                        grondbedrijf.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Nota’s / verordeningen</titel></kop><al>Het college biedt de raad de volgende nota’s aan:</al><lijst><li nr="-"><al>nota grondbeleid</al></li><li nr="-"><al>nota riolering / rioleringsplan</al></li><li nr="-"><al>treasurystatuut</al></li><li nr="-"><al>nota verbonden partijen</al></li></lijst><al>En zorgt er voor dat deze actueel blijven (minimaal 1 keer per 4 jaar
                            actualiseren) o.a. op basis van de notities van de commissie BBV.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>EMU-saldo</titel></kop><al>Het college informeert de raad aan de hand van de begroting en
                            jaarstukken over het verloop van het EMU saldo conform artikel 19 lid e
                            BBV en doet indien nodig voorstellen tot aanpassing van de begroting.
                        </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Financieel beleid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr></kop><al><vet>Waardering en afschrijving vaste
                            activa</vet></al><al>In aanvulling op de artikelen 59 tot en met 65 BBV worden/wordt: </al><lijst><li nr="1."><al>Materiële vaste activa van minder dan € 10.000,= niet
                                    geactiveerd, maar eenmalig ten laste van de exploitatie
                                    gebracht.</al></li><li nr="2."><al>Materiële vaste activa afgeschreven volgens de
                                    annuïteitenmethodiek en de termijnen zoals vermeld in de bijlage
                                    1: Afschrijvingstabel activa. </al></li><li nr="3."><al>Uitgegaan van een restwaarde van € 0,=.</al></li><li nr="4."><al>De rekenrente voor de kapitaallasten van nieuwe investeringen
                                    bepaald aan de hand van de uitgangspunten in de begroting. Bij
                                    geldleningen wordt de werkelijke rente toegepast. </al></li><li nr="5."><al>De afschrijvingstermijn gestart in het jaar na de oplevering of
                                    ingebruikname van het actief.</al></li><li nr="6."><al>Kosten voor het afsluiten van geldleningen direct ten laste van
                                    de exploitatie gebracht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Voorziening voor oninbare vorderingen/dubieuze debiteuren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de vorderingen op verbonden partijen en derden wordt een
                                voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een individuele
                                beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vorderingen ouder dan 1 jaar worden voor 100% opgenomen in de
                                voorziening dubieuze debiteuren. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als blijkt dat de vordering vermoedelijk oninbaar is, wordt de
                                vordering die korter dan 1 jaar openstaat voor 25% opgenomen in de
                                voorziening dubieuze debiteuren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Reserves en voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het vormen, wijzigen en opheffen van reserves is een bevoegdheid van
                                de raad.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorzieningen hebben een verplichtend karakter en harde kaders. Deze
                                moeten verplicht gevormd worden (artikel 44 BBV).</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voorzieningen worden jaarlijks geactualiseerd op basis van de
                                actuele plannen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de reserves zijn de volgende functies te onderscheiden </al><lijst><li nr="-"><al>Bestedingsfunctie: reserves die in het leven zijn geroepen
                                        voor een bepaald doel, hebben een bestedingsfunctie.</al></li><li nr="-"><al>Bufferfunctie: er wordt een “spaarpot” gecreëerd om
                                        bestaande en toekomstige risico’s op te kunnen vangen.</al></li><li nr="-"><al>Inkomensfunctie: er is sprake van een inkomensfunctie indien
                                        de rente-opbrengsten van de reserves worden aangewend als
                                        dekkingsmiddel voor de exploitatielasten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve voor
                                een investeringsvoornemen wordt minimaal aangegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>het specifieke doel van de reserve;</al></li><li nr="b."><al>de voeding van de reserve;</al></li><li nr="c."><al>de maximale hoogte van de reserve;</al></li><li nr="d."><al>de maximale looptijd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen binnen
                                de aangegeven maximale looptijd niet heeft geleid tot een
                                investering, valt de bestemmingsreserve vrij en wordt deze aan de
                                algemene reserve toegevoegd. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Voorzieningen hebben alleen een bufferfunctie.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Rentetoerekening reserves:</al><lijst><li nr="-"><al>Bestedingsfunctie: inflatierente, tenzij de reserve ter
                                        dekking van de kapitaallasten is gevormd (rekenrente) of
                                        geen duidelijk doel is geformuleerd (geen rente). </al></li><li nr="-"><al>Bufferfunctie: rekenrente</al></li><li nr="-"><al>Inkomensfunctie: rekenrente</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Aan voorzieningen wordt in principe geen rente toegevoegd.
