<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR406644_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Parkeerverordening Breda 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Breda</dcterms:creator><dcterms:modified>2013-10-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Breda</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="http://www.breda.nl/gemeente/nieuws/bekendmakingen/parkeerverordening-2013">Breda.nl, 27-09-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Parkeerverordening Breda 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=149">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0006622">Wegenverkeerswet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-09-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-10-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>41301</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>parkeren</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de Parkeerverordening Breda 2007.</al><al>De regeling is vastgesteld tijdens het eerste deel van de vergadering, op 26 september 2013.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Parkeerverordening Breda 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Breda;</al><al/><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en het bepaalde bij en krachtens de
                        Wegenverkeerswet 1994;</al><al>gezien het voorstel van het college met overname van de daarin vermelde
                        overwegingen;</al><al/><al>besluit:</al><al/><al>tot het vaststellen van de “Parkeerverordening Breda 2013”.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>I</nr><titel>Inleiding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen:</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Aantoonbare werkzaamheden: door middel van het overleggen van
                                    een opdrachtbon waaruit blijkt op welk adres binnen één
                                    aangewezen gebied en in welke periode de werkzaamheden
                                    plaatsvinden;</al></li><li nr="b."><al>Aanvrager: natuurlijk persoon of rechtspersoon die een aanvraag
                                    indient;</al></li><li nr="c."><al>Autodate: het herhaald en opvolgend gezamenlijk gebruik van
                                    motorvoertuigen op grond van een overeenkomst tussen natuurlijke
                                    personen en een rechtspersoon die motorvoertuigen ter
                                    beschikking stelt of tussen natuurlijke personen uit meer dan
                                    één huishouden, verlening geschiedt conform artikel 11;</al></li><li nr="d."><al>Basisvergunning: vergunning ten behoeve van een motorvoertuig
                                    welke, indien de vergunninghouder aan de vereisten van
                                    vergunningverlening blijft voldoen, jaarlijks wordt verlengd met
                                    inachtneming van de door het college gestelde voorwaarden;</al></li><li nr="e."><al>Bedrijf: is een onderneming die is ingeschreven in het
                                    Handelsregister bij de Kamer van Koophandel en waaruit volgens
                                    het uittreksel uit het Handelsregister van de Kamer van
                                    Koophandel blijkt dat de onderneming (natuurlijke persoon of
                                    rechtspersoon) een vestiging heeft in het gereguleerd
                                    parkeergebied van de gemeente Breda.</al></li><li nr="f."><al>Bedrijfsauto: motorrijtuig op vier of meer wielen, niet zijnde
                                    een motorrijtuig met beperkte snelheid, een landbouw- of
                                    bosbouwtrekker, een motorrijtuig op vier wielen als bedoeld in
                                    artikel 1, aanhef en onder e, sub c Wegenverkeerswet 1994, of
                                    een vierwielige bromfiets, en</al><lijst><li nr="1."><al>ingericht voor het vervoer van personen, met meer dan
                                            acht zitplaatsen, de bestuurderszitplaats niet
                                            meegerekend, of</al></li><li nr="2."><al>ingericht voor het vervoer van goederen, of</al></li><li nr="3."><al>ingericht voor het uitvoeren van andere werkzaamheden,
                                            of</al></li><li nr="4."><al>ingericht als kampeerauto;</al></li></lijst><al>in ieder geval wordt als bedrijfsauto aangemerkt een voertuig
                                    dat blijkens het afgegeven kentekenbewijs als bedrijfsauto is
                                    aangeduid.</al></li><li nr="g."><al>Belanghebbendenplaats: een parkeerplaats die gelegen is binnen
                                    een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990
                                    met het opschrift “zone”, voor zover deze plaats niet is
                                    uitgezonderd.</al></li><li nr="h."><al>Bewoner: persoon die is ingeschreven in het bevolkingsregister
                                    op een adres binnen een aangewezengebied in Breda conform
                                    artikel 3, eerste lid, of op dat adres aantoonbaar gaat
                                    wonen;</al></li><li nr="i."><al>Bezoekersregeling: een regeling voor het parkeren van bezoekers
                                    van een huishouden, woonachtig binnen een op grond van artikel 3
                                    aangewezen vergunninggebied, waarmee het bezoek op een specifiek
                                    door het college aangewezen locatie kan parkeren op de daartoe
                                    bestemde wijze met inachtneming van de door het college gestelde
                                    voorwaarden conform artikel 13 en 14;</al></li><li nr="j."><al>Bezoekersvergunning: een vergunning verstrekt aan een
                                    huishouden, woonachtig binnen een op grond van artikel 3
                                    aangewezen vergunninggebied, bestemd door het parkeren van de
                                    bezoekers van dat huishouden met inachtneming van de door het
                                    college gestelde voorwaarden conform artikel 12;</al></li><li nr="k."><al>Brommobiel: bromfiets op meer dan twee wielen die is voorzien
                                    van een carrosserie;</al></li><li nr="l."><al>Camper of kampeerauto: personen of bedrijfsauto waarvan de
                                    constructie een woonaccommodatie bevat die tenminste bestaat uit
