<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>406005_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede de regels voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Leiderdorp</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Leiderdorp</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-05-18</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële verordening 2016 gemeente LeiderdorpOnbekend</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-05-09</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2016-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Leiderdorp;</al><al>gelezen het voorstel van 26 maart 2016, nr. Z/16/028241/54045;</al><al> gezien het advies van het Politiek Forum van 25 april 2016;</al><al>gelet op het bepaalde in artikel 212 van de Gemeentewet:</al><al></al><al><vet>b e s l u i t:</vet></al><al></al><al>Vast te stellen de “Verordening op de uitgangspunten voor het financieel
                        beleid, alsmede de regels voor het financieel beheer en voor de inrichting
                        van de financiële organisatie van de gemeente Leiderdorp”.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><al>a.administratie:</al><al>Het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en verstrekken van
                            informatie ten behoeve van het besturen, het functioneren en het
                            beheersen van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente Leiderdorp
                            en ten behoeve van de verantwoording die daarvoor moet worden
                            afgelegd.</al><al></al><al>b.financiële administratie:</al><al>Het onderdeel van de administratie dat omvat het systematisch maken en
                            samenvoegen van (financiële) gegevens van (onderdelen van) de
                            organisatie van de gemeente Leiderdorp, teneinde te komen tot een goed
                            inzicht in:</al><lijst><li nr="°"><al>de financieel-economische positie;</al></li><li nr="°"><al>het financiële beheer;</al></li><li nr="°"><al>de onderverdeling van de budgetten in de begroting;</al></li><li nr="°"><al>de herzieningen van de begroting d.m.v.
                                    begrotingswijzigingen;</al></li><li nr="°"><al>het afwikkelen van vorderingen en schulden, alsmede</al></li><li nr="°"><al>tot het afleggen van rekening en verantwoording daarover in
                                    tussentijdse rapportages, jaarrekening of anderszins.</al><al></al></li></lijst><al>c. financieel beleid:</al><al>De wijze waarop middelen ter beschikking komen en ter beschikking
                            gekomen middelen worden gebruikt om de gemeentelijke doelstellingen te
                            bereiken.</al><al></al><al>d.financieel beheer:</al><al>Het uitoefenen van bestuur over en toezicht op het beheer van middelen
                            en het uitoefenen van rechten van de gemeente Leiderdorp.</al><al></al><al>e.rechtmatigheid:</al><al>Het in overeenstemming zijn met wet- en regelgeving, waaronder
                            verordeningen en raads- en collegebesluiten.</al><al></al><al>f.doelmatigheid:</al><al>Het realiseren van bepaalde prestaties met een zo beperkt mogelijke
                            inzet van middelen.</al><al></al><al>g.doeltreffendheid:</al><al>De mate waarin de gemeente erin slaagt met de geleverde prestaties de
                            gestelde doelen of de beoogde maatschappelijke effecten te
                            bereiken.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Begroting en verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Planning en Controlcyclus</titel></kop><al>De planning en controlproducten worden door het college aan de raad
                            aangeboden ter besluitvorming, danwel ter kennisneming. Het college
                            biedt de stukken steeds tijdig aan doch uiterlijk voor de raad:</al><lijst><li nr="a."><al>voor het zomerreces, de bestuursrapportage tot en met
                                    april;</al></li><li nr="b."><al>vóór 15 juli, de jaarstukken van het voorgaande jaar;</al></li><li nr="c."><al>voor het zomerreces, de financiële kadernota;</al></li><li nr="d."><al>voor de behandeling van de programmabegroting, de
                                    bestuursrapportage tot en met augustus;</al></li><li nr="e."><al>vóór 15 november, de programmabegroting voor het daarop volgende
                                    jaar met meerjarenraming. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Programma-indeling</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>De raad stelt de programma-indeling vast.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>De raad stelt op voorstel van het college per programma relevante
                                indicatoren vast voor het meten van de gemeentelijke productie van
                                goederen en diensten en de maatschappelijke effecten van het
                                gemeentelijk beleid en het afleggen van verantwoording daarover.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Inrichting begroting en jaarstukken</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Bij de begroting en het jaarverslag wordt een financieel overzicht
                                gegeven van de producten ingedeeld naar programma’s;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Bij de uiteenzetting van de financiële positie van de begroting
                                wordt van elke nieuwe investering het benodigde investeringskrediet
