<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR406158_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Uitvoeringsregels Bijzondere bijstand 2013</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Oldenzaal</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-03-02</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Oldenzaal</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 05-02-2013</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Uitvoeringsregels Bijzondere bijstand 2013</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005537">Algemene wet bestuursrecht, titel 4.3 </dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=35">Wet werk en bijstand, art. 35</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-01-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-02-13</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-03-07</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>INTB-13-00546</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Uitvoeringsregels Bijzondere bijstand 2013</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Uitvoeringsregels Bijzondere bijstand 2013</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Uitvoeringsregels Bijzondere bijstand 2013</titel></kop><structuurtekst><al>De wijze waarop de verlening van bijstand voor bijzondere noodzakelijke
                            bestaanskosten (kortweg: bijzondere bijstand) lokaal plaatsvindt, wordt
                            in hoofdzaak door de gemeente zelf bepaald. De bij-zondere bijstand
                            heeft het karakter van een op de individuele omstandigheden afgestemde
                            voorzie-ning voor bijzondere bestaanskosten. Als er sprake is bijzondere
                            omstandigheden waardoor iemand hogere kosten heeft dan waarin een
                            (inkomen ter hoogte van) de algemene bijstand voorziet, kan bijzondere
                            bijstand worden verleend.</al><al>De bijstand van deze kosten is niet genormeerd; de gemeente heeft de
                            verantwoordelijkheid voor de beoordeling van de noodzaak en hoogte van
                            de bijzondere bijstand. Daartoe moeten uitvoeringsre-gels worden
                            vastgesteld.</al><al/><al><vet>Definitie bijzondere bijstand</vet></al><al/><al>De definitie van bijzondere bijstand is te vinden in artikel 5 sub d en
                            artikel 35 WWB:</al><al><cursief>De bijstand die wordt verstrekt voor de uit bijzondere
                                omstandigheden voortvloeiende noodzakelijke kos-ten van het bestaan,
                                die niet kunnen worden voldaan uit de bijstandsnorm, de
                                langdurigheidstoeslag, het vermogen en het inkomen voor zover dit
                                meer bedraagt dan de bijstandsnorm.</cursief></al><al/><al>Het recht op bijzondere bijstand voor bepaalde kosten hangt dus af van
                            de omstandigheden in het individuele geval en kan dan ook slecht van
                            geval tot geval worden beoordeeld. Het kan hierbij om zeer diverse
                            kostensoorten gaan. Uit vaste jurisprudentie volgt dat het recht op
                            bijzondere bijstand niet naar kostensoort is begrensd.</al><al/><al><vet>Definitie voorliggende voorziening</vet></al><al>Artikel 15 WWB geeft een definitie van het begrip voorliggende
                            voorziening:</al><lijst><li nr="•"><al>geen recht op bijstand bestaat voor zover een beroep kan worden
                                    gedaan op een voorliggende voorziening die, gezien haar aard en
                                    doel, wordt geacht voor de belanghebbende toereikend en passen
                                    te zijn;</al></li><li nr="•"><al> het recht op bijstand strekt zich evenmin uit tot kosten die in
                                    de voorliggende voorziening als niet noodzakelijk worden
                                    aangemerkt.</al><al/></li></lijst><al>Hieruit volgt dat bijzondere bijstand kan worden verstrekt als een
                            voorziening noodzakelijk is, maar de voorliggende voorziening toch geen
                            vergoeding geeft (bijvoorbeeld om budgettaire reden).</al><al>Als de voorliggende voorziening de kosten echter als niet noodzakelijk
                            beschouwt, dan bestaat er in principe ook geen recht op bijzondere
                            bijstand.</al><al/><al>Als een aanvraag bijzondere bijstand wordt afgewezen omdat de aanvrager
                            een beroep kan doen op een voorliggende voorziening, dan dient vast te
                            staan dat de aanvrager ook daadwerkelijk een beroep kan doen op deze
                            voorliggende voorziening. Als de aanvrager bijvoorbeeld niet meer kan
                            aanvragen bij de voorliggende voorziening omdat hij te laat is, dan kan
                            de aanvraag niet worden afgewezen met de motivering dat hij een beroep
                            kan doen op een voorliggende voorziening. Onderzocht moet dan worden of
                            de aanvrager verwijtbaar heeft gehandeld en of de bijzondere bijstand
                            daarom ook moet worden afgewezen. Daarnaast kan bezien worden of de
                            bijzondere bijstand als lening verstrekt moet worden.</al><al/><al><vet>Doelgroep</vet></al><al>Alle inwoners van Oldenzaal die op het moment van aanvraag een inkomen
                            hebben waaruit de bijzon-dere noodzakelijke kosten niet kunnen worden
                            voldaan kunnen een aanvraag indienen. Studenten behoren niet tot de
                            doelgroep als het gaat om Langdurigheidstoeslag en de collectieve
                            ziektekosten-verzekering.</al><al/><al><vet>Draagkracht</vet></al><al>Onder draagkracht wordt verstaan dat gedeelte van het inkomen en/of
                            vermogen dat een bepaalde grens te boven gaat. Men wordt in staat geacht
                            met de draagkracht een gedeelte van de kosten zelf te voldoen. De
                            vaststelling van de draagkracht vindt plaats met inachtneming van de
