<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR405031_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Nadere Regel ‘Subsidieregeling peuteropvang gemeente Heerenveen 2016’</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Heerenveen</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-10-25</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Heerenveen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-55519.html">gmb-2016-55519</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Nadere Regel ‘Subsidieregeling peuteropvang gemeente Heerenveen 2016’</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.1:CVDR71782_2">Algemene subsidieverordening Heerenveen 2014, art. 3</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-01-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-05-04</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2016-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2016-12-31</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>16.2000022</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Nadere Regel ‘Subsidieregeling peuteropvang gemeente Heerenveen 2016’
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerenveen,</al>
          <al>Gelet op het bepaalde in <extref doc="1.1:CVDR71782_2" struct="CVDR">artikel
                            3, van de Algemene subsidieverordening Heerenveen 2014</extref>,</al>
          <al>Besluit:</al>
          <al>Vast te stellen de nadere regel “Subsidieregeling peuteropvang 2016” </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>Thema’s van de Raad:</vet>
          </al>
          <al>Thema 3: Heerenveen kiest voor leefbare wijken en dorpen</al>
          <al>Thema 4: Heerenveen bevordert meedoen en ondersteunt</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
          </kop>
          <al>In deze regels wordt verstaan onder:</al>
          <lijst>
            <li nr="a)"><al>aanbieder: </al><al>de aanbieders van gesubsidieerd peuterspeelzaalwerk in 2015 binnen
                                de gemeente Heerenveen.</al></li>
            <li nr="b)"><al>doelgroeppeuters: </al><al>alle kinderen van twee tot vier jaar die door de
                                Jeugdgezondheidszorg (JGZ) als risicopeuter worden beoordeeld en
                                alle peuters van twee tot vier jaar bij wie de
                                peuteropvangleid(st)er een taalachterstand signaleert of volgens een
                                wetenschappelijke methode een taalachterstand hebben; </al></li>
            <li nr="c)"><al>kinderopvangtoeslag: </al><al>de toeslag die tweeverdienende ouders kunnen aanvragen bij de
                                Belastingdienst voor kinderopvang dan wel peuteropvang; </al></li>
            <li nr="d)"><al>LRKP: </al><al>dit betreft het Landelijk Register Kinderopvang en Peuterspeelzalen
                                (LRKP) waarin aanbieders kinderopvang en peuterspeelzalen zijn
                                opgenomen die voldoen aan de <extref doc="1.0:v:BWBR0017017" struct="BWB">Wet kinderopvang en kwaliteitseisen
                                    peuterspeelzalen</extref> (Wkkp);</al></li>
            <li nr="e)"><al>ouderbijdrage of eigen bijdrage: </al><al>de inkomensafhankelijke bijdrage die door ouders betaald wordt aan
                                de aanbieder;</al></li>
            <li nr="f)"><al>ouderbijdragetabel: </al><al>Adviestabel ouderbijdragen peuterwerk van VNG;</al></li>
            <li nr="g)"><al>peuter: </al><al>in de gemeente Heerenveen ingeschreven kind van 2 tot 4 jaar;</al></li>
            <li nr="h)"><al>peuteropvang: </al><al>het opvangaanbod voor peuters van 2 tot 4 jaar die wonen in de
                                gemeente Heerenveen, aangeboden door de huidige peuterspeelzaal
                                aanbieder(s) die zijn opgenomen in het LRKP; </al></li>
            <li nr="i)"><al>reguliere peuteropvang: </al><al>de reguliere peuteropvang omvat minimaal twee dagdelen met een
                                maximale (gemiddelde) dagdeellengte van 3 uren, gedurende maximaal
                                40 weken per kalenderjaar<noot id="d5173e231"><noot.nr> 1
                                        </noot.nr><noot.al>Aangenomen wordt dat de peuter in de schoolvakanties geen
                                        gebruik maakt van peuteropvang. Daarom worden de
                                        schoolvakanties niet meegerekend. Het staat aanbieders vrij
                                        om in de schoolvakanties peuteropvang aan te bieden, dit
                                        vormt echter geen aanleiding om de subsidieregeling aan te
                                        passen.</noot.al></noot>;</al></li>
            <li nr="j)"><al>subsidieregeling peuteropvang: </al><al>de subsidie die de gemeente beschikbaar stelt voor peuteropvang
                                (exclusief de inkomensafhankelijke ouderbijdrage) en die aan de
                                aanbieder(s) uitbetaald wordt;</al></li>
            <li nr="k)"><al>uitvoerder subsidieregeling peuteropvang: </al><al>een daarvoor door de gemeente aangewezen partij, die bevoegd
