<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR404899_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Plaatselijke Verordening West Maas en Waal 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">West Maas en Waal</dcterms:creator><dcterms:modified>2019-04-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">West Maas en Waal</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Plaatselijke Verordening West Maas en Waal 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-05-12</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-06-10</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-02-09</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Wijziging artikel 6:4</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2016/03-07</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene Plaatselijke Verordening West Maas en Waal 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Vastgesteld bij besluit van 31 maart 2016, kenmerk 2016/03-07
                        16int196</vet></al><al/><al><vet>Algemene Plaatselijke Verordening West Maas
                        en Waal 2016</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>Inhoudsopgave</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="·"><al>Artikel 1:1 Begripsbepalingen</al></li><li nr="·"><al>Artikel 1:2 Beslistermijn</al></li><li nr="·"><al>Artikel 1:3 Indiening aanvraag</al></li><li nr="·"><al>Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen</al></li><li nr="·"><al>Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of
                                    ontheffing</al></li><li nr="·"><al>Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of
                                    ontheffing</al></li><li nr="·"><al>Artikel 1:7 Termijnen</al></li><li nr="·"><al>Artikel 1:8 Weigeringsgronden</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Openbare orde</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="·"><al><vet>Afdeling 1 Bestrijding van ongeregeldheden</vet></al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:l Samenscholing en ongeregeldheden</al></li><li nr="·"><al><vet>Afdeling 2 Betoging</vet></al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:2 Optochten</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:4 Afwijking termijn</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:5 Te verstrekken gegevens</al></li><li nr="·"><al><vet>Afdeling 3 Verspreiden van gedrukte stukken</vet></al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:6 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte
                                    stukken of afbeeldingen</al></li><li nr="·"><al><vet>Afdeling 4 Vertoningen e.d. op de weg</vet></al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:7 Feest, muziek en wedstrijd e.d.</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:8 Dienstverlening</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:9 Straatartiest e.d.</al></li><li nr="·"><al><vet>Afdeling 5 Bruikbaarheid en aanzien van de weg</vet></al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:10A Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in
                                    strijd met de publieke functie ervan</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:10B Afbakeningsbepalingen en uitzonderingen</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:10C Beslistermijn en silencio positivo</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:10D Vrij te stellen categorieën </al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen,
                                    beschadigen en veranderen van een weg</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg</al></li><li nr="·"><al><vet>Afdeling 6 Veiligheid op de weg</vet></al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:14 Winkelwagentjes</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:16 Openen straatkolken e.d.</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:17 Kelderingangen e.d.</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:20 Vallende voorwerpen</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs</al></li><li nr="·"><al><vet>Afdeling 7 Evenementen</vet></al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:24 Begripsbepaling</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:25 Evenementenvergunning</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:26 Ordeverstoring</al></li><li nr="·"><al><vet>Afdeling 8 Toezicht op openbare inrichtingen</vet></al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:27 Begripsbepalingen</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:29 Sluitingstijd</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:31 Verboden gedragingen</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:32 Handel binnen openbare inrichtingen</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:33 Het college als bevoegd bestuursorgaan</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:34 Het college als bevoegd bestuursorgaan</al></li><li nr="·"><al><vet>Afdeling 8a Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als
                                        bedoeld in de Drank- en Horecawet</vet></al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:34a Schenktijden paracommerciële inrichtingen</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:34b Andere schenktijden voor bepaalde paracommerciële
                                    inrichtingen</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:34c Privé-bijeenkomsten en bijeenkomsten derden</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:34d Ontheffingen privé-bijeenkomsten en bijeenkomsten
                                    derden</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:34e Ontheffingen schenktijden</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:34f Intrekkingsgronden ontheffing</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:34g Verbod prijsacties</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:34h Overgangsrecht</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:34i Inwerkingtreding en citeertitel</al></li><li nr="·"><al><vet>Afdeling 9 Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                                        nachtverblijf</vet></al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:35 Begripsbepaling</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:36 Kennisgeving exploitatie</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:37 Nachtregister</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:38 Verschaffing gegevens nachtregister</al></li><li nr="·"><al><vet>Afdeling 10 Toezicht op speelgelegenheden</vet></al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:39 Speelgelegenheden</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:40 Kansspelautomaten</al></li><li nr="·"><al><vet>Afdeling 11 Maatregelen tegen overlast en
                                        baldadigheid</vet></al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:42 Plakken en kladden</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap e.d.</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen e.d.</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:46 Rijden over bermen e.d.</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:48 Verboden drankgebruik</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                                    ruimten</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen e.d.</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt en
                                    kermisterrein e.d.</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:53 Bespieden van personen</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:54 Bewakingsapparatuur</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:55 Nodeloos alarmeren</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:56 Alarminstallaties</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:57 Loslopende honden</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:58 Verontreiniging door honden</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:59 Gevaarlijke honden</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:61 Wilde dieren</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:62 Loslopend vee</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:63 Duiven</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:64 Bijen</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:65 Bedelarij</al></li><li nr="·"><al><vet>Afdeling 12 Bepalingen ter bestrijding van heling van
                                        goederen</vet></al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:66 Begripsbepaling</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het
                                    verkoopregister</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het
                                    Wetboek van Strafrecht </al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:69 Vervreemding van door opkoop verkregen
                                    goederen</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:70 Handel in horecabedrijven</al></li><li nr="·"><al><vet>Afdeling 13 Vuurwerk</vet></al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:71 Begripsbepalingen</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk
                                    tijdens de verkoopdagen.</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:73 Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling</al></li><li nr="·"><al><vet>Afdeling 14 Drugsoverlast</vet></al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:74 Drugshandel op straat</al></li><li nr="·"><al><vet>Afdeling 15 Bestuurlijke ophouding,
                                        veiligheidsrisicogebieden en cameratoezicht op openbare
                                        plaatsen</vet></al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:76 Veiligheidsrisicogebieden</al></li><li nr="·"><al>Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="·"><al><vet>Afdeling 1 </vet><vet>Algemene</vet><vet>
                                    bepalingen</vet></al></li><li nr="·"><al>Artikel 3:l Afbakening</al></li><li nr="·"><al>Artikel 3:2 Begripsbepaling</al></li><li nr="·"><al><vet><onderstreept>Afdeling 2
                                            </onderstreept></vet><vet><onderstreept>Vergunning</onderstreept></vet><vet>
                                        Seksbedrijf/seksinrichting</vet></al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 3:3</vet></al><al><onderstreept>Artikel
                                        3:</onderstreept><onderstreept>3</onderstreept>
                                    Vergunning</al></li><li nr="·"><al>Artikel 3:4 Maximum aantal vergunningen voor
                                    seksinrichtingen</al></li><li nr="·"><al>Artikel 3:5 Aanvraag</al></li><li nr="·"><al>Artikel 3:6 Weigeringsgronden</al></li><li nr="·"><al>Artikel 3:7 Eisen met betrekking tot vergunning</al></li><li nr="·"><al>Artikel 3:8 Intrekkingsgronden</al></li><li nr="·"><al>Artikel 3:9 Melding gewijzigde omstandigheden</al></li><li nr="·"><al>Artikel 3:10 Verlenging vergunning</al></li><li nr="·"><al><vet>Afdeling 3 Uitoefenen seksbedrijf</vet></al></li><li nr="·"><al>Artikel 3:11 Sluitingstijden seksinrichtingen; aanwezigheid;
                                    toegang</al></li><li nr="·"><al>Artikel 3:12 Adverteren</al></li><li nr="·"><al>Artikel 3:13 Leeftijd en verblijfstitel prostituees; verbod
                                    werken voor onvergund prostitutiebedrijf</al></li><li nr="·"><al>Artikel 3:14 Bedrijfsplan</al></li><li nr="·"><al>Artikel 3:15 Verdere verplichtingen van de exploitant en
                                    beheerder prostitutiebedrijf</al></li><li nr="·"><al>Artikel 3:16 Raamprostitutie</al></li><li nr="·"><al>Artikel 3:17 Straatprostitutie</al></li><li nr="·"><al>Artikel 3:18 Handhaving straatprostitutie</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het
                            uiterlijk aanzien van de gemeente</titel></kop><structuurtekst><lijst><li nr="·"><al><vet>Afdeling 1 Geluidhinder en verlichting</vet></al></li><li nr="·"><al>Artikel 4:1 Begripsbepalingen</al></li><li nr="·"><al>Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten</al></li><li nr="·"><al>Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten</al></li><li nr="·"><al>Artikel 4:4 Verboden incidentele festiviteiten</al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 4:5 Onversterkte muziek</vet></al><al><onderstreept>Artikel 4:5 Onversterkte
                                    muziek</onderstreept></al></li><li nr="·"><al>Artikel 4:6 Overige geluidhinder</al></li><li nr="·"><al>Artikel 4:6a (Geluid)hinder in de openlucht</al></li><li nr="·"><al>Artikel 4.6b (Geluid)hinder door dieren</al></li><li nr="·"><al>Artikel 4:6c (Geluid)hinder door bromfietsen e.d.</al></li><li nr="·"><al>Artikel 4:6d (Geluid)hinder door vrachtauto’s</al></li><li nr="·"><al>Artikel 4:6e Routering</al></li><li nr="·"><al><vet>Artikel 4:6f Mosquito</vet></al><al><onderstreept>A</onderstreept><onderstreept>r</onderstreept><onderstreept>tikel
                                        4:6</onderstreept><onderstreept>f
                                        </onderstreept><onderstreept>Mosquito</onderstreept></al></li><li nr="·"><al><vet>Afdeling 2 Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</vet></al></li><li nr="·"><al>Artikel 4:7 Straatvegen</al></li><li nr="·"><al>Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen</al></li><li nr="·"><al>Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet
                                    openbare riolen en putten buiten gebouwen</al></li><li nr="·"><al><vet>Afdeling 2A Zwerfafval</vet></al><lijst><li nr="·"><al>Artikel 4:9a Voorkomen van diffuse
                                            milieuverontreiniging</al></li><li nr="·"><al>Artikel 4:9b Achterlaten van straatafval</al></li></lijst><al>·Artikel 4:9c Voorkomen van zwerfafval bij ter inzameling gereed
                                    staande afvalstoffen</al><al>·Artikel 4:9d Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruik van
                                    eet- en drinkwaren</al><al>·Artikel 4:9e Wegwerpen van reclamebiljetten of ander
                                    promotiemateriaal</al><lijst><li nr="·"><al>Artikel 4:9f Zwerfafval bij vervoeren, laden en lossen
                                            of overige werkzaamheden</al></li><li nr="·"><al><vet>Afdeling 3 Het bewaren van houtopstanden</vet></al></li><li nr="·"><al>Artikel 4:10 Begripsbepalingen</al></li><li nr="·"><al>Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van
                                            houtopstanden</al></li><li nr="·"><al>Artikel 4:12 Vergunning van rechtswege</al></li><li nr="·"><al><vet>Afdeling 4 Maatregelen tegen ontsiering en
                                                stankoverlast</vet></al></li><li nr="·"><al>Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest,
                                            afvalstoffen enz.</al></li><li nr="·"><al>Artikel 4:14 Stankoverlast door gebruik van
                                            meststoffen</al></li><li nr="·"><al>Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke
                                            reclame</al></li><li nr="·"><al>Artikel 4:16 Aanschrijving</al></li><li nr="·"><al><vet>Afdeling 5 Kamperen buiten
                                            kampeerterreinen</vet></al></li><li nr="·"><al>Artikel 4:17 Begripsbepaling</al></li><li nr="·"><al>Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten
                                            kampeerterreinen</al></li><li nr="·"><al>Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen</al></li></lijst><al><vet>Hoofdstuk 5 Andere onderwerpen betreffende de huishouding
                                        der gemeente</vet></al><lijst><li nr="·"><al><vet>Afdeling 1 Parkeerexcessen</vet></al></li><li nr="·"><al>Artikel 5:l Begripsbepalingen</al></li><li nr="·"><al>Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf
                                            e.d.</al></li><li nr="·"><al>Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen</al></li><li nr="·"><al>Artikel 5:4 Defecte voertuigen</al></li><li nr="·"><al>Artikel 5:5 Voertuigwrakken</al></li><li nr="·"><al>Artikel 5:6 Kampeermiddelen e.a.</al></li><li nr="·"><al>Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen</al></li><li nr="·"><al>Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen</al></li><li nr="·"><al>Artikel 5:9 Parkeren van uitzichtbelemmerende
                                            voertuigen</al></li><li nr="·"><al>Artikel 5:10 Parkeren van voertuigen met
                                            stankverspreidende stoffen</al></li><li nr="·"><al>Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door
                                            voertuigen</al></li><li nr="·"><al>Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets</al></li><li nr="·"><al><vet>Afdeling 2 Collecteren</vet></al></li><li nr="·"><al>Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen</al></li><li nr="·"><al><vet>Afdeling 3 Venten</vet></al></li><li nr="·"><al>Artikel 5:14 Begripsbepaling</al></li><li nr="·"><al>Artikel 5:15 Ventverbod</al></li><li nr="·"><al>Artikel 5:16 Vrijheid van meningsuiting</al></li><li nr="·"><al><vet>Afdeling 4 Standplaatsen</vet></al></li><li nr="·"><al>Artikel 5:17 Begripsbepaling</al></li><li nr="·"><al>Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en
                                            weigeringsgronden</al></li><li nr="·"><al>Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende</al></li><li nr="·"><al>Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen</al></li><li nr="·"><al>Artikel 5:21 Aanhoudingsplicht</al></li><li nr="·"><al><vet>Afdeling 5 Snuffelmarkten</vet></al></li><li nr="·"><al>Artikel 5:22 Begripsbepaling</al></li><li nr="·"><al>Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt</al></li><li nr="·"><al><vet>Afdeling 6 Openbaar water</vet></al></li><li nr="·"><al>Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar
                                            water</al></li><li nr="·"><al>Artikel 5:25 Ligplaats woonschepen en overige
                                            vaartuigen</al></li><li nr="·"><al>Artikel 5:26 Aanwijzingen ligplaats</al></li><li nr="·"><al>Artikel 5:27 Verbod innemen ligplaats</al></li><li nr="·"><al>Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken</al></li><li nr="·"><al>Artikel 5:29 Reddingsmiddelen</al></li><li nr="·"><al>Artikel 5:30 Veiligheid op het water</al></li><li nr="·"><al>Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen</al></li><li nr="·"><al><vet>Afdeling 6a Gebruik van het openbaar water in de
                                                Gouden Ham</vet></al></li><li nr="·"><al>Artikel 5:32a Begripsbepalingen</al></li><li nr="·"><al>Artikel 5:32b Motorvaartuigen</al></li><li nr="·"><al><vet>Afdeling 7 Crossterreinen en gemotoriseerd- en
                                                ruiterverkeer in natuurgebieden</vet></al></li><li nr="·"><al>Artikel 5:33 Begripsbepalingen</al></li><li nr="·"><al>Artikel 5:34 Crossterreinen</al></li><li nr="·"><al>Artikel 5:35 Beperking verkeer in natuurgebieden</al></li><li nr="·"><al><vet>Afdeling 8 Verbod vuur te stoken</vet></al></li><li nr="·"><al>Artikel 5:36 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten
                                            inrichtingen of anderszins vuur te stoken</al></li><li nr="·"><al><vet>Afdeling 9 Verstrooiing van as</vet></al></li><li nr="·"><al>Artikel 5:37 Begripsbepaling</al></li><li nr="·"><al>Artikel 5:38 Verboden plaatsen</al></li><li nr="·"><al>Artikel 5:39 Hinder of overlast</al></li></lijst><al><vet>Hoofdstuk 6 Straf-, overgangs- en slotbepalingen</vet></al><lijst><li nr="·"><al>Artikel 6:l Strafbepaling</al></li><li nr="·"><al>Artikel 6:2 Toezichthouders</al></li><li nr="·"><al>Artikel 6:3 Binnentreden woningen</al></li><li nr="·"><al>Artikel 6:4 Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude
                                            verordening</al></li><li nr="·"><al>Artikel 6:5 Overgangsbepaling</al></li><li nr="·"><al>Artikel 6:6 Citeertitel</al></li></lijst></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>APV West Maas en Waal 2016</titel></kop></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="·"><al><vet>bebouwde kom:</vet> het gebied binnen de grenzen die zijn
                                    vastgesteld op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet
                                    1994;</al></li><li nr="·"><al><vet>bevel</vet>: een bevel in deze APV is gelijk aan een bevel
                                    of vordering in de zin van art. 184 Sr. </al></li><li nr="·"><al><vet>bevoegd gezag:</vet> bestuursorgaan dat bevoegd is tot het
                                    nemen van een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning
                                    als bedoeld in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen
                                    omgevingsrecht of ten aanzien van een al verleende
                                    omgevingsvergunning;</al></li><li nr="·"><al><vet>bouwwerk:</vet> hetgeen in artikel 1 van de
                                    Bouwverordening.. daaronder wordt verstaan;</al></li><li nr="·"><al><vet>college:</vet> het college van burgemeester en
                                    wethouders;</al></li><li nr="·"><al><vet>gebouw:</vet> hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder c,
                                    van de Woningwet daaronder wordt verstaan;</al></li><li nr="·"><al><vet>handelsreclame:</vet> iedere openbare aanprijzing van
                                    goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een
                                    commercieel belang te dienen;</al></li><li nr="·"><al><vet>LA</vet><vet>eq:</vet> Equivalent A-weighted Level. In deze
                                    geluidmaat zijn over een periode variërende geluidniveaus
                                    gemiddeld tot één waarde. Zowel de hoogte als het verloop van
                                    het geluidniveau spelen hierbij een rol. De A-weging houdt
                                    rekening met de gevoeligheid van het menselijk oor voor de
                                    toonhoogte van het geluid.</al></li><li nr="·"><al><vet>LA.max:</vet> het maximale geluidsniveau dat tijdens de
                                    meting optrad.</al></li><li nr="·"><al><vet>LAr.LT:</vet> langtijdgemiddelde beoordelingsniveau. Met
                                    deze term kan de mate van gemiddelde geluidsbelasting worden
                                    beoordeeld.</al></li><li nr="·"><al><vet>openbaar water:</vet> wateren die voor het publiek
                                    bevaarbaar of op andere wijze toegankelijk zijn;</al></li><li nr="·"><al><vet>openbare plaats:</vet> hetgeen in artikel 1 van de Wet
                                    openbare manifestaties daaronder wordt verstaan;</al></li><li nr="·"><al><vet>rechthebbende:</vet> degene die over een zaak zeggenschap
                                    heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;</al></li><li nr="·"><al><vet>weg:</vet> hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder b van de
                                    Wegenverkeerswet daaronder wordt verstaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst
                                van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken
                                verlengen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid is <onderstreept>artikel 3.9 van de
                                    Wet algemene bepalingen omgevingsrecht</onderstreept> van
                                toepassing indien beslist wordt op een aanvraag om een vergunning
                                als bedoeld in artikel 2.10, vierde lid, artikel 2:11 of artikel
                                4:11.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:3</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de
                                aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het
                                bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen
                                of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden
                                verlengd tot ten hoogste acht weken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen
                                worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts
                                tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is
                                verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te
                                komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>Elke vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of
                            krachtens deze verordening anders is bepaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:6</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens
                                    zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of
                                    vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het
                                    belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of
                                    ontheffing is vereist;</al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het
                                    ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke
                                    termijn; of</al></li><li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:7</nr><titel>Termijnen</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de
                            vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning
                            of ontheffing zich daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:8</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde
                            bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>de volksgezondheid;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van het milieu. </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Openbare orde</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Bestrijding van ongeregeldheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1</nr><titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een
                                    samenscholing, onnodig op te dringen, te vechten of door
                                    uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hij die op een openbare plaats:</al><lijst><li nr="a."><al>aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden ontstaan of
                                    dreigen te ontstaan;</al></li><li nr="b."><al>aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot toeloop
                                    van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of dreigen te
                                    ontstaan; of</al></li><li nr="c."><al>zich bevindt in of aanwezig is bij een samenscholing, is