                            volgende punten:</al><al/><lijst><li nr="•"><al>Het in aanmerking te nemen vermogen</al></li></lijst><al>Als het vermogen van de aanvrager lager is dan het vrij te laten
                            vermogen ingevolge de WWB, dan wordt dit vermogen niet in aanmerking
                            genomen bij het vaststellen van de draagkracht. Er geldt een
                            uitzondering voor de vervanging/aanschaf van duurzame gebruiksgoederen
                            en de kosten van woning-inrichting. Als men aan de overige voorwaarden
                            voldoet geldt hiervoor een vermogensvrijlating van twee keer de voor hen
                            geldende bijstandsnorm (zie: onderdeel kostensoorten).</al><al>Voor autobezit geldt een extra vrijlating van € 7.000,00, aangezien een
                            auto tot die waarde als alge-meen gebruikelijk wordt aangemerkt.</al><al/><lijst><li nr="•"><al> Het inkomen voor zover dit meer bedraagt dan 110% van de van
                                    toepassing zijnde bijstandsnorm.</al></li><li nr="•"><al> Een eventueel verstrekte langdurigheidstoeslag wordt niet
                                    meegenomen bij de vaststelling van de draagkracht.</al><al/></li></lijst><al><cursief>Draagkrachtperiode</cursief></al><al>De draagkracht wordt vastgesteld voor een jaar en gaat in op de eerste
                            van de maand waarin bijzon-dere bijstand wordt aangevraagd. De
                            draagkracht dient binnen het jaar te worden gebruikt.</al><al/><al>Als met terugwerkende kracht bijzondere bijstand wordt aangevraagd gaat
                            de draagkracht in op de eerste van de maand waarin de kosten zijn
                            gemaakt (dus ook met terugwerkende kracht).</al><al/><al><cursief>Draagkrachtpercentage</cursief></al><al>Bij een inkomen tot 110% van de betreffende bijstandsnorm wordt geen
                            draagkracht aanwezig ge-acht. Dat betekent dat de bijzondere kosten
                            volledig met bijzondere bijstand kunnen worden vergoed. </al><al>Bedraagt het inkomen meer dan 110% van de bijstandsnorm, dan wordt de
                            draagkracht vastgesteld op 25% van de inkomensoverschrijding. Dat houdt
                            in dat 75% van het inkomen boven 110% van de betreffende bijstandsnorm
                            wordt vrijgelaten.</al><al>Voor de berekening van de draagkracht kan gebruik worden gemaakt van
                            bijgaand berekeningsmodel.</al><al/><al><vet>Drempelbedrag</vet></al><al>Op grond van artikel 35, tweede lid WWB kan de gemeente een
                            drempelbedrag hanteren. Bij de verle-ning van bijzondere bijstand wordt
                            in de gemeente Oldenzaal geen drempelbedrag toegepast.</al><al/><al><vet>Aanvraagtermijn</vet></al><al>Bijzondere bijstand kan met terugwerkende kracht worden verleend. De
                            bijstand moet wel worden aangevraagd binnen 12 maanden na de datum
                            waarop de kosten daadwerkelijk zijn gemaakt. Er moet altijd een
                            bewijsstuk van de gemaakte kosten worden overgelegd.</al><al/><al>Bijstandsverlening met terugwerkende kracht kan het niet-gebruik van
                            bijzondere bijstand verminderen. Maar het voorkomt ook het onnodig
                            meerdere malen aanvragen voor kleine bedragen: de klant kan de nota’s
                            opsparen.</al><al/><al>Uitzonderingen op deze beleidslijn is de verlening van bijzondere
                            bijstand voor verhuis- en inrichtingskosten (inclusief de kosten van
                            duurzame gebruiksgoederen). Hiervoor moet de klant wel vooraf een
                            aanvraag indienen. De reden hiervoor is dat het niet mogelijk is
                            achteraf de noodzaak van deze kosten vast te stellen.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Kostensoorten</titel></kop><paragraaf><kop><nr>1.</nr><titel>Duurzame gebruiksgoederen</titel></kop><structuurtekst><al>Als algemene regel geldt dat de kosten van duurzame gebruiksgoederen
                                dienen te worden voldaan uit de algemene bijstand (of een ander
                                inkomen) door middel van reservering vooraf (sparen) of achteraf
                                (lenen). Als dat niet mogelijk is kan bijstand worden verstrekt op
                                de volgende manieren:</al><lijst><li nr="1."><al>als borgstelling voor een bij de (Stads)bank af te sluiten
                                        lening;</al></li><li nr="2."><al>als leenbijstand;</al></li><li nr="3."><al>om niet.</al></li></lijst><al>Als het inkomen meer bedraagt dan de bijstandsnorm dient het
                                meerinkomen evenals het aanwezige vermogen volledig te worden
                                ingezet voor de aanschaf van duurzame gebruiksgoederen. Indien het
                                aflossingsbedrag dat in de bijstandsnorm is begrepen (5%) alsmede
                                het meerinkomen onvoldoende is om de aflossing te bekostigen, is
                                bijzondere bijstand mogelijk ter hoogte van het verschil.</al><al/><al>Ad.1 </al><al>In bepaalde situaties is de Stadsbank alleen bereid een lening te
                                verstrekking indien de gemeente borg staat voor de te verstrekken
                                lening. Dit geniet dan de voorkeur, omdat de Stadsbank ten opzichte
                                van de WWB een voorliggende voorziening is.</al><al>Ingevolge artikel 51 WWB bestaat de mogelijkheid om aanvullende
                                bijstand te verstrekken voor rente en aflossing van een lening bij
                                de Stadsbank, indien de aflossingsverplichting, in verband met de
                                hoogte van de lening, het maximale aflossingsbedrag (5% van de
                                bijstandsnorm) te boven gaat.</al><al>Mede in verband met de hoge (rente)kosten die hieraan verbonden
                                zijn, hanteert de gemeente Oldenzaal de volgende werkwijze:</al><lijst><li nr=""><al> De Stadsbank verstrekt een maximale lening ter hoogte van