                                    de volgende uitrusting:</al><lijst><li nr="i."><al>zitplaatsen en een tafel;</al></li><li nr="ii."><al>slaapaccommodatie die met behulp van de zitplaatsen kan
                                            worden gecreëerd;</al></li><li nr="iii."><al>kookgelegenheid en</al></li><li nr="iv."><al>opbergfaciliteiten</al></li></lijst><al>welke vast in de woonafdeling zijn bevestigd, met dien verstande
                                    dat de tafel zodanig mag zijn ontworpen dat zij gemakkelijk kan
                                    worden verwijderd.</al></li><li nr="m."><al>CIZ-indicatie: indicatiestelling op grond van de Algemene Wet
                                    Bijzondere Ziektekosten (AWBZ) op het gebied van persoonlijke
                                    verzorging en ondersteunende begeleiding;</al></li><li nr="n."><al>Eigen parkeergelegenheid: de potentiële mogelijkheid om een
                                    motorvaartuig te kunnen parkeren op een andere dan een openbare
                                    (parkeer)plaats, zoals bijvoorbeeld een garage, carport, tuin,
                                    aangelegde (parkeer)plaats op eigen terrein, toerit of een
                                    wooncomplex waartoe een eigen parkeergelegenheid behoort;</al></li><li nr="o."><al>Fiscaal vergunninggebied: een vergunningengebied, als bedoeld in
                                    artikel 3, eerste lid, ingericht met alleen
                                    parkeerapparatuurplaatsen.</al></li><li nr="p."><al>Houder: degene op wiens naam het voor het motorvoertuig
                                    opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren in het krachtens
                                    de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven
                                    kentekens was ingeschreven, en die in het bezit is van een
                                    geldig rijbewijs op grond waarvan dat motorvoertuig mag worden
                                    bestuurd. Ook diegene die middels een lease overeenkomst of een
                                    verklaring van de werkgever of houderschapsverklaring kan
                                    aantonen dat hij de bestuurder is van het motorvoertuig dat ten
                                    tijden van het parkeren op naam van de lease maatschappij
                                    respectievelijk de werkgever in het hiervoor genoemde register,
                                    wordt als houder aangemerkt, mits hij in het bezit is van een
                                    geldig rijbewijs op grond waarvan dat motorvoertuig mag worden
                                    bestuurd;</al></li><li nr="q."><al>Houderschapsverklaring: schriftelijke verklaring waarmee houder
                                    kan aantonen dat hij de bestuurder is van het motorvoertuig dat
                                    ten tijde van het parkeren op naam van de lease maatschappij
                                    respectievelijk de werkgever in het hiervoor genoemde register,
                                    als houder wordt aangemerkt. Een houderschapsverklaring moet
                                    voorzien worden van het rijbewijsnummer van de houder.</al></li><li nr="r."><al>Huishouden: één of meer bewoners die in één woonruimte wonen en
                                    samen een duurzaam gemeenschappelijk huishouden vormen.</al></li><li nr="s."><al>Jaarvergunning: vergunning ten behoeve van een motorvoertuig,
                                    waarvan jaarlijks wordt bekeken of verstrekking of verlenging,
                                    gelet op de beschikbare parkeerruimte binnen het gebied waar de
                                    vergunning voor wordt gevraagd, mogelijk is met inachtneming van
                                    de door het college gestelde voorwaarden;</al></li><li nr="t."><al>Motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990,
                                    met die beperking dat deze moeten voldoen aan de volgende
                                    maximale afmetingen: 7 meter lang, 2,55 meter breed (met
                                    uitzondering van geconditioneerde bedrijfsauto’s, die mogen niet
                                    breder zijn dan 2,60 meter) en niet hoger dan 4 meter, met
                                    inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1, aanhef,
                                    en ander 1a van het RVV 1990.</al></li><li nr="u."><al>Opdrachtbon: ondertekend document waarin aard van de
                                    werkzaamheden, locatie van de werkzaamheden, de datum/data van
                                    de werkzaamheden en tijdsduur zijn vastgelegd;</al></li><li nr="v."><al>Overige vergunningen: met overige vergunningen wordt bedoeld de
                                    parkeervergunningen voor woon- en werkterreinen. Overige
                                    vergunningen worden verleend onder artikel 10 vastgestelde
                                    voorwaarden;</al></li><li nr="w."><al>Parkeerapparatuur: parkeerautomaten en hetgeen naar
                                    maatschappelijke opvattingen onder parkeerapparatuur wordt
                                    verstaan;</al></li><li nr="x."><al>Parkeerapparatuurplaats: een parkeerplaats behorende bij
                                    parkeerapparatuur;</al></li><li nr="y."><al>Parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten
                                    staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die
                                    nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of
                                    uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen
                                    van goederen, op binnen de gemeente gelegen, voor het openbaar
                                    verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen
                                    of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is
                                    verboden;</al></li><li nr="z."><al>RVV 1990: het Reglement verkeersregels en verkeerstekens van 26
                                    juli 1990 nadien gewijzigd;</al></li><li nr="aa."><al>Stadshart: het voetgangersdomein, gelegen binnen het historisch
                                    Stadshart van Breda, zoals aangeduid met bord G7 uit bijlage l
                                    van het RVV 1990;</al></li><li nr="bb."><al>Tijdelijke vergunning: een parkeervergunning die kan worden
