<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR403893_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Financiële verordening als bedoeld in artikel 212 gemeentewet</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:RegionaalSamenwerkingsorgaan">Veiligheidsregio Fryslân</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Achtkarspelen</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ameland</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Dantumadiel</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">De Fryske Marren</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Harlingen</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Heerenveen</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Leeuwarden</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ooststellingwerf</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Opsterland</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Schiermonnikoog</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Smallingerland</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Súdwest-Fryslân</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Terschelling</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Tytsjerksteradiel</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Vlieland</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Weststellingwerf</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/bgr-2016-193.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dBladGemeenschappelijkeRegeling%26dpr%3dAlle%26spd%3d20160420%26epd%3d20160420%26jgp%3d2016%26nrp%3d193%26sdt%3dDatumPublicatie%26planId%3d%26pnr%3d1%26rpp%3d10&amp;resultIndex=0&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">Blad Gemeenschappelijke Regeling, 2016, 193</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële verordening Veiligheidsregio Fryslân</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanRegionaalSamenwerkingsorgaan">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-03-17</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2024-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Financiële verordening als bedoeld in artikel 212 gemeentewet</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling “Veiligheidsregio
                        Fryslân”</al><al/><al>gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur,</al><al/><al> gelet op:</al><al/><lijst><li nr="-"><al>artikel 212 van de Gemeentewet;</al></li><li nr="-"><al>het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten
                                en</al></li><li nr="-"><al>artikel 8 lid 3 en artikel 27 van de gemeenschappelijke regeling
                                “Veiligheidsregio Fryslân”</al><al/></li></lijst><al>besluit vast te stellen de Financiële verordening Veiligheidsregio Fryslân
                        2016 :</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>de dienst: de gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio
                                    Fryslân;</al></li><li nr="-"><al>netto schuld: bruto schuld minus de omvang van de geldelijke
                                    bezittingen die niet zijn ingezet voor de publieke taak. Onder
                                    bruto schuld wordt verstaan het totaal van langlopende leningen,
                                    kortlopende schulden, crediteuren en overlopende passiva. Onder
                                    geldelijke bezittingen die niet zijn ingezet voor de publieke
                                    taak wordt verstaan het totaal van langlopende uitzettingen,
                                    vorderingen, liquide middelen en overlopende activa;</al></li><li nr="-"><al>organisatie-onderdeel: iedere organisatorische eenheid van de
                                    gemeenschappelijke regeling Veiligheidsregio Fryslân die als
                                    zodanig in de organisatieverordening is opgenomen;</al></li><li nr="-"><al>overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke
                                    rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met
                                    rechtspersoonlijkheid, waarin een publiekrechtelijke
                                    rechtspersoon, al dan niet tezamen met een of meer andere
                                    publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te
                                    bepalen of een onderneming in de vorm van een
                                    personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke
                                    rechtspersoon deelneemt;</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Begroting en verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Programma-indeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt bij vaststelling van de begroting de
                                programma-indeling vast;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt op voorstel van het dagelijks bestuur per
                                programma relevante indicatoren vast voor het meten van en het
                                afleggen van verantwoording over de productie van goederen en
                                diensten en de maatschappelijke effecten van het beleid van de
                                dienst.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Inrichting begroting en jaarstukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de begroting worden onder elk van de programma’s de lasten en
                                baten per programma weergegeven en bij de jaarstukken worden onder
                                elk van de programma’s de gerealiseerde lasten en baten per
                                programma weergegeven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt
                                van de nieuwe investeringen per investering het benodigde
                                investeringskrediet weergegeven en wordt van de lopende
                                investeringen het geautoriseerde investeringskrediet en de raming
                                van de uitputting van het krediet in het lopende boekjaar
                                weergegeven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Indexering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Ten behoeve van de indexatie van lonen en prijzen naar het volgend
                                begrotingsjaarwordt uitgegaan van de consumentenprijsindex (CPI) van
                                het CBS over de maandfebruari van het jaar voorafgaand aan het
                                betreffende begrotingsjaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Zo nodig wordt op de in het eerste lid genoemde index een correctie
                                toegepast in</al><al>verband met de verwachte loonontwikkeling CAR-UWO.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Autorisatie begroting en investeringskredieten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur autoriseert met het vaststellen van de
                                begroting de baten en de lasten per programma;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de begrotingsbehandeling geeft het algemeen bestuur aan van
                                welke nieuwe investeringen hij op een later tijdstip een apart
                                voorstel voor autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen.
