<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR403883_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Financiële verordening Rijswijk 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Rijswijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Rijswijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">GVOP/overheid.nl</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële verordening Rijswijk 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet 212</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-04-19</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-04-22</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2016-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-12-29</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>15.148429</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Gemeentewet artikel 212</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Financiële verordening Rijswijk 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Rijswijk; </al><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van
                        1 maart2016 met kenmerk 15.148429; </al><al>gelet op artikel 212 van de Gemeentewet;</al><al>besluit vast te stellen de Financiële verordening Rijswijk 2016:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten
                                    (hierna BBV): besluit houdende de voorschriften voor de
                                    begrotings- en verantwoordingsdocumenten, uitvoeringsinformatie
                                    en informatie voor derden van provincies en gemeenten;</al></li><li nr="-"><al>organisatieonderdeel: iedere organisatorische eenheid binnen de
                                    gemeentelijke organisatie met een eigen rechtstreekse
                                    verantwoordelijkheid op een bepaald beleidsterrein aan het
                                    college;</al></li><li nr="-"><al>overheidsbedrijf: onderneming met privaatrechtelijke
                                    rechtspersoonlijkheid, niet zijnde een personenvennootschap met
                                    rechtspersoonlijkheid, waarin een publiekrechtelijke
                                    rechtspersoon, al dan niet tezamen met een of meer andere
                                    publiekrechtelijke rechtspersonen, in staat is het beleid te
                                    bepalen of een onderneming in de vorm van een
                                    personenvennootschap, waarin een publiekrechtelijke
                                    rechtspersoon deelneemt;</al></li><li nr="-"><al>rechtmatigheid: het in overeenstemming zijn met geldende wet- en
                                    regelgeving, waaronder gemeentelijke verordeningen,
                                    raadsbesluiten en collegebesluiten;</al></li><li nr="-"><al>doelmatigheid: het realiseren van bepaalde prestaties met een zo
                                    beperkt mogelijke inzet van middelen;</al></li><li nr="-"><al>doeltreffendheid: de mate waarin de beoogde maatschappelijke
                                    effecten van het beleid ook daadwerkelijk worden behaald;</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Begroting en verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Programma-indeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt op basis van de door het college aan de programma’s
                                toegewezen producten, de onderverdeling van de programma’s
                                    vast<cursief>.</cursief></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad kan jaarlijks, de programma-indeling van de begroting van
                                het komend jaar wijzigen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad stelt op voorstel van het college per programma relevante
                                indicatoren vast voor het meten van en het afleggen van
                                verantwoording over de gemeentelijke productie van goederen en
                                diensten en het maatschappelijke rendement van het gemeentelijke
                                beleid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Inrichting begroting en jaarrekening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de begroting worden de volgende zaken per programma behandeld:
                                de visie, doelstellingen &amp; indicatoren (wat willen we
                                bereiken?), activiteiten (wat gaan we er voor doen?) en financiën
                                (wat gaat het kosten?).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de jaarrekening wordt op dezelfde punten in gegaan als onder
                                3.1, alleen ligt de focus op de prestaties en resultaten van het
                                betreffende jaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In de jaarrekening wordt van de investeringen en projecten de
                                uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de raming
                                van de resterende uitgaven weergegeven. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Kaders begroting</titel></kop><al>Het college biedt voor de raadsvergadering behandeling van de
                            Jaarrekening van het vorig jaar, aan de raad de kaders voor het beleid
                            en financiën van de begroting voor het volgende begrotingsjaar en de
                            meerjarenraming. De raad stelt deze nota voor 15 juli vast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Autorisatie begroting en investeringskredieten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad autoriseert met het vaststellen van de begroting de baten en
                                de lasten per programma.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de begrotingsbehandeling kan de raad aangeven van welke nieuwe
                                investeringen hij op een later tijdstip een apart voorstel voor
                                autorisatie van het investeringskrediet wil ontvangen. De overige
                                nieuwe investeringen worden bij de begrotingsbehandeling (in het
                                begrotingsjaar) geautoriseerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het
                                vaststellen van de begroting is geautoriseerd, legt het college
                                voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een
                                investeringsvoorstel met een voorstel voor het vaststellen van een
                                investeringskrediet aan de raad voor. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Tussentijdse rapportage</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college informeert de raad twee maal per jaar door middel van
