<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR406666_1</dcterms:identifier><dcterms:title>AFWEGINGSMODEL HANDHAVING KINDEROPVANG EN PEUTERSPEELZALEN</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oldenzaal</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oldenzaal</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend.</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>AFWEGINGSMODEL HANDHAVING KINDEROPVANG EN PEUTERSPEELZALEN</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0017017">Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>onderwijs</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-12-18</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>INTB-12-00492</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>De datum van bekendmaking is niet te achterhalen.</al><al>De inwerkingtreding is bij benadering ingevuld.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-58746</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-58747</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-58748</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-58749</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-58750</overheidrg:externeBijlage><overheidrg:externeBijlage>exb-2017-58751</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>AFWEGINGSMODEL HANDHAVING KINDEROPVANG EN PEUTERSPEELZALEN </intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>AFWEGINGSMODEL HANDHAVING KINDEROPVANG EN PEUTERSPEELZALEN </vet></al><al/><al><vet><cursief>Regio Twente</cursief></vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Inleiding</titel></kop><artikel><kop><nr>1.1</nr><titel>Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen</titel></kop><al>Het college hanteert het Afwegingsmodel Handhaving Kinderopvang en
                            Peuterspeelzalen bij het uitvoeren van de handhavingacties die nodig
                            zijn indien een houder van een kindercentrum, een gastouderbureau,
                            voorziening voor gastouderopvang of een peuterspeelzaal niet voldoet aan
                            één of meer kwaliteitseisen van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen
                            peuterspeelzalen (in het vervolg kortweg aangeduid als Wet
                            kinderopvang/Wko) en alle daaruit voortvloeiende regelgeving, waaronder
                            het Besluit kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen (verder: Besluit
                            kwaliteit), de Regeling kwaliteit kinderopvang en peuterspeelzalen
                            (verder: Regeling kwaliteit), de Beleidsregels werkwijze toezichthouder
                            2012 en het Besluit basisvoorwaarden kwaliteit voorschoolse educatie. In
                            het model zijn de algemene stappen opgenomen die het college kan
                            hanteren bij geconstateerde overtredingen van de kwaliteitseisen. </al><al/><al>Handhaving is maatwerk en zal in elke situatie apart afgewogen moeten
                            worden. Proportionaliteit is daarbij van belang. Daardoor zijn niet
                            automatisch alle genoemde stappen onverkort van toepassing op een
                            geconstateerde overtreding. Telkens zal afgewogen worden of toepassing
                            in dit specifieke geval onder meer proportioneel is.</al><al/><al>Dit Afwegingsmodel heeft als basis de model(inspectie)rapporten van GGD
                            Nederland. De voorwaarden in het rapport en het Afwegingsmodel zijn
                            gelijk. Voor de leesbaarheid van het Afwegingsmodel zijn diverse
                            voetnoten die in het modelrapport zijn opgenomen ten behoeve van de
                            inspectie, niet overgenomen in het Afwegingsmodel. Dit betekent echter
                            niet dat de toelichtingen in de voetnoten niet van overeenkomstige
                            toepassing zijn op de bepalingen van het Afwegingsmodel.</al><al/><al><vet>Start handhavingtraject</vet></al><al>Het gemeentelijke handhavingtraject begint direct na ontvangst van het
                            inspectierapport van de GGD. De GGD geeft in het rapport een
                            handhavingadvies aan het college. In het rapport is het ‘Overzicht
                            bevindingen toezichthouder per inspectiedomein’ de basis voor het
                            afwegen van de te ondernemen handhavingactie. In dit overzicht
                            beschrijft de toezichthouder per domein de context van de voorwaarden
                            waar de houder niet aan voldoet. Ook de resultaten van eventueel door de
                            inspecteur toegepast overleg en overreding worden hierin genoemd. Het
                            college kan de aangegeven verzwarende of verzachtende omstandigheden, de
                            inspanning van de houder etc. mee laten wegen bij het beoordelen van de
                            te nemen handhavingactie.</al><al>Het college kan in bijzondere gevallen overwegen eerst een schriftelijke
                            waarschuwing te geven. Ook kan overwogen worden eerst op basis van
                            mondelinge overreding de houder te bewegen de overtreding te herstellen.
