<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR406168_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Sociaal statuut gemeente Opmeer 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Opmeer</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Opmeer</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-65213.html">Gemeenteblad nr. 65213 d.d. 23-05-2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Sociaal statuut organisatiewijzigingen gemeente Opmeer 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, artikel 160</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling (CAR)</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Uitkeringsovereenkomst (UWO)</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-02-23</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Sociaal statuut gemeente Opmeer 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Opmeer</al><al/><al>besluiten:</al><al/><al>gelet op het gestelde in artikel 160 van de Gemeentewet, de Collectieve
                        Arbeidsvoorwaardenregeling (CAR) en de Uitkeringsovereenkomst (UWO);</al><al/><al>gezien de bereikte overeenstemming in de commissie voor het Georganiseerd
                        Overleg op 4 februari 2016</al><al/><al>tot vaststelling van het navolgende </al><al/><al>Sociaal statuut gemeente Opmeer 2016</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label/><titel>Inleiding</titel></kop><al>De gemeentelijke organisatie staat niet stil en verandert zoals ook
                        omgevingsfactoren veranderen. Als gevolg daarvan kan het voorkomen dat
                        medewerkers of organisatieonderdelen een andere plaats krijgen toebedeeld.
                        In het algemeen heeft dit vaak geen grote personele consequenties. De
                        medewerker gaat met (een groot deel van) zijn taak over naar een andere
                        afdeling of eenheid. Vaak verandert alleen de werkomgeving van de
                        medewerker. Dat neemt niet weg dat ook deze processen zorgvuldig moeten
                        gebeuren. De medewerkers hebben recht op een aantal waarborgen. In het
                        sociaal statuut zijn deze vastgelegd voor de medewerkers van de gemeente
                        Opmeer.</al><al>Dit sociaal statuut heeft als doel de uitgangspunten en de rechtspositionele
                        waarborgen vast te leggen die nodig zijn om de personele gevolgen van een
                        belangrijke organisatiewijziging op een zorgvuldig en sociaal verantwoorde
                        wijze te laten verlopen. Hierin zijn de uitgangspunten opgenomen die in acht
                        worden genomen en de kaders waarbinnen de rechten en plichten van zowel de
                        werknemer als de werkgever zijn vastgelegd bij organisatiewijzigingen. </al><al>Gedurende de looptijd van dit sociaal statuut hanteert de gemeente Opmeer in
                        haar rol als werkgever drie belangrijke uitgangspunten: </al><lijst><li nr="·"><al>geen gedwongen ontslagen;</al></li><li nr="·"><al>een inspanningsverplichting van de werkgever om bij een belangrijke
                                organisatiewijziging boventalligheid van medewerkers te voorkomen.
                                Indien desondanks medewerkers boventallig worden, dan is het een
                                gezamenlijke verantwoordelijkheid van werkgever en de betrokken
                                medewerker om er voor te zorgen dat de medewerker zo spoedig
                                mogelijk aan de slag kan op een andere arbeidsplaats binnen of
                                buiten de gemeentelijke organisatie, of om een andere (maatwerk)
                                oplossing te realiseren, en</al></li><li nr="·"><al>een werk- en salarisgarantie voor de medewerkers.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><titel><onderstreept>Algemene bepalingen</onderstreept></titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Definities</titel></kop><al>Voor de toepassing van het sociaal statuut wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>Bovenformatief</cursief></al><al>De situatie waarin er meer medewerkers (uitgedrukt in fte) zijn dan
                                formatieplaatsen zonder dat dit leidt tot de aanwijzing van
                                boventallige medewerkers.</al></li><li nr="b."><al><cursief>Boventalligheid</cursief></al><al> De situatie dat een medewerker wegens een organisatiewijziging niet
                                kan terugkeren in de formatie na de organisatiewijziging.</al></li><li nr="c."><al><cursief>Boventallig verklaarde medewerker</cursief></al><al> De medewerker in dienst van de gemeente die als gevolg een
                                organisatiewijziging zijn/haar functie heeft verloren en die (nog)
                                niet is geplaatst of herplaatst in de formatie van de nieuwe
                                organisatie.</al></li><li nr="d."><al><cursief>CAR-UWO</cursief></al><al> De Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling/Uitwerkingsovereenkomst
                                voor de sector gemeenten.</al></li><li nr="e."><al><cursief>Formatie</cursief></al><al> Formeel vastgesteld samenstel van functies met waarderingsniveaus
                                en het aantal plaatsen, uitgedrukt in fte, binnen (een onderdeel
                                van) de gemeente Opmeer.</al></li><li nr="f."><al><cursief>Formatieplan</cursief></al><al>Een inventarisatie van de beschikbare formatie en functies van de
                                organisatie, inclusief het organogram van de organisatie na de
                                organisatiewijziging.</al></li><li nr="g."><al><cursief>Functie</cursief></al><al>Het geheel van werkzaamheden dat de medewerker volgens zijn
                                taakinventarisatie verricht.</al></li><li nr="h."><al><cursief>Geschikte functie</cursief></al><al>Een functie die niet valt onder het begrip passende functie, maar