                                Uitzondering hierop vormt de dekkingsvoorziening riolering, hierop
                                wordt conform het vastgestelde rioleringsplan wel rente
                                bijgeschreven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Kostprijsberekening</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van goederen, werken
                                    en diensten van de gemeente<cursief>,</cursief> die worden
                                    geleverd aan overheidsbedrijven en derden, wordt een systeem van
                                    kostentoerekening gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden
                                    naast de directe kosten de indirecte kosten betrokken, die
                                    rechtstreeks samenhangen met de door de gemeente verleende
                                    diensten.</al></li><li nr="2."><al>Bij de kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen
                                    van voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de
                                    betrokken activa, de kapitaallasten van de in gebruik zijnde
                                    activa en voor rioolheffing en afvalstoffenheffing de
                                    compensabele belasting over de toegevoegde waarde (BTW),
                                    eventuele andere belastingen en de kosten van het
                                    kwijtscheldingsbeleid.</al></li><li nr="3."><al>Voor de inzet van materiële activa worden naast directe kosten,
                                    indirecte kosten en afschrijvingskosten, de rente voor de
                                    financiering van het actief toegerekend. Deze rente is een
                                    vergoeding voor de inzet van vreemd vermogen en van eigen
                                    vermogen. De rentepercentages voor deze vergoeding worden bij de
                                    behandeling van de begroting vastgesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Prijzen economische activiteiten</titel></kop><al>Het college past bij economische activiteiten de gedragsregels volgend
                            uit de Wet Markt en Overheid toe. De raad neemt indien nodig een besluit
                            als er uit oogpunt van publiek belang wordt afgeweken van de
                            gedragsregels.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en
                                prijzen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van
                                de gemeentelijke tarieven voor de belastingen, de rioolheffingen, de
                                afvalstoffenheffing,marktgelden, leges en
                                lijkbezorgingsrechten. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college doet de raad jaarlijks in de begroting bij de paragraaf
                                lokale heffingen een voorstel voor de hoogte van de huren en
                                erfpachten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij tussentijdse wijzigingen van belastingen, rechten, heffingen en
                                prijzen wordt vooraf een besluit genomen door de raad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Financieringsfunctie</titel></kop><al>De regels ter uitvoering van de financieringsfunctie alsmede regels voor
                            taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de bijbehorende
                            informatievoorziening worden vastgelegd in een treasurystatuut. De raad
                            stelt het treasurystatuut vast. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Financiële organisatie en financieel beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Administratie</titel></kop><al>De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder geval
                            dienstbaar is voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de
                                    gemeente als geheel en in de clusters;</al></li><li nr="b."><al>het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang
                                    van de vaste activa, voorraden, vorderingen, schulden,
                                    contracten, enz.;</al></li><li nr="c."><al>het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende
                                    budgetten en investeringskredieten en voor het maken van
                                    kostencalculaties;</al></li><li nr="d."><al>het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking
                                    tot de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de
                                    maatschappelijke effecten van het gemeentelijke beleid;</al></li><li nr="e."><al>het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de
                                    doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in
                                    relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante
                                    wet- en regelgeving; en</al></li><li nr="f."><al>de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van
                                    de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de controle op de
                                    rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het
                                    gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de
                                    begroting en relevante wet- en regelgeving.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><al>Het college draagt zorgt voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een
                                    eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de clusters;
                                </al></li><li nr="b."><al>een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,
                                    verantwoordelijkheden; </al></li><li nr="c."><al>de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                                    verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
                                    investeringskredieten; </al></li><li nr="d."><al>de interne regels voor taken en bevoegdheden, de
                                    verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening
                                    van de financieringsfunctie; </al></li><li nr="e."><al>de te maken afspraken met de clusters over de te leveren
                                    prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en
                                    frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten
                                    en uitputting van middelen; </al></li><li nr="f."><al>de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van de
                                    lasten en baten aan de producten van de productenraming en de
                                    productenrealisatie;</al></li><li nr="g."><al>het beleid en de interne regels voor de inkoop en de
                                    aanbesteding van goederen, werken en diensten; </al></li><li nr="h."><al>het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de
                                    toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen;
                                    en</al></li><li nr="i."><al>het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik
                                    en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en
                                    eigendommen, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en
                                    verantwoording wordt voldaan. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Interne controle</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de
