<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR40503_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening persoonsgebonden budget begeleid werken wet sociale werkvoorziening</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Tynaarlo</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tynaarlo</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Oostermoer, 28-08-2008</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening persoongsgebonden budget</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet sociale werkvoorziening, artikel 7 lid 10</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-06-10</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Raadsvergadering, agendapunt 8b, 10-06-2008</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening persoonsgebonden budget begeleid werken wet sociale werkvoorziening</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Raadsbesluit nr. 8.b</al><al>Betreft: ; verordening persoonsgebonden budgetten.</al><al>De raad van de gemeente Tynaarlo;</al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders; nr. 8.
                        de dato 20 mei 2008, inzake de verordening Persoonsgebonden budget begeleid
                        werken Wet sociale werkvoorziening;</al><al>overwegende,</al><al>dat de raad de beleidsnotitie modernisering Wsw de dato 10 juni 2008 heeft
                        vastgesteld en dat de hierin vastgelegde uitgangspunten dé basis en de
                        leidraad vormen voor uitwerking bij verordening</al><al>en voorts overwegende,</al><al>dat de raad bij verordening nadere regels dient vast te stellen voor het
                        verstrekken van persoonsgebonden budgetten </al><al>gelet op: Art. 7 lid 10 van de Wet sociale werkvoorziening </al><al><vet>B E S L U I T:</vet></al><al>Vast te stellen de;</al><al><vet>VERORDENING PERSOONSGEBONDEN BUDGET BEGELEID WERKEN WET SOCIALE
                            WERKVOORZIENING</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="a."><al>De wet: de Wet sociale werkvoorziening</al></li><li nr="b."><al>De gemeente: de gemeente Tynaarlo;</al></li><li nr="c."><al>Het college: het college van burgemeester en wethouders van
                                        de gemeente Tynaarlo;</al></li></lijst><lijst><li nr="a."><al>Wsw-gerechtigden: ingezetenen van de gemeente die voor de
                                        Wsw geïndiceerd zijn blijkens een indicatiebeschikking of
                                        herindicatiebeschikking als bedoeld in artikel 11 van de
                                        Wsw, te weten:</al></li></lijst><lijst><li nr=""><lijst><li nr="·"><al>Wsw-gerechtigden op de wachtlijst</al></li><li nr="·"><al>Wsw-gerechtigden als werknemer van een SW-bedrijf
                                                of</al></li><li nr="·"><al>Wsw-gerechtigden als werknemer bij een reguliere
                                                werkgever</al></li></lijst></li><li nr="d."><al>Periodieke subsidie: de loonkostensubsidie en overige aan de
                                        werkgever te verstrekken vergoedingen voor structurele
                                        kosten. </al></li><li nr="e."><al>SE: Standaardeenheid; Sw-arbeidsplaats van 36 uur per
                                        week</al></li><li nr="f."><al>Alescon: de door de gemeenteraden en colleges van de
                                        gemeenten Aa en Hunze, Assen, Hoogeveen, Midden-Drenthe,
                                        Tynaarlo en de Wolden opgerichte gemeenschappelijke
                                        regeling, welke onder meer als doel heeft de uitvoering van
                                        de Wet sociale werkvoorziening.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>De hoogte van de rechtstreeks aan de subsidieverlening verbonden
                            uitvoeringskosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Jaarlijks betaalt de gemeente aan Alescon een aanneemsom per SE voor de
                            uitvoering van de Wet. Deze aanneemsom dient Alescon in te zetten voor
                            het, namens de gemeente, aanbieden van arbeidsovereenkomsten Wsw,
                            Begeleid Werken en Persoonsgebonden Budgetten</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Uit het bedrag ad 1 dient Alescon voor de gemeente, onder andere, deze
                            verordening uit te voeren. Het bedrag ad 1 wordt verminderd met een
                            jaarlijks vast te stellen bedrag aan uitvoeringskosten die Alescon heeft
                            om deze regeling voor de gemeente te kunnen uitvoeren</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het saldo van 2.1 en 2.2 is het maximaal beschikbare bedrag voor:</al><lijst><li nr="·"><al>de loonkostensubsidie aan de werkgever;</al></li><li nr="·"><al>de kosten voor eventuele werkplekaanpassing;</al></li><li nr="·"><al>de kosten voor de begeleidingsorganisatie die het PGB-traject
                                    begeleidt.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Invulling voorwaarden adequate werkplek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verstrekt op aanvraag aan iedere Wsw-gerechtigde, een
                            persoonsgebonden budget begeleid werken Wsw, op voorwaarde dat werkgever
                            en begeleidingsorganisatie zorgen voor een arbeidsplaats, die door de
                            Wsw-gerechtigde adequaat wordt ingevuld en past binnen het persoonlijke
                            ontwikkelingsplan van de geïndiceerde.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het onder ad 1 genoemde persoonsgebonden budget wordt alleen ter
                            beschikking gesteld, indien er ruimte is binnen de rijkstaakstelling van
                            de gemeente </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het onder ad 1 genoemde persoonsgeboden budget wordt alleen ter
                            beschikking gesteld, indien de werkgever voldoet aan de volgende
                            vereisten: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Zijn onderneming staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel, dan wel
                            is op grond van de handelsregisterwet vrijgesteld van
                            inschrijfplicht;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>De aangeboden arbeidsplaats en de omvang daarvan zijn, gelet op de
                            indicatiestelling en of de mogelijkheden van de Wsw-gerechtigde, als
                            passend aan te merken binnen zijn mogelijkheden en beperkingen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>De duur van het dienstverband bedraagt tenminste 12 maanden, met een
                            mogelijkheid tot verlenging; </al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>Er is geen sprake van feiten of omstandigheden die er op wijzen of
                            redelijkerwijs doen vermoeden dat de onderneming in financiële problemen