                                die de medewerker bereid is te vervullen. Er is geen sprake van
                                acceptatieplicht. Bij inpassing in een lager functieniveau is het
                                streven binnen twee jaar de medewerker minimaal op het oude
                                functieniveau geplaatst te hebben.</al></li><li nr="i."><al><cursief>Gewijzigde functie</cursief></al><al>Een functie die meer dan 25% in taakinhoud en tijdsbesteding wijzigt
                                ten opzichte van de functie die de medewerker voor de
                                organisatiewijziging vervulde.</al></li><li nr="j."><al><cursief>GO</cursief></al><al> Het georganiseerd overleg als bedoeld in artikel 121a, tweede lid,
                                Ambtenarenreglement.</al></li><li nr="k."><al><cursief>Herplaatsen</cursief></al><al> Het na een organisatiewijziging plaatsen van een boventallig
                                verklaarde medewerker in een passende of geschikte functie binnen of
                                buiten de organisatie.</al></li><li nr="l."><al><cursief>Looptijd</cursief></al><al> De periode van aanvang tot eind van het Sociaal Statuut.</al></li><li nr="m."><al><cursief>Management</cursief></al><al>Het managementteam van de gemeente Opmeer, bestaande uit de
                                gemeentesecretaris en de sectorhoofden.</al></li><li nr="n."><al><cursief>Medewerker</cursief></al><al> De ambtenaar in de zin van artikel 1:1, lid 1 sub a van de
                                CAR-UWO.</al></li><li nr="o."><al><cursief>Nieuwe functie</cursief></al><al>Een functie die voor de organisatiewijziging niet voorkwam binnen de
                                organisatie.</al></li><li nr="p."><al><cursief>Ongewijzigde functie</cursief></al><al>Een functie die in belangrijke mate, ten minste 75% in taakinhoud en
                                tijdsbesteding, gelijk is aan de functie die de medewerker voor de
                                organisatiewijziging vervulde.</al></li><li nr="q."><al><cursief>Organisatiewijziging</cursief></al><al> Een belangrijke wijziging in de organisatiestructuur, reductie van
                                de formatieomvang, een wijziging van het organogram en/of een
                                wijziging van het takenpakket (van een deel) van de organisatie,
                                zoals bedoeld in artikel 25 van de Wet op de Ondernemingsraden en
                                tenminste 3 fte betreft, en die nadelige gevolgen heeft – of kan
                                hebben – voor medewerkers. Of de wijziging belangrijk is, kan
                                afgemeten worden aan:</al><lijst><li nr="-"><al>de reikwijdte van de wijziging (hoeveel medewerkers erbij
                                        betrokken zijn), en</al></li><li nr="-"><al>de ingrijpendheid van de wijziging (hoe ingrijpend zijn de
                                        gevolgen voor de betrokken medewerkers.</al></li></lijst></li><li nr="r."><al><cursief>Passende functie</cursief></al><al> Een functie van gelijkwaardig werk- en denkniveau, die de
                                medewerker redelijkerwijs in verband met zijn persoonlijkheid,
                                omstandigheden en de voor hem bestaande vooruitzichten kan worden
                                opgedragen. Een passende functie is doorgaans van hetzelfde
                                functieniveau als de oude functie, dan wel maximaal twee
                                salarisschalen hoger, of één salarisschaal lager dan de oude
                                functieschaal. Hierbij worden de tussenschalen (10a en 11a) buiten
                                beschouwing gelaten. Bij de inpassing bij een lagere salarisschaal
                                is het streven binnen twee jaar de medewerker minimaal op het oude
                                functieniveau te hebben. Hiervoor gelden inspanningsverplichtingen
                                van zowel werkgever als werknemer.</al></li><li nr="s."><al><cursief>Plaatsing</cursief></al><al>Het proces waarbij de medewerker wordt overgeplaatst naar een nieuw
                                organisatieonderdeel of uit dienst treedt bij de huidige werkgever
                                en in dienst komt bij een andere werkgever die de gemeentelijke
                                taken heeft overgenomen.</al></li><li nr="t."><al><cursief>Plaatsingsplan</cursief></al><al>Een inventarisatie van de bemensing van een organisatorische eenheid
                                of de organisatie van een andere werkgever en de rechtspositie van
                                de individuele medewerkers (inpassing); een was – wordt- lijst.</al></li><li nr="u."><al><cursief>Sleutelfuncties</cursief></al><al>Een unieke functie die (met instemming van de ondernemingsraad) is
                                aangewezen als zijnde van vitaal belang voor de organisatie en
                                waarvoor specifieke kennis dan wel specifieke kwaliteiten vereist
                                zijn. Deze functies nemen een sleutelpositie binnen de organisatie
                                in en worden op basis van geschiktheidseisen ingevuld.</al></li><li nr="v."><al><cursief>Uitbesteding</cursief></al><al>In dit document is uitbesteding de verzamelterm voor
                                privatiseringen, verzelfstandigen en publiekrechtelijke
                                taakoverhevelingen.</al></li><li nr="w."><al><cursief>Werkgever</cursief></al><al>Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente
                                Opmeer.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Werkingssfeer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het sociaal statuut is van toepassing op belangrijke wijzigingen in de