                                    verstrekt aan de aanvrager ten behoeve van het uitvoeren van
                                    werkzaamheden of ten behoeve van een verhuizing. Deze tijdelijke
                                    vergunning wordt verleend ander artikel 8 vastgestelde
                                    voorwaarden;</al></li><li nr="cc."><al> Standplaats: de parkeerplaats waar een motorvoertuig bestemd
                                    voor autodate geparkeerd wordt;</al></li><li nr="dd."><al>Vergunning: een door het college verleende vergunning, krachtens
                                    welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe
                                    aangewezen parkeerapparatuur- en/of belanghebbendenplaatsen
                                    binnen een daartoe vastgesteld vergunninggebied;</al></li><li nr="ee."><al> Vergunningdrager: medium waarop o.a. informatie
                                    vergunninghouder en parkeerrechten wordt vastgelegd;</al></li><li nr="ff."><al>Vergunninggebied: een door het college aangewezen gebied,
                                    waarbinnen belanghebbendenplaatsen zijn gelegen dan wel
                                    waarbinnen parkeerapparatuurplaatsen zijn gelegen, en waarbinnen
                                    vergunningen als onder x genoemd uitgegeven kunnen worden;</al></li><li nr="gg."><al> Vergunninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan
                                    wie een vergunning is verleend.</al></li><li nr="hh."><al>Wachtlijst: lijst die gebruikt wordt bij basis- en
                                    jaarvergunning, de datum van aanvraag bepaalt de prioritering en
                                    de volgorde op de wachtlijst;</al></li><li nr="ii."><al> WMO-beschikking: indicatiestelling op grond van de Wet
                                    Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) op </al></li><li nr="jj."><al> Zwerfvergunning: een door het college verleende vergunning,
                                    krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren
                                    op daartoe aangewezen parkeerapparatuur- en
                                    belanghebbendenplaatsen binnen meerdere of alle daartoe
                                    vastgestelde vergunninggebieden. De zwerfvergunningen worden
                                    onderverdeeld in zakelijke en non-profitvergunningen.
                                    Zwerfvergunningen worden conform de in artikel 9 vastgestelde
                                    voorwaarden verleend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Verlening vergunning</titel></kop><al>Op het aanvragen van een vergunning zoals bepaald in de artikelen 4 tot
                            en met 7 en 9 tot en met 14 beslist het college voor de eerstvolgende 1
                            maart.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>II</nr><titel>Vergunninggebieden, vergunningen en bezoekersregelingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aanwijzen vergunninggebieden, tijdstippen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan gebieden aanwijzen die bestemd zijn voor het
                                parkeren door vergunninghouders op zowel belanghebbendenplaatsen als
                                parkeerapparatuurplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan individuele straten en gedeelten van het Stadshart
                                aanwijzen, waarvan de bewoners onder nader te noemen voorwaarden een
                                vergunning kunnen verkrijgen in hiertoe aangewezen
                                vergunninggebieden, zoals genoemd in lid 1.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan een of meer parkeerterreinen aanwijzen die mede
                                bestemd zijn voor het parkeren door overige vergunninghouders en
                                kort parkeren (parkeerapparatuurplaatsen) als bedoeld in artikel
                                10.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan per gebied, zoals genoemd in lid 1, de tijdstippen
                                vaststellen waarop het parkeren aan vergunninghouders is
                                toegestaan.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan gebieden aanwijzen waarbinnen parkeren voor
                                bezoekers van huishoudens op straat is toegestaan.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan gebieden aanwijzen waarbinnen parkeren voor
                                bezoekers van huishoudens in garages is toegestaan.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het college kan per gebied, zoals genoemd in lid 1, de tijdstippen
                                vaststellen waarbinnen de bezoekersvergunningen en de
                                bezoekersregeling gebruikt kunnen worden.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het college duidt de als belanghebbendenplaats aangewezen gebieden
                                uit het eerste lid aan met bord E9, met het opschrift zone, uit
                                bijlage I van het RVV 1990;</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Basisvergunningen huishoudens</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Een huishouden komt in aanmerking voor maximaal één
                                basisvergunning, geldig binnen een conform artikel 3 aangewezen
                                vergunninggebied, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de aanvrager uit dat huishouden staat ingeschreven in de
                                        Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens van de
                                        gemeente als bewoner van dat huishouden binnen het
                                        betreffende vergunninggebied;</al><al>of</al></li><li nr="b."><al>de aanvrager uit dat huishouden staat ingeschreven in de
                                        Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens van de
                                        gemeente als bewoner van dat huishouden in het gedeelte
                                        Stadshart dat conform artikel 3, tweede lid, hiertoe door
                                        het college is aangewezen;</al><al>én</al></li><li nr="c."><al>de aanvrager uit dat huishouden eigenaar of houder is van
                                        een motorvoertuig, op welk kenteken de vergunning afgegeven
                                        wordt, of eigenaar of houder is van een brommobiel;</al><al>én</al></li><li nr="d."><al>de aanvrager uit dat huishouden woonachtig is in een woning