                            verkeert of dat sprake is van een niet-bonafide onderneming;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>De onderneming beschikt over een WA-verzekering en respecteert de
                            Arbo-wetgeving</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>De salariëring van de medewerkers is gebaseerd op de voor het bedrijf of
                            de betreffende branche geldende Cao of arbeidsvoorwaarden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het onder ad 1 genoemde persoonsgeboden budget wordt alleen ter
                            beschikking gesteld, indien de begeleidingsorganisatie voldoet aan de
                            volgende vereisten: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>De begeleidingsorganisatie is ingeschreven bij de Kamer van Koophandel,
                            dan wel is op grond van de handelsregisterwet vrijgesteld van
                            inschrijfplicht;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>De begeleidingsorganisatie en/of haar medewerkers zijn gekwalificeerd
                            voor het begeleiden van de doelgroep, c.q. de Wsw-gerechtigde voor wie
                            het persoonsgebonden budget is bestemd en de begeleidingsorganisatie en
                            of de jobcoach voldoen respectievelijk aan het keurmerk Blik op Werk
                            en/of de jobcoacherkenning van het UWV</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>De begeleidingsorganisatie heeft aantoonbare kennis en ervaring in
                            het werkveld en beschikt over aantoonbaar goede netwerken in het
                            werkgebied;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>Er is geen sprake van feiten of omstandigheden die er op wijzen of
                            redelijkerwijs doen vermoeden dat de onderneming in financiële problemen
                            verkeert of dat sprake is van een niet-bonafide onderneming;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>De onderneming beschikt over een WA-verzekering;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>De begeleidingsorganisatie is verantwoordelijk voor de uitvoering het
                            persoonlijk ontwikkelingsplan van de Wsw-gerechtigde.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De werkgever of de begeleidingsorganisatie kan worden verzocht gegevens
                            te overleggen waaruit blijkt dat wordt voldaan aan de gestelde eisen.
                            Indien niet of niet volledig aan dit verzoek wordt voldaan kan de
                            bevoorschotting worden stopgezet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>De wijze van vaststelling van de periodieke subsidie aan de
                            werkgever</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt, op voorstel van de Wsw-gerechtigde, de hoogte van de
                            subsidie aan de werkgever vast. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ingeval een voorgestelde loonkostensubsidie niet hoger is dan
                                60<cursief>%</cursief> van het bruto loon van de Wsw-gerechtigde,
                            wordt de loonkostensubsidie door het college op dat (voorgestelde)
                            bedrag vastgesteld;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien bij toepassing van het vorige lid het college gerede twijfel
                            heeft aan de juiste hoogte van de loonkostensubsidie vindt, in afwijking
                            van het vorige lid, een loonwaardeonderzoek plaats, op basis waarvan de
                            loonkostensubsidie wordt vastgesteld; </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In ieder geval vindt een loonwaardeonderzoek plaats als de voorgestelde
                            hoogte van de loonwaarde lager is dan het percentage genoemd in lid
                            2.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in de artikelen 5 en 10 van deze verordening
                            vindt per jaar een loonwaardebepaling plaats in geval er sprake is van
                            een dienstverband voor onbepaalde tijd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Herziening van de loonkostensubsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op verzoek van de werkgever kan een loonkostensubsidie worden herzien
                            als hier, gelet op de ontwikkeling van de arbeidsproductiviteit van de
                            werknemer, aanleiding voor is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De loonkostensubsidie kan ambtshalve (tussentijds) worden gewijzigd als
                            hier gerede aanleiding toe is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Vergoeding voor eenmalige noodzakelijke kosten van aanpassing van de
                            omstandigheden waaronder de arbeid wordt verricht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een vergoeding verstrekken voor de eenmalige kosten van
                            aanpassing van de omstandigheden waaronder de arbeid wordt verricht als
                            blijkt dat aanpassingen op de werkplek noodzakelijk zijn, deze
                            persoonsgerelateerd zijn, en het niet redelijk is dat deze kosten door
                            de werkgever worden gedragen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Kosten voor aanschaf van apparatuur, kosten voor de werkplek en kosten
                            voortvloeiend uit Arbo-wetgeving die de werkgever uit hoofde van normaal
                            en goed werkgeverschap voor iedere werknemer zou moeten maken komen niet
                            in aanmerking voor vergoeding door het college. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een vergoeding wordt alleen verstrekt indien er sprake is van een
                            dienstverband van minimaal 24 maanden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Aanpassingen waarvan de kosten, in totaliteit, hoger zijn dan € 10.000
                            komen niet voor een vergoeding in aanmerking. In dat geval wordt de
                            arbeidsplaats niet als passend beschouwd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college regelt de wijze van uitbetaling van de vergoeding.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Indienen van de aanvraag</titel></kop><al>De aanvraag voor een persoonsgebonden budget wordt ingediend door middel van
                        een volledig ingevulde aanvraag. De aanvraag wordt mede-ondertekend door
                        werkgever en de begeleidingsorganisatie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college besluit over de aanvraag binnen 6 weken na ontvangst van
                            alle benodigde gegevens.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan dit besluit met ten hoogste 2 weken verdagen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt de aanvrager hiervan schriftelijk in kennis. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Het besluit tot verlenen van de periodieke subsidie</titel></kop><al>Het besluit tot verlening van een periodieke subsidie bevat in ieder
