<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR40414_1</dcterms:identifier><dcterms:title>nr 09.03 Bomenverordening Zevenaar 2010</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zevenaar</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-09-08</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zevenaar</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Zevenaar Post, 1-9-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Bomenverordening</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>milieu</dcterms:subject><dcterms:issued>2010-06-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-10-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-12-07</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>inwerkingtreding gekoppeld aan Wet algemene bepalingen omgevingsrecht</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Bomenverordening Zevenaar 2010</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>1:</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>houtopstand: één of meer bomen of boomvormers zowel vitaal als
                                afgestorven, of</al><al> andere houtachtige gewassen, mogelijk onderdeel uitmakend van
                                hakhout, een </al><al> houtwal, een grotere (lint)begroeiing van heesters en struiken, een
                                beplanting van </al><al> bosplantsoen een struweel.</al></li><li nr="b."><al>waardevolle/monumentale boom: bijzondere beschermwaardige
                                houtopstand met een relatief hoge leeftijd en met een bijzondere
                                schoonheid- of zeldzaamheidswaarde, of een bijzondere functie voor
                                de omgeving.</al></li><li nr="c."><al>vellen: rooien; kappen; verplanten; kandelaberen; het verrichten of
                                nalaten van</al></li></lijst><al>handelingen, zowel boven- als ondergronds, die de dood of ernstige
                        beschadiging of ernstige ontsiering van de houtopstand ten gevolge kunnen
                        hebben.</al><al>d.dunning: velling, welke uitsluitend als een verzorgingsmaatregel ter
                        bevordering</al><al>van de overblijvende houtopstand moet worden beschouwd.</al><al>e.rooien: het geheel verwijderen van het boven- en ondergrondse deel van
                        de</al><al>houtopstand.</al><al>f.kappen: het geheel of grotendeels verwijderen van het bovengrondse deel
                        van de</al><al>houtopstand.</al><lijst><li nr="g."><al>kandelaberen: het terugsnoeien van de kroon tot een hoofdstam met
                                takstompen.</al></li><li nr="h."><al>bebouwde kom: de bebouwde kom van de gemeente, vastgesteld
                                overeenkomstig artikel</al></li></lijst><al>1 lid 5 van de Boswet.</al><al>i.boomwaarde: de monetaire waarde van een boom zoals getaxeerd volgens de
                        meest</al><al>recente richtlijnen van Nederlandse Vereniging van Taxateurs van Bomen.</al><lijst><li nr="j."><al>bomen effect analyse: een standaard beoordeling van de gevolgen van
                                voorgenomen bouw of aanleg voor houtopstand, op basis van landelijke
                                richtlijnen van de Bomenstichting.</al></li><li nr="k."><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet
                                algemene bepalingen omgevingsrecht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>2:</nr><titel>Kapverbod</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder een omgevingsvergunning van het bevoegd gezag
                                een houtopstand te vellen of te doen vellen.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor houtopstand
                                die aantoonbaar op bedrijfseconomische wijze worden geëxploiteerd
                                als bedoeld in artikel 15 van de Boswet.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt verder niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>houtopstand die moet worden geveld krachtens de
                                        Plantenziektenwet of krachtens een aanschrijving van het
                                        bevoegd gezag, zulks onverminderd het bepaalde in de
                                        artikelen 9 en 10 van deze verordening;</al></li><li nr="b."><al>op houtopstanden in voor-, zij- en/of achtertuinen bij
                                        woningen en bedrijven, gelegen binnen de bebouwde kom,
                                        onverminderd de uitzondering als bedoeld in artikel 5;</al></li><li nr="c."><al>het periodiek vellen van hakhout ter uitvoering van het
                                        reguliere onderhoud;</al></li><li nr="d."><al>het periodiek knotten of kandelaberen als noodzakelijke
                                        beheermaatregel bij knotbomen, gekandelaberde bomen of
                                        leibomen ter uitvoering van het reguliere onderhoud.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>3:</nr><titel>Aanvraag vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning moet schriftelijk en gemotiveerd, onder bijvoeging van een
                            situatieschets, worden aangevraagd door of namens dan wel met
                            toestemming van degene, die krachtens zakelijk recht of door degene die
                            krachtens publiekrechtelijke bevoegdheid gerechtigd is over de
                            houtopstand te beschikken. De indieningsvereisten zijn geregeld in de
                            Ministeriële regeling omgevingsrecht. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wanneer door of namens de Minister van Landbouw, Natuur en
                            Voedselkwaliteit aan het bevoegd gezag een afschrift is toegezonden van
                            de ontvangstbevestiging als bedoeld in artikel 2 van de Boswet,