                                        de aflossingscapaciteit over een periode van 3 jaar. Voor
                                        zover betrokkene noodzakelijk behoefte heeft aan een hoger
                                        bedrag, zal door de gemeente Oldenzaal een aanvullende
                                        bijstand tot dat noodzakelijke bedrag worden toegekend. De
                                        aanvullende bijstand wordt gedurende de eerste 3 jaren als
                                        leenbijstand verstrekt, waarbij de aflossing voorlopig op
                                        nihil wordt gesteld. Indien gedurende de looptijd van de
                                        lening de persoonlijke en/of financiële omstandigheden
                                        wijzigen, kan dat leiden tot het tussentijds opleggen van
                                        een aflossing t.b.v. de lening bij de gemeente Oldenzaal. Na
                                        afloop van de driejaarstermijn wordt bezien of de
                                        leenbijstand kan worden omgezet in bijstand om niet.</al><al/></li></lijst><al>Er worden dus geen betalingen meer verstrekt voor rente en aflossing
                                van de leningen bij de Stadsbank, zodat in voorkomende gevallen geen
                                borgstelling meer nodig is. Bij voortijdige verhuizing naar een
                                andere gemeente houdt zowel de Stadsbank als de gemeente Oldenzaal
                                een vordering op betrokkene.</al><al/><al>Ad. 2</al><al>Bijzondere bijstand in de vorm van een geldlening (leenbijstand) is
                                slechts mogelijk indien geen lening afgesloten kan worden bij de
                                Stadsbank en de noodzaak van de aanschaf van duurzame
                                gebruiksgoederen vaststaat.</al><al/><al>De aflossing bedraagt 5% van de toepasselijke bijstandsnorm. De
                                maximale aflossingsduur bedraagt 3 jaar.</al><al/><al>Ad. 3</al><al>In bijzondere individuele situaties kan bijzondere bijstand om niet
                                worden verleend. Maar pas als de eerder genoemde mogelijkheden
                                ((Stads)bank, lening, leenbijstand) niet aan de orde zijn. </al><al/><al>Hierop geldt één uitzondering: voor de vervanging van noodzakelijke
                                duurzame gebruiksgoederen (met name: wasmachine, koelkast,
                                stofzuiger) kan onder de volgende voorwaarden bijstand om niet worde
                                verstrekt:</al><lijst><li nr="•"><al>reserveringsmogelijkheden in het verleden hebben ontbroken
                                        en de aflossingscapaciteit is naar de toekomst al volledig
                                        ingezet, zonder dat dit het gevolg is geweest van een
                                        tekortschietend besef van verantwoordelijkheid;</al></li><li nr="•"><al> personen met tenminste <vet>drie jaar</vet> een
                                        minimuminkomen <vet>(110%)</vet> en onvoldoende eigen
                                        middelen, worden niet in staat geacht de vervanging van de
                                        meest noodzakelijke goederen zelf te bekosti-gen of hiervoor
                                        een lening af te sluiten;</al></li><li nr="•"><al> uit onderzoek moet blijken dat het tegoed op de
                                        betaalrekening en/of spaarrekening ontoereikend is om de
                                        aanschaf te bekostigen; een bedrag ter hoogte van <vet>twee
                                            keer</vet> het geldende normbedrag per kalendermaand
                                        genoemd in Hoofdstuk 3, paragraaf 3.2 en 3.3 WWB wordt
                                        vrijgelaten;</al></li><li nr="•"><al> er moet sprake zijn van het voeren van een zelfstandig
                                        huishouden;</al></li><li nr="•"><al> gelet op de gemiddelde levensduur kan eens per 8 jaar
                                        bijstand worden verstrekt;</al></li><li nr="•"><al> de reparatiekosten wegen niet op tegen de resterende
                                        levensduur.</al></li></lijst><al/><al><vet><cursief>Voor de hoogte van de vergoeding wordt verwezen naar
                                        bijgaande Vergoedingenlijst.</cursief></vet></al><al/><al>Indien de periode van 3 jaar voorafgaand aan de bijstandsaanvraag is
                                onderbroken door een periode van zes maanden of langer, gedurende
                                welke periode een inkomen is ontvangen boven de bijstandsnorm, dan
                                gaat de periode van drie jaar daarna opnieuw in.</al><al>Bij de vaststelling van de hoogte van de bijstand om niet wordt het
                                eventuele meerinkomen, indien er sprake is van een onderbreking met
                                een periode korter dan zes maanden, buiten beschouwing gela-ten,
                                zulks om te voorkomen dat dit een belemmering zou kunnen zijn voor
                                het aanvaarden van werk.</al><al>De grens is gelegd op zes maanden omdat verondersteld mag worden dat
                                indien de periode dat men de beschikking heeft over een inkomen
                                boven de bijstandsnorm langer is dan zes maanden, er ruimte is om te
                                reserveren voor de aanschafkosten van duurzame
                                gebruiksgoederen.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>2.</nr><titel>Medische kosten</titel></kop><structuurtekst><al>In het kader van armoedebestrijding en het terugdringen van het
                                niet-gebruik van bepaalde voorzieningen is bij zorgverzekeraar
                                Menzis een collectieve aanvullende verzekering afgesloten voor alle
                                Oldenzaalse minima met een inkomen tot 110% van de bijstandsnorm,
                                het Garantpakket.</al><al>In het pakket van deze collectieve verzekering is een aantal kosten
                                opgenomen die voorheen uit de bijzondere bijstand werden vergoed.