                        geval:</al><lijst><li nr="1."><al>De hoogte van de periodieke subsidie en de wijze waarop deze kan
                                worden aangepast; </al></li><li nr="2."><al>De wijze van bevoorschotting van de subsidie;</al></li><li nr="3."><al>De verplichtingen van de werkgever.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Het vaststellen van de periodieke subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De werkgever verstrekt binnen 30 werkdagen na afloop van het
                            kalenderjaar aan het college een schriftelijke opgave van het door hem
                            in het voorgaande jaar betaalde bruto CAO-loon van de Wsw-gerechtigde,
                            vermeerderd met alle werkgeverslasten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt de periodieke subsidie binnen 30 werkdagen na
                            ontvangst van deze opgave vast. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college maakt nadere afspraken over de wijze van bevoorschotting en
                            afrekening met de werkgever.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Verrekening met de voorschotten</titel></kop><al> De subsidie wordt overeenkomstig de vaststelling binnen 30 werkdagen na de
                        vaststelling betaald, onder verrekening van de betaalde voorschotten. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Verplichtingen van de werkgever</titel></kop><al>De werkgever doet onmiddellijk schriftelijke mededeling aan het college van
                        alle feiten en omstandigheden, die hij redelijkerwijs kent c.q. verwacht en
                        die van belang kunnen zijn voor de verstrekking van de subsidie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>In voorkomende gevallen kan het college, in afwijking van deze verordening,
                        besluiten in positieve zin af te wijken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening persoonsgebonden
                                budget begeleid werken Wsw.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2008</al></li></lijst><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vries, 10 juni 2008</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>A.Kalk plaatsvervangend voorzitter</ondertekening><ondertekening>J.L. de Jong, griffier</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Algemene toelichting</vet></al><al>Op 1 januari 2008 is de herziene Wet sociale werkvoorziening (Wsw) in
                        werking getreden. Deze wet bevordert dat Wsw-gerechtigden meer in een
                        reguliere werkomgeving gaan werken. Om deze doelstelling te verwezenlijken
                        voert de wet enkele belangrijke wijzigingen door. Zo worden regie en sturing
                        op de Wsw nadrukkelijker in handen gelegd van gemeenten. Gemeenten worden
                        hiermee gestimuleerd een visie te ontwikkelen om het doel van de wet, het
                        realiseren van aangepaste arbeid die aansluit bij de capaciteiten en
                        mogelijkheden van de Wsw-gerechtigde, het beste te kunnen verwezenlijken. </al><al>Een tweede verandering heeft betrekking op het geven van meer rechten en
                        keuzemogelijkheden aan Wsw-gerechtigden, waaronder het recht op een
                        persoonsgebonden budget (PGB) om begeleid werken te realiseren. </al><al>De wet verplicht gemeenteraden om bij verordening nadere regels vast te
                        stellen over de wijze waarop het college vormgeeft aan het PGB (artikel 7,
                        tiende lid, Wsw). Gemeenteraden moeten binnen zes maanden na
                        inwerkingtreding van de wet deze verordening hebben vastgesteld. </al><al><vet>Twee vormen van begeleid werken </vet></al><al>Sinds 1998 kent de Wsw de mogelijkheid van begeleid werken door
                        Wsw-gerechtigden bij een reguliere werkgever. Het begeleid werken was onder
                        de oude wet geregeld in het Besluit uitvoering sociale werkvoorziening en
                        begeleid werken. Bij deze vorm van begeleid werken worden begeleid
                        werkenplekken tot stand gebracht door gemeente of schap. Deze wijze van tot
                        stand brengen van begeleid werken blijft ook onder de nieuwe wet bestaan. </al><al>Naast het begeleid werken dat door gemeente of schap tot stand wordt
                        gebracht, introduceert de nieuwe Wsw het begeleid werken via de figuur van
                        het persoonsgebonden budget (PGB). Dit vanuit de gedachte dat de Wsw als
                        vrijwillige voorziening voor een specifieke groep arbeidsgehandicapten zo
                        goed mogelijk moet aansluiten bij de capaciteiten en mogelijkheden van een
                        Wsw-gerechtigde. Daarbij past ook dat Wsw-gerechtigden de mogelijkheid
                        moeten hebben om zelf te bepalen op welke manier hun arbeidsplaats wordt
                        gerealiseerd. Door de Wsw-gerechtigde een recht op een PGB te geven wordt
                        hierin voorzien. Tussen beide vormen van begeleid werken, totstandkoming via
                        een PGB dan wel met behulp van gemeente of schap, bestaat een aantal
                        verschillen. Zo is begeleid werken met een PGB als een recht voor elke
                        Wsw-gerechtigde geformuleerd. Deze heeft recht op begeleid werken met een
                        PGB als de aanvraag aan de wettelijke eisen en de daarop gebaseerde
                        gemeentelijke voorwaarden voldoet. Bovendien ligt bij begeleid werken met
                        een PGB het initiatief bij de Wsw-gerechtigde zelf. De Wsw-gerechtigde, of
                        iemand namens hem, zal een PGB bij de gemeente moeten aanvragen en om dit te
                        kunnen doen zal hij zelf een werkgever en een begeleidingsorganisatie moeten
                        aandragen en de wijze van werkplekaanpassing moeten regelen, dan wel daar
                        een voorstel voor doen. Als een Wsw-gerechtigde (of een door hem
                        ingeschakelde begeleidingsorganisatie) een werkgever vindt die hem een
                        adequate werkplek aanbiedt, de begeleiding op de werkplek adequaat wordt
                        geregeld én de kosten van begeleid werken binnen het beschikbare budget
                        vallen, dan is de gemeente (na de aanvraag te hebben beoordeeld) verplicht
                        de wens van de Wsw-gerechtigde te honoreren. Iedere Wsw-gerechtigde komt in
                        beginsel in aanmerking voor begeleid werken met een PGB. Voor personen op de
                        wachtlijst geldt dat zij pas van het PGB gebruik kunnen maken als zij op
                        grond van hun plek op die wachtlijst aan de beurt zijn voor een Wsw-plek.