                                weergegeven en van elke al bestaande investering het geautoriseerde
                                investeringskrediet;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de
                                geautoriseerde investeringskredieten weergegeven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Financiële kadernota</titel></kop><al>Het college biedt de raad een nota aan met een voorstel over de kaders
                            voor het volgende begrotingsjaar en de meerjarenraming. De raad geeft
                            aan de hand van dit voorstel vóór het zomerreces de kaders aan voor het
                            college voor het opstellen van de begroting van het komende jaar en de
                            bijbehorende meerjarenraming.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Autorisatie begroting, investeringskredieten en
                                begrotingswijzigingen</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting het totaal
                                van baten en lasten per programma en het overzicht van algemene
                                dekkingsmiddelen.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Bij de begrotingsbehandeling geeft de raad aan van welke nieuwe
                                investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor
                                autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige
                                nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling met het
                                vaststellen van de financiële positie geautoriseerd. </al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Bij de behandeling in de raad van de hierna in artikel 7 beschreven
                                bestuursrapportage kan het college voorstellen doen voor wijziging
                                van de door de raad geautoriseerde budgetten en
                                investeringskredieten en bijstelling van het beleid. </al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>Begrotingswijzigingen van reserves of tussen Programmabudgetten
                                vanaf € 15.000 worden vooraf en met een toelichting aan de raad ter
                                vaststelling aangeboden.</al><al> Wijzigingen tot € 15.000 worden achteraf door middel van een
                                begrotingswijziging aan de raad ter vaststelling voorgelegd.</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>Investeringen waarvoor geen dekking in de Programmabudgetten is
                                opgenomen en waarvan de jaarlijkse kapitaallasten (rente +
                                afschrijving) niet meer bedragen dan € 15.000 worden achteraf door
                                middel van een begrotingswijziging aan de raad ter vaststelling
                                aangeboden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Bestuursrapportage en GIG</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Het college informeert de raad door middel van bestuursrapportages
                                over de realisatie van de begroting van de gemeente over de eerste
                                vier en acht maanden van het begrotingsjaar.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>De bestuursrapportage bevat per (sub)programma een stoplichtenmodel
                                voor:</al><lijst><li nr="°"><al>Doelen</al></li><li nr="°"><al>Activiteiten</al></li><li nr="°"><al>Budget</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>In de bestuursrapportage wordt verder op de onder b. genoemde
                                onderdelen op relevante afwijkingen gerapporteerd met als aanvulling
                                ook de overschrijdingen (afwijkingen) op de kredieten.</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>In de bestuursrapportage wordt ook een overzicht gegeven van:</al><al>° Voortgang aangenomen moties</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>Het college informeert de raad twee maal per jaar over de financiële
                                ontwikkeling en voortgang van de gemeentelijke grondexploitatie. Dit
                                gebeurt door middel van:</al><lijst><li nr="°"><al>De Gemeentelijke Integrale Grondexploitatie (GIG). In de GIG
                                        worden met peildatum 1 januari alle grondexploitaties
                                        opnieuw doorgerekend. De GIG wordt in het voorjaar door het
                                        college ter vaststelling aangeboden aan de raad.</al></li><li nr="°"><al>De voortgangsrapportage GIG. In de voortgangsrapportage GIG
                                        wordt gerapporteerd over de voortgang ten opzichte van de
                                        GIG per 1 januari. De belangrijkste financiële mutaties
                                        worden inzichtelijk gemaakt. De voortgangsrapportage wordt
                                        in het najaar door het college ter kennisname aangeboden aan
                                        de raad.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Informatieplicht leningen, waarborgen en garanties</titel></kop><al>Het college informeert in ieder geval vooraf de raad en neemt pas een
                            besluit, nadat de raad in de gelegenheid is gesteld binnen 4 weken zijn
                            wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen van het
                            verstrekken van leningen, waarborgen en garanties groter dan €