                            Zowel de waarschuwing als de overreding hebben geen juridische status en
                            betekenen daarom een uitstel van het handhavingtraject. </al><al/><al><onderstreept><vet>Handhaving voorschoolse educatie</vet></onderstreept></al><al>Voorschoolse educatie wordt door het college slechts getoetst en
                            gehandhaafd voor zover het gesubsidieerde voorschoolse educatie betreft.
                            Voor voorschoolse educatie kan door het college gekozen worden om bij
                            tekortkomingen te handhaven via de subsidie(-voorwaarden) of op grond
                            van de Wet kinderopvang. Indien gekozen wordt voor de Wet kinderopvang
                            is onderhavig handhavingsbeleid van toepassing. Wordt gekozen voor
                            handhaving via de subsidie dan zijn de subsidieverordening en de
                            subsidiebeschikking met de subsidievoorwaarden van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><nr>1.2</nr><titel>Verschillende soorten sancties</titel></kop><al>Binnen de handhaving kunnen twee typen sancties onderscheiden worden, te
                            weten herstellende sancties en bestraffende sancties. Deze typen
                            sancties bestaan naast elkaar en derhalve kunnen sancties van een
                            verschillend type tegelijkertijd worden opgelegd. </al><al/><al><vet><cursief>1.2.1. Herstellende sancties</cursief></vet></al><al/><al>In artikel 5:2 Awb wordt bepaald wat onder een herstellende sanctie
                            wordt verstaan. Hieronder wordt verstaan: een bestuurlijke sanctie die
                            strekt tot het geheel of gedeeltelijk ongedaan maken of beëindigen van
                            een overtreding, tot het voorkomen van herhaling van een overtreding,
                            dan wel tot het wegnemen of beperken van de gevolgen van een
                            overtreding.</al><al>Hieruit volgt dat het doel van de herstellende sanctie met name gelegen
                            is in het voorkomen van voortduren van de overtreding en/of herhaling in
                            de toekomst. Bestraffing van reeds begane overtredingen kan via de
                            bestraffende sanctie (zie hieronder).</al><al/><al>Welke herstellende sancties worden er onderscheiden binnen dit
                            handhavingsbeleid?</al><al/><al><vet><onderstreept>Stap 1</onderstreept></vet></al><al><vet>Schriftelijk bevel </vet></al><al>Dit is een handhavingsmiddel dat in spoedeisende gevallen door de
                            GGD-inspecteur direct tijdens een inspectie ingezet kan worden. Het
                            middel wordt door de GGD-inspecteur ingezet en niet door het college.
                            Daarom wordt dit bevel in dit Afwegingsmodel niet nader genoemd. Inzet
                            van dit middel wordt door de GGD-inspecteur bepaald. De GGD geeft een
                            bevel indien hij van mening is dat de kwaliteit bij een kindercentrum,
                            gastouderbureau of peuterspeelzaal zodanig tekortschiet dat het nemen
                            van maatregelen redelijkerwijs geen uitstel kan lijden. In geval van
                            overtredingen met een lage of gemiddelde prioritering zal hier niet snel
                            sprake van zijn.</al><al/><al><vet>OF Aanwijzing</vet></al><al>Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waarin zich
                            een kindercentrum, een voorziening voor gastouderopvang, een
                            gastouderbureau of een peuterspeelzaal bevindt dat de bij of krachtens
                            hoofdstuk 1 afdeling 3, paragrafen 2 en 3, of hoofdstuk 2, afdeling 2,
                            paragrafen 2 en 3 gegeven voorschriften (de ‘kwaliteitseisen”) niet of
                            in onvoldoende mate naleeft, kan de houder een schriftelijke aanwijzing
                            geven.</al><al>In een aanwijzing wordt met redenen omkleed aangegeven op welke punten
                            de bedoelde voorschriften niet of in onvoldoende mate worden nageleefd.