                                jaarrekening, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder a van de
                                Gemeentewet, en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de
                                balansmutaties, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder b van de
                                Gemeentewet, voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid
                                van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de
                                beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college maatregelen
                                tot herstel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De interne controle gebeurt op basis van een door het college
                                vastgesteld intern controle plan. In het intern controle plan is de
                                systematische controle vastgelegd en afgestemd met de accountant.
                            </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Intrekken oude verordening en overgangsrecht</titel></kop><al>De Financiële verordening gemeente Asten 2014 (inclusief de nota vaste
                            activa 2010 en nota reserves en voorzieningen 2010) worden ingetrokken,
                            met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de jaarrekening en
                            het jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar
                            voorafgaand aan het jaar waarin deze verordening in werking treedt en op
                            de begroting, jaarrekening en jaarverslag en bijbehorende stukken van
                            het begrotingsjaar dat samenvalt met het jaar waarin deze verordening in
                            werking treedt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr></kop><al><vet>Inwerkingtreding en citeertitel</vet></al><al>1.Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2016. Deze verordening
                            wordt aangehaald als: Financiële verordening gemeente Asten 2016.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                            Asten van 19 april 2016.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>griffier, </ondertekening><ondertekening>mr. M.B.W. van Erp-Sonnemans </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>voorzitter,</ondertekening><ondertekening>mr. H.G. Vos</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>BIJLAGE</label><nr>1:</nr><titel>Afschrijvingstabel activa (art. 8)</titel></kop><al>De in de tabel opgesomde afschrijvingstermijn zijn maximale termijnen. Een
                    kortere afschrijvingstermijn is mogelijk in verband met werkelijke economische
                    of technische levensduur. </al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="5*"/><colspec colname="col2" colwidth="75*"/><colspec colname="col3" colwidth="21*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>Omschrijving</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>afschrijving</vet></al><al><vet>Maximaal</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>1</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Immateriële vaste activa </vet></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Immateriële vaste activa (in principe niet activeren)</al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Kosten onderzoek en ontwikkeling</al></entry><entry colname="col3"><al>Looptijd vast actief</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Kosten sluiten van geldleningen</al></entry><entry colname="col3"><al>Looptijd </al><al>lening</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>2</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Materiële vaste activa </vet></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>a.</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al><cursief>Gronden en terreinen</cursief></al></entry><entry colname="col3"><al>Geen </al><al>afschrijving</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>b. </cursief></al></entry><entry colname="col2"><al><cursief>Woonruimten</cursief></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Nieuwbouw </al></entry><entry colname="col3"><al>40</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Aanbouw 25 jaar (of langer afhankelijk van
                                        hoofdbestanddeel)</al></entry><entry colname="col3"><al>25</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Renovatie en restauratie</al></entry><entry colname="col3"><al>25</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Aankoop bestaande gebouwen</al></entry><entry colname="col3"><al>Variabel</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Semi-permanente gebouwen</al></entry><entry colname="col3"><al>15</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>c. </cursief></al></entry><entry colname="col2"><al><cursief>Bedrijfsgebouwen</cursief></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Nieuwbouw </al></entry><entry colname="col3"><al>40</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Aanbouw 25 jaar (of langer afhankelijk van
                                        hoofdbestanddeel)</al></entry><entry colname="col3"><al>25</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Renovatie en restauratie</al></entry><entry colname="col3"><al>25</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Aankoop bestaande gebouwen</al></entry><entry colname="col3"><al>Variabel</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Semi-permanente gebouwen</al></entry><entry colname="col3"><al>15</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>d.</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al><cursief>Grond – weg- en waterbouwkundige
                                        werken</cursief></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Vrijvervalriolering</al></entry><entry colname="col3"><al>50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Persleidingen, drukriolering</al></entry><entry colname="col3"><al>40</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Rioolgemalen, drukrioolgemalen, randvoorzieningen</al></entry><entry colname="col3"><al>30</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Drainage leidingen</al></entry><entry colname="col3"><al>25</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Riool werktuigbouwkundige en elektromechanische
                                        onderdelen</al></entry><entry colname="col3"><al>15</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Aanleg / reconstructie wegen, fiets- en voetpaden,
                                        parkeervoorzieningen</al></entry><entry colname="col3"><al>50</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Aanleg / reconstructie plantsoenen, parken,
                                        speelterreinen</al></entry><entry colname="col3"><al>20</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Speeltoestellen</al></entry><entry colname="col3"><al>15</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Sportvelden</al></entry><entry colname="col3"><al>25</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Kunstgrasveld toplaag</al></entry><entry colname="col3"><al>15</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Kunstgrasveld onderlaag</al></entry><entry colname="col3"><al>30</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>e.</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al><cursief>Vervoermiddelen</cursief></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Vervoermiddelen; vrachtauto, personenauto, bestelauto,
