<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR403877_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene plaatselijke verordening Krimpenerwaard 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Krimpenerwaard</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-02-26</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Krimpenerwaard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-46502.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dGemeenteblad%26dpr%3dAlle%26spd%3d20150619%26epd%3d20150619%26sdt%3dDatumPublicatie%26org%3dKrimpenerwaard%26orgt%3dgemeente%26planId%3d%26pnr%3d1%26rpp%3d10&amp;resultIndex=5&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">Gemeenteblad 14-04-2016, Nr. 46502</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene plaatselijke verordening Krimpenerwaard 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">art. 147 e.v. Gemeentewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-03-29</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-04-22</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-03-03</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>15-0041493</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene plaatselijke verordening Krimpenerwaard 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld
                                    op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994</al></li><li nr="-"><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van
                                    een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld
                                    in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of
                                    ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning;</al></li><li nr="-"><al>bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen,
                                    metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming
                                    hetzij direct hetzij indirect met de grond verbonden is, hetzij
                                    direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter
                                    plaatse te functioneren;</al></li><li nr="-"><al>college: het college van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="-"><al>gebouw: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder c, van de
                                    Woningwet daaronder wordt verstaan;</al></li><li nr="-"><al>handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                    diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang
                                    te dienen;</al></li><li nr="-"><al>openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op
                                    andere wijze toegankelijk zijn;</al></li><li nr="-"><al>openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare
                                    manifestaties daaronder wordt verstaan;</al></li><li nr="-"><al>rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft
                                    krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;</al></li><li nr="-"><al>weg: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder b van de
                                    Wegenverkeerswet daaronder wordt verstaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst
                                van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan de termijn voor ten hoogste acht weken
                                verdagen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een
                                aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 2:10, vierde lid,
                                of een vergunning als bedoeld in artikel 2:11, tweede lid onder
                                a.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:3</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de
                                aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het
                                bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen
                                of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden
                                verlengd tot ten hoogste dertien weken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen
                                worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts
                                tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is
                                verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te
                                komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze
                            verordening anders is bepaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:6</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens
                                    zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of
                                    vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het
                                    belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of
                                    ontheffing is vereist;</al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het
                                    ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke
                                    termijn; of</al></li><li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:7</nr><titel>Termijnen</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de
                            vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning
                            of ontheffing zich daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:8</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde
                            bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>de volksgezondheid;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van het milieu.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Openbare Orde</titel></kop><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Bestrijding van ongeregeldheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1</nr><titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een
                                    samenscholing of in groepsverband dan wel afzonderlijk onnodig
                                    op te dringen, andere lastig te vallen, te vechten of door
                                    uitdagend gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene die op een openbare plaats</al><lijst><li nr="a."><al>aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden
                                            ontstaan of dreigen te ontstaan;</al></li><li nr="b."><al>aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft tot
                                            toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden ontstaan of
                                            dreigen te ontstaan; of</al></li><li nr="c."><al>zich bevindt in of aanwezig is bij een
                                            samenscholing;</al></li></lijst><al>is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg te
                                    vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te
                                    verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden zich te begeven naar of te bevinden op openbare
                                    plaatsen die door of vanwege het bevoegd bestuursorgaan in het
                                    belang van de openbare veiligheid of ter voorkoming van
                                    ongeregeldheden zijn afgezet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bepaalde in de voorgaande leden is niet van toepassing op
                                    betogingen, vergaderingen en godsdienstige en
                                    levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare
                                    manifestaties .</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1a</nr><titel>Verblijfsontzeggingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde aan
                                    degene die zich gedraagt in strijd met artikel 2:1, 2:26, 2:32,
                                    2.47, 2:48, 2:49, 2:50, 2:74, 2:74a, 2:74b en/of een aan de
                                    openbare orde gerelateerd delict pleegt, een verbod opleggen om
                                    zich gedurende een in dat verbod genoemd tijdvak van ten hoogste
                                    acht weken te bevinden op in dat verbod aangewezen openbare
                                    plaatsen, waar of in de nabijheid waarvan de genoemde
                                    gedragingen hebben plaatsgehad (verblijfsontzegging).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester beperkt het in het eerste lid genoemde verbod,
                                    indien dat in verband met persoonlijke omstandigheden van
                                    betrokkene noodzakelijk is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden zich te gedragen in strijd met een door de
                                    burgemeester opgelegd verbod, als bedoeld in het eerste
                                    lid.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Betoging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:2</nr><titel>Gereserveerd</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:3</nr><titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een
                                    betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als
                                    bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wet openbare
                                    manifestaties, geeft daarvan vóór de openbare aankondiging en
                                    ten minste 48 uur voordat de betoging wordt gehouden,
                                    schriftelijk kennis aan de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kennisgeving bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al></li><li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
                                            tijdstip van aanvang en van beëindiging;</al></li><li nr="d."><al>de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de
                                            plaats van beëindiging;</al></li><li nr="e."><al>voor zover van toepassing, de wijze van samenstelling;
                                            en</al></li><li nr="f."><al>maatregelen die degene die de betoging houdt zal treffen
                                            om een regelmatig verloop te bevorderen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Degene die de kennisgeving doet ontvangt daarvan een bewijs
                                    waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op
                                    een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een
                                    algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan
                                    uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip
                                    voorafgaat vóór 12.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek een
                                    kennisgeving in behandeling nemen buiten deze termijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:4</nr><titel>Gereserveerd</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:5</nr><titel>Gereserveerd</titel></kop><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Verspreiden van gedrukte stukken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:6</nr><titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                                    of afbeeldingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel
                                    afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan
                                    te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde
                                    dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op het huis-aan-huis
                                    verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven
                                    stukken en afbeeldingen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste
                                    lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Vertoningen e.d. op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:7</nr><titel>Gereserveerd</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:8</nr><titel>Gereserveerd</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:9</nr><titel>Straatartiest e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest,
                                    straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te treden op
                                    door de burgemeester in het belang van de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid, de volksgezondheid en het milieu aangewezen
                                    openbare plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan de werking van het verbod beperken tot
                                    bepaalde dagen en uren.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Bruikbaarheid en aanzien van de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10</nr><titel>Voorwerpen op of aan de weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken
                                    dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan de
                                            weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan
                                            belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen
                                            voor het beheer of onderhoud van de weg; of</al></li><li nr="b."><al>het gebruik niet voldoet aan redelijke eisen van
