<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR40530_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Kinderopvang</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Achtkarspelen</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-09-09</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Achtkarspelen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Onbekend</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>1996-10-31</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>1996-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2012-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Kinderopvang</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>VERORDENING KINDEROPVANG</vet></al><al>De raad van de gemeente Achtkarspelen;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 22 oktober 1996,
                        punt</al><al>nr. 7;</al><al>gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 20 van de Welzijnswet
                        1994;</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening en de daarop gebaseerde nadere regels wordt verstaan
                            onder:</al><al>a burgemeester en wethouders: burgemeester en wethouders van
                            Achtkarspelen;</al><al>b kinderopvang: het in georganiseerd verband tegen vergoeding bieden
                            van</al><al>verzorging en opvoeding of onderdak en begeleiding aan kinderen van 0
                            jaar</al><al>tot en met einde basisschoolleeftijd door anderen dan de eigen
                            ouders,</al><al>pleeg- of stiefouders op uren dat ouders/verzorgers hiervoor niet
                            beschikbaar</al><al>zijn;</al><al>c kinderdagcentrum: kinderopvang in een ruimtelijke voorziening buiten
                            de</al><al>gezinssituatie, alsmede kinderopvang binnen een gezinssituatie indien
                            de</al><al>opvang betrekking heeft op meer dan vier kinderen gelijktijdig;</al><al>d kinderdagverblijf: een kindercentrum waar één of meer van de
                            navolgende</al><al>vormen van kinderopvang plaatsvinden:</al><al>-hele- of halve dagopvang: opvang gedurende de dag voor kinderen in
                            de</al><al>leeftijd van 0 tot 4 jaar;</al><al>-24-uurs opvang: opvang zowel overdag als 's avonds en/of 's nachts
                            voor</al><al>kinderen in de leeftijd van 0 tot en met 12 jaar;</al><al>e buitenschools kinderverblijf: een kindercentrum voor schoolgaande
                            jeugd in</al><al>de leeftijd van 0 tot en met 12 jaar voor en na schooltijd en gedurende
                            de</al><al>vakanties;</al><al>f peuterspeelzaal: een kindercentrum uitsluitend voor kinderen vanaf
                            twee</al><al>jaar tot het moment waarop zij basisonderwijs kunnen volgen, met
                            een</al><al>maximale verblijfsduur van 3,5 uur per dag;</al><al>g gastouderopvang: kinderopvang in de gezinssituatie die tot stand komt
                            door</al><al>middel van een gastouderbureau en die betrekking heeft op gelijktijdig
                            ten</al><al>hoogste vier kinderen;</al><al>h gastouderbureau: een organisatie die de bemiddeling van
                            gastouderopvang</al><al>tussen gastouders en ouders/verzorgers regelt;</al><al>i gastouder: een persoon die gastouderopvang biedt;</al><al>j functionaris:</al><al>1 in een kindercentrum werkzame persoon die werkzaamheden verricht,
                            opgenomen</al><al>in de voor kinderopvang gelden CAO, en die over de voor die
                            werkzaamheden</al><al>benodigde opleiding beschikt;</al><al>2 in een gastouderbureau werkzame persoon, belast met de bemiddeling
                            van</al><al>gastouderopvang, die voor zijn werkzaamheden de op grond van de voor
                            de</al><al>kinderopvang geldende CAO benodigde opleiding heeft;</al><al>k houder: een natuurlijke of rechtspersoon die een kindercentrum of
                            gastouderbureau</al><al>in stand houdt;</al><al>l NEN: door de Stichting Nederlands Normalisatie-Instituut vastgestelde
                            norm;</al><al>m begeleider: de in een kindercentrum werkzame persoon die anders dan
                            als de</al><al>functionaris belast is met het bieden van verzorging en opvoeding
                            of</al><al>onderdak en begeleiding aan kinderen.</al></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>2</nr><titel>Vergunningsplicht</titel></kop><al>1 Het is verboden, zonder schriftelijke vergunning van burgemeester
                            en wethouders, een kindercentrum open te stellen of te houden.</al><al>2 Het is verboden, zonder schriftelijke vergunning van burgemeester