                                Deze verzekering heeft het wenselijk gemaakt de verstrekkingen van
                                de basisverzekering en de bijzondere bijstand af te stemmen. Het is
                                daarom in principe niet meer mogelijk om voor (eigen bijdragen van)
                                medische kosten, die zijn opgenomen in het Garantpakket, bijzondere
                                bijstand te verlenen. De inhoud van het Garantpakket wordt jaarlijks
                                regionaal vastgesteld na overleg met Menzis. Voor de actuele
                                vergoedingen wordt verwezen naar de Vergoedingenlijst.</al><al/><al><vet>Begrippen</vet></al><al/><al><cursief>Voorliggende voorziening</cursief></al><al/><al>Bijzondere bijstand kan worden toegekend voor noodzakelijke kosten
                                waarvoor geen toereikende voorliggende voorziening bestaat. In
                                relatie tot het verstrekken van bijzondere bijstand voor medische
                                kosten is de basisverzekering in het kader van de
                                Zorgverzekeringswet de belangrijkste voorliggende voorziening. De
                                kostensoorten die in de basisverzekering zijn opgenomen zijn kosten
                                die zonder meer als noodzakelijk worden beschouwd. Een en ander
                                impliceert dat medische kosten die niet in de basisverzekering zijn
                                opgenomen, strikt genomen niet als noodzakelijk worden beschouwd en
                                niet voor bijzondere bijstand in aanmerking komen. Overigens is er
                                op het terrein van de ziektekosten nog een aantal voorliggende
                                voorzieningen zoals de AWBZ en de Wmo.</al><al/><al><cursief>Aanvullende verzekering</cursief></al><al/><al>Naast de van overheidswege gecreëerde voorzieningen waar de burger
                                een beroep op kan doen, heeft hij de mogelijkheid zich te verzekeren
                                tegen het risico van (hoge) kosten. Het afsluiten van een
                                aanvullende zorgverzekering past hierin. Naast het begrip
                                voorliggende voorziening kent de WWB dan ook het begrip:
                                ‘tekortschietend besef van verantwoordelijkheid'. De wetgever gaat
                                ervan uit dat de burger van eigen verantwoordelijkheid blijk geeft
                                door zich te verzekeren tegen normaal gangbare risico's. Het
                                afsluiten van een aanvullende zorgverzekering en in dit geval het
                                Garantpakket wordt gezien als een daad van genoegzaam besef. Als de
                                klant daarin tekort schiet, heeft dit gevolgen voor het recht op
                                bijzondere bijstand. Hierin wordt een onderscheid gemaakt tussen
                                mensen die niet willen en mensen die niet kunnen afsluiten.</al><al/><al><cursief>Bijzondere bijstand en de basisverzekering</cursief></al><al>De WWB biedt de mogelijkheid bijzondere bijstand toe te kennen
                                indien de voorliggende voorziening een bepaalde kostensoort niet
                                volledig of maar voor een bepaalde periode vergoedt. De noodzaak van
                                de verstrekking staat hierbij niet ter discussie, maar de overheid
                                heeft, doorgaans om budgettaire redenen, ervoor gekozen de
                                vergoeding te beperken. Er is dan sprake van een eigen bijdrage voor
                                de verzekerde.</al><al>Bijzondere bijstand is in principe niet mogelijk wanneer in de
                                voorliggende voorziening het te vergoe-den bedrag nadrukkelijk aan
                                een maximum is verbonden. In een dergelijk geval is de overheid van
                                mening dat met dit maximumbedrag de kosten adequaat worden vergoed.
                                De voorliggende voorzie-ning wordt in dat geval als toereikend
                                beschouwd. Voor de meerkosten is dan ook geen bijzondere bijstand
                                mogelijk.</al><al/><al><cursief>Eigen risico basisverzekering</cursief></al><al>Uitgangspunt van de zorgverzekering is dat door de zorgtoeslag het
                                stelsel voor iedereen betaalbaar is. Dat betekent dat voor het
                                verplicht eigen risico geen bijzondere bijstand kan worden
                                verleend.</al><al>Naast het verplicht eigen risico maakt de Zorgverzekeringswet het
                                mogelijk dat verzekerden kiezen voor een vrijwillig eigen risico.