                                            welstand.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van een belemmering voor de bruikbaarheid van de weg is in ieder
                                    geval sprake wanneer niet tenminste een vrije doorgang
                                        <cursief>van 1,25 m</cursief> wordt gelaten op voetpaden en
                                    van <cursief>3,50 m op</cursief> de rijbaan voor fietsers of
                                    gemotoriseerd verkeer.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon-
                                    en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van terrassen,
                                    uitstallingen, steigers, containers en reclameborden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het
                                    verbod in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In afwijking van het vierde lid kan het bevoegd gezag een
                                    omgevingsvergunning verlenen voor het in het eerste lid bedoelde
                                    gebruik, voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in
                                    artikel 2.2, eerste lid, onder j of k, van de Wet algemene
                                    bepalingen omgevingsrecht .</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2:24;</al></li><li nr="b."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5:17; en</al></li><li nr="c."><al>overige gevallen waarin krachtens een wettelijke
                                            regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is
                                            verleend.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken,
                                    artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, de provinciale
                                    wegenverordening of de waterschapskeur.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Op de ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:11</nr><titel>(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                                    veranderen van een weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een
                                    weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een
                                    weg te graven of te spitten, aard of breedte van de
                                    wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen
                                    in de wijze van aanleg van een weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning wordt verleend:</al><lijst><li nr="a."><al>als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien
                                            de activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan,
                                            beheersverordening, exploitatieplan of
                                            voorbereidingsbesluit; of</al></li><li nr="b."><al>door het college in de overige gevallen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien in
                                    opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam publieke
                                    taken worden verricht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin
                                    wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht , de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken , de provinciale wegenverordening, de
                                    waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                        <cursief>Telecommunicatieverordening</cursief>.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:12</nr><titel>Maken, veranderen van een uitweg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het college een
                                    uitweg te maken naar de weg of verandering te brengen in een
                                    bestaande uitweg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 wordt de vergunning
                                    slechts geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>ter voorkoming van gevaar voor het verkeer op de
                                            weg;</al></li><li nr="b."><al>indien de uitweg zonder noodzaak ten koste gaat van een
                                            openbare parkeerplaats;</al></li><li nr="c."><al>indien door de uitweg het openbaar groen op
                                            onaanvaardbare wijze wordt aangetast, of</al></li><li nr="d."><al>indien er sprake is van een uitweg van een perceel dat
                                            al door een andere uitweg wordt ontsloten, en de aanleg
                                            van deze tweede uitweg ten koste gaat van een openbare
                                            parkeerplaats of het openbaar groen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken,
                                    de Waterschapskeur of het provinciaal wegenreglement.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Veiligheid op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:13</nr><titel>Gereserveerd</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:14</nr><titel>Winkelwagentjes</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een winkelier die winkelwagentjes ter beschikking stelt is
                                    verplicht deze</al><lijst><li nr="a."><al>te voorzien van de naam van het bedrijf of een ander
                                            herkenningsteken, en</al></li><li nr="b."><al>terstond te verwijderen of doen verwijderen uit de
                                            omgeving van dat bedrijf.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een winkelwagentje na gebruik onbeheerd op een
                                    openbare plaats achter te laten, anders dan de daartoe kennelijk
                                    bedoelde plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid onder b bepaalde is niet van toepassing op
                                    situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:15</nr><titel>Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</titel></kop><al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te
                                hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht
                                wordt belemmerd of dat er op andere wijze voor het wegverkeer hinder
                                of gevaar ontstaat.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:16</nr><titel>Openen straatkolken e.d.</titel></kop><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die
                                behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te
                                maken of af te dekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:17</nr><titel>Gereserveerd</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:18</nr><titel>Gereserveerd</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:19</nr><titel>Gereserveerd</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:20</nr><titel>Gereserveerd</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:21</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat
                                    op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten
                                    behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden
                                    aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of de
                                    Belemmeringenwet Privaatrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:22</nr><titel>Gereserveerd</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:23</nr><titel>Veiligheid op het ijs</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>voor het publiek toegankelijke ijsvlakten te
                                            beschadigen, te verontreinigen, te versperren of het
                                            verkeer daarop op enige andere wijze te belemmeren of in
                                            gevaar te brengen;</al></li><li nr="b."><al>bakens of andere voorwerpen ten behoeve van de
                                            veiligheid geplaatst op de onder a. bedoelde ijsvlakten
                                            te verplaatsen, weg te nemen, te beschadigen of op enige
                                            andere wijze het gebruik daarvan te verijdelen of te
                                            belemmeren.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door het Wetboek van Strafrecht of de provinciale
                                    vaarwegenverordening.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Evenementen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:24</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor
                                    publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering
                                    van:</al><lijst><li nr="a."><al>Bioscoopvoorstellingen in een inrichting als bedoeld in
                                            de Wet milieubeheer;</al></li><li nr="b."><al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h,
                                            van de Gemeentewet en artikel 5:22 van deze
                                            verordening;</al></li><li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de Drank en
                                            Horecawet gelegenheid geven tot dansen;</al></li><li nr="e."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in
                                            de Wet openbare manifestaties;</al></li><li nr="f."><al>activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 en 2:39 van deze
                                            verordening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder evenement wordt mede verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></li><li nr="b."><al>een braderie;</al></li><li nr="c."><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in
                                            artikel 2:3 van deze verordening, op de weg;</al></li><li nr="d."><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de
                                            weg;</al></li><li nr="e."><al>een klein evenement.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25</nr><titel>Evenement</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van de
                                    burgemeester een evenement te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Geen vergunning is vereist voor een klein evenement,
                                    indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 100
                                            personen;</al></li><li nr="b."><al>het evenement op maandag tot en met zaterdag tussen
                                            08:00 uur en 24:00 uur plaats vindt of op zondag tussen
                                            13:00 uur en 24:00 uur;</al></li><li nr="c."><al>geen muziek ten gehore wordt gebracht op maandag tot en
                                            met zaterdag voor 08:00 uur en na 24:00 uur of op zondag
                                            voor 13:00 uur en na 24:00 uur;</al></li><li nr="d."><al>het evenement niet plaatsvindt op de rijbaan,
                                            (brom)fietspad of parkeerplaats of anderszins een
                                            belemmering vormt voor het verkeer en de
                                            hulpdiensten;</al></li><li nr="e."><al>slechts kleine objecten worden geplaatst met een
                                            oppervlakte van minder dan 10 m2 per object en maximaal
                                            2 objecten in totaal;</al></li><li nr="f."><al>er een organisator is;</al></li><li nr="g."><al>de organisator de omwonenden minimaal 5 werkdagen
                                            voorafgaand aan het evenement informeert over de
                                            geplande activiteiten;</al></li><li nr="h."><al>direct na het evenement het vuil wordt opgeruimd. De
                                            kosten voor het ophalen van achtergebleven vuil, worden
                                            verhaald op de organisator;</al></li><li nr="i."><al>de organisator tenminste 10 werkdagen voorafgaand aan
                                            het evenement daarvan melding heeft gedaan aan de
                                            burgemeester.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan binnen 5 werkdagen na ontvangst van de
                                    melding besluiten een klein evenement te verbieden, indien er
                                    aanleiding is te vermoeden dat daardoor de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar
                                    komt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op een
                                    wedstrijd op of aan de weg, in situaties waarin voorzien wordt
                                    door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet 1994.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Toezicht op horecagelegenheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:27</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>openbare inrichting:</al><lijst><li nr="i."><al>een hotel, restaurant, pension, café, cafetaria,
                                                  snackbar, discotheek, buurthuis of clubhuis;</al></li><li nr="ii."><al>elke andere voor het publiek toegankelijke,
                                                  besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een
                                                  omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt
                                                  verstrekt of dranken worden geschonken of
                                                  rookwaren of spijzen voor directe consumptie