                                        waartoe geen eigen parkeergelegenheid behoort danwel wanneer
                                        deze aanvrager niet kan of had kunnen beschikken over eigen
                                        parkeergelegenheid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een aanvrager conform het bepaalde in lid 1 in aanmerking
                                komt voor een basisvergunning, kan het college deze vergunning
                                verlenen indien de beschikbare parkeerruimte dat naar het oordeel
                                van het college toelaat.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een aanvrager conform het bepaalde in lid 2 in aanmerking
                                komt voor een basisvergunning en deze vergunning niet verleend wordt
                                omdat de beschikbare parkeerruimte dat naar het oordeel van het
                                college niet toelaat, wordt deze aanvrager op een wachtlijst
                                geplaatst.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Jaarvergunningen huishoudens</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvrager van een huishouden komt in aanmerking voor een
                                jaarvergunning, geldig binnen een conform artikel 3 aangewezen
                                vergunninggebied, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de aanvrager van het huishouden voldoet aan het bepaalde in
                                        artikel 4, eerste lid, aanhef en onder a,b en c.</al><al>én</al></li><li nr="b."><al>het huishouden reeds in het bezit is van een basisvergunning
                                        en het huishouden beschikt over meer dan 1
                                        motorvoertuig</al><al>óf</al></li><li nr="c."><al>het huishouden niet in aanmerking komt voor een
                                        basisvergunning, aangezien het huishouden beschikt over
                                        (eigen) parkeergelegenheid en beschikt over meer dan 1
                                        motorvoertuig.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een jaarvergunning wordt alleen afgegeven indien de beschikbare
                                parkeerruimte dat naar het oordeel van het college toelaat.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een jaarvergunning wordt afgegeven per kenteken van elk
                                motorvoertuig waarvan de aanvrager van dat huishouden eigenaar of
                                houder is, tot een maximum van drie jaarvergunningen per
                                huishouden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Basisvergunningen bedrijven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een bedrijf komt in aanmerking voor maximaal één basisvergunning op
                                kenteken, geldig binnen een conform artikel 3 aangewezen
                                vergunninggebied, indien aan de volgende voorwaarden voldaan
                                wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>het bedrijf feitelijk geheel of gedeeltelijk is gevestigd
                                        binnen het betreffende vergunninggebied;</al><al>én</al></li><li nr="b."><al>het bedrijf dan wel een werknemer van het bedrijf eigenaar
                                        of houder van een motorvoertuig is;</al><al>én</al></li><li nr="c."><al>bij het bedrijf geen eigen parkeergelegenheid behoort danwel
                                        wanneer het bedrijf niet kan of had kunnen beschikken over
                                        eigen parkeergelegenheid anderszins.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een bedrijf conform het bepaalde in lid 1 in aanmerking komt
                                voor een basisvergunning, kan het college deze vergunning verlenen
                                indien de beschikbare parkeerruimte dat naar het oordeel van het
                                college toelaat.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een bedrijf conform het bepaalde in lid 1 in aanmerking komt
                                voor een basisvergunning en deze vergunning niet verleend wordt
                                omdat de beschikbare parkeerruimte het naar het oordeel van het
                                college niet toelaat, wordt dit bedrijf op een wachtlijst
                                geplaatst.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Jaarvergunningen bedrijven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>. Een bedrijf komt in aanmerking voor een jaarvergunning, geldig
                                binnen een conform artikel 3 aangewezen vergunninggebied,
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het bedrijf voldoet aan het bepaalde in artikel 6, eerste
                                        lid aanhef en onder a en b;</al><al>én</al></li><li nr="b."><al>het bedrijf de jaarvergunning(en) nodig heeft voor de
                                        bedrijfsvoering;</al><al>én</al></li><li nr="c."><al>het bedrijf reeds in het bezit is van een
                                        basisvergunning;</al><al>óf</al></li><li nr="d."><al>het bedrijf niet in aanmerking komt voor een
                                        basisvergunning, aangezien het bedrijf beschikt over eigen
                                        parkeergelegenheid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een jaarvergunning wordt alleen afgegeven indien de beschikbare
                                parkeerruimte dat naar het oordeel van het college toelaat.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een jaarvergunning wordt afgegeven op kenteken van elk motorvoertuig
                                waarvan de aanvrager van dat bedrijf eigenaar of houder is, tot een
                                maximum van zes jaarvergunningen per bedrijf.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Tijdelijke vergunningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bewoners of bedrijven die tijdelijke activiteiten moeten uitoefenen
                                in door het college conform artikel 3 eerste lid aangewezen
                                vergunninggebied en voor de uitoefening van de werkzaamheden naar
                                het oordeel van het college een motorvoertuig nodig hebben, kunnen
                                een tijdelijke vergunning krijgen voor één week of één maand.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een bewoner of bedrijf conform het bepaalde in lid 1 in