                        Voor het beroep op een PGB is geen begeleid werken-indicatie van het CWI
                        vereist. Hij of zij hoeft daarvoor dus niet een positief advies begeleid
                        werken te hebben gekregen. Een sw-indicatie volstaat. Ook een sw-werknemer
                        met een bestaand dienstverband kan dus een beroep doen op een PGB. </al><al>Het verschil tussen begeleid werken dat door de gemeente of schap wordt
                        georganiseerd en begeleid werken met een PGB is in beginsel uitsluitend
                        gelegen in de procedurele wijze waarop een begeleid werkenplek tot stand
                        wordt gebracht. Als de begeleid werkenplek eenmaal is gerealiseerd zijn er
                        in principe geen verschillen. Dit betekent dat gemeenten bij het stellen van
                        regels voor begeleid werken met een PGB zoveel mogelijk kunnen aansluiten
                        bij de wijze waarop zij het begeleid werken op dit moment organiseren. Dit
                        geldt met name voor de eisen die zij aan werkgevers, de werkplek en aan
                        begeleidingsorganisaties stellen. </al><al><vet>De regeling van begeleid werken met een PGB</vet></al><al>Het begeleid werken met een PGB wordt geregeld in artikel 7. De gemeente kan
                        een verzoek van een Wsw-gerechtigde om voor een PGB in aanmerking niet
                        weigeren, als: </al><lijst><li nr="1."><al>De betrokkene al een Wsw-dienstbetrekking heeft of recht heeft op
                                plaatsing vanaf de wachtlijst;</al></li><li nr="2."><al>De door de Wsw-gerechtigde of de door hem aangedragen begeleidings-
                                organisatie voorgestelde werkplek en begeleiding op de werkplek
                                adequaat zijn; </al></li><li nr="3."><al>De door de gemeente aan de werkgever te verstrekken periodieke
                                subsidie en de aan begeleidingsorganisatie te verstrekken
                                vergoeding, na aftrek van de voor de gemeente rechtstreeks aan de
                                subsidieverlening verbonden uitvoeringskosten, niet hoger zijn dan
                                de aanneemsom die beschikbaar is voor een Wsw-plaats. De aanneemsom
                                is vastgelegd in het prestatiecontract dat het college sluit met
                                Alescon. Komt het bedrag van de periodieke subsidie en de periodieke
                                vergoeding van begeleiding boven de hoogte van de aanneemsom uit,
                                dan is het college niet verplicht om subsidie te verstrekken, maar
                                mag het dat wel doen (artikel 7, eerste lid, Wsw).</al></li></lijst><al>Het uitgangspunt van de wet is dat een Wsw-gerechtigde recht heeft op
                        begeleid werken met een PGB. Het college heeft de bevoegdheid om op grond
                        van de wet en de voorwaarden in deze verordening te toetsen of het
                        aangevraagde bedrag voor het PGB nodig is om de betreffende Wsw-gerechtigde
                        op een adequate wijze begeleid te laten werken, dan wel dat zou kunnen
                        worden volstaan met een lager bedrag. Omgekeerd kan het college, hoewel hij
                        de toekenning van een dergelijke hogere aanvraag mag weigeren, ook besluiten
                        een hoger bedrag toe te kennen dan het beschikbare bedrag. </al><al>Het PGB bestaat uit drie bestanddelen: </al><lijst><li nr="1."><al>Een periodieke subsidie aan de werkgever waar de Wsw-gerechtigde in
                                dienst is. Deze subsidie is primair bedoeld als een tegemoetkoming
                                in de loonkosten in verband met de geringere arbeidsproductiviteit.