                                De overige nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling
                                met het vaststellen van de financiële positie geautoriseerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur informeert het algemeen bestuur vooraf als ze
                                verwacht dat de lasten de geautoriseerde lasten of de
                                investeringsuitgaven de geautoriseerde investeringskredieten dreigen
                                te overschrijden of de baten de geautoriseerde baten dreigen te
                                onderschrijden. het algemeen bestuur geeft vervolgens aan of hij
                                hiervoor een voorstel wil voor wijziging van het budget of een
                                voorstel voor bijstelling van het beleid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de behandeling van de tussenrapportages in het algemeen bestuur
                                doet het dagelijks bestuur voorstellen voor het wijzigen van de
                                geautoriseerde budgetten en de investeringskredieten en het
                                bijstellen van het beleid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het
                                vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het dagelijks
                                bestuur vooraf aan het aangaan van verplichtingen een
                                investeringsvoorstel met een voorstel voor het vaststellen van een
                                investeringskrediet aan het algemeen bestuur voor.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het bepaalde in lid 5 van dit artikel is niet van toepassing voor
                                zover het betreft verplichtingen inzake investeringen tot €
                                500.000.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Tussentijdse rapportage</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het dagelijks bestuur informeert het algemeen bestuur door
                                    middel van tussentijdse rapportages over de realisatie van de
                                    begroting van de dienst over de eerste 4 maanden en de eerste 8
                                    maanden van het lopende boekjaar.</al></li><li nr="2."><al>De tussenrapportages bevatten een uiteenzetting over de
                                    uitvoering en de bijstelling van het beleid en een overzicht met
                                    de bijgestelde raming van:</al><lijst><li nr="a."><al>de baten en de lasten per programma;</al></li><li nr="b."><al>het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen;</al></li><li nr="c."><al>het totale saldo van de baten en de lasten volgend uit
                                            de onderdelen a en b;</al></li><li nr="d."><al>de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves
                                            per programma; en</al></li><li nr="e."><al>het resultaat, volgend uit de onderdelen c en d,alsmede
                                            de realisatie en raming van de uitputting van de
                                            investeringskredieten</al><al/></li></lijst></li></lijst><al>3.In de tussenrapportages worden afwijkingen op de oorspronkelijke
                            ramingen van de baten en de lasten van programma’s en
                            investeringskredieten in de begroting groter dan 0,25% van de totale
                            lasten toegelicht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Informatieplicht</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur besluit niet over:</al><lijst><li nr="a."><al>de aan- en verkoop van goederen, werken en diensten die niet in
                                    de begroting zijn opgenomen;</al></li><li nr="b."><al>het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties;</al></li><li nr="c."><al>het verstrekken van kapitaal aan instellingen en
                                    ondernemingen,</al><al/></li></lijst><al>dan nadat het algemeen bestuur is geïnformeerd over het voornemen en
                            hiertoe in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter
                            kennis van het dagelijks bestuur te brengen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>EMU-saldo</titel></kop><al>Wanneer het Rijk de dienst bericht dat alle relevante overheden samen
                            het collectieve aandeel van deze overheden in het EMU-tekort, bedoeld in
                            artikel 3, zesde lid, van de Wet houdbare overheidsfinanciën, hebben
                            overschreden, informeert het dagelijks bestuur het algemeen bestuur of
                            een aanpassing van de begroting nodig is. Als het dagelijks bestuur een
                            aanpassing nodig acht, doet het dagelijks bestuur een voorstel voor het
                            wijzigen van de begroting. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Financieel beleid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Waardering en afschrijving vaste activa</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>Voor het afschrijven van de materiële activa worden de
                                    methodieken en termijnen gehanteerd zoals vermeld in bijlage I
                                    behorend bij deze verordening. Uitgangspunt is dat er lineair
                                    afgeschreven wordt. Bij activa met economisch nut waar tevens
                                    sprake is van een restwaarde, vindt geen afschrijving plaats
                                    over de restwaarde. Het dagelijks bestuur is bevoegd om in het
                                    kader van een goed financieel beheer tussentijds wijzigingen in
                                    bijlage I aan te brengen. Het dagelijks bestuur maakt pas
                                    gebruik van de voorgaande bevoegdheid, nadat de Auditcommissie
                                    is geïnformeerd over het voornemen tot wijziging van bijlage I
                                    en in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter
                                    kennis van het dagelijks bestuur te brengen.</al></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten
                                    laste van de exploitatie gebracht.</al></li><li nr="3."><al>Geactiveerde kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een
                                    bepaald actief worden lineair in 5 jaar afgeschreven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Voorziening voor oninbare vorderingen</titel></kop><al>Voor de vorderingen op verbonden partijen en derden wordt een
                            voorziening wegens oninbaarheid gevormd op basis van een individuele
                            beoordeling op inbaarheid van de openstaande vorderingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Reserves en voorzieningen</titel></kop><al>Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve wordt
                            minimaal aangegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>het specifieke doel van de reserve;</al></li><li nr="b."><al>de voeding van de reserve;</al></li><li nr="c."><al>de maximale hoogte van de reserve; en</al></li><li nr="d."><al>de verwachte looptijd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Kostprijsberekening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van producten en diensten
                                van de gemeenschappelijke regeling, die worden geleverd aan
                                overheidsbedrijven en derden, wordt een systeem van
                                kostentoerekening gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden naast
                                de directe kosten ook de indirecte kosten betrokken, die toe te
                                rekenen zijn aan het product of dienst.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de inzet van materiele activa worden naast directe kosten,
                                indirecte kosten en afschrijvingskosten, de rente voor de
                                financiering van het actief toegerekend. Deze rente is een
                                vergoeding voor de inzet van vreemd vermogen en van eigen vermogen.