                                    verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te
                                    vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te
                                    verwijderen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden zich te begeven of te bevinden op openbare
                                    plaatsen die door of vanwege het bevoegd bestuursorgaan in het
                                    belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van
                                    ongeregeldheden zijn afgezet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor betogingen,
                                    vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke
                                    samenkomsten als bedoeld in de <onderstreept>Wet openbare
                                        manifestaties</onderstreept>.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beschikken)
                                    niet van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Betoging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:2</nr><titel>Optochten</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:3</nr><titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Hij die het voornemen heeft op een openbare plaats een betoging
                                    te houden, waaronder begrepen een samenkomst als bedoeld in
                                    artikel 3, eerste lid van de Wet openbare manifestaties, geeft
                                    daarvan voor de openbare aankondiging en ten minste 48 uur
                                    voordat de betoging wordt gehouden, schriftelijk kennis aan de
                                    burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kennisgeving bevat: </al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al></li><li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het tijdstip van
                                    aanvang en van beëindiging;</al></li><li nr="d."><al>de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de plaats
                                        van beëindiging;</al></li><li nr="e."><al>voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling;</al></li><li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen om een
                                    regelmatig verloop te bevorderen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs
                                    waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op
                                    een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een
                                    algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan
                                    uiterlijk 12.00 uur op de aan de dag van dat tijdstip
                                    voorafgaande werkdag.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het
                                    eerste lid genoemde termijn verkorten en een mondelinge
                                    kennisgeving in behandeling nemen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:4</nr><titel>Afwijking termijn</titel></kop><al>(Vervallen; opgenomen in artikel 2:3)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:5</nr><titel>Te verstrekken gegevens</titel></kop><al>(Vervallen; opgenomen in artikel 2:3)</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Verspreiden van gedrukte stukken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:6</nr><titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                                    of afbeeldingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel
                                    afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan
                                    te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde
                                    dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden of het
                                    aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en
                                    afbeeldingen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beschikken)
                                    van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Vertoningen e.d. op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:7</nr><titel>Feest, muziek en wedstrijd e.d.</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:8</nr><titel>Dienstverlening</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:9</nr><titel>Straatartiest e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest,
                                    straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te treden op
                                    door de burgemeester in het belang van de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid, de volksgezondheid en het milieu aangewezen
                                    openbare plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan de werking van het verbod beperken tot
                                    bepaalde dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beschikken)
                                    van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Bruikbaarheid en aanzien van de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10A</nr><titel>Het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg in strijd met de
                                    publieke functie van de weg.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder voorafgaande vergunning van het college
                                    de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan overeenkomstig
                                    de publiek functie daarvan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden
                                    geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg,
                                            gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of voor
                                            het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een
                                            belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en
                                            onderhoud van de weg;</al></li><li nr="b."><al>indien het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij in
                                            verband met de omgeving niet voldoet aan de redelijke
                                            eisen van welstand;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de voorkoming of beperking van
                                            overlast voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen
                                            onroerende zaak.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10</nr><titel>B Afbakeningsbepalingen en uitzonderingen:</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt niet
                                    voor:</al><lijst><li nr="a."><al>Evenementen als bedoeld in artikel 2:24;</al></li><li nr="b."><al>Terrassen als bedoeld in artikel 2.28, vijfde lid;</al></li><li nr="c."><al>Standplaatsen als bedoeld in artikel 5.18;</al></li><li nr="d."><al>Vlaggen, wimpels en vlaggenstokken, indien zij geen
                                            gevaar of hinder kunnen opleveren voor personen of
                                            goederen en niet voor commerciële doeleinden worden
                                            gebruikt;</al></li><li nr="e."><al>De voorwerpen of stoffen die noodzakelijkerwijze
                                            kortstondig op de weg gebracht worden in verband met
                                            laden of lossen daarvan. Degene die de werkzaamheden
                                            verricht of doet verrichten draagt er zorg voor dat
                                            onmiddellijk na het beëindigen daarvan, in elk geval
                                            voor zonsondergang, de voorwerpen of stoffen van de weg
                                            verwijderd zijn en de weg hiervan gereinigd is;</al></li><li nr="f."><al>voertuigen;</al></li><li nr="g."><al>voorwerpen of stoffen waarop gedachten of gevoelens
                                            worden geopenbaard.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt niet
                                    voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                    de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal
                                    wegenreglement;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De weigeringsgrond van het tweede lid, onder a, van het vorige
                                    artikel geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp
                                    wordt voorzien door artikel 5 van de Wegenverkeerswet;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De weigeringsgrond van het tweede lid, onder b, van het vorige
                                    artikel geldt niet voor bouwwerken;</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De weigeringsgrond van het tweede lid, onder c, van het vorige
                                    artikel geldt niet voor zover in het geregelde artikel wordt
                                    voorzien door de Wet Milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10</nr><titel>C. Beslistermijn en silencio positivo</titel></kop><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beschikken)
                                niet van toepassing.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10</nr><titel>D Vrij te stellen categorieën</titel></kop><al>Het college kan categorieën van voorwerpen aanwijzen waarvoor het
                            verbod in het eerste lid, artikel 2:10 A niet geldt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:11</nr><titel>(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                                    veranderen van een weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een
                                    weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een
                                    weg te graven of te spitten, aard of breedte van de
                                    wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen
                                    in de wijze van aanleg van een weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning wordt verleend:</al><lijst><li nr="a."><al>als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien
                                            de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan,
                                            beheersverordening, exploitatieplan of
                                            voorbereidingsbesluit; of</al></li><li nr="b."><al>door het college in de overige gevallen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor overheden bij het
                                    uitvoeren van hun publieke taak.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod geldt voorts niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het <onderstreept>Wetboek van
                                        Strafrecht</onderstreept> , de <onderstreept>Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken</onderstreept> , het Provinciaal
                                    wegenreglement, de Waterschapskeur, de
                                        <onderstreept>Telecommunicatiewet</onderstreept> of de
                                    daarop gebaseerde Telecommunicatieverordening.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij
                                    niet tijdig beschikken) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:12</nr><titel>Maken, veranderen van een uitweg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het college: </al><lijst><li nr="a."><al>een uitweg te maken naar de weg;</al></li><li nr="b."><al>van de weg gebruik te maken voor het hebben van een
                                            uitweg;</al></li><li nr="c."><al>verandering aan te brengen in een bestaande weg naar de
                                            weg.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg verstaan
                                    wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder
                                    verstaat.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden
                                    geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de bruikbaarheid van de weg;</al></li><li nr="b."><al>het veilig en doelmatig gebruik van de weg;</al></li><li nr="c."><al>de bescherming van het uiterlijk aanzien van de
                                            omgeving;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van de groenvoorziening;</al></li><li nr="e."><al>het behoud van een openbare parkeerplaats.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de <onderstreept>Wet
                                        beheer Rijkswaterstaatswerken</onderstreept> , de
                                    Waterschapskeur of het Provinciaal wegenreglement.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve beschikking bij
                                    niet tijdig beschikken) van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Veiligheid op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:13</nr><titel>Veroorzaken van gladheid</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:14</nr><titel>Winkelwagentjes</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een bedrijf die winkelwagentjes ter
                                    beschikking stelt, mede ten behoeve van het vervoer van
                                    winkelwaren over de weg, is verplicht ze te voorzien van de naam
                                    van het bedrijf of een ander herkenningsteken, en de in de
                                    omgeving van dat bedrijf door het publiek op een openbare plaats
                                    achtergelaten winkelwagentjes terstond te verwijderen of te doen
                                    verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een winkelwagentje na gebruik onbeheerd op een
                                    openbare plaats achter te laten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                        <onderstreept>Wet milieubeheer</onderstreept>.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:15</nr><titel>Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</titel></kop><al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te
                                hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht
                                wordt belemmerd of daaraan op andere wijze hinder of gevaar
                                oplevert.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:16</nr><titel>Openen straatkolken e.d.</titel></kop><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die
                                behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te
                                maken of af te dekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:17</nr><titel>Kelderingangen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Kelderingangen en andere lager dan de aangrenzende weg gelegen
                                    betreedbare delen van een bouwwerk mogen geen gevaar voor de
                                    veiligheid van de weggebruikers opleveren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                        <onderstreept>artikel 427, aanhef en onder 1 of 3, van het
                                        Wetboek van Strafrecht</onderstreept>.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:18</nr><titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden te roken in bossen, op heide of veengronden dan
                                    wel in duingebieden of binnen een afstand van dertig meter
                                    daarvan gedurende een door het college aangewezen periode:</al><lijst><li nr="a."><al>te roken gedurende een door het college aangewezen
                                            periode;</al></li><li nr="b."><al>voor zover het de open lucht betreft, brandende of
                                            smeulende voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of
                                            te laten liggen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden in bossen, op heide of veengronden dan wel in
                                    duingebieden of binnen een afstand van honderd meter daarvan,
                                    voor zover het de open lucht betreft, brandende of smeulende
                                    voorwerpen te laten vallen, weg te werpen of te laten
                                    liggen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod geldt niet voor
                                    zover in her daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                        <onderstreept>artikel 429, aanhef en onder 3, van het
                                        Wetboek van Strafrecht</onderstreept>.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet voor
                                    zover het roken plaatsvindt in gebouwen en aangrenzende
                                    erven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:19</nr><titel>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op, aan of boven voor voetgangers op
                                    (brom)fietsers bestemde deel van de weg op enigerlei wijze
                                    prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad of andere scherpe
                                    voorwerpen aan te brengen of te hebben hangen lager dan 2,2
                                    meter boven dat gedeelte van de weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor prikkeldraad, schrikdraad, puntdraad
                                    of andere scherpe voorwerpen, die op grotere afstand dan 0,25 m
                                    uit de uiterste boord van de weg, op van de weg af gerichte
                                    delen van een erfafscheiding zijn aangebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de toepassing van dit artikel wordt onder weg verstaan wat
                                    artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994 daaronder verstaat.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de
                                    Wegenverkeerswet 1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:20</nr><titel>Vallende voorwerpen</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:21</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat
                                    op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten
                                    behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden
                                    aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de <onderstreept>Waterstaatswet
                                        1900</onderstreept>, de
                                        <onderstreept>Onteigeningswet</onderstreept>, of de
                                        <onderstreept>Belemmeringenwet
                                    Privaatrecht</onderstreept>.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:22</nr><titel>Objecten onder hoogspanningslijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden binnen een afstand van zes meter aan weerszijden
                                    van voor stroomgeleiding bestemde draden van bovengrondse
                                    hoogspanningslijnen voorwerpen, opgaand houtgewas of andere
                                    objecten, die niet zijn aan te merken als bouwwerken, hoger dan
                                    twee meter te plaatsen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen indien de elektrische spanning van de
                                    bovengrondse hoogspanningslijn dat toelaat.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor objecten
                                    die deel uitmaken van de hoogspanningslijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen)
                                    niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:23</nr><titel>Veiligheid op het ijs</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden: </al><lijst><li nr="a."><al>voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te
                                            beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het
                                            verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in
                                            gevaar te brengen;</al></li><li nr="b."><al>bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de
                                            veiligheid geplaatst op de onder a bedoelde ijsvlakten
                                            te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige
                                            andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te
                                            belemmeren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het <onderstreept>Wetboek van
                                        Strafrecht</onderstreept> of de Provinciale
                                    vaarwegenverordening.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Evenementen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:24</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor
                                    publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering
                                    van:</al><lijst><li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen;</al></li><li nr="b."><al>markten als bedoeld in <onderstreept>artikel 160, eerste lid,
                                        onder h, van de Gemeentewet</onderstreept> en artikel 5:22
                                    van deze verordening;</al></li><li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de <onderstreept>Wet op de
                                        kansspelen</onderstreept>;</al></li><li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de <onderstreept>Drank en
                                        Horecawet</onderstreept> gelegenheid geven tot dansen;</al></li><li nr="e."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de
                                        <onderstreept>Wet openbare
                                    manifestaties</onderstreept>;</al></li><li nr="f."><al>activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 en 2:39 van deze
                                    verordening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder evenement wordt mede verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></li><li nr="b."><al>een braderie;</al></li><li nr="c."><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3
                                    van deze verordening, op de weg;</al></li><li nr="d."><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de
                                    weg;</al></li><li nr="e."><al>een straatfeest of barbecue op een dag (klein evenement).</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25</nr><titel>Evenementenvergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    evenement te organiseren (<cursief>Zie Evenementenbeleid West
                                        Maas en Waal, </cursief><cursief>vastgesteld door het
                                        college op</cursief><cursief> 8 februari
                                    2011</cursief>).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Geen vergunning is vereist voor een klein evenement,
                                    indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 150 personen;</al></li><li nr="b."><al>het evenement tussen 10.00 uur en 23.00 uur plaats vindt;</al></li><li nr="c."><al>geen muziek ten gehore wordt gebracht voor 10.00 uur of na 23.00
                                    uur;</al></li><li nr="d."><al>het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan, (brom)fietspad of
                                    parkeerplaats of anderszins een belemmering vormt voor het
                                    verkeer en de hulpdiensten;</al></li><li nr="e."><al>slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van
                                    minder dan 10 m² per object;</al></li><li nr="f."><al>er een organisator is;</al></li><li nr="g."><al>de organisator binnen 10 werkdagen voorafgaand aan het evenement
                                    daarvan melding heeft gedaan aan de burgemeester.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan binnen vijf dagen na ontvangst van de
                                    melding besluiten het organiseren van een evenement als bedoeld
                                    in het tweede lid te verbieden, indien daardoor de openbare
                                    orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu
                                    in gevaar komt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op
                                    of aan de weg, voor zover in het geregelde onderwerp wordt
                                    voorzien door <onderstreept>artikel 10</onderstreept> juncto
                                        <onderstreept>148, van de Wegenverkeerswet
                                        1994</onderstreept>.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen)
                                    niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Toezicht op openbare inrichtingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:27</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al><vet>openbare inrichting:</vet></al><lijst><li nr="-"><al>een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria,
                                            snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis;</al></li><li nr="-"><al>elke andere voor het publiek toegankelijke, besloten
                                            ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                            bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken
                                            worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe
                                            consumptie worden verstrekt of bereid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al><vet>terras:</vet> een buiten de besloten ruimte van de openbare
                                    inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan
                                    worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen worden
                                    geschonken of spijzen voor directe consumptie worden bereid of
                                    verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder openbare inrichting wordt mede verstaan een buiten de