                            beschouwt het bevoegd gezag dit afschrift mede als een
                            vergunningsaanvraag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>4:</nr><titel>Weigeringsgronden/Criteria</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegd gezag kan de vergunning om te vellen weigeren dan wel
                                onder voorschriften verlenen.</al></li><li nr="2."><al>Een vergunning kan worden geweigerd indien het belang van verlening
                                niet opweegt tegen één of meer van de volgende waarden van behoud
                                van houtopstand:</al></li><li nr="-"><al>natuur- en milieuwaarden;</al></li><li nr="-"><al>landschappelijke waarden;</al></li><li nr="-"><al>cultuurhistorische waarden;</al></li><li nr="-"><al>waarden van stads- en dorpsschoon;</al></li><li nr="-"><al>waarden voor recreatie en leefbaarheid.</al></li><li nr="3."><al>In beginsel wordt geen vergunning verleend voor houtopstanden
                                voorkomend op de vastgestelde lijst van bijzondere/monumentale
                                bomen, als bedoeld in artikel 5.</al></li><li nr="4."><al>In beginsel wordt geen vergunning verleend indien velling in strijd
                                is met het vigerende bestemmingsplan, de Flora en faunawet, de
                                Habitatrichtlijn of andere regelgeving inzake
                                natuurbescherming.</al></li><li nr="5."><al>Een vergunning tot vellen kan worden opgeschort of geweigerd, nadat
                                een omgevingsvergunning voor bouw of aanleg is verleend, indien de
                                rechthebbende aanvrager van de vergunning tot vellen niet, of niet
                                tijdig, of niet volledig de aanwezigheid van een beeldbepalende of
                                anderszins waardevolle houtopstand heeft gemeld aan het bevoegd
                                gezag.</al></li><li nr="6."><al>Het bevoegd gezag verwijst ter motivering van de in lid 2, 3, 4 en 5
                                van dit artikel</al></li></lijst><al>genoemde criteria naar de hieraan ten grondslag liggende beleidsregels.</al><al>7.De burgemeester kan toestemming geven tot direct vellen, indien sprake is
                        van acuut </al><al>7. gevaar of vergelijkbaar spoedeisend belang.</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>5:</nr><titel>Bijzondere/monumentale bomen en bijzondere houtopstand</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeente bezit een lijst met bijzondere/monumentale bomen en
                            bijzondere houtopstand, waarvoor in beginsel geen kapvergunning wordt
                            afgegeven, tenzij sprake is van een ernstige bedreiging van de openbare
                            veiligheid, noodtoestand of andere uitzonderlijke situaties.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het eerste lid genoemde lijst bevat in ieder geval de bomen
                            voorkomende in het landelijk Register van Monumentale Bomen van de
                            landelijke Bomenstichting, aangevuld met lokale en toekomstige
                            monumentale bomen en andere bijzondere houtopstand.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De regelmatig bijgewerkte lijst met bijzondere/monumentale bomen omvat
                            in ieder geval een voor een ieder goed herkenbare omschrijving, de
                            standplaats, het kadastrale perceelsnummer, de eigenaar en/of zakelijk
                            gerechtigde en de reden van registratie van iedere houtopstand.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De eigenaar van een houtopstand die vermeld staat op de lijst van
                            monumentale bomen is verplicht het bevoegd gezag onmiddellijk mededeling
                            te doen van:</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>eigendomsoverdracht van de houtopstand;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>het geheel of gedeeltelijk tenietgaan van de houtopstand;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>de dreiging dat de houtopstand geheel of gedeeltelijk teniet kan
                            gaan.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De gemeenteraad stelt een regeling vast voor het subsidiëren van kosten
                            die noodzakelijk zijn voor het duurzaam instandhouden van de
                            bijzondere/monumentale bomen en bijzondere houtopstand.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>6:</nr><titel>Procedure</titel></kop><al>Vervallen (geregeld in Wabo)</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>7:</nr><titel>Standaardvoorwaarde van niet-gebruik</titel></kop><al>Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het
                        standaardvoorschrift dat niet tot vellen mag worden overgegaan en de
                        vergunning pas van kracht wordt met ingang van de dag na de dag waarop de
                        bezwaartermijn afloopt. Indien gedurende de bezwaartermijn een bezwaar of
                        een voorlopige voorziening is ingediend, wordt de vergunning pas van kracht
                        één week nadat op dat bezwaar of die voorlopige voorziening is beslist.</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>8:</nr><titel>Vervaltermijn vergunning</titel></kop><al>Vervallen (geregeld in Wabo)</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>9:</nr><titel>Bijzondere vergunningsvoorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren het
                            voorschrift dat </al><al> binnen een bepaalde termijn en overeenkomstig de door het bevoegd gezag
                            te geven </al><al> aanwijzingen moet worden herplant.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het voorschrift als bedoeld in het eerste lid wordt telkens bepaald