                                De rentepercentages voor deze vergoeding worden bij de behandeling
                                van de begroting vastgesteld;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het algemeen bestuur stelt bij de vaststelling van de
                                begroting(swijziging) de hoogte van de tarieven vast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Prijzen economische activiteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de levering van goederen, diensten of werken aan
                                overheidsbedrijven en derden en met welke bijbehorende activiteiten
                                de gemeenschappelijke regeling in concurrentie met marktpartijen
                                treedt, wordt tenminste de geraamde integrale kostprijs in rekening
                                gebracht. Bij afwijking doet het dagelijks bestuur vooraf voor elk
                                van deze activiteiten afzonderlijk een voorstel voor een
                                bestuursbesluit, waarin het publiek belang van de activiteit wordt
                                gemotiveerd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het verstrekken van leningen of garanties aan overheidsbedrijven
                                en derden brengt de gemeenschappelijke regeling de geraamde
                                integrale kosten in rekening. Bij afwijking doet het dagelijks
                                bestuur vooraf een voorstel voor een bestuursbesluit, waarin het
                                publiek belang van de lening of garantie wordt gemotiveerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeenschappelijke regeling
                                aan overheidsbedrijven en derden gaat het dagelijks bestuur uit van
                                een vergoeding van tenminste de geraamde integrale kosten van de
                                verstrekte middelen. Bij afwijking doet het dagelijks bestuur vooraf
                                een voorstel voor een bestuursbesluit, waarin het publiek belang van
                                de kapitaalverstrekking wordt gemotiveerd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bestuursbesluiten met de motivering van het publiekbelang als
                                bedoeld in de vorige leden zijn niet nodig als sprake is van:</al><lijst><li nr="a."><al>leveringen van goederen, diensten of werken en het
                                        verstrekken van leningen, garanties en kapitaal aan andere
                                        overheden voor zover deze leveringen en verstrekkingen zijn
                                        bedoeld voor de uitoefening van de publieke taak door die
                                        andere overheid;</al></li><li nr="b."><al>een bevoordeling van activiteiten in het kader van een bij
                                        wet opgedragen publiekrechtelijke taak;</al></li><li nr="c."><al>een bevoordeling van activiteiten in het kader van een
                                        toegekend bijzonder of uitsluitend recht waarvoor
                                        prijsvoorschriften gelden;</al></li><li nr="d."><al>een bevoordeling van sociale werkplaatsen;</al></li><li nr="e."><al>een bevoordeling van onderwijsinstellingen;</al></li><li nr="f."><al>een bevoordeling van publieke media-instellingen; en</al></li><li nr="g."><al>een bevoordeling die valt onder de reikwijdte van de
                                        staatssteunregels van het Werkingsverdrag van de Europese
                                        Unie en daarmee verenigbaar is.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Financieringsfunctie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur neemt bij het uitzetten en het aantrekken van
                                middelen de volgende kaders in acht:</al><lijst><li nr="a."><al>voor het aantrekken van financieringen met een looptijd
                                        langer dan één jaar worden tenminste twee prijsopgaven bij
                                        verschillende financiële instellingen gevraagd; en</al></li><li nr="b."><al>er wordt geen gebruik gemaakt van financiële derivaten als
                                        bedoeld in artikel 1, onder c, van de Wet financiering
                                        decentrale overheden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur informeert het algemeen bestuur als de
                                wettelijke kasgeldlimiet, bedoeld in artikel 1, onder f, van de Wet
                                financiering decentrale overheden, of de wettelijke renterisiconorm,
                                bedoeld in artikel 1, onder h, van de Wet financiering decentrale
                                overheden, meer dan twee kwartalen wordt overschreden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het verstrekken van leningen, het verstrekken van garanties en
                                het verstrekken van risicodragend kapitaal bedingt het dagelijks
                                bestuur indien mogelijk zekerheden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij het verstrekken van een garantie wordt een voorziening ten laste
                                van de begroting gevormd ter grote van het risico dat de dienst met
                                de garantie loopt. Als in de begroting niet is voorzien in budget
                                voor deze voorziening dan doet het dagelijks bestuur vooraf aan de
                                garantieverlening een voorstel aan het algemeen bestuur voor een
                                begrotingswijziging.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Weerstandsvermogen</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>Het dagelijks bestuur biedt eenmaal in de vier jaar een