                                                  worden verstrekt of bereid;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare
                                            inrichting liggend deel daarvan waar sta- of
                                            zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen
                                            vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen
                                            voor directe consumptie kunnen worden bereid of
                                            verstrekt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder openbare inrichting wordt mede verstaan een buiten de
                                    besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel daarvan
                                    waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen
                                    vergoeding dranken kunnen worden geschonken of spijzen voor
                                    directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28</nr><titel>Exploitatie openbare inrichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder
                                    vergunning van de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning indien de exploitatie van
                                    de openbare inrichting in strijd is met een geldend
                                    bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of
                                    voorbereidingsbesluit.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de
                                    vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren indien naar
                                    zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of leefsituatie
                                    in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op
                                    ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich
                                    bevindt in</al><lijst><li nr="a."><al>een winkel als bedoeld in artikel 1 van de
                                            Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de
                                            openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de
                                            winkelactiviteit;</al></li><li nr="b."><al>een zorginstelling;</al></li><li nr="c."><al>een museum; of</al></li><li nr="d."><al>een bedrijfskantine of – restaurant.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling
                                    van het verbod genoemd in het eerste lid aan openbare
                                    inrichtingen zoals bedoeld in artikel 2:27 lid 1 sub a,
                                    indien:</al><lijst><li nr="a."><al>zich in de zes maanden voorafgaand aan de
                                            inwerkingtreding van deze bepaling geen incidenten
                                            gepaard gaande met geweld, overlast op straat of
                                            drugsgebruik en -handel hebben voorgedaan in of bij de
                                            inrichting, dan wel</al></li><li nr="b."><al>de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er
                                            zich geen weigeringsgronden voordoen als bedoeld in
                                            artikel 1:8 of 2:28, tweede of derde lid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een incident
                                    heeft voorgedaan als bedoeld in het vijfde lid onder a.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van
                                    toepassing op de vergunning bedoeld in het eerste lid en op de
                                    vrijstelling bedoeld in het vijfde lid</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:29</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de exploitant of feitelijk leidinggevende van die
                                    inrichting verboden bezoekers in de openbare inrichting toe te
                                    laten tussen 01.00 uur en 02.00 uur (toelatingstijd)</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Openbare inrichtingen zijn gesloten tussen 02.00 uur en 07.00
                                    uur (sluitingstijd).</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend
                                    te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na
                                    sluitingstijd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van de sluitings- en
                                    toelatingstijd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester kan bij convenant afwijken van het bepaalde in
                                    lid 1 en lid 2 van dit artikel. De burgemeester consulteert de
                                    raad over het voorgenomen convenant, ten minste zes weken voor
                                    de inwerkingtreding daarvan.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vierde
                                    lid onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de
                                    winkel.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op
                                    situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is
                                    voorzien.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:30</nr><titel>Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                    veiligheid of gezondheid of in geval van bijzondere
                                    omstandigheden voor een of meer openbare inrichtingen tijdelijk
                                    andere sluitingstijden vaststellen of tijdelijk sluiting
                                    bevelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin
                                    artikel 13b van de Opiumwet voorziet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:31</nr><titel>Verboden gedragingen</titel></kop><al>Het is verboden in een openbare inrichting:</al><lijst><li nr="a."><al>de orde te verstoren;</al></li><li nr="b."><al>zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat
                                        de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een
                                        besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid;</al></li><li nr="c."><al>op het terras spijzen of dranken te verstrekken aan personen
                                        die geen gebruik maken van het terras;</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:32</nr><titel>Handel binnen openbare inrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als
                                    bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op
                                    grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een
                                    handelaar of een voor hem handelend persoon in die inrichting
                                    enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze
                                    overdraagt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:33</nr><titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>Indien een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand
                                gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de
                                Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van artikel 2:28
                                tot en met 2:30 op als bevoegd bestuursorgaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34</nr><titel>Gereserveerd</titel></kop><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>8a</nr><titel>Bijzondere bepalingen over horecabedrijven als bedoeld in de
                                Drank- en horecawet</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34a</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>alcoholhoudende drank,</al></li><li nr="-"><al>horecabedrijf,</al></li><li nr="-"><al>horecalocaliteit,</al></li><li nr="-"><al>inrichting,</al></li><li nr="-"><al>paracommerciële rechtspersoon,</al></li><li nr="-"><al>sterke drank,</al></li><li nr="-"><al>slijtersbedrijf en</al></li><li nr="-"><al>zwak-alcoholhoudende drank</al></li></lijst><al>dat wat daaronder wordt verstaan in de Drank- en
                                    horecawet<cursief>.</cursief></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34b</nr><titel>Regulering paracommerciële rechtspersonen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een paracommerciële rechtspersoon die zich richt op het
                                    organiseren van activiteiten van sportieve aard mag
                                    alcoholhoudende drank uitsluitend verstrekken vanaf één uur voor
                                    de aanvang, tot uiterlijk drie uur na afloop van een activiteit
                                    die past binnen de statutaire doelomschrijving van de
                                    desbetreffende paracommerciële rechtspersoon, met inachtneming
                                    van de in het tweede lid van dit artikel genoemde tijden. Onder
                                    statutaire activiteiten worden ook cohesie bevorderende
                                    activiteiten binnen de paracommerciële rechtspersoon
                                    verstaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De paracommerciële rechtspersoon als bedoeld in het eerste lid,
                                    verstrekt geen alcoholhoudende drank op: - maandag tot en met
                                    vrijdag vóór 13.00 uur en na 01.00 uur; - zaterdag en zondag
                                    voor 13.00 uur en na 24.00 uur, </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een paracommerciële rechtspersoon die zich richt op het
                                    organiseren van activiteiten waarbij het faciliteren van sociale
                                    interactie een voorname rol speelt, mag alcoholhoudende drank
                                    uitsluitend verstrekken vanaf één uur vóór de aanvang tot
                                    uiterlijk één uur na afloop van een activiteit die past binnen
                                    de statutaire doelomschrijving van de desbetreffende
                                    paracommerciële rechtspersoon, met inachtneming van de in het
                                    vierde lid van dit artikel genoemde tijden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De paracommerciële rechtspersoon als bedoeld in het derde lid,
                                    verstrekt geen alcoholhoudende drank vóór 12.00 uur en na 02.00
                                    uur.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Overige paracommerciële rechtspersonen mogen alcoholhoudende
                                    drank uitsluitend verstrekken gedurende een activiteit die past
                                    binnen de statutaire doelomschrijving van de desbetreffende
                                    paracommerciële rechtspersoon met inachtneming van de in het
                                    zesde lid van dit artikel genoemde tijden.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De paracommerciële rechtspersoon als bedoeld in het vijfde lid
                                    verstrekt geen alcoholhoudende drank vóór 12.00 uur en na 00.00
                                    uur.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Een paracommercieel rechtspersoon verstrekt geen alcoholhoudende
                                    drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en
                                    bijeenkomsten die gericht zijn op personen welke niet of niet
                                    rechtstreeks bij de activiteiten van de desbetreffende
                                    rechtspersoon betrokken zijn.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Indien sprake is van een bijeenkomst die direct verband houdt
                                    met de statutaire activiteiten van de paracommerciële
                                    rechtspersoon, kan de burgemeester ten hoogste negen keer per
                                    jaar, met een maximum van één keer per maand, bij ontheffing
                                    afwijken van het bepaalde in het tweede en het zesde lid van dit
                                    artikel.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                                nachtverblijf</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder inrichting: elke al dan niet
                                besloten ruimte waarin, in de uitoefening van beroep of bedrijf, aan
                                personen de mogelijkheid van nachtverblijf of gelegenheid tot
                                kamperen wordt verschaft.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:36</nr><titel>Kennisgeving exploitatie</titel></kop><al>Degene die een inrichting opricht, overneemt, verplaatst of de
                                exploitatie of feitelijke leiding van een inrichting staakt, is
                                verplicht binnen drie dagen daarna daarvan schriftelijk kennis te
                                geven aan de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:37</nr><titel>Gereserveerd</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:38</nr><titel>Verschaffing gegevens nachtregister</titel></kop><al>Degene die in een inrichting nachtverblijf houdt of de kampeerder is
                                verplicht de exploitant of feitelijk leidinggevende van die
                                inrichting volledig en naar waarheid naam, adres, woonplaats,
                                geboortedatum, geboorteplaats, betrekking, dag van aankomst en de