                            50.000.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Financieel beleid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Waardering en afschrijving vaste activa</titel></kop><lijst><li nr="a."><al>Geactiveerde kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een
                                    bepaald actief en het saldo van agio en disagio worden, indien
                                    geactiveerd, lineair in 5 jaar afgeschreven.</al></li><li nr="b."><al>Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten
                                    laste van de exploitatie gebracht.</al></li><li nr="c."><al>Activa met economisch nut en een verkrijgingprijs van minder dan
                                    € 5.000 worden <vet>niet</vet> geactiveerd, uitgezonderd gronden
                                    en terreinen.</al></li><li nr="d."><al>Gronden en terreinen worden geactiveerd, maar er wordt
                                        <vet>niet</vet> op afgeschreven.</al></li><li nr="e."><al>Voor het afschrijven van de materiële vaste activa met
                                    economisch nut worden de termijnen gehanteerd zoals vermeld in
                                    het overzicht “Afschrijvingstermijnen vaste activa”, dat als
                                    bijlage 1 onderdeel uitmaakt van deze verordening.</al></li><li nr="f."><al>Onder activa met een maatschappelijk nut, zoals bedoeld in
                                    artikel 35 van het Besluit begroting en verantwoording worden
                                    verstaan investeringen in aanleg en vervanging van: </al><lijst><li nr="°"><al>(de inrichting van) wegen;</al></li><li nr="°"><al>waterwegen; </al></li><li nr="°"><al>civiele kunstwerken;</al></li><li nr="°"><al>groen; </al></li><li nr="°"><al>kunstwerken. </al></li></lijst></li><li nr="g."><al>Aankoop en vervaardiging van activa met een maatschappelijk nut
                                    worden onder aftrek van bijdragen van derden ten laste van de
                                    exploitatie gebracht. Indien hiervan bij raadsbesluit wordt
                                    afgeweken, wordt het actief lineair afgeschreven over de
                                    verwachte levensduur van het actief of een kortere door de raad
                                    aan te geven tijdsduur.</al></li><li nr="h."><al>Met het afschrijven van activa wordt gestart in januari volgend
                                    op het jaar waarin het actief is opgeleverd.</al></li><li nr="i."><al>Aan openstaande investeringen en grondexploitaties wordt aan het
                                    begin van ieder boekjaar rente over de boekwaarde per 1 januari
                                    toegerekend.</al></li><li nr="j."><al>In aanvulling op het gestelde in lid i wordt aan
                                    grondexploitaties en bijbehorende investeringen ten behoeve
                                    van:</al><lijst><li nr="°"><al>Vierzicht</al></li><li nr="°"><al>Mauritskwartier</al></li><li nr="°"><al>Plantage</al></li><li nr="°"><al>Bospoort</al></li><li nr="°"><al>Uren W4 algemeen (projectbureau W4-algemeen)</al></li><li nr="°"><al>Oude plankosten OWB A4</al></li><li nr="°"><al>Oude plankosten OWB W4</al></li><li nr="°"><al>Investeringsprojecten W4</al></li><li nr="°"><al>Centrumplein</al></li><li nr="°"><al>Gebied Willem-Alexanderlaan</al><al>ook rente over de uitgaven/inkomsten van dat boekjaar
                                            toegerekend.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Voorziening voor oninbare vorderingen</titel></kop><al>Voor openstaande vorderingen wordt een voorziening wegens oninbaarheid
                            gevormd. De omvang van deze voorziening wordt berekend op basis van een
                            percentage over de openstaande vorderingen voor deze heffingen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Reserves en voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Het college biedt de raad minimaal eens in de vier jaar een Nota
                                reserves en voorzieningen aan. De raad stelt de nota vast. De nota
                                behandelt:</al><lijst><li nr="°"><al>de vorming en bestemming van reserves;</al></li><li nr="°"><al>de vorming en bestemming voor voorzieningen en</al></li><li nr="°"><al>de toerekening en verwerking van rente over de
                                        reserves.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve wordt
                                minimaal aangegeven:</al><lijst><li nr="°"><al>het specifieke doel van de reserve;</al></li><li nr="°"><al>de voeding van de reserve;</al></li><li nr="°"><al>de maximale hoogte van de reserve en</al></li><li nr="°"><al>de maximale looptijd.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Kostprijsberekening</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van goederen, werken en
                                diensten wordt een systeem van kostentoerekening gehanteerd. Bij de
                                kostentoerekening worden naast de directe kosten alleen die
                                indirecte kosten betrokken, die samenhangen met de door de gemeente
                                verleende diensten. </al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Bij de indirecte kosten worden de dotaties aan en onttrekkingen van
                                voorzieningen van de betrokken activa, de kapitaallasten van de in