                                is:</al><lijst>
                <li nr="-"><al>om te toetsen of ouders niet in aanmerking komen voor de
                                        kinderopvangtoeslag;</al></li>
                <li nr="-"><al>om te toetsen of de peuter beschikt over een VVE indicatie
                                        om in aanmerking te komen voor 2 extra dagdelen
                                        peuteropvang;</al></li>
                <li nr="-"><al>de inschaling in de ouderbijdragetabel vast te stellen;
                                    </al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="l)"><al>VVE-aanbod: </al><al>het aanbod voor -en vroegschoolse educatie betreft het aantal uren
                                méér dan de reguliere peuteropvang van 2 dagdelen, gericht op het
                                verminderen van onderwijsachterstanden van doelgroeppeuters; </al></li>
            <li nr="m)"><al>VVE registratie: </al><al>een registratie in het LRKP waaruit blijkt dat de aanbieder voldoet
                                aan de wettelijke kwaliteitseisen voor het aanbieden van VVE.</al></li>
            <li nr="n)"><al>Verklaring Geregistreerd Inkomen (VGI): </al><al>onder een inkomensverklaring (voorheen IB60-verklaring genoemd)
                                wordt verstaan een officiële verklaring van de Belastingdienst met
                                inkomensgegevens over een bepaald belastingjaar.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Voorwaarden voor de subsidieregeling peuteropvang</titel>
          </kop>
          <al>Ouders of verzorgers van een peuter komen in aanmerking voor de
                        subsidieregeling peuteropvang, via de aanbieder, als:</al>
          <lijst>
            <li nr="1."><al>Hun peuter minimaal twee dagdelen (van 3 uren) per week de
                                peuteropvang bezoekt. </al></li>
            <li nr="2."><al>Zij een overeenkomst hebben met een aanbieder die aan de
                                kwaliteitseisen van de gemeente Heerenveen voldoet zoals beschreven
                                in Artikel 13. </al><al>Onder een overeenkomst met een aanbieder wordt verstaan dat de ouder
                                een overeenkomst ondertekend heeft waarop tenminste aangegeven
                                wordt:</al><lijst>
                <li nr="a)"><al>De startdatum van de peuteropvang;</al></li>
                <li nr="b)"><al>Het aantal dagdelen waarop gebruik wordt gemaakt van de
                                        peuteropvang (let op: exclusief extra dagdelen VVE);</al></li>
                <li nr="c)"><al>De prijs per uur van de peuteropvang;</al></li>
                <li nr="d)"><al>Het LRKP nummer van de aanbieder</al></li>
                <li nr="e)"><al>Het BSN nummer van de peuter;</al></li>
                <li nr="f)"><al>De BSN nummers van de ouders(s);</al></li>
              </lijst></li>
          </lijst>
          <al>Mits de voorstaande gegevens vermeld worden, is sprake van een
                        overeenkomst.</al>
          <lijst>
            <li nr="3."><al>Zij niet in aanmerking komen voor de kinderopvangtoeslag.</al></li>
            <li nr="4."><al>Zij dienen een inkomensverklaring aan te vragen en deze te
                                overleggen aan de uitvoerder van de ouderbijdrageregeling
                                peuteropvang, die hiervoor aangewezen is door de gemeente
                                Heerenveen. De inkomensverklaring kan gratis worden aangevraagd bij
                                de Belastingdienst. De inkomensverklaring bevat de volgende
                                gegevens:</al><lijst>
                <li nr="a)"><al>Naam en adres;</al></li>
                <li nr="b)"><al>Naam- en adresgegevens van de Belastingdienst;</al></li>
                <li nr="c)"><al>Het jaar waarover de inkomensverklaring wordt
                                        afgegeven;</al></li>
                <li nr="d)"><al>Inkomensgegevens;</al></li>
              </lijst></li>
            <li nr="5."><al>Zelfstandig ondernemers die in aanmerking willen komen voor de
                                subsidieregeling peuteropvang kunnen in plaats van een
                                inkomensverklaring een kopie sturen van de meest recente aanslag
                                inkomstenbelasting van het betreffende belastingjaar. Het betreft de
                                definitieve aanslag.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Extra VVE aanbod voor doelgroepkinderen van 3 jaar</titel>
          </kop>
          <al>In afwijking van het bepaalde in Artikel 2, lid 3 komen ouders van
                        doelgroepkinderen van 3 jaar in aanmerking voor de subsidieregeling
                        peuteropvang voor 2 extra dagdelen peuteropvang met een VVE-aanbod, deze
                        zijn kosteloos voor ouders. Met dien verstande dat de eerste twee dagdelen
                        op basis van een inkomensafhankelijke ouderbijdrage afgenomen worden, dat