                            binnen welke </al><al> termijn na de herplant en op welke wijze niet aangeslagen herplant moet
                            worden </al><al> vervangen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Tot aan de vergunning tot vellen te verbinden voorschriften kan het
                            voorschrift </al><al> behoren dat pas tot vellen van houtopstand op en bij bouw- en
                            aanlegwerken of </al><al> andere ruimtelijke herinrichting of reconstructie mag worden overgegaan
                            indien </al><al> andere vergunningen of ruimtelijke ordeningsprocedures onherroepelijk
                            geworden zijn </al><al> of de feitelijke en financiële voortgang van de werken voldoende
                            gewaarborgd is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften behoren aanwijzingen
                            ter </al><al> bescherming van nabijgelegen houtopstand en voorschriften ter
                            bescherming van in </al><al> en rond de houtopstand voorkomende flora en fauna.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Tot aan de vergunning te verbinden voorschriften kan het voorschrift
                            behoren tot het </al><al> opstellen en overleggen van een bomen effect analyse in geval van bouw
                            of aanleg </al><al> van werken nabij te behouden bomen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Degene aan wie een voorschrift of een verplichting als bedoeld in dit
                            artikel is </al><al> opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is verplicht daaraan te
                            voldoen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>10:</nr><titel>Herplant-/instandhoudingsplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een houtopstand waarop het verbod tot vellen van toepassing is,
                            zonder omgevingsvergunning is geveld, dan wel op andere wijze teniet is
                            gegaan, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde tot de grond
                            waarop zich de houtopstand bevond dan wel aan degene die uit andere
                            hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting
                            opleggen te herbeplanten overeenkomstig de door hen te geven
                            aanwijzingen binnen een door hen te stellen termijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wordt een verplichting als bedoeld in het eerste lid opgelegd, dan kan
                            daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na herplant en op
                            welke wijze niet-geslaagde beplanting moet worden vervangen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien houtopstand waarop het verbod tot vellen als bedoeld in deze
                            verordening van toepassing is in het voortbestaan ernstig worden
                            bedreigd, kan het bevoegd gezag aan de zakelijk gerechtigde tot de grond
                            waarop zich de houtopstand bevindt dan wel aan degene die uit andere
                            hoofde tot het treffen van voorzieningen bevoegd is, de verplichting
                            opleggen om:</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>overeenkomstig de door hen te geven aanwijzingen binnen een door hen te
                            stellen termijnvoorzieningen te treffen, waardoor die bedreiging wordt
                            weggenomen;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>een bomen effect analyse op te stellen en aan te bieden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Degene aan wie een voorschrift of een verplichting als bedoeld in dit
                            artikel is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is verplicht daaraan
                            te voldoen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>11:</nr><titel>Schadevergoeding</titel></kop><al>Indien een voor zover blijkt dat een belanghebbende door toepassing van
                        artikel 2, 9, of 10 schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijs niet of
                        niet geheel te zijnen laste behoort te komen en waarvan de vergoeding niet
                        of anderszins is verzekerd, kent het bevoegd gezag hem op zijn verzoek een
                        naar billijkheid te bepalen schadevergoeding toe.</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>12:</nr><titel>Bestrijding van iepenziekte</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Dit artikel verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>iepenziekte: de aantasting van iepen door de schimmel
                                        Ophiostoma ulmi (Buism.) Nannf. (syn. Ceratocystis ulmi
                                        (Buism.) C. Moreau);</al></li><li nr="b."><al>iepenspintkever: het insect, in elk ontwikkelingsstadium,
                                        behorende tot de soorten Scolytus scolytus (F.) en Scolytus
                                        multistratus (Marsch) en Scolytus pygmaeus.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien zich op een terrein één of meer iepen bevinden die naar het
                                oordeel van het bevoegd gezag gevaar opleveren van verspreiding van
                                de iepenziekte of voor vermeerdering van de iepenspintkevers, is de
                                rechthebbende, indien hij daartoe door het bevoegd gezag is
                                aangeschreven, verplicht binnen de bij aanschrijving vast te stellen
                                termijn:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de iepen in de grond staan, deze te vellen;</al></li><li nr="b."><al>de iepen ter plaatse te ontbasten en de bast te