                            en wethouders, een gastouderbureau op te zetten of te houden.</al></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>3</nr><titel>Weigering en ontheffing</titel></kop><al>1 Burgemeester en wethouders weigeren de vergunning indien niet wordt
                            voldaan aan de kwaliteitsregels die in hoofdstuk 2 van deze verordening
                            worden gesteld.</al><al>2 In afwijking van lid 1 zijn burgemeester en wethouders bevoegd
                            ontheffing te verlenen van de voorschriften in artikel 17 en de op artikel 11
                            gebaseerde nadere regels.</al></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><al>1 Aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of
                            ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden. Deze voorschriften
                            en beperkingen mogen slechts strekken tot bescherming van het belang of
                            de belangen in verband waarmee de vergunning of ontheffing is vereist.</al><al>2 Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of ontheffing
                            is verleend, is verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen
                            na te komen.</al></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>5</nr><titel>Behandeling aanvragen</titel></kop><al>1 Op de behandeling genomen aanvragen is afdeling 3.4 Awb van
                            toepassing.</al><al>2 Een ieder kan zijn zienswij ze over de aanvraag naar voren
                            brengen.</al></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>6</nr><titel>Termijnen</titel></kop><al>1 Burgemeester en wethouders beslissen op een aanvraag om vergunning of
                            op een verzoek tot ontheffing binnen acht weken na de dag waarop de
                            aanvraag of het verzoek is ontvangen.</al><al>2 Burgemeester en wethouders kunnen hun beslissing voor ten hoogste
                            acht weken verdagen.</al></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>7</nr><titel>Aanhouding</titel></kop><al>1 Burgemeester en wethouders houden de beslissing op de aanvraag om
                            vergunning of het verzoek tot ontheffing aan, totdat zij een beslissing 
                            hebben genomen over de aanvraag voor een bouwvergunning overeenkomstig artikel
                            40, lid 1 van de Woningwet.</al><al>2 In afwijking van het bepaalde in artikel 6 nemen burgemeester en
                            wethouders, voor zover de aanhouding bedoeld in het eerste lid langer duurt 
                            dan de in artikel 6 gestelde termijnen, de beslissing op een aanvraag
                            om vergunning of een verzoek tot ontheffing zo spoedig mogelijk na afloop
                            van de in artikel 6 bedoelde termijnen.</al></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>8</nr><titel>Duur van de vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing wordt verleend voor maximaal vijf jaar.</al></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>9</nr><titel>Verplichtingen van de houder</titel></kop><al>1 De vergunning of ontheffing is niet overdraagbaar.</al><al>2 De houder is verplicht aan burgemeester en wethouders gegevens te
                            verstrekken die door of namens hen in verband met de huisvesting, verzorging 
                            en begeleiding van de kinderen van belang worden geacht.</al><al>3 De houder is voorts verplicht om bij wijzigen van de gegevens die
                            zijn verstrekt bij de vergunningaanvraag daarvan onmiddellijk
                            schriftelijk mededeling te doen aan burgemeester en wethouders.</al><al>4 De vergunninghouder is verplicht de vergunning op een zichtbare plaats
                            in het kindercentrumjgastouderbureau op te hangen.</al></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>10</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>1 Burgemeester en wethouders kunnen de vergunning of ontheffing
                            intrekken of wijzigen:</al><al>a indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens
                            zijn verstrekt;</al><al>b indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                            inzichten, opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, moet
                            worden aangenomen dat intrekking of wijziging daarvan wordt gevorderd door
                            het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning is
                            verstrekt;</al><al>c indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften niet
                            zijn</al><al>of worden nagekomen;</al><al>d indien binnen de termijn van één jaar geen gebruik van de vergunning