                                tussentijdse rapportages over de realisatie van de begroting van de
                                gemeente van het lopende boekjaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De tussenrapportages bevatten een uiteenzetting over de bijstelling
                                van het beleid (inclusief maatschappelijke effecten) en een
                                overzicht met de bijgestelde raming van:</al><lijst><li nr="a)"><al>de baten en de lasten per programma;</al></li><li nr="b)"><al>het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen;</al></li><li nr="c)"><al>het totale saldo van de baten en de lasten volgend uit de
                                        onderdelen a en b;</al></li><li nr="d)"><al>de (beoogde) toevoegingen en onttrekkingen aan reserves per
                                        programma; en</al></li><li nr="e)"><al>het resultaat, volgend uit de onderdelen c en d, alsmede de
                                        bijstelling van de investeringskredieten en de
                                        ontwikkelingen m.b.t. de risico’s.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college informeert de raad vooraf en neemt pas een besluit nadat
                                de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter
                                kennis van het college te brengen indien het de lasten van
                                geautoriseerde lasten (&gt; € 100.000) of de investeringsuitgaven
                                van geautoriseerde investeringskredieten dreigen te overschrijden
                                (&gt; € 100.000) of de baten van geautoriseerde baten dreigen te
                                onderschrijden (&gt; € 100.000).</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan van lid 3 afwijken in uitzonderlijke
                                (nood-)situaties. De raad dient dan zo spoedig mogelijk op de hoogte
                                worden gebracht inclusief een verantwoordingsvoorstel.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In de tussenrapportages worden afwijkingen op de ramingen van de
                                baten en de lasten van investeringskredieten in de
                                programmabegroting boven de € 100.000 (of € 50.000 jaarlijkse
                                lasten) toegelicht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Informatieplicht</titel></kop><al>Het college besluit over het verstrekken van leningen, kapitaal,
                            waarborgen en garanties groter dan € 100.000; en niet eerder dan nadat
                            de raad is geïnformeerd over het voornemen en hiertoe in de gelegenheid
                            is gesteld zijn wensen en bedenkingen ter kennis van het college te
                            brengen.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Financieel beleid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Waardering en afschrijving vaste activa</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Materiële vaste activa worden onder aftrek van bijdragen van derden
                                geactiveerd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Materiële vaste activa worden afgeschreven volgens de methodiek en
                                de termijnen zoals vermeld in de bijlage afschrijvingsbeleid bij
                                deze verordening. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Voorziening voor oninbare vorderingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor de vorderingen op derden wordt een voorziening wegens
                                    oninbaarheid gevormd op basis van een individuele beoordeling op
                                    inbaarheid van de openstaande vorderingen. Het college stelt
                                    hiertoe periodiek de ‘beleidsregels invordering
                                    privaatrechtelijke vorderingen’ en de spelregels inzake het
                                    innigs- en incassobeleid vast.</al></li><li nr="2."><al>Voor publiekrechtelijke vorderingen betreffende:</al><lijst><li nr="a)"><al>onroerende zaakbelasting eigenaren;</al></li><li nr="b)"><al>precariobelasting;</al></li><li nr="c)"><al>hondenbelasting;</al></li><li nr="d)"><al>parkeerbelasting;</al></li><li nr="e)"><al>rioolheffing;</al></li><li nr="f)"><al>afvalstoffenheffing; en</al></li><li nr="g)"><al>bijstandsverstrekking,</al></li></lijst></li></lijst><al>wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter grootte van het
                            historische percentage van oninbaarheid. Naarmate de vordering ouder is,
                            wordt een hoger percentage van oninbaarheid gehanteerd.</al><lijst><li nr="3."><al>Voor de overige vorderingen wordt een voorziening wegens
                                    oninbaarheid gevormd op basis van een beoordeling op inbaarheid
                                    van de openstaande vorderingen ouder dan drie maanden, voor
                                    zover deze groter zijn dan € 5.000 per vordering. Bij
                                    vorderingen kleiner dan € 5.000 wordt een percentage gestort in
                                    de voorziening, afhankelijk van het jaar van ontstaan:</al><lijst><li nr="·"><al>huidig boekjaar 10% van het openstaande bedrag;</al></li><li nr="·"><al>boekjaar –1 20% van het openstaande bedrag;</al></li><li nr="·"><al>boekjaar –2 40% van het openstaande bedrag;</al></li><li nr="·"><al>boekjaar –3 60% van het openstaande bedrag;</al></li><li nr="·"><al>boekjaar –4 80% van het openstaande bedrag;</al></li><li nr="·"><al>boekjaar –5 en verder 100% van het openstaande
                                            bedrag.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Reserves en voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt de raad eens in de 4 jaar een nota reserves en
                                voorzieningen aan. Deze nota wordt door de raad vastgesteld en
                                behandelt:</al><lijst><li nr="a)"><al>de vorming en besteding van reserves;</al></li><li nr="b)"><al>de vorming en besteding van voorzieningen; en</al></li><li nr="c)"><al>de rentetoerekening aan reserves en voorzieningen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve wordt
                                minimaal aangegeven:</al><lijst><li nr="a)"><al>het specifieke doel van de reserve;</al></li><li nr="b)"><al>de voeding van de reserve;</al></li><li nr="c)"><al>de hoogte van de reserve; en</al></li><li nr="d)"><al>de looptijd.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Kostprijsberekening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van goederen, werken en