                                        vernietigen;</al></li><li nr="c."><al>de niet ontbaste iepen of delen daarvan te vernietigen of
                                        zodanig te behandelen dat verspreiding van de iepenziekte
                                        wordt voorkomen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al> a. Het is verboden gevelde iepen of delen daarvan voorhanden of in
                                voorraad te </al></li></lijst><al>hebben of te vervoeren;</al><al>b.Het verbod onder a is niet van toepassing op geheel ontbast iepenhout en
                        op </al><al>iepenhout met een doorsnede kleiner dan 4 centimeter;</al><al>c.Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het onder a. </al><al>c. van dit lid gestelde verbod.</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>13:</nr><titel>Bescherming publieke houtopstand</titel></kop><al>Het is verboden om één of meer voorwerpen in of aan een publieke houtopstand
                        aan te brengen of anderszins te bevestigen, behoudens vergunning van
                        burgemeester en wethouders.</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>14:</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene aan wie een voorschrift als bedoeld in artikel 4, vijfde en zesde
                            lid, artikel 5 vierde lid, artikel 7, artikel 8 eerste en tweede lid,
                            artikel 9 eerste, tweede, derde, vierde, vijfde, zesde, zevende, achtste
                            lid, artikel 10 eerste, tweede, derde en vijfde lid, artikel 13 tweede,
                            derde en vierde lid en artikel 14 eerste en tweede lid is gegeven,
                            onderscheidenlijk een verplichting als bedoeld in artikel 10 derde lid
                            is opgelegd, alsmede diens rechtsopvolger, is gehouden
                            dienovereenkomstig te handelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hij die handelt in strijd met artikel 2, eerste lid, danwel een
                            voorschrift onderscheidenlijk een verplichting als bedoeld in het vorige
                            lid niet na komt, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee
                            maanden of geldboete van de tweede categorie. Tevens kan een
                            rechterlijke beoordeling op grond van dit artikel openbaar gemaakt
                            worden. Bij de strafmaatbepaling kan rekening worden gehouden met de
                            boomwaarde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>15:</nr><titel>Opsporing</titel></kop><al>Met de opsporing van de in deze verordening strafbaar gestelde feiten zijn
                        behalve de ambtenaren, genoemd in artikel 141 van het Wetboek van
                        strafvordering, belast de daartoe door burgemeester en wethouders aangewezen
                        personen.</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>16:</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Vervallen (geregeld in Wabo)</al></artikel><artikel><kop><label>ARTIKEL</label><nr>17:</nr><titel>Slotbepaling</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als: Bomenverordening Zevenaar
                        2010.</al><al>Zij treedt in werking op de achtste dag na bekendmaking. Op datzelfde
                        tijdstip vervalt de Bomenverordening Zevenaar 2007.</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Zevenaar,</al><al>gehouden op 30 juni 2010.</al></slotformulering><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting Bomenverordening Zevenaar 2010</titel></kop><tussenkop>Algemene toelichting</tussenkop><al>De Bomenverordening Zevenaar 2010 sluit aan op de systematiek van de
                    Bomenverordening 2007 en daarmee op de modelbomenverordening 2004 van de
                    Bomenstichting en de kapverordening 1987 van de voormalige gemeente Zevenaar. Na
                    de gemeentelijke herindeling heeft de gemeente met twee regimes gewerkt. Met de
                    nieuwe bomenverordening vervallen de oude verordeningen van de voormalige
                    gemeenten. Uitgangspunt bij de nieuwe verordening is dat bescherming van
                    houtopstanden uit overwegingen van milieu en landschapsbehoud van wezenlijk
                    belang is, maar dat de lasten en beperkingen slechts in redelijkheid aan
                    betrokkenen kunnen worden opgelegd. </al><al>Vanuit deze visie zijn net als in de kapverordening 1987 bomen binnen de
                    bebouwde kom in voor-, zij- en/of achtertuinen vrijgesteld van een
                    kapvergunning. Voor bomen buiten de bebouwde kom is de regeling van toepassing
                    dat bomen met een diameter, op een hoogte van 1,30 meter boven maaiveld, kleiner
                    dan 20 cm doorsnede vrijgesteld zijn van een kapvergunning. Alleen voor
                    waardevolle en monumentale bomen is een kapvergunning nodig om deze te
                    vellen.</al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><al>Artikel 1: Begripsomschrijvingen</al><al><cursief>a. Houtopstand</cursief>. Het kernbegrip van deze verordening, waarop
                    het kapverbod en de vergunningplicht van toepassing zijn. Door dit begrip
                    consequent centraal te stellen wordt duidelijk dat de bescherming betrekking
                    heeft op meer dan bomen alleen.</al><al><cursief>Hoofdbomenstructuur</cursief><vet><cursief>.</cursief></vet>
                    Vastgestelde opbouw en onderlinge samenhang van houtopstand in een bepaald
                    gebied, in relatie tot het desbetreffende gebied.</al><al><cursief>Boom</cursief>. Een houtachtig, opgaand gewas met een dwarsdoorsnede
                    van de stam van minimaal 20 centimeter op 1,3 meter hoogte boven het maaiveld.