                                    besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan
                                    waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen
                                    vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor
                                    directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28</nr><titel>Exploitatie openbare inrichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren
                                            zonder vergunning van de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning indien de
                                            exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met
                                            het geldend bestemmingsplan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de
                                            burgemeester de vergunning geheel of gedeeltelijk
                                            weigeren, indien naar zijn oordeel moet worden
                                            aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de omgeving
                                            van de openbare inrichting of de openbare orde op
                                            ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting
                                            die zich bevindt in:</al><lijst><li nr="a."><al>een winkel als bedoeld in <onderstreept>artikel 1 van de
                                        Winkeltijdenwet</onderstreept> voor zover de activiteiten
                                    van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de
                                    winkelactiviteit;</al></li><li nr="b."><al>een zorginstelling;</al></li><li nr="c."><al>een museum; of</al></li><li nr="d."><al>een bedrijfskantine of – restaurant.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling
                                    van het verbod genoemd in het eerste lid aan openbare
                                    inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in
                                        <onderstreept>artikel 1 van de Drank- en
                                        Horecawet</onderstreept>, indien </al><lijst><li nr="a."><al>zich in de zes maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding van
                                    deze bepaling geen incidenten gepaard gaande met geweld,
                                    overlast op straat of drugsgebruik en -handel hebben voorgedaan
                                    in of bij de inrichting, dan wel</al></li><li nr="b."><al>de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er zich geen
                                    weigeringsgronden voordoen als bedoeld in artikel 1:8 of 2:28,
                                    tweede of derde lid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een
                                            incident heeft voorgedaan als bedoeld in het vijfde lid
                                            onder a.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
                                            (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is
                                            niet van toepassing op de vergunning bedoeld in het
                                            eerste lid en op de vrijstelling bedoeld in het vijfde
                                            lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:29</nr><titel>Sluitingstijd</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Openbare inrichtingen zijn gesloten op maandag tot en met
                                    vrijdag tussen 1.00 uur en 5.00 uur, en op zaterdag en zondag
                                    tussen 2.00 uur en 5.00 uur (sluitingstijd).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend
                                    te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na
                                    sluitingstijd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van de
                                    sluitingstijd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vierde
                                    lid onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de
                                    winkel.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing in die
                                    situaties waarin bij of krachtens de <onderstreept>Wet
                                        milieubeheer</onderstreept> is voorzien.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beschikken)
                                    niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:30</nr><titel>Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                    veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van
                                    bijzondere omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen
                                    tijdelijk andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijk
                                    sluiting bevelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing in die situaties waarin
                                        <onderstreept>artikel 13b van de Opiumwet</onderstreept>
                                    voorziet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:31</nr><titel>Verboden gedragingen</titel></kop><al>Het is verboden in een openbare inrichting:</al><lijst><li nr="a."><al>de orde te verstoren;</al></li><li nr="b."><al>zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat
                                        de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een
                                        besluit krachtens het eerste lid;</al></li><li nr="c."><al>op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen
                                        die geen gebruik maken van de zitplaatsen die aanwezig zijn
                                        op het terras.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:32</nr><titel>Handel binnen openbare inrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als
                                    bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op
                                    grond van <onderstreept>artikel 437, eerste lid, van het Wetboek
                                        van Strafrecht</onderstreept>.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een
                                    handelaar of een voor hem handelend persoon in dat bedrijf enig
                                    voorwerp verwerft, verkoopt of op enig andere wijze
                                    overdraagt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:33</nr><titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>Indien een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand
                                gebouw of bijbehorend erf is in de zin van <onderstreept>artikel 174
                                    van de Gemeentewet</onderstreept>, treedt het college bij de
                                toepassing van artikel 2:28 tot en met 2:30 op als bevoegd
                                bestuursorgaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34</nr><titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8a</nr><titel>Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de
                                Drank- en Horecawet</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34a</nr><titel>Schenktijden paracommerciële inrichtingen</titel></kop><al>Het is verboden in paracommerciële inrichtingen alcoholhoudende
                                drank te verstrekken buiten de in onderstaand schema opgenomen
                                schenktijden:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="50*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Maandag tot en met zondag</al></entry><entry colname="col2"><al>Vanaf een uur vóór tot een uur ná de
                                                  activiteit.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34b</nr><titel>Andere schenktijden voor bepaalde typen paracommerciële
                                    inrichtingen</titel></kop><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 2:34a hanteren de in
                                onderstaand schema opgenomen typen paracommerciële inrichtingen de
                                hierna opgenomen schenktijden:</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Inrichtingen die in beheer zijn bij een
                                                  rechtspersoon</al><al>met een <vet>sportieve</vet> doelstelling, te
                                                  weten tennisverenigingen.</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij sportieve activiteiten</al><al>Bij overwegend jeugdsportactiviteiten</al></entry><entry colname="col3"><al>Vanaf één uur vóór tot één uur ná de
                                                  sportactiviteit.</al><al>Vanaf 14.00 uur.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Inrichtingen die in beheer zijn bij een
                                                  rechtspersoon</al><al>met een <vet>sportieve</vet> doelstelling, te
                                                  weten voetbalverenigingen.</al></entry><entry colname="col2"><al>Bij sportieve activiteiten</al><al>Bij overwegend jeugdsportactiviteiten</al></entry><entry colname="col3"><al>Ma t/m vr 19.00–23.00 uur</al><al>Za 11.00–23.00 uur</al><al>Zo 11.00–19.00 uur</al><al>Vanaf een half uur ná de sportactiviteit.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34c</nr><titel>Privé-bijeenkomsten en bijeenkomsten derden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een paracommercieel rechtspersoon (enkel een dorpshuis,
                                    sportkantines zijn uitgesloten) kan alcoholhoudende drank
                                    verstrekken tijdens per jaar ten hoogste twaalf bijeenkomsten
                                    van persoonlijke aard, zoals bruiloften en partijen en
                                    bijeenkomsten die gericht zijn op personen die niet of niet
                                    rechtstreeks betrokken zijn bij de activiteiten van de beherende
                                    paracommerciële rechtspersoon;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een paracommercieel rechtspersoon doet uiterlijk 2 weken voor
                                    een bijeenkomst als bedoeld in het eerste lid hiervan melding
                                    aan de burgemeester.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34d</nr><titel>Ontheffingen privé-bijeenkomsten en bijeenkomsten
                                    derden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester verleent op aanvraag ontheffing van de in
                                    artikel 2:34c gestelde beperking indien de paracommerciële
                                    rechtspersoon kan aantonen dat in de eigen dorpskern geen
                                    commercieel horecabedrijf in staat en bereid is om de in dat
                                    artikel bedoelde bijeenkomsten te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beschikken) is niet van
                                    toepassing op de aanvraag om ontheffingen als bedoeld in dit
                                    artikel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34e</nr><titel>Ontheffingen schenktijden</titel></kop><al>1.De burgemeester kan met het oog op bijzondere gelegenheden van
                                zeer tijdelijke aard op aanvraag voor een aaneengesloten periode van
                                ten hoogste twaalf dagen ontheffing verlenen van de in artikel 2:34a en 2:34b gestelde verboden en
                                beperkingen.</al><al>1.Paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                                fictieve beschikking bij niet tijdig beschikken) is niet van
                                toepassing op de aanvraag om ontheffingen als bedoeld in dit
                                artikel.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34f</nr><titel>Intrekkingsgronden ontheffing</titel></kop><al>De in artikel 2:34d en 2:34e bedoelde ontheffingen kunnen worden
                                ingetrokken of gewijzigd indien:</al><lijst><li nr="a."><al>ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige
                                        gegevens zijn verstrekt, of</al></li><li nr="b."><al>op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                        inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing, moet
                                        worden aangenomen dat intrekking of wijziging wordt
                                        gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming
                                        waarvan de ontheffing is vereist, of</al></li><li nr="c."><al>zich feiten hebben voorgedaan, die de vrees wettigen, dat
                                        het van kracht blijven van de ontheffing gevaar oplevert
                                        voor de openbare orde, veiligheid of zedelijkheid, of</al></li><li nr="d."><al>de aan de ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen
                                        niet zijn of worden</al><al> nagekomen, of</al></li><li nr="e."><al>van de ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een
                                        daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke van een
                                        dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn, of</al></li><li nr="f."><al>indien de houder van de ontheffing dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34g</nr><titel>Verbod prijsacties</titel></kop><al>Ter bescherming van de volksgezondheid en in het belang van de
                                openbare orde is het verboden bedrijfsmatig of anders dan om niet
                                alcoholhoudende dranken te verstrekken voor gebruik ter plaatse
                                tegen een prijs die voor een periode van 24 uur of korter lager is
                                dan 60% van de prijs die in de desbetreffende horecalokaliteit op of
                                het desbetreffende terras gewoonlijk wordt gevraagd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34h</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                Vervallen voor paracommerciële inrichtingen:</al><lijst><li nr="a."><al>de voorschriften en beperkingen die tot dat tijdstip op grond van
                                eerdere gemeentelijke verordeningen krachtens de wet zijn gesteld;</al></li><li nr="b."><al>de ontheffingen die tot dat tijdstip door het
                                                College van burgemeester en wethouders en de
                                                burgemeester zijn verleend;</al></li><li nr="c."><al>de tot dat tijdstip gehanteerde schenk- of
                                                taptijden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorschriften en beperkingen die tot het tijdstip van
                                        inwerkingtreding van deze verordening op grond van eerdere gemeentelijke verordeningen
                                krachtens de wet zijn gesteld aan vergunningen van andere dan in het eerste lid bedoelde
                                inrichtingen, blijven van kracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ontheffingen die tot het tijdstip van inwerkingtreding van deze
                                verordening zijn verleend op grond van eerdere gemeentelijke verordeningen krachtens
                                de wet, behalve de in het eerste lid, onder c bedoelde ontheffingen, blijven
                                12 maanden na inwerkingtreding van deze verordening van kracht. Daarna komen deze
                                ontheffingen te Vervallen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien vóór het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                een aanvraag om een ontheffing of vergunning op grond van de Drank-
                                en Horecaverordening 2004 is ingediend waarop nog niet is beslist, wordt daarop deze verordening
                                toegepast.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op bezwaarschriften gericht tegen een besluit krachtens de Drank-
                                en Horecaverordening 2004 wordt beslist met toepassing van deze
                                verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34i</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ‘Drank- en Horecaverordening 2004‘ vastgesteld bij
                                    raadsbesluit van 27 januari 2005 wordt ingetrokken met ingang
                                    van de in het tweede lid genoemde datum.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Afdeling 8a: Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als
                                    bedoeld in de Drank- en Horecawet van de Algemene Plaatselijke
                                    Verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na
                                    bekendmaking.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Afdeling 8a wordt aangehaald als ´Afdeling 8a: Bijzondere
                                    bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de Drank- en
                                    Horecawet’.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                                nachtverblijf</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet
                                besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan
                                personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot
                                kamperen wordt verschaft.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:36</nr><titel>Kennisgeving exploitatie</titel></kop><al>Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de
                                exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is
                                verplicht binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk kennis te
                                geven aan de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:37</nr><titel>Nachtregister</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:38</nr><titel>Verschaffing gegevens nachtregister</titel></kop><al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is
                                verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die
                                inrichting volledig en naar waarheid naam, adres, woonplaats,
                                geboortedatum, geboorteplaats, dag van aankomst en de dag van
                                vertrek te verstrekken.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>10</nr><titel>Toezicht op speelgelegenheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:39</nr><titel>Speelgelegenheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor het
                                    publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in een
                                    omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt geboden
                                    enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld inwisselbare
                                    voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het
                                    verbod is niet van toepassing op: </al><lijst><li nr="a."><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van
                                                <onderstreept>artikel 30c, eerste lid, onder b, van
                                                de Wet op de Kansspelen</onderstreept> vergunning is
                                            verleend;</al></li><li nr="b."><al>speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie of
                                            de Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te
                                            verlenen;</al></li><li nr="c."><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om
                                            het kleine kansspel als bedoeld in <onderstreept>artikel
                                                7c van de Wet op de kansspelen</onderstreept> te
                                            beoefenen, of te spelen op speelautomaten als bedoeld in
                                                <onderstreept>artikel 30 van de Wet op de
                                                kansspelen</onderstreept>, of de handeling als
                                            bedoeld in <onderstreept>artikel l, onder a, van de Wet
                                                op de kansspelen</onderstreept> te verrichten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning: </al><lijst><li nr="a."><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de
                                            woon- en leefsituatie in de omgeving van de
                                            speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare
                                            wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van
                                            de speelgelegenheid;</al></li><li nr="b."><al>indien de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd
                                            is met een geldend bestemmingsplan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen)
                                    niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40</nr><titel>Kansspelautomaten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al><vet>w</vet><vet>et</vet>: de <onderstreept>Wet op de
                                                kansspelen</onderstreept>;</al></li><li nr="b."><al><vet>kansspelautomaat</vet>: automaat als bedoeld in
                                                <onderstreept>artikel 30, onder c. van de
                                                Wet;</onderstreept></al></li><li nr="c."><al><vet>hoogdrempelige inrichting</vet>: inrichting als
                                            bedoeld in <onderstreept>artikel 30, onder d, van de
                                                Wet;</onderstreept></al></li><li nr="d."><al><vet>laagdrempelige inrichting</vet>: inrichting als
                                            bedoeld in <onderstreept>artikel 30, onder e, van de
                                                Wet</onderstreept>.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn maximaal 2 kansspelautomaten
                                    toegestaan (<cursief>Zie Speelautomatenbeleid West Maas en Waal,
                                        door het college vastgesteld op</cursief><cursief> 7
                                        december 2000)</cursief>.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet
                                    toegestaan.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>11</nr><titel>Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:41</nr><titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens <onderstreept>artikel 174a van de
                                        Gemeentewet</onderstreept> gesloten woning, een niet voor
                                    publiek toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal
                                    behorend erf te betreden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens <onderstreept>artikel 13b van de
                                        Opiumwet</onderstreept> gesloten woning, een niet voor het
                                    publiek toegankelijk lokaal, een bij die woning of dat lokaal
                                    behorend erf, een voor het publiek toegankelijk lokaal of bij
                                    dat lokaal behorend erf te betreden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in de
                                    woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk
                                    is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:42</nr><titel>Plakken en kladden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van
                                            een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te
                                            bekrassen of te bekladden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                            rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van
                                            een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:
                                        </al><lijst><li nr="a."><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding
                                    aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te
                                    brengen of te doen aanbrengen;</al></li><li nr="b."><al>met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof een afbeelding,
                                    letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen
                                    aanbrengen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van
                                            toepassing indien gehandeld wordt krachtens wettelijk
                                            voorschrift.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het
                                            aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde
                                            aanplakborden te gebruiken voor bet aanbrengen van
                                            handelsreclame.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen voor het
                                            aanbrengen van meningsuitingen en bekendmakingen, die
                                            geen betrekking mogen hebben op de inhoud van de
                                            meningsuitingen en bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De houder van de in het tweede lid bedoelde
                                            schriftelijke toestemming is verplicht die aan een
                                            opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond
                                            ter inzage af te geven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:43</nr><titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op de weg of openbaar water te vervoeren of bij
                                    zich te hebben enig aanplakbiljet, aanplakdoek, kalk, teer,
                                    kleur of verfstof of verfgereedschap.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen
                                    of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor
                                    handelingen als verboden in artikel 2:42.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44</nr><titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te
                                    vervoeren of bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing indien de bedoelde werktuigen
                                    niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de
                                    toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatige
                                    sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van
                                    braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te
                                    voorkomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:45</nr><titel>Betreden van plantsoenen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd verboden zonder
                                    ontheffing van het college zich te bevinden in of op bij de
                                    gemeente in onderhoud zijnde parken, wandelplaatsen,
                                    plantsoenen, groenstroken of grasperken, buiten de daarin
                                    gelegen wegen of paden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve beslissing bij niet tijdig beslissen)
                                    niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:46</nr><titel>Rijden over bermen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van
                                    rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de zijkant
                                    van een weg, tenzij dit door de omstandigheden redelijkerwijs
                                    wordt vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de <onderstreept>Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken</onderstreept> of het Provinciaal
                                    wegenreglement.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47</nr><titel>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats: </al><lijst><li nr="a."><al>te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument,
                                            overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid,
                                            voertuig, hekheining of andere afsluiting,
                                            verkeersmeubilair en daarvoor niet bestemd
                                            straatmeubilair;</al></li><li nr="b."><al>zich op te houden op een wijze die aan andere gebruikers
                                            of aan bewoners van nabij die openbare plaats gelegen
                                            woningen onnodig overlast of hinder berokkent.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hij die zich schuldig maakt aan de in het voorgaande lid
                                    genoemde feiten, is verplicht zich op bevel van een ambtenaar
                                    van politie zijn weg te vervolgen of zich in de door hem
                                    aangewezen richting te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door <onderstreept>artikel
                                        424</onderstreept>, <onderstreept>426bis</onderstreept> of
                                        <onderstreept>431 van het Wetboek van
                                        Strafrecht</onderstreept> of <onderstreept>artikel 5 van de
                                        Wegenverkeerswet 1994</onderstreept>.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:48</nr><titel>Verboden drankgebruik</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op of aan de weg alcoholhoudende drank te
                                    gebruiken indien dit gepaard gaat met gedragingen die de
                                    openbare orde verstoren, het woon- of leefklimaat nadelig
                                    beïnvloeden of anderszins overlast veroorzaken. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een ieder die zich hinderlijk op een openbare plaats gedraagt
                                    zoals omschreven in lid 1 van dit artikel, is verplicht op een
                                    daartoe strekkend bevel van een ambtenaar van politie zijn weg
                                    te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te
                                    verwijderen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 45 van de Drank- en
                                    Horecawet ten aanzien van personen jonger dan achttien jaar is
                                    het voor personen die de leeftijd van achttienjaar hebben
                                    bereikt verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van
                                    een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te
                                    nuttigen of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met
                                    alcoholhoudende drank bij zich te hebben. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bepaalde in het derde lid geldt niet voor: </al><lijst><li nr="a."><al>een terras dat deel uitmaakt van een inrichting, als
                                            bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet;</al></li><li nr="b."><al>de plaats, niet zijnde een inrichting, als bedoeld onder
                                            a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35
                                            van de Drank- en Horecawet;</al></li><li nr="c."><al>uitzonderingen in het aangewezen gebied zoals door het
                                            college bepaald. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:49</nr><titel>Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden: </al><lijst><li nr="a."><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te
                                            houden;</al></li><li nr="b."><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of
                                            een drempel van een gebouw te zitten of te liggen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van flatgebouwen,
                                    appartementsgebouwen en soortgelijke meergezinshuizen en van
                                    gebouwen die voor publiek toegankelijk zijn, verboden zich
                                    zonder redelijk doel te bevinden in een voor gemeenschappelijk
                                    gebruik bestemde ruimte van zo'n gebouw.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Hij die zich schuldig maakt aan de in dit artikel genoemde
                                    feiten, is verplicht zich op bevel van een ambtenaar van politie
                                    zijn weg te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting
                                    te verwijderen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:50</nr><titel>Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                                    ruimten</titel></kop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel en op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te gebruiken
                                voor een ander doel dan waarvoor deze ruimte is bestemd. Onder
                                ruimte worden in elk geval begrepen: portalen, telefooncellen,
                                wachtlokalen voor het openbaar vervoer, parkeergarages en
                                rijwielstallingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:51</nr><titel>Neerzetten van fietsen e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te
                                plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur,
                                de gevel van een gebouw dan wel in de ingang van een portiek
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van
                                        de gebruiker van dat gebouw of dat portiek; of </al></li><li nr="b."><al>daardoor die ingang versperd wordt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:52</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein
                                    e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op uren en plaatsen die door het college of de
                                burgemeester zijn aangewezen, zich met een fiets of bromfiets te
                                bevinden op een door het college of de burgemeester aangewezen
                                terrein waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of
                                plechtigheid gehouden wordt die publiek trekt, mits dit verbod
                                kenbaar is aan de bezoekers van het terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:53</nr><titel>Bespieden van personen</titel></kop><al/></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>Vervallen</titel></kop><afdeling><kop><label/><nr/><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:54</nr><titel>Bewakingsapparatuur</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:55</nr><titel>Nodeloos alarmeren</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:56</nr><titel>Alarminstallaties</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:57</nr><titel>Loslopende honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen: </al><lijst><li nr="a."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                            zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                            speelweide of op een andere door het college aangewezen
                                            plaats;</al></li><li nr="b."><al>binnen de bebouwde kom op de weg, indien de hond niet is
                                            aangelijnd; </al></li><li nr="c."><al>buiten de bebouwde kom op een door het college
                                            aangewezen plaats indien de hond niet is aangelijnd;
                                            of</al></li><li nr="d."><al>op de weg indien die hond niet is voorzien van een
                                            halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar
                                            of houder duidelijk doet kennen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op
                                    door het college aangewezen plaatsen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het eerste lid, aanhef en onder a tot en met c, is niet van
                                    toepassing op de eigenaar of houder van een hond:</al><lijst><li nr="a."><al>die zich vanwege zijn handicap door een geleide hond of
                                            sociale hulphond laat begeleiden; of </al></li><li nr="b."><al>die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot
                                            geleide hond of sociale hulphond.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:58</nr><titel>Verontreiniging door honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft is
                                    verplicht er voor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond
                                    onmiddellijk worden verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder
                                    van een hond:</al><lijst><li nr="a."><al>die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of
                                            een sociale hulphond laat begeleiden; of </al></li><li nr="b."><al>die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot
                                            geleidehond of sociale hulphond.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het bepaalde in het
                                    eerste lid niet van toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De eigenaar of houder van een hond is verplicht, indien hij zich
                                    met een hond op een openbare plaats bevindt, een opruimmiddel
                                    bij zich te hebben dat geschikt is voor het verwijderen van
                                    uitwerpselen. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De eigenaar of houder van een hond is verplicht dit opruimmiddel
                                    op eerste vordering te laten zien aan de toezichthouder. Het
                                    tweede lid is van overeenkomstige toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:59</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag
                                    gevaarlijk of hinderlijk acht, kan hij de eigenaar of houder van
                                    die hond een aanlijngebod of een aanlijngebod- en muilkorfgebod
                                    opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare
                                    plaats of op het terrein van een ander.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is
                                    de hond aangelijnd te houden met een lijn van een lengte,
                                    gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1.50 meter.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht
                                    is de hond te voorzien van een muilkorf die: </al><lijst><li nr="a."><al>vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of
                                            van beide stoffen; ;</al></li><li nr="b."><al>door middel van een stevige leren riem zodanig rond de
                                            hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van
                                            de mens niet mogelijk is;</al></li><li nr="c."><al>zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de
                                            afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van
                                            de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf
                                            aanwezig.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2:57, eerste lid onder d,
                                    dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn
                                    van een door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek
                                    identificatienummer door middel van een microchip die met een
                                    chipreader afleesbaar is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:60</nr><titel>Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</titel></kop><al>[vervallen]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:61</nr><titel>Wilde dieren</titel></kop><al>[gereserveerd]</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:62</nr><titel>Loslopend vee</titel></kop><al>De rechthebbende op herkauwende of eenhoevige dieren of varkens
                                (vee) die zich bevinden weiland of op een terrein dat niet van de
                                weg is afgescheiden door een deugdelijke veekering, is verplicht
                                ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen worden dat dit
                                vee die weg niet kan bereiken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:63</nr><titel>Duiven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op duiven is verplicht ervoor te zorgen dat die
                                    duiven niet kunnen uitvliegen tussen 8.00 uur en 18.00 uur in
                                    een door het college te bepalen tijdvak dat ligt tussen 1 maart
                                    en 1 juni.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gesteld gebod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                    daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Provinciale
                                    ophokverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:64</nr><titel>Bijen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden bijen te houden: </al><lijst><li nr="a."><al>binnen een afstand van dertig meter van woningen of
                                            andere gebouwen waar overdag mensen verblijven;</al></li><li nr="b."><al>binnen een afstand van dertig meter van de weg.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien op een
                                    afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of kasten een
                                    afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte of zoveel hoger
                                    als noodzakelijk is om het laag uit- en invliegen van de bijen
                                    te voorkomen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder a, gestelde verbod geldt
                                    niet voor zover de bijenhouder rechthebbende is op de woningen
                                    of gebouwen als bedoeld in dat lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder b, gestelde verbod geldt
                                    niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
                                    door het Provinciaal wegenreglement.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beschikken) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:65</nr><titel>Bedelarij</titel></kop><al>Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op of aan de
                                weg of in een voor het publiek toegankelijk gebouw te bedelen om
                                geld of andere raken.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>12</nr><titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:66</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar: de handelaar als
                                bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond
                                van <onderstreept>artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van
                                    Strafrecht</onderstreept>.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:67</nr><titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle
                                    gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere
                                    wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de
                                    burgemeester gewaarmerkt register en daarin vermeldt hij
                                    onverwijld: </al><lijst><li nr="a."><al>het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het
                                            goed;</al></li><li nr="b."><al>de datum van verkoop of overdracht van het goed;</al></li><li nr="c."><al>een omschrijving van het goed, daaronder begrepen -
                                            voorzover dat mogelijk is - soort, merk en nummer van
                                            het goed;</al></li><li nr="d."><al>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht
                                            van het goed;</al></li><li nr="e."><al>de naam en het adres van degene die het goed heeft
                                            verkregen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester is bevoegd vrijstelling te verlenen van deze
                                    verplichtingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen)
                                    van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:68</nr><titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van
                                    Strafrecht</titel></kop><al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al>de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te
                                        stellen:</al><lijst><li nr="1."><al>dat hij het beroep van handelaar uitoefent met vermelding
                                        van zijn woonadres en het adres van de bij zijn onderneming
                                        behorende vestiging;</al></li><li nr="2."><al>van een verandering van de onder a, sub l, bedoelde
                                        adressen;</al></li><li nr="3."><al>dat hij het beroep van handelaar niet langer uitoefent;</al></li><li nr="4."><al>dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs van een
                                        misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is
                                        gegaan.</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of
                                        register ter inzage te geven;</al></li><li nr="c."><al>aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben
                                        waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk
                                        zichtbaar zijn;</al></li><li nr="d."><al>een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie
                                        dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed
                                        verkregen is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:69</nr><titel>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</titel></kop><al>Vervallen, opgenomen in artikel 2.68.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:70</nr><titel>Handel in horecabedrijven</titel></kop><al>(Dit artikel is verplaatst naar afdeling 8 (Toezicht op
                                horecabedrijven) onder artikel 2:32).</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>13</nr><titel>Vuurwerk</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:71</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk:
                                Consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende
                                nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel
                                vuurwerk (<onderstreept>Vuurwerkbesluit</onderstreept>) van
                                toepassing is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:72</nr><titel>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    verkoopdagen.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of
                                    nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan
                                    wel voor het ter beschikking stellen aanwezig te houden, zonder
                                    een vergunning van het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen)
                                    niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73</nr><titel>Bezigen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het
                                    college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of
                                    overlast aangewezen plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te
                                    gebruiken als dat gevaar, schade of overlast kan
                                    veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet
                                    voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                        <onderstreept>artikel 429, aanhef en onder 1, van het
                                        Wetboek van Strafrecht</onderstreept>.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>14</nr><titel>Drugsoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74</nr><titel>Drugshandel op straat</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de
                                    <onderstreept>Opiumwet</onderstreept> is het verboden zich op
                                een openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om middelen
                                als bedoeld in <onderstreept>artikel 2</onderstreept> en
                                    <onderstreept>3 van de Opiumwet</onderstreept>, of daarop
                                gelijkende waar, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te
                                bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te
                                bemiddelen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>15</nr><titel>Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en
                                cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:75</nr><titel>Bestuurlijke ophouding</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig <onderstreept>artikel 154a van de
                                    Gemeentewet</onderstreept> besluiten tot het tijdelijk doen
                                ophouden van door hem aangewezen groepen van personen op een door
                                hem aangewezen plaats indien deze personen het bepaalde in artikel
                                2:1, artikel 2:47, artikel 2:48, artikel 2:49 of artikel 2:50 van de
                                Algemene plaatselijke verordening groepsgewijs niet naleven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:76</nr><titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig <onderstreept>artikel 151b van de
                                    Gemeentewet</onderstreept> bij verstoring van de openbare orde
                                door de aanwezigheid van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het
                                ontstaan daarvan, een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen
                                voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven,
                                aanwijzen als veiligheidsrisicogebied.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:77</nr><titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester is bevoegd overeenkomstig <onderstreept>artikel
                                        151c van de Gemeentewet</onderstreept> te besluiten tot
                                    plaatsing van vaste camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve
                                    van het toezicht op een openbare plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester heeft de bevoegdheid als bedoeld in het eerste
                                    lid eveneens ten aanzien van andere openbare plaatsen: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>parkeerplaatsen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>sportvelden;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>schoolpleinen;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>jongeren ontmoetingsplaatsen.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante
                            onderwerpen</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:1</nr><titel>Afbakening</titel></kop><al>De artikelen 1:2, 1:3 en 1:5 tot en met 1:8 zijn niet van toepassing
                                op het bij of krachtens dit hoofdstuk bepaalde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:2</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al><vet>advertentie</vet>: elke commerciële uiting in een
                                        medium, die een seksbedrijf of een prostituee onder de
                                        aandacht van het publiek brengt;</al></li><li nr="-"><al><vet>beheerder</vet>: de natuurlijke persoon die door de
