<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR404168_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening cliëntenparticipatie Werkzaak Rivierenland 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">West Maas en Waal</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-04-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">West Maas en Waal</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening cliëntenparticipatie Werkzaak 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-03-31</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-04-26</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2016-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2026-07-21</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2016/03-09</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening cliëntenparticipatie Werkzaak Rivierenland 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Verordening cliëntenparticipatie Werkzaak Rivierenland
                        2016</vet></al><al>Vastgesteld bij raadsbesluit van 31 maart 2016, kenmerk 2016/03-09
                        16int197</al><al>De raad van de gemeente West Maas en Waal,</al><al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 1
                        maart 2016, ,</al><al>Gelet op artikel 47 van de Participatiewet en artikel 2 lid 3 van de Wet
                        sociale werkvoorziening;</al><al>overwegende dat het wettelijk verplicht is te regelen de wijze waarop
                        personen bedoeld in artikel 2 lid 3 van de Wsw en artikel 7 lid 1 van de
                        Participatiewet, worden betrokken bij de uitvoering van deze wetten door
                        het bestuur van de werkzaak;</al><al>besluit vast te stellen de volgende verordening:</al><al><vet>“Verordening cliëntenparticipatie Werkzaak Rivierenland
                        2016”</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Cliënten: personen als bedoeld in artikel 7 lid 1 onder a van de
                                    Participatiewet, tevens ingezetenen van de gemeenten Culemborg,
                                    Geldermalsen, Maasdriel, Neerijnen, Tiel, West Maas en Waal en
                                    Zaltbommel of ingezetenen van de gemeenten Buren, Culemborg,
                                    Geldermalsen, Maasdriel, Neder-Betuwe, Neerijnen, Tiel,
                                    Zaltbommel met een Wsw-indicatie, zoals bedoeld in artikel 2,
                                    lid 3 van de Wsw;</al></li><li nr="b."><al>Cliëntenraad: cliëntenraad Participatiewet en Wsw Werkzaak
                                    Rivierenland;</al></li><li nr="c."><al>DB: dagelijks bestuur van Werkzaak Rivierenland;</al></li><li nr="d."><al>GR: Gemeenschappelijke Regeling Werkzaak Rivierenland;</al></li><li nr="e."><al>Lokale cliëntenraad: cliëntenraden benoemd door de colleges van
                                    burgemeester en wethouders van deelnemende gemeenten aan de GR
                                    Werkzaak Rivierenland;</al></li><li nr="f."><al>Werkzaak: het openbaar lichaam ingesteld op grond van de
                                    GR;</al></li><li nr="g."><al>Wsw: Wet sociale werkvoorziening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Benoeming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het DB stelt een Cliëntenraad in. Cliënten en andere personen kunnen
                                als lid van de cliëntenraad worden benoemd door het DB voor een
                                periode van vier jaar, gelijk aan de zittingsperiode van de
                                gemeenteraden;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Buiten deze zittingstermijn kunnen leden worden benoemd om
                                tussentijdse vacatures te vervullen voor een zittingsperiode gelijk
                                aan de resterende zittingsperiode van de overige leden;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De cliëntenraad, lokale cliëntenraden en in de deelnemende gemeenten
                                actief zijnde belangengroepen kunnen kandidaten voordragen;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De cliëntenraad is, voor zover redelijkerwijs mogelijk, zodanig
                                samengesteld dat deze een afspiegeling is van de bij de uitvoering
                                door de Werkzaak van de Participatiewet en Wsw betrokken
                                personen;</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De cliëntenraad bestaat uit ten minste zeven personen. Het maximaal
                                aantal personen wordt bepaald door het DB in overleg met de
                                cliëntenraad;</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Een persoon kan voor maximaal twee periodes worden benoemd;</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Niet als lid kunnen worden benoemd:</al><lijst><li nr="a."><al>Leden van het bestuur van Werkzaak of van het college of de
                                        raad van één van de deelnemende gemeenten, of van een (mede)