                                Als de verzekerde hiervoor kiest moet dit zelf worden opgevangen en
                                wordt voor dit eigen risico geen bijzondere bijstand verstrekt.</al><al/><al><cursief>Bijzondere bijstand en het Garantpakket</cursief></al><al>De kosten die in de aanvullende verzekering zijn opgenomen zijn
                                strikt juridisch gezien niet als noodzakelijke medische kosten aan
                                te merken. Vanuit die optiek ligt het dan ook niet op de weg van de
                                gemeente aanvullende bijzondere bijstand te verstrekken wanneer de
                                vergoedingen in het aanvullende pakket de gemaakte kosten niet
                                volledig dekken.</al><al/><al><cursief>Niet willen deelnemen</cursief></al><al>Wanneer cliënten geen gebruik willen maken van de collectieve
                                verzekering, kunnen zij in principe geen aanspraak maken op
                                bijzondere bijstand voor de kosten die in het Garantpakket zijn
                                opgenomen.</al><al/><al><cursief>Niet kunnen deelnemen</cursief></al><al/><al>Wanneer iemand niet kan deelnemen ligt dit uiteraard anders. Bij de
                                aanvraag bijzondere bijstand moet beoordeeld worden of er sprake is
                                van niet kunnen of niet willen deelnemen aan het Garantpakket. Als
                                er reden is om bijzondere bijstand te verstrekken, dan wordt deze
                                gebaseerd op de vergoedingen die het Garantpakket biedt.</al><al/><al><cursief>Eigen beleid</cursief></al><al>De gemeente heeft een zekere vrijheid zelf beleid te formuleren over
                                de vraag welk niveau van vergoedingen voor ziektekosten zij
                                wenselijk acht voor haar inwoners. Hierbij moet in het oog worden
                                gehouden dat er een consistent pakket aan vergoedingen ontstaat dat
                                uitvoerbaar is, de betrokkenen duidelijkheid biedt en recht doet aan
                                wet- en regelgeving.</al><al>In dat kader zijn in de Vergoedingenlijst medische kosten opgenomen
                                die noodzakelijk worden geacht. Voor die kosten kan alleen
                                bijzondere bijstand worden verstrekt als aanvragers niet kunnen
                                deelnemen aan het Garantpakket en in zeer bijzondere situaties. In
                                beide gevallen is extra onderzoek nodig.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>3.</nr><titel>Woonkosten</titel></kop><structuurtekst><al>De bijstandsnorm (of een ander inkomen) dient ook om de woonkosten
                                te betalen. Voor de huur kan een beroep worden gedaan op de
                                Huurtoeslag via de Belastingdienst.</al><al/><al>In de volgende situaties kan een beroep worden gedaan op een
                                woonkostentoeslag (WKT):</al><lijst><li nr="•"><al>Huur boven de huurgrens</al></li><li nr="•"><al>Eigen woning</al><al/></li></lijst><al><cursief>Huur boven huurgrens</cursief></al><al>Onder voorwaarden kan tijdelijk een woonkostentoeslag (WKT) worden
                                veleend (bijvoorbeeld na een scheiding). Aan de bijstandsverlening
                                wordt een verhuisplicht gekoppeld.</al><al/><al><cursief>Eigen woning</cursief></al><al>Bij bewoning van een eigen huis is een tijdelijke woonkostentoeslag
                                mogelijk indien de woonkosten onder de maximale huurgrens blijven.
                                Bij hogere woonlasten kan alleen onder voorwaarden een toeslag
                                worden verleend indien er geen goedkoper alternatief is. In dat
                                geval wordt er wel een verhuisplicht opgelegd.</al><al>Als woonkosten worden in aanmerking genomen: hypotheekrente, brand-
                                en opstalverzekering, eigenaargedeelte onroerende zaakbelasting,
                                rioolrecht (eigenaargedeelte), waterschapslasten (eigenaargedeelte)
                                en onderhoudskosten (volgens normen Stimulansz).</al><al/><al><cursief>Voorwaarden</cursief></al><al>Indien de woonkosten van een huurwoning of een eigen woning de
                                maximale huurgrens overschrijden kan onder de volgende voorwaarden
                                slechts tijdelijk een WKT worden verstrekt:</al><lijst><li nr="•"><al>indien bij het betrekken van de dure woning de
                                        bijstandsbehoefte nog niet was te voorzien, kan een
                                        tijdelijke WKT worden verstrekt voor ten hoogste een jaar,
                                        onder de voorwaarde dat wordt uitgezien naar goedkopere
                                        woonruimte beneden de huur- c.q. aftoppingsgrens;</al></li><li nr="•"><al> de tijdelijke WKT wordt berekend door het verschil tussen
                                        de maximale huurgrens en de daarbij behorende maximale
                                        huurtoeslag in mindering te brengen op de verschuldigde
                                        woonlasten;</al></li><li nr="•"><al> bij de verstrekking van een WKT wordt rekening gehouden met
                                        dat deel van het inkomen dat meer bedraagt dan de
                                        bijstandsnorm, door het meerdere in mindering te brengen op
                                        de berekende huurtoeslag;</al></li><li nr="•"><al> betrokkene dient zich o.a. bij de Woonmaatschappij WBO
                                        Oldenzaal te laten inschrijven als woningzoekende voor
                                        goedkopere woonruimte;</al></li><li nr="•"><al> verlenging van de periode van een jaar is slechts mogelijk
                                        indien, ondanks serieuze pogingen daartoe, niet tijdig over
                                        passende goedkopere woonruimte kan worden beschikt, dan wel
                                        beëindiging van de toeslag op grond van individuele
                                        omstandigheden (nog) niet verantwoord is;</al></li><li nr="•"><al> de WKT wordt na een jaar beëindigd indien men door eigen
                                        toedoen geen goedkopere woonruimte (beneden de maximale