                                        tractor</al></entry><entry colname="col3"><al>8</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Aanhangwagens</al></entry><entry colname="col3"><al>10</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>f.</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al><cursief>Machines, apparaten en installaties</cursief></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Aanleg / vervanging openbare verlichting </al></entry><entry colname="col3"><al>20 </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Machines, apparatuur, technische installaties</al></entry><entry colname="col3"><al>15</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>g.</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al><cursief>Overige materiële vaste activa</cursief></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Sporttoestellen en sportmaterialen </al></entry><entry colname="col3"><al>10</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Inrichting gebouw, onder andere meubilair, inventaris
                                        etc.</al></entry><entry colname="col3"><al>10</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Overige materiële vaste activa</al></entry><entry colname="col3"><al>10</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Hard- en software</al></entry><entry colname="col3"><al>5</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>4</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Financiële vaste activa</vet></al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Financiële vaste activa</al></entry><entry colname="col3"><al>variabel</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Bijdrage in activa van derden</al></entry><entry colname="col3"><al>Afhankelijk van actief</al></entry></row></tbody></tgroup></table></bijlage><bijlage><kop><label>BIJLAGE</label><nr>2:</nr><titel>Toelichting op de artikelen en begrippenlijst</titel></kop><tussenkop>Artikel 1. Programma- en paragrafen-indeling</tussenkop><al>Dit artikel bevat bepalingen over de inrichting van de begroting en de
                    jaarstukken. De indeling van de programma’s wordt door de raad vastgesteld. </al><al>Het BBV schrijft een aantal verplichte paragrafen voor. In een paragraaf wordt
                    de raad integraal over een bepaald thema dat dwars door de begroting loopt,
                    geïnformeerd. De raad bepaalt welke paragrafen hij nog meer wenst. Hierbij kan
                    bijvoorbeeld gedacht worden aan een paragraaf subsidies of een paragraaf
                    duurzaamheid.</al><tussenkop>Artikel 2. Inrichting begroting en jaarstukken</tussenkop><al>In artikel 7 van het BBV is met betrekking tot de inrichting van de begroting
                    het volgende opgenomen:</al><lijst><li nr="1."><al>De begroting bestaat ten minste uit:</al><lijst><li nr="a."><al>de beleidsbegroting;</al></li><li nr="b."><al>de financiële begroting.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De beleidsbegroting bestaat ten minste uit:</al><lijst><li nr="a."><al>het programmaplan;</al></li><li nr="b."><al>de paragrafen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De financiële begroting bestaat ten minste uit:</al><lijst><li nr="a."><al>het overzicht van baten en lasten en de toelichting;</al></li><li nr="b."><al>de uiteenzetting van de financiële positie en de
                                    toelichting.</al></li></lijst></li></lijst><al>Aanvullend is in artikel 8 van het BBV het volgende opgenomen:</al><lijst><li nr="1."><al>Het programmaplan bevat de te realiseren programma's, het overzicht van
                            algemene dekkingsmiddelen en het bedrag voor onvoorzien.</al></li><li nr="2."><al>Een programma is een samenhangend geheel van activiteiten.</al></li><li nr="3."><al>Het programmaplan bevat per programma:</al><lijst><li nr="a."><al>de doelstelling, in het bijzonder de beoogde maatschappelijke
                                    effecten;</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop ernaar gestreefd zal worden die effecten te
                                    bereiken;</al></li><li nr="c."><al>de raming van baten en lasten.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>De provincie onderscheidenlijk gemeente kan de baten en lasten per
                            programma verdelen in de onderdelen baten en lasten voor prioriteiten en
                            voor overig.</al></li><li nr="5."><al>Het overzicht algemene dekkingsmiddelen bevat ten minste:</al><lijst><li nr="a."><al>lokale heffingen, waarvan de besteding niet gebonden is;</al></li><li nr="b."><al>algemene uitkeringen;</al></li><li nr="c."><al>dividend;</al></li><li nr="d."><al>saldo van de financieringsfunctie;</al></li><li nr="e."><al>overige algemene dekkingsmiddelen.</al></li></lijst></li><li nr="6."><al>Het bedrag voor onvoorzien wordt geraamd voor de begroting in zijn
                            geheel of per programma.</al></li></lijst><al>In artikel 24 van het BBV is met betrekking tot de inrichting van de jaarstukken
                    het volgende opgenomen:</al><lijst><li nr=""><al>1.De jaarstukken bestaan ten minste uit:</al></li><li nr="a."><al>het jaarverslag;</al></li><li nr="b."><al>de jaarrekening.</al><al>2.Het jaarverslag bestaat ten minste uit:</al></li><li nr="a."><al>de programmaverantwoording;</al></li><li nr="b."><al>de paragrafen.</al><al>3.De jaarrekening bestaat uit:</al></li><li nr="a."><al>het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening en de
                            toelichting;</al></li><li nr="b."><al>de balans en de toelichting;</al></li><li nr="c."><al>de bijlage met de verantwoordingsinformatie over specifieke
                            uitkeringen.</al></li></lijst><al>Aanvullend is in artikel 25 van het BBV het volgende opgenomen:</al><lijst><li nr="1."><al>De programmaverantwoording bestaat ten minste uit de verantwoording over
                            de realisatie van de programma's en het overzicht van algemene
                            dekkingsmiddelen. Daarnaast wordt inzicht gegeven in het gebruik van het
                            geraamde bedrag voor onvoorzien.</al></li><li nr="2."><al>De programmaverantwoording biedt per programma inzicht in:</al><lijst><li nr="a."><al>de mate waarin de doelstellingen zijn gerealiseerd;</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop getracht is de beoogde maatschappelijke effecten
                                    te bereiken;</al></li><li nr="c."><al>de gerealiseerde baten en lasten.</al></li></lijst></li></lijst><al>In lid 1 van dit artikel in de financiële verordening zijn aanvullend op het BBV
                    bepalingen opgenomen voor de inrichting van de begroting en jaarstukken. In de
                    gemeente Asten wordt per doelstelling meer informatie gegeven en worden er 6
                    W-vragen beantwoord (in plaats van 3 zoals vermeld in de BBV).</al><al>Verder worden de paragrafen (zie toelichting bij artikelen 16 t/m 22), het
                    overzicht van baten en lasten en toelichting en de financiële positie conform
                    BBV opgenomen. </al><tussenkop>Paragrafen</tussenkop><al>Het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten geeft in de
                    artikelen 16 tot en met 21 aan wat er in de paragrafen lokale heffingen,
                    weerstandsvermogen en risicobeheersing, onderhoud kapitaalgoederen,
                    financiering, bedrijfsvoering, verbonden partijen en grondbeleid ten minste moet
                    staan. In de financiële verordening kan de raad bepalen dat hij ook over
                    aanvullende zaken in de paragrafen wil worden geïnformeerd<cursief>.
                    </cursief></al><tussenkop>Lokale heffingen</tussenkop><al>In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten staat in
                    artikel 10 dat de paragraaf lokale heffingen in elk geval de volgende informatie