                    In geval van meerstammigheid geldt de dwarsdoorsnede van de dikste stam. In
                    afwijking van het hiervoor gestelde kan de dwarsdoorsnede kleiner zijn dan 20 cm
                    op 1,3 meter boven het maaiveld, indien sprake is van: een monumentale boom of
                    bijzonder beschermwaardige houtopstand als bedoeld in artikel 5; een houtopstand
                    in het kader van een herplant-of instandhoudingsplicht als bedoeld in artikelen
                    9 en 10.</al><al><cursief>Boomvormer</cursief><vet><cursief>.</cursief></vet> Een boomvormer is
                    een houtig, opgaand gewas met ontwikkeling van één of meer
                        <cursief>hoofdtakken</cursief><vet><cursief>.</cursief></vet> Een boomvormer
                    kan uitgroeien tot een boom, een meerstammige boom of een <cursief>boomachtige
                        struik</cursief>. In het alledaagse spraakgebruik heeft een boom één of
                    slechts enkele stammen. In de natuur bestaat er echter een geleidelijke
                    overgang: heester-struik-struikachtige boom-(meerstammige) boom.</al><al><cursief>Hakhout</cursief><cursief>.</cursief> Eén of meer bomen of boomvormers,
                    die na te zijn geveld, opnieuw op de stronk uitlopen.</al><al><cursief>Houtwal</cursief>. Lijnvormige bosaanplant hoofdzakelijk bestaande uit
                    inheemse heesters, struiken en boomvormers.</al><al><cursief>(lint) Begroeiing</cursief><cursief>.</cursief> Vanwege de grote
                    ecologische waarde van dergelijke begroeiingen (bijv</al><al>meidoorn-of mispelhaag) is bescherming hiervan een noodzaak. Er staat begroeiing
                    in plaats van beplanting om ook spontaan opgeslagen groen bescherming te
                    bieden.</al><al><cursief>Bosplantsoen</cursief>. Aanplant van jong bos, bestaande uit
                    hoofdzakelijk heester, struiken en</al><al>boomvormers.</al><al><cursief>Struweel</cursief>. Een begroeiing van hoofdzakelijk inheemse soorten
                    heesters en struiken.</al><al><cursief>Dode bomen</cursief>. Met “zowel vitaal als afgestorven” is bedoeld ook
                    het vellen van dode of bijna dode bomen vergunningplichtig te maken. Hiermee kan
                    voorkomen worden dat een kwaadwillende eigenaar er voor zorgt dat een gezonde
                    boom dood gaat of “bij vergissing” een gezonde boom kapt. Het kan tevens
                    wenselijk zijn om dode bomen te bewaren vanwege hun ecologische waardevolle
                    functies of omdat er wettelijk beschermde diersoorten in nestelen.</al><al><cursief>b.</cursief><cursief>Vellen</cursief>. Elke wijze van het te gronde
                    richten van een houtopstand ongeacht of dit gedeeltelijk is, bijvoorbeeld bij
                    kappen, of volledig, zoals bij rooien (inclusief stobbe verwijderen). Ook
                    ingrepen die een ingrijpende wijziging betekenen, zoals kandalaberen of het
                    snoeien van meer dan 50% van het kroonvolume, vallen onder vellen. Dit om het
                    ernstig beschadigen of ontsieren van een boomkroon tegen te kunnen gaan. Het
                    instandhouden door periodieke snoei van de door kandalaberen of knotten ontstane
                    kroonvorm is niet vergunningplichtig. De eerste keer kandalaberen of knotten is
                    wel vergunningplichtig. Het verwijderen van hoofdwortels, waarvan kan worden
                    aangenomen dat daardoor de houtopstand ernstige schade oploopt, valt eveneens
                    onder het begrip vellen. Door de verordening ook van toepassing te laten zijn op
                    het ernstig beschadigen of ontsieren van samengestelde verschijningsvormen,
                    worden grootschalige ingrepen in houtopstand eveneens vergunningplichtig.</al><al><cursief>c. </cursief><cursief>Monetaire
                        boomwaarde</cursief><cursief>.</cursief> De richtlijnen van de Nederlandse
                    Vereniging van Taxateurs van Bomen en houtige gewassen (NVTB, Postbus 683, 7300
                    AK Apeldoorn, tel 155-5999449) voor de monetaire boomwaarde worden jaarlijks
                    vastgesteld aan de hand van prijsindexcijfers van het CBS, marktprijsgemiddelden
                    en andere kengetallen. De richtlijnen gelden als de meest deskundige methodiek
                    voor de wijze van vaststellen van de geldwaarde van bomen en worden in de
                    rechtspraak erkend. Het spreekt overigens voor zich dat bomen ook vele andere
                    waarden dan monetaire waarde kunnen vertegenwoordigen.</al><al><cursief>d.</cursief><cursief>Bomen effect
                        analyse</cursief>. Waardevolle houtopstanden worden regelmatig beschadigd of
                    vernietigd door bouw en aanleg van huizen, wegen, rioleringen of kabels en
                    leidingen. De bomen effect analyse is de landelijke richtlijn van de
                    Bomenstichting voor een nauwgezette en onafhankelijke beoordeling, voorafgaand
                    aan de voorgenomen bouw of aanleg. Deze standaardisering waarborgt de
                    boomtechnische kwaliteit en garandeert een goede beoordeling van alle effecten
                    en mogelijke alternatieven. Een BEA dient uitgevoerd te worden door een
                    deskundig boomverzorger of boomtechnisch adviseur. De resultaten van deze
                    beoordeling kunnen vervolgens worden meegenomen in de besluitvorming rond bouw
                    of aanleg.</al><al>Artikel 2: Kapverbod</al><lijst><li nr="1."><al>Dit verbod is in vele opzichten ruimer dan het lijkt. Vellen is meer dan
                            alleen omzagen en een houtopstand is meer dan alleen een boom (zie
                            artikel 1).</al></li><li nr="2."><al>De bevoegdheid tot het instellen van een verbod tot vellen bij
                            gemeentelijke verordening wordt in artikel 15 van de Boswet beperkt.