                            wordt</al><al>gemaakt;</al><al>e indien de houder dit verzoekt.</al><al>2 Burgemeester en wethouders kunnen in het belang van de kinderen
                            tijdelijke</al><al>of blijvende sluiting van een kindercentrum of een gastouderbureau
                            gelasten,</al><al>indien naar hun oordeel dringende omstandigheden die niet uit deze</al><al>verordening voortvloeien daartoe aanleiding geven.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>NADERE REGELS</titel></kop><paragraaf><kop><label>paragraaf</label><nr>1</nr><titel>Regels voor alle vormen van kinderopvang</titel></kop><artikel><kop><label>artikel</label><nr>11</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>1 Het kindercentrum dient hygiënisch en veilig te zijn en een
                                deugdelijke</al><al>inrichting te hebben.</al><al>2 Burgemeester en wethouders z~Jn bevoegd nadere regels te stellen
                                waaraan</al><al>het kindercentrum, de houder en de in het kindercentrum werkzame
                                functionarissen</al><al>en begeleiders moeten voldoen. Deze regels hebben betrekking
                                op:</al><al>a de verzorging en begeleiding van en het toezicht op de
                                kinderen;</al><al>b de inrichting, hygiënische toestand en veiligheid van het
                                kindercentrum</al><al>voor zover deze eisen noodzakelijk zijn voor de kinderopvang en
                                hierin niet</al><al>wordt voorzien bij of krachtens de Woningwet;</al><al>c de aan functionarissen en begeleiders te stellen
                                gezondheidseisen;</al><al>d de aanwezigheid van gegevens in het kindercentrum.</al></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>12a</nr><titel>Invloed van functionarissen, gastouders en begeleiders op
                                    het</titel></kop><al><vet>beleid</vet><vet> van de houder</vet></al><al>De houder zorgt ervoor dat de invloed van functionarissen,
                                gastouders en</al><al>begeleiders op het beleid van de houder gewaarborgd is.</al></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>12b</nr><titel>Medezeggenschap ouders/verzorgers</titel></kop><al>1 Een kindercentrum/gastouderbureau voorziet in een reglement voor
                                medezeggenschap</al><al>van gebruikers waarin geregeld wordt:</al><al>a het instellen van een oudercommissie en de wijze van benoeming van
                                de leden</al><al>van deze commissie die uit minimaal drie vertegenwoordigers van de
                                ouders/</al><al>verzorgers bestaat;</al><al>b de middelen die de oudercommissie ter beschikking worden gesteld
                                teneinde</al><al>haar taken naar behoren te kunnen uitoefenen;</al><al>2 Het in lid 1 genoemde reglement omvat procedures voor de
                                adviserende taak</al><al>van de oudercommissie op het terrein van:</al><al>a het opheffen, fuseren, verhuizen, verbouwen, uitbreiden dan wel
                                verkleinen</al><al>van de organisatie;</al><al>b het benoemen van degenen die de hoogste zeggenschap uitoefent bij
                                de</al><al>leiding van de arbeid in de organisatie;</al><al>c plaatsings- en wachtlijstprocedures;</al><al>d openingstijden en sluitingsdagen.</al><al>3 Het in lid 1 genoemde reglement omvat verder procedures voor de
                                adviserende</al><al>taak van de oudercommissie op het gebied van:</al><al>a pedagogisch beleid;</al><al>b het beleid op het gebied van veiligheid, hygiëne en
                                gezondheid.</al><al>4 Bij de onderwerpen genoemd in lid 2 en lid 3 van dit artikel kan
                                het advies</al><al>van de oudercommissie alleen met schriftelijke rapportage met de
                                afweging</al><al>van belangen van betrokkenen worden afgewezen.</al><al>5 De oudercommissie wordt over de in dit artikel genoemde
                                onderwerpen tijdig</al><al>en afdoende geïnformeerd.</al><al>6 De oudercommissie kan de gemeente informeren over de uitvoering
                                van de</al><al>medezeggenschap binnen de instelling.</al><al>7 De uitvoering van dit artikel is medebepalend voor het verlenen
                                van een</al><al>vergunning.</al></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>13</nr><titel>Informatie aan ouders/verzorgers</titel></kop><al>De houder van een kindercentrum of gastouderbureau informeert de
                                ouders/verzorgers</al><al>voorafgaand aan het aangaan van de overeenkomst schriftelijk
                                over:</al><al>a het te voeren beleid, waaronder het pedagogisch beleid en de wijze