                            Ook wordt aangegeven welke maatregelen door de houder genomen dienen te
                            worden.</al><al/><al><cursief>Hersteltermijn</cursief></al><al>Bij een aanwijzing wordt de houder een hersteltermijn gegeven. De
                            hersteltermijn wordt bepaald door de zwaarte van de overtreding, welke
                            zichtbaar wordt via de prioritering. De hersteltermijn in dit model
                            wordt aangegeven in een bandbreedte. De handhaver geeft per concreet
                            geval de exacte hersteltermijn aan. Na het verstrijken van de
                            hersteltermijn dient de overtreding beëindigd te zijn. Ter controle
                            hiervan kan de handhaver schriftelijke bewijsstukken opvragen dan wel
                            opdracht geven voor een herinspectie. Is de overtreding niet beëindigd,
                            dan zal een volgende stap worden ingezet.</al><al/><al><vet><onderstreept>Stap 2.</onderstreept></vet></al><al><vet>Last onder dwangsom</vet></al><al>Onder last onder dwangsom wordt verstaan: de herstelsanctie,
                            inhoudende:</al><lijst><li nr="a."><al>een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding,
                                    en</al></li><li nr="b."><al>de verplichting tot betaling van een geldsom indien de last niet
                                    of niet tijdig wordt uitgevoerd.</al></li></lijst><al/><al>De stap last onder dwangsom kan meerdere keren worden genomen voor een
                            geconstateerde overtreding. Indien een eerste last onder dwangsom geen
                            resultaat heeft gehad, kan worden overwogen een nieuwe, hogere last
                            onder dwangsom op te leggen. Dit vereist dan wel een nieuw besluit.</al><al/><al><onderstreept><cursief>Verschil tussen een last onder dwangsom en een preventieve
                                    dwangsom</cursief></onderstreept></al><al>Van een preventieve last is sprake als de last wordt opgelegd voordat
                            enige overtreding heeft plaatsgevonden. Hiervoor geldt dat het gevaar
                            van de overtreding klaarblijkelijk dreigt, dat wil zeggen dat de
                            overtreding zich met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zal
                            voordoen. </al><al>Het verschil met een ‘gewone’ last onder dwangsom is, dat deze ‘gewone’
                            last opgelegd wordt als herstelsanctie, nadat een overtreding heeft
                            plaatsgevonden. Dit kan diverse doelen hebben, onder meer het ongedaan
                            maken van een overtreding en het voorkomen van herhaling. Als een
                            overtreding heeft plaatsgevonden, maar inmiddels wel is hersteld, kan
                            dus nog steeds een last onder dwangsom worden opgelegd ter voorkoming
                            van herhaling. Hiervoor geldt als criterium of er gegronde vrees voor
                            herhaling bestaat. </al><al/><al><vet>Of eventueel Last onder bestuursdwang</vet></al><al>Onder last onder bestuursdwang wordt verstaan: de herstelsanctie,
                            inhoudende:</al><lijst><li nr="a."><al>een last tot geheel of gedeeltelijk herstel van de overtreding,
                                    en</al></li><li nr="b."><al>de bevoegdheid van het bestuursorgaan om de last door feitelijk
                                    handelen ten uitvoer te leggen, indien de last niet of niet
                                    tijdig wordt uitgevoerd.</al></li></lijst><al/><al>In gevallen waarin het bestuursorgaan de mogelijkheid heeft om zelf de
                            overtreding op te lossen (op kosten van de overtreder) kan een last
                            onder bestuursdwang opgelegd worden. Door de aanvullende sanctie van een
                            exploitatieverbod binnen de handhaving kinderopvang en peuterspeelzalen
                            zijn er nog maar weinig overtredingen die zich daarnaast lenen voor
                            toepassing van bestuursdwang. De optie last onder bestuursdwang is, op
                            een enkele overtreding na, daarom niet opgenomen in dit Afwegingsmodel.