                                Ook kan deze subsidie worden gebruikt als een vergoeding voor
                                structurele kosten van de werkgever die verband houden met het in
                                dienst hebben van een Wsw-gerechtigde. Daarbij kan worden gedacht
                                aan reiskosten of kosten voor intermediaire activiteiten ten behoeve
                                van mensen met een visuele of auditieve handicap (zoals een
                                voorleeshulp of een doventolk).</al></li><li nr="2."><al>Een periodieke vergoeding aan de begeleidingsorganisatie die de
                                begeleiding van de Wsw-gerechtigde verzorgt.</al></li><li nr="3."><al>Een vergoeding voor de eenmalige noodzakelijke kosten van aanpassing
                                van de omstandigheden waaronder de arbeid wordt verricht (artikel 7,
                                derde lid, Wsw). Hieronder worden bijvoorbeeld kosten verstaan die
                                gemaakt worden voor technische aanpassingen in de werkplek. De
                                gemeente kan deze vergoedingen verstrekken, ze is daartoe niet
                                verplicht. </al></li></lijst><al>Het PGB is geen rugzakje: de Wsw-gerechtigde krijgt geen budget mee. In
                        feite moet het PGB als hier bedoeld dan ook eerder worden gezien als een
                        persoonsvolgend budget. Het PGB wordt aangevraagd door de Wsw-gerechtigde,
                        maar de subsidie en vergoeding worden door de gemeente verstrekt aan de
                        werkgever respectievelijk de begeleidingsorganisatie. </al><al>De Wsw-gerechtigde heeft echter geen recht op een bepaald budget. Het
                        uitgangspunt van de wet is dat een Wsw-gerechtigde recht heeft op begeleid
                        werken met een PGB. Enerzijds bestaat er dus een recht op een PGB,
                        anderzijds heeft het college de verantwoordelijkheid voor het zo efficiënt
                        en effectief inzetten van publieke middelen en het realiseren van de
                        jaarlijkse (rijks)taakstelling voor het realiseren van Wsw-plekken. Het
                        bestaan van een PGB ontslaat het college ook niet van de zorgplicht zoals
                        die is geformuleerd in art. 1 lid 3 van de wet. </al><al><vet>De onderwerpen in de verordening</vet></al><al>In artikel 7, tiende lid, Wsw staan de onderwerpen genoemd die de
                        gemeenteraad in ieder geval in zijn verordening zal moeten regelen: </al><lijst><li nr="1."><al>de wijze waarop de hoogte van de periodieke subsidie aan de
                                werkgever dient te worden vastgesteld;</al></li><li nr="2."><al>de hoogte van de voor het college rechtstreeks aan de
                                subsidieverlening verbonden uitvoeringskosten omgerekend op
                                jaarbasis;</al></li><li nr="3."><al>de voorwaarden waaronder het college aan de werkgever een vergoeding
                                verstrekt voor de eenmalige noodzakelijke kosten van aanpassing van
                                de omstandigheden waaronder arbeid wordt verricht, en</al></li><li nr="4."><al>de voorwaarden waaronder het college een begeleidingsorganisatie
                                inschakelt die door de Wsw-gerechtigde zelf is aangewezen. </al></li></lijst><al>Naast deze vier verplichte onderwerpen heeft de gemeente in haar verordening
                        nog een aantal andere zaken geregeld Het gaat dan om voorwaarden die de
                        gemeente stelt aan de werkgever en de werkplek van de Wsw-gerechtigde. Het
                        college zal bij elke aanvraag van een PGB moeten beoordelen of de werkgever
                        de voorgestelde inpassing in de arbeid adequaat kan verzorgen. Omdat
                        begeleid werken met een PGB een recht is voor alle Wsw-gerechtigden, zijn de
                        voorwaarden waaronder dit recht kan worden gerealiseerd in deze verordening
                        opgenomen. Daarnaast zijn er enkele procedurele bepalingen in de verordening
                        opgenomen die verband houden met het feit dat een PGB moet worden
                        aangevraagd. Het gaat om aangelegenheden als gegevens en documenten die bij
                        de aanvraag voor een PGB moeten worden overgelegd, de beslistermijn en de
                        bevoegdheid van het college om een subsidie te wijzigen. </al><al><vet>Onderscheid subsidies en vergoedingen</vet></al><al>De wet maakt een onderscheid tussen subsidies en vergoedingen. De periodieke
                        betalingen door de gemeente aan een werkgever worden als een subsidie
                        aangemerkt en de periodieke betalingen aan de begeleidingsorganisatie als
                        een vergoeding. Ook de betalingen in verband met eenmalige kosten van
                        aanpassing van de werkplek worden in de wet als een vergoeding aangemerkt. </al><al>Om vast te stellen of een bepaalde geldverstrekking een subsidie is (die op
                        basis van een beschikking wordt verstrekt) of een commerciële transactie
                        (waarvoor een overeenkomst wordt gesloten) doet de naamgeving van de
                        geldverstrekking niet ter zake. Als tegenover de betaling door de gemeente
                        een reële economische tegenprestatie staat (in de vorm van een concrete
                        dienst of concreet product), is er sprake van een commerciële transactie.