                            organisatie van de gemeente, dan wel belangrijke wijzigingen in de
                            verdeling van bevoegdheden binnen de organisatie die gevolgen hebben
                            voor daarin werkzame personen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als sprake is van een organisatiewijziging als gevolg van een
                            gemeentelijke herindeling, ambtelijke fusie of uitbestedingen, is dit
                            sociaal statuut niet van toepassing. In dat geval wordt een sociaal plan
                            opgesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Doelgroepen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dit sociaal statuut is van toepassing op medewerkers met een vaste
                            aanstelling of arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd in dienst van de
                            gemeente Opmeer. Het is ook van toepassing op medewerkers met een
                            tijdelijke aanstelling bij wijze van proef, die een schriftelijk
                            vooruitzicht hebben gekregen op een vaste aanstelling en daarbij
                            voldoende functioneren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit sociaal statuut geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>medewerkers waarmee schriftelijk een ontslag- of
                                    outplacementregeling is afgesproken (artikel 8:8 CAR-UWO);</al></li><li nr="b."><al>medewerkers waarvoor een procedure loopt of ontslag is verleend
                                    op grond van disfunctioneren (artikel 8:6 CAR-UWO), disciplinair
                                    strafontslag (artikel 8:13 CAR-UWO) of overige gronden (artikel
                                    8:7 CAR-UWO) kunnen geen beroep doen op extra faciliteiten en
                                    garanties uit dit sociaal statuut;</al></li><li nr="c."><al>medewerkers met een tijdelijke aanstelling, tijdelijk contract
                                    zonder vooruitzicht op een vaste aanstelling. Voor hen loopt het
                                    dienstverband van rechtswege af. Zij vallen onder de werking van
                                    het sociaal statuut tot de beëindigingsdatum van de
                                    arbeidsrelatie;</al></li><li nr="d."><al> stagiaires, leer- of werkervaringsbanen en
                                    vakantiekrachten;</al></li><li nr="e."><al>onbezoldigde medewerkers op grond van artikel 1:2 CAR-UWO en
                                    buitengewone ambtenaren van de burgerlijke stand;</al></li><li nr="f."><al>uitzendkrachten, inhuurkrachten, ZZP-ers, freelancers e.d.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Bevoegdheid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het nemen van
                            besluiten over de wijziging van de ambtelijke organisatie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het nemen van
                            besluiten over wijziging van de aanstelling, overplaatsing en ontslag
                            van medewerkers, tenzij bij of krachtens wet of (mandaat)besluit anders
                            is bepaald.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Bevoegde overlegorganen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voordat een definitief besluit wordt genomen ten aanzien van de
                                organisatiewijziging als bedoeld in artikel 1, sub p van dit sociaal
                                statuut, wordt de ondernemingsraad schriftelijk om advies gevraagd,
                                zoals bedoeld artikel 25 van de Wet op de ondernemingsraden.</al></li><li nr="2."><al>Ten aanzien van de medezeggenschap van medewerkers en vakcentrales
                                geldt het algemene uitgangspunt dat onderwerpen die gedurende het
                                proces van organisatiewijziging aan bod komen, primair door één
                                orgaan worden behandeld. Hiertoe worden voor zover vereist en of
                                door partijen gewenst regelingen opgesteld voor de OR en het GO
                                evenals een convenant over de taakverdeling tussen het bestuur, de
                                OR en GO.</al></li><li nr="3."><al>Op verzoek van de ondernemingsraad kan bij specifieke onderwerpen
                                het GO ingeschakeld worden. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><titel><onderstreept>Voorbereiding
                            organisatiewijziging</onderstreept></titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Onderzoek naar organisatiewijziging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als de werkgever voornemens is de mogelijkheid van en de behoefte aan
                            een organisatiewijziging te onderzoeken, worden de ondernemingsraad en
                            het GO hier in een vroeg stadium van op de hoogte gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De ondernemingsraad wordt zo veel mogelijk tussentijds betrokken bij de
                            uitvoering van het onderzoek en op de hoogte gehouden van de
                            vorderingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De schriftelijke eindrapportage van het onderzoek wordt ter kennisneming
                            toegezonden aan de ondernemingsraad en maakt onderdeel uit van de
                            adviesaanvraag als bedoeld in artikel 8 van dit statuut.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Sociaal plan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De werkgever stelt, in overleg met het GO een sociaal plan op als uit de
                            adviesaanvraag van de bestuurder aan de ondernemingsraad over de
                            organisatiewijziging blijkt dat een sociaal plan opgesteld moet worden.