                                dag van vertrek te verstrekken.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>10</nr><titel>Toezicht op speelgelegenheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:39</nr><titel>Speelgelegenheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt onder speelgelegenheid verstaan: een voor
                                    het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in
                                    een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt
                                    geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld
                                    inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het
                                    verbod is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c,
                                            eerste lid, onder b, van de Wet op de Kansspelen
                                            vergunning is verleend;</al></li><li nr="b."><al>speelgelegenheden waarvoor de minister van Justitie of
                                            de Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te
                                            verlenen; en</al></li><li nr="c."><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om
                                            het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet
                                            op de kansspelen te beoefenen, of te spelen op
                                            speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de Wet op
                                            de kansspelen , of de handeling als in artikel 1, onder
                                            a, van de Wet op de kansspelen te verrichten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning:</al><lijst><li nr="a."><al>indien naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de
                                            woon- en leefsituatie in de omgeving van de
                                            speelgelegenheid of de openbare orde op ontoelaatbare
                                            wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie van
                                            de speelgelegenheid; of</al></li><li nr="b."><al>indien de exploitatie van de speelgelegenheid in strijd
                                            is met een geldend bestemmingsplan.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40</nr><titel>Kansspelautomaten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Wet: de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="b."><al>kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30,
                                            onder c. van de Wet;</al></li><li nr="c."><al>hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                            artikel 30, onder d, van de Wet;</al></li><li nr="d."><al>laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                            artikel 30, onder e, van de Wet.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn maximaal twee
                                    kansspelautomaten toegestaan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet
                                    toegestaan.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>11</nr><titel>Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:41</nr><titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet
                                    gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of
                                    een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet
                                    gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal,
                                    een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het
                                    publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te
                                    betreden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze verboden zijn niet van toepassing op personen wier
                                    aanwezigheid in de woning of het lokaal wegens dringende reden
                                    noodzakelijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:42</nr><titel>Plakken en kladden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen
                                    of te bekladden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                    rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:</al><lijst><li nr="a."><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of
                                            aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op andere
                                            wijze aan te brengen of te doen aanbrengen;</al></li><li nr="b."><al>met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof een
                                            afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen of te
                                            doen aanbrengen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing indien
                                    gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is verboden de aanplakborden te gebruiken voor het
                                    aanbrengen van handelsreclame.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen
                                    hebben op de inhoud van de meningsuitingen en
                                    bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De houder van de schriftelijke toestemming is verplicht die aan
                                    een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter
                                    inzage af te geven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:43</nr><titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op de weg of openbaar water enig aanplakbiljet,
                                    aanplakdoek, kalk, teer, kleur of verfstof of verfgereedschap te
                                    vervoeren of bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing, indien de genoemde materialen
                                    of gereedschappen niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd voor
                                    handelingen als verboden in artikel 2:42.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44</nr><titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te
                                    vervoeren of bij zich te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing indien de bedoelde werktuigen
                                    niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de
                                    toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig
                                    sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van
                                    braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te
                                    voorkomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44a</nr><titel>Vervoer geprepareerde voorwerpen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op of aan een openbare plaats in de nabijheid
                                    van winkels te vervoeren of bij zich te hebben een voorwerp dat
                                    er kennelijk toe is uitgerust om het plegen van winkeldiefstal
                                    te vergemakkelijken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing indien redelijkerwijs kan
                                    worden aangenomen dat het in lid 1 bedoelde voorwerp niet
                                    bestemd is voor de in dat lid bedoelde handelingen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:45</nr><titel>Betreden van plantsoenen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden zonder
                                    ontheffing van het college zich te bevinden in of op bij de
                                    gemeente in onderhoud zijnde parken, wandelplaatsen,
                                    plantsoenen, groenstroken of grasperken, buiten de daarin
                                    gelegen wegen of paden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:46</nr><titel>Rijden over bermen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van
                                    rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de zijkant
                                    van een weg, tenzij dit door de omstandigheden redelijkerwijs
                                    wordt vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de
                                    provinciale wegenverordening of de waterschapskeur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47</nr><titel>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats:</al><lijst><li nr="a."><al>te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument,
                                            overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid,
                                            voertuig, hekheining of andere afsluiting,
                                            verkeersmeubilair of daarvoor niet bestemd
                                            straatmeubilair;</al></li><li nr="b."><al>zich op te houden op een wijze die aan andere gebruikers
                                            of aan bewoners van nabij die openbare plaats gelegen
                                            woningen onnodig overlast of hinder berokkent.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van het Wetboek van
                                    Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:48</nr><titel>Verboden drankgebruik</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van
                                    een door het college aangewezen gebied:</al><lijst><li nr="a."><al>individueel of als deelnemer aan een verzameling van
                                            twee of meer personen een geopende verpakking
                                            alcoholhoudende drank bij zich te hebben met het
                                            kennelijk doel om die drank in dat gebied te nuttigen,
                                            of</al></li><li nr="b."><al>deel uit te maken van een verzameling van twee of meer
                                            personen waarvan één of meer leden een geopende
                                            verpakking alcoholhoudende drank bij zich hebben met het
                                            kennelijk doel om die drank in dat gebied te
                                            nuttigen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als
                                            bedoeld in artikel 1 van de Drank- en Horecawet;</al></li><li nr="b."><al>een andere plaats dan een horecabedrijf, als bedoeld
                                            onder a, waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel
                                            35 van de Drank- en Horecawet.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:49</nr><titel>Verboden gedrag in of bij gebouwen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te
                                            houden;</al></li><li nr="b."><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of
                                            een drempel van een gebouw te zitten of te liggen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van een
                                    flatgebouw, appartementsgebouw of een soortgelijke
                                    meergezinswoning of van een gebouw dat voor publiek toegankelijk
                                    is, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor
                                    gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van dat gebouw.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:50</nr><titel>Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                                    ruimten</titel></kop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel en op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te gebruiken
                                voor een ander doel dan waarvoor deze ruimte is bestemd. Onder deze
                                ruimten worden in elk geval begrepen: portalen, wachtlokalen voor
                                het openbaar vervoer, parkeergarages en rijwielstallingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:51</nr><titel>Neerzetten van fietsen e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te
                                plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur,
                                de gevel van een gebouw of in de ingang van een portiek indien:</al><lijst><li nr="a."><al>dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de
                                        gebruiker van dat gebouw of dat portiek; of</al></li><li nr="b."><al>daardoor die ingang versperd wordt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:52</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein
                                    e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op uren en plaatsen die door het college of de
                                burgemeester zijn aangewezen, zich met een fiets of bromfiets te
                                bevinden op een door het college of de burgemeester aangewezen
                                terrein waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of
                                plechtigheid wordt gehouden die publiek trekt, mits dit verbod