                        kan zijn op basis van deze subsidieregeling van de gemeente of op basis van
                        de kinderopvangtoeslag.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Doelgroep</titel>
          </kop>
          <al>De subsidieregeling peuteropvang wordt uitsluitend toegekend aan ouders of
                        verzorgers van peuters die ingeschreven staan in de gemeente Heerenveen en
                        dit afnemen bij één van de huidige aanbieders, vermeld in omvormingsplan. De
                        subsidie wordt verleend aan de betreffende aanbieder waar de ouders of
                        verzorgers peuteropvang afnemen. </al>
          <al>Doelgroeppeuters die in aanmerking willen komen voor 2 extra dagdelen
                        peuteropvang moeten voldoen eveneens aan Artikel 1 lid a.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Procedurebepalingen voor de verstrekking van de subsidie
                            peuteropvang</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Een aanvraag van ouders om plaatsing op basis van de subsidieregeling
                            peuteropvang wordt via de aanbieder ingediend op een door het
                            afdelingshoofd vastgesteld formulier, minimaal een maand voorafgaand aan
                            de start van de peuteropvang van de betreffende peuter.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Het ingevulde aanvraagformulier wordt (met de gevraagde inkomensgegevens
                            e.d.) door de aanbieder verzonden aan de uitvoerder.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>De uitvoerder zal uiterlijk binnen 1 maand na ontvangst van de volledige
                            aanvraag (inclusief de gevraagde inkomensgegevens en dergelijke) de
                            toetsing uitvoeren of ouders in aanmerking komen voor de
                            subsidieregeling peuteropvang en de ouders en de aanbieder hiervan in
                            kennis stellen.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>Indien de peuteropvang, door dringende omstandigheden, van start gaat
                            voorafgaand aan het afhandelen van de aanvraagprocedure van de
                            subsidieregeling, is de ouder de volledige kosten voor de peuteropvang
                            verschuldigd. Nadat de procedure is afgerond en vast is komen te staan
                            dat de ouders gebruik kunnen maken van de subsidieregeling peuteropvang,
                            vindt verrekening plaats op basis van de vastgestelde
                            ouderbijdrage.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>De gemeente betaalt de subsidie peuteropvang rechtstreeks aan de
                            aanbieder. De aanbieder int de inkomensafhankelijke ouderbijdrage bij de
                            ouders en is verantwoordelijk voor een eventueel optredend
                            debiteurenverlies.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>6.</lidnr>
            <al>Ouder(s) die tussen 1 januari en 30 juni geplaatst worden overleggen de
                            laatst beschikbare Inkomensverklaring (2 jaar oud) aan de aanbieder,
                            ouders die tussen 1 juli en 31 december geplaatst zijn, die van het
                            voorgaande jaar.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>7.</lidnr>
            <al>Indien ondernemende ouders (inclusief Zzp-ers) niet de meest recente
                            aanslag inkomstenbelasting kunnen of willen overleggen, moeten zij
                            aantonen startend ondernemer te zijn door middel van een bewijs van de
                            Kamer van Koophandel, waarbij ze in de laagste categorie ingeschaald
                            kunnen worden. Indien geen sprake is van een startende onderneming, kan
                            de ondernemer ingeschaald worden in de middelste inkomenscategorie,
                            waarbij het recht op herziening is voorbehouden.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>8.</lidnr>
            <al>Als de inkomenssituatie zodanig wijzigt (beide ouders werken/studeren)
                            dat ouders in aanmerking komen voor de kinderopvangtoeslag, dan vervalt
                            het recht op de subsidieregeling peuteropvang na 3 maanden nadat het
                            recht op kinderopvangtoeslag is ingegaan. Ouders zijn verplicht dit te
                            melden aan de aanbieder.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>9.</lidnr>
            <al>Als het inkomen van ouders in het lopende jaar zodanig wijzigt dat er
                            sprake is van een lager inkomen, dan kan een her-inschaling aangevraagd
                            worden via de aanbieder. De inkomensgegevens kunnen in dat geval
                            overlegd worden op basis van de meest recente loonstroken of indien
                            sprake is van werkeloosheid, een uitkeringsbeschikking van het UWV.
