<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR40604_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening bestrijding misbruik Wet werk en bijstand en Wet investeren in jongeren gemeente Zeewolde 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zeewolde</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zeewolde</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Zeewolde Actueel, 11-05-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening bestrijding misbruik Wwb en WIJ gemeente Zeewolde 2010</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005416&amp;artikel=147, lid 1&amp;g=2013-10-15">Gemeentewet art. 147, lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0015703&amp;artikel=8a&amp;g=2013-10-15">Wet werk en bijstand, art. 8a</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0027779&amp;artikel=12, lid 1&amp;g=2013-10-15">Wet investeren in jongeren, art. 12, lid 1</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-04-22</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze regeling vervangt de op 22 december 2005 vastgestelde Verordening bestrijding misbruik bijstand 2006.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening bestrijding misbruik Wet werk en bijstand en Wet investeren in
            jongeren gemeente Zeewolde 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>​De raad van de gemeente Zeewolde,</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 16 maart 2010;
                        gelet op artikel 147, eerste lid, van de Gemeentewet, artikel 8a van de Wet
                        werk en bijstand en artikel 12, eerste lid, onderdeel c van de Wet
                        investeren in jongeren; overwegende dat het noodzakelijk is bij verordening
                        regels te stellen met betrekking tot het bestrijden van misbruik en
                        oneigenlijk gebruik van de Wet werk en bijstand en de Wet investeren in
                        jongeren; gehoord het Beraad d.d. 6 april 2010;</al><al/><al> Besluit</al><al/><al> de Verordening bestrijding misbruik Wet werk en bijstand en Wet investeren
                        in jongeren gemeente Zeewolde 2010 vast te stellen onder gelijktijdige
                        intrekking van de verordening bestrijding misbruik bijstand 2006. </al></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet
                                nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk
                                en bijstand de Wet investeren in jongeren en de Algemene wet
                                bestuursrecht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Wwb: Wet werk en bijstand;</al></li><li nr="b."><al>WIJ: Wet investeren in jongeren;</al></li><li nr="c."><al>bijstand: de bijstand zoals genoemd onder artikel 5 onder b
                                        van de Wwb;</al></li><li nr="d."><al>inkomensvoorziening: de inkomensvoorziening zoals genoemd in
                                        artikel 5 WIJ</al></li><li nr="e."><al>alleenstaande: de persoon genoemd in artikel 4 onder a van
                                        de Wwb en artikel 4 onder a van de WIJ;</al></li><li nr="f."><al>alleenstaande ouder: de persoon genoemd in artikel 4 onder b
                                        van de Wwb en artikel 4 onder b van de WIJ;</al></li><li nr="g."><al>gezin: de personen genoemd in artikel 4 onder c van de Wwb
                                        en artikel 4 onder c van de WIJ;</al></li><li nr="h."><al>recidive: het binnen een periode van 5 jaar wederom
                                        verwijtbaar niet nakomen van de inlichtingenplicht;</al></li><li nr="i."><al>benadelingsbedrag: het netto-bedrag aan bijstand of
                                        inkomensvoorziening dat ten onrechte of tot een te hoog
                                        bedrag is verleend;</al></li><li nr="j."><al>inlichtingenplicht: de verplichtingen genoemd in artikel 17
                                        lid 1, 2 en 4 van de Wwb, de artikelen 44 lid 1, 2 en 4 van
                                        de WIJ en de artikelen 28 lid 2 en 29 lid 1 van de Wet
                                        structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;</al></li><li nr="k."><al>Afstemmingsverordening: de verordening gebaseerd op artikel
                                        8 lid 1 onder b van de Wwb en artikel 12 lid 1 onder b
                                        WIJ.</al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.</nr><titel>Bestrijding misbruik en oneigenlijk gebruik</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college legt in beleidsregels vast op welke wijze zij misbruik
                                en oneigenlijk gebruik van de wet bestrijdt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de beleidsregels wordt in ieder geval aandacht geschonken aan de
                                volgende onderwerpen:</al><lijst><li nr="a."><al>rechtmatigheidscontrole bij aanvang, tijdens en bij
                                        beëindiging van het recht op bijstand dan wel het recht op