                                gebruik zijnde activa en de Compensabele Btw (BCF) (voor zover van
                                toepassing) bij de berekening betrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Rentetoerekening</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>De interne rekenrente, welke wordt gebruikt voor rentetoerekening
                                aan activa, is marktconform. Deze wordt afgestemd op het
                                rentepercentage dat de Bank Nederlandse Gemeenten (BNG) hanteert
                                voor lineaire vaste geldleningen met een looptijd van 25 jaar.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>In uitzondering op het gestelde in lid a wordt voor
                                grondexploitaties en investeringen die een negatieve boekwaarde
                                hebben (meer baten dan lasten) de interne rekenrente gebaseerd op
                                het rentepercentage dat de BNG rekent over een 6-maands
                                deposito.</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>In uitzondering op lid b worden voor de in artikel 9;lid j genoemde
                                grondexploitaties en bijbehorende investeringen ook bij een
                                negatieve boekwaarde gerekend met de in lid a genoemde
                                rekenrente.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en
                                prijzen</titel></kop><al>Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de
                            gemeentelijke tarieven voor belastingen, leges, rioolheffingen en
                            afvalstoffenheffing/reinigingsrechten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Financieringsruimte</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Het college zorgt bij het uitoefenen van de financieringsfunctie
                                voor het bereiken van de volgende doelstellingen: </al><lijst><li nr="°"><al>het aantrekken van voldoende financiële middelen en het
                                        uitzetten van overtollige gelden om de programma’s binnen de
                                        door de raad vastgestelde kaders van de begroting uit te
                                        voeren;</al></li><li nr="°"><al>het beheersen van de risico’s verbonden aan de
                                        financieringsfunctie zoals renterisico’s, koersrisico’s en
                                        kredietrisico’s;</al></li><li nr="°"><al>het beperken van de kosten van leningen;</al></li><li nr="°"><al>het beperken van de interne verwerkingskosten en externe
                                        kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële
                                        posities. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Het college neemt bij het uitvoeren van de financieringsfunctie de
                                volgende richtlijnen in acht:</al><lijst><li nr="°"><al>het uitzetten van overtollige geldmiddelen vindt plaats door
                                        in storting in ’s Rijks schatkist of middels uitzetting bij
                                        decentrale overheden, waarbij er geen sprake is van een
                                        toezichthouder relatie tussen geldnemer en geldgever</al></li><li nr="°"><al>overtollige geldmiddelen worden uitsluitend uitgezet tegen
                                        vastrentende waarden, dan wel in producten waarbij de
                                        hoofdsom tenminste aan het eind van de looptijd in tact
                                        is;</al></li><li nr="°"><al>derivaten zijn niet toegestaan;</al></li><li nr="°"><al>voor het aantrekken van financieringen met een looptijd
                                        langer dan één jaar worden tenminste drie prijsopgaven bij
                                        verschillende financiële instellingen gevraagd;</al></li><li nr="°"><al>overeenkomsten voor het aangaan van leningen, het uitzetten
                                        van middelen of het verlenen van garanties luiden in
                                        euro.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>Bij het uitzetten van middelen en het aangaan van financiële
                                participaties uit hoofde van de publieke taak bedingt het college
                                indien mogelijk zekerheden. Het college motiveert in zijn besluit
                                het publiek belang van dergelijke uitzettingen van middelen en
                                financiële participaties.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Paragrafen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Lokale heffingen</titel></kop><al>In de paragraaf Lokale heffingen bij de begroting en de jaarstukken
                            neemt het college naast de verplichte onderdelen op grond van het
                            Besluit begroting en verantwoording in ieder geval op:</al><lijst><li nr="°"><al>de geraamde respectievelijk gerealiseerde opbrengsten per lokale
                                    heffing en</al></li><li nr="°"><al>het kwijtscheldingsbeleid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Weerstandsvermogen</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Het beleid wordt in de kadernota Weerstandsvermogen en
                                Risicomanagement weergegeven. Deze nota wordt minimaal één keer in
                                de vier jaar geactualiseerd en aan de raad aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>In de paragraaf Weerstandsvermogen bij de begroting en de