                                    (bijgestelde) nota weerstandsvermogen aan ter behandeling en
                                    vaststelling door het algemeenbestuur. In deze nota wordt
                                    ingegaan op het risicomanagement, het opvangen vanrisico’s door
                                    verzekeringen, voorzieningen, het weerstandsvermogen of
                                    anderszins.In de nota wordt tevens het gewenste
                                    weerstandsvermogen bepaald.</al><al/></li><li nr="2."><al>Het dagelijks bestuur geeft aan in de paragraaf
                                    weerstandsvermogen enrisicobeheersing van de begroting en van de
                                    jaarstukken de risico’s van materieelbelang en een inschatting
                                    van de kans dat deze risico’s zich voordoen. Het
                                    dagelijksbestuur brengt hierbij in elk geval de risico’s in
                                    beeld en actualiseert de risico’sgenoemd in de nota bedoeld in
                                    lid 1.</al><al/></li><li nr="3."><al>Het dagelijks bestuur geeft aan in de paragraaf
                                    weerstandsvermogen enrisicobeheersing van de begroting en van de
                                    jaarstukken de weerstandscapaciteit enin hoeverre schaden en
                                    verliezen als gevolg van de risico’s van materieel belang methet
                                    weerstandsvermogen kunnen worden opgevangen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Paragrafen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Paragrafen</titel></kop><al>De paragrafen in de begroting en het jaarverslag voldoen voor wat
                            betreft hun inhoud aan de eisen die het Besluit begroting en
                            verantwoording provincies en gemeenten daaraan stelt.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Financiële organisatie en financieel beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Administratie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder
                                geval dienstbaar is voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in
                                        de dienst als geheel en in de afdelingen;</al></li><li nr="b."><al>het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de
                                        omvang van de vaste activa, voorraden, vorderingen, schulden
                                        en contracten;</al></li><li nr="c."><al>het verschaffen van informatie over uitputting van de
                                        toegekende budgetten en investeringskredieten en voor het
                                        maken van kostencalculaties;</al></li><li nr="d."><al>het verschaffen van informatie over indicatoren met
                                        betrekking tot de productie van goederen en diensten en de
                                        maatschappelijke effecten van het beleid van de
                                        gemeenschappelijke regeling;</al></li><li nr="e."><al>het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de
                                        doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde
                                        bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de
                                        begroting en relevante wet- en regelgeving; en</al></li><li nr="f."><al>de controle van de registratie van gegevens als zodanig en
                                        van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de
                                        controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de
                                        doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de
                                        gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante wet- en
                                        regelgeving.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder administratie wordt verstaan het systematisch verzamelen,
                                vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve van
                                het besturen, functioneren en beheersen van de organisatie van de
                                dienst en de verantwoording die daarover moet worden afgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><al>Het dagelijks bestuur draagt zorgt voor:</al><lijst><li nr="a."><al>een eenduidige indeling van de organisatie van de dienst en een
                                    eenduidig toewijzing van taken aan de afdelingen;</al></li><li nr="b."><al>een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,
                                    verantwoordelijkheden;</al></li><li nr="c."><al>de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                                    verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
                                    investeringskredieten;</al></li><li nr="d."><al>de interne regels voor taken en bevoegdheden, de
                                    verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening
                                    van de financieringsfunctie;</al></li><li nr="e."><al>de te maken afspraken met de afdelingen over de te leveren
                                    prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en
                                    frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten
                                    en uitputting van middelen;</al></li><li nr="f."><al>de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van de