                            Echter, op grond van het bestuursrecht geldt dat in die gevallen waarin
                            last onder dwangsom mogelijk is, ook bestuursdwang kan worden toegepast
                            indien het college de overtreding daardoor zelf kan doen
                            beëindigen.</al><al/><al><vet><onderstreept>Stap 3.</onderstreept></vet></al><al><vet>Exploitatieverbod</vet></al><al>Het college kan de houder verbieden de exploitatie van een
                            kindercentrum, een voorziening voor gastouderopvang, een gastouderbureau
                            voort te zetten dan wel verbieden de instandhouding van een
                            peuterspeelzaal voort te zetten. Dit kan het college zolang de houder
                            een bevel of aanwijzing niet opvolgt en het opleggen van een last onder
                            bestuursdwang niet mogelijk is.</al><al/><al>Ook kan het college de houder verbieden de locatie in exploitatie te
                            nemen, zolang niet of niet langer aan de kwaliteitseisen uit hoofdstuk
                            1, afdeling 3, paragraaf 2 of hoofdstuk 2, afdeling 2, paragraaf 2 is
                            voldaan.</al><al/><al><vet><onderstreept>Stap 4.</onderstreept></vet></al><al><vet>Verwijdering uit het register kinderopvang of het register</vet>
                            peuterspeelzaalwerk</al><al>Er zijn verschillende gronden waarop het college, in het kader van
                            handhaving, een voorziening uit het register kinderopvang of het
                            register peuterspeelzaalwerk kan verwijderen: </al><lijst><li nr="•"><al>indien is gebleken dat de houder niet langer de organisatie voor
                                    kinderopvang exploiteert;</al></li><li nr="•"><al>indien uit een GGD-inspectie of anderszins is gebleken dat de
                                    houder naar verwachting niet dan wel niet langer voldoet aan de
                                    bij en krachtens hoofdstuk 1 afdeling 3, paragrafen 2 en 3 of
                                    hoofdstuk 2, afdeling 2, paragrafen 2 en 3 van de Wko gegeven
                                    voorschriften;</al></li><li nr="•"><al>indien drie maanden na de registratie de exploitatie van de
                                    organisatie voor kinderopvang of peuterspeelzaal niet
                                    daadwerkelijk is aangevangen.</al></li></lijst><al/><al>Vanaf het moment dat een voorziening is verwijderd uit het register, is
                            er geen sprake meer van kinderopvang of peuterspeelzaalwerk in de zin
                            van de wet. Voortzetten van exploitatie leidt tot illegale kinderopvang
                            en tot een boete of vervolging door het Openbaar Ministerie op basis van
                            overtreding van de Wet Economische Delicten.</al><al>Doordat een kindercentrum, een voorziening voor gastouderopvang of een
                            gastouderbureau uit het register is verwijderd, wordt ook de grond voor
                            het recht op kinderopvangtoeslag voor vraagouders beëindigd.</al><al/><al><vet>Verloop herstellend handhavingtraject</vet></al><al>Een herstellend handhavingtraject verloopt in beginsel volgens de
                            hierboven beschreven stappen. Er kunnen zich echter situaties voordoen,
                            waarin het naar beoordeling van het college gerechtvaardigd is om,
                            gezien de aard en/of ernst van de overtreding, bepaalde stappen ‘over te
                            slaan’ en direct over te gaan tot inzet van een zwaardere sanctie. Eén
                            van de situaties waarin dit zich kan voordoen is recidive.</al><al/><al><vet><cursief>1.2.2 Bestraffende sancties</cursief></vet></al><al>In artikel 5:2 Awb wordt bepaald wat onder een bestraffende sanctie
                            wordt verstaan. Hieronder wordt verstaan: een bestuurlijke sanctie voor
                            zover deze beoogt de overtreder leed toe te voegen. Een bestraffende
                            sanctie bestraft een overtreding die ‘in het verleden’ begaan is. Er is
                            dus een overtreding geconstateerd en dat feit wordt bestraft. De vorm
                            van een bestraffende sanctie onder de Wet kinderopvang is de