                                        exploitant is aangesteld voor de feitelijke leiding van een
                                        seksbedrijf;</al></li><li nr="-"><al><vet>escortbedrijf</vet>: de activiteit, bestaande uit het
                                        bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie in de vorm
                                        van bemiddeling tussen klant en prostituee; </al></li><li nr="-"><al><vet>exploitant</vet>: de natuurlijke persoon of de
                                        bestuurder van een rechtspersoon of, indien van toepassing,
                                        de tot vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde
                                        natuurlijk persoon, voor wiens rekening en risico een
                                        seksbedrijf wordt uitgeoefend; </al></li><li nr="-"><al><vet>klant</vet>: degene die gebruik maakt van de door een
                                        exploitant van een prostitutiebedrijf of een prostituee
                                        aangeboden seksuele diensten;</al></li><li nr="-"><al><vet>prostituee</vet>: degene die zich beschikbaar stelt tot
                                        het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        betaling;</al></li><li nr="-"><al><vet>prostitutie</vet>: het zich beschikbaar stellen tot het
                                        verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        betaling;</al></li><li nr="-"><al><vet>prostitutiebedrijf</vet>: de activiteit, bestaande uit
                                        het bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie;</al></li><li nr="-"><al><vet>seksbedrijf</vet>: de activiteit, bestaande uit het
                                        bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie of tot het
                                        verrichten van seksuele handelingen voor een ander tegen
                                        betaling of uit het bedrijfsmatig aanbieden van vertoningen
                                        van erotisch-pornografische aard in een seksinrichting tegen
                                        betaling; </al></li><li nr="-"><al><vet>seksinrichting</vet>: voor het publiek toegankelijke
                                        besloten ruimte, onderdeel van een seksbedrijf.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Vergunning seksbedrijf/seksinrichting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:3</nr><titel>Vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksbedrijf uit te oefenen zonder
                                    vergunning.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester beslist binnen twaalf weken op de aanvraag om
                                    een vergunning. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het tweede lid gestelde termijn kan door de burgemeester
                                    met ten hoogste twaalf weken worden verlengd. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van
                                    toepassing. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een vergunning kan mede voor één seksinrichting worden
                                    verleend.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De vergunning wordt voor bepaalde of onbepaalde tijd verleend
                                    aan de exploitant en op diens naam gesteld. De vergunning is
                                    niet overdraagbaar. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De vergunning kan worden verlengd. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:4</nr><titel>Maximum aantal vergunningen voor seksinrichtingen</titel></kop><al>Het college kan een maximum stellen aan het aantal seksinrichtingen
                                waarvoor vergunning kan worden verleend. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:5</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag om een vergunning wordt ingediend door
                                    gebruikmaking van een door de burgemeester vastgesteld
                                    formulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de aanvraag om een vergunning wordt vermeld voor welke
                                    activiteit vergunning wordt gevraagd, en worden in ieder geval
                                    de volgende gegevens en bescheiden overgelegd: </al><lijst><li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant; </al></li><li nr="b."><al>het nummer van inschrijving in het handelsregister bij
                                            de Kamer van Koophandel; </al></li><li nr="c."><al>of in de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag de
                                            exploitant een vergunning voor een seksbedrijf is
                                            geweigerd of een aan de exploitant verleende vergunning
                                            voor een seksbedrijf is ingetrokken; </al></li><li nr="d."><al>het adres waar het seksbedrijf wordt uitgeoefend; </al></li><li nr="e."><al>het adres van een onder het seksbedrijf vallende
                                            seksinrichting; </al></li><li nr="f."><al>het vaste telefoonnummer dat in advertenties voor het
                                            seksbedrijf zal worden gebruikt;</al></li><li nr="g."><al>een geldig identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1
                                            van de Wet op de identificatieplicht van de
                                            exploitant;</al></li><li nr="h."><al>indien van toepassing, de verblijfstitel van de
                                            exploitant;</al></li><li nr="i."><al>een actuele verklaring betalingsgedrag nakoming fiscale
                                            verplichtingen, verstrekt door de Belastingdienst;</al></li><li nr="j."><al>bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is
                                            tot het gebruik van de ruimtes bestemd voor de
                                            uitoefening van het seksbedrijf;</al></li><li nr="k."><al>indien van toepassing, de plaatselijke ligging van de
                                            seksinrichting waarvoor vergunning wordt aangevraagd,
                                            door middel van een situatieschets met een noordpijl en
                                            schaalaanduiding;</al></li><li nr="l."><al>indien van toepassing, de plattegrond van de
                                            seksinrichting waarvoor vergunning wordt aangevraagd,
                                            door middel van een tekening met een
                                            schaalaanduiding.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als er een beheerder is aangesteld, is het tweede lid, onder a,
                                    b, c, g en h, van overeenkomstige toepassing op de
                                    beheerder.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als de burgemeester dat nodig acht voor de beoordeling van een
                                    aanvraag, kan hij verlangen dat aanvullende gegevens worden
                                    overgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:6</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een vergunning wordt geweigerd als: </al><lijst><li nr="a."><al>de exploitant of de beheerder onder curatele staat;
                                            </al></li><li nr="b."><al>de exploitant of de beheerder is ontzet uit het
                                                ouderlijk gezag of de voogdij; </al></li><li nr="c."><al>de exploitant of de beheerder onherroepelijk is
                                                veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor
                                                mensenhandel, of in enig ander opzicht van slecht
                                                levensgedrag is; </al></li><li nr="d."><al>de exploitant of de beheerder de leeftijd van 21
                                                jaar nog niet heeft bereikt; </al></li><li nr="e."><al>redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de
                                                feitelijke toestand niet met het in de aanvraag
                                                vermelde in overeenstemming zal zijn; </al></li><li nr="f."><al>redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de
                                                aanvrager in strijd zal handelen met aan de
                                                vergunning verbonden beperkingen of voorschriften;
                                            </al></li><li nr="g."><al>er aanwijzingen zijn dat voor of bij het seksbedrijf
                                                personen tewerkgesteld zijn of zullen zijn die, als
                                                het prostituees betreft, nog niet de leeftijd van 21
                                                jaar hebben bereikt, als het overige personen
                                                betreft, nog niet de leeftijd van 18 jaar hebben
                                                bereikt, slachtoffer zijn van mensenhandel of
                                                verblijven of werken in strijd met het bepaalde bij
                                                of krachtens de Vreemdelingenwet 2000; </al></li><li nr="h."><al>de exploitant of beheerder minder dan vijf jaar
                                                geleden voor de dag dat de vergunning wordt
                                                aangevraagd, wegens een misdrijf onherroepelijk is
                                                veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf
                                                van meer dan zes maanden;</al></li><li nr="i."><al>de exploitant of beheerder minder dan vijf jaar
                                                geleden voor de dag dat de vergunning wordt
                                                aangevraagd, bij meer dan één rechterlijke uitspraak
                                                of strafbeschikking onherroepelijk veroordeeld is
                                                tot een onvoorwaardelijke geldboete van 500,- euro
                                                of meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in
                                                artikel 9, eerste lid, onder a, van het Wetboek van
                                                Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding
                                                van:</al></li></lijst></li><li nr="I."><al>bepalingen, gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet,
                                        de Opiumwet, de Vreemdelingenwet 2000, de Wet arbeid
                                        vreemdelingen en hoofdstuk 3 van de Algemene Plaatselijke
                                        Verordening West Maas en Waal 2016; </al></li><li nr="II."><al>de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 416, 417, 417bis,
                                        420bis tot en met 420quinquies, 426 en 429quater van het
                                        Wetboek van Strafrecht; </al></li><li nr="III."><al>artikel 69 van de Algemene wet rijksbelastingen;</al></li><li nr="IV."><al>de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto
                                        artikel 8 of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet
                                        1994; </al></li><li nr="V."><al>de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen; </al></li><li nr="VI."><al>de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.</al><lijst><li nr="j."><al>er een maximum als bedoeld in artikel 3:5 is
                                                vastgesteld en dit maximum al bereikt is</al></li><li nr="k."><al>de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf
                                                strijd op zal leveren met een geldend
                                                bestemmingsplan, een bestemmingsplan in ontwerp dat
                                                ter inzage is gelegd, een beheersverordening.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Met een veroordeling als bedoeld in het eerste lid, onder h,
                                        wordt gelijk gesteld: </al><lijst><li nr="a."><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een zodanige
                                                voorwaardelijke straf; </al></li><li nr="b."><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in
                                                artikel 74, tweede lid, onder a, van het Wetboek van
                                                Strafrecht of artikel 76, derde lid, onder a, van de
                                                Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de
                                                geldsom minder dan 375,- euro bedraagt.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder h
                                        en i, wordt bij de intrekking van een vergunning
                                        teruggerekend vanaf de datum van de intrekking van deze
                                        vergunning.</al></li><li nr="4."><al>Voor de berekening van de periode van vijf jaar, bedoeld in
                                        het eerste lid, onder h en i, telt de periode waarin een
                                        onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is ondergaan, niet
                                        mee.</al></li><li nr="5."><al>Een vergunning kan in ieder geval worden geweigerd: </al><lijst><li nr="a."><al>voor een seksbedrijf waarvoor de vergunning op grond
                                                van artikel 3:9, eerste lid, aanhef en onder a tot
                                                en met f, of tweede lid, aanhef onder a tot en met
                                                g, of in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld
                                                in artikel 3 van de Wet bevordering
                                                integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur
                                                is ingetrokken, gedurende een periode van vijf jaar
                                                na de intrekking; </al></li><li nr="b."><al>als niet is voldaan aan de bij of krachtens artikel
                                                3:6 gestelde eisen met betrekking tot de aanvraag,
                                                mits de aanvrager de gelegenheid heeft gehad de
                                                aanvraag binnen een door de burgemeester gestelde
                                                termijn aan te vullen; </al></li><li nr="c."><al>als de vergunning geheel of gedeeltelijk betrekking
                                                heeft op het uitoefenen van een prostitutiebedrijf
                                                in een seksinrichting waarvoor eerder een vergunning
                                                is ingetrokken, of in die seksinrichting eerder
                                                zonder vergunning een prostitutiebedrijf is
                                                uitgeoefend;</al></li><li nr="d."><al>als de openbare orde, de woon- en leefomgeving of de
                                                veiligheid en de gezondheid van prostituees of
                                                klanten nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid
                                                van de seksinrichting waarvoor de vergunning is
                                                aangevraagd;</al></li><li nr="e."><al>als het bedrijfsplan niet voldoet aan het bepaalde
                                                bij artikel 3:15, eerste en tweede lid;</al></li><li nr="f."><al>als onvoldoende aannemelijk is dat de exploitant de
                                                bij artikel 3:17 gestelde verplichtingen zal
                                                naleven.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:7</nr><titel>Eisen met betrekking tot
                                    vergunning</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergunning vermeldt in ieder geval: </al><lijst><li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant; </al></li><li nr="b."><al>indien van toepassing, de persoonsgegevens van de
                                                beheerder; </al></li><li nr="c."><al>voor welke activiteit de vergunning is verleend;
                                            </al></li><li nr="d."><al>het aantal werkzame prostituees;</al></li><li nr="e."><al>het adres waar het seksbedrijf wordt uitgeoefend;
                                            </al></li><li nr="f."><al>het vaste telefoonnummer dat in advertenties voor
                                                het seksbedrijf zal worden gebruikt; </al></li><li nr="d."><al>de plaatselijke en kadastrale ligging van de
                                                inrichting door middel </al></li><li nr="e."><al>indien van toepassing, het adres van de onder dat
                                                seksbedrijf vallende seksinrichting waarvoor de
                                                vergunning mede is verleend; </al></li><li nr="f."><al>de voorschriften of beperkingen die aan de
                                                vergunning zijn verbonden; </al></li><li nr="g."><al>de geldigheidsduur van de vergunning; </al></li><li nr="h."><al>het nummer van de vergunning. </al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De exploitant draagt er zorg voor dat de vergunning of een
                                        afschrift daarvan zichtbaar aanwezig is in de seksinrichting
                                        waarvoor de vergunning mede is verleend, en dat tevens aan
                                        de buitenzijde van de seksinrichting zichtbaar is dat hij
                                        over een vergunning voor die seksinrichting beschikt. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:8</nr><titel>Intrekkingsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning wordt ingetrokken als:</al><lijst><li nr="a."><al>de verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig
                                            blijken te zijn dat op de aanvraag een andere beslissing
                                            zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de
                                            juiste gegevens bekend waren geweest; </al></li><li nr="b."><al>de vergunning in strijd met een wettelijk voorschrift is
                                            gegeven; </al></li><li nr="c."><al>is gehandeld in strijd met de artikelen 3:10, 3:13,
                                            aanhef en onder a, 3:14, 3:15 en 3:17, eerste lid, en
                                            tweede lid, aanhef en onderdeel b, aanhef en onder 1°;
                                        </al></li><li nr="d."><al>zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die
                                            de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de
                                            vergunning gevaar oplevert voor de openbare orde of
                                            veiligheid; </al></li><li nr="e."><al>zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel
                                            3:7, eerste lid, onder a tot en met i; </al></li><li nr="f."><al>de vergunninghouder dat verzoekt;</al></li><li nr="g."><al>de uitoefening van het seksbedrijf strijd oplevert met
                                            een geldend bestemmingsplan, een
                                            beheersverordening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning kan worden geschorst of ingetrokken als: </al><lijst><li nr="a."><al>is gehandeld in strijd met aan de vergunning verbonden
                                            voorschriften of beperkingen; </al></li><li nr="b."><al>in verband met gewijzigde wettelijke voorschriften,
                                            gewijzigde omstandigheden of gewijzigde inzichten de
                                            bescherming van de belangen met het oog waarop het
                                            vergunningsvereiste is gesteld, zwaarder wegen dan het
                                            belang van de vergunninghouder bij behoud van de
                                            vergunning; </al></li><li nr="c."><al>een niet in de vergunning vermelde persoon exploitant of
                                            beheerder is geworden; </al></li><li nr="d."><al>is gehandeld in strijd met een of meer van de bij of
                                            krachtens dit hoofdstuk gestelde bepalingen,
                                            onverminderd het eerste lid, aanhef en onder c; </al></li><li nr="e."><al>is gehandeld in strijd met de in het bedrijfsplan
                                            beschreven maatregelen; </al></li><li nr="f."><al>zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die
                                            de vrees wettigen dat het van kracht blijven van de
                                            vergunning gevaar oplevert voor de woon- en leefomgeving
                                            of de gezondheid van prostituees of klanten;</al></li><li nr="g."><al>de exploitant of de beheerder het toezicht op de
                                            naleving van het in dit hoofdstuk bepaalde belemmert of
                                            bemoeilijkt; </al></li><li nr="h."><al>er bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn die
                                            onherroepelijk zijn veroordeeld voor een gewelds- of
                                            zedendelict of voor mensenhandel;</al></li><li nr="i."><al>gedurende ten minste zes maanden geen gebruik is gemaakt
                                            van de vergunning.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:9</nr><titel>Melding gewijzigde omstandigheden</titel></kop><al>De vergunninghouder meldt elke verandering waardoor zijn seksbedrijf
                                niet langer in overeenstemming is met de op grond van artikel 3:8,
                                eerste lid, in de vergunning opgenomen gegevens, zo spoedig mogelijk
                                aan de burgemeester. Deze verleent een gewijzigde vergunning, als
                                het seksbedrijf aan de vereisten voldoet. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:10</nr><titel>Verlenging vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op een aanvraag om verlenging van een vergunning zijn de
                                    artikelen 3:3, 3:6, 3:7, 3:8 en 3:15, derde lid, van
                                    overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat actuele
                                    gegevens en bescheiden waarover de burgemeester al beschikking
                                    heeft niet nogmaals overgelegd dienen te worden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als ten minste twaalf weken voorafgaand aan de vervaltermijn van
                                    de vergunning verlenging van de vergunning is aangevraagd,
                                    blijft de vergunning van kracht totdat op de aanvraag om
                                    verlenging is besloten.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Uitoefenen seksbedrijf</titel></kop><structuurtekst><al><vet><cursief>3.1 Regels voor alle
                                seksbedrijven</cursief></vet></al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:11</nr><titel>Sluitingstijden seksinrichtingen; aanwezigheid;
                                    toegang</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de exploitant en de beheerderverboden een
                                    seksinrichting voor bezoekers geopend te hebben of daarin
                                    bezoekers toe te laten of te laten verblijven, tenzij bij
                                    vergunning anders is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te
                                    bevinden gedurende de tijd dat die inrichting gesloten dient te
                                    zijn voor bezoekers.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is de exploitant en de beheerder verboden personen die nog
                                    niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt toe te laten of te
                                    laten verblijven in een seksinrichting.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:12</nr><titel>Adverteren</titel></kop><al>Het is verboden in advertenties voor een seksbedrijf:</al><lijst><li nr="a."><al>geen vermelding op te nemen van het telefoonnummer, bedoeld
                                        in artikel 3:8, eerste lid, onder e, van het nummer, bedoeld
                                        in artikel 3:8, eerste lid, onder i, en van de
                                        bedrijfsnaam;</al></li><li nr="b."><al>vermelding op te nemen van een ander telefoonnummer dan
                                        bedoeld onder a; en</al></li><li nr="c."><al>als het een prostitutiebedrijf betreft, onveilige seks aan
                                        te bieden of te garanderen dat prostituees die voor of bij
                                        het betreffende bedrijf werken vrij zijn van seksueel
                                        overdraagbare aandoeningen. </al></li></lijst><al><vet><cursief>3.2 Regels voor alle prostitutiebedrijven en
                                        prostituees</cursief></vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:13</nr><titel>Leeftijd en verblijfstitel prostituees; verbod werken voor
                                    onvergund prostitutiebedrijf</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Prostitutie vindt uitsluitend plaats door een prostituee die de
                                    leeftijd van 21 jaar heeft bereikt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is een exploitant verboden een prostituee voor of bij zich
                                    te laten werken die:</al><lijst><li nr="a."><al>nog niet de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt;</al></li><li nr="b."><al>in Nederland verblijft of werkt in strijd met het
                                            bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000.
