<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR405585_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Treasurystatuut DCMR Milieudienst Rijnmond 2014</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:RegionaalSamenwerkingsorgaan">DCMR Milieudienst Rijnmond</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-14</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Zuid-Holland</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Albrandswaard</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Barendrecht</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Brielle</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Capelle aan den IJssel</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Goeree-Overflakkee</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hellevoetsluis</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Krimpen aan den IJssel</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lansingerland</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Maassluis</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Nissewaard</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ridderkerk</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Rotterdam</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Schiedam</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Westvoorne</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Huis-aan-huisblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Treasurystatuut DCMR Milieudienst Rijnmond 2014</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0003740&amp;artikel=artikel 57&amp;g=2013-12-03">Artikel 57 Wet gemeenschappelijke regelingen</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0005645&amp;artikel=artikel 216&amp;g=2014-12-03">Artikel 216 Provinciewet</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0011987&amp;g=2014-12-03">Wet financiering decentrale overheden</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:c:BWBR0012075&amp;g=2014-12-03">Uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanRegionaalSamenwerkingsorgaan">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-12-03</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-12-03</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2014-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>21834038</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Treausurystatuut DCMR Milieudienst Rijnmond 2014</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling DCMR Milieudienst
                        Rijnmond,</al><al/><al>Gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur van 5 november 2014,</al><al/><al>Gelet op de Wet financiering decentrale overheden;</al><al/><al>Gelet op de Uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden;</al><al/><al>Gelet op de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden:</al><al/><al>Gelet op artikel 57 van de Wet gemeenschappelijke regelingen:</al><al/><al>Besluit: </al><al/><al>Vast te stellen:</al><al/><al>Treasurystatuut DCMR Milieudienst Rijnmond 2014</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><nr>1.0</nr><titel>Inleiding</titel></kop><structuurtekst><al>Het treasurystatuut vormt het kader voor de uitvoering van het
                            treasurybeleid. Het treasurybeleid ondersteunt, als onderdeel van het
                            financieel beleid, de uitvoering van de publieke taken en biedt mede
                            waarborgen voor de financiële continuïteit van de DCMR op korte en lange
                            termijn. </al><al>De treasuryfunctie heeft bij lagere overheden de laatste jaren sterk aan
                            betekenis gewonnen, onder meer vanwege de inwerkingtreding van de wet
                            financiering decentrale overheden (Wet FIDO) per 1 januari 2001, de
                            ontwikkelingen op de Europese geld- en kapitaalmarkt en de introductie
                            van nieuwe financieringsinstrumenten. </al><al>Met de komst van de Wet FIDO zijn voor de gemeentelijke treasuryfunctie
                            duidelijke kaders geboden ten aanzien van risicobeheersing en
                            transparantie. Dat laatste komt onder meer tot uitdrukking in de
                            voorschriften voor een verplicht treasurystatuut. </al><al>Daarnaast moet, op basis van de uitwerking die de DCMR heeft gegeven aan
                            artikel 216 van de Provinciewet, de directeur zorgen voor een goede
                            inrichting van de uitvoeringsorganisatie van de financieringsfunctie,
                            die het treasurystatuut mogelijk maakt . </al><al>Het treasurystatuut bepaalt de kaders voor de uitvoering van het
                            treasurybeleid en maakt een objectieve en transparante verantwoording
                            achteraf mogelijk. </al><al>De specifieke beleidsvoornemens respectievelijk de uitvoering van het
                            beleid op het gebied van treasury worden besproken in de
                            treasuryparagraaf van de productbegroting en de jaarstukken. </al><al>Bij de inrichting van het treasuryproces zorgen de vier elementen
                            sturing, uitvoering, verantwoording en toezicht houden voor
                            duidelijkheid en transparantie. </al><al>Het treasurystatuut is een nadere uitwerking van de geldende wetgeving.