                                        huurgrens) heeft verkregen.</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>4.</nr><titel>(Huur)schulden</titel></kop><structuurtekst><al><cursief>Algemeen</cursief></al><al>Vanaf 1 juli 2012 is schuldhulpverlening voor de gemeente een
                                wettelijke taak geworden. De gemeente moet binnen bepaalde termijnen
                                bij financiële problemen in actie komen als men om hulp vraagt. Als
                                door eigen toedoen vervolgens de hulpverlening wordt gestaakt wordt
                                men voor een periode van twee jaar uitgesloten van
                                hulpverlening.</al><al/><al>Bij schulden is sprake van een verstoorde betalingsrelatie tussen
                                schuldeiser en schuldenaar. De gemeente is hierin geen partij en wil
                                dat ook niet worden. Wij zijn wel bereid te bemiddelen tussen
                                schuldenaar en schuldeiser, maar alleen wanneer beide partijen hun
                                verantwoordelijkheid willen nemen om het probleem op te lossen. Wij
                                willen het probleem niet overnemen.</al><al/><al>Met een sluitende samenwerking, effectieve preventie en vroegtijdige
                                signalering kunnen huurschulden en huisuitzettingen vaker worden
                                voorkomen. Het voorkomen van huisuitzettingen bespaart zowel een
                                hoop financiële tegenslag – voor woningbouwvereniging en huurder –
                                als menselijke ellende.</al><al/><al>De woningbouwvereniging moet steeds meer moeite doen om
                                huisuitzettingen te voorkomen. Ener-zijds lukt dit door het
                                efficiënte en preventieve incassobeleid, anderzijds door de
                                samenwerking met externe partijen. Huisuitzetting vormt het
                                sluitstuk in vaak langer slepende probleemsituaties. Het economisch
                                tij is ongunstig en het Rijk komt met steeds ingrijpender
                                bezuinigingen.</al><al/><al><cursief>Aanpak</cursief></al><al>Er is gekozen voor een integrale aanpak: schuldhulp voor de
                                financiële zorgen, maatschappelijk werk voor andere problemen en zo
                                nodig ook andere specialistische hulp (bijv. verslavingszorg,
                                begeleiding bij opvoeding of hulp bij het zoeken naar werk).</al><al>De gemeente Oldenzaal heeft jaren geleden met WBO Wonen en de
                                Stadsbank Oost Nederland een intentieverklaring gesloten, waarin de
                                samenwerking wordt geregeld ter voorkoming van huurachterstanden en
                                huisuitzettingen. Naar aanleiding van recente ontwikkelingen zijn de
                                gemaakte afspraken met WBO Wonen eind 2012 geactualiseerd en
                                bijgesteld (zie hierna).</al><al/><al><cursief>Bijstand</cursief></al><al>Kosten die de afbetaling van schulden betreffen kunnen in het
                                algemeen niet worden aangemerkt als noodzakelijke kosten van het
                                bestaan in de zin van de wet. De overheid biedt via de Wet werk en
                                bijstand (WWB) iedere burger immers de zekerheid van toereikende
                                middelen om in het noodzakelijke te voorzien.</al><al>De WWB bepaalt daartoe in artikel 13, eerste lid, dat degene die
                                bijstand vraagt ter gedeeltelijke of volledige aflossing van een
                                schuldenlast en die overigens bij het ontstaan van de schuldenlast,
                                dan wel nadien, beschikte of beschikt over de middelen om in de
                                noodzakelijke kosten van het bestaan te voorzien, geen recht heeft
                                op bijstand.</al><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 13 WWB kan het college
                                ingevolge artikel 49 WWB bijzondere bijstand verlenen:</al><lijst><li nr="•"><al>in de vorm van borgtocht en </al></li><li nr="•"><al>indien daartoe zeer dringende redenen bestaan en de
                                        borgtocht geen uitkomst biedt in de vorm van bijstand.</al></li></lijst><al>Daarnaast is het ook mogelijk om bijstand te verlenen in de vorm van
                                een geldlening of borgtocht indien het bijstand ter gedeeltelijke of
                                volledige aflossing van een schuldenlast betreft (artikel 48
                                WWB).</al><al/><al>Een dreigende huisuitzetting of een schuld wordt in het algemeen
                                niet aangemerkt als een zeer dringende reden. Er moeten dusdanig
                                voor de persoon of het gezin dreigende omstandigheden zijn, die
                                leiden tot onbedoelde en/of ongewenste effecten. Denk hierbij aan
                                een groot maatschappelijk afbreukrisico indien er geen bijstand
                                wordt verleend voor de huurschuld. Dit zou het geval kunnen zijn bij
                                een gezin met jonge kinderen.</al><al/><al>De oorzaak van het ontstaan van de huurschuld kan tevens van belang
                                zijn om te bepalen of bijstand kan worden verleend en in welke vorm
                                (lening of “om niet”).</al><al>Als er bijvoorbeeld sprake is van een plotselinge onvoorzienbare
                                inkomensdaling waardoor er een huurschuld is ontstaan hoeft er
                                immers geen sprake te zijn van een tekortschietend besef van
                                verantwoordelijkheid. Het kan ook zijn dat de huurschuld is ontstaan
                                in een periode dat slechts werd beschikt over een inkomen onder
                                bijstandsniveau en daarnaast onvoldoende middelen beschikbaar waren
                                om de huur te voldoen.</al><al/><al>Zoals hiervoor al is aangegeven is bijstand voor schulden in
                                principe niet mogelijk.</al><al>Een huurschuld is een zaak tussen de woningeigenaar en de huurder.