                                kenbaar is aan de bezoekers van het terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:53</nr><titel>Gereserveerd</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:54</nr><titel>Gereserveerd</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:55</nr><titel>Gereserveerd</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:56</nr><titel>Gereserveerd</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:57</nr><titel>Loslopende honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen:</al><lijst><li nr="a."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                            zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                            speelweide of op een andere door het college aangewezen
                                            plaats;</al></li><li nr="b."><al>binnen de bebouwde kom op de weg indien de hond niet is
                                            aangelijnd; </al></li><li nr="c."><al>buiten de bebouwde kom op een door het college
                                            aangewezen plaats indien de hond niet is aangelijnd;
                                            of</al></li><li nr="d."><al>op de weg indien die hond niet is voorzien van een
                                            halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar
                                            of houder duidelijk doet kennen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van
                                    toepassing op door het college aangewezen plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verboden in het eerste lid aanhef en onder a en b zijn niet
                                    van toepassing op de eigenaar of houder van een hond:</al><lijst><li nr="a."><al>die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of
                                            sociale hulphond laat begeleiden; of</al></li><li nr="b."><al>die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot
                                            geleidehond of sociale hulphond.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:58</nr><titel>Verontreiniging door honden en paarden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die zich met een hond of een paard op een openbare plaats
                                    begeeft is verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van
                                    die hond of paard onmiddellijk worden verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder
                                    van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond
                                    of sociale hulphond laat begeleiden..</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan openbare plaatsen aanwijzen waar het verbod
                                    genoemd in het eerste lid niet geldt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Degene die zich met een hond of paard op een openbare plaats
                                    begeeft, is verplicht een doeltreffend hulpmiddel bij zich te
                                    hebben dat geschikt is voor opruimen van de uitwerpselen en dit
                                    hulpmiddel op eerste vordering van een toezichthoudend ambtenaar
                                    te laten zien.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is verboden uitwerpselen al dan niet rechtstreeks te
                                    verwijderen via het riool.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:59</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag
                                    gevaarlijk of hinderlijk acht, kan hij de eigenaar of houder van
                                    die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod
                                    opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare
                                    plaats of op het terrein van een ander.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is
                                    de hond aangelijnd te houden met een lijn met een lengte,
                                    gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht
                                    is de hond voorzien te houden van een muilkorf die: </al><lijst><li nr="a."><al>vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of
                                            van beide stoffen;</al></li><li nr="b."><al>door middel van een stevige leren riem zodanig rond de
                                            hals is aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van
                                            de mens niet mogelijk is; en</al></li><li nr="c."><al>zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de
                                            afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van
                                            de bek toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf
                                            aanwezig zijn.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd artikel 2:57, eerste lid, aanhef en onder d, dient
                                    een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien te zijn van een
                                    door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek
                                    identificatienummer door middel van een microchip die met een
                                    chipreader afleesbaar is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:60</nr><titel>Houden of voeren van hinderlijke of schadelijke
                                    dieren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op door het college ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast of schade aan de openbare gezondheid aangewezen
                                    plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide dieren:</al><lijst><li nr="a."><al>aanwezig te hebben;</al></li><li nr="b."><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de
                                            door het college in het aanwijzingsbesluit gestelde
                                            regels;</al></li><li nr="c."><al>aanwezig te hebben in een groter aantal dan in die
                                            aanwijzing is aangegeven; of</al></li><li nr="d."><al>te voeren</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak gelegen
                                    binnen een plaats die krachtens het eerste lid is aangewezen,
                                    ontheffing verlenen van een of meer verboden bedoeld in het
                                    eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:61</nr><titel>Gereserveerd</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:62</nr><titel>Loslopend vee</titel></kop><al>De rechthebbende op herkauwende of eenhoevige dieren of varkens
                                (vee) die zich bevinden in een weiland of op een terrein dat niet
                                van de weg is afgescheiden door een deugdelijke veekering, is
                                verplicht ervoor te zorgen dat zodanige maatregelen getroffen worden
                                dat dit vee die weg niet kan bereiken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:63</nr><titel>Gereserveerd</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:64</nr><titel>Bijen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden bijen te houden:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen een afstand van 30 meter van woningen of andere
                                            gebouwen waar overdag mensen verblijven;</al></li><li nr="b."><al>binnen een afstand van 30 meter van de weg.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder a, is niet van
                                    toepassing voor de bijenhouder die rechthebbende is op de
                                    woningen of gebouwen bedoeld in dat lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid, aanhef en onder b is niet van
                                    toepassing op situaties waarin wordt voorzien door de
                                    Wegenverordening Zuid-Holland.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan van het verbod in het eerste lid ontheffing
                                    verlenen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:65</nr><titel>Bedelarij</titel></kop><al>Het is verboden in door het college aangewezen gebieden op een
                                openbare plaats of in een voor het publiek toegankelijk gebouw te
                                bedelen om geld of andere zaken.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>12</nr><titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:66</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar: een handelaar als
                                bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond
                                van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:67</nr><titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle
                                    gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere
                                    wijze overdraagt, in een doorlopend register, en daarin
                                    onverwijld op te nemen:</al><lijst><li nr="a."><al>het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het
                                            goed;</al></li><li nr="b."><al>de datum van verkoop of overdracht van het goed;</al></li><li nr="c."><al>een omschrijving van het goed, daaronder begrepen - voor
                                            dat mogelijk is - soort, merk en nummer van het
                                            goed;</al></li><li nr="d."><al>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht
                                            van het goed; en</al></li><li nr="e."><al>de naam en het adres van degene die het goed heeft
                                            verkregen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan vrijstelling verlenen van deze
                                    verplichtingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:68</nr><titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van
                                    Strafrecht</titel></kop><al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al>de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te
                                        stellen:</al><lijst><li nr="i."><al>dat hij het beroep van handelaar uitoefent met
                                                vermelding van zijn woonadres en het adres van de
                                                bij zijn onderneming behorende vestiging;</al></li><li nr="ii."><al>van een verandering van de onder a, sub i, bedoelde
                                                adressen;</al></li><li nr="iii."><al>dat hij het beroep van handelaar niet langer
                                                uitoefent;</al></li><li nr="iv."><al>dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs
                                                van een misdrijf afkomstig is of voor de
                                                rechthebbende verloren is gegaan;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of
                                        register ter inzage te geven;</al></li><li nr="c."><al>aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben
                                        waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk
                                        zichtbaar zijn;</al></li><li nr="d."><al>een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie
                                        dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed
                                        verkregen is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:69</nr><titel>Gereserveerd</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:70</nr><titel>Gereserveerd</titel></kop><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>13</nr><titel>Vuurwerk</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:71</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk:
                                Consumentenvuurwerk waarop het Besluit, houdende nieuwe regels met
                                betrekking tot consumenten- en professioneel vuurwerk
                                (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:72</nr><titel>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens
                                    verkoopdagen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of
                                    nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan
                                    wel voor het ter beschikking stellen aanwezig te houden, zonder
                                    een vergunning van het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73</nr><titel>Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het
                                    college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of
                                    overlast aangewezen plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te
                                    gebruiken als dat gevaar, schade of overlast kan
                                    veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verboden bedoeld in het eerste en tweede lid zijn niet van
                                    toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429,
                                    aanhef en onder 1, van het Wetboek van Strafrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73a</nr><titel>Carbid schieten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden acetyleengas afkomstig van een reactie tussen
                                    calciumacetylide (carbid) en water of gasmengsel met
                                    vergelijkbare eigenschappen op explosieve wijze te
                                    ontbranden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien:</al><lijst><li nr="a."><al>hiervan tenminste veertien dagen voorafgaand aan de