                                diensten van de gemeente<cursief>,</cursief> die worden geleverd aan
                                overheidsbedrijven en derden, wordt een systeem van
                                kostentoerekening gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden, naast
                                de directe kosten, de indirecte kosten betrokken die rechtstreeks
                                samenhangen met de door de gemeente verleende diensten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de kosten worden betrokken de bijdragen aan en onttrekkingen van
                                voorzieningen voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken
                                activa, de kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa en voor
                                rioolheffing en afvalstoffenheffing de compensabele belasting over
                                de toegevoegde waarde (BTW) en de kosten van het
                                kwijtscheldingsbeleid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor de inzet van materiele activa worden naast directe kosten,
                                indirecte kosten en afschrijvingskosten, de rente voor de
                                financiering van het actief toegerekend. Deze rente is een
                                vergoeding voor de inzet van vreemd vermogen en van eigen vermogen.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Prijzen economische activiteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de levering van goederen, diensten of werken aan
                                overheidsbedrijven en derden en met welke bijbehorende activiteiten
                                de gemeente in concurrentie met marktpartijen treedt, wordt
                                tenminste de geraamde integrale kostprijs in rekening gebracht. Bij
                                afwijking doet het college vooraf voor elk van deze activiteiten
                                afzonderlijk een voorstel voor een raadsbesluit, waarin het publiek
                                belang van de activiteit wordt gemotiveerd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het verstrekken van leningen of garanties aan overheidsbedrijven
                                en derden brengt de gemeente de geraamde integrale kosten in
                                rekening. Bij afwijking doet het college vooraf een voorstel voor
                                een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de lening of
                                garantie wordt gemotiveerd. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het verstrekken van kapitaal door de gemeente aan
                                overheidsbedrijven en derden gaat het college uit van een vergoeding
                                van tenminste de geraamde integrale kosten van de verstrekte
                                middelen. Bij afwijking doet het college vooraf een voorstel voor
                                een raadsbesluit, waarin het publiek belang van de
                                kapitaalverstrekking wordt gemotiveerd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Raadbesluiten met de motivering van het publiekbelang als bedoeld in
                                de vorige leden zijn niet nodig als er sprake is van:</al><lijst><li nr="a)"><al>leveringen van goederen, diensten of werken en het
                                        verstrekken van leningen, garanties en kapitaal aan andere
                                        overheden voor zover deze leveringen en verstrekkingen zijn
                                        bedoeld voor de uitoefening van de publieke taak door die
                                        andere overheid;</al></li><li nr="b)"><al>een bevoordeling van activiteiten in het kader van een bij
                                        wet opgedragen publiekrechtelijke taak;</al></li><li nr="c)"><al>een bevoordeling van activiteiten in het kader van een
                                        toegekend bijzonder of uitsluitend recht waarvoor
                                        prijsvoorschriften gelden;</al></li><li nr="d)"><al>een bevoordeling van sociale werkplaatsen;</al></li><li nr="e)"><al>een bevoordeling van onderwijsinstellingen;</al></li><li nr="f)"><al>een bevoordeling van publieke media-instellingen; en</al></li><li nr="g)"><al>een bevoordeling die valt onder de reikwijdte van de
                                        staatssteunregels van het Werkingsverdrag van de Europese
                                        Unie en daarmee verenigbaar is.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Vaststelling hoogte belastingen, rechten, heffingen en
                                prijzen</titel></kop><al>Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de
                            gemeentelijke tarieven voor de belastingen, de rioolheffingen, de
                            afvalstoffenheffing, leges, precario, parkeerbelasting, haven en
                            kadegeld, hondenbelasting, liggeld, marktgeld, onroerendzaakbelastingen,
                            de BIZ en toeristenbelasting.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Financieringsfunctie</titel></kop><al>Het college stelt periodiek het treasurystatuut vast, waarin het beleid
                            ten aanzien van financiering wordt geregeld.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Paragrafen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Inhoud paragrafen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij de begroting en de jaarrekening (voortgang) neemt het college in
                                de verschillende paragrafen in ieder geval de verplichte onderdelen
                                op grond van het BBV op.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad kan jaarlijks, de indeling van de paragrafen van de
                                begroting van het komend jaar wijzigen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college biedt de raad periodiek (een actualisatie van)
                                beleidnota’s aan, met betrekking tot de verschillende paragrafen. De
                                raad stellen deze nota’s vast.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Financiële organisatie en financieel beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Administratie</titel></kop><al>Het college draagt zorg voor:</al><lijst><li nr="1."><al>een administratie die zodanig van opzet en werking is, dat zij