                                Tussen deze twee partijen moeten vooraf duidelijke afspraken worden
                                gemaakt over de voorwaarden waaronder een woning wordt gehuurd. Als
                                er sprake is van een huurachterstand moet de woningeigenaar er alles
                                aan doen om de huurbetaling weer regulier te laten plaatsvinden. De
                                gemeente speelt hierin geen rol.</al><al/><al>Op het moment dat sprake is van een huurachterstand die volgens de
                                woningeigenaar moet leiden tot huisuitzetting, is daarbij de inzet
                                vereist van een deurwaarder. Voordat het zover is moet duidelijk
                                zijn dat de woningeigenaar er alles aan heeft gedaan om
                                huisuitzetting te voorkomen.</al><al>Uit het oogpunt van veiligheid en volksgezondheid heeft de gemeente
                                een algemene zorgplicht voor haar burgers en een maatschappelijke en
                                sociale verantwoordelijkheid. Vanuit die visie is betaling van de
                                primaire lasten dus belangrijk. </al><al>De gemeente kan in dat verband schuldhulpverlening aanbieden. Als
                                gemeente hebben we daar belang bij, niet alleen omdat het
                                maatschappelijk ongewenste situaties voorkomt, het voorkomt ook hoge
                                kosten van huisuitzetting en eventueel herinrichting vervangende
                                woonruimte.</al><al/><al>Huisuitzetting kan leiden tot grote sociale onrust en zal vooral
                                gevolgen hebben voor thuiswonende minderjarige kinderen. Als in
                                afwijking van de hoofdregel dan toch besloten wordt bijstand te
                                verlenen is dat slechts voor een deel van de huurschuld. Het
                                resterende deel wordt bij de Stadsbank ondergebracht in een
                                minnelijke regeling of in de WSNP. Cliënt moet bereid zijn een
                                direct ingaande reële te-rugbetalingsregeling te treffen op basis
                                van de door de gemeente vastgestelde aflossingscapaciteit. Daarbij
                                worden alle inkomenscomponenten in aanmerking genomen (ook de
                                heffingskortingen, vakantietoeslag e.d.) evenals eventuele andere
                                financiële verplichtingen. De termijn om de bijstand terug te
                                betalen moet beperkt zijn (maximaal 36 maanden) zodat er perspectief
                                blijft voor de toekomst. </al><al>De bijstand kan worden verstrekt onder voorwaarden, zoals het zich
                                onderwerpen aan een noodzakelijke behandeling van medische aard. Er
                                dient daarnaast continu aandacht te zijn voor preventie, om te
                                voorkomen dat in de toekomst nieuwe schulden ontstaan.</al><al>Bij recidive zal, voor wat bijstandsverlening betreft, de
                                aanwezigheid van minderjarige kinderen geen uitzondering meer kunnen
                                zijn op de hoofdregel.</al><al/><al><cursief>Met WBO Wonen Oldenzaal is de volgende werkwijze
                                    afgesproken:</cursief></al><lijst><li nr="•"><al>Zo veel als mogelijk huisuitzetting voorkomen.</al></li><li nr="•"><al> De gemeente in een zo vroegtijdig mogelijk stadium
                                        informeren over een huurachterstand die uit de hand dreigt
                                        te lopen.</al></li><li nr="•"><al> WBO Wonen hanteert voor de incassoprocedure een protocol en
                                        stuurt dat naar de gemeente.</al></li><li nr="•"><al> Tijdens dit incassotraject wordt gebruik gemaakt van de
                                        diensten van Humanitas.</al></li><li nr="•"><al> Met de hulpverlener van Humanitas worden samen met de
                                        medewerker huurincasso van WBO Wonen nadere afspraken
                                        gemaakt over vroeg signalering, voorkomen huisuitzetting en
                                        tijdig in-schakelen hulpverlenende instanties.</al></li><li nr="•"><al> WBO Wonen maakt in het kader van schuldhulpverlening in
                                        principe gebruik van de diensten de Stadsbank. In situaties
                                        waarin dit niet voldoende lijkt, wordt de huurder gevraagd
                                        of deze tegen betaling de meer intensievere hulp van “Fizom”
                                        wenst.</al></li><li nr="•"><al> Het proces management van de gemeente Oldenzaal wordt
                                        vanuit haar rol in het MDO, tijdig geïn-formeerd over multi
                                        problematieke situaties.</al></li><li nr="•"><al> Gelijktijdig met de laatste aanmaning wordt betrokkene door
                                        de gemeente schriftelijk dringend geadviseerd om contact op
                                        te nemen met de Stadsbank.</al></li><li nr="•"><al> Betrokkene wordt er tevens op gewezen dat wanneer niet
                                        (tijdig) contact wordt opgenomen met de hulpverlenende
                                        instanties, de gemeente in een latere fase mogelijk ook
                                        niets meer kan betekenen.</al><al/></li></lijst><al>Deze afspraken moeten er toe leiden dat </al><lijst><li nr="•"><al>huisuitzetting wordt voorkomen</al></li><li nr="•"><al>tijdige en correcte huurbetaling weer wordt opgestart</al></li><li nr="•"><al> er geen bijstand verleend behoeft te worden voor de
                                        huurschuld</al></li><li nr="•"><al> oplossingen voor de lange termijn worden gevonden (start
                                        schuldhulpverleningtraject).</al></li></lijst></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>5.</nr><titel>Aanvulling op algemene bijstand aan jongeren</titel></kop><structuurtekst><al>De Toeslagenverordening is niet van toepassing op de doelgroep
                                jongeren van 18 tot 21 jaar. </al><al>Ouders zijn onderhoudsplichtig voor jongeren tot 21 jaar. In
                                bepaalde situaties kan echter wel periodieke bijstand worden
                                verstrekt. De basisnorm ligt echter aanzienlijk lager dan bij