                            Indien dit niet het geval is, voorzien artikel 20 tot en met artikel 28
                            van dit Sociaal Statuut en paragraaf 5 van hoofdstuk 10d van de CAR-UWO
                            daarin.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ter zake de organisatiewijziging die ten grondslag ligt aan het sociaal
                            plan zoals bedoeld in lid 1 van dit artikel heeft de ondernemingsraad
                            een adviesrecht (artikel 25 WOR), voordat definitieve besluiten worden
                            genomen over medewerkers.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij privatisering of publiekrechtelijke taakoverheveling wordt, indien
                            het GO dit nodig acht, een sociaal plan opgesteld. Dit sociaal plan
                            regelt de overplaatsingsprocedure (inclusief de ontslag- en
                            aanstellingsprocedure over het te plaatsen personeel) en bevat
                            rechtspositionele bepalingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Adviesaanvraag ondernemingsraad</titel></kop><al>De adviesaanvraag aan de ondernemingsraad bevat:</al><lijst><li nr="·"><al>een duidelijke omschrijving van het voorgenomen besluit;</al></li><li nr="·"><al>de eindrapportage van het onderzoek naar de organisatiewijziging als
                                bedoeld in artikel 6;</al></li><li nr="·"><al>de beweegredenen van het besluit;</al></li><li nr="·"><al>de personele gevolgen van het besluit, en</al></li><li nr="·"><al>de naar aanleiding van het besluit te nemen personele
                                maatregelen.</al></li></lijst><al>De adviesaanvraag wordt op een zodanig tijdstip gedaan, dat deze nog van
                        wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Kennisgeving en uitvoering besluit</titel></kop><al>Als het college van burgemeester en wethouders een definitief besluit tot
                        wijziging van de organisatie hebben genomen, worden de ondernemingsraad en
                        de betrokken medewerkers zo spoedig mogelijk van dit besluit en de personele
                        gevolgen daarvan op de hoogte gebracht.</al></artikel><artikel><kop><label/><titel><onderstreept>Plaatsingsprocedure bij
                                organisatiewijzigingen</onderstreept></titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Plaatsing en werkingssfeer</titel></kop><al>De plaatsing van medewerkers bij organisatiewijzigingen vindt plaats op
                        grond van het bepaalde in de hierna volgende artikelen 12 tot en met
                        28.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Uitgangspunten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het aan een organisatiewijziging ten grondslag liggende besluit geeft
                            duidelijk aan op welke onderdelen van de organisatie de wijziging
                            betrekking heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij een organisatiewijziging geldt ten aanzien van de plaatsing van
                            medewerkers in de nieuwe organisatie het uitgangspunt ‘mens-volgt-werk’.
                            Dit houdt in dat de medewerker, zoveel mogelijk, wordt geplaatst in de
                            eigen, ongewijzigde functie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De werkgever spant zich in om de medewerker die valt onder dit sociaal
                            statuut, in een passende of indien mogelijk in een geschikte functie te
                            plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De werkgever spant zich in om boventalligheid van medewerkers te
                            voorkomen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het realiseren van een plaatsing is een gezamenlijke
                            verantwoordelijkheid en inspanning van zowel de werkgever als
                            werknemer.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het plaatsingsproces dient zorgvuldig en transparant te zijn.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De duur van het plaatsingstraject moet zo kort mogelijk zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Voorkeursvolgorde bij plaatsing</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In de plaatsingsprocedure worden de volgende vier categorieën
                                onderscheiden:</al><lijst><li nr="a."><al>de ongewijzigde functies met gelijke formatie;</al></li><li nr="b."><al>de ongewijzigde functie met minder formatie;</al></li><li nr="c."><al>de gewijzigde functie, en</al></li><li nr="d."><al>de nieuwe functie.</al></li></lijst></li></lijst><al><cursief>Ongewijzigde functie met gelijke formatie.</cursief></al><al>Indien een medewerker een ongewijzigde functie bekleedt, dan wordt hij
                        geplaatst op de ongewijzigde functie. Bij het nemen van het besluit tot
                        plaatsing als bedoeld in artikel 20 hanteert de werkgever in beginsel het
                        ‘mens–volgt–werk’ principe. Dit houdt in dat de medewerkers, zo mogelijk,
                        wordt geplaatst in de eigen, ongewijzigde functie. </al><al><cursief>Ongewijzigde functie met minder formatie.</cursief></al><al>Indien een medewerker een ongewijzigde functie bekleedt met minder formatie,
                        en plaatsing op grond van het ‘mens – volgt – werk’ principe niet mogelijk
                        is, volgt plaatsing in een passende functie met in achtneming van de
                        criteria zoals genoemd bij de definitie ‘passende functie’ en op basis het
                        afspiegelingsbeginsel. Voor dit laatste geldt het volgende:</al><lijst><li nr="a."><al>er wordt gestreefd naar een evenredige vertegenwoordiging vanuit de
                                volgende leeftijdscategoriën: 17 tot 27 jaar, van 27 tot 37 jaar,
                                van 37 tot 47 jaar, van 47 tot 57 jaar, van 57 jaar en ouder tot de
                                AOW- gerechtigde leeftijd. Binnen elke leeftijdsgroep komt de
                                medewerker met de langste diensttijd als eerste voor plaatsing in
                                aanmerking;</al></li><li nr="b."><al>voor het bepalen van de langste diensttijd wordt uitgegaan van het
                                aantal jaren, maanden en dagen dat een medewerker bij werkgever
                                werkt. Als twee of meer medewerkers even lang bij de werkgever
                                werken, wordt het aantal jaren, maanden en dagen in overheidsdienst
                                in aanmerking genomen. Bij een gelijk aantal werkgeversjaren en
                                overheidsjaren wordt gekeken naar de leeftijd. Degene met de hoogste
                                leeftijd heeft in dat geval de hoogste anciënniteit.</al></li><li nr="c."><al>Als de medewerker naar het oordeel van de werkgever beschikt over
                                zodanige kennis en bekwaamheden dat zijn boventalligheid voor het
                                functioneren van de organisatie bezwaarlijk zou zijn, kan de
                                werkgever deze medewerker bij toepassing van het
                                afspiegelingsbeginsel buiten beschouwing laten.</al></li><li nr="d."><al>Het afspiegelingscriterium wordt niet toegepast, als sprake is van
                                een sleutelfunctie, die ook vóór de organisatiewijziging