                    moet bevatten:</al><lijst><li nr="a."><al>de geraamde inkomsten;</al></li><li nr="b."><al>het beleid ten aanzien van de lokale heffingen;</al></li><li nr="c."><al>een overzicht op hoofdlijnen van de diverse heffingen;</al></li><li nr="d."><al>een aanduiding van de lokale lastendruk;</al></li><li nr="e."><al>een beschrijving van het kwijtscheldingsbeleid.</al></li></lijst><al>Het kan zijn dat de raad aanvullende wensen heeft voor de informatie in deze
                    paragraaf. In de financiële verordening van de gemeente Asten is geen
                    aanvullende informatie opgenomen. </al><tussenkop>Financiering</tussenkop><al>In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten staat in
                    artikel 13 dat de paragraaf financiering in elk geval de beleidsvoornemens ten
                    aanzien van het risicobeheer van de financieringsportefeuille moet bevatten. </al><al>Het kan zijn dat de raad aanvullende wensen heeft voor de informatie in deze
                    paragraaf.</al><al>In de financiële verordening van de gemeente Asten is geen aanvullende
                    informatie opgenomen.</al><tussenkop>Weerstandsvermogen en risicobeheersing</tussenkop><al>In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten staat in
                    artikel 11 dat de paragraaf weerstandsvermogen in elk geval de volgende
                    informatie moet bevatten. </al><lijst><li nr="1."><al>Het weerstandsvermogen bestaat uit de relatie tussen: </al><lijst><li nr="a."><al>de weerstandscapaciteit, zijnde de middelen en mogelijkheden
                                    waarover de provincie onderscheidenlijk gemeente beschikt of kan
                                    beschikken om niet begrote kosten te dekken;</al></li><li nr="b."><al>alle risico's waarvoor geen maatregelen zijn getroffen en die
                                    van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot de financiële
                                    positie.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De paragraaf betreffende het weerstandsvermogen en risicobeheersing
                            bevat ten minste: </al><lijst><li nr="a."><al>een inventarisatie van de weerstandscapaciteit;</al></li><li nr="b."><al>een inventarisatie van de risico's;</al></li><li nr="c."><al>het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico's;</al></li><li nr="d."><al>een kengetal voor de:</al><lijst><li nr="·"><al>1a°. netto schuldquote;</al></li><li nr="·"><al>1b°. netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte
                                            leningen;</al></li><li nr="·"><al>2°. solvabiliteitsratio;</al></li><li nr="·"><al>3°. grondexploitatie;</al></li><li nr="·"><al>4°. structurele exploitatieruimte; en</al></li><li nr="·"><al>5°. belastingcapaciteit. </al></li></lijst></li><li nr="e."><al>een beoordeling van de onderlinge verhouding tussen de
                                    kengetallen in relatie tot de financiële positie.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de wijze
                            waarop de kengetallen, genoemd in het tweede lid, onderdeel d, door
                            provincies en gemeenten worden vastgesteld en in de begroting en het
                            jaarverslag worden opgenomen.</al></li></lijst><al>Het kan zijn dat de raad aanvullende wensen heeft. In de financiële verordening
                    van de gemeente Asten is geen aanvullende informatie opgenomen.</al><tussenkop>Onderhoud kapitaalgoederen</tussenkop><al>In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten staat in
                    artikel 12 welke informatie de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen in elk geval
                    moet bevatten. </al><lijst><li nr="1."><al>De paragraaf betreffende het onderhoud van kapitaalgoederen bevat ten
                            minste de volgende kapitaalgoederen:</al></li><li nr="a."><al>wegen;</al></li><li nr="b."><al>riolering;</al></li><li nr="c."><al>water;</al></li><li nr="d."><al>groen;</al></li><li nr="e."><al>gebouwen.</al></li><li nr="2."><al>Van de kapitaalgoederen, bedoeld in het eerste lid, wordt
                            aangegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>het beleidskader;</al></li><li nr="b."><al>de uit het beleidskader voortvloeiende financiële
                                    consequenties;</al></li><li nr="c."><al>de vertaling van de financiële consequenties in de
                                    begroting.</al></li></lijst></li></lijst><al>Het kan zijn dat de raad aanvullende wensen heeft voor de informatie in deze
                    paragraaf. In de financiële verordening van de gemeente Asten is geen
                    aanvullende informatie opgenomen.</al><tussenkop>Bedrijfsvoering</tussenkop><al>In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten staat in
                    artikel 14 dat de paragraaf bedrijfsvoering ten minste inzicht geeft in de stand
                    van zaken en de beleidsvoornemens ten aanzien van de bedrijfsvoering.</al><al>Het kan zijn dat de raad aanvullende wensen heeft voor de informatie in deze
                    paragraaf. In de financiële verordening van de gemeente Asten is geen
                    aanvullende informatie opgenomen.</al><tussenkop>Verbonden partijen</tussenkop><al>In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten staat in
                    artikel 15 welke informatie de paragraaf verbonden partijen in elk geval moet
                    bevatten. </al><lijst><li nr="1."><al>De paragraaf betreffende de verbonden partijen bevat ten minste:</al><lijst><li nr="a."><al>de visie op verbonden partijen in relatie tot de realisatie van
                                    de doelstellingen die zijn opgenomen in de begroting;</al></li><li nr="b."><al>de beleidsvoornemens omtrent verbonden partijen;</al></li><li nr="c."><al>de lijst van verbonden partijen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In de lijst van verbonden partijen wordt ten minste de volgende
                            informatie opgenomen:</al><lijst><li nr="a."><al>de naam en de vestigingsplaats;</al></li><li nr="b."><al>het openbaar belang dat op deze wijze behartigd wordt;</al></li><li nr="c."><al>het belang dat de provincie onderscheidenlijk de gemeente in de
                                    verbonden partij heeft aan het begin en de verwachte omvang aan
                                    het einde van het begrotingsjaar;</al></li><li nr="d."><al>de verwachte omvang van het eigen vermogen en het vreemd
                                    vermogen van de verbonden partij aan het begin en aan het einde
                                    van het begrotingsjaar;</al></li><li nr="e."><al>de verwachte omvang van het financiële resultaat van de
                                    verbonden partij in het begrotingsjaar.</al></li></lijst></li></lijst><al>Het kan zijn dat de raad aanvullende wensen heeft voor de informatie in deze
                    paragraaf. In de financiële verordening van de gemeente Asten is geen
                    aanvullende informatie opgenomen.</al><tussenkop>Grondbeleid</tussenkop><al>In het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten staat in
                    artikel 16 dat de paragraaf grondbeleid in elk geval moet bevatten:</al><lijst><li nr="a."><al>een visie op het grondbeleid in relatie tot de realisatie van de
                            doelstellingen van de programma's die zijn opgenomen in de
                            begroting;</al></li><li nr="b."><al>een aanduiding van de wijze waarop de provincie onderscheidenlijk
                            gemeente het grondbeleid uitvoert;</al></li><li nr="c."><al>een actuele prognose van de te verwachten resultaten van de totale
                            grondexploitatie;</al></li><li nr="d."><al>een onderbouwing van de geraamde winstneming;</al></li><li nr="e."><al>de beleidsuitgangspunten omtrent de reserves voor grondzaken in relatie