                                        door één van deze organen ingesteld bestuursorgaan;</al></li><li nr="b."><al>Werknemers van Werkzaak of van één van de deelnemende
                                        gemeenten.</al></li></lijst></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Taken en bevoegdheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Taken van het DB</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het DB vraagt over beleidsvoornemens advies aan de cliëntenraad op
                                een dusdanig tijdstip dat dit advies van wezenlijke invloed kan zijn
                                op het te nemen besluit;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van een tijdstip als bedoeld in het eerste lid is sprake als de
                                cliëntenraad zes weken tijd heeft om tot een advies te komen. In de
                                adviesvraag vermeldt het DB de datum waarop het advies moet zijn
                                ontvangen om het te betrekken bij de besluitvorming;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het DB zorgt ervoor dat de cliëntenraad wordt betrokken bij de
                                beleidsontwikkeling;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Nadat het DB heeft besloten op stukken waarop door de Cliëntenraad
                                advies is uitgebracht, wordt teruggekoppeld wat er met de door de
                                Cliëntenraad uitgebrachte adviezen is dan wel wordt gedaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Ondersteuning cliëntenraad</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het DB zorgt voor ondersteuning van de cliëntenraad; </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het DB draagt zorg voor een goede en tijdige informatievoorziening
                                richting Cliëntenraad met betrekking tot zaken die tot het
                                taakgebied van het Cliëntenraad behoren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Budget cliëntenraad</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Door het DB wordt aan de cliëntenraad jaarlijks een budget
                                    beschikbaar gesteld, nadat de cliëntenraad daartoe vóór 1 april
                                    in het voorafgaande jaar een begroting heeft ingediend;</al></li><li nr="2."><al>Ten laste hiervan kunnen door de cliëntenraad onder meer kosten
                                    worden gebracht die verband houden met
                                    deskundigheidsbevordering, het inwinnen van advies,
                                    achterbanraadpleging, organisatiekosten, onkostenvergoedingen en
                                    andere kosten voor het functioneren van de cliëntenraad;</al></li><li nr="3."><al>Jaarlijks voor 1 april brengt de cliëntenraad aan het DB verslag
                                    uit van de activiteiten en bevindingen over het voorgaande jaar.
                                    Daarbij wordt in een financieel verslag tevens verantwoording
                                    afgelegd over de besteding van een eventueel beschikbaar gesteld
                                    budget.</al></li></lijst><al>Beide verslagen worden door het DB ter kennis gebracht aan het AB.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Taken en bevoegdheden van de cliëntenraad</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De cliëntenraad brengt gevraagd en ongevraagd advies uit in verband
                                met door het DB voorgenomen beleid en de uitvoering van de aan het
                                DB opgedragen taken en bevoegdheden zoals bedoeld in artikel 4 van
                                de GR; </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De cliëntenraad heeft geen bevoegdheden in zaken betreffende
                                individuele klachten, bezwaarschriften, en andere zaken met
                                betrekking tot een individueel persoon en de Werkzaak;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Ieder lid van de cliëntenraad is bevoegd agendapunten aan te dragen.
                                Deze worden voor de eerstvolgende vergadering op de agenda
                                geplaatst.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Overleg van en met de Cliëntenraad</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Cliëntenraad komt zo vaak bijeen als nodig is voor een adequate
                                vervulling van zijn taken;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Cliëntenraad kiest uit zijn midden een voorzitter;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De Cliëntenraad kiest uit zijn midden een secretaris;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De Cliëntenraad kiest uit zijn midden een penningmeester; </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De Cliëntenraad heeft tenminste viermaal per kalenderjaar een
                                overleg met het DB;</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Dit overleg wordt voorgezeten door de voorzitter van de