                                bestond.</al></li></lijst><al><cursief>Gewijzigde functies en nieuwe functies.</cursief></al><al>Om de uitgangspunten en doelstellingen te kunnen realiseren is het van groot
                        belang de plaatsingsprocedure te volgen die er voor zorgt dat plaatsing
                        gebeurt op basis van geschiktheid, waarbij de meest geschikte medewerker,
                        voorrang krijgt. Deze procedure wordt ingezet voor de gewijzigde en nieuwe
                        functies die op basis van geschiktheidseisen worden ingevuld, met
                        inachtneming van het gestelde in artikel 14.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Plaatsingsprocedure</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het management bepaalt, mede op advies van de coördinator P&amp;O, welke
                            medewerkers:</al><lijst><li nr="a."><al>in een ongewijzigde functie met ongewijzigde formatie worden
                                    geplaatst;</al></li><li nr="b."><al>in een ongewijzigde functie met gewijzigde formatie worden
                                    geplaatst;</al></li><li nr="c."><al>in een gewijzigde functie worden geplaatst;</al></li><li nr="d."><al>in een nieuwe functie worden geplaatst.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Uitgangspunt bij een plaatsing is dat de medewerker zijn functie volgt
                            (‘mens–volgt–functie’).</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze plaatsingen worden opgenomen in een voorlopig plaatsingsplan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Aan alle medewerkers die vallen onder lid 1 sub b, c en d van dit
                            artikel verstrekt de werkgever: - het voorlopig formatieplan met
                            beschikbare functies; - de beschrijving van de plaatsingsprocedure
                            (conform de bepalingen van dit sociaal statuut) - een
                            belangstellingsregistratieformulier.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De medewerker wordt in de gelegenheid gesteld binnen twee weken na
                            uitreiking van het belang-stellingsregistratieformulier zijn of haar
                            voorkeur kenbaar te maken voor ten hoogste drie functies uit het
                            formatieplan middels een opgave op dit formulier.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Voor de gewijzigde en nieuwe functie vindt een selectieprocedure plaats
                            conform artikel 14.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De uitkomsten van de selectiegesprekken worden verwerkt in het
                            plaatsingsplan.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het plaatsingsplan wordt ter toetsing aangeboden aan de
                            plaatsingscommissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Selectieprocedure gewijzigde en nieuwe functies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gewijzigde en nieuwe functies worden door de werkgever voorafgaande
                            aan die van de overige medewerkers benoemd. Daarbij geldt het
                            geschiktheid beginsel: de juiste kandidaat voor de juiste functie. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met alle beoogde kandidaten voor een gewijzigde of nieuwe functie wordt
                            door de selectiecommissie als bedoeld in artikel 15 een selectiegesprek
                            gevoerd. Eventueel wordt een (assessment–) onderzoek naar de
                            geschiktheid van de medewerker ingesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor alle interne kandidaten die niet worden benoemd, en voor wie
                            plaatsing op grond van het ‘mens – volgt – werk’ principe niet mogelijk
                            is, volgt plaatsing in een passende functie met in achtneming van de
                            criteria zoals genoemd bij de definitie ‘passende functie’.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Selectiecommissie gewijzigde en nieuwe functies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de selectie van kandidaten voor de gewijzigde en nieuwe functies
                            wordt een selectiecommissie samengesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid bedoelde commissie bestaat in ieder geval uit:</al><lijst><li nr="a."><al>de gemeentesecretaris;</al></li><li nr="b."><al>een lid van het managementteam;</al><al>c. een vertegenwoordiger van de medewerkers;</al></li><li nr="d."><al>een door de werknemersdelegaties in het GO aangewezen
                                    onafhankelijke derde;</al></li><li nr="e."><al>een adviseur P&amp;O.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Plaatsingsplan</titel></kop><al>Het management maakt met de P&amp;O- adviseur van de betreffende afdelingen
                        een plaatsingsplan op grond van het bepaalde in artikel 13.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Plaatsingscommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor iedere belangrijke organisatiewijziging en uitbesteding stelt het
                            bestuur in overleg met het GO een externe plaatsingscommissie in.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De plaatsingscommissie bestaat uit:</al><lijst><li nr="a."><al>een onafhankelijke voorzitter, met stemrecht, waarover het
                                    bestuur en de bonden overeenstemming bereiken in het GO;</al></li><li nr="b."><al>een vertegenwoordiger van de bonden, met stemrecht, die wordt
                                    aangewezen door de gezamenlijke bonden;</al></li><li nr="c."><al>een vertegenwoordiger van de werkgever, met stemrecht, die wordt
                                    aangewezen door het college van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="d."><al>een ambtelijk secretaris, zonder stemrecht, die wordt aangewezen
                                    door het college van de werkgever.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De plaatsingscommissie heeft de volgende taken:</al><lijst><li nr="a."><al>advies uitbrengen aan de werkgever over de plaatsing en de
                                    rechtspositionele inpassing van de individuele medewerkers die
                                    rechtstreeks zijn betrokken bij de organisatiewijziging of
                                    uitbesteding.</al></li><li nr="b."><al>advies uitbrengen over oplossingsrichtingen voor medewerkers die
                                    bovenformatief dreigen te worden of in eerste instantie niet
                                    geplaatst kunnen worden.</al><al> Dit advies is schriftelijk en gemotiveerd. Een eventueel
                                    minderheidsstandpunt wordt expliciet vermeld.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De plaatsingscommissie kan de werkgever, het management en medewerkers
                            horen of bij hen informatie inwinnen. Voordat de commissie overgaat tot
                            het horen van informanten, stelt zij de medewerker daarvan in
                            kennis.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De plaatsingscommissie hoort in ieder geval de medewerker voor wie in de
                            nieuwe organisatie geen passende functie aanwezig is of lijkt te zijn,
                            en de medewerker die op het belangstellingsregistratieformulier
                            gemotiveerd heeft aangegeven door de commissie gehoord te willen worden.