                            bestuurlijke boete.</al><al>Een bestuurlijke boete kan apart, maar ook gelijktijdig met een
                            herstellend handhavingtraject worden opgelegd.</al><al/><al><vet>Grondslag bestuurlijke boete </vet></al><al><onderstreept><cursief>Bij kindercentra, voorzieningen voor gastouderopvang en
                                    gastouderbureau’s</cursief></onderstreept></al><al>Op grond van art.1.72 Wko is het college bevoegd terzake een aantal
                            overtredingen een bestuurlijke boete op te leggen. Een bestuurlijke
                            boete mag ten hoogste € 45.000 bedragen.</al><al>Het opleggen van een bestuurlijke boete acht het college in ieder geval
                            aangewezen in de volgende situaties:</al><lijst><li nr="•"><al>In geval van overtreding van een of meer van de bepalingen bij
                                    of krachtens de artikelen 1.45 tot en met 1.60a Wko (hoofdstuk 1
                                    afdeling 3 Kwaliteit kindercentra, voorzieningen voor
                                    gastouderopvang en gastouderbureaus);</al></li><li nr="•"><al>In geval de houder een opgelegde aanwijzing of bevel (art 1.65
                                    WKo) niet nakomt;</al></li><li nr="•"><al> In geval de houder een kindercentrum, voorziening voor
                                    gastouderopvang of GOB blijft exploiteren, terwijl op grond van
                                    artikel 1.66 Wko aan hem een exploitatieverbod is opgelegd;</al></li><li nr="•"><al>In geval de houder weigert zijn medewerking te verlenen aan een
                                    toezichthouder (art. 5:20 Awb);</al></li><li nr="•"><al>In geval een houder een afspraak als bedoeld in artikel 167 Wet
                                    op het primair onderwijs niet nakomt.</al></li></lijst><al/><al><cursief><onderstreept>Bij voorziening voor gastouderopvang</onderstreept></cursief></al><al>Voorzieningen voor gastouderopvang vallen volledig onder het regime van
                            toezicht en handhaving en daarbij is ook de mogelijkheid om een
                            bestuurlijke boete op te leggen van toepassing. Een voorziening voor
                            gastouderopvang is echter toch een bijzonder object van toezicht en
                            handhaving. Derhalve is er voor gekozen niet vooraf in dit model
                            boetebedragen te noemen voor overtredingen in het hoofdstuk
                            ‘gastouderopvang’. Indien het college een overtreding van een
                            voorziening voor gastouderopvang wil sanctioneren met een bestuurlijke
                            boete, zal in dat geval het boetebedrag bepaald worden, met inachtneming
                            van de algemene bepalingen hieromtrent in dit handhavingsbeleid. Daarbij
                            kan bijvoorbeeld een relatie worden gelegd met de boetebedragen zoals
                            die zijn bepaald binnen de dagopvang.</al><al/><al><cursief><onderstreept>Bij peuterspeelzalen</onderstreept></cursief></al><al>Voor peuterspeelzalen geldt dat de mogelijkheid om een bestuurlijke
                            boete op te leggen, is bepaald in artikel 2.28 Wko. Artikel 2.27 Wko
                            bepaalt daarnaast dat een bestuurlijke boete alleen
                                <onderstreept>opgelegd kan worden aan niet-gesubsidieerde
                                peuterspeelzalen</onderstreept>. Dit betekent dat het onderdeel
                            ‘bestraffende sanctie’ in dit Afwegingsmodel alleen van toepassing is op
                            niet-gesubsidieerde peuterspeelzalen. Bij gesubsidieerde
                            peuterspeelzalen kan wel via de subsidie ingegrepen worden.</al><al>Op grond van artikel 2.28 Wko is het college bevoegd terzake een aantal
                            overtredingen een bestuurlijke boete op te leggen. Een bestuurlijke
                            boete mag ten hoogste € 45.000 bedragen.</al><al/><al>Het opleggen van een bestuurlijke boete acht het college in ieder geval
                            aangewezen in de volgende situaties:</al><lijst><li nr="•"><al>In geval van overtreding van een of meer van de bepalingen bij
                                    of krachtens de artikelen 2.2 tot en met 2.13 Wko (hoofdstuk 2