                            Bij het opstellen van dit statuut is rekening gehouden met het relevante
                            wettelijke kader in: </al><al>- de Provinciewet; </al><al>- de Wet financiering decentrale overheden (Wet FIDO); </al><al>- het met de Wet FIDO samenhangende Besluit leningvoorwaarden decentrale
                            overheden; </al><al>- de Uitvoeringsregeling financiering decentrale overheden; </al><al>- het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV); </al><al>- de Financiële verordening DCMR 2014;</al><al>- Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (Ruddo).</al><al>- Regeling schatkistbankieren decentrale overheden</al><al>Het statuut is voor de DCMR beperkt gehouden omdat de DCMR een
                            eenvoudige rol heeft op het geheel van treasury. De dagelijkse
                            financieringsbehoefte is:</al><al>- het aantrekken van geld voor investeringen ten behoeve van de
                            bedrijfsvoering</al><al>- het overbruggen van de mate van bevoorschotting zoals geregeld in de
                            gemeenschappelijke regeling of bij het offreren van projecten en de
                            voortgang van uitvoering van de projecten en begroting. </al><al>Voorgaande betekent dat er een langlopende financiering zal zijn en
                            blijven voor investeringen in de bedrijfsvoering en een korte termijn
                            financiering voor de overbrugging van bevoorschotting versus
                            uitvoering.</al></structuurtekst><paragraaf><kop><nr>1.1</nr><titel>Doelstellingen van de Treasuryfunctie</titel></kop><structuurtekst><al>De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het
                                sturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht
                                houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële geldstromen,
                                de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s. </al><al>Bij de DCMR gelden de volgende doelstellingen van de
                                treasuryfunctie: </al><al>1. Waarborgen dat de taken en verantwoordelijkheden op het gebied
                                van treasury duidelijk worden geregeld;</al><al>2. Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe
                                kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële
                                posities;</al><al>3. Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen
                                acceptabele condities;</al><al>4. Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de
                                Wet FIDO en de limieten en richtlijnen van het Treasurystatuut.</al><al/></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>2</nr><titel>Beleid</titel></kop><paragraaf><kop><nr>2.1</nr><titel>Treasurybeleid</titel></kop><structuurtekst><al>Het algemeen bestuur bepaalt, met de vaststelling van de begroting,
                                welke de publieke taken van de DCMR zijn en binnen welk budgettair
                                kader die worden uitgevoerd. </al><al/></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>2.2</nr><titel>Treasury en de P&amp;C-cyclus</titel></kop><structuurtekst><al>De paragraaf treasury in de begroting bevat de plannen voor de
                                treasuryfunctie voor het begrotingsjaar in een meerjarig
                                perspectief. </al><al>Er wordt inzicht gegeven in de uitgangspunten van de
                                treasury-activiteiten, die verwerkt zijn in de financiële
                                meerjarenraming.</al><al>De paragraaf treasury in de jaarstukken geeft een verslag van de
                                uitvoering van het treasurybeleid in het afgelopen jaar. Daarbij
                                wordt getoetst aan de beleidsvoornemens in de begroting en de
                                bijstellingen van deze voornemens in de wijzigingen van de
                                begroting.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>3</nr><titel>Risiscobeheer</titel></kop><paragraaf><kop><nr>3.1</nr><titel>Uitgangspunten Risicobeheer</titel></kop><structuurtekst><al>Het beheersen en vermijden van risico’s staat in het treasurybeleid
                                voorop. In dit verband is het risicomanagement gericht op het
                                inzichtelijk maken van toekomstige risico’s en deze te beheersen, te
                                verminderen en te spreiden. De treasuryfunctie zal nadrukkelijk geen