                                            datum van gebruik melding is gedaan aan het
                                            college;</al></li><li nr="b."><al>de melding is vergezeld van een schriftelijke
                                            toestemming van de eigenaar van het terrein waarvandaan
                                            geschoten wordt;</al></li><li nr="c."><al>de melding tevens is voorzien van een kaart waarop de
                                            betreffende locatie is ingetekend;</al></li><li nr="d."><al>de plaats vanwaar geschoten wordt is gelegen:</al><lijst><li nr="i."><al>op een afstand van tenminste 75 meter van de
                                                  woonbebouwing;</al></li><li nr="ii."><al>op een afstand van tenminste 300 meter van de
                                                  inrichtingen voor de intramurale zorg;</al></li><li nr="iii."><al>op een afstand van tenminste 300 meter van in
                                                  gebruik zijnde voorzieningen voor het houden van
                                                  dieren;</al></li><li nr="iv."><al>in een richting welke tegengesteld is aan de
                                                  richting waarin de dichtstbijzijnde woonbebouwing
                                                  is gelegen;</al></li><li nr="v."><al>het vrijschootsveld minimaal 75 meter is en
                                                  hierin geen verharde openbare wegen of paden
                                                  liggen;</al></li><li nr="vi."><al>niet door het college van burgemeester en
                                                  wethouders is aangewezen in verband met het belang
                                                  van de voorkoming van gevaar, schade of
                                                  overlast;</al></li></lijst></li><li nr="e."><al>gebruik wordt gemaakt van melkbussen en/of dergelijke
                                            voorwerpen met een maximale omvang van 50 liter;</al></li><li nr="f."><al>het gebruik plaatsvindt op 31 december van 10.00 uur tot
                                            1 januari 02.00 uur.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Dit artikel is niet van toepassing voor zover de Wet
                                    Milieubeheer, de Wet Wapens en Munitie, de Wet Milieugevaarlijke
                                    Stoffen, de Wet Vervoer Gevaarlijke Stoffen of het Wetboek van
                                    Strafrecht van toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan binnen 5 dagen na ontvangst van een melding
                                    besluiten om het op explosieve wijze ontbranden van carbid als
                                    bedoeld in lid 1 te verbieden, indien daardoor de openbare orde,
                                    de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in
                                    gevaar komt.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>14</nr><titel>Drugsoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74</nr><titel>Drugshandel op straat</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een
                                openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om middelen als
                                bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende
                                waar, al dan niet tegen betaling, af te leveren, aan te bieden of te
                                verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74a</nr><titel>Verzamelingen van personen in verband met drugs</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op openbare plaatsen, die door de burgemeester
                                    zijn aangewezen indien de openbare orde dat in verband met het
                                    openlijk gebruik van en/of de handel in middelen als bedoeld in
                                    artikel 2 en 3 van de Opiumwet naar zijn oordeel noodzakelijk
                                    maakt, aan een verzameling van twee of meer personen deel te
                                    nemen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet als de
                                    verzameling personen geen verband houdt met het openlijk gebruik
                                    van en/of de handel in middelen als bedoeld in artikel 2 en 3
                                    van de Opiumwet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74b</nr><titel>Openlijk drugsgebruik</titel></kop><al>Het is verboden, op een openbare plaats of in een voor publiek
                                toegankelijk gebouw, middelen als bedoeld in artikel 2 en 3 van de
                                Opiumwet te gebruiken, toe te dienen, dan wel voorbereidingen
                                daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik voorwerpen
                                en/of stoffen voorhanden te hebben.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>15</nr><titel>Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en
                                cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:75</nr><titel>Bestuurlijk ophouding</titel></kop><al>De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 154a van de
                                Gemeentewet te besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door
                                hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen
                                plaats indien deze personen het bepaalde in artikel 2:1, 2:10, 2:16,
                                2:26, 2:47, 2:48, 2:49, 2:50, 2:73, 2:73a, 2:74, 2:74a, 2:74b, 5:34
                                van deze verordening groepsgewijs niet naleven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:76</nr><titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel></kop><al>De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 151b van de
                                Gemeentewet bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid
                                van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan,
                                een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek
                                openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, aan te wijzen als
                                veiligheidsrisicogebied.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:77</nr><titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 151c van de
                                    Gemeentewet te besluiten tot plaatsing van camera’s voor een
                                    bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare
                                    plaats. De burgemeester bepaalt na overleg met de gemeenteraad
                                    de duur van plaatsing en de aanwijzing van de openbare
                                    plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester heeft die bevoegdheid eveneens ten aanzien van
                                    plaatsen, waaronder parkeerterreinen, die vanwege het
                                    doelgebonden verblijf niet onder de definitie van openbare
                                    plaats uit de Wet openbare manifestaties vallen.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Regulering prostitutie, seksbranche en aanverwante
                            onderwerpen.</titel></kop><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:1</nr><titel>Afbakening</titel></kop><al>De artikelen 1:2, 1:3 en 1:5 tot en met 1:7 zijn niet van toepassing
                                op het bij of krachtens dit hoofdstuk bepaalde<vet>.</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:2</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>advertentie: elke commerciële uiting in een medium, die een
                                        seksbedrijf of een prostituee onder de aandacht van het
                                        publiek brengt;</al></li><li nr="-"><al>beheerder: de natuurlijke persoon die door de exploitant is
                                        aangesteld voor de feitelijke leiding van een
                                        seksbedrijf;</al></li><li nr="-"><al>escortbedrijf: de activiteit, bestaande uit het
                                        bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie in de vorm
                                        van bemiddeling tussen klant en prostituee;</al></li><li nr="-"><al>exploitant: de natuurlijke persoon of de bestuurder van een
                                        rechtspersoon of, indien van toepassing, de tot
                                        vertegenwoordiging van die rechtspersoon bevoegde natuurlijk
                                        persoon, voor wiens rekening en risico een seksbedrijf wordt
                                        uitgeoefend;</al></li><li nr="-"><al>klant: degene die gebruik maakt van de door een exploitant
                                        van een prostitutiebedrijf of een prostituee aangeboden
                                        seksuele diensten;</al></li><li nr="-"><al>prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het
                                        verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        betaling;</al></li><li nr="-"><al>prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten
                                        van seksuele handelingen met een ander tegen betaling;</al></li><li nr="-"><al>prostitutiebedrijf: de activiteit, bestaande uit het
                                        bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie;</al></li><li nr="-"><al>raamprostitutiebedrijf: de activiteit, bestaande uit het
                                        bedrijfsmatig gelegenheid geven tot prostitutie, waarbij het
                                        werven van klanten gebeurt door een prostituee die zichtbaar
                                        is vanuit een voor publiek toegankelijke plaats;</al></li><li nr="-"><al>seksbedrijf: de activiteit, bestaande uit het bedrijfsmatig
                                        gelegenheid geven tot prostitutie of tot het verrichten van
                                        seksuele handelingen voor een ander tegen betaling of uit
                                        het bedrijfsmatig aanbieden van vertoningen van
                                        erotisch-pornografische aard in een seksinrichting tegen
                                        betaling;</al></li><li nr="-"><al>seksinrichting: voor het publiek toegankelijke besloten
                                        ruimte, onderdeel van een seksbedrijf;</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Vergunning seksbedrijf</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:3</nr><titel>Vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksbedrijf uit te oefenen zonder
                                    vergunning.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester beslist binnen twaalf weken op de aanvraag om
                                    een vergunning.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in het tweede lid gestelde termijn kan door de burgemeester
                                    met ten hoogste twaalf weken worden verlengd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van
                                    toepassing.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een vergunning kan mede voor één seksinrichting worden
                                    verleend.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De vergunning wordt voor bepaalde tijd verleend aan de
                                    exploitant en op diens naam gesteld. De vergunning is niet
                                    overdraagbaar.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:4</nr><titel>Concentratie seksbedrijf en -inrichting</titel></kop><al>Het college kan delen van de gemeente aanwijzen waarbinnen voor het
                                vestigen van een seksinrichting dan wel een seksbedrijf geen
                                vergunning wordt verleend. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:5</nr><titel>Maximum aantal vergunningen voor seksbedrijven</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het uitoefenen van een raamprostitutiebedrijf wordt geen
                                    vergunning verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Er wordt voor in totaal ten hoogste één seksinrichting waaronder
                                    een seksbedrijf niet zijnde raamprostitutiebedrijven vergunning
                                    verleend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:6</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aanvraag om een vergunning wordt ingediend door
                                    gebruikmaking van een door de burgemeester vastgesteld
                                    formulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de aanvraag om een vergunning wordt vermeld voor welke
                                    activiteit vergunning wordt gevraagd, en worden in ieder geval
                                    de volgende gegevens en bescheiden overgelegd: </al><lijst><li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al></li><li nr="b."><al>het nummer van inschrijving in het handelsregister bij
                                            de Kamer van Koophandel;</al></li><li nr="c."><al>of in de vijf jaar voorafgaand aan de aanvraag de
                                            exploitant een vergunning voor een seksbedrijf is
                                            geweigerd of een aan de exploitant verleende vergunning