                                    afdeling 2 Kwaliteit peuterspeelzalen);</al></li><li nr="•"><al>In geval de houder een opgelegde aanwijzing of bevel (art 2.23
                                    WKo) niet nakomt;</al></li><li nr="•"><al>In geval de houder een peuterspeelzaal in stand blijft houden
                                    terwijl op grond van artikel 2.24 Wko de voortzetting van de
                                    instandhouding is verboden;</al></li><li nr="•"><al>In geval de houder weigert zijn medewerking te verlenen aan een
                                    toezichthouder (art. 5:20 Awb);</al></li><li nr="•"><al>In geval een houder een afspraak als bedoeld in artikel 167 Wet
                                    op het primair onderwijs niet nakomt.</al></li></lijst><al/><al><vet>Opleggen bestuurlijke boete</vet></al><al><cursief><onderstreept>Wanneer wordt een boete opgelegd?</onderstreept></cursief></al><al>Bij een overtreding van de prioriteit ‘hoog’ zal in beginsel een boete
                            ter hoogte van het in dit Afwegingsmodel genoemde bedrag worden
                            opgelegd.</al><al>Bij overtredingen met een prioriteit ‘gemiddeld’ of ‘laag’ kan het
                            college besluiten een boete ter hoogte van het in dit Afwegingsmodel
                            genoemde bedrag op te leggen. Bij een overtreding van de overtredingen
                            uit het hoofdstuk ‘Overige overtredingen’ zal in beginsel een boete ter
                            hoogte van het in het Afwegingsmodel genoemde bedrag worden
                            opgelegd.</al><al/><al><onderstreept><cursief>Wanneer geen bestuurlijke boete?</cursief></onderstreept></al><al>Het college legt geen boete op:</al><lijst><li nr="•"><al>indien de overtreder aannemelijk maakt dat elke vorm van
                                    verwijtbaarheid ontbreekt; of</al></li><li nr="•"><al>indien de houder, zijnde een natuurlijk persoon (en geen
                                    rechtspersoon), is overleden; of</al></li><li nr="•"><al>bij opzet of bewuste roekeloosheid en direct gevaar voor de
                                    gezondheid of de veiligheid van personen; of</al></li><li nr="•"><al>indien tegen de houder (overtreder) voor dezelfde gedraging
                                    strafvervolging is ingesteld en het onderzoek ter terechtzitting
                                    is begonnen; dan wel een strafbeschikking is uitgevaardigd;</al></li><li nr="•"><al>indien aan de houder (overtreder) wegens dezelfde overtreding
                                    reeds eerder een bestuurlijke boete is opgelegd.</al></li></lijst><al><vet>Hoogte bestuurlijke boete</vet></al><al>De in dit handhavingsbeleid genoemde boetebedragen zijn richtlijnen. Per
                            geconstateerde overtreding zal bepaald moeten worden of het genoemde
                            boetebedrag proportioneel is. Het college stemt de bestuurlijke boete af
                            op de ernst van de overtreding en de mate waarin deze aan de overtreder
                            kan worden verweten. Het college houdt daarbij zo nodig rekening met de
                            omstandigheden waaronder de overtreding is gepleegd.</al><al/><al><onderstreept>Boeteverhogende en boeteverlagende
                                omstandigheden</onderstreept></al><al>Van boeteverhogende of –verlagende omstandigheden kan bijvoorbeeld
                            sprake zijn, in geval van:</al><lijst><li nr="•"><al>recidive door de houder (boeteverhogend);</al></li><li nr="•"><al>opzettelijk niet naleven van de bij of krachtens de Wet
                                    kinderopvang gestelde voorschriften (boeteverhogend);</al></li><li nr="•"><al>een kleine, net startende houder (boeteverlagend).</al><al/></li></lijst><al/><al><vet><cursief>1.2.3 Matiging</cursief></vet></al><al>Het college kan besluiten om de bestuurlijke boete te matigen, indien de
                            belanghebbende aannemelijk maakt dat op grond van de ernst van de
                            overtreding, de mate van verwijtbaarheid, de omstandigheden waaronder de
                            overtreding is begaan of de omstandigheden waarin de overtreder
                            verkeert, boeteoplegging volgens dit Afwegingsmodel onevenredig is.