                                aanmerking komt voor een vergunning kan het college deze vergunning
                                verlenen indien de beschikbare parkeerruimte dat naar het oordeel
                                van het college toelaat.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Zwerfvergunningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een ieder kan in aanmerking komen voor een zakelijke
                                zwerfvergunning.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het verstrekken van een non-profit zwerfvergunning zal het
                                college jaarlijks, maar in ieder geval voor de in artikel 2 genoemde
                                datum, een lijst vaststellen van personen/instellingen die naar het
                                oordeel van het college in aanmerking komen voor een dergelijke
                                vergunning. Op deze lijst komen alleen organisaties die naar het
                                oordeel van het college voldoen aan één van de volgende
                                criteria:</al><lijst><li nr="a."><al>de aanvrager is een vrijwilligersorganisatie met
                                        sociaal-maatschappelijke doeleinden of activiteiten op het
                                        gebied van gezondheidszorg, die verklaart geen gemeentelijke
                                        subsidies of andere structurele inkomsten te ontvangen;</al></li><li nr="b."><al>de aanvrager is een professionele zorg- en hulpinstelling,
                                        waarvan de betreffende werknemers als eerstelijns
                                        zorgverlener binnen het medisch of maatschappelijke werkveld
                                        regelmatig op huisbezoek moet komen in het kader van de
                                        zorgverlening bij cliënten, die verklaart geen gemeentelijke
                                        subsidies te ontvangen;</al></li><li nr="c."><al>de aanvrager is een organisatieonderdeel van de gemeente
                                        Breda.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in lid 2 genoemde aanvragers moeten voldoen aan het
                                volgende:</al><lijst><li nr="a."><al>de werknemers of de medewerkers van de aanvrager moeten
                                        aantoonbaar werkzaam zijn binnen meerdere als zodanig
                                        aangewezen vergunninggebieden.</al></li><li nr="b."><al>de werknemers of medewerkers van de aanvrager moeten
                                        aantonen dat zij voor hun werkzaamheden een motorvoertuig
                                        nodig hebben.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Alleen aanvragers die op de door het college vastgestelde lijst
                                staan kunnen in aanmerking komen voor een non-profit
                                zwerfvergunning.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Overige vergunningen (Woon- en Werkterreinen)</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Eenieder komt in aanmerking voor een vergunning, geldig binnen een
                                conform artikel 3 aangewezen parkeerterrein.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een aanvrager conform het bepaalde in lid 1 in aanmerking
                                komt voor een vergunning en de beschikbare parkeerruimte naar het
                                oordeel van het college onvoldoende is, wordt deze aanvrager op een
                                wachtlijst geplaatst.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Vergunningen autodate</titel></kop><al>Bedrijven welke eigenaar en/of houder zijn van een motorvoertuig bestemd
                            voor autodate, waarvan de standplaats is gelegen in een
                            vergunninggebied, hebben recht op één basisvergunning indien de
                            parkeercapaciteit in het gebied het naar het oordeel van het college dat
                            toelaat.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Bezoekersvergunningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvrager van een bezoekersvergunning komt in aanmerking voor
                                één bezoekersvergunning, geldig binnen een conform artikel 3
                                aangewezen vergunninggebied, indien aan de volgende voorwaarden
                                voldaan wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>de aanvrager van de bezoekersvergunning staat ingeschreven
                                        in de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens van
                                        de gemeente als bewoner van dat huishouden binnen het
                                        betreffende vergunninggebied;</al><al>of</al></li><li nr="b."><al>de aanvrager van de bezoekersvergunning staat ingeschreven
                                        in de Gemeentelijke Basisadministratie Persoonsgegevens van
                                        de gemeente als bewoner van dat huishouden in het gedeelte
                                        Stadshart dat conform artikel 5, tweede lid, hiertoe door
                                        het college is aangewezen;</al><al>en</al></li><li nr="c."><al>de aanvrager van de bezoekersvergunning is afhankelijk van
                                        verzorging door mantelzorg of moet hiervoor gebruik maken
                                        van professionele zorginstellingen;</al><al>en</al></li><li nr="d."><al>de verzorging bestaat uit huishoudelijke, persoonlijke
                                        verzorging of ondersteunende begeleiding. Van deze zorg
                                        en/of begeleiding is uitsluitend sprake indien deze kan
                                        worden aangetoond door een CIZ-indicatie of een een
                                        WMO-Beschikking. Deze indicatie of beschikking dient
                                        overlegd te worden bij de aanvraag van de
                                        bezoekersvergunning.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De geldigheidsduur van de bezoekersvergunning is voor maximaal de in
                                de CIZ-indicatie af WMO-beschikking gestelde termijn. Na afloop van
                                deze termijn dient een nieuwe aanvraag ingediend te worden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Bezoekersregeling straat</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ieder huishouden in een door het college op grond van artikel 3,