                                bankachtige activiteiten ontplooien, met het oogpunt om geld te
                                verdienen. </al><al>Met betrekking tot risicobeheer gelden de volgende algemene
                                uitgangspunten: </al><al>1. Het verstrekken van leningen of garanties of het uitzetten van
                                middelen is uitsluitend toegestaan uit hoofde van de “publieke
                                taak”. Met de vaststelling van de begroting, dan wel bijstellingen
                                daarvan in de loop van het begrotingsjaar bepaalt het algemeen
                                bestuur wat tot de publieke taak wordt gerekend. </al><al>2. In afwijking van de vorige bepaling kunnen middelen worden
                                uitgezet bij decentrale overheden. Voorwaarde is wel dat er geen
                                (verticale) toezichtrelatie mag bestaan tussen DCMR Milieudienst
                                Rijnmond en de betreffende decentrale overheid</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>3.2</nr><titel>Renterisicobeheer</titel></kop><structuurtekst><al>De Wet FIDO geeft voor het beheersen van de renterisico’s concrete
                                richtlijnen, zijnde de kasgeldlimiet en de renterisiconorm. </al><al>Met betrekking tot het renterisicobeheer gelden de volgende algemene
                                uitgangspunten: </al><al>1. De kasgeldlimiet wordt niet overschreden conform de Wet FIDO. </al><al>2. De renterisiconorm wordt niet overschreden conform de Wet FIDO. </al><al>3. Nieuwe leningen/uitzettingen worden afgestemd op de bestaande
                                financiële positie en de liquiditeitsplanning. </al><al>4. De rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende
                                lening worden zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en
                                de rentevisie. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>3.3</nr><titel>Kredietrisicobeheer</titel></kop><structuurtekst><al>Het kredietrisico wordt in de eerste plaats beperkt doordat het
                                financieringsbeleid gericht is op het voorkomen van langdurige
                                overschotten. </al><al>Bij het uitzetten of beleggen, dan wel aantrekken van middelen wordt
                                alleen gebruik gemaakt van financiële producten, waarbij aan het
                                einde van de looptijd tenminste de hoofdsom is gegarandeerd.</al><al>Met betrekking tot het kredietrisicobeheer gelden de volgende
                                algemene uitgangspunten: </al><al>1. Overtollige middelen worden op voorhand aangehouden in de
                                schatkist;</al><al>2. In afwijking van de vorige bepaling kunnen overtollige middelen
                                worden uitgezet bij decentrale overheden. Voorwaarde is wel dat er
                                geen (verticale) toezichtrelatie mag bestaan tussen DCMR
                                Milieudienst Rijnmond en de betreffende decentrale overheid;</al><al>3. Bij het uitzetten van gelden of verstrekken van leningen uit
                                hoofde van de publieke taak met uitzondering van specifieke
                                regelingen worden zekerheden of garanties geëist.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>3.4</nr><titel>Koersrisicobeheer</titel></kop><structuurtekst><al>Bij het uitzetten of beleggen van middelen wordt alleen gebruik
                                gemaakt van financiële producten, waarbij aan het einde van de
                                looptijd tenminste de hoofdsom is gegarandeerd. </al><al>Om de koersrisico’s bij uitzettingen of beleggingen uit hoofde van
                                treasury zoveel mogelijk te beperken worden uitsluitend de volgende
                                producten gehanteerd: </al><al>1. vastrentende waarden; </al><al>2. producten waarbij aan het eind van de looptijd in elk geval de
                                hoofdsom gegarandeerd is; </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>3.5</nr><titel>Valutarisicobeheer</titel></kop><structuurtekst><al>Valutarisico’s worden uitgesloten door alleen leningen te
                                verstrekken, aan te trekken of te garanderen in euro’s. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>3.6</nr><titel>Liquiditeitsrisicobeheer</titel></kop><structuurtekst><al>Het interne liquiditeitsrisico’s wordt beperkt door de
                                treasuryactiviteiten te baseren op liquiditeitsplanningen die