                                    lasten en baten aan de producten van de productenraming en de
                                    productenrealisatie;</al></li><li nr="g."><al>het beleid en de interne regels voor de inkoop en de
                                    aanbesteding van goederen, werken en diensten;</al></li><li nr="h."><al>het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de
                                    toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen;
                                    en</al></li><li nr="i."><al>het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik
                                    en oneigenlijk gebruik van regelingen en eigendommen,</al></li></lijst><al>opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en verantwoording wordt
                            voldaan. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Interne controle</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van
                                de jaarrekening, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder a van de
                                Gemeentewet, en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de
                                balansmutaties, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder b van de
                                Gemeentewet, voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid
                                van de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de
                                beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het dagelijks bestuur
                                maatregelen tot herstel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur zorgt voor de systematische controle van de
                                registratie en de ontwikkeling van de bezittingen en het vermogen
                                van de dienst met dien verstande dat de waardepapieren, de
                                voorraden, de debiteurenvorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen
                                leningen, de kortlopende schulden en de vorderingen van crediteuren
                                jaarlijks worden gecontroleerd. Voor registergoederen en
                                bedrijfsmiddelen worden afhankelijk van de omvang en aard van het
                                risico specifieke beheersmaatregelen genomen. Bij afwijkingen in de
                                registratie neemt het dagelijks bestuur maatregelen voor herstel van
                                de tekortkomingen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Intrekken oude verordening en overgangsrecht</titel></kop><al>De Financiële verordening Veiligheidsregio Fryslân wordt ingetrokken,
                            met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de jaarrekening en
                            het jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar
                            voorafgaand aan het jaar waarin deze verordening in werking treedt, met
                            uitzondering van de bepalingen over de inhoud van de paragrafen in het
                            jaarverslag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 januari 2016;</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Financiële verordening
                                    Veiligheidsregio Fryslân 2016.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van het algemeen bestuur van 17
                        maart 2016.</ondertekening><ondertekening>Voorzitter, de heer Crone</ondertekening><ondertekening>Secretaris, de heer Kleinhuis</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Bijlage I afschrijvingsbeleid bij artikel 9 </titel></kop><al><vet>Afschrijvingsbeleid materiele vaste activa met economisch nut</vet></al><al/><al>Activa met economisch nut en een verkrijgingsprijs van minder dan € 10.000
                    worden niet geactiveerd, uitgezonderd gronden en terreinen. Gronden en terreinen
                    worden altijd geactiveerd.</al><al/><al>Op gronden en terreinen wordt niet afgeschreven. </al><al/><al>Met afschrijven wordt begonnen vanaf 1 januari van het jaar volgend op het jaar
                    waarin het actief in gebruik is genomen.</al><al/><al>De volgende materiële vaste activa met economisch nut worden lineair
                    afgeschreven in:</al><lijst><li nr="a."><al>40 jaar: bedrijfsgebouwen;</al></li><li nr="b."><al>20 jaar: renovatie, restauratie en verbouwing van
                            bedrijfsgebouwen;technische installaties in bedrijfsgebouwen;
                            voorzieningen aanterreinen (zoals parkeerplaatsen); containers;</al><al/></li></lijst><lijst><li nr="c."><al>15 jaar: brandweervoertuigen c.q. brandweervaartuigen;
                            medischeapparatuur t.b.v. tuberculosebestrijding;</al></li></lijst><lijst><li nr="d."><al>12 jaar: brandweervoertuigen (beroepskorps)</al></li><li nr="e."><al>10 jaar: kantoormeubilair; oefenmateriaal brandweer;ademluchtapparatuur;
                            inventaris/bepakking brandweervoertuigen;overig brandweermateriaal;</al></li></lijst><lijst><li nr="f."><al>7 jaar: dienst- en OVD-voertuigen;
                            persoonlijkebeschermingsmiddelenbrandweer;</al></li></lijst><lijst><li nr="g."><al>6 jaar: alarmeringsmiddelen (C2000 apparatuur);</al></li><li nr="h."><al>5 jaar: overige medische apparatuur; PSU GHOR functionarissen;
                            overigekantoorinventaris; gebruikerssoftware,
                            werkplekautomatisering,telefooncentrale (incl. vaste telefoons);</al></li></lijst><lijst><li nr="i."><al>3 jaar: systeem soft- en hardware; mobiele telefoons; tablets;</al></li></lijst></bijlage></regeling></body></cvdr>