                                vijfde lid aangewezen gebied, heeft in beginsel recht op één
                                bezoekersregeling straat, indien de aanvrager van de
                                bezoekersregeling straat staat ingeschreven in de Gemeentelijke
                                Basisadministratie Persoonsgegevens van de gemeente als bewoner van
                                dat huishouden binnen het betreffende vergunninggebied.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan nadere regels en voorwaarden stellen aan het gebruik
                                van de in lid 1 genoemde bezoekersregeling straat (waaronder tarief,
                                venstertijd, geldigheidsduur, maximale bezoekuren per huishouden per
                                tijdseenheid, etc.).</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Bezoekersregeling garage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ieder huishouden in een door het college op grond van artikel 3,
                                zesde lid aangewezen gebied, komt in aanmerking voor een
                                bezoekersregeling garage, indien de aanvrager van de
                                bezoekersregeling garage staat ingeschreven in de Gemeentelijke
                                Basisadministratie Persoonsgegevens van de gemeente als bewoner van
                                dat huishouden binnen het betreffende vergunninggebied.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan nadere regels en voorwaarden stellen aan het gebruik
                                van de in lid 1 genoemde bezoekersregeling garage (waaronder tarief,
                                venstertijd, geldigheidsduur, maximale bezoekuren per huishouden per
                                tijdseenheid, etc.).</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Prioriteitstelling vergunningverlening</titel></kop><al>Het college verleent de hiervoor genoemde vergunningen onder de volgende
                            prioriteitsstelling:</al><lijst><li nr="a."><al>Per gebied gaan per categorie (d.w.z. basisvergunning,
                                    1<sup>e</sup> jaarvergunning, 2<sup>e</sup> jaarvergunning etc).
                                    huishoudens vóór bedrijven en wordt bij de uitgifte van
                                    vergunningen aan huishoudens, prioriteit gegeven aan huishoudens
                                    waarvan de aanvrager in het bezit is van een geldige
                                    gehandicaptenparkeerkaart en een gehandicaptenparkeerplaats op
                                    kenteken.</al></li><li nr="b."><al>Vervolgens worden per gebied de basisvergunningen uitgegeven,
                                    voor zover de beschikbare parkeercapaciteit in het door het
                                    college conform artikel 3 aangewezen gebied dit naar het oordeel
                                    van het college toestaat. De ontvangstdatum van aanvraag bepaalt
                                    de volgorde van uitgifte.</al></li><li nr="c."><al>Nadat de onder b genoemde basisvergunningen zijn verleend,
                                    worden, indien de beschikbare parkeercapaciteit het toelaat,
                                    vervolgens de eerste jaarvergunningen geldig voor het vigerende
                                    kalenderjaar uitgegeven, waarbij de ontvangstdatum van aanvraag
                                    de volgorde van uitgifte bepaalt.</al></li><li nr="d."><al>Nadat de onder c genoemde eerste jaarvergunningen zijn verleend,
                                    worden, indien de beschikbare parkeercapaciteit dit naar het
                                    oordeel van het college toelaat, vervolgens de tweede en daarna
                                    de volgende jaarvergunningen per categorie uitgegeven, waarbij
                                    de ontvangstdatum van aanvraag de volgorde van uitgifte
                                    bepaalt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Maximaal aantal vergunningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In ieder door het college conform het bepaalde in artikel 3
                                aangewezen vergunninggebied wordt het aantal verstrekte basis- en
                                jaarvergunningen in beginsel gemaximaliseerd op 120% van het aantal
                                beschikbare parkeerplaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan, in afwijking van het bepaalde in het eerste lid, in
                                een op grond van artikel 3 aangewezen vergunninggebied een ander
                                maximum percentage vaststellen, waarbij zij ondermeer rekening houdt
                                met specifieke gebiedsafhankelijke factoren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een gebouw of een perceel over een aantal parkeerplaatsen
                                beschikt, welke exclusief bestemd zijn voor de gebruikers/bewoners
                                van dat gebouw, zal dit aantal in mindering warden gebracht op het
                                maximale aantal voor dat gebouw of perceel te verstrekken
                                basisvergunningen. Nadat de capaciteit voor dat gebouw of perceel is
                                bepaald op het verschil tussen het aantal potentiële aanvragers en
                                het aantal parkeerplaatsen, worden alle extra aanvragen voor
                                basisvergunning geweigerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Geldigheid vergunningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Basisvergunningen, jaarvergunningen en tijdelijke vergunningen,
                                zoals genoemd in de artikelen 4 t/m 8, zijn in beginsel geldig in
                                het gehele door het college op grond van artikel 3 aangewezen
                                vergunning gebied.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Zwerfvergunningen, zoals genoemd in artikel 9, zijn in beginsel
                                geldig voor alle vergunninggebieden zoals door het college op grond
                                van artikel 3 zijn aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Basisvergunningen, zoals genoemd in de artikelen 4 en 6, worden,
                                tenzij deze om welke reden dan ook worden ingetrokken, verleend voor
                                een jaar en werden daarna in beginsel weer verlengd met een jaar,