                            Deze beperking heeft inhoudelijk betrekking op de in artikel 15 lid
                            2.</al></li></lijst><tussenkop>Boswet genoemde houtopstand:</tussenkop><lijst><li nr="a."><al>populieren of wilgen als wegbeplantingen of eenrijige beplantingen op of
                            langs landbouwgronden, tenzij deze zijn geknot;</al></li><li nr="b."><al>fruitbomen en windschermen om boomgaarden;</al></li><li nr="c."><al>fijnsparren of andere coniferen, niet ouder dan 12 jaar, bestemd om te
                            dienen als kerstbomen en geteeld op daarvoor in het bijzonder bestemde
                            terreinen;</al></li><li nr="d."><al>kweekgoed;</al></li><li nr="e."><al>houtopstand, die deel uitmaakt van als zodanig bij het Bosschap
                            geregistreerde</al></li></lijst><al>bosbouwondernemingen en niet gelegen is binnen een bebouwde kom, tenzij de
                    houtopstand een zelfstandige eenheid vormt die:</al><lijst><li nr="-"><al>ofwel geen grotere oppervlakte beslaat dan 10 are;</al></li><li nr="-"><al>ofwel bestaat uit rijbeplanting van niet meer dan 20 bomen, gerekend
                            over het totaal aantal rijen.</al></li></lijst><al>De zinsnede “die aantoonbaar op bedrijfseconomische wijze worden geëxploiteerd
                    bedoelt de alle hiervoor genoemde uitzonderingen conform de Memorie van
                    Toelichting op de boswet te beperken tot bomen met een aantoonbaar economisch
                    doel en te onderscheiden van sierbomen. Bij vrucht of fruitbomen, zijn sierbomen
                    die vruchten dragen dus wel kapvergunningplichtig. Onder het kapverbod valt het
                    houden en de economische exploitatie van (vrucht)bomen niet.</al><al>3.Het vellen van houtopstanden in voor-, zij- en/of achtertuinen binnen de
                    bebouwde kom is vrijgesteld van een kapvergunning. De achterliggende gedachte
                    hiervan is dat bescherming van houtopstanden uit overwegingen van milieu- en
                    landschapsbehoud van wezenlijk belang is, maar dat de lasten en beperkingen
                    slechts in redelijkheid aan betrokkenen kunnen worden opgelegd. In de praktijk
                    van vergunningen wordt in 90% van de gevallen de vergunning verleend. Met deze
                    bepaling worden onnodige administratieve handelingen voorkomen. Voor
                    houtopstanden buiten de bebouwde kom geldt dat bomen met een diameter kleiner
                    dan 20 cm zijn vrijgesteld van vergunning. De reden hiervoor is het feit dat
                    landschappelijke kwaliteit zeer sterk samenhangt met particuliere houtopstanden.