                            tot de risico's van de grondzaken.</al></li></lijst><al>Het kan zijn dat de raad aanvullende wensen heeft voor de informatie in deze
                    paragraaf. In de financiële verordening van de gemeente Asten is geen
                    aanvullende informatie opgenomen.</al><tussenkop>Overzicht van baten en lasten en toelichting;</tussenkop><al>Het overzicht van baten en lasten in de begroting bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>per programma, of per programmaonderdeel als bedoeld in artikel 8,
                            vierde lid, de raming van de baten en lasten en het saldo;</al></li><li nr="b."><al>het overzicht van de geraamde algemene dekkingsmiddelen en het geraamde
                            bedrag voor onvoorzien;</al></li><li nr="c."><al>het geraamde totaal saldo van baten en lasten, volgend uit de onderdelen
                            a en b;</al></li><li nr="d."><al>de beoogde toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per
                            programma;</al></li><li nr="e."><al>het geraamde resultaat, volgend uit de onderdelen c en d.</al></li></lijst><al>In de besluiten tot wijziging van de begroting wordt per programma en, indien
                    aanwezig, per programmaonderdeel, de mutatie en het nieuwe geraamde bedrag
                    vastgesteld.</al><al>De toelichting op het overzicht van baten en lasten bevat ten minste:</al><lijst><li nr="a."><al>het gerealiseerde bedrag van het voorvorig begrotingsjaar, het geraamde
                            bedrag van het vorig begrotingsjaar na wijziging en het geraamde bedrag
                            van het begrotingsjaar;</al></li><li nr="b."><al>de gronden waarop de ramingen zijn gebaseerd en, in geval van
                            aanmerkelijk verschil met de raming, respectievelijk de realisatie, van
                            het vorig, respectievelijk voorvorig, begrotingsjaar de oorzaken van het
                            verschil;</al></li><li nr="c."><al>een overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma,
                            waarbij per programma ten minste de belangrijkste posten afzonderlijk
                            worden gespecificeerd en de overige posten als een totaalbedrag kunnen
                            worden opgenomen;</al></li><li nr="d."><al>een overzicht van de beoogde structurele toevoegingen en onttrekkingen
                            aan de reserves;</al></li><li nr="e."><al>de berekening van het aandeel van de gemeente, de provincie of de
                            gemeenschappelijke regeling in het EMU-saldo, over het vorig
                            begrotingsjaar, de berekening van het geraamde bedrag over het
                            begrotingsjaar en de berekening van het geraamde bedrag over het jaar
                            volgend op het begrotingsjaar.</al></li></lijst><tussenkop>Financiële positie;</tussenkop><lijst><li nr="1."><al>De uiteenzetting van de financiële positie bevat een raming voor het
                            begrotingsjaar van de financiële gevolgen van het bestaande en het
                            nieuwe beleid dat in de programma's is opgenomen.</al></li><li nr="2."><al>Afzonderlijke aandacht wordt ten minste besteed aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde
                                    verplichtingen van vergelijkbaar volume;</al></li><li nr="b."><al>de investeringen; onderscheiden in investeringen met een
                                    economisch nut en investeringen in de openbare ruimte met een
                                    maatschappelijk nut;</al></li><li nr="c."><al>de financiering;</al></li><li nr="d."><al>de stand en het gespecificeerde verloop van de reserves;</al></li><li nr="e."><al>de stand en het gespecificeerde verloop van de
                                    voorzieningen.</al></li></lijst></li></lijst><al>De toelichting op de uiteenzetting van de financiële positie bevat ten minste de
                    gronden waarop de ramingen zijn gebaseerd en de motivering daarvan en een
                    toelichting op belangrijke ontwikkelingen ten opzichte van de uiteenzetting van
                    de financiële positie van het vorig begrotingsjaar.</al><tussenkop>Artikel 3. Voorjaarsnota</tussenkop><al>Het eerste lid van het artikel bepaalt dat de gemeenteraad vooraf aan het
                    opstellen van de begroting een nota behandeld waarin de hoofdlijnen voor het
                    beleid en de financiële kaders voor de komende jaren zijn vastgelegd. De kaders
                    geven richting aan het college voor het opstellen van de begroting en de
                    meerjarenraming. </al><tussenkop>Artikel 4. Autorisatie begroting en investeringskredieten </tussenkop><al>Artikel 4 van de financiële verordening bevat nadere regels voor de autorisatie
                    van de baten en lasten in de begroting en van de investeringskredieten. Voor de
                    autorisatie van investeringskredieten is gekozen deze bij de
                    begrotingsbehandeling mee te nemen. Wel kan de raad bij de begrotingsbehandeling
                    aangegeven welke investeringskredieten hij op een later tijdstip wenst te
                    autoriseren. Zo kan de raad de autorisatie van politiek belangrijke
                    investeringen combineren met de behandeling van de inhoudelijke kant van het
                    investeringsvoorstel. Het bedrag voor een dergelijke investering blijft wel op
                    de begroting staan als voorziene uitgaaf, maar de raad autoriseert de uitgaaf
                    nog niet. Het college is nog niet bevoegd verplichtingen voor de investering aan
                    te gaan.</al><al>Het college dient dreigende overschrijdingen van geautoriseerde lasten en
                    investeringskredieten en dreigende onderschrijdingen van geautoriseerde baten
                    bij het bekend worden aan de raad te melden, zodat de raad kan besluiten of het
                    budget moet worden gewijzigd of dat het beleid moet worden bijgesteld.</al><tussenkop>Artikel 5. Tussentijdse rapportage</tussenkop><al>Een belangrijk onderdeel van de planning- en controlcyclus voor de raad zijn de
                    tussentijdserapportages. Op basis van tussentijdserapportages wordt de raad
                    geïnformeerd over de uitputting van budgetten en investeringskredieten en de
                    voortgang van de uitvoering van het beleid. </al><tussenkop>Artikel 6. Nota’s / verordeningen</tussenkop><al>In dit artikel worden de nota’s en verordeningen vermeld die het college
                    aanbiedt aan de raad en waarvoor het college zorgt draagt dat deze actueel
                    blijven.</al><tussenkop>Artikel 7. EMU-saldo</tussenkop><al>Voor gemeenten is in de Wet houdbare overheidsfinanciën (Wet hof) vastgelegd dat
                    ze aandeel hebben in plafond voor het totale EMU-tekort van Nederland. Wordt dit
                    gemeentelijk aandeel in het EMU-tekort door de gezamenlijke gemeenten
                    overschreden dan kan dat tot een correctieve maatregel van het Rijk leiden of
                    tot een boete uit Europa die naar gemeenten wordt doorvertaald. </al><tussenkop>Artikel 8. Waardering en afschrijving vaste activa</tussenkop><al>In het tweede lid, onder a, van artikel 212 Gemeentewet is opgenomen dat de
                    financiële verordening in elk geval de regels voor waardering en afschrijving
                    van activa bevat. Hieraan is in artikel 9 invulling gegeven. </al><al>In het BBV staan in de artikelen 59 t/m 65 de regels voor activeren opgenomen. </al><al>Het BBV laat een aanzienlijke beleidsvrijheid aan gemeenten voor het zelf
                    vaststellen van de eigen afschrijvingsmethodieken en afschrijvingstermijnen.