                                waarop</al><al>uitvoering wordt gegeven aan artikel 15, derde lid;</al><al>b de wijze waarop klachten worden behandeld;</al><al>c de wijze waarop inspraak is geregeld;</al><al>d de wijze waarop het contact met de ouders/verzorgers wordt
                                onderhouden.</al></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>14</nr><titel>De aansprakelijkheids- en ongevallenverzekering</titel></kop><al>1 De houder van een kindercentrum moet ten behoeve van in het
                                centrum</al><al>aanwezige functionarissen, begeleiders en kinderen een passende
                                aansprakelijkheids-</al><al>en ongevallenverzekering afsluiten.</al><al>2 De houder van een gastouderbureau moet ten behoeve van de bij het
                                bureau</al><al>werkzame functionarissen en begeleiders, alsmede de bij het bureau
                                aangesloten</al><al>gastouders en door hen opgevangen kinderen een passende
                                aansprakelijkheids-</al><al>en ongevallenverzekering afsluiten.</al><al><cursief>Paragraaf </cursief>2 <cursief>Specifieke regels voor
                                    kindercentra</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>15</nr><titel>Groepsgrootte en aantal functionarissen</titel></kop><al>1 De opvang van kinderen vindt in groepen plaats met dien verstande
                                dat een</al><al>groep van kinderen:</al><al>a in de leeftijd van 0 tot 1 jaar gelijktijdig ten hoogste 12
                                kinderen omvat;</al><al>b in de leeftijd van 0 tot 13 jaar gelijktijdig ten hoogste 16
                                kinderen</al><al>omvat, waaronder ten hoogste 8 kinderen van 0 tot 1 jaar;</al><al>c in de leeftijd van 4 tot 13 jaar gelijktijdig ten hoogste 20
                                kinderen</al><al>omvat.</al><al>2 ten hoogste één functionaris wordt ingezet voor de verzorging en
                                opvoeding</al><al>van gelijktijdig ten hoogste:</al><al>a 4 kinderen in de leeftijd van 0 tot I jaar;</al><al>b 5 kinderen in de leeftijd van 1 tot 2 jaar;</al><al>c 6 kinderen in de leeftijd van 2 tot 3 jaar;</al><al>d 8 kinderen in de leeftijd van 3 tot 4 jaar;</al><al>e 10 kinderen in de leeftijd van 4 tot het einde van de
                                basisschoolleeftijd;</al><al>f het aantal functionarissen bij een gemengde groep wordt bepaald
                                aan de hand</al><al>van het gemiddelde, waarbij naar boven kan worden afgerond.</al><al>3 In afwijking van lid 2 kan gedurende een beperkte tijd, doch niet
                                meet dan</al><al>anderhalf uur, na opening en voor sluiting van het kindercentrum en
                                in</al><al>bijzondere omstandigheden één functionaris minder ingezet worden,
                                met dien</al><al>verstande dat tenminste één functionaris wordt ingezet.</al><al>4 Indien slechts één functionaris wordt ingezet wordt ingevolge van
                                lid 2 of</al><al>3, wordt naast deze functionaris ten minste één volwassene ingezet
                                ter</al><al>ondersteuning van die functionaris.</al></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>16</nr><titel>Verblijfsruimte kindercentra</titel></kop><al>1 Per groep is een ruimte beschikbaar die per kind drie vierkante
                                meter netto</al><al>speel-/werkoppervlak bevat, bepaald overeenkomstig NEN 2580.</al><al>2 Er is een buitenspeelruimte beschikbaar, waarvan de oppervlakte
                                minimaal</al><al>vier vierkante meter per spelend kind bedraagt, bepaald
                                overeenkomstig NEN</al><al>2580.</al><al>3 Kinderen tot anderhalf jaar beschikken over slaapgelegenheid in
                                een aparte</al><al>ruimte en kinderen ouder dan anderhalf jaar beschikken over
                                slaapgelegenheid</al><al>in een rustige af te scheiden ruimte.</al></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>17</nr><titel>Voorkoming verspreiding infectieziekten</titel></kop><al>1 Het is aan de houder, dan wel aan degene die met de dagelijkse
                                leiding is</al><al>belast, verboden:</al><al>a enig persoon tot het kindercentrum of tot enige daarmee in
                                verbinding</al><al>staande lokaliteit toe te laten of daarin te vertoeven, wanneer,
                                volgens of</al><al>vanwege de directeur van de GGD, daarmee het gevaar van overbrenging
                                van</al><al>een infectieziekte, zoals genoemd in de Wet bestrijding
                                infectieziekten en</al><al>opsporing ziekteoorzaken, aanwezig is;</al><al>b enig persoon tot de kindercentrum of tot enige daarmee in
                                verbinding</al><al>staande lokaliteit toe te laten of daarin zelf te vertoeven, wanneer