                            De plaatsingscommissie beslist op basis van deze motivering of de
                            betreffende medewerker daadwerkelijk wordt gehoord; zij is daartoe niet
                            verplicht.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Van het horen van de individuele medewerker door de plaatsingscommissie
                            wordt een schriftelijk verslag gemaakt, dat door de voorzitter en de
                            secretaris van de plaatsingscommissie voor akkoord wordt
                            ondertekend.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De plaatsingscommissie kan beschikken over ondersteuning. Haar
                            vergaderingen zijn niet openbaar en de leden respecteren een
                            geheimhoudingsverplichting.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De werkgever benoemt de leden van de plaatsingscommissie en verstrekt
                            een vergoeding op basis van het vakbondstarief. Reiskosten kunnen worden
                            vergoed op basis van € 0,19 per kilometer ongeacht de wijze van
                            vervoer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Advies plaatsingscommissie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De werkgever stelt de voorlopige plaatsingen vast op basis van het
                            gemotiveerde advies van de plaatsingscommissie. Deze adviezen worden
                            door de werkgever onder meer beoordeeld op onderlinge samenhang en
                            worden getoetst aan het organisatiemodel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de werkgever daartoe aanleiding ziet, wordt – met redenen omkleed
                            – een advies ter heroverweging aan de plaatsingscommissie voorgelegd.
                            Deze commissie brengt dan opnieuw een al dan niet gewijzigd advies
                            uit.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De werkgever kan uitsluitend op grond van zwaarwegende argumenten
                            afwijken van de adviezen van de plaatsingscommissie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De werkgever deelt de medewerker schriftelijk mede in welke functie hij
                            voorlopig wordt geplaatst. Als de werkgever afwijkt van de eerste
                            voorkeur van de medewerker, dan wordt dit schriftelijk gemotiveerd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien plaatsing in een passende of geschikte functie niet mogelijk is
                            binnen de vastgestelde formatie van het formatieplan bedoeld in artikel
                            13, lid 6 van dit statuut, deelt de werkgever de medewerker het
                            voornemen schriftelijk mee dat hij bovenformatief wordt geplaatst.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Tegen het besluit genoemd in lid 5 van dit artikel staat geen
                            bezwaarmogelijkheid open in het kader van de Algemene wet
                            bestuursrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Zienswijze</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als de medewerker zich niet met het besluit tot voorlopige plaatsing kan
                            verenigen, kan hij binnen twee weken na de dag van verzending van dat
                            besluit, schriftelijk en gemotiveerd, zijn zienswijze kenbaar
                            maken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De werkgever legt de zienswijzen voor advies voor aan de
                            plaatsingscommissie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De plaatsingscommissie hoort de betrokken medewerker zo spoedig mogelijk
                            na ontvangst van de ingediende zienswijze, behoudens wanneer de
                            medewerker schriftelijk heeft verklaard daarvan geen gebruik te willen
                            maken. De medewerker kan zich bij het horen laten bijstaan door een
                            adviseur. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Binnen vier weken na de in lid 1 van dit artikel ingediende zienswijze,
                            brengt de plaatsingscommissie aan de werkgever schriftelijk en
                            gemotiveerd advies uit over de ingediende zienswijze.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De werkgever neemt binnen zes weken na ontvangst van de zienswijze,
                            zoals beschreven in lid 1 van dit artikel, een besluit over de
                            ingediende zienswijze en deelt dit besluit aan de medewerker
                            schriftelijk en gemotiveerd mede. Hierbij wordt tevens een afschrift van
                            het advies van de plaatsingscommissie gevoegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Besluit tot plaatsing, bovenformatief of boventallig
                            verklaring</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De werkgever neemt het besluit tot plaatsing, bovenformatief of
                            boventallig verklaren van de betrokken medewerker. De werkgever neemt
                            bij het nemen van het besluit tot plaatsing, bovenformatief of
                            boventallig verklaren, met inachtneming van het advies van de
                            plaatsingscommissie, de voorkeursvolgorde als bedoelt in artikel 12 van
                            dit Sociaal Statuut in acht. In geval van een besluit tot boventallig
                            verklaren, is sprake van een situatie als bedoeld in artikel 10d:2,
                            aanhef en sub d CAR-UWO.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De medewerker wordt binnen tien werkdagen schriftelijk op de hoogte
                            gesteld van het besluit tot plaatsing, bovenformatief of boventallig
                            verklaren. In de motivering van het besluit wordt ingegaan op de