                    Natuurlijk geldt hierbij wel het criterium dat gemeenten de
                    afschrijvingsmethodiek en afschrijvingstermijn van een actief moeten afstemmen
                    op de verwachte levensduur. </al><al>Voor de voorgestelde afschrijvingstermijnen wordt verwezen naar de bijlage bij
                    de financiële verordening.</al><tussenkop>Artikel 9. Voorziening voor oninbare vorderingen / dubieuze
                    debiteuren</tussenkop><al>Voor de oninbaarheid van vorderingen moet een gemeente een voorziening vormen.
                    De accountant controleert bij zijn controle van het getrouwe beeld van de
                    jaarrekening sowieso de hoogte van deze voorziening. </al><tussenkop>Artikel 10. Reserves en voorzieningen</tussenkop><al>Voor een investeringsvoornemen kan de raad een reserve vormen. Een deel van de
                    algemene reserve wordt hiervoor afgezonderd. Hiermee wordt op de balans van de
                    gemeente tot uitdrukking gebracht dat een toekomstige investering een beslag op
                    het eigen vermogen gaat leggen. </al><al>Aan reserves en voorzieningen wordt soms rente toegerekend om de reserves en
                    voorzieningen op voldoende niveau te houden. </al><al>Bij het vaststellen van de kostendekkendheid van riolering en het rioolrecht is
                    rekening gehouden met de rentetoevoeging aan de voorziening.</al><tussenkop>Artikel 11.</tussenkop><tussenkop> Kostprijsberekening</tussenkop><al>Artikel 212 Gemeentewet bepaalt in het tweede lid, onder b, dat de verordening
                    in ieder geval bevat de grondslagen voor de berekening van de door het
                    gemeentebestuur in rekening te brengen prijzen en tarieven voor rechten en
                    heffingen. De grondslag voor de prijzen en tarieven vormt de opbouw van de
                    kostprijs van de goederen en diensten waarvoor prijzen en heffingen in rekening
                    worden gebracht. In artikel 12 van de verordening staan de kaders voor de
                    bepaling van de kostprijzen van de gemeentelijke diensten die worden geleverd
                    aan derden. </al><tussenkop>Artikel 12. Prijzen economische activiteiten</tussenkop><al>Als een gemeente goederen, diensten of werken levert aan overheidsbedrijven of
                    derden dan mag zij deze activiteiten niet bevoordelen als het economische
                    activiteiten betreft. Economische activiteiten zijn hier activiteiten waarmee de
                    gemeenten in concurrentie met ander ondernemingen treedt. Het
                    bevoordelingsverbod houdt feitelijk in dat tenminste een integrale kostprijs
                    voor de levering van goederen, diensten werken en het verstrekken van leningen
                    garanties en kapitaal in rekening moet worden gebracht.</al><al>Van deze verplichting kan worden afgeweken als de activiteiten worden ontplooid
                    in het kader van het publiek belang. Daarvoor is wel nodig dat in een
                    raadbesluit het publiek belang van de activiteit wordt gemotiveerd. Het
                    raadbesluit moet worden aangemerkt als een concretiserend besluit van algemene
                    strekking. Het besluit moet worden bekendgemaakt.</al><tussenkop>Artikel 13. Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en
                    prijzen </tussenkop><al>Het vaststellen van de tarieven voor belastingen, rechten en leges is een
                    bevoegdheid van de raad. Deze bevoegdheid kan niet worden gedelegeerd (artikel
                    156 Gemeentewet). </al><al>Vaststelling van de tarieven gebeurt bij het vaststellen van de
                    legesverordeningen.</al><tussenkop>Artikel 14. Financieringsfunctie </tussenkop><al>Artikel 212 Gemeentewet bevat de bepaling dat de raad bij verordening in elk
                    geval regels stelt voor de algemene doelstelling en de te hanteren richtlijnen
                    en limieten van de financieringsfunctie; in deze financiële verordening wordt
                    bepaald dat hiervoor een treasurystatuut wordt vastgesteld door de raad. Het
                    college handelt bij besluiten ten aanzien van het verstrekken van kapitaal,
                    leningen, waarborgen en garanties conform dit statuut.</al><tussenkop>Artikel 15. Administratie</tussenkop><al>Onder artikel 16 zijn algemene bepalingen opgenomen voor de inrichting van de
                    gemeentelijke administratie. Op hoofdlijnen wordt opgedragen welke gegevens
                    systematisch moeten worden vastgelegd en aan welke eisen deze gegevens en de
                    vastlegging er van moeten voldoen. </al><tussenkop>Artikel 16. Financiële organisatie</tussenkop><al>Artikel 17 geeft de uitgangspunten voor de financiële organisatie en draagt het
                    college op hiervoor zorg te dragen. Het college is op grond van artikel 160
                    Gemeentewet bevoegd regels te stellen over de ambtelijke organisatie. Deze
                    bevoegdheid betreft ook het stellen van regels voor de financiële organisatie,
                    blijkt uit het advies van de Raad van State en het Nader rapport uit 2003 over
                    de wijziging van artikel 212 Gemeentewet. </al><al>Artikel 17 geeft een opsomming op welke terreinen van de financiële organisatie
                    het college beleid en interne regels moet stellen. </al><al>De uitgangspunten voor de financiële organisatie zijn nodig om voor het
                    financieel beheer en beleid aan de eisen voor rechtmatigheid, controle en
                    verantwoording te voldoen. Ze creëren de randvoorwaarden waarop de interne
                    controle en de accountantscontrole kan steunen bij het onderzoek naar de
                    rechtmatigheid van de beheershandelingen en getrouwheid van de jaarrekening. </al><tussenkop>Artikel 17. Interne controle</tussenkop><al>De accountant toetst jaarlijks of de gemeenterekening een getrouw beeld geeft
                    van de gemeentelijke financiën en of de (financiële) beheershandelingen die
                    eraan ten grondslag liggen rechtmatig zijn verlopen. Artikel 18 draagt het
                    college op maatregelen te treffen opdat gedurende het jaar of vooraf aan de
                    accountantscontrole de gemeente zelf nagaat of de cijfers in de administraties
                    een getrouw beeld geven en of de financiële beheershandelingen die aan de baten,
                    de lasten en de balansmutaties ten grondslag liggen rechtmatig (zijn)
                    verlopen.</al><tussenkop>Artikel 18. Intrekken oude verordening en overgangsrecht</tussenkop><al>Bij het inwerkingtreden van de nieuwe verordening moet de oude worden
                    ingetrokken. Volgens de Gemeentewet is een begrotingsjaar gelijk aan een
                    kalenderjaar. In begrotingsjaar t worden de jaarstukken uit het begrotingsjaar
                    t-1 vastgesteld, wordt uitvoering gegeven aan de begroting voor het jaar t en
                    wordt tot slot de begroting voor het jaar t+1 vastgesteld. De nieuwe verordening
                    is van toepassing op alle stukken die betrekking hebben op het begrotingsjaar
                    t+1 en later. De oude verordening is ondanks het intrekken nog wel van
                    toepassing op de jaarstukken 2015 en de begroting en jaarstukken van 2016.