                                tenzij de aanvrager niet meer voldoet aan de vereiste criteria.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Jaar- en zwerfvergunningen, zoals genoemd in de artikelen 5, 7 en 9,
                                worden, tenzij deze om welke reden dan ook worden ingetrokken,
                                verleend voor een periode van maximaal één jaar.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bezoekersvergunningen en bezoekersregelingen, zoals genoemd in
                                artikel 12, 13 en 14 worden tenzij deze om welke reden dan ook
                                worden ingetrokken, verleend voor één jaar en worden daarna in
                                beginsel weer verlengd met een jaar, tenzij de aanvrager niet meer
                                voldoet aan de vereiste criteria.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Inhoud vergunningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alle basisvergunningen, jaarvergunningen en tijdelijke vergunningen
                                van huishoudens en bedrijven zoals genoemd in de artikelen 4, 5,6,7
                                en 8 worden op kenteken gesteld van de eigenaar of houder van het
                                betreffende motorvoertuig of brommobiel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van lid 1 kunnen in geval van wisselend gebruik
                                maximaal drie kentekens worden geplaatst op de vergunning.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Zwerfvergunningen zoals bedoeld in artikel 9 worden op naam van de
                                aanvrager gesteld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bezoekersvergunningen, bezoekersregeling straat en bezoekersregeling
                                garage zoals genoemd in artikel 12, 13 en 14 worden gesteld op naam
                                van de aanvrager.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vergunning bevat daarnaast in ieder geval de volgende
                                gegevens:</al><lijst><li nr="a."><al>de periode waarvoor de vergunning geldt;</al></li><li nr="b."><al>het weggedeelte of gebied waarvoor de vergunning geldt;</al></li><li nr="c."><al>de voorschriften en beperkingen die aan de vergunning
                                        verbonden zijn.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een vergunning weigeren:</al><lijst><li nr="a)"><al>als de beschikbare parkeerruimte vergunningverstrekking naar
                                        het oordeel van het college het verstrekken van een
                                        vergunning niet toelaat;</al><al>of</al></li><li nr="b)"><al> als de aanvrager woonachtig is in een gebouw waartoe
                                        parkeergelegenheid behoort c.q. wanneer het niet kunnen
                                        beschikken over eigen parkeergelegenheid hem naar het
                                        oordeel van het college redelijkerwijs te verwijten is.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college weigert een vergunning aan voertuigen te voorzien van
                                een handelaarskenteken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Intrekkings- en wijzigingsgronden</titel></kop><al>Het college kan in ieder geval een vergunning intrekken of
                            wijzigen:</al><lijst><li nr="a."><al>op verzoek van de vergunninghouder;</al></li><li nr="b."><al>als de vergunninghouder kopieën maakt van de vergunningdrager en
                                    deze in gebruik neemt.</al></li><li nr="c."><al>als de vergunninghouder niet voldoet aan de voor de vergunning
                                    verschuldigde betaling komt de vergunning van rechtswege te
                                    vervallen tenzij er sprake is van overmacht.</al></li><li nr="d."><al>wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de
                                    omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de
                                    vergunning;</al></li><li nr="e."><al>indien de aan de vergunning verbonden voorschriften niet zijn of
                                    worden nagekomen;</al></li><li nr="f."><al>wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste
                                    gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="g."><al>wanneer op grond van een verandering van omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning moet
                                    worden aangenomen dat intrekking of wijziging wordt gevorderd
                                    door het belang van verkeersveiligheid of het gemeentelijk
                                    beleid betreffende parkeerregulering;</al></li><li nr="h."><al>om redenen van openbaar belang;</al></li><li nr="i."><al>wanneer blijkt dat een bedrijf de verleende bedrijfsvergunning
                                    gebruikt voor het parkeren van bezoekers.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>III</nr><titel>Verbodsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Verbodsbepaling parkeren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een
                                belanghebbendenplaats slechts aan vergunninghouders is toegestaan
                                daar een (motor)voertuig te parkeren of geparkeerd te houden:</al><lijst><li nr="a)"><al> zonder geldige vergunning;</al><al>of</al></li><li nr="b)"><al> zonder dat het (motor)voertuig duidelijk zichtbaar is
                                        voorzien van de geldige vergunning;</al><al>of</al></li><li nr="c)"><al> of in strijd is met de aan de vergunning verbonden
                                        beperkingen en/of voorschriften.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Verbodsbepaling gebruik parkeerplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig, te
                                plaatsen of te laten staan:</al><lijst><li nr="a)"><al>op een parkeerapparatuurplaats;</al></li><li nr="b)"><al> op een belanghebbendenplaats;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op
                                zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te
                                laten staan, dat daardoor een normaal gebruik daarvan wordt
                                belemmerd of verhinderd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in lid 1.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Verbodsbepaling gebruik parkeerapparatuurplaats en
                                -apparatuur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze dan die welke in