                        Staat tegenover de betaling door de gemeente geen duidelijke economische
                        tegenprestatie, dan is er sprake van een subsidie. Dit betekent dat de
                        periodieke subsidie aan de werkgever en de vergoeding voor de eenmalige
                        kosten van aanpassing van de werkplek moeten worden aangemerkt als een
                        subsidie. Dit, ondanks de andere terminologie (vergoeding) die het rijk hier
                        aan geeft in de wet. Tegenover deze betalingen staan immers geen economische
                        tegenprestaties van werkgevers. </al><al>De periodieke vergoeding aan een begeleidingsorganisatie moet worden opgevat
                        als een commerciële transactie. De gemeente koopt een dienst in bij de
                        begeleidingsorganisatie en betaalt daarvoor in principe de marktprijs. </al><al>Het verstrekken van subsidies is een publiekrechtelijke rechtshandeling: het
                        vindt plaats op basis van een beschikking. De bepalingen in de Algemene wet
                        bestuursrecht (Awb) zijn in beginsel van toepassing op de subsidies die de
                        gemeente in het kader van het PGB verstrekt. In de verordening kunnen nadere
                        regels worden gesteld over de subsidieverstrekking in het kader van het PGB.
                        De verstrekking van periodieke vergoedingen aan een begeleidingsorganisatie
                        is privaatrechtelijk van aard. Hierover worden in de verordening geen regels
                        gesteld. Het vormt een onderdeel van de raamovereenkomst en het
                        prestatiecontract met Alescon. </al><al><vet>De bevoegdheid om de verordening vast te stellen</vet></al><al>De gemeente heeft de uitvoering van de Wsw opgedragen aan de
                        gemeenschappelijke regeling Alescon. Voor gemeenten die de uitvoering van de
                        Wsw hebben opgedragen aan een gemeenschappelijke regeling is het antwoord op
                        de vraag wie dan bevoegd is om de verordening vast te stellen, afhankelijk
                        van de wijze waarop de bestuursorganen van gemeenten op dit
                        momentbevoegdheden hebben overgedragen aan de gemeenschappelijke
                        regeling. Vooruitlopend op de te wijzigen GR Alescon is in de beleidsnotitie
                        modernisering Wsw overeengekomen, dat de gemeenteraad de verordeningen
                        vaststelt, omdat dit het beste aansluit bij de bedoelingen van de gewijzigde
                        wet. Deze verordening is gebaseerd op het uitgangspunt dat de ‘Alescon
                        gemeenten’ allen éénzelfde verordening opstellen, met uitzondering van de
                        gemeente De Wolden, die de Wsw formeel laat uitvoeren door het
                        werkvoorzieningsschap Reestmond te Meppel.</al><al/><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr></kop><al>In artikel 1 is een beperkt aantal begrippen opgenomen, omdat de wet
                        voldoende duidelijk is over gehanteerde termen en begrippen. Een
                        uitgebreide(re) begrippenlijst is derhalve overbodig. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><al>Artikel 7, tiende lid, onderdeel b, Wsw bepaalt dat de gemeenteraad bij
                        verordening regels stelt over de hoogte van de voor het college rechtstreeks
                        aan de subsidieverlening verbonden uitvoeringskosten omgerekend op
                        jaarbasis. Artikel 2 van deze verordening vormt de uitwerking van deze
                        verplichting. </al><al>De wet geeft niet aan wat precies onder uitvoeringskosten moet worden
                        verstaan. Het moet in ieder geval gaan om kosten die rechtstreeks aan de
                        subsidieverlening verbonden zijn (artikel 7, tweede lid, onderdeel b, Wsw).
                        Daarbij kan worden gedacht aan kosten in verband met de volgende
                        activiteiten:</al><lijst><li nr="-"><al>het beoordelen van aanvragen voor een PGB;</al></li><li nr="-"><al>de administratieve handelingen in verband met het verstrekken van
                                subsidies en vergoedingen in het kader van het PGB;</al></li><li nr="-"><al>het monitoren van het begeleid werken met een PGB;</al></li><li nr="-"><al>het tussentijds bepalen van loonwaarde;</al></li><li nr="-"><al>het voeren van (tussentijdse) gesprekken met begeleidingsorganisatie
                                en werkgever.</al></li></lijst><al>De uitvoeringskosten van deze verordening worden afgetrokken van de
                        aanneemsom die de gemeente gemiddeld per Se aan Alescon betaalt. Het
                        restantbedrag kan worden ingezet in het kader van de PGB voor
                        loonkostensubsidie, aanpassing werkplek en kosten begeleidingsorganisatie. </al><al>Voor het jaar 2008 is het formeel nog niet mogelijk om het budget voor
                        uitvoeringskosten voor 31 december vast te stellen. De verordening is immers
                        nog niet van kracht. Op grond van de wet moet zij in werking treden binnen
                        zes maanden nadat de wet in werking is getreden. De verordening moet dus
                        uiterlijk voor 1 juli 2008 zijn vastgesteld. De gemeente moet voor die tijd
                        het budget aan uitvoeringskosten vaststellen voor de tweede helft van 2008. </al><al>De ‘Alescon gemeenten’, met uitzondering van de gemeente De Wolden, die de
                        Wsw formeel laat uitvoeren door het werkvoorzieningsschap Reestmond te
                        Meppel, kiezen ervoor dat bovengenoemde werkzaamheden één op één door
                        Alescon worden uitgevoerd. Het maakt onderdeel uit van de raamovereenkomst
                        en de prestatiecontracten die de colleges gezamenlijk sluiten met
                        Alescon.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr></kop><al>Het college zal bij elke aanvraag van een PGB moeten beoordelen of de
                        inpassing in de arbeid van betrokkene, met inbegrip van begeleiding op zijn
                        werkplek adequaat door de werkgever wordt verzorgd (artikel 7, eerste lid,
                        Wsw). In verband hiermee heeft de gemeente eisen gesteld aan de werkgever en