                                jaarstukken neemt het college naast de verplichte onderdelen op
                                grond van het besluit Begroting en Verantwoording in ieder geval
                                op:</al><lijst><li nr="°"><al>de omvang van de weerstandscapaciteit. De
                                        weerstandscapaciteit bestaat daarbij uit de middelen en
                                        mogelijkheden waarover de gemeente beschikt of kan
                                        beschikken om niet begrote kosten te dekken;</al></li><li nr="°"><al>een opsomming van de 10 risico’s met de grootste invloed op
                                        de exploitatie, inclusief een inschatting van de kans dat
                                        deze risico’s zich voordoen;</al></li><li nr="°"><al>de relatie tussen de geraamde respectievelijk aanwezige
                                        weerstandscapaciteit en in hoeverre schade en verliezen als
                                        gevolg van de geïnventariseerde risico’s met de
                                        weerstandscapaciteit kunnen worden opgevangen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Onderhoud kapitaalgoederen</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Bij de begroting en de jaarstukken neemt het college in de paragraaf
                                Onderhoud kapitaalgoederen naast de verplichte onderdelen op grond
                                van het Besluit begroting en verantwoording in ieder geval op:</al><lijst><li nr="°"><al>de voortgang van het geplande onderhoud;</al></li><li nr="°"><al>het gewenste kwaliteitsniveau.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Het college biedt de raad minimaal eens in de vier jaar ter
                                vaststelling aan een:</al><lijst><li nr="°"><al>Rioleringsplan; het plan geeft het kader weer voor het
                                        beoogde onderhoudsniveau, de planning van het onderhoud, de
                                        uitbreiding van de riolering en de kosten van het onderhoud
                                        en de eventuele uitbreidingen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Financiering</titel></kop><al>In de paragraaf Financiering bij de begroting en jaarstukken neemt het
                            college naast de verplichte onderdelen op grond van het Besluit
                            begroting en verantwoording in ieder geval op:</al><lijst><li nr="°"><al>de kasgeldlimiet;</al></li><li nr="°"><al>de renterisiconorm.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Bedrijfsvoering</titel></kop><al>In de paragraaf Bedrijfsvoering bij de begroting en jaarstukken neemt
                            het college naast de verplichte onderdelen op grond van het Besluit
                            begroting en verantwoording in ieder geval op:</al><lijst><li nr="a."><al>de ontwikkeling van de loonkosten;</al></li><li nr="b."><al>de ontwikkelingen met betrekking tot de organisatie, planning
                                    &amp; control en communicatie;</al></li><li nr="c."><al>de kosten van inhuur derden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Verbonden partijen</titel></kop><al>In de paragraaf Verbonden partijen bij de begroting en jaarstukken neemt
                            het college naast de verplichte onderdelen op grond van het Besluit
                            begroting en verantwoording in ieder geval van elke verbonden partij
                            op:</al><lijst><li nr="a."><al>de naam en vestigingsplaats;</al></li><li nr="b."><al>het financieel belang van de gemeente;</al></li><li nr="c."><al>de zeggenschap van de gemeente.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Grondbeleid</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>In de paragraaf Grondbeleid bij de begroting en jaarstukken neemt
                                het college naast de verplichte onderdelen op grond van het Besluit
                                begroting en verantwoording in ieder geval op:</al><lijst><li nr="°"><al>de verwerving van gronden;</al></li><li nr="°"><al>de te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen projecten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Het college biedt de raad minimaal eens in de vier jaar een
                                (bijgestelde) nota Grondbeleid aan. De raad stelt de nota vast. In
                                de nota wordt aandacht besteed aan:</al><lijst><li nr="°"><al>de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de
                                        gemeente;</al></li><li nr="°"><al>de uitgangspunten voor het opstellen van grondexploitaties,
                                        zoals rente, winstneming, resultaatbestemming en
                                        prijsstelling van de verkoop van gronden.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Financieel beheer en interne controle</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Administratie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij dienstbaar
                                is voor:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in de
                                gemeente als geheel;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de omvang van
                                activa met economisch nut, activa met maatschappelijk nut,