                    Desalniettemin wordt ook hier een vereenvoudiging van regelgeving bereikt.</al><al>De vergunning voor het vellen van houtopstanden is aangewezen in artikel 2.2,
                    eerste lid onder g. van de Wabo. Vaak zal naast de vergunning nog een
                    vergunning, ontheffing of vrijstelling op grond van de Natuurbeschermingswet of
                    de Flora- en Faunawet nodig zijn in verband met de bescherming van vogels en hun
                    nesten in de bomen. De Natuurbeschermingswet en Flora- en Faunawet haken aan bij
                    de Wabo. Er wordt dan dus één omgevingsvergunning verleend of geweigerd. De
                    Boswet haakt echter niet aan bij de Wabo. Indien die van toepassing is, blijft
                    dus een aparte vergunning vereist.</al><al>Artikel 3: Aanvraag vergunning</al><al>In de Ministeriële regeling omgevingsrecht (Mor) zijn indieningsvereisten voor
                    de aanvraag van een omgevingsvergunning opgenomen. Naast een aantal algemene
                    indieningsvereisten zijn er in artikel 7.3 van de Mor nog een aantal speciale
                    indieningsvereisten voor het vellen van houtopstanden opgenomen. Dit artikel 7.3
                    luidt als volgt:</al><lijst><li nr="1."><al>In of bij de aanvraag om een vergunning met betrekking tot het vellen
                            van houtopstand, als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid, aanhef en onder
                            g, van de wet, identificeert de aanvrager op de aanduiding als bedoeld
                            in artikel 2.3, tweede lid, van deze regeling, iedere houtopstand waarop
                            de aanvraag betrekking heeft met een nummer.</al></li><li nr="2."><al>In of bij de aanvraag als bedoeld in het eerste lid, vermeldt de
                            aanvrager per genummerde houtopstand:</al></li><li nr="a."><al>de soort houtopstand;</al></li><li nr="b."><al>de locatie van de houtopstand op het voor-, zij- dan wel achtererf;</al></li><li nr="c."><al>de diameter in centimeters, gemeten op 1,30 meter vanaf het
                            maaiveld;</al></li><li nr="d."><al>de mogelijkheid tot herbeplanten, alsmede het eventuele voornemen om op
                            een daarbij te vermelden locatie tot herbeplanten van een daarbij te
                            vermelden aantal soorten over te gaan.</al></li></lijst><al>Artikel 4: Criteria</al><al>Dit artikel bevat criteria die in ieder besluit inzake een aanvraag tot vellen
                    genoemd moeten worden. Stilzwijgend wordt ervan uitgegaan dat (te) zieke of
                    gevaarlijke bomen altijd voor een vergunning in aanmerking zullen komen.
                    Ervaring leert dat de algemene termen waarin hier genoemde weigeringsgronden
                    gesteld zijn nadere uitwerking behoeven van criteria voor boombelang en
                    verwijderingsbelang. Deze criteria kunnen in een afwegingsmodel worden geplaatst
                    dat als instrument bij de beoordeling van de aanvraag wordt gehanteerd. De
                    beslissing op de aanvraag moet waar mogelijk verwijzen naar beleidsbesluiten.
                    Ook de derde-belanghebbenden ingediende zienswijzen moeten meegewogen worden. Op
                    grond va de Algemene wet bestuursrecht(artikelen 3:46-3:50 en 4:82-4:84) dient
                    de motivering van het besluit van burgemeester en wethouders te verwijzen naar
                    gemeentelijke beleidsregels.</al><al>Artikel 5: Waardevolle/monumentale bomen en bijzondere houtopstand</al><al>1.De lijst met waardevolle/monumentale bomen bevat bijzondere beschermwaardige
                    bomen en andere houtopstand. De lijst kan houtopstand bevatten met een kleinere
                    dwarsdoorsnede dan in artikel 1 genoemd. Op deze wijze kan (landschappelijk)
                    waardevolle houtopstand, zoals beeldbepalende Rhododendrons, Magnolia’s of een
                    nieuwe aangeplante herdenkingsboom met een kleinere diktemaat toch bescherming
                    genieten. Duurzaam behoud van houtopstand op de lijst van
                    waardevolle/monumentale bomen heeft een hoge</al><al>prioriteit.</al><al>2.Dit artikel geeft een aantal algemene richtlijnen waaraan een lokale
                    waardevolle/monumentale bomenlijst minimaal moet voldoen.</al><al>Artikel 6: Procedure</al><al>De procedure is geregeld in de Wabo, waardoor dit artikel is komen te
                    vervallen.</al><al>Aanvragers kunnen slechts zijn: eigenaren van of zakelijk gerechtigden tot een
                    houtopstand.</al><al>Zakelijk gerechtigden zijn in beginsel degenen die een notariële akte kunnen
                    overleggen inzake een recht van erfpacht, opstal, erfdienstbaarheid,
                    vruchtgebruik of pootrecht betreffende de houtopstand. Huurders hebben een
                    persoonlijk en geen zakelijk recht. Zij moeten dus de schriftelijke toestemming
                    voor kapaanvraag van de verhuurder, die eigenaar van de houtopstand is,
                    overleggen. De eigenaar van een houtopstand kan bij (huur)overeenkomst of bij
                    machtiging zijn huurders het recht tot vergunningaanvraag verlenen.</al><al>Ook de gemeente zelf, waterschappen of andere publiekrechterlijke instanties
                    kunnen aanvrager zijn. Zij volgen dezelfde procedure als andere aanvragers. </al><al>Artikel 7: Standaardvoorwaarde van niet-gebruik</al><al>Dit artikel is bedoeld om te vermijden dat de boom al feitelijk gekapt is
                    voordat derden kennis van de kapvergunning hebben kunnen nemen. Aansluiting is
                    gezocht met de formuleringen en systematiek uit de rechtspraak en de afstemming
                    van de bouwvergunning op de milieuvergunning. Bezwaarmakers moeten om
                    tussentijdse kap te voorkomen tijdens de beroepstermijn tegelijkertijd met het
                    indienen van een beroepsschrift een verzoek tot voorlopige voorziening indienen
                    bij de afdeling bestuursrechtspraak van de rechtbank. Ter voorkoming van directe
                    kap na het ongegrond verklaren van de bezwaren, is een termijn van één week
                    vastgesteld waarin niet gekapt mag worden en de bezwaarmakers de mogelijkheid
                    hebben een beroepsschrift een verzoek tot voorlopige voorziening in te
                    dienen.</al><al>Artikel 8: Vervaltermijn vergunning</al><al>Dit artikel was nodig om misbruik van (zeer) oude kapvergunningen tegen te gaan.