                            Daarvan kan in beginsel slechts sprake zijn, indien sprake is van
                            bijzondere omstandigheden waarin bij de vaststelling van dit
                            Afwegingsmodel niet is voorzien.</al><al/><al><vet><cursief>1.2.4 Cautie</cursief></vet></al><al>De cautie is gebaseerd op het recht van verdachten om te zwijgen en om
                            zichzelf niet te incrimineren. Het doel ervan is om te voorkomen dat een
                            verdachte ongewild meewerkt aan zijn eigen veroordeling.</al><al/><al>De Algemene wet bestuursrecht verwoord het in artikel 5.10a als volgt:
                            Degene die wordt verhoord met het oog op het aan hem opleggen van een
                            bestraffende sanctie is niet verplicht ten behoeve daarvan verklaringen
                            omtrent de overtreding af te leggen. Vóór het verhoor wordt aan de
                            betrokkene medegedeeld dat hij niet verplicht is tot antwoorden.</al><al/><al>Het geven van de cautie komt voor in het strafrecht en heeft als doel
                            dat men zichzelf niet hoeft te incrimineren en dat het geven van de
                            cautie behoort tot de elementaire kenmerken van een eerlijke procedure.
                            Als een controlerende ambtenaar, bijvoorbeeld een inspecteur van de
                            belastingdienst of medewerker van de sociale dienst, vragen stelt, is de
                            burger over het algemeen verplicht om te antwoorden. Als deze ambtenaar
                            hierdoor die burger gaat verdenken, moet hij een cautie geven. Er is dan
                            sprake van een sfeerovergang (van de controlesfeer naar de
                            opsporingssfeer).</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Afwegingsmodellen</titel></kop><structuurtekst><al>Hierna vind u de afwegingsmodellen voor de diverse domeinen</al><al/><lijst><li nr="1."><al>Dagopvang</al></li><li nr="2."><al>Buitenschoolse opvang (BSO)</al></li><li nr="3."><al>Gastouderbureau</al></li><li nr="4."><al>Gastouders</al></li><li nr="5."><al>Peuterspeelzalen</al></li><li nr="6."><al>Overige overtredingen</al></li></lijst></structuurtekst><artikel><kop><nr>2.1</nr><titel>Afwegingsmodel handhaving dagopvang</titel></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Oldenzaal/i273543.pdf">Afwegingsmodellen</extref></al></artikel><artikel><kop><nr>2.2</nr><titel>Afwegingsmodel handhaving BSO</titel></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Oldenzaal/i273545.pdf">Afwegingsmodellen</extref></al></artikel><artikel><kop><nr>2.3</nr><titel>Afwegingsmodel handhaving Gastouderbureau</titel></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Oldenzaal/i273546.pdf">Afwegingsmodellen</extref></al></artikel><artikel><kop><nr>2.4</nr><titel>Afwegingsmodel handhaving gastouderopvang</titel></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Oldenzaal/i273547.pdf">Afwegingsmodellen</extref></al></artikel><artikel><kop><nr>2.5</nr><titel>Afwegingsmodel handhaving peuterspeelzaal</titel></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Oldenzaal/i273548.pdf">Afwegingsmodellen</extref></al></artikel><artikel><kop><nr>2.6</nr><titel>Afwegingsmodel handhaving overige overtredingen</titel></kop><al><extref doc="/cvdr/images/Oldenzaal/i273549.pdf">Afwegingsmodellen</extref></al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>