                                        </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is een prostituee verboden: </al><lijst><li nr="a."><al>te handelen in strijd met het eerste lid; </al></li><li nr="b."><al>werkzaam te zijn voor of bij een exploitant aan wie geen
                                            vergunning voor een prostitutiebedrijf is verleend.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:14</nr><titel>Bedrijfsplan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een prostitutiebedrijf beschikt over een bedrijfsplan, waarin in
                                    ieder geval wordt beschreven welke maatregelen de exploitant
                                    treft: </al><lijst><li nr="a."><al>op het gebied van hygiëne; </al></li><li nr="b."><al>ter bescherming van de gezondheid, de veiligheid en het
                                            zelfbeschikkingsrecht van de prostituees; </al></li><li nr="c."><al>ter bescherming van de gezondheid van de klanten; </al></li><li nr="d."><al>ter voorkoming van strafbare feiten. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De door de exploitant te treffen maatregelen, bedoeld in het
                                    eerste lid, onderdelen a en b, waarborgen dat: </al><lijst><li nr="a."><al>de hygiëne in een seksinrichting voldoet aan de algemene
                                            eisen die hiervoor in de branche gelden en dat dit
                                            controleerbaar is;</al></li><li nr="b."><al>inzichtelijk en controleerbaar is welke maatregelen een
                                            exploitant in zijn bedrijfsvoering en inrichting van de
                                            werkruimten treft voor gezonde en veilige
                                            werkomstandigheden voor prostituees; </al></li><li nr="c."><al>in de werkruimten te allen tijde voldoende condooms met
                                            een CE-markering voor gebruik beschikbaar zijn;</al></li><li nr="d."><al>in de werkruimten voor de prostituees een goed
                                            functionerende alarmvoorziening aanwezig is; </al></li><li nr="e."><al>de prostituee zich regelmatig kan laten onderzoeken op
                                            seksueel overdraagbare aandoeningen en door de
                                            exploitant voldoende geïnformeerd is over de
                                            mogelijkheden van een dergelijk onderzoek;</al></li><li nr="f."><al>de prostituee niet gedwongen wordt zich geneeskundig te
                                            laten onderzoeken; </al></li><li nr="g."><al>de prostituee vrij is in de keuze van de arts(en) die
                                            zij wil bezoeken;</al></li><li nr="h."><al>de prostituee klanten en diensten kan weigeren zonder
                                            dat dat voor haar andere werkzaamheden gevolgen
                                            heeft;</al></li><li nr="i."><al>de prostituee kan weigeren alcohol of drugs te gebruiken
                                            zonder dat dat voor haar werkzaamheden gevolgen
                                            heeft;</al></li><li nr="j."><al>aan de voor de exploitant werkzame beheerder voldoende
                                            professionele eisen op het gebied van agressiebeheersing
                                            en bedrijfshulpverlening worden gesteld en waar nodig
                                            wordt gezorgd voor scholing hierin;</al></li><li nr="k."><al>de exploitant zich een oordeel vormt over de mate van
                                            zelfredzaamheid van de prostituee voordat deze voor of
                                            bij hem gaat werken, teneinde vast te stellen of zij
                                            voldoet aan de eisen die hij hiervoor in zijn
                                            bedrijfsplan heeft opgenomen;</al></li><li nr="l."><al>de exploitant voor elke voor of bij hem werkzame
                                            prostituee kan aantonen onder welke verhuur- of
                                            arbeidsvoorwaarden zij haar diensten aanbiedt; </al></li><li nr="m."><al>de exploitant of beheerder zich er regelmatig van
                                            vergewist dat de prostituee niet door derden gedwongen
                                            wordt tot prostitutie en dat hij in dit kader informatie
                                            van hulpverleningsinstanties ter beschikking stelt;</al></li><li nr="n."><al>de exploitant aan de voor of bij hem werkzame
                                            prostituees informatie ter beschikking stelt over de
                                            mogelijkheden om hulp te krijgen als een prostituee wil
                                            stoppen met haar werk in de prostitutie;</al></li><li nr="o."><al>de overlast aan de omgeving van de onder het seksbedrijf
                                            vallende seksinrichtingen beperkt wordt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bedrijfsplan wordt overgelegd bij de aanvraag om een
                                    vergunning. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De exploitant meldt een voorgenomen wijziging van het
                                    bedrijfsplan onverwijld aan de burgemeester. De wijziging wordt
                                    na goedkeuring van de burgemeester als onderdeel van het
                                    bedrijfsplan aangemerkt, als deze voldoet aan de eisen die
                                    overeenkomstig het eerste en tweede lid aan een bedrijfsplan
                                    worden gesteld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De rechten voor prostituees, die worden gewaarborgd op grond van
                                    het tweede lid, worden op schrift gesteld en in een voor haar
                                    begrijpelijke taal uitgereikt aan elke prostituee die werkzaam
                                    is voor of bij de exploitant. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>In de seksinrichting wordt in ten minste twee talen en voor de
                                    klant goed zichtbaar bekend gemaakt dat een prostituee klanten
                                    en diensten mag weigeren en mag weigeren alcohol of drugs te
                                    gebruiken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:15</nr><titel>Verdere verplichtingen van de exploitant en beheerder
                                    prostitutiebedrijf</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De exploitant of de beheerder is aanwezig gedurende de uren
                                        dat het prostitutiebedrijf daadwerkelijk wordt uitgeoefend.
                                    </al></li><li nr="2."><al>De exploitant van een prostitutiebedrijf draagt er zorg voor
                                        dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame
                                                prostituees redelijkerwijs hun eigen werktijden
                                                kunnen bepalen;</al></li><li nr="b."><al>er een deugdelijke bedrijfsadministratie wordt
                                                gevoerd waarin de actuele gegevens zijn opgenomen
                                                van in ieder geval;</al></li></lijst></li><li nr="I."><al>de voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame
                                        prostituees;</al></li><li nr="II."><al>de verhuuradministratie;</al></li><li nr="III."><al>met betrekking tot alle voor of bij het prostitutiebedrijf
                                        werkzame prostituees, de documentatie die ten grondslag ligt
                                        aan de vorming van het oordeel over de mate van
                                        zelfredzaamheid, bedoeld in artikel 3:15, tweede lid, onder
                                        k;</al></li><li nr="IV."><al>de werkroosters van de beheerders;</al><lijst><li nr="c."><al>de bedrijfsadministratie met inachtneming van de
                                                wettelijke termijnen wordt bewaard en te allen tijde
                                                beschikbaar is voor toezichthouders;</al></li><li nr="d."><al>medewerkers van de gemeentelijke gezondheidsdienst
                                                en van andere door de burgemeester of het college
                                                aangewezen instellingen worden toegelaten tot
                                                seksinrichtingen als ze voornemens zijn
                                                voorlichtings- en preventieactiviteiten uit te
                                                voeren of voorlichtingsmateriaal te
                                                verspreiden;</al></li><li nr="e."><al>onverwijld bij de politie wordt gemeld ieder signaal
                                                van mensenhandel of andere vormen van dwang en
                                                uitbuiting;</al></li><li nr="f."><al>onverwijld aan de burgemeester wordt gemeld als
                                                gedurende ten minste één maand geen gebruik gemaakt
                                                zal worden van de vergunning. Deze melding vermeldt
                                                de reden en de verwachte duur;</al></li><li nr="g."><al>gedaan wordt wat nodig is voor een goede gang van
                                                zaken binnen het prostitutiebedrijf.</al></li></lijst></li></lijst><al><vet><cursief>3.3 Raam- en
                                        Straatprostitutie</cursief></vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:16</nr><titel>Raamprostitutie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is een prostituee verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>zich vanuit een gebouw of vanuit de toegang naar een gebouw
                                        aan klanten die zich op of aan de weg bevinden beschikbaar
                                        te stellen; en</al></li><li nr="b."><al>passanten hinderlijk te bejegenen of zich aan passanten op
                                        te dringen dan wel zich ongekleed of vrijwel ongekleed
                                        achter het raam van een seksinrichting of in de toegang tot
                                        een seksinrichting op te houden.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:17</nr><titel>Straatprostitutie</titel></kop><al>Het is verboden zich op of aan de weg of op, aan of in een andere
                                vanaf de weg zichtbare plaats, niet zijnde een seksinrichting
                                waarvoor een vergunning is verleend, op te houden met het kennelijke
                                doel zich beschikbaar te stellen voor prostitutie of op of aan de
                                weg ontuchtige handelingen te verrichten als dit kennelijk geschiedt
                                in het kader van prostitutie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:18</nr><titel>Handhaving straatprostitutie</titel></kop><al>Met het oog op de naleving van het verbod, bedoeld in artikel 3:19,
                                eerste lid, kan door een politieambtenaar of toezichthouder het
                                bevel worden gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te
                                verwijderen.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het
                            uiterlijk aanzien van de gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Geluidhinder en verlichting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><vet>b</vet><vet>esluit</vet>: Activiteitenbesluit
                                        milieubeheer;</al></li><li nr="b."><al><vet>inrichting</vet>: inrichting type A of type B als
                                        bedoeld in het <onderstreept>Besluit</onderstreept>;</al></li><li nr="c."><al><vet>houder van een inrichting:</vet> degene die als
                                        eigenaar, bedrijfsleider, beheerder of anderszins een
                                        inrichting drijft;</al></li><li nr="d."><al><vet>collectieve festiviteit</vet>: festiviteit die niet
                                        specifiek aan één of een klein aantal inrichtingen is
                                        verbonden;</al></li><li nr="e."><al><vet>incidentele festiviteit:</vet> festiviteit of
                                        activiteit die gebonden is aan één of een klein aantal
                                        inrichtingen;</al></li><li nr="f."><al><vet>geluidsgevoelige gebouwen:</vet> woningen en gebouwen
                                        die op grond van <onderstreept>artikel 1 van de Wet
                                            geluidhinder</onderstreept> worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen
                                        behorende bij de betreffende inrichting;</al></li><li nr="g."><al><vet>geluidsgevoelige terreinen:</vet> terreinen die op
                                        grond van <onderstreept>artikel 1 van de Wet
                                            geluidhinder</onderstreept> worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van terreinen
                                        behorende bij de betreffende inrichting;</al></li><li nr="h."><al><vet>onversterkte muziek:</vet> muziek die niet elektronisch
                                        is versterkt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:2</nr><titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De geluidsnormen als bedoeld in de <onderstreept>artikelen
                                        2:</onderstreept><onderstreept>17</onderstreept> ,
                                        <onderstreept>2:</onderstreept><onderstreept>19</onderstreept>
                                    en <onderstreept>2:</onderstreept><onderstreept>20 van het
                                        Besluit</onderstreept> en artikel 4:5 van deze verordening
                                    gelden niet voor door het college per kalenderjaar aan te wijzen
                                    collectieve festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen
                                    dagen of dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van
                                    sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in
                                        <onderstreept>artikel 4.113, eerste lid, van het
                                        Besluit</onderstreept> gelden niet voor door het college per
                                    kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende
                                    de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan
                                    het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in de
                                    dorpskernen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het
                                    begin van een nieuw kalenderjaar bekend.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
                                    redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond
                                    als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid
                                    aanwijzen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
                                    inrichting, bedraagt niet meer dan 70 dB(A), gemeten op de gevel
                                    van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
                                    inrichting, bedraagt niet meer dan 55 dB(A), gemeten in in- en
                                    aanpandige gevoelige gebouwen.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De geluidswaarde als bedoeld in het zesde en zevende lid is
                                    inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag
                                    vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie
                                    buiten beschouwing gelaten.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore
                                    brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld
                                    in de <onderstreept>artikelen 2.17</onderstreept>,
                                        <onderstreept>2.19</onderstreept> en <onderstreept>2.20 van
                                        het Besluit</onderstreept> en artikel 4:5 van deze
                                    verordening- uiterlijk om 24.00 uur te worden beëindigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:3</nr><titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal 12 incidentele
                                    festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de
                                    geluidsnormen als bedoeld in de <onderstreept>artikelen
                                        2.17</onderstreept>, <onderstreept>2.19</onderstreept> en
                                        <onderstreept>2.20 van het Besluit</onderstreept> en artikel
                                    4:5 van deze verordening niet van toepassing zijn, mits de
                                    houder van de inrichting ten minste twee weken voor de aanvang
                                    van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft
                                    gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 12
                                    incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer
                                    aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel
                                    3.148, eerste lid, van het Besluit niet van toepassing is, mits
                                    de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de
                                    aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft
                                    gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van een
                                    kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is
                                    ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                    incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                    was, terstond toestaat.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
                                    inrichting bedraagt niet meer dan 70 dB(A), gemeten op de gevel
                                    van geluidgevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
                                    inrichting, bedraagt niet meer dan 55 dB(A), gemeten in in- en
                                    aanpandige gevoelige gebouwen.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>De geluidswaarde als bedoeld in het zesde en zevende lid is
                                    inclusief onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag
                                    vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie
                                    buiten beschouwen gelaten.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore
                                    brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld
                                    in de artikelen <onderstreept>2.17</onderstreept>,
                                        <onderstreept>2.19</onderstreept> en <onderstreept>2.20 van
                                        het Besluit</onderstreept> en artikel 4:5 van deze
                                    verordening - uiterlijk om 24.00 uur beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>De geluidsnorm als bedoeld in het zesde lid geldt voor het
                                    bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de
                                    buitenruimte.</al></lid><lid><lidnr>11.</lidnr><al>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en
                                    deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van
                                    personen of goederen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:4</nr><titel>Verboden incidentele festiviteiten</titel></kop><al>Vervallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:5</nr><titel>Onversterkte muziek</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek, als
                                        bedoeld in <onderstreept>artikel 2.18, eerste lid onder f en
                                            vijfde lid van het Besluit</onderstreept> binnen
                                        inrichtingen is de onder e opgenomen tabel van toepassing,
                                        met dien verstande dat: </al></li><li nr="a."><al>de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of aanpandige
                                        gevoelige gebouwen niet gelden indien de gebruiker van deze
                                        gevoelige gebouwen geen toestemming geeft voor het in
                                        redelijkheid uitvoeren of doen uitvoeren van
                                        geluidsmetingen;</al></li><li nr="b."><al>de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden bij
                                        gevoelige terreinen op de grens van het terrein;</al></li><li nr="c."><al>de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor
                                        zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige
                                        ruimten en verblijfsruimten;</al></li><li nr="d."><al>bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in de
                                        tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt toegepast.</al></li><li nr="e."><al>Tabel e:</al></li></lijst><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="50*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="16*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="18*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="16*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>7.00-19.00 uur</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>19.00-23.00 uur</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>23.00-7.00 uur</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAr.LT op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>50 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>45 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>40 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAr.LT in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>35 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>30 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>25 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>70 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>65 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>60 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAmax in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>55 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>50 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>45 dB(A)</al></entry></row></tbody></tgroup></table><lijst><li nr="2."><al>Voor de duur van 6 uur in de week is onversterkte muziek,
                                        vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten,
                                        harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting
                                        gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd van de
                                        genoemde geluidsniveaus in het eerste lid.</al></li><li nr="3."><al>Indien versterkte elementen worden gecombineerd met
                                        onversterkte elementen, wordt het hele samenspel beschouwd
                                        als versterkte muziek en is het
                                            <onderstreept>Besluit</onderstreept> van
                                        toepassing.</al></li><li nr="4."><al>Het eerste lid geldt niet indien artikel 4:2 of artikel 4:3
                                        van deze verordening van toepassing is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6</nr><titel>Overige geluidhinder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de
                                        <onderstreept>Wet milieubeheer</onderstreept> of het
                                    Besluit, op een zodanige wijze toestellen of geluidsapparaten in
                                    werking te hebben of handelingen te verrichten dat voor een
                                    omwonende of voor de omgeving geluidhinder wordt
                                    veroorzaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door de <onderstreept>Wet geluidhinder</onderstreept>,
                                    de <onderstreept>Zondagswet</onderstreept>, de <onderstreept>Wet
                                        openbare manifestaties</onderstreept>, het
                                        <onderstreept>Vuurwerkbesluit</onderstreept> of de
                                    Provinciale milieuverordening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beschikken)
                                    niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6a</nr><titel>(Geluid)hinder in de openlucht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer in de openlucht een geluidsapparaat, een
                                    (recreatie)toestel of een (bouw)machine in werking te hebben op
                                    een zodanige wijze dat voor een omwonende of overigens voor de
                                    omgeving (geluid)hinder wordt veroorzaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid bepaalde ontheffing
                                    verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan terreinen of wateren aanwijzen, waar het verbod,
                                    vervat in het eerste lid, niet van toepassing is op het in
                                    werking hebben van bepaalde in de aanwijzing aangegeven
                                    categorieën van geluidsapparaten, (recreatie)toestellen of
                                    (bouw) machines, voor zover wordt voldaan aan de door het
                                    college vast te stellen voorschriften ter voorkoming of
                                    beperking van (geluid)hinder (zie aanwijzingsbesluit van het
                                    college d.d. 21 oktober 2008. Hiermee is het aanwijzingsbesluit
                                    (vogelverjagers) van 1997 vervangen).</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De in het derde lid bedoelde voorschriften kunnen onder meer
                                    betreffen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het maximale geluidsniveau;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de situering van geluidsbronnen;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de frequentie en tijden van gebruik.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6b</nr><titel>(Geluid)hinder door dieren</titel></kop><al>Degene die buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer de
                            zorg heeft voor een dier, moet voorkomen dat dit voor een omwonende of
                            overigens voor de omgeving (geluid)hinder veroorzaakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6c</nr><titel>(Geluid)hinder door bromfietsen e.d.</titel></kop><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                            milieubeheer zich met een motorvoertuig of een bromfiets zodanig te
                            gedragen, dat daardoor voor een omwonende of overigens voor de omgeving
                            (geluid)hinder ontstaat.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6d</nr><titel>(Geluid)hinder door vrachtauto’s</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer een vrachtauto als bedoeld in artikel 1, onder a,
                                    van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990) op
                                    zodanige wijze te laden of te lossen dat daarvoor voor een
                                    omwonende of overigens voor de omgeving (geluid)hinder wordt
                                    veroorzaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid bepaalde ontheffing
                                    verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6e</nr><titel>Routering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer met een vrachtauto als bedoeld in artikel 4:6d,
                                    waarvan het ledig gewicht vermeerderd met het laadvermogen meer
                                    bedraagt dan 3.500 kg of die met inbegrip van de lading een
                                    lading heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van 2 meter,
                                    tussen 23.00 uur en 7.00 uur op een andere dan door het college
                                    bij openbaar bekend te maken besluit aangewezen weg te
                                    rijden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het in het eerste lid bepaalde ontheffing
                                    verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6f</nr><titel>Mosquito</titel></kop><lid><lidnr/><lijst><li nr="1."><al>In dit artikel wordt onder een mosquito verstaan: een
                                            apparaat dat een slechts voor jongeren hoorbare,
                                            hinderlijke hoge pieptoon produceert, met als doel