                    Het artikel is vervallen, de Wabo regelt dit overigens op eenzelfde wijze.</al><al>Artikel 9: Bijzondere vergunningsvoorschriften.</al><al><cursief>Herplantplicht.</cursief> De voorschriften moeten concreet en precies
                    worden uitgewerkt, bijvoorbeeld naar locatie boomsoort of grootte. Andere werken
                    Lid 4 verwoordt de bevoegdheid van burgemeester en wethouders om de
                    vergunningverlening afhankelijk te stellen van andere vergunningplichtige werken
                    en de uitvoering daarvan. Soms kan in een eerder fase dan bij vergunning om te
                    vellen al tot een aanhouding van het kapbesluit besloten worden op grond van
                    artikel 4 van deze verordening.</al><al>Artikel 10: Herplant-/instandhoudingplicht</al><al>Herplantvoorschriften moeten concreet en eenduidig zijn en mogen zeer
                    gedetailleerd soort, locatie en plantwijze voorschrijven.</al><al>Een financiële herplantplicht dient alleen voor herplant ingezet te worden zo
                    nabij als mogelijk.</al><al>Artikel 11: Schadevergoeding</al><al>De Boswet schrijft voor dat een gemeentelijke verordening dit artikel moet
                    bevatten, hoewel uit de gepubliceerde rechtspraak geen enkel geval van een
                    schade-uitkering op grond van dit artikel bekend is. Rechters lijken niet snel
                    nadeel aanwezig te achten indien een vergunning om te vellen geweigerd
                    wordt.</al><al>Artikel 12: Bestrijding iepenziekte</al><al>Belangrijk is dat na velling het hout direct wordt afgevoerd naar een
                    gecertificeerd composteerbedrijf of wordt ontbast, om potentieel broedhout en
                    verspreiding van de besmetting te voorkomen.</al><al>Artikel 13: bescherming publieke houtopstand</al><al>Dit artikel is opgenomen om te voorkomen dat bomen dienst doen als uithangbord
                    waarop reclame wordt aangebracht of spandoeken aan worden bevestigd. Veelal
                    blijven er resten touw achter in de boom die onnodige beschadigingen aan bomen
                    opleveren waardoor ze onveilig kunnen worden.</al><al>Artikel 14: Strafbepaling</al><al>De op grond van dit artikel ingestelde strafvervolging laat onverlet de
                    mogelijkheid van het instellen door burgemeester en wethouders van een
                    privaatrechtelijke vordering tot schade vergoeding wegens schade aan bomen of
                    houtopstand.</al><al>De strafmaatbepalingen zijn de basis voor aangifte bij de politie en eventuele
                    strafvervolging door justitie. De bepalingen zijn overeenkomstig de grenzen van
                    de Gemeentewet vastgesteld.</al><al>Ook het samengaan met andere delicten (vernieling van eigendom, belediging van
                    personen, enz ) is vaak aanleiding om een illegale kap of beschadiging door
                    justitie aan te laten pakken.</al><al>Artikel 15: Opsporing</al><al>Zo dikwijls de zorg voor naleving van enig voorschrift van deze verordening dit
                    vereist, wordt hierbij aan hen die met de zorg voor de naleving daarvan zijn
                    belast of daaraan moeten meewerken, bevoegdheid gegeven tot opsporing behoudens
                    de strafrechtelijke grenzen in de overige wetgeving. In hoofdstuk 5 van de
                    Algemene wet Bestuursrecht(artikelen 5:11-5-20) staan de bijzondere bevoegdheden
                    van toezichthouders.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>