                                personen van 21 jaar en ouder. Daarom kan de gemeente extra bijstand
                                verlenen in de vorm van bijzondere bijstand.</al><al> Dit kan noodzakelijk zijn als:</al><lijst><li nr="•"><al>de middelen van de ouders niet toereikend zijn;</al></li><li nr="•"><al> de jongere zijn aanspraak op de onderhoudsplicht jegens
                                        zijn ouders redelijkerwijs niet te gelde kan maken. In dat
                                        geval kan de gemeente de verstrekte bijstand wel op de
                                        ouders verhalen).</al><al/></li></lijst><al><cursief>Alleenstaande jongeren van 18 tot 21 jaar</cursief></al><al>Als de noodzakelijke kosten hoger zijn dan de basisnorm, kan
                                ingevolge artikel 12 WWB met inachtneming van het voorgaande
                                (aanvullende) bijzondere bijstand worden verleend indien aan één van
                                de volgende voorwaarden wordt voldaan:</al><lijst><li nr="1."><al>beide ouders zijn overleden;</al></li><li nr="2."><al>betrokkene uit huis is geplaatst op grond van een officiële
                                        maatregel (o.a. Wet op de Jeugdzorg);</al></li><li nr="3."><al>het onverantwoord is om betrokkene bij zijn/haar ouders te
                                        laten wonen (bijv. mishandeling);</al></li><li nr="4."><al>de jongere de zorg heeft voor één of meer kinderen (de
                                        feitelijke woonsituatie is dan bepalend);</al></li><li nr="5."><al>de jongere al langer dan één jaar buitenshuis woont voordat
                                        bijstand wordt aangevraagd en geen sprake is van een
                                        tekortschietend besef van verantwoordelijkheid voor de
                                        voorziening in het bestaan.</al></li></lijst><al>In alle overige situaties gaat de wettelijke onderhoudsplicht van de
                                ouders boven bijstandsverlening. Enkel de omstandigheid dat ouders
                                in het buitenland wonen kan geen reden zijn voor verstrekking van
                                bijzondere bijstand voor de kosten van het bestaan.</al><al/><al><cursief>Jongeren verblijvende in een inrichting</cursief></al><al>Dit is een weinig voorkomende categorie die geen recht heeft op
                                algemene bijstand. Er kan aanspraak worden gemaakt op bijzondere
                                bijstand indien redelijkerwijs de onderhoudsplicht jegens de ouders
                                niet te gelde kan worden gemaakt. De hoogte van de te verstrekken
                                bijzondere bijstand kan gelijk worden gesteld aan de landelijke
                                basisnorm voor een alleenstaande van 21 jaar of ouder verblijvende
                                in een inrichting (artikel 23 WWB).</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>6.</nr><titel>Voormalige alleenstaande ouder</titel></kop><structuurtekst><al>Een alleenstaande ouder die nog één kind tot zijn of haar last
                                heeft, gaat er in inkomen op achteruit als het kind 18 jaar wordt.
                                Allereerst verandert de basisnorm algemene bijstand van die voor een
                                alleenstaande ouder (zijnde 70% van de gehuwdennorm) naar die voor
                                een alleenstaande (zijnde 50% van de gehuwdennorm). Daarnaast kan
                                onder omstandigheden de hoogte van de toeslag wijzigen.</al><al>Onder die omstandigheden wordt in voorkomende gevallen de
                                inkomensachteruitgang in Oldenzaal als volgt opgelost:</al><lijst><li nr="1."><al>In het kader van <cursief>bijzondere bijstand</cursief>
                                        wordt aan de voormalige alleenstaande ouder een toeslag
                                        verstrekt van 10% van de gehuwdennorm tot het jongste kind
                                        de 21-jarige leeftijd heeft bereikt, ongeacht de hoogte van
                                        het inkomen van het kind en mits het kind thuis blijft
                                        wonen.</al></li><li nr="2."><al>In de <cursief>Toeslagenverordening</cursief> is bepaald dat
                                        een thuiswonend verdienend kind jonger dan 21 jaar niet in
                                        aanmerking wordt genomen als zijnde …”een ander die in
                                        dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft”. Ten gevolge
                                        hiervan wordt de bijstandsnorm voor echtparen, alleenstaande
                                        ouders en alleenstaanden niet verlaagd zolang het
                                        thuiswonende kind jonger dan 21 jaar is en inkomsten
                                        ontvangt.</al><al/></li></lijst><al>Bovengenoemde berekeningswijze bepaalt de noodzakelijke hoogte van
                                het inkomen van een voormalige alleenstaande gedurende een bepaalde
                                periode. Deze berekeningswijze geldt ook voor een alleenstaande
                                ouder die een ANW- of arbeidsongeschiktheidsuitkering ontvangt.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>7.</nr><titel>Bijzondere bijstand voor andere kosten</titel></kop><structuurtekst><al>Voorgaande kosten zijn voor wat de bijzondere bijstand betreft niet
                                limitatief. Er kan ook voor andere kosten bijzondere bijstand worden
                                verleend, mits aan de uitgangspunten wordt voldaan:</al><lijst><li nr="•"><al>er moet sprake zijn van bijzondere omstandigheden en
                                        noodzakelijke kosten;</al></li><li nr="•"><al> de kosten kunnen niet uit de bijstandsnorm, de
                                        langdurigheidstoeslag en het vermogen worden voldaan;</al></li><li nr="•"><al> er is geen sprake van een voorliggende voorziening, die
                                        gezien aard en doel toereikend en pas-send is;</al></li><li nr="•"><al> de voorliggende voorzienig heeft de kosten niet als niet
                                        noodzakelijk aangemerkt.</al><al/></li></lijst><al>Voor de meest voorkomende overige kosten waarvoor bijzondere
                                bijstand kan worden verleend zijn in de Vergoedingenlijst de
                                voorwaarden en normbedragen opgenomen.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>