                                periodiek worden bijgesteld en zoveel mogelijk synchroon lopen met
                                productbegroting en jaarstukken.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>4</nr><titel>Financiering DCMR </titel></kop><paragraaf><kop><nr>4.1</nr><titel>Relatiebeheer</titel></kop><structuurtekst><al>Het beheer van relaties met financiële ondernemingen, waaronder de
                                bankrelaties, valt onder de verantwoordelijkheid van de medewerker
                                die is belast met de uitvoering van de treasuryfunctie, hierna te
                                noemen ‘treasurer’. </al><al>Onder dit beheer wordt verstaan:</al><al>1. Het zorgdragen voor een juiste uitvoer van de regeling
                                schatkistbankieren. </al><al>2. Het onderhouden van contacten met banken en andere financiële
                                instellingen.</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>4.2</nr><titel>Geldstromenbeheer </titel></kop><structuurtekst><al>1. Om de kosten van het geldstromenbeheer te minimaliseren wordt het
                                liquiditeitsgebruik beperkt door de geldstromen op elkaar en de
                                liquiditeitenplanning af te stemmen. Hierbij wordt er op toegezien
                                dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat de
                                verplichtingen tijdig kunnen worden nagekomen.</al><al>2. Om de kosten van het geldstromenbeheer te minimaliseren wordt het
                                betalingsverkeer zoveel mogelijk elektronisch uitgevoerd door één
                                bank. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>4.3</nr><titel>Aantrekken van langlopende financiering </titel></kop><structuurtekst><al>Bij het aantrekken van financieringen voor een periode van één jaar
                                en langer gelden de volgende uitgangspunten: </al><al>1. Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel
                                mogelijk beperkt door primair de beschikbare interne
                                financieringsmiddelen (reserves en voorzieningen) te gebruiken. Op
                                deze wijze worden de renterisico’s en het renteresultaat
                                geoptimaliseerd. </al><al>2. Toegestane instrumenten bij het aantrekken van langlopende
                                financieringen zijn: </al><al>- onderhandse leningen; </al><al>- commercial paper (CP)</al><al>- medium term notes (MTN)</al><al>- derivaten</al><al>3. Voorafgaande aan het aantrekken van een langlopende financiering
                                worden bij minimaal 2 instellingen offertes opgevraagd. Deze
                                offertes worden schriftelijk vastgelegd. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>4.4</nr><titel>Uitzetten van langlopende financiering </titel></kop><structuurtekst><al>Bij het uitzetten of beleggen van middelen uit hoofde van de
                                treasuryfunctie voor een periode van één jaar en langer gelden de
                                volgende uitgangspunten: </al><al>1. Uitzettingen worden uitsluitend gedaan met inachtneming van de
                                voorwaarden, zoals opgenomen onder renterisicobeheer,
                                kredietrisicobeheer en koersrisicobeheer.</al><al>2. Voorafgaande aan het uitzetten van middelen voor een periode van
                                één jaar of langer of beleggen hiervan worden bij minimaal 2
                                instellingen offertes opgevraagd. Deze offertes worden schriftelijk
                                vastgelegd. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>4.5</nr><titel>Saldo- en liquiditeitenbeheer (Kasbeheer) </titel></kop><structuurtekst><al>Bij de uitvoer van liquiditeitenbeheer wordt de regeling
                                schatkistbankieren decentrale overheden nageleefd. Gelet op artikel
                                2, vierde lid, en artikel 2b, tweede en derde lid, van de Wet
                                financiering decentrale overheden.</al></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><nr>5</nr><titel>Adminisitratieve organisatie en interne controle </titel></kop><paragraaf><kop><nr>5.1</nr><titel>Uitgangspunten </titel></kop><structuurtekst><al>In het kader van de treasuryfunctie gelden de volgende algemene
                                uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en
                                interne controle: </al><al>1. De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasuryactiviteiten
                                zijn op eenduidige wijze schriftelijk vastgelegd. </al><al>2. De administratieve organisatie en interne controle waarborgen
                                dat: </al><al>a. de uitvoering van de treasuryfunctie conform de gestelde regels
                                plaatsvindt; </al><al>b. de uitvoering rechtmatig en doelmatig is; </al><al>c. de treasuryactiviteiten adequaat kunnen worden uitgevoerd en
                                bijgestuurd; </al><al>d. de juistheid, tijdigheid en volledigheid van de informatie
                                verzekerd zijn. </al><al>3. Bevoegdheden zijn via mandaatverlening nader schriftelijk
                                vastgelegd; </al><al>4. Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding
                                doorgevoerd met als belangrijkste voorwaarden: </al><al>a. iedere transactie wordt door minimaal twee functionarissen
                                geautoriseerd; </al><al>b. de uitvoering en de controle geschieden door afzonderlijke
                                functionarissen; </al><al>c. de uitvoering en de registratie in de financiële administratie
                                geschiedt door afzonderlijke functionarissen. </al><al>5. Een transactie wordt onmiddellijk geregistreerd door de
                                functionaris die de transactie heeft afgesloten. </al><al>6. Ten aanzien van de treasuryfunctie vindt minimaal 1 maal per jaar
                                een interne controle plaats door of namens de controller van de
                                DCMR. Daarbij worden minimaal de volgende aspecten betrokken: </al><al>a. juistheid, tijdigheid, volledigheid en relevantie van de
                                managementinformatie; </al><al>b. rechtmatigheid van de administratieve verwerking; </al><al>c. borging van voldoende functiescheiding; </al><al>d. realisatie van de doelstellingen; </al><al>e. uitvoering van het beleid. </al><al>7. De treasurer houdt te allen tijde alle relevante stukken ter
                                beschikking ter verantwoording van zijn/haar werkzaamheden. De
                                treasurer archiveert alle offertes en de keuzen en overwegingen die
                                tot besluiten in het kader van treasury hebben geleid.</al><al>8. De controller maakt van elke controle een verslag voor de
                                directeur: </al><al>a. hieruit blijkt minimaal waar eventueel aandachtspunten liggen op
                                de onder 7 genoemde punten; </al><al>b. de treasurer ontvangt elk rapport tevoren ter inzage en dient dit
                                voor gezien, dan wel voor akkoord te ondertekenen; </al><al>c. op basis van dit rapport doet de controller zonodig aanbevelingen
                                tot aanpassing van het treasurystatuut. </al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>5.2</nr><titel>Verantwoordelijkheden </titel></kop><structuurtekst><al>De verantwoordelijkheden* zijn als volgt over de betrokkenen
                                verdeeld:</al><al/><table><tgroup cols="8"><tbody><row><entry><al>niveau</al></entry><entry><al>algemeen</al><al>bestuur</al></entry><entry><al>dagelijks</al><al>bestuur</al></entry><entry><al>directeur</al></entry><entry><al>hoofd PCF</al></entry><entry><al>coördinator</al><al>financieel</al><al>beheer</al></entry><entry><al>medewerkers</al><al>financieel</al><al>beheer</al></entry><entry><al>medewerkers</al><al>planning en</al><al>control</al></entry></row><row><entry><al>Treausury</al><al>statuut</al></entry><entry><al>VE</al></entry><entry><al>Vm</al></entry><entry><al>Vu</al></entry><entry><al>U+C</al></entry><entry><al>U+C</al></entry><entry><al>U</al></entry><entry><al>C</al></entry></row><row><entry><al>planning</al></entry><entry><al>VE</al></entry><entry><al>Vm</al></entry><entry><al>Vu</al></entry><entry><al>Vu</al></entry><entry><al>U+C</al></entry><entry><al/></entry><entry><al>A</al></entry></row><row><entry><al>uitvoering</al></entry><entry><al>VE</al></entry><entry><al>Vm</al></entry><entry><al>Vu</al></entry><entry><al>Vu</al></entry><entry><al>U+C</al></entry><entry><al>U+C</al></entry><entry><al>A</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al>Tabel: Verantwoordelijkheden per beleidsniveau</al><al><cursief>* De verantwoordelijkheid is aangeduid met de volgende
                                    afkortingen: A= adviseren; C=controlere</cursief><cursief>n;
                                    U=uitvoeren; V=verantwoordelijkheid voor het realiseren van de
                                    resultaten (Ve=eindverantwoordelijkheid; Vm=gemandateerde