                                        een leerwerkaanbod en/of een inkomensvoorziening;</al></li><li nr="b."><al>preventie;</al></li><li nr="c."><al>signaal- en risicosturing;</al></li><li nr="d."><al>werkwijze fraudebestrijding;</al></li><li nr="e."><al>prioriteitsstelling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Jaarlijks dient, in overleg met het Instituut Sociale Recherche, het
                                bepaalde in dit artikel te worden geëvalueerd.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.</nr><titel>Terugvordering bij niet nakomen inlichtingenplcht</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Terugvordering van bijstand of een inkomensvoorziening voor zover
                                deze ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend als gevolg
                                van het niet nakomen van de inlichtingenplicht genoemd in artikel 1
                                onder j van deze verordening door de personen genoemd in artikel 1
                                onder e, f en g van deze verordening, geschiedt met inachtneming van
                                de bepalingen van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Artikel 13 van de Afstemmingsverordening is van overeenkomstige
                                toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><al>Terugvordering van ten onrechte of tot een te hoog verleend bedrag aan
                            bijstand of een inkomensvoorziening vindt niet plaats indien dit
                            belanghebbende niet te verwijten valt.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>4.</nr><titel>De wijze van terug- en invordering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het benadelingsbedrag gedurende het lopende kalenderjaar niet
                                volledig kan worden ingevorderd, kan het resterende deel, met
                                toepassing van artikel 58 lid 4 Wwb of artikel 54 lid 4 WIJ, na
                                afloop van voornoemd kalenderjaar, worden verhoogd met de
                                verschuldigde loonbelasting, de premies volksverzekeringen alsmede
                                de bijdrage zorgverzekeringswet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij gebreke van tijdige betaling kan de vordering worden verhoogd
                                met de wettelijke rente en de op de terugvordering betrekking
                                hebbende kosten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Van terugvordering kan worden afgezien in geval sprake is van
                                dringende redenen.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>5.</nr><titel>Aangifte</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien het benadelingsbedrag, verhoogd met de af te dragen
                                loonbelasting, premies volksverzekeringen en ziekenfondspremie, de
                                door het college van procureurs-generaal (op basis van de Aanwijzing
                                i.d.v.z. artikel 130 lid 4 Wet R.O.) vastgestelde aangiftegrens
                                overschrijdt, wordt door of namens het college proces-verbaal
                                opgemaakt en aangifte gedaan bij het Openbaar Ministerie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Jaarlijks maakt het college afspraken met het Openbaar Ministerie
                                over de aan te leveren processen-verbaal.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>6.</nr><titel>Verantwoording college</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad bepaalt de onderwerpen waarover het college dient te
                                rapporteren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In ieder geval rapporteert het college aan de raad over:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantal gevallen waarbij de sociale recherche is
                                        ingeschakeld;</al></li><li nr="b."><al>in hoeveel gevallen aangifte heeft plaatsgevonden.</al></li></lijst></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>7.</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al>De uitvoering van deze verordening berust bij het college van
                            burgemeester en wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslist het
                            college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><al>Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen ten gunste van
                            de uitkeringsgerechtigde afwijken van de bepalingen van deze
                            verordening, indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van
                            overwegende aard leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De "Verordening bestrijding misbruik bijstand 2006" wordt
                                ingetrokken op het moment van inwerkingtreding van deze
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2010.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening bestrijding
                            misbruik Wwb en WIJ gemeente Zeewolde 2010.</al><al>Sluiting</al></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten door de raad van de gemeente Zeewolde in zijn openbare