                        </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>10.</lidnr>
            <al>Indien sprake is van inkomenswijziging door werkeloosheid, kunnen
                            tweeverdienende ouders nog gedurende een half jaar aanspraak maken op de
                            kinderopvangtoeslag, nadat deze termijn verstreken is kunnen zij in
                            aanmerking komen voor de subsidieregeling peuteropvang.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>11.</lidnr>
            <al>In oktober van elk kalenderjaar vindt toetsing plaats van het niet-recht
                            op kinderopvangtoeslag en de inschaling op basis van de
                            inkomensverklaring van het voorgaande jaar. Dit geldt ook voor ouders
                            die voor en op 30 juni van dat betreffende jaar geplaatst zijn, maar
                            niet voor ouders die op of na 1 juli geplaatst zijn.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>12.</lidnr>
            <al>Indien bij de jaarlijkse toetsing blijkt dat er wel recht op
                            kinderopvangtoeslag bestaat, wordt de subsidie peuteropvang door de
                            gemeente teruggevorderd vanaf de maand dat het recht op de
                            kinderopvangtoeslag is ingegaan, plus 3 maanden.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>13.</lidnr>
            <al>De subsidieregeling peuteropvang wordt stopgezet op de dag dat de peuter
                            vier jaar wordt of als een tussentijdse wijziging, zoals omschreven in
                            Artikel 6, daartoe aanleiding geeft. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>14.</lidnr>
            <al>Indien de aanbieder aangeeft dat ouder(s) die subsidieregeling
                            peuteropvang ontvangen voor de derde keer op rij of drie keer binnen een
                            half jaar de ouderbijdrage niet betalen aan de aanbieder, dan vervalt
                            het recht op deze subsidieregeling en wordt de peuteropvang beëindigd.
                        </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>15.</lidnr>
            <al>Ouders die geen inkomensverklaring of andere documenten willen
                            overleggen komen niet in aanmerking voor de subsidieregeling en moeten
                            tegen het volledige tarief peuteropvang afnemen.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>Meldingsplicht en tussentijdse wijzigingen</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Na aanvang van het recht op kinderopvangtoeslag vervalt het recht op de
                            subsidieregeling peuteropvang en moet dit door ouders onverlet worden
                            gemeld (meldingsplicht) aan de uitvoerder. Indien bij de jaarlijkse
                            inkomenstoets blijkt dat de wijziging niet is doorgegeven, dat toch
                            recht op kinderopvangtoeslag bestaat, wordt de subsidie peuteropvang
                            door de gemeente teruggevorderd vanaf de maand dat het recht op
                            kinderopvangtoeslag ingegaan is, plus 3 maanden. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Wanneer de verlaging van het inkomen zodanig is dat ouders in een lagere
                            inkomenscategorie van de adviestabel ouderbijdrage valt, kan een
                            aanvraag tot herziening van de ouderbijdrage worden gedaan op basis van
                            de meest recente loongegevens, loonstrook, uitkeringsbeschikking of op
                            basis van de meest recente inkomensverklaring. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Wijzigingen in het inkomen van de ouder(s) die geen gevolgen hebben voor
                            de hoogte van de ouderbijdrage hoeven niet doorgegeven te worden.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>Subsidieplafond</titel>
          </kop>
          <al>Conform het vastgestelde Omvormingsplan en op basis van aanpassingen
                        subsidiekosten peuteropvang 2016 na aankondigingen van minister Asscher
                        (september 2015) is het bedrag waar de aanbieders (zie artikel 1g) in 2016
                        recht op hebben maximaal € 557.096,-. </al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>Berekening van de subsidieregeling peuteropvang: verdeelcriteria en
                            regels</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De berekening van de subsidieregeling peuteropvang vindt plaats op basis
                            van het volledig ingevulde aanvraagformulier zoals omschreven in Artikel
                            5, lid 1. In de bijlage bij dit formulier staat zowel de