                                de kennisgeving op de parkeerapparatuur staan aangegeven in werking
                                te stellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op een parkeerapparatuurplaats gedurende de tijden
                                waarop het parkeren daar slechts tegen betaling is toegestaan:</al><lijst><li nr="a)"><al> een (motor)voertuig te parkeren indien de parkeerapparatuur
                                        niet in werking is gesteld of niet onmiddellijk na aanvang
                                        van het parkeren in werking wordt gesteld.</al></li><li nr="b)"><al> een (motor)voertuig geparkeerd te houden indien de
                                        parkeerapparatuur aangeeft dat de parkeertermijn is
                                        verstreken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in lid 2 vervatte verbod geldt niet wanneer aan de eigenaar of
                                houder van het motorvoertuig een vergunning is verleend voor het
                                parkeren op de betreffende parkeerapparatuurplaatsen, het
                                motorvoertuig is voorzien van een vergunningdrager en niet gehandeld
                                wordt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorwaarden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen ter uitwerking van het
                                bepaalde in deze verordening</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in de artikelen 4 tot en met 14 kan
                                het college in bijzondere gevallen vergunning verlenen aan andere
                                dan de in deze artikelen genoemde categorieën.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor het plaatsen van woonwagens, kampeerwagen, caravans, campers of
                                andere dergelijke voertuigen die voor de recreatie worden gebruikt
                                is geen aparte vergunning conform deze verordening nodig. De
                                bepalingen in de Algemene plaatselijke verordening zijn onverkort
                                van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In door het college op grond van artikel 3 aangewezen
                                vergunninggebieden, wordt een datum bepaald wanneer alle aanvragen
                                voor vergunningen dienen te zijn ingediend. Voor deze gebieden wordt
                                door het college de datum bepaald waarop de prioriteitstelling zoals
                                bedoeld in artikel 15 zal gaan gelden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>IV</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het bepaalde in afdeling III van deze verordening wordt
                            bestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de
                            tweede categorie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Opsporingsambtenaren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met de opsporing van overtredingen van deze verordening, zijn, naast
                                de in artikel 141 van het Wetboek van strafverordening genoemde
                                opsporingsambtenaren tevens de in artikel 142 van het Wetboek van
                                strafverordening genoemde opsporingsambtenaren belast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorts zijn met het toezicht op de handhaving van het bepaalde bij
                                of krachtens deze verordening belast de door het college aangewezen
                                personen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Intrekking</titel></kop><al>De Parkeerverordening Breda 2007 wordt ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Overgangsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Besluiten van het college, gebaseerd op de "Parkeerverordening Breda
                                2007" blijven, indien en voor zover de bepalingen krachtens deze
                                besluiten zijn genomen ook zijn vervat in deze verordening, van
                                kracht tot de termijn waarvoor zij zijn genomen is verstreken of
                                totdat zij zijn ingetrokken of vervallen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in lid 1 met betrekking tot de
                                geldigheidsduur van reeds afgegeven besluiten, worden besluiten, als
                                bedoeld in lid 1, die zijn afgegeven op bedrijfsnaam met ingang van
                                deinwerkingtreding van deze verordening omgezet in een besluit op
                                kenteken, met dien verstande dat per bedrijfsnaam maximaal drie
                                vergunningen op kenteken worden verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien voor de inwerkingtreding van deze verordening een aanvraag om
                                een vergunning of ontheffing – hoe ook genaamd - op grond van de
                                "Parkeerverordening Breda 2007" is ingediend en voor het tijdstip
                                van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op die aanvraag
                                is beslist, wordt daarop de overeenkomstige bepaling van de
                                onderhavige verordening toegepast.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op een aanhangig beroep of bezwaarschrift, betreffende een
                                vergunning of ontheffing bedoeld in het eerste lid, dan wel een
                                voorschrift of beperking zoals genoemd in het tweede lid, of een
                                besluit zoals genoemd in het derde lid, dat voor of na het tijdstip
                                zoals bedoeld in artikel 31 is ingekomen, wordt beslist met
                                toepassing van de "Parkeerverordening Breda 2007", tenzij toepassing
                                van deze verordening voor betrokkene een gunstiger resultaat
                                oplevert.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: "Parkeerverordening Breda
                            2013".</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>De verordening treedt in werking op 01 oktober 2013.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in zijn openbare vergadering van 30 september 2013.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>, voorzitter.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>, griffier.</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>