                            eventuele bedenkingen van de medewerker.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De medewerker kan bezwaar aantekenen tegen het besluit, zoals bedoeld in
                            het eerste lid van dit artikel, conform de Algemene wet
                            bestuursrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Geen passende of geschikte functie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als binnen de organisatie van werkgever voor de medewerker niet zijn
                            eigen, ongewijzigde functie, passende of geschikte functie voorhanden
                            is, volgt het besluit tot boventallig verklaring, zoals bedoeld in
                            artikel 20, lid 1 van deze regeling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De medewerker over wie is besloten dat hij boventallig is en die ten
                            tijde van de boventallig verklaring een dienstverband heeft bij
                            werkgever van minder dan twee jaren, heeft geen recht op een Van werk
                            naar werk-traject. Aan hem wordt eervol ontslag verleend op grond van
                            artikel 8:3 CAR-UWO.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De medewerker ten aanzien van wie is besloten dat hij boventallig is,
                            die ten tijde van de boventallig verklaring een dienstverband heeft bij
                            werkgever van ten minste twee jaren, heeft recht op een Van werk naar
                            werk-traject op grond van het vermelde in artikel 10d:12 en verder
                            CAR-UWO. Op deze medewerker, zijn de bepalingen van paragraaf 5 van
                            hoofdstuk 10d CAR-UWO van toepassing. In verband hiermee wordt door de
                            medewerker en de werkgever gezamenlijk een Van werk naar werk-onderzoek
                            verricht in de zin van artikel 10d:15 CAR-UWO, waarna partijen een Van
                            werk naar werk-contract opstellen, zoals bepaald in artikel 10d:16
                            CAR-UWO.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De paritaire toetsingscommissie als bedoeld in artikel 10d:24 van de
                            CAR-UWO voor het toezicht op Van werk naar werk-trajecten ziet,
                            desgevraagd, toe op de individuele toepassing van de bepalingen van
                            paragraaf 5 van hoofdstuk 10d CAR-UWO betreffende het Van werk naar
                            werk-contract. Op de paritaire toetsingscommissie is het Reglement
                            paritaire toetsingscommissie van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Als het Van werk naar werk-traject na 24 maanden niet wordt voortgezet,
                            wordt aan de medewerker eervol ontslag verleend op grond van artikel 8:3
                            CAR-UWO. Dit ontslagbesluit kan vanaf 21 maanden na aanvang van het Van
                            werk naar werk-traject worden genomen. Dit ontslagbesluit wordt genomen
                            nadat de medewerker in de mogelijkheid is gesteld om mondeling en/of
                            schriftelijk zijn zienswijze te geven.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de medewerker aan wie eervol ontslag wordt verleend op grond van
                            artikel 8:3 CAR-UWO na het doorlopen van een Van werk naar werk-traject
                            zijn de bepalingen van paragraaf 6 en 7 van hoofdstuk 10d CAR-UWO van
                            toepassing, tenzij sprake is van tussentijdse beëindiging van het Van
                            werk naar werk-traject (zoals bedoeld in artikel 10d:19 CAR-UWO).</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Verplichtingen medewerker</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De medewerker is verplicht, onverminderd het recht op bezwaar en
                                beroep, een passende functie die hem met inachtneming van de
                                herplaatsingsprocedure is toegewezen, te aanvaarden. In het sociaal
                                plan/Van werk naar werk contract worden de overige voorwaarden
                                vastgelegd.</al></li><li nr="2."><al>De medewerker is verplicht, onverminderd het recht op bezwaar en
                                beroep, om een passende functie binnen de organisatie van werkgever
                                of een aangeboden functie buiten de organisatie van werkgever, die
                                hem in het kader van een Van werk naar werk-traject wordt
                                aangeboden, te aanvaarden.</al></li><li nr="3."><lijst><li nr="a."><al>Wanneer de medewerker na herhaald en zorgvuldig overleg
                                        weigert een passende of geschikte functie te aanvaarden
                                        binnen de organisatie van de werkgever, en/of zich
                                        anderszins niet voldoende inspant, en/of zich overigens niet
                                        houdt aan de afspraken vastgelegd in het Van werk naar
                                        werk-contract, kan de werkgever overgaan tot tussentijdse
                                        beëindiging van het Van werk naar werk-contract en
                                        vervolgens ontslag (artikel 10d:19 CAR-UWO). Alsdan wordt
                                        ontslag verleend op grond van artikel 8:3 CAR-UWO met ingang
                                        van de dag volgend op die waarop het Van werk naar
                                        werk-traject is beëindigd.</al></li><li nr="b."><al>Wanneer de medewerker weigert een hem met inachtneming van
                                        de plaatsingsprocedure toegewezen passende functie te
                                        aanvaarden en/of te vervullen, wordt dit aangemerkt als
                                        ernstig plichtsverzuim. De werkgever meldt in dat geval bij