                            subsidieregeling peuteropvang, als de inkomensafhankelijke ouderbijdrage
                            aangegeven.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De subsidieregeling peuteropvang voor de 2 reguliere dagdelen wordt met
                            een maximum van 6 uren per week en met een maximum van 40 weken per
                            kalenderjaar verleend.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>De berekening van de ouderbijdrage vindt plaats op basis van de
                            adviestabel peuterwerk van de VNG. Deze is gebaseerd op het maximum
                            uurtarief van de kinderopvangtoeslag zoals bepaald door de
                            Belastingdienst en bevat 7 inkomensschalen. </al>
            <al>Dit tarief wordt jaarlijks geïndexeerd en zal ieder jaar op de website
                            van de gemeente Heerenveen worden gepubliceerd.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>In oktober van elk kalenderjaar vindt een toetsing plaats van het
                            niet-recht op kinderopvangtoeslag en wordt de inschaling op basis van de
                            inkomensverklaring (van het voorgaande jaar) vastgesteld en de subsidie
                            toegekend voor het opvolgende jaar. </al>
            <al>Of ingeval van ondernemers op basis van de meest recente aanslag
                            inkomstenbelasting. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>De hoogte van de subsidieregeling peuteropvang en de ouderbijdrage per
                            maand wordt bepaald door:</al>
            <lijst>
              <li nr="a)"><al>De eigen (ouder)bijdrage per uur vast te stellen aan de hand van
                                    de inkomenscategorie uit de adviestabel.</al></li>
              <li nr="b)"><al>Het maximum uurtarief te verminderen met de eigen bijdrage. Dit
                                    levert het subsidiebedrag per uur op.</al></li>
              <li nr="c)"><al>Het aantal uren peuteropvang per week vermenigvuldigen met het
                                    subsidiebedrag per uur x 40 weken. Dit is het jaarbedrag van de
                                    subsidieregeling peuteropvang.</al></li>
              <li nr="d)"><al>Het jaarbedrag delen door 12 maanden. Dit is het subsidiebedrag
                                    wat maandelijks toegekend wordt aan de ouder(s) en aan de
                                    aanbieder uitbetaald wordt.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>9</nr>
            <titel>Subsidiëring peuteropvang via uitbetaling aan aanbieder</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De subsidiëring van de peuteropvang (= verschil inkomensafhankelijke
                            ouderbijdrage en maximum uurtarief op basis adviestabel peuterwerk VNG),
                            wordt rechtstreeks uitbetaald aan de aanbieder. De aanbieder dient
                            daarvoor een registratie bij te houden zoals omschreven in Artikel
                            14.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De subsidie wordt op basis van een voorschot aan de aanbieder uitbetaald
                            in de eerste maand van het kwartaal.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Het voorschot wordt enerzijds bepaald op basis van het aantal
                            gerealiseerde plaatsen peuteropvang van voorgaand jaar, anderzijds op
                            basis van het maandtarief dat vastgesteld in de zin van Artikel 8, lid 5
                            verminderd met de gemiddelde ouderbijdrage per maand.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>De gemiddelde ouderbijdrage wordt door de gemeente vastgesteld.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>5.</lidnr>
            <al>Na afloop van de voorschotperiode vindt de verrekening plaats op basis
                            van de registratie van het werkelijk gebruik per peuter per maand/per
                            jaar en de vastgestelde ouderbijdrage per peuter.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>10</nr>
            <titel>Subsidiëring koptarief voor alle ouders aan de aanbieder</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>De gemeente betaalt het zogenoemde koptarief voor 2016 van € 0,47 per
                            uur (= verschil tussen vastgestelde kostprijs per uur en het maximum
                            uurtarief adviestabel peuterwerk VNG) uit aan de aanbieder. Dit geldt
                            zowel voor ouders die gebruik maken van peuteropvang op basis van de
                            subsidieregeling peuteropvang, als van de kinderopvangtoeslag. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De aanbieder dient daarvoor een registratie bij te houden zoals