                        de door hem aangeboden werkplek. In artikel 7, tiende lid, Wsw dient de
                        gemeenteraad in zijn verordening de voorwaarden te regelen waaronder het
                        college een begeleidingsorganisatie inschakelt die door de Wsw-gerechtigde
                        is aangewezen. </al><al>De gemeente heeft bij het stellen van eisen aan werkgevers en
                        begeleidingsorganisaties in het kader van begeleid werken met een PGB
                        aangesloten bij de wijze waarop zij op dit moment begeleid werken
                        organiseert. </al><al>De voorwaarden waaraan werkgevers moeten voldoen zijn de volgende: </al><lijst><li nr="·"><al>inschrijving van zijn onderneming bij de Kamer van Koophandel (een
                                dergelijke bepaling kan overigens niet worden opgenomen voor
                                overheidsorganisaties of daaraan gelieerde instellingen, omdat die
                                niet bij de KvK zijn of kunnen worden ingeschreven);</al></li><li nr="·"><al>de aangeboden arbeidsplaats is passend in het licht van de
                                indicatiestelling door het CWI en de mogelijkheden en beperkingen
                                van de Wsw-gerechtigde zoals die zijn beschreven in het persoonlijk
                                ontwikkelingsplan;</al></li><li nr="·"><al>de duur van het dienstverband dient minimaal 12 maanden te
                                betreffen, met daaraan gekoppeld een mogelijkheid tot
                                verlenging;</al></li><li nr="·"><al>de salariëring is gebaseerd op de voor het bedrijf of de betreffende
                                branche geldende CAO of arbeidsvoorwaarden;</al></li><li nr="·"><al>situatie met betrekking tot arbeidsomstandigheden, veiligheid en de
                                aanwezigheid van risico-analyses.</al></li></lijst><al>De voorwaarden waaraan begeleidingsorganisaties moeten voldoen zijn de
                        volgende: </al><lijst><li nr="-"><al>inschrijving bij de Kamer van Koophandel (mits de betreffende
                                organisatie inschrijvingsplichtig is);</al></li><li nr="-"><al>taakvervulling met inachtneming van de stand van de wetenschap en
                                die van de arbeids- en organisatiekunde;</al></li><li nr="-"><al>beschikking over voldoende opgeleide deskundigen die de
                                arbeidsinpassing met inbegrip van de begeleiding op de werkplek
                                adequaat kunnen verzorgen;</al></li><li nr="-"><al>(gespecialiseerde) kennis met betrekking tot specifieke kenmerken
                                (van delen) van de doelgroep;</al></li></lijst></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr></kop><al>De gemeenteraad dient bij verordening nadere regels te stellen met
                        betrekking tot de wijze waarop de hoogte van de periodieke subsidie aan de
                        werkgever dient te worden vastgesteld (artikel 7, tiende lid, onderdeel a,
                        Wsw). De periodieke subsidie bestaat uit een loonkostensubsidie en eventueel
                        ook uit een vergoeding voor structurele kosten van de werkgever die verband
                        houden met het in dienst hebben van een Wsw-gerechtigde (bijvoorbeeld
                        reiskosten of terugkerende kosten voor intermediaire activiteiten). </al><al>Het doel van de loonkostensubsidie is het verstrekken van een tegemoetkoming
                        in de loonkosten in verband met de geringere arbeidsproductiviteit van de
                        Wsw-gerechtigde. Om te kunnen bepalen wat de hoogte van de
                        loonkostensubsidie moet zijn, is inzicht nodig in de verdiencapaciteit
                        (loonwaarde) van de betrokken Wsw-gerechtigde. In de praktijk kan de hoogte
                        van de loonkostensubsidie worden bepaald in onderhandeling. Daarbij wordt in
                        veel gevallen overigens gebruik gemaakt van bestaande methodieken voor
                        inschatting van de loonwaarde. Ook het functieprofiel van de te vervullen
                        functie en het daarbij behorende (CAO-)loon maken vaak deel uit van dit
                        proces. </al><al>In het model is gekozen voor een methode waarbij een percentage van het
                        bruto loon als maximale loonkostensubsidie kan worden verstrekt. De hoogte
                        van het betreffende percentage stelt de gemeente zelf vast. Vanuit een
                        oogpunt van administratieve lastenverlichting is deze methode te verkiezen.
                        Bovendien blijkt uit ervaringsgegevens in de praktijk dat dit een werkbare
                        manier is. </al><al>Om te voorkomen dat ook in gevallen waarbij gerede twijfel is of de
                        werkgever het betreffende (generiek vastgestelde percentage loonkosten) wel
                        nodig heeft, dus in het geval de verdiencapaciteit van de Wsw-gerechtigde
                        door het college hoger wordt ingeschat dan het bedrag aan loonkostensubsidie
                        rechtvaardigt, vindt alsnog vooraf een loonwaardebepaling plaats. Ook vindt
                        die plaats als het voorstel voor de loonkostensubsidie hoger is dan het
                        bedrag dat volgt uit lid 2. Dit wordt geregeld in lid 4. </al><al>Ingeval er sprake is van een dienstverband voor onbepaalde tijd kan het
                        wenselijk zijn om periodiek onderzoek te doen naar de loonwaarde, om op die
                        manier een actueel beeld te krijgen en zo mogelijk het subsidie bij te
                        stellen. Zie lid 5. </al><al>Het verstrekken van subsidies aan werkgevers kan onder bepaalde
                        omstandigheden vallen onder staatssteun (die op grond van Europese
                        regelgeving verboden is). Voor het verstrekken van loonkostensubsidies aan
                        werkgevers die Wsw-gerechtigden in dienst hebben is de Europese
                        Vrijstellingsverordening werkgelegenheidssteun van belang. Deze Europese
                        verordening staat toe dat maximaal 60% van de loonkosten wordt gesubsidieerd
                        zonder dat daaraan een individuele loonwaardebepaling ten grondslag ligt.