                                            voor een seksbedrijf is ingetrokken;</al></li><li nr="d."><al>het adres waar het seksbedrijf wordt uitgeoefend;</al></li><li nr="e."><al>het adres van een onder het seksbedrijf vallende
                                            seksinrichting;</al></li><li nr="f."><al>het vaste telefoonnummer dat in advertenties voor het
                                            seksbedrijf zal worden gebruikt;</al></li><li nr="g."><al>een geldig identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1
                                            van de Wet op de identificatieplicht van de
                                            exploitant;</al></li><li nr="h."><al>indien van toepassing, de verblijfstitel van de
                                            exploitant;</al></li><li nr="i."><al>een actuele verklaring betalingsgedrag nakoming fiscale
                                            verplichtingen, verstrekt door de Belastingdienst;</al></li><li nr="j."><al>bewijs waaruit blijkt dat de exploitant gerechtigd is
                                            tot het gebruik van de ruimtes bestemd voor de
                                            uitoefening van het seksbedrijf;</al></li><li nr="k."><al>indien van toepassing, de plaatselijke ligging van de
                                            seksinrichting waarvoor vergunning wordt aangevraagd,
                                            door middel van een situatieschets met een noordpijl en
                                            schaalaanduiding;</al></li><li nr="l."><al>indien van toepassing, de plattegrond van de
                                            seksinrichting waarvoor vergunning wordt aangevraagd,
                                            door middel van een tekening met een
                                            schaalaanduiding.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als er een beheerder is aangesteld, is het tweede lid, onder a,
                                    b, c, g en h, van overeenkomstige toepassing op de
                                    beheerder.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als de burgemeester dat nodig acht voor de beoordeling van een
                                    aanvraag, kan hij verlangen dat aanvullende gegevens worden
                                    overgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:7</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een vergunning wordt geweigerd als: </al><lijst><li nr="a."><al>de exploitant of de beheerder onder curatele staat;</al></li><li nr="b."><al>de exploitant of de beheerder is ontzet uit het
                                            ouderlijk gezag of de voogdij;</al></li><li nr="c."><al>de exploitant of de beheerder onherroepelijk is
                                            veroordeeld voor een gewelds- of zedendelict of voor
                                            mensenhandel, of in enig ander opzicht van slecht
                                            levensgedrag is;</al></li><li nr="d."><al>de exploitant of de beheerder de leeftijd van 21 jaar
                                            nog niet heeft bereikt;</al></li><li nr="e."><al>redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de feitelijke
                                            toestand niet met het in de aanvraag vermelde in
                                            overeenstemming zal zijn;</al></li><li nr="f."><al>redelijkerwijs moet worden aangenomen dat de aanvrager
                                            in strijd zal handelen met aan de vergunning verbonden
                                            beperkingen of voorschriften;</al></li><li nr="g."><al>er aanwijzingen zijn dat voor of bij het seksbedrijf
                                            personen tewerkgesteld zijn of zullen zijn die, als het
                                            prostituees betreft, nog niet de leeftijd van 21 jaar
                                            hebben bereikt, als het overige personen betreft, nog
                                            niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt, slachtoffer
                                            zijn van mensenhandel of verblijven of werken in strijd
                                            met het bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet
                                            2000;</al></li><li nr="h."><al>de exploitant of beheerder minder dan vijf jaar geleden
                                            voor de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, wegens
                                            een misdrijf onherroepelijk is veroordeeld tot een
                                            onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van meer dan zes
                                            maanden;</al></li><li nr="i."><al>de exploitant of beheerder minder dan vijf jaar geleden
                                            voor de dag dat de vergunning wordt aangevraagd, bij
                                            meer dan één rechterlijke uitspraak of strafbeschikking
                                            onherroepelijk veroordeeld is tot een onvoorwaardelijke
                                            geldboete van 500,- euro of meer of tot een andere
                                            hoofdstraf als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder
                                            a, van het Wetboek van Strafrecht , wegens dan wel mede
                                            wegens overtreding van:</al><lijst><li nr="1°."><al>bepalingen, gesteld bij of krachtens de Drank-
                                                  en Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet
                                                  2000 , de Wet arbeid vreemdelingen en hoofdstuk 3
                                                  van de [citeertitel APV];</al></li><li nr="2°."><al>de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 416,
                                                  417, 417bis, 420bis tot en met 420quinquies, 426
                                                  en 429quater van het Wetboek van Strafrecht;</al></li><li nr="3°."><al>artikel 69 van de Algemene wet
                                                  rijksbelastingen;</al></li><li nr="4°."><al>de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede
                                                  artikel 6 juncto artikel 8 of juncto artikel 163
                                                  van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="5°."><al>de artikelen 2 en 3 van de Wet op de
                                                  weerkorpsen;</al></li><li nr="6°."><al>de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en
                                                  munitie.</al></li></lijst></li><li nr="j."><al>een maximum als bedoeld in artikel 3:5 al is
                                            bereikt];</al></li><li nr="k."><al>de voorgenomen uitoefening van het seksbedrijf strijd op
                                            zal leveren met een geldend bestemmingsplan, een
                                            bestemmingsplan in ontwerp dat ter inzage is gelegd, een
                                            beheersverordening of een aanwijzing als bedoeld in
                                            artikel 3:4.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met een veroordeling als bedoeld in het eerste lid, onder h,
                                    wordt gelijk gesteld: </al><lijst><li nr="a."><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een zodanige
                                            voorwaardelijke straf;</al></li><li nr="b."><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in
                                            artikel 74, tweede lid, onder a, van het Wetboek van
                                            Strafrecht of artikel 76, derde lid, onder a, van de
                                            Algemene wet inzake rijksbelastingen , tenzij de geldsom
                                            minder dan 375,- euro bedraagt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De periode van vijf jaar, bedoeld in het eerste lid, onder h en
                                    i, wordt bij de intrekking van een vergunning teruggerekend
                                    vanaf de datum van de intrekking van deze vergunning.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor de berekening van de periode van vijf jaar, bedoeld in het
                                    eerste lid, onder h en i, telt de periode waarin een
                                    onvoorwaardelijke vrijheidsstraf is ondergaan, niet mee.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een vergunning kan in ieder geval worden geweigerd: </al><lijst><li nr="a."><al>voor een seksbedrijf waarvoor de vergunning op grond van
                                            artikel 3:9, eerste lid, aanhef en onder a tot en met f,
                                            of tweede lid, aanhef onder a tot en met g, of in het
                                            geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van
                                            de Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het
                                            openbaar bestuur is ingetrokken, gedurende een periode
                                            van vijf jaar na de intrekking;</al></li><li nr="b."><al>als niet is voldaan aan de bij of krachtens artikel 3:6
                                            gestelde eisen met betrekking tot de aanvraag, mits de
                                            aanvrager de gelegenheid heeft gehad de aanvraag binnen
                                            een door de burgemeester gestelde termijn aan te
                                            vullen;</al></li><li nr="c."><al>als de vergunning geheel of gedeeltelijk betrekking
                                            heeft op het uitoefenen van een prostitutiebedrijf in
                                            een seksinrichting waarvoor eerder een vergunning is
                                            ingetrokken, of in die seksinrichting eerder zonder
                                            vergunning een prostitutiebedrijf is uitgeoefend;</al></li><li nr="d."><al>als de openbare orde, de woon- en leefomgeving of de
                                            veiligheid en de gezondheid van prostituees of klanten
                                            nadelig wordt beïnvloed door de aanwezigheid van de
                                            seksinrichting waarvoor de vergunning is
                                            aangevraagd;</al></li><li nr="e."><al>als het bedrijfsplan niet voldoet aan het bepaalde bij
                                            artikel 3:15, eerste en tweede lid;</al></li><li nr="f."><al>als onvoldoende aannemelijk is dat de exploitant de bij
                                            artikel 3:17 gestelde verplichtingen zal naleven;</al></li><li nr="g."><al>als het escortbedrijf wordt gevestigd in een woonruimte
                                            waarvoor geen vergunning als bedoeld in artikel 21,
                                            aanhef en onder a, van de Huisvestingswet 2014 is
                                            verleend.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:8</nr><titel>Eisen met betrekking tot vergunning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning vermeldt in ieder geval:</al><lijst><li nr="a."><al>de exploitant;</al></li><li nr="b."><al>indien van toepassing, de beheerder;</al></li><li nr="c."><al>voor welke activiteit de vergunning is verleend;</al></li><li nr="d."><al>het adres waar het seksbedrijf wordt uitgeoefend;</al></li><li nr="e."><al>het vaste telefoonnummer dat in advertenties voor het
                                            seksbedrijf zal worden gebruikt;</al></li><li nr="f."><al> indien van toepassing, het adres van de onder dat
                                            seksbedrijf vallende seksinrichting waarvoor de
                                            vergunning mede is verleend;</al></li><li nr="g."><al>de voorschriften of beperkingen die aan de vergunning
                                            zijn verbonden;</al></li><li nr="h."><al>de geldigheidsduur van de vergunning;</al></li><li nr="i."><al>het nummer van de vergunning.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant draagt er zorg voor dat de vergunning of een
                                    afschrift daarvan zichtbaar aanwezig is in de seksinrichting
                                    waarvoor de vergunning mede is verleend, en dat tevens aan de
                                    buitenzijde van de seksinrichting zichtbaar is dat hij over een
                                    vergunning voor die seksinrichting beschikt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:9</nr><titel>Intrekkingsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning wordt ingetrokken als:</al><lijst><li nr="a."><al>de verstrekte gegevens zodanig onjuist of onvolledig
                                            blijken te zijn dat op de aanvraag een andere beslissing
                                            zou zijn genomen als bij de beoordeling daarvan de
                                            juiste gegevens bekend waren geweest;</al></li><li nr="b."><al>de vergunning in strijd met een wettelijk voorschrift is
                                            gegeven;</al></li><li nr="c."><al>is gehandeld in strijd met de artikelen 3:10, 3:13,
                                            aanhef en onder a, 3:14, eerste lid, 3:15 en 3:17,
                                            eerste lid, en tweede lid, aanhef en onderdeel b, aanhef