                            omschreven in Artikel 14.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>11</nr>
            <titel>Subsidiëring extra dagdelen VVE</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Voor elke geplaatste doelgroeppeuter vanaf 3 jaar ontvangt de aanbieder
                            subsidie voor 2 extra dagdelen van 3 uren per week, mits de aanbieder
                            kan aantonen (overeenkomst) dat de peuter ook gebruik maakt van het
                            basisaanbod van 2 dagdelen (in totaal 4 dagdelen). </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>De subsidiering vindt aan de aanbieder plaats op basis van het maximum
                            uurtarief en in de zin van Artikel 8, lid 2 &amp; lid 5 en op basis van
                            Artikel 9. De extra dagdelen zijn kosteloos voor ouders, dus wordt geen
                            ouderbijdrage geïnd of verrekend door de aanbieder.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Het aantal gerealiseerde doelgroepplaatsen per jaar wordt vastgesteld
                            aan de hand van een evaluatieformulier dat aanbieders dienen in te
                            leveren voor 1 juni van het kalenderjaar volgend op het af te rekenen
                            jaar. Hierbij worden gegevens opgevraagd waaruit blijkt dat de plaatsing
                            en inzet daadwerkelijk is gerealiseerd. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>4.</lidnr>
            <al>De subsidie voor de 2 extra dagdelen per doelgroeppeuter per jaar wordt
                            verrekend naar rato van het aantal maanden dat een doelgroeppeuter
                            geplaatst is op de peuteropvang.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>12</nr>
            <titel>Gemeentelijke financiële bijdrage VVE</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Een aanbieder van peuteropvang komt in aanmerking voor een gemeentelijke
                            financiële bijdrage van € 409,- (niveau 2016) per gerealiseerde
                            doelgroepplaats per jaar. Daarbij moet de omvang van het aanbod zodanig
                            zijn dat de ouders van doelgroeppeuters in de leeftijd van 3 jaar aan de
                            minimum uren-eis voor VVE kunnen voldoen (minimaal 10 uren).</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Het aantal gerealiseerde doelgroepplaatsen per jaar wordt vastgesteld
                            aan de hand van een evaluatieformulier dat aanbieders dienen in te
                            leveren voor 1 juni van het kalenderjaar volgend op het af te rekenen
                            jaar. Hierbij worden gegevens opgevraagd waaruit blijkt dat de plaatsing
                            en inzet daadwerkelijk is gerealiseerd. </al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>De gemeentelijke financiële bijdrage van € 409,- per doelgroeppeuter per
                            jaar wordt verrekend naar rato van het aantal maanden dat een
                            doelgroeppeuter geplaatst is op de peuteropvang. </al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>13</nr>
            <titel>Kwaliteitseisen aan aanbieders</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Om in aanmerking te kunnen komen voor de subsidieregeling peuteropvang
                            van de gemeente Heerenveen dienen aanbieders te voldoen aan de volgende
                            eisen:</al>
            <lijst>
              <li nr="a)"><al>Registratie in het LRKP met een VVE registratie;</al></li>
              <li nr="b)"><al>Er wordt gewerkt met een kind-volg-systeem; </al></li>
              <li nr="c)"><al>Er wordt gewerkt met een gecertificeerd VVE programma dat als
                                    theoretisch goed onderbouwd programma is opgenomen in de
                                    databank Effectieve Jeugdinterventies van het NJi. Als een door
                                    de aanbieder gekozen VVE programma niet erkend is, maar wel
                                    voldoet aan de voorwaarden zoals geformuleerd door de Inspectie
                                    van het Onderwijs (minimale beoordeling ‘2’) kan de aanbieder er
                                    voor kiezen deze te gebruiken. In die gevallen wacht de gemeente
                                    het oordeel van de Inspectie over het programma af, alvorens te
                                    subsidiëren. </al></li>
              <li nr="d)"><al>Er een overdracht van de peuter naar de basisschool plaatsvindt,
                                    gebruikmakend van het voorgeschreven overdrachtsformulier.