                    </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr></kop><al>De productiviteit van een sw-geïndiceerde kan wijzigen, als deze persoon
                        langer op een begeleid werkenplek werkzaam is. Als dat het geval is, kan de
                        loonkostensubsidie worden aangepast. De werkgever kan dan, als de
                        productiviteit, c.q. verdiencapaciteit van de werknemer minder wordt, na
                        overleg en met instemming van de werknemer, een verzoek indienen om de
                        loonkostensubsidie te herzien. De werkgever moet zijn verzoek om herziening
                        met redenen omkleden. </al><al>Ook ambtshalve kan het college, als er een gerede aanleiding is voor een
                        (tussentijds) aanpassing van het subsidie, een hernieuwde beoordeling voor
                        de hoogte van het subsidie doen. Dit zal zich overigens alleen in
                        uitzonderlijke gevallen voordoen, bijvoorbeeld als er sprake is van
                        kennelijke onredelijkheid bij handhaving van een bestaande situatie. </al><al>De herbeoordeling van de loonwaarde kan plaatsvinden op basis van een
                        loonwaardeonderzoek. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr></kop><al>De verordening dient regels te bevatten die betrekking hebben op de
                        voorwaarden waaronder het college aan de werkgever een vergoeding (subsidie)
                        verstrekt voor de eenmalige noodzakelijke kosten van aanpassing van de
                        omstandigheden waaronder arbeid wordt verricht (artikel 7, tiende lid, Wsw).
                        Dit artikel vormt de uitwerking van deze verplichting. </al><al>Het eerste lid bepaalt dat een eenmalige vergoeding kan worden verstrekt. </al><al>Het derde lid stelt een minimale duur aan het dienstverband dat de werkgever
                        met de betrokken Wsw-gerechtigde moet aangaan, alvorens tot investeringen
                        wordt overgegaan. </al><al>In het vierde lid wordt een maximum gesteld aan de hoogte van de vergoeding.
                        De gedachte hierachter is dat als de kosten boven dit bedrag uitgaan de
                        aangeboden arbeidsplaats als niet passend moet worden beschouwd. In de
                        praktijk zullen hierbij van geval tot geval kosten en baten tegen elkaar
                        moeten worden afgewogen. Omdat hier sprake is van maatwerk is niet bij
                        benadering aan te geven op welke bedrag dit moet worden gemaximeerd.
                        Duidelijk is dat hier de criteria van redelijkheid en maatwerk van belang
                        zijn om een verantwoorde en zorgvuldige afweging te maken. </al><al>De aard van de voorziening kan immers van geval tot geval verschillen en
                        overigens ook gerelateerd zijn aan de aard van de handicap. Bovendien hoeft
                        er niet persé sprake te zijn van aanpassingen van bouwkundige aard. Het kan
                        ook gaan om (aangepaste) apparatuur die een Wsw-gerechtigde kan gebruiken
                        bij een andere werkgever.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr></kop><al>De Wsw-gerechtigde zal het PGB moeten aanvragen. Omdat begeleid werken met
                        een PGB leidt tot een subsidierelatie met de werkgever (in verband met het
                        verstrekken van een periodieke subsidie) en een contractrelatie met de
                        begeleidingsorganisatie (in verband met het verstrekken van een periodieke
                        vergoeding), zullen ook de werkgever en de begeleidingsorganisatie van de
                        Wsw-gerechtigde de aanvraag moeten ondertekenen. </al><al>Op basis van de aanvraag beslist het college vervolgens of een periodieke
                        subsidie aan de werkgever en een periodieke vergoeding aan de
                        begeleidingsorganisatie worden verstrekt en voor welke bedragen. Vervolgens
                        vindt de verstrekking van de periodieke subsidie aan de werkgever plaats op
                        basis van een beschikking en de verstrekking van een periodieke vergoeding
                        aan de begeleidingsorganisatie op basis van een overeenkomst. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr></kop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr></kop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr></kop><al>Met het vaststellen van de subsidie wordt de subsidieverstrekking voor het
                        betreffende kalenderjaar afgerond. De hoogte van het subsidiebedrag voor dat
                        jaar wordt definitief vastgesteld. Om de subsidie te kunnen vaststellen,
                        dient de werkgever een schriftelijke opgave te doen van het door hem in het
                        voorgaande jaar betaalde bruto CAO-loon van de Wsw-gerechtigde, vermeerderd
                        met alle werkgeverslasten.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Verrekening met de voorschotten</titel></kop><al> Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Verplichtingen van de werkgever</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding.</titel></kop><al>De verordening moet binnen zes maanden na inwerkingtreding van de wet zijn
                        vastgesteld. </al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>