                                            groepen jongeren weg te houden van plaatsen waar zij
                                            overlast veroorzaken.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 4:6 kan de
                                            burgemeester in het belang van de openbare orde
                                            besluiten op een openbare plaats een mosquito aan te
                                            brengen bij gebleken ernstige overlast door jongeren op
                                            die plaats.</al></li><li nr="3."><al>De aanwezigheid van een mosquito wordt duidelijk kenbaar
                                            gemaakt op de plaats waar deze is aangebracht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een mosquito is alleen in werking op die tijdstippen dat
                                    overlast redelijkerwijs valt te verwachten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een mosquito wordt aangebracht voor een periode van ten hoogste
                                    3 maanden. De burgemeester kan die periode telkens met een
                                    periode van ten hoogste 3 maanden verlengen.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7</nr><titel>Straatvegen</titel></kop><al>Het is verboden op een door het college ten behoeve van de
                                werkzaamheden van de gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen
                                weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te
                                laten staan gedurende een daarbij aangeduide tijdsperiode.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:8</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn
                                natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:9</nr><titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen
                                    en putten buiten gebouwen</titel></kop><al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2A</nr><titel>Zwerfafval</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:9a</nr><titel>Voorkomen van diffuse milieuverontreiniging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden buiten een daarvoor door het college bestemde
                                plaats en buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer
                                een afvalstof, stof of voorwerp op of in de bodem te brengen, te
                                storten, te houden, achter te laten of anderszins te plaatsen op een
                                wijze die aanleiding kan geven tot hinder of nadelige beïnvloeding
                                van het milieu. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod uit het eerste lid van dit artikel
                                ontheffing verlenen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>het overeenkomstig deze verordening ter inzameling aanbieden van
                                huishoudelijke afvalstoffen of bedrijfsafvalstoffen;</al></li><li nr="b."><al>het huis compenseren van groente-, fruit- en tuinafval;</al></li><li nr="c."><al>voorzover de (afval)stoffen tijdelijk op de weg geraken of worden
                                gebracht als onvermijdelijk gevolg van het laden, lossen of
                                vervoeren van afvalstoffen dan wel het verrichten van andere
                                werkzaamheden op of aan de weg. </al></li><li nr="d."><al>op het verbranden van kerstbomen, voor zover dit plaatsvindt
                                tijdens en in het kader van een evenement, waarvoor door de
                                burgemeester van de betrokken gemeente vergunning is verleend. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:9b</nr><titel>Achterlaten van straatafval</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden straatafval in de openbare ruimte achter te laten
                                zonder gebruik te maken van de van gemeentewege of anderszins
                                geplaatst of voorgeschreven bakken, manden of soortgelijke
                                voorwerpen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden om andere afvalstoffen dan straatafval achter te
                                laten in daartoe van gemeentewege of anderszins geplaatste of
                                voorgeschreven bakken, manden of soortgelijke voorwerpen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:9c</nr><titel>Voorkomen van zwerfafval bij ter inzameling gereed staande
                                    afvalstoffen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden afvalstoffen of inzamelmiddelen die ter inzameling
                                gereed staan te doorzoeken en te verspreiden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden tegen afvalstoffen of inzamelmiddelen, die ter
                                inzameling gereed staan, te stoten, te schoppen of deze omver te
                                werpen of deze anderszins te behandelen waardoor er zwerfafval
                                ontstaat. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:9d</nr><titel>Afvalbakken in inrichtingen voor het verbruik van eet- en
                                    drinkwaren</titel></kop><al>De houder of beheerder van een inrichting waar eet- en drinkwaren
                            worden verkocht die ter plaatse kunnen worden genuttigd, is verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al>een afvalbak, -mand of soortgelijk voorwerp in of nabij de inrichting
                            op een duidelijk zichtbare plaats aanwezig te hebben, waarin het publiek
                            afval kan achterlaten;</al></li><li nr="b."><al>zorg te dragen dat deze afvalbak, -mand of soortgelijk voorwerp van
                            een zodanige constructie is dat het afval daarin deugdelijk geborgen
                            blijft en dat die afvalbak, -mand of voorwerp steeds tijdig wordt
                            geledigd;</al></li><li nr="c."><al>zorg te dragen dat dagelijks, uiterlijk een uur na sluiting van de
                            inrichting, doch in ieder geval terstond op eerste aanzegging van een
                            ambtenaar, belast met de toezicht op de naleving van dit artikel, in de
                            nabijheid van de inrichting achtergebleven afval, voor zover kennelijk
                            uit of van die inrichting afkomstig, wordt opgeruimd. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:9e</nr><titel>Wegwerpen van reclamebiljetten of ander promotiemateriaal</titel></kop><al>Degene die in de openbare ruimte reclamebiljetten of dergelijke of
                            ander promotiemateriaal onder het publiek verspreidt, is verplicht deze
                            of de verpakking daarvan terstond op te ruimen of te laten opruimen,
                            indien deze in de omgeving van de plaats van uitreiking op de weg of een
                            andere voor het publiek toegankelijke plaats door het publiek worden
                            weggeworpen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:9f</nr><titel>Zwerfafval bij vervoeren, laden en lossen of overige
                                    werkzaamheden</titel></kop><al>1.Het is verboden afvalstoffen, stoffen of voorwerpen zodanig te
                                laden, te lossen of te vervoeren of andere werkzaamheden te
                                verrichten dat de weg wordt verontreinigd of het milieu nadelig kan
                                worden beïnvloed. </al><al>2.Indien bij het laden of lossen of vervoeren van afvalstoffen,
                                stoffen of voorwerpen deze weg wordt verontreinigd of het milieu
                                nadelig wordt beïnvloed, is degene die genoemde werkzaamheden
                                verricht alsmede diens opdrachtgever verplicht deze weg te reinigen
                                of te laten reinigen: </al><lijst><li nr="a."><al>Direct na het ontstaan van de verontreiniging, indien de
                                verontreiniging gevaar voor de veiligheid van het verkeer of
                                beschadiging van het wegdek oplevert;</al></li><li nr="b."><al>Direct na beëindiging van de werkzaamheden, indien de
                                verontreiniging geen gevaar voor de veiligheid van het verkeer of
                                beschadiging van het wegdek oplevert;</al></li><li nr="c."><al>Indien de werkzaamheden langer dan een dag duren, elke dag direct
                                na beëindiging van de werkzaamheden, maar uiterlijk om 20.00 uur.
                            </al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Het bewaren van houtopstanden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al><vet>houtopstand</vet>: hakhout, een houtwal of een of meer
                                    bomen;</al></li><li nr="b."><al><vet>hakhout</vet>: een of meer bomen die na te zijn geveld,
                                    opnieuw op de stronk uitlopen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met
                                    inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen
                                    die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van
                                    houtopstand ten gevolge kunnen hebben.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11</nr><titel>Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag de
                                    houtopstanden te vellen of te doen vellen die staan vermeld op
                                    de lijst vermeld op bijlage 1(<vet>Bomenlijst</vet><vet>,
                                        </vet><vet>vastgesteld door college op 15 november
                                        2004</vet><vet>).</vet></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd
                                    op grond van: </al><lijst><li nr="a."><al>de natuurwaarde van de houtopstand;</al></li><li nr="b."><al>de landschappelijke waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="c."><al>de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;</al></li><li nr="d."><al>de beeldbepalende waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="e."><al>de cultuurhistorische waarde van de houtopstand;</al></li><li nr="f."><al>de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing als de burgemeester
                                    toestemming verleent voor het vellen van een houtopstand in
                                    verband met een spoedeisend belang voor de openbare orde of een
                                    direct gevaar voor personen of goederen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan een herplantplicht opleggen onder nader te
                                    stellen voorschriften.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen)
                                    van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12</nr><titel>Vergunning van rechtswege</titel></kop><al>Vervallen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:13</nr><titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                    enz.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente,
                                            ter voorkoming of opheffing van overlast dan wel
                                            voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, kan
                                            het college plaatsen aanwijzen die buiten een inrichting
                                            in de zin van de <onderstreept>Wet
                                                milieubeheer</onderstreept>, in de openlucht of
                                            buiten de weg zijn gelegen, waar het verboden is de
                                            volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen
                                            of aanwezig te hebben: </al><lijst><li nr="a."><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming
                                            onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen
                                            daarvan;</al></li><li nr="b."><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;</al></li><li nr="c."><al>kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen
                                    daarvan, indien het plaatsen of aanwezig hebben daarvan
                                    geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een
                                    commercieel doel; of</al></li><li nr="d."><al>mestopslag, gierkelder of andere verzamelplaatsen van vuil, een
                                    verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde
                                    landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin voorzien
                                    krachtens de <onderstreept>Wet ruimtelijke
                                        ordening</onderstreept> of Provinciale Verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:14</nr><titel>Stankoverlast door gebruik van meststoffen</titel></kop><al>Vervallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:15</nr><titel>Omgevingsvergunning voor handelsreclame</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag
                                            op of aan een onroerende zaak handelsreclame te maken of
                                            te voeren met behulp van een opschrift, aankondiging of
                                            afbeelding in welke vorm dan ook, die vanaf een openbare
                                            plaats zichtbaar is. Het verbod is mede van toepassing
                                            op woonwagens en woonschepen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin
                                            wordt voorzien door het Activiteitenbesluit
                                            milieubeheer.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing ten aanzien van
                                            reclame uitingen zoals benoemd in het <vet>Reclamebeleid
                                                West Maas en Waal, uitvoeringsregels 27 oktober
                                                2009.</vet></al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor opschriften
                                            of aankondigingen van kennelijke tijdelijke aard, voor
                                            zolang zij feitelijke betekenis hebben mits: </al><lijst><li nr="a."><al>van het aanbrengen ervan schriftelijk kennisgeving is gedaan aan
                                    het bevoegd gezag;</al></li><li nr="b."><al>het bevoegd gezag niet binnen twee weken na ontvangst van die
                                    kennisgeving van enig bezwaar heeft doen blijken;</al></li><li nr="c."><al>deze opschriften en aankondiging niet langer dan negen weken op
                                    een onroerende zaak aanwezig zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is verboden door een opschrift, aankondiging of afbeelding
                                    als bedoeld in vierde lid de veiligheid van het verkeer in
                                    gevaar te brengen of ernstige hinder voor de omgeving te
                                    veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen)
                                    van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:16</nr><titel>Aanschrijving</titel></kop><al>Vervallen</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Kamperen buiten kampeerterreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: Een onderkomen
                                of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de
                                zin van artikel 2.1, eerste lid onder a van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is
                                dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief
                                nachtverblijf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:18</nr><titel>Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                    kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een
                                    kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan is bestemd
                                    of mede bestemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor
                                    eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld
                                    in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de ontheffing
                                    worden geweigerd in het belang van: </al><lijst><li nr="a."><al>de bescherming van natuur en landschap;</al></li><li nr="b."><al>de bescherming van een stadsgezicht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:19</nr><titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod van artikel 4:18, eerste lid is gedurende maximaal
                                    twee opeenvolgende nachten niet van toepassing op door het
                                    college aangewezen plaatsen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan daarbij nadere regels stellen in het belang van
                                    de gronden, genoemd in artikel 4:18, vierde lid, onder a en
                                    b.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Parkeerexcessen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:l</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><vet>voertuigen</vet>: voertuigen als bedoeld in artikel 1,
                                    onder al, van het <onderstreept>Reglement verkeersregels en
                                        verkeerstekens (RVV 1990)</onderstreept> met uitzondering
                                    van kleine wagens zoals: kruiwagens, kinderwagens en
                                    rolstoelen;</al></li><li nr="b."><al><vet>parkeren</vet>: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder
                                    ac, van het <onderstreept>Reglement
                                        ver</onderstreept><onderstreept>keersregels en
                                        verkeerstekens (</onderstreept><onderstreept>RVV
                                        1990).</onderstreept></al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:2</nr><titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan: </al><lijst><li nr="a."><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van
                                            lessen;</al></li><li nr="b."><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van
                                            personen tegen betaling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet
                                    gerekend: </al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden
                                            worden verricht die in totaal niet meer dan een uur
                                            vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en
                                            gebruikt wordt voor deze werkzaamheden;</al></li><li nr="b."><al>voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde
                                            lid bedoelde persoon.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                    gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                    slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden: </al><lijst><li nr="a."><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn
                                            toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel
                                            met een straal van 25 meter met als middelpunt een van
                                            deze voertuigen;</al></li><li nr="b."><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:3</nr><titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen weg een
                                    voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te
                                    bieden of te verhandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve beschikking bij niet tijdig beslissen)
                                    niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:4</nr><titel>Defecte voertuigen</titel></kop><al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                parkeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:5</nr><titel>Voertuigwrakken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende
                                    staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde
                                    toestand verkeert op de weg te parkeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door de <onderstreept>Wet
                                        milieubeheer</onderstreept>.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:6</nr><titel>Kampeermiddelen e.a.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins
                                    voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt: </al><lijst><li nr="a."><al>langer dan op drie achtereenvolgende dagen te plaatsen
                                            of te hebben op een door het college aangewezen weg,
                                            waar dit naar zijn oordeel buitensporig is met het oog
                                            op de verdeling van beschikbare parkeerruimte of
                                            schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van de
                                            gemeente;</al></li><li nr="b."><al>op een door het college aangewezen plaats te parkeren,
                                            waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het
                                            uiterlijk aanzien van de gemeente.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid,
                                    aanhef en onder a, gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door het
                                    Provinciaal wegenreglement of de Provinciale
                                    landschapsverordening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:7</nr><titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding
                                    van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel
                                    om daarmee handelsreclame te maken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:8</nr><titel>Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan
                                    2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats,
                                    waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk
                                    aanzien van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door
                                    het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel
                                    buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare
                                    parkeerruimte.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op werkdagen
                                    van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00
                                    uur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing op campers,
                                    kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover deze
                                    voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op de
                                    weg worden geplaatst of gehouden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde
                                    verboden ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:9</nr><titel>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
                                    lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4
                                    meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander
                                    dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor
                                    het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op
                                    hinderlijke wijze wordt belemmerd of hun anderszins hinder of
                                    overlast wordt aangedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                    gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de
                                    aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:10</nr><titel>Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                    stoffen</titel></kop><al>Vervallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:11</nr><titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een voertuig te rijden door een park of
                                    plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of
                                    groenstrook, of het daarin te doen of te laten staan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing: </al><lijst><li nr="a."><al>op de weg;</al></li><li nr="b."><al>op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden
                                            door of vanwege de overheid; en</al></li><li nr="c."><al>op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is ingenomen
                                            op terreinen die voor dit doel zijn bestemd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:12</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel></kop><al>Het college kan op de weg gelegen plaatsen aanwijzen waar het in het
                                belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of
                                opheffing van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare
                                gezondheid, verboden is fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de
                                daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Collecteren</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:13</nr><titel>Inzameling van geld of goederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare
                                    inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een
                                    intekenlijst aan te bieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan:
                                    het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend
                                    geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van
                                    diensten, aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te
                                    kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst
                                    geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is
                                    bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring
                                    gehouden wordt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Venten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:14</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de
                                            uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden,
                                            verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten op
                                            een openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan
                                            huis;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder venten wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het aan huis afleveren van goederen door of vanwege degene die
                                    dit doet ter exploitatie van zijn winkel als bedoeld in
                                        <onderstreept>artikel 1 van de
                                        Winkeltijdenwet</onderstreept>;</al></li><li nr="b."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan
                                    wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als
                                    bedoeld in <onderstreept>artikel 160, eerste lid, onder h, van
                                        de Gemeentewet</onderstreept> of op snuffelmarkten als
                                    bedoeld in artikel 5:22;</al></li><li nr="c."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan
                                    wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in
                                    artikel 5:17.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:15</nr><titel>Ventverbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college in de
                                    uitoefening van de handel op of aan de weg of aan een openbaar
                                    water, aan een huis dan wel op een andere- al dan niet met enige
                                    beperking- voor het publiek toegankelijke en in de open lucht
                                    gelegen plaats goederen te koop aan te bieden, te verkopen, te
                                    verhuren of af te geven, dan wel diensten aan te bieden
                                        <cursief>(</cursief><cursief>zie Beleidsregels standplaats-
                                        en ventvergunningen Gemeente West Maas en Waal, door het
                                        college vastgesteld op 9 december 2008)</cursief>.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing: </al><lijst><li nr="a."><al>voor het aan de huizen van vaste afnemers afleveren van
                                            goederen door- of door huisgenoten of personeel van- hem