                                Cliëntenraad;</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De agenda voor dit overleg wordt opgesteld door de secretaris en de
                                voorzitter van de Cliëntenraad in samenspraak met het DB;</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Van het overleg met het DB wordt een verslag gemaakt door een
                                hiertoe aangewezen medewerker van de Werkzaak. Een afschrift van dit
                                verslag wordt verzonden aan het DB en aan de deelnemers aan het
                                overleg.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Reglement</titel></kop><al>De Cliëntenraad stelt voor zijn eigen functioneren een huishoudelijk
                            reglement op. Van dit reglement verstrekt de Cliëntenraad een afschrift
                            aan het DB.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2016;</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening
                                    cliëntenparticipatie Werkzaak Rivierenland 2016</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 31 maart 2016
                        ….</ondertekening><ondertekening>DE RAAD VAN DE GEMEENTE WEST MAAS EN WAAL,</ondertekening><ondertekening>De griffier wnd., De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>H.W.G.M. (Henk) Vreman Th.A.M. Steenkamp</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Met deze verordening wordt uitvoering gegeven aan artikel 47 van de
                    Participatiewet en artikel 2 lid 3 van de Wsw. Deze artikelen dragen de
                    gemeenteraad op bij verordening regels vast te stellen over de wijze waarop
                    cliënten betrokken worden bij de ontwikkeling van het beleid. </al><al>Personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Participatiewet zijn
                    personen:</al><lijst><li nr="-"><al>die algemene bijstand ontvangen;</al></li><li nr="-"><al>als bedoeld in artikel 34a, vijfde lid onderdelen b en c, van de Wet
                            werk en inkomen naar arbeidsvermogen (hierna: WIA), artikel 35, vierde
                            lid, onderdelen b en c, van de WIA en artikel 36, derde lid, onderdelen
                            b en c, van de WIA tot het moment dat het inkomen uit arbeid in
                            dienstbetrekking gedurende twee aaneengesloten jaren ten minste het
                            minimumloon bedraagt en ten behoeve van die persoon in die twee jaren
                            geen loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d van de
                            Participatiewet is verleend;</al></li><li nr="-"><al>personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de
                            Participatiewet;</al></li><li nr="-"><al>personen met een nabestaanden- of wezenuitkering op grond van de
                            Algemene nabestaandenwet;</al></li><li nr="-"><al>personen met een uitkering ingevolge de Wet inkomensvoorziening oudere
                            en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers;</al></li><li nr="-"><al>personen met een uitkering ingevolge de Wet inkomensvoorziening oudere
                            en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen;</al></li><li nr="-"><al>personen zonder uitkering; </al></li></lijst><al>en, die voor de arbeidsinschakeling zijn aangewezen op een door het DB
                    aangeboden voorziening.</al><al>-personen als bedoeld in artikel 2 lid 3 van de Wsw zijn personen die
                    geïndiceerd zijn overeenkomstig artikel 11 WSW of hun vertegenwoordigers</al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><al>Enkel die bepalingen die nadere toelichting behoeven worden hier behandeld.</al><tussenkop>Artikel 1. Begrippen</tussenkop><al>Bij de toelichting op het begrip ‘cliënten’ is aangegeven dat hieronder wordt
                    verstaan alleen cliënten uit gemeenten die de uitvoering van de wet waaronder
                    deze cliënten vallen (Wsw of Participatiewet), hebben opgedragen aan de
                    Werkzaak. Dit betekent dat cliënten Participatiewet uit de gemeenten Buren en
                    Neder Betuwe geen lid van de cliëntenraad kunnen worden, net als cliënten Wsw
                    uit de gemeente West Maas en Waal. </al><tussenkop>Artikel 2. Benoeming</tussenkop><al>Dit artikel bepaalt hoe de cliëntenparticipatie concreet wordt vorm
                    gegeven.</al><tussenkop>Lid 1</tussenkop><al>Omdat het niet mogelijk is om alle personen persoonlijk te betrekken bij het
                    beleid ligt het voor de hand een cliëntenraad samen te stellen die bestaat uit
                    vertegenwoordigers van de doelgroepen zelf of vertegenwoordigers uit
                    belangenorganisaties, waaronder ook kan worden verstaan organisaties welke
                    dienstverlening bieden aan deze doelgroepen. De leden van de cliëntenraad worden