                                hij</al><al>redelijkerwijs kan vermoeden dat daarmee het gevaar van overbrenging
                                van</al><al>een infectieziekte, zoals genoemd in de onder a vermelde wet,
                                aanwezig is.</al><al>2 Van het in het eerste lid onder a omschreven verbod is de houder
                                ontheven,</al><al>zodra de behandelend geneesheer een schriftelijke verklaring heeft
                                afgegeven</al><al>dat de kans op overbrenging van een infectieziekte is
                                uitgesloten.</al><al>3 De bepalingen in het eerste en tweede lid laten onverlet de
                                bepalingen</al><al>krachtens de in het eerste lid, onder a, genoemde wet.</al><al><cursief>paragraaf</cursief>3 <cursief>Specifieke regels
                                    voor gastouderopvang</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>18</nr><titel>Eisen aan de gastouderopvang</titel></kop><al>1 Gastouderopvang geschiedt op basis van schriftelijke
                                overeenkomsten tussen</al><al>het gastouderbureau, de ouders/verzorgers en de gastouder.</al><al>2 Contractueel worden in ieder geval vastgelegd de vergoeding voor
                                de opvang</al><al>en de kwaliteitseisen die het gastouderbureau aan de gastouderopvang
                                stelt.</al><al>3 Als kwaliteitseisen zijn in ieder geval opgenomen dat:</al><al>a de woning waar de gastouderopvang plaatsvindt veilige en voldoende
                                ruimte</al><al>biedt voor het aantal kinderen dat daar verblijft. De hier bedoelde
                                ruimte</al><al>heeft zowel betrekking op de speelgelegenheid binnen en buiten de
                                woning</al><al>als op de slaap- en rustruimte;</al><al>b de gastouder over te controleren deskundigheid beschikt.</al><al><cursief>paragraaf</cursief>4 <cursief>Uitzonderingen voor
                                    peuterspeelzalen</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>19</nr><titel>Aantallen functionarissen per groep in een
                                    peuterspeelzaal</titel></kop><al>In afwijking van artikel 15 kunnen de groepen onder leiding staan
                                van een</al><al>functionaris en een begeleider.</al></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>20</nr><titel>Verblijfsruimten peuterspeelzalen</titel></kop><al>Het in artikel 16, lid 3, bepaalde geldt niet voor
                                peuterspeelzalen.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>artikel</label><nr>21</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van artikel 2 en 9 en van dekwaliteitsregels in hoofdstuk 2
                            wordt</al><al>gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of een geldboete van
                            de</al><al>tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van
                            de</al><al>rechtelijke uitspraak.</al></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>22</nr><titel>Toezicht en opsporing</titel></kop><al>1 Burgemeester en wethouders kunnen personen aanwijzen die belast zijn
                            met</al><al>het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze
                            verordening</al><al>gestelde voorschriften.</al><al>2 De opsporing van de om artikel 21 gestelde feiten is, naast de in
                            artikel</al><al>141 van het Wetboek van Strafverordening genoemde
                            opsporingsambtenaren,</al><al>opgedragen aan hen die door burgemeester en wethouders met het toezicht
                            op</al><al>de naleving van deze verordening zijn belast, voor zover het de
                            feiten</al><al>betreft die in de aanwijzing zijn vermeld.</al><al>3 De in het eerste lid bedoelde toezichthouders zlJn bevoegd elke plaats
                            te</al><al>betreden met uitzondering van een woning zonder toestemming van de
                            bewoner.</al></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>23</nr><titel>Controle</titel></kop><al>Burgemeester en wethouders controleren ten minste eenmaal per jaar de
                            houders</al><al>op naleving van de verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>24</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>1 Een jaar na de inwerkingtreding van deze verordening dienen alle
                            houders</al><al>van kindercentra en gastouderbureaus te voldoen aan de in en krachtens
                            deze</al><al>verordening gestelde eisen.</al><al>2 Vergunningen en ontheffingen die verleend zijn onder de werking van
                            de</al><al>Verordening kinderopvang dd. 1 november 1990 blijven nog gedurende één