                                        de instelling die de Werkloosheidswet uitvoert, dat sprake
                                        is van verwijtbare werkloosheid. De instelling bepaalt
                                        vervolgens of er inderdaad sprake is van verwijtbare
                                        werkloosheid. De medewerker kan hierdoor de uitkering
                                        verliezen.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label/><titel><onderstreept>Gevolgen herplaatsing</onderstreept></titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Salarisgarantie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De medewerker die wordt herplaatst in een functie binnen de organisatie,
                            behoudt het salaris en het salarisperspectief <sup/> verbonden aan zijn
                            huidige salarisschaal.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De medewerker die niet in een functie van gelijk functioneel
                            schaalniveau kan worden ingepast en een functie aanvaardt met een lager
                            functioneel schaalniveau, behoudt de aanspraken verbonden aan de huidige
                            salarisschaal in de vorm van een garantie, die de algemene
                            salarisontwikkeling<sup/> volgt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Functie gebonden toelagen</titel></kop><al>Voor de medewerker die wordt herplaatst in een functie binnen de
                        gemeentelijke organisatie vervallen de functie gebonden toelagen uit de
                        vervallen functie tenzij in een andere regeling een afbouw is
                        opgenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Persoonlijke toelage</titel></kop><al>De medewerker die wordt herplaatst in een functie binnen de organisatie
                        verliest zijn recht op zijn persoonlijke toelage, tenzij bij de toekenning
                        van de persoonlijke toelage andere afspraken zijn gemaakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Opleidingsvergoedingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De medewerker die wordt herplaatst in een functie binnen de organisatie
                            en zijn opleiding wenst voort te zetten, behoudt de rechten die hem op
                            grond van de opleidingsregeling van de gemeente Opmeer zijn
                            toegekend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De medewerker die wordt herplaatst in een functie binnen de organisatie
                            en die in overleg met zijn nieuwe leidinggevende besluit te stoppen met
                            zijn of haar opleiding, wordt ontheven van terugbetalingsverplichtingen
                            die voortvloeien uit de opleidingsregeling van de gemeente Opmeer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Omscholing/bijscholing</titel></kop><al>Als dit voor het vervullen van de functie noodzakelijk is, wordt de
                        herplaatste medewerker in de gelegenheid gesteld tot het volgen van
                        omscholing/bijscholing. De kosten hiervan zijn voor rekening van de
                        werkgever.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Ontheffing terugbetalingsverplichtingen bij aanvaarden externe
                            functie</titel></kop><al>De medewerker, van wie het Van werk naar werk- traject eerder eindigt dan na
                        afloop van de volgens de CAR-UWO geldende reguliere termijn, wegens het
                        aanvaarden van een passende of geschikte functie buiten de organisatie,
                        wordt – behoudens afwijkende afspraken in het Van werk naar werk- contract –
                        ontheven van eventuele terugbetalingsverplichtingen die voortvloeien uit de
                        opleidingsregeling van de gemeente Opmeer, bepalingen met betrekking tot de
                        verhuiskostenvergoeding en het betaald ouderschapsverlof.</al></artikel><artikel><kop><label/><titel><onderstreept>Slotbepalingen</onderstreept></titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In gevallen waarin de toepassing van dit sociaal statuut zou leiden tot
                            een onbillijke situatie voor een medewerker, kan de werkgever in een
                            voor de medewerker gunstige zin afwijken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In gevallen waarin deze regeling niet of niet in redelijkheid voorziet,
                            kan de werkgever een bijzondere voorziening treffen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze regeling kan worden aangehaald als ‘Sociaal statuut
                                organisatiewijzigingen gemeente Opmeer 2016’.</al></li><li nr="2."><al>Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2016 en
                                eindigt op 1 januari 2020.</al></li><li nr="3."><al>De regeling blijft in werking tot overeenstemming is over een nieuw
                                statuut.</al></li><li nr="4."><al>Het ‘Sociaal statuut organisatieveranderingen gemeente Opmeer 2008’
                                vervalt hierbij.</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus overeengekomen</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Gemeente Opmeer </ondertekening><ondertekening>dhr. G.J.A.M. Nijpels</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>FNV Overheid </ondertekening><ondertekening>dhr. W. Jaapies</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>CNV Overheid</ondertekening><ondertekening>dhr. F.H. van der Kwast</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Volgens voorstel door burgemeester en wethouders besloten op 23 februari
                        2016.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>secretaris,</ondertekening><ondertekening>M.A.S. Winder </ondertekening><ondertekening/><ondertekening>G.J.A.M. Nijpels</ondertekening><ondertekening> burgemeester</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>