                    benoemd door het DB voor een periode van vier jaar. </al><tussenkop>Lid 3</tussenkop><al>De cliëntenraad, lokale cliëntenraden en in de deelnemende gemeenten actief
                    zijnde belangengroepen kunnen kandidaten voordragen voor lidmaatschap. Het DB
                    kan ook buiten deze voordrachten leden benoemen. Het DB zal een afgewezen
                    voordracht moeten motiveren.</al><tussenkop>Lid 4</tussenkop><al>Om de actieve betrokkenheid van alle personen goed tot zijn recht te kunnen
                    laten komen, is het van belang dat de cliëntenraad een afspiegeling is van zowel
                    alle in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet genoemde
                    doelgroepen als de doelgroep van Wsw-geïndiceerden voor zover zij te maken
                    hebben met de uitvoering door de Werkzaak. Een evenredige vertegenwoordiging van
                    bovengenoemde groepen in de cliëntenraad is daarom het uitgangspunt van deze
                    verordening. Dit voor zover dat redelijkerwijs mogelijk is. Dit uitgangspunt is
                    in overeenstemming met het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een
                    handicap. De doelstelling van dit verdrag is het bevorderen, beschermen en
                    waarborgen van het volledige genot door alle personen met een handicap van alle
                    mensenrechten en fundamentele vrijheden op voet van gelijkheid en het bevorderen
                    van de eerbiediging van hun inherente waardigheid (zie het Tractatenblad van het
                    Koninkrijk der Nederlanden, 2007, nummer 169).</al><tussenkop>Artikel 3. Taken van het DB</tussenkop><al>Het DB zal over beleidsvoornemens (zie ook toelichting bij artikel 5) advies
                    vragen aan de cliëntenraad op een dusdanig tijdstip dat dit advies van
                    wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit. Als de adviesaanvraag
                    uiterlijk zes weken voorafgaand aan de datum waarop het DB voornemens is het
                    beleid vast te stellen, wordt toegezonden aan de cliëntenraad, dan kan het
                    advies van de cliëntenraad van wezenlijke invloed zijn op het door het DB te
                    nemen besluit. </al><al>Het wordt belangrijk geacht dat de cliëntenraad tijdig wordt betrokken bij de
                    totstandkoming van beleid zodat het uitoefenen van invloed op het beleid op die
                    wijze mogelijk is. Daarom is in het derde lid bepaald dat het DB ervoor zorgt
                    dat de cliëntenraad wordt betrokken bij de beleidsontwikkeling. </al><tussenkop>Artikel 4. Ondersteuning cliëntenraad</tussenkop><al>Om zijn taken effectief te kunnen vervullen is het van belang dat de
                    cliëntenraad wordt gefaciliteerd. Primair d.m.v. een budget (zie art. 7) maar
                    zonodig ook in praktische zin. Bijvoorbeeld een vergaderruimte of een ambtelijk
                    medewerker (uit de doelgroep) ter ondersteuning is van belang, maar ook de
                    toegang tot kantoormiddelen. Het DB kan hierover met de cliëntenraad afspraak
                    maken en deze schriftelijk vastleggen.</al><tussenkop>Artikel 5. Overleg van en met de Cliëntenraad </tussenkop><al>Dit artikel bevat de kern van de zaken die op grond van artikel 47
                    Participatiewet in de verordening moeten worden geregeld. Het D.B. overlegt
                    minstens vier maal per kalenderjaar met de Cliëntenraad. Ingeval daartoe een
                    reden is kan er dus vaker worden overlegd. Het is logisch om enkel vaker te
                    vergaderen indien beide partijen hiertoe reden zien.</al><tussenkop>Artikel 6. Taken en bevoegdheden van de cliëntenraad</tussenkop><al>De cliëntenraad is bevoegd gevraagd en ongevraagd advies te geven over het te
                    ontwikkelen beleid en de uitvoering van de aan het DB opgedragen taken en
                    bevoegdheden zoals bedoeld in artikel 4 van de GR. Hieronder wordt ook verstaan
                    het voorbereiden van de verordeningen die samenhangen met de door het DB uit te
                    voeren taken (artikel 4 lid 3, aanhef en sub c van de GR).</al><tussenkop>Artikel 7. Budget cliëntenraad</tussenkop><al>Het budget is ter vrije besteding van de cliëntenraad. Ten laste hiervan kunnen
                    onder meer kosten worden gebracht die verband houden met
                    deskundigheidsbevordering, het inwinnen van advies, achterbanraadpleging,
                    organisatiekosten, kantoormiddelen en andere kosten (tweede lid). Deze kosten
                    kunnen ten laste van het budget worden gebracht tbv. het functioneren van de
                    cliëntenraad.</al><al>De cliëntenraad moet jaarlijks voor 1 april een begroting ter goedkeuring
                    indienen. Ook moet de cliëntenraad jaarlijks achteraf verantwoording afleggen
                    over de besteding van de middelen, zoals vastgelegd in het derde lid.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>