                        vergadering van 22 april 2010.</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>B.J. Schouten G.J. Gorter</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting Verordening bestrijding misbruik Wwb en WIJ</titel></kop><al>Met deze verordening wordt invulling gegeven aan de opdracht in artikel 8a van
                    de Wwb om bij verordening regels vast te stellen voor het bestrijden van het ten
                    onrechte ontvangen van bijstand alsmede van misbruik en oneigenlijk gebruik van
                    de Wwb en de opdracht in artikel 12 lid 1 onder c van de WIJ om bij verordening
                    regels te stellen om het misbruik en oneigenlijk gebruik van de WIJ tegen te
                    gaan. Beide wetten vragen een verordening voor het vaststellen van regels ten
                    aanzien van misbruik en oneigenlijk gebruik. De Wwb vraagt tevens om een
                    verordening voor het vaststellen van regels voor de bestrijding van het ten
                    onrechte ontvangen van bijstand.</al><al>Het gemeentelijk beleid betreffende de Wwb was al vastgelegd in de Verordening
                    bestrijding misbruik bijstand 2006. Gelet op de grote verwantschap tussen beide
                    wetten is het handhavingsbeleid voor de Wwb en de WIJ samengevoegd in één
                    verordening. Deze zal voortaan heten de Verordening bestrijding misbruik Wwb en
                    WIJ Gemeente Zeewolde 2010.</al><al>Artikelgewijze toelichting </al><al>Artikel 1</al><al>Dit artikel spreekt voor zich. Wat betreft de recidive is het zo dat aangehaakt
                    wordt bij de verjaringstermijn, zoals opgenomen in het Burgerlijk Wetboek.</al><al>Artikel 2</al><al>Dit artikel draagt het college op om beleidsregels op te stellen ten aanzien van
                    de bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik van de wet. Er is gekozen
                    voor beleidsregels, met verantwoording achteraf, teneinde een slagvaardig beleid
                    terzake te kunnen voeren.</al><al>Artikel 3</al><al>Dit artikel beschrijft de werkingssfeer van de verordening.</al><al>Het tweede lid verwijst naar de Afstemmingsverordening aangezien het niet
                    nakomen van de inlichtingenplicht - sec een reden vormt om tot verlaging van de
                    bijstand/inkomensvoorziening te besluiten.</al><al>Artikel 4</al><al>Indien gemotiveerd vast staat dat belanghebbende cq. belanghebbenden geen enkel
                    verwijt treft met betrekking tot het ontstaan van de vordering, vindt geen
                    terugvordering plaats.</al><al>Artikel 5</al><al>Uitgangspunt is dat alle benadelingsbedragen die € 113,00 of meer zijn van de
                    belanghebbende dan wel belanghebbenden wordt cq. worden teruggevorderd. Het
                    voorgaande is slechts anders indien sprake is van recidive die zich binnen 5
                    jaar na de eerder terugvordering voordoet. Van terugvordering kan worden
                    afgezien indien naar mening van het college sprake is van dringende redenen.
                    Hierbij kan gedacht worden aan levensbedreigende situaties, mits onderbouwd
                    en</al><al>voldoende gemotiveerd. Het hebben van schulden is even wel geen dringende reden
                    om van terugvordering af te zien, tenzij dit in het kader van een
                    schuldsaneringsregeling tot onoverkomelijke problemen leidt, waardoor een
                    saneringsregeling dreigt te mislukken.</al><al>Artikel 6</al><al>Dit artikel voorziet in de strafrechtelijke afhandeling van fraudegevallen
                    waarbij het benadelingsbedrag, verhoogd met de af te dragen loonbelasting,
                    premies volksverzekeringen en ziekenfondspremie boven de door het Openbaar
                    Ministerie (OM) vastgestelde grens ligt, die op dit moment is vastgesteld op €
                    10.000,00. De gemeente zal jaarlijks met het OM afspraken maken over de aan te
                    leveren processen-verbaal.</al><al>Artikel 7</al><al>In dit artikel wordt invulling gegeven aan de opdracht die door de raad, in het
                    kader van haar kaderstellende en controlerende taak, aan het college is
                    opgedragen. Verder voorziet dit artikel er in dat ook andere onderwerpen kunnen
                    worden toegevoegd waarover het college dient te rapporteren.</al><al>Artikel 8</al><al>Dit artikel spreekt voor zich.</al><al>Artikel 9</al><al>Dit artikel mandateert de bevoegdheid aan het college om een besluit te nemen in
                    gevallen waarin deze verordening onverhoopt niet voorziet.</al><al>Artikel 10</al><al>Dit artikel heeft betrekking op de hardheidsclausule en maakt het mogelijk in
                    voordeel van de cliënt af te wijken van hetgeen in de verordening is
                    vastgelegd.</al><al>Artikel 11 en 12</al><al>Deze artikelen spreken voor zich.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>