                                            die dit mede doet ter exploitatie van zijn winkel,
                                            bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet;</al></li><li nr="b."><al>voor het te koop aanbieden of verkopen van goederen op
                                            de plaats die is aangewezen voor het houden van een
                                            markt, zulks gedurende de tijden waarop die markt
                                            gehouden wordt;</al></li><li nr="c."><al>voor het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                            goederen op een standplaats bedoeld in artikel
                                            5:17;</al></li><li nr="d."><al>voor gronden en water, die eigendom en/of beheer aan
                                            Uit®waarde zijn overgedragen en gelegen zijn binnen de
                                            grenzen van het bestemmingsplan “Gouden Ham/De
                                            Schans”.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning
                                    worden geweigerd indien als gevolg van bijzondere omstandigheden
                                    in de gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te
                                    verwachten is dat door het verlenen van de vergunning een
                                    redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse in
                                    gevaar komt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:16</nr><titel>Vrijheid van meningsuiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod als bedoeld in artikel 5:15, eerste lid geldt niet
                                    voor venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten
                                    en gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in
                                        <onderstreept>artikel 7, eerste lid, van de
                                        Grondwet</onderstreept>.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de vrijheid van meningsuiting als bedoeld in het
                                    eerste lid beperken door een verbod in te stellen: </al><lijst><li nr="a."><al>op door het college aangewezen openbare plaatsen,
                                            of</al></li><li nr="b."><al>voor bepaalde dagen en uren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld
                                    in het tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Standplaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een
                                    vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats
                                    te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel
                                    diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam,
                                    een wagen of een tafel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder standplaats wordt niet verstaan: </al><lijst><li nr="a."><al>een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld
                                            in <onderstreept>artikel 160, eerste lid, aanhef en
                                                onder h, van de Gemeentewet</onderstreept>;</al></li><li nr="b."><al>een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel
                                            2:24.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:18</nr><titel>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                    standplaats in te nemen of te
                                        hebben<cursief>(</cursief><cursief>zie Beleidsregels
                                        standplaats- en ventvergunningen Gemeente West Maas en Waal,
                                        door het college vastgesteld op 9 december
                                    2008)</cursief>.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend
                                    bestemmingsplan</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning
                                    worden geweigerd: </al><lijst><li nr="a."><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in
                                            verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen
                                            van welstand;</al></li><li nr="b."><al>indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de
                                            gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs
                                            te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning
                                            voor een standplaats voor het verkopen van goederen een
                                            redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse
                                            in gevaar komt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:19</nr><titel>Toestemming rechthebbende</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is
                                ingenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:20</nr><titel>Afbakeningsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod van artikel 5:18, eerste lid geldt niet voor zover in
                                    het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                        <onderstreept>Wet milieubeheer</onderstreept>, de
                                        <onderstreept>Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken</onderstreept> of het Provinciaal
                                    wegenreglement.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, geldt
                                    niet voor bouwwerken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:21</nr><titel>Aanhoudingsplicht</titel></kop><al>Vervallen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Snuffelmarkten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:22</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt in
                                    een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk
                                    tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten
                                    worden aangeboden vanaf een standplaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan: </al><lijst><li nr="a."><al>een markt of jaarmarkt als bedoeld in <onderstreept>artikel 160,
                                        eerste lid, aanhef en onder h, van de
                                        Gemeentewet;</onderstreept></al></li><li nr="b."><al>een evenement als bedoeld in artikel 2:24.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:23</nr><titel>Organiseren van een snuffelmarkt</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    snuffelmarkt te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel
                                    nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de
                                    zin van de <onderstreept>Winkeltijdenwet</onderstreept> .</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met een
                                    geldend bestemmingsplan.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Openbaar water</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:24</nr><titel>Voorwerpen op, in of boven openbaar water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water
                                    verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven
                                    openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien
                                    dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van
                                    bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het
                                    openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan
                                    dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en
                                    onderhoud van het openbaar water.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander
                                    voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar
                                    water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een
                                    melding aan het college.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens
                                    van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het
                                    voorwerp.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Van de melding wordt kennis gegeven op de door onze gemeente
                                    gebruikelijke wijze. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door het <onderstreept>Wetboek van
                                        Strafrecht</onderstreept>, de
                                        <onderstreept>Scheepvaartverkeerswet</onderstreept>, het
                                        <onderstreept>Binnenvaartpolitiereglement</onderstreept>, de
                                    Waterwet, de Provinciale vaarwegenverordening of het bepaalde
                                    bij of krachtens de Telecommunicatiewet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:25</nr><titel>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te
                                    hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te
                                    stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen
                                    van een ligplaats dan wel voor een vaartuig op niet krachtens
                                    het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar water:</al><lijst><li nr="a."><al>nadere regels stellen in het belang van de openbare
                                            orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het
                                            aanzien van de gemeente;</al></li><li nr="b."><al>beperkingen stellen naar soort en aantal
                                            vaartuigen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het daarin
                                    geregelde onderwerp wordt voorzien door de <onderstreept>Wet
                                        milieubeheer,</onderstreept> het
                                        <onderstreept>Binnenvaartpolitiereglement</onderstreept>, de
                                    Waterwet, de Provinciale vaarwegenverordening of de Provinciale
                                    landschapsverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:26</nr><titel>Aanwijzingen ligplaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig
                                    aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of
                                    gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde,
                                    volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van
                                    de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of
                                    vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het
                                    innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te
                                    volgen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover
                                    in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien door het
                                        <onderstreept>Binnenvaartpolitiereglement,</onderstreept>de
                                    Waterwet, de Provinciale vaarwegenverordening of de Provinciale
                                    landschapsverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27</nr><titel>Verbod innemen ligplaats</titel></kop><al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar
                                te stellen in strijd met het krachtens artikel 5:26, tweede lid
                                bepaalde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:28</nr><titel>Beschadigen van waterstaatswerken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan
                                    te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer zijnde
                                    openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden,
                                    beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers,
                                    pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen, stootpalen,
                                    bakens of sluizen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregeld
                                    onderwerp wordt voorzien door het <onderstreept>Wetboek van
                                        Strafrecht,</onderstreept> het
                                        <onderstreept>Binnenvaartpolitiereglement</onderstreept>, de
                                    waterwet of de Provinciale vaarwegenverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:29</nr><titel>Reddingsmiddelen</titel></kop><al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een
                                ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:30</nr><titel>Veiligheid op het water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het
                                    openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat
                                    het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan
                                    ondervinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                    onderwerp wordt voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement,
                                    de Waterwet of de Provinciale vaarwegenverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31</nr><titel>Overlast aan vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een
                                    vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of
                                    daarin te begeven of te bevinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                    vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te
                                    maken.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6A</nr><titel>Gebruik van het openbaar water in de Gouden Ham</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:32a</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>De Gouden Ham: het gebied gelegen binnen de door de bolletjeslijn op
                            de bestemmingsplankaart aangegeven grenzen van het bestemmingsplan “De
                            Gouden Ham/ De Schans” plankaart 10248d;</al></li><li nr="b."><al>openbaar water: het- al dan niet met enige beperkingen- voor het
                            publiek toegankelijke water binnen “De Gouden Ham”;</al></li><li nr="c."><al>motorvaartuig: elk vaartuig, dat uitsluitend of mede door een
                            mechanische kracht op of aan dat vaartuig aanwezig wordt voortbewogen of
                            bestemd is om op een zodanige wijze te worden voortbewogen;</al></li><li nr="d."><al>waterskiën: het zich op ski’s of op een plank of soortgelijke wijze
                            door of onder het water langs mechanische weg doen of laten
                            voortbewegen;</al></li><li nr="e."><al>valschermzweven: het zich door middel van mechanische kracht doen of
                            laten voortbewegen door of over het water teneinde uit het water op te
                            stijgen en met een valscherm te dalen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:32b</nr><titel>Motorvaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op of in openbaar water:</al><lijst><li nr="a."><al>met een motorvaartuig te varen met een snelheid hoger
                                            dan 9 km per uur;</al></li><li nr="b."><al>met enig vaartuig zodanig te varen, dat er hinder of
                                            gevaar voor andere gebruikers van het openbaar water kan
                                            worden veroorzaakt;</al></li><li nr="c."><al>de motor(en) van motorvaartuigen te laten draaien met
                                            ingeschakelde schroef (schroeven), terwijl het vaartuig
                                            ligt afgemeerd, althans stil ligt aan een steiger of in
                                            een haven, zodanig dat de afstand van de schroef tot de
                                            steiger of oeverlijn aanleiding kan geven tot
                                            beschadiging van oevers, steigers en andere
                                            waterbouwkundige werken, alsmede van de
                                            oeverbeplanting;</al></li><li nr="d."><al>met de motor(en) van motorvaartuigen onnodig lawaai te
                                            veroorzaken en de motor(en) van motorvaartuigen tijdens
                                            het stilleggen onnodig in werking te hebben;</al></li><li nr="e."><al>te waterskiën;</al></li><li nr="f."><al> te valschermzweven.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De eigenaar van een vaartuig is verplicht er zorg voor te dragen
                                    dat daarmee niet in strijd met deze verordening wordt
                                    gevaren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Van het in het eerste lid onder a, e en f gestelde kan door het
                                    college een ontheffing worden verleend.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.33</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><al>-motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1, onder z,
                            van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990;</al><al>-bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel1, eerste lid
                            onder e, van de wegenverkeerswet 1994.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:34</nr><titel>Crossterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                    motorvoertuig of een bromfiets een wedstrijd dan wel, ter
                                    voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te
                                    houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel
                                    een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel
                                    daartoe aanwezig te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het verbod niet van
                                    toepassing is. Het kan daarbij regels stellen voor het gebruik
                                    van deze terreinen: </al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                            overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk
                                            aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere
                                            milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de
                                            in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van
                                            het publiek.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer of het Besluit
                                    geluidproductie sportmotoren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:35</nr><titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
                                    natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik
                                    beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een
                                    motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het eerste
                                    lid gestelde verbod niet van toepassing is. Het kan daarbij
                                    regels stellen ten aanzien van het gebruik van deze terreinen: </al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen van overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van natuur- of
                                            milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van het publiek.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerst lid geldt niet voor bestuurders van
                                    motorvoertuigen en bromfietsen en voor fietsers of berijders van
                                    paarden: </al><lijst><li nr="a."><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                            hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste
                                            lid Reglement Verkeersregels en verkeerstekens, door de
                                            bevoegde minister aangewezen
                                            hulpverleningsdiensten;</al></li><li nr="b."><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
                                            exploitatie van de terreinen als in het eerste lid
                                            bedoeld;</al></li><li nr="c."><al>die worden gebruikt in verband met werken die krachtens
                                            wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;</al></li><li nr="d."><al>van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van
                                            percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het
                                            eerste lid bedoeld;</al></li><li nr="e."><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de
                                            verzorging van de onder d bedoelde personen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts niet: </al><lijst><li nr="a."><al>op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid
                                            bedoelde gebieden of terreinen;;</al></li><li nr="b."><al>binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening
                                            'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden ten aanzien
                                            van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening
                                            zijn aangewezen als 'toestel'.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Verbod vuur te stoken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:36</nr><titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                    anderszins vuur te stoken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
                                    buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of
                                    anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de
                                    omgeving, is het verbod niet van toepassing op: </al><lijst><li nr="a."><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en
                                            dergelijke;</al></li><li nr="b."><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien
                                            geen afvalstoffen worden verbrand;</al></li><li nr="c."><al>vuur voor koken, bakken en braden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
                                    worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp
                                    wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het
                                    Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>Verstrooiing van as</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:37</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele as verstrooiing:
                                het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op
                                een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een
                                permanent daartoe bestemd terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:38</nr><titel>Verboden plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Incidentele as verstrooiing is verboden op: </al><lijst><li nr="a."><al>verharde delen van de weg;</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke begraafplaatsen en
                                            crematoriumterreinen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan voor een bepaalde termijn verbieden dat op
                                    andere plaatsen dan die genoemd in het eerste lid as
                                    verstrooiing plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg draagt
                                    voor de urn op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing
                                    verlenen van het verbod uit het eerste lid, behoudens de
                                    gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:39</nr><titel>Hinder of overlast</titel></kop><al>Incidentele as verstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                overlast wordt veroorzaakt voor derden.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:l</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><lid><lidnr/><lijst><li nr="1."><al>Overtreding van het bij of krachtens deze verordening
                                        bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven
                                        voorschriften en beperkingen wordt gestraft met hechtenis
                                        van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede
                                        categorie.</al></li><li nr="2."><al>Overtreding van het bij of krachtens de volgende artikelen
                                        bepaalde en de op grond van artikel 1:4 daarbij gegeven
                                        voorschriften en beperkingen wordt gestraft met een
                                        geldboete van de eerste categorie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van het eerste en tweede lid is artikel 1a van de Wet
                                op de economische delicten van toepassing op overtreding van het
                                bepaalde bij of krachtens de artikelen 2:10, vijfde lid, 2:11,
                                tweede lid, 2:12, eerste lid en 4:11, eerste lid. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:2</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze
                                verordening bepaalde zijn belast:</al><lijst><li nr="a."><al>de opsporingsambtenaren genoemd in de artikelen 141 en 142
                                        van het Wetboek van Strafvordering;</al></li><li nr="b."><al>functionarissen van de sector brandweer van de
                                        Veiligheidsregio Gelderland-Zuid;</al></li><li nr="c."><al>functionarissen werkzaam bij de gemeente Tiel indien zij
                                        werkzaam zijn bij één van de volgende teams: Publiekszaken,
                                        Vergunningen, Leefbaarheid wijken en dorpen;</al></li><li nr="d."><al>functionarissen die door het bevoegd gezag zijn aangewezen
                                        als toezichthouder of bijzonder opsporingsambtenaar ten
                                        aanzien van de Afvalstoffenverordening Regio Rivierenland
                                        2014.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen
                                met dit toezicht belasten. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het eerste en tweede lid zijn de ambtenaren van de
                                politie, bedoeld in artikel 141, onder b, van het Wetboek van
                                Strafvordering, eveneens belast met het toezicht op de naleving van
                                de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:3</nr><titel>Binnentreden woningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing
                                van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening,
                                behoudens hoofdstuk 3, gegeven voorschriften welke strekken tot
                                handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het
                                leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het
                                binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in artikel 6:2, derde lid, bedoelde ambtenaren, voor zover zij
                                zijn belast met de opsporing van strafbare feiten zijn bevoegd
                                zonder toestemming van de bewoner in een woning binnen te treden
                                waar een overtreding van een dergelijk strafbaar feit wordt gepleegd
                                of naar hun redelijk vermoeden wordt gepleegd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in artikel 6:2, derde lid, bedoelde ambtenaren zijn in het kader
                                van hun toezichtstaak bevoegd zonder toestemming van de bewoner in
                                een woning binnen te treden, als daar bedrijfsmatig prostitutie
                                plaatsvindt. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:4</nr><titel>Inwerkingtreding nieuwe en intrekking oude verordening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Algemene Plaatselijke Verordening West Maas en Waal 2012 wordt
                                ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na die waarop
                                zij is bekend gemaakt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4,
                            eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze
                            verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent,
                            gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene Plaatselijke Verordening
                            West Maas en Waal 2016.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>