                                    verantwoordelijkheid; Vu=verantwoordelijk voor de
                                    uitvoering)</cursief>.</al><al/><al>Toelichting:</al><al>- Het primair bevoegde orgaan tot het aangaan van overeenkomsten tot
                                aangaan en verstrekken van geldleningen is het algemeen bestuur. Op
                                basis van mandaat is deze bevoegdheid overgedragen aan het dagelijks
                                bestuur;</al><al>- Het treasurybeleid en elke aanpassing daarvan, moet worden
                                vastgesteld door het algemeen bestuur</al><al>- Een afwijking van het statuut is alleen met redenen omkleed
                                mogelijk door het algemeen bestuur (hardheidsclausule)</al></structuurtekst></paragraaf><paragraaf><kop><nr>5.3</nr><titel>Bevoegdheden: </titel></kop><structuurtekst><al>Hieronder wordt aangegeven hoe de bevoegdheden zijn verdeeld. Bij
                                afwezigheid gaan de bevoegdheden naar boven in de organisatie.</al><al>1. De bevoegdheid voor de betalingen op bankrekeningen en het
                                verzorgen van uitzettingen en aantrekken van middelen &lt; 1 jaar is
                                belegd bij de eenheid financieel beheer van het bureau PCF;</al><al>2. Het aantrekken of uitzetting van middelen &lt; 1 jaar dient te
                                allen tijde geaccordeerd te worden door twee personen, waarbij de
                                tweede (digitale) handtekening slechts gezet mag worden door een
                                medewerk(st)er die geen mutatierechten heeft in de modules
                                debiteuren of crediteuren of grootboek en hoger in rang is als de
                                eerste;</al><al>3. Overtollige gelden worden indien van toepassing dagelijks
                                automatisch afgeroomd door de bank;</al><al>4. Voor betalingen geldt de volgende procedure:</al><al> Op basis van een voorlopig betaalregister controleert de medewerker
                                crediteuren de voorgenomen betalingen. Na goedkeuring hiervan maakt
                                de coördinator of diens plaatsvervanger het voorlopig
                                betalingsregister definitief. De verdere betaling verloopt middels
                                punt twee;</al><al>5. Spoedbetalingen tot een bedrag van EUR 50.000 worden door de
                                coördinator financieel beheer of diens plaatsvervanger uitgevoerd,
                                waarbij een collega van financieel beheer de betaling mee
                                autoriseert. Het zogenaamde vierogenprincipe;</al><al>6. De volgende medewerkers zijn (bij voorkeur in de aangegeven
                                volgorde) bevoegd tot het vrijgeven van betalingen via
                                internetbankieren mits zij geen mutatierechten hebben in de modules
                                debiteuren, crediteuren en grootboek en minimaal gelijk in rang zijn
                                als de senior medewerker financieel beheer:</al><al>a. Medewerk(st)ers eenheid Planning en Control bureau PCF</al><al>b. Controller</al><al>c. Afdelingshoofden</al><al>d. Directeur</al><al>7. De bevoegdheid voor het aangaan van langlopende leningen en
                                uitzettingen &gt; 1 jaar is tot een bedrag van € 10 mln. belegd bij
                                het dagelijks bestuur en daarboven bij het algemeen bestuur;</al><al>8. Het aangaan van rekening-courantovereenkomsten is belegd bij de
                                directeur.</al><al/></structuurtekst></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Slotbepalingen </titel></kop><structuurtekst><al>1. Dit statuut treedt in werking op 3 december 2014 en werkt terug tot
                            en met 1 januari 2014.</al><al>2. Het treasurystatuut DCMR Milieudienst Rijnmond 2010 wordt
                            gelijktijdig met de inwerkingtreding van dit statuut ingetrokken.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>7</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><structuurtekst><al>Dit statuut wordt aangehaald als ‘Treasurystatuut DCMR-Milieudienst
                            Rijnmond 2014’.</al></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van het Algemeen Bestuur van 3
                        december 2014,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter, De secretaris,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>R.A. Janssen J.H. van den Heuvel</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>