                    Hiervoor is in artikel 20 een overgangsbepaling opgenomen.</al><tussenkop>Artikel 19. Inwerkingtreding en citeertitel</tussenkop><al>Het verdient de voorkeur de nieuwe verordening in werking te laten treden op een
                    datum voor het vaststellen van de voorjaarsnota en anders voor het vaststellen
                    van de begroting van het jaar t+1.</al><al>Anders moet artikel 21 worden uitgebreid met een bepaling die voorziet in
                    terugwerkende kracht, zodat de bepalingen uit de nieuwe verordening ook gelden
                    voor de begroting voor het jaar t+1. </al><al>Voor Asten betekent dit dat de nieuwe verordening ingaat bij de voorjaarsnota
                    2016 en hierop aansluitend de begroting 2017.</al><tussenkop>Vaststelling</tussenkop><al>Uitgaande stukken van de raad moeten door de burgemeester worden ondertekend
                    (eerste lid artikel 75 Gemeentewet). De griffier moet de uitgaande stukken van
                    de raad medeondertekenen (artikel 107c Gemeentewet).</al><al>Binnen twee weken na vaststelling door de raad moet het college de verordening
                    aan gedeputeerde staten zenden (artikel 214 Gemeentewet). Gedeputeerde staten
                    kunnen te allen tijde een onderzoek instellen naar het beheer en de inrichting
                    van de financiële organisatie en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet
                    (artikel 215 Gemeentewet). </al><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>Administratie: Het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en
                            verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het
                            functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de organisatie van de
                            gemeente Asten en ten behoeve van de verantwoording die daarover moet
                            worden afgelegd.</al></li><li nr="-"><al>Annuïteitenmethodiek: de gezamenlijke lasten van rente en afschrijvingen
                            (kapitaallasten) blijven jaarlijks gelijk gedurende de
                            gebruiksduur/afschrijvingstermijn van het actief. De jaarlijks dalende
                            rentelasten worden exact gecompenseerd door de jaarlijks stijgende
                            afschrijvingslasten. In de beginjaren wordt er weinig afgeschreven en in
                            de laatste jaren veel.</al></li><li nr="-"><al>Besluit Begroting en Verantwoording (BBV): de Gemeentewet en de
                            Provinciewet schrijven voor dat elke gemeente en elke provincie
                            jaarlijks begrotings- en verantwoordingsstukken moet opstellen. Het
                            Besluit begroting en verantwoording (BBV) bevat de regelgeving
                            daarvoor.</al></li><li nr="-"><al>EMU saldo: het EMU saldo geeft de mutatie in het saldo van de financiële
                            activa en passiva van de collectieve sector weer. Omdat het EMU-saldo
                            betrekking heeft op de totale collectieve sector is niet alleen het
                            vorderingensaldo van het Rijk van belang, maar ook de vorderingensaldi
                            van de sociale fondsen en de lokale overheid.</al></li><li nr="-"><al>Financiële vaste activa: financiële activa zijn in geld uitgedrukte
                            vorderingen op derden</al></li><li nr="-"><al>Getrouwheid: een getrouw beeld houdt in dat de uitkomsten van het
                            gevoerde financieel beheer getrouw (juist) worden weergegeven.</al></li><li nr="-"><al>Materiële (vaste) activa: vaste activa die bestaan uit tastbare
                            kapitaalgoederen, zoals gebouwen en machines. </al></li><li nr="-"><al>Rechtmatigheid: het in overeenstemming zijn met geldende wet- en
                            regelgeving, waaronder gemeentelijke verordeningen en
                            raadsbesluiten.</al></li><li nr="-"><al>Rekenrente: De producten en de reserves worden tegen een vooraf
                            vastgesteld percentage belast.</al></li><li nr="-"><al>Reserve is een bedrag dat apart is gezet door de raad, maar waar geen
                            verplichting voor bestaat. De gemeente kan dit geld vrij besteden. </al></li><li nr="-"><al>Restwaarde: de waarde van een actief aan het eind van de
                            gebruikstermijn.</al></li><li nr="-"><al>Taakveld: In het kader van betere vergelijkbaarheid van baten en lasten
                            die verbonden zijn aan de verschillende taken van gemeenten zal iedere
                            gemeente 50 voorgeschreven taakvelden moeten hanteren. Deze taakvelden
                            clusteren producten, taken en activiteiten.</al></li><li nr="-"><al>Voorziening is een bedrag dat apart is gezet voor onvermijdelijke
                            toekomstige uitgaven waarvan tijdstip en omvang niet exact bekend zijn.
                            Afhankelijk van allerlei omstandigheden zal dat vroeg of laat aan de
                            orde zijn.</al></li></lijst></bijlage></regeling></body></cvdr>