                                    Ingeval van een doelgroeppeuter vindt een zogenoemde ‘warme
                                    overdracht’ plaatst, waarbij tevens een overdrachtsgesprek
                                    plaatsvindt in aanwezigheid van de ouder(s);</al></li>
              <li nr="e)"><al>De kwaliteit van de VVE op de locatie wordt door de Inspectie
                                    voor het Onderwijs in overwegende mate positief beoordeeld. Door
                                    de Inspectie aangegeven verbeterpunten worden door de aanbieder
                                    aantoonbaar opgepakt; </al></li>
              <li nr="f)"><al>Er dient gebruik te worden gemaakt van een door het
                                    afdelingshoofd vastgesteld aanvraagformulier.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>14</nr>
            <titel>Dossiervorming en controle</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1.</lidnr>
            <al>Omdat de subsidieregeling peuteropvang rechtstreeks aan de aanbieder
                            uitbetaald wordt, dient de aanbieder de volgende informatie vast te
                            leggen:</al>
            <lijst>
              <li nr="a)"><al>De startdatum van de peuteropvang;</al></li>
              <li nr="b)"><al>Het aantal uren peuteropvang per maand;</al></li>
              <li nr="c)"><al>Het uurtarief en de ouderbijdrage;</al></li>
              <li nr="d)"><al>De aard van de opvang (VVE of niet);</al></li>
              <li nr="e)"><al>De startdatum, het aantal uren van de 2 extra dagdelen opvang,
                                    als de doelgroeppeuter 3 jaar geworden is;</al></li>
              <li nr="f)"><al>Indien van toepassing de wijziging of einddatum van de
                                    peuteropvang.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2.</lidnr>
            <al>Daarnaast dient per peuter een dossier aangelegd te worden, waarin de
                            volgende documenten verzameld zijn door de uitvoerder: </al>
            <lijst>
              <li nr="a)"><al>Aanvraagformulier (van ouders) subsidieregeling
                                    peuteropvang;</al></li>
              <li nr="b)"><al>Verleningsformulier, waarin zowel de subsidieregeling
                                    peuteropvang als de ouderbijdrage per maand opgenomen zijn;</al></li>
              <li nr="c)"><al>Ondertekende overeenkomst tussen de ouder(s) en de
                                    aanbieder;</al></li>
              <li nr="d)"><al>Inkomensverklaringen van de ouder(s) of overige documenten op
                                    basis waarvan de toets niet-recht op kinderopvangtoeslag is
                                    uitgevoerd en de inschaling heeft plaatsgevonden;</al></li>
              <li nr="e)"><al>Documenten die overlegd zijn naar aanleiding van jaarlijkse
                                    toetsing;</al></li>
              <li nr="f)"><al>Documenten naar aanleiding van een aanvraag tot wijziging van de
                                    ouderbijdrage;</al></li>
              <li nr="g)"><al>Een afschrift van de indicatiestelling van de peuter (op naam)
                                    door de JGZ.;</al></li>
              <li nr="h)"><al>De bevestiging van de opzegging op datum.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>3.</lidnr>
            <al>Periodiek kan een controle uitgevoerd worden door de (gemeentelijke)
                            accountant. Daarbij zal de accountant een aantal dossiers toetsen op
                            voorgeschreven inhoud, juistheid van gegevens en op het correct
                            uitvoeren van de toetsing niet-recht op kinderopvangtoeslag en de
                            inschaling in de ouderbijdragetabel, zoals beschreven in de
                            procedurebepalingen in artikel 5.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>15</nr>
            <titel>Hardheidsclausule</titel>
          </kop>
          <al>Het college is bevoegd om af te wijken van de regeling. Het college kan, in
                        bijzondere gevallen, een artikel of artikelen van deze verordening buiten
                        toepassing laten of daarvan afwijken, met uitzondering van de artikelen 1 en
                        2 voor zover toepassing gelet op het belang van de aanvrager of
                        subsidieontvanger leidt tot onbillijkheid van overwegende aard. </al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <label>Artikel</label>
            <nr>16</nr>
            <titel>Inwerkingtreding</titel>
          </kop>
          <al>Deze nadere regel treedt in werking op de dag na bekendmaking, werkt terug
                        tot 1 januari 2016 en eindigt op 31 december 2016.</al>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting>
        <slotformulering>
          <al>Aldus besloten in de vergadering van het college van burgemeester en
                        wethouders d.d. 19 januari 2016</al>
        </slotformulering>
        <ondertekening>
          De gemeentesecretaris, 
        </ondertekening>
        <ondertekening>
          F.H. Perdok 
        </ondertekening>
        <ondertekening>
          De burgemeester, 
        </ondertekening>
        <ondertekening>
          T.J. van der Zwan 
        </ondertekening>
      </regeling-sluiting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>