                                    in ieder geval dienstbaar is voor:</al><lijst><li nr="a)"><al>het sturen en het beheersen van activiteiten en
                                            processen in de gemeente als geheel en in
                                            organisatieonderdelen;</al></li><li nr="b)"><al>het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de
                                            omvang van de vaste activa, voorraden, vorderingen,
                                            schulden, contracten, enz.</al></li><li nr="c)"><al>het verschaffen van informatie over uitputting van de
                                            toegekende budgetten en investeringskredieten en voor
                                            het maken van kostencalculaties;</al></li><li nr="d)"><al>het verschaffen van informatie over indicatoren met
                                            betrekking tot de gemeentelijke productie van goederen
                                            en diensten en de maatschappelijke effecten van het
                                            gemeentelijke beleid; </al></li><li nr="e)"><al>het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid,
                                            de doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde
                                            bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de
                                            begroting en relevante wet- en regelgeving; en</al></li><li nr="f)"><al>de controle van de registratie van gegevens als zodanig
                                            en van de daaraan ontleende informatie, alsmede voor de
                                            controle op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de
                                            doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot
                                            de gestelde beleidsdoelen, de begroting en relevante
                                            wet- en regelgeving.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Onder administratie wordt verstaan het systematisch verzamelen,
                                    vastleggen, verwerken en verstrekken van informatie ten behoeve
                                    van het besturen, functioneren en beheersen van de gemeentelijke
                                    organisatie en de verantwoording die daarover moet worden
                                    afgelegd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><al>Het college draagt zorgt voor:</al><lijst><li nr="a)"><al>een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een
                                    eenduidige toewijzing van de gemeentelijke taken aan de
                                    organisatieonderdelen; </al></li><li nr="b)"><al>een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,
                                    verantwoordelijkheden; </al></li><li nr="c)"><al>de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                                    verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
                                    investeringskredieten; </al></li><li nr="d)"><al>de interne regels voor taken en bevoegdheden, de
                                    verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening
                                    van de financieringsfunctie; </al></li><li nr="e)"><al>de te maken afspraken met de organisatieonderdelen over de te
                                    leveren prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze
                                    en frequentie van rapportage over de voortgang van de
                                    activiteiten en uitputting van middelen; </al></li><li nr="f)"><al>de kostenverdeelsleutels voor het eenduidig toewijzen van de
                                    lasten en baten aan de producten van de productenraming en de
                                    productenrealisatie;</al></li><li nr="g)"><al>het beleid en de interne regels voor de inkoop en de
                                    aanbesteding van goederen, werken en diensten; </al></li><li nr="h)"><al>het beleid en de interne regels voor de steunverlening en de
                                    toekenning van subsidies aan ondernemingen en instellingen;
                                    en</al></li><li nr="i)"><al>het beleid en de interne regels voor het voorkomen van misbruik
                                    en oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen en
                                    eigendommen, opdat aan de eisen van rechtmatigheid, controle en
                                    verantwoording wordt voldaan. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Interne controle</titel></kop><al>Het college zorgt ten behoeve van het getrouwe beeld van de
                            jaarrekening, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder a van de
                            Gemeentewet, en de rechtmatigheid van de baten en lasten en de
                            balansmutaties, bedoeld in artikel 213, derde lid, onder b van de
                            Gemeentewet, voor de jaarlijkse interne toetsing van de getrouwheid van
                            de informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de
                            beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college maatregelen tot
                            herstel.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Intrekken oude verordening en overgangsrecht</titel></kop><al>De Financiële verordening gemeente Rijswijk 2006 wordt ingetrokken, met
                            dien verstande dat zij van toepassing blijft op de jaarrekening en het
                            jaarverslag en bijbehorende stukken van het begrotingsjaar voorafgaand
                            aan het jaar waarin deze verordening in werking treedt en op de
                            begroting, jaarrekening en jaarverslag en bijbehorende stukken van het
                            begrotingsjaar dat samenvalt met het jaar waarin deze verordening in
                            werking treedt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt (met terugwerkende kracht) in werking op
                                    1 januari 2016.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Financiële verordening
                                    Gemeente Rijswijk 2016.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van 19 april 2016.</ondertekening><ondertekening> de gemeenteraad,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, J.A. Massaar, bpa</ondertekening><ondertekening>de voorzitter, drs. M.J. Bezuijen</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>