                            jaar</al><al>na de inwerkingtreding van deze verordening van kracht.</al><al>3 Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                            een</al><al>aanvraag om een vergunning of ontheffing op grond van de
                            Verordening</al><al>kinderopvang dd. 1 november 1990 is ingediend en voor het tijdstip
                            van</al><al>inwerkingtreding van deze verordening niet op die aanvraag is
                            beslist,</al><al>wordt daarop deze verordening toegepast.</al></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>25</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>1 Deze verordening treedt in werking op de dag na die waarop zij is
                            afgekondigd.</al><al>2 De Verordening kinderopvang dd. 1 november 1990 wordt ingetrokken op
                            de in</al><al>het eerste lid bedoelde datum, met dien verstande dat de
                            verordening</al><al>gedurende één jaar onverkort van kracht blijft ten aanzien van
                            kindercentra</al><al>en gastouderbureaus die een op deze verordening gebaseerde
                            vergunning</al><al>hebben.</al></artikel><artikel><kop><label>artikel</label><nr>26</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Verordening kinderopvang
                            Achtkarspelen.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering</ondertekening><ondertekening>van 31 oktober 1996.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Schmidt, voorzitter.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Oosterman, secretaris</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet> Verordening Kinderopvang</vet></al><al>&lt;ld1&gt;</al><al>Met ingang van 1 januari 1996 verplicht de Welzijnswet (artikel 20)
                            gemeenten om een</al><al>verordening kinderopvang te hebben waarin in ieder geval de minimumeisen
                            van de</al><al>Algemene Maatregel van Bestuur (Amvb) Tijdelijk besluit kwaliteitsregels
                            kinderopvang</al><al>zijn opgenomen.</al><al>&lt;eI4&gt;</al><al>De in de AMvB opgenomen eisen voorkindercentra hebben betrekking
                            op:</al><lijst><li nr="a."><al>de inrichting, hygiënische toestand en veiligheid;</al></li><li nr="b."><al>de waarborging van invloed van medewerkers op de houder van het
                                    kindercentrum of</al></li></lijst><al>het gastouderbureau;</al><lijst><li nr="c."><al>de aansprakelijkheids- en ongevallenverzekering;</al></li><li nr="d."><al>de groepsgrootte en het aantal medewerkers dat belast is met de
                                    verzorging en opvoeding</al></li></lijst><al>in relatie tot de aantallen kinderen in een kindercentrum.</al><al>&lt;eI4&gt;</al><al>In de Amvb wordt daa.rnaastaangegeven dat in de verordening eisen moeten
                            worden</al><al>gesteld aan gastouderopvang. Deze eisen hebben betrekking op:</al><lijst><li nr="a."><al>veiligheid en kwaliteit van de opvang;</al></li><li nr="b."><al>de waarborging van de invloed van de medewerkers en gastouders
                                    op het beleid van de</al></li></lijst><al>houder;</al><al>c.de wijze waarop de relatie tussen gastouderbureau, aangesloten
                            gastouders en ouders/</al><al>verzorgers wordt geregeld en de relatie tussen de gastouders en
                            ouders/verzorgers</al><al>onderling;</al><al>d.de aansprakelijkheids- en ongevallenverzekering.</al><al>&lt;eI4&gt;</al><al>Tenslotte moet de gemeente op grond van de Amvb in de verordening
                            opnemen dat de</al><al>houder van een kindercentrum of gastouderbureau ouders/verzorgers
                            schriftelijk informeert</al><al>over:</al><lijst><li nr="a."><al>het te voeren beleid, waaronder het pedagogisch beleid;</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop klachten worden behandeld;</al></li><li nr="c."><al>de wijze waarop inspraak is· geregeld;</al></li><li nr="d."><al>de wijze waarop het contact met de ouders/verzorgers wordt
                                    onderhouden.</al></li></lijst><al>&lt;eI4&gt;</al><al>De gemeentelijke verordening, die op 31 oktober door de raad is
                            vastgesteld, geldt voor</al><al>zowel gesubsidieerde als ongesubsidieerde kinderopvangvoorzieningen.
                            Daarnaast vallen</al><al>de houders van gastouderbureau's onder de werking van de verordening.
                            Peuterspeelzalen</al><al>vallen buiten het kader van de verordening.</al><al>&lt;eI4&gt;</al><al>De Verordening Kinderopvang ligt· ter inzage bij bureau welzijn van
                            het</al><al>gemeentekantoor.</al><al>&lt;ld1&gt;</al><al>Buitenpost, 20 november 1996</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>