                                voorraden, vorderingen, schulden en contracten;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>het verschaffen van informatie over uitputting van de toegekende
                                budgetten en investeringskredieten en voor het maken van
                                kostencalculaties;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>het verschaffen van informatie over indicatoren met betrekking tot
                                de gemeentelijke productie van goederen en diensten en de
                                maatschappelijke effecten van het gemeentelijk beleid;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de
                                doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in
                                relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante
                                wet- en regelgeving;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>de controle van de registratie van gegevens als zodanig en van de
                                daaraan ontleende informatie, evenals voor de controle op de
                                rechtmatigheid, de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het
                                gevoerde bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de
                                begroting en relevante wet- en regelgeving.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Interne controle</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de
                                jaarrekening en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de
                                balansmutaties voor de jaarlijkse interne toetsing van de
                                getrouwheid van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van
                                de beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college maatregelen
                                tot herstel.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Het college zorgt voor de systematische controle van de registratie
                                en de ontwikkeling van de bezittingen en het vermogen van de
                                gemeente met dien verstande dat de waardepapieren, de voorraden, de
                                uitstaande leningen, de (debiteuren)vorderingen, de opgenomen
                                leningen en de (crediteuren)schulden
                                    <onderstreept>jaarlijks</onderstreept> worden gecontroleerd en
                                registergoederen en bedrijfsmiddelen minimaal eenmaal in de vier
                                jaar. </al><al> Bij afwijkingen in de registratie neemt het college maatregelen
                                voor herstel van de tekortkomingen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Misbruik en oneigenlijk gebruik</titel></kop><al>Het college zorgt voor en legt vast de regels voor het voorkomen van
                            misbruik en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en
                            eigendommen. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><al>Het college zorgt voor en legt vast:</al><lijst><li nr="a."><al>een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie;</al></li><li nr="b."><al>een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,
                                    verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne controle
                                    wordt voldaan en de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie
                                    aan beleids- en beheersorganen is gewaarborgd;</al></li><li nr="c."><al>de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                                    verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
                                    investeringskredieten;</al></li><li nr="d."><al>de regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties
                                    en de bijbehorende informatievoorziening van de
                                    financieringsfunctie en</al></li><li nr="e."><al>de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van de
                                    lasten en baten aan de producten van de productraming en de
                                    productrealisatie,opdat aan de eisen van rechtmatigheid,
                                    controle en verantwoording wordt voldaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Inkoop en aanbesteding.</titel></kop><al>Het college zorgt voor en legt vast de interne regels voor de inkoop en
                            de aanbesteding van goederen, werken en diensten.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
                                2016;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>Deze verordening treedt in de plaats van de “Financiële verordening
                                gemeente Leiderdorp 2013” en het treasurystatuut 2013, beiden
                                vastgesteld door de raad op 18 maart 2013. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Citeerartikel</titel></kop><al>Deze verordening wordt in de gemeentelijke stukken aangehaald onder de
                            naam “Financiële verordening 2016 gemeente Leiderdorp”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Vastgesteld in de openbare vergadering van </al><al>de raad van Leiderdorp op 9 mei 2016,</al><al></al><al>de griffier,</al><al>mevrouw J.C. Zantingh</al><al></al><al>de voorzitter,</al><al>mevrouw L.M. Driessen-Jansen</al><al></al></slotformulering></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>