                                            en onder 1°;</al></li><li nr="d."><al>zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die
                                            de vrees wettigen, dat het van kracht blijven van de
                                            vergunning gevaar oplevert voor de openbare orde of
                                            veiligheid;</al></li><li nr="e."><al>zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in artikel
                                            3:7, eerste lid, onder a tot en met i;</al></li><li nr="f."><al>de vergunninghouder dat verzoekt;</al></li><li nr="g."><al>de uitoefening van het seksbedrijf strijd oplevert met
                                            een geldend bestemmingsplan, een beheersverordening of
                                            een aanwijzing als bedoeld in artikel 3:4.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning kan worden geschorst of ingetrokken als:</al><lijst><li nr="a."><al>is gehandeld in strijd met aan de vergunning verbonden
                                            voorschriften of beperkingen;</al></li><li nr="b."><al>in verband met gewijzigde wettelijke voorschriften,
                                            gewijzigde omstandigheden of gewijzigde inzichten de
                                            bescherming van de belangen met het oog waarop het
                                            vergunningsvereiste is gesteld, zwaarder wegen dan het
                                            belang van de vergunninghouder bij behoud van de
                                            vergunning;</al></li><li nr="c."><al>een niet in de vergunning vermelde persoon exploitant of
                                            beheerder is geworden;</al></li><li nr="d."><al>is gehandeld in strijd met een of meer van de bij of
                                            krachtens dit hoofdstuk gestelde bepalingen,
                                            onverminderd het eerste lid, aanhef en onder c;</al></li><li nr="e."><al>is gehandeld in strijd met de in het bedrijfsplan
                                            beschreven maatregelen;</al></li><li nr="f."><al>zich binnen het seksbedrijf feiten hebben voorgedaan die
                                            de vrees wettigen dat het van kracht blijven van de
                                            vergunning gevaar oplevert voor de woon- en leefomgeving
                                            of de gezondheid van prostituees of klanten;</al></li><li nr="g."><al>de exploitant of de beheerder het toezicht op de
                                            naleving van het in dit hoofdstuk bepaalde belemmert of
                                            bemoeilijkt;</al></li><li nr="h."><al>er bij het seksbedrijf personen tewerkgesteld zijn die
                                            onherroepelijk zijn veroordeeld voor een gewelds- of
                                            zedendelict of voor mensenhandel;</al></li><li nr="i."><al>gedurende ten minste zes maanden geen gebruik is gemaakt
                                            van de vergunning.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:10</nr><titel>Melding gewijzigde omstandigheden</titel></kop><al>De vergunninghouder meldt elke verandering waardoor zijn seksbedrijf
                                niet langer in overeenstemming is met de op grond van artikel 3:8,
                                eerste lid, in de vergunning opgenomen gegevens, zo spoedig mogelijk
                                aan de burgemeester. Deze verleent een gewijzigde vergunning, als
                                het seksbedrijf aan de vereisten voldoet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:11</nr><titel>Gereserveerd</titel></kop><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Uitoefenen seksbedrijf</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:12</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de exploitant en de beheerder verboden een seksbedrijf
                                    voor bezoekers geopend te hebben of daarin bezoekers toe te
                                    laten of te laten verblijven tussen 22.00 uur en 18.00 uur
                                    tenzij bij vergunning anders is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is bezoekers van een seksbedrijf verboden zich daarin te
                                    bevinden gedurende de tijd dat die inrichting gesloten dient te
                                    zijn voor bezoekers.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is een prostituee verboden zich te bevinden in een
                                    seksbedrijf tussen 22.30 uur en 17.30 uur, tenzij bij vergunning
                                    anders is bepaald.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is de exploitant en de beheerder verboden personen die nog
                                    niet de leeftijd van 18 jaar hebben bereikt toe te laten of te
                                    laten verblijven in een seksinrichting.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:13</nr><titel>Adverteren</titel></kop><al>Het is verboden in advertenties voor een seksbedrijf:</al><lijst><li nr="a."><al>geen vermelding op te nemen van het telefoonnummer, bedoeld
                                        in artikel 3:8, eerste lid, onder e, van het nummer, bedoeld
                                        in artikel 3:8, eerste lid, onder i, en van de
                                        bedrijfsnaam;</al></li><li nr="b."><al>vermelding op te nemen van een ander telefoonnummer dan
                                        bedoeld onder a, en</al></li><li nr="c."><al>als het een prostitutiebedrijf betreft, onveilige seks aan
                                        te bieden of te garanderen dat prostituees die voor of bij
                                        het betreffende bedrijf werken vrij zijn van seksueel
                                        overdraagbare aandoeningen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:14</nr><titel>Leeftijd, verblijfstitel prostituees en verbod werken voor
                                    onvergund prostitutiebedrijf</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is een exploitant verboden een prostituee voor of bij zich
                                    te laten werken die:</al><lijst><li nr="a."><al>nog niet de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt;</al></li><li nr="b."><al>in Nederland verblijft of werkt in strijd met het
                                            bepaalde bij of krachtens de Vreemdelingenwet 2000.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is een prostituee verboden werkzaam te zijn voor of bij een
                                    exploitant aan wie geen vergunning voor een prostitutiebedrijf
                                    is verleend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:15</nr><titel>Bedrijfsplan</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een prostitutiebedrijf beschikt over een bedrijfsplan, waarin in
                                    ieder geval wordt beschreven welke maatregelen de exploitant
                                    treft: </al><lijst><li nr="a."><al>op het gebied van hygiëne;</al></li><li nr="b."><al>ter bescherming van de gezondheid, de veiligheid en het
                                            zelfbeschikkingsrecht van de prostituees;</al></li><li nr="c."><al> ter bescherming van de gezondheid van de klanten;</al></li><li nr="d."><al>ter voorkoming van strafbare feiten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De door de exploitant te treffen maatregelen, bedoeld in het
                                    eerste lid, onderdelen a en b, waarborgen dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de hygiëne in een seksinrichting voldoet aan de algemene
                                            eisen die hiervoor in de branche gelden en dat dit
                                            controleerbaar is;</al></li><li nr="b."><al>inzichtelijk en controleerbaar is welke maatregelen een
                                            exploitant in zijn bedrijfsvoering en inrichting van de
                                            werkruimten treft voor gezonde en veilige
                                            werkomstandigheden voor prostituees;</al></li><li nr="c."><al>in de werkruimten te allen tijde voldoende condooms met
                                            een CE-markering voor gebruik beschikbaar zijn;</al></li><li nr="d."><al>in de werkruimten voor de prostituees een goed
                                            functionerende alarmvoorziening aanwezig is;</al></li><li nr="e."><al>de prostituee zich regelmatig kan laten onderzoeken op
                                            seksueel overdraagbare aandoeningen en door de
                                            exploitant voldoende geïnformeerd is over de
                                            mogelijkheden van een dergelijk onderzoek;</al></li><li nr="f."><al>de prostituee niet gedwongen wordt zich geneeskundig te
                                            laten onderzoeken;</al></li><li nr="g."><al>de prostituee vrij is in de keuze van de arts(en) die
                                            zij wil bezoeken;</al></li><li nr="h."><al>de prostituee klanten en diensten kan weigeren zonder
                                            dat dat voor haar andere werkzaamheden gevolgen
                                            heeft;</al></li><li nr="i."><al>de prostituee kan weigeren alcohol of drugs te gebruiken
                                            zonder dat dat voor haar werkzaamheden gevolgen
                                            heeft;</al></li><li nr="j."><al>aan de voor de exploitant werkzame beheerder voldoende
                                            professionele eisen op het gebied van agressiebeheersing
                                            en bedrijfshulpverlening worden gesteld en waar nodig
                                            wordt gezorgd voor scholing hierin;</al></li><li nr="k."><al>de exploitant zich een oordeel vormt over de mate van
                                            zelfredzaamheid van de prostituee voordat deze voor of
                                            bij hem gaat werken, teneinde vast te stellen of zij
                                            voldoet aan de eisen die hij hiervoor in zijn
                                            bedrijfsplan heeft opgenomen;</al></li><li nr="l."><al>de exploitant voor elke voor of bij hem werkzame
                                            prostituee kan aantonen onder welke verhuur- of
                                            arbeidsvoorwaarden zij haar diensten aanbiedt;</al></li><li nr="m."><al>de exploitant of beheerder zich er regelmatig van
                                            vergewist dat de prostituee niet door derden gedwongen
                                            wordt tot prostitutie en dat hij in dit kader informatie
                                            van hulpverleningsinstanties ter beschikking stelt;</al></li><li nr="n."><al>de exploitant aan de voor of bij hem werkzame
                                            prostituees informatie ter beschikking stelt over de
                                            mogelijkheden om hulp te krijgen als een prostituee wil
                                            stoppen met haar werk in de prostitutie;</al></li><li nr="o."><al>de overlast aan de omgeving van de onder het seksbedrijf
                                            vallende seksinrichtingen beperkt wordt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bedrijfsplan wordt overgelegd bij de aanvraag om een
                                    vergunning.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De exploitant meldt een voorgenomen wijziging van het
                                    bedrijfsplan onverwijld aan de burgemeester. De wijziging wordt
                                    na goedkeuring van de burgemeester als onderdeel van het
                                    bedrijfsplan aangemerkt, als deze voldoet aan de eisen die
                                    overeenkomstig het eerste en tweede lid aan een bedrijfsplan
                                    worden gesteld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De rechten voor prostituees, die worden gewaarborgd op grond van
                                    het tweede lid, worden op schrift gesteld en in een voor haar
                                    begrijpelijke taal uitgereikt aan elke prostituee die werkzaam
                                    is voor of bij de exploitant.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>In het seksbedrijf wordt in ten minste twee talen en voor de
                                    klant goed zichtbaar bekend gemaakt dat een prostituee klanten
                                    en diensten mag weigeren en mag weigeren alcohol of drugs te
                                    gebruiken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:16</nr><titel>Verdere verplichtingen van de exploitant en beheerder
                                    prostitutiebedrijf</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De exploitant of de beheerder is aanwezig gedurende de uren dat
                                    het prostitutiebedrijf daadwerkelijk wordt uitgeoefend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant van een prostitutiebedrijf draagt er zorg voor
                                    dat: </al><lijst><li nr="a."><al>de voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame
                                            prostituees redelijkerwijs hun eigen werktijden kunnen
                                            bepalen;</al></li><li nr="b."><al>er een deugdelijke bedrijfsadministratie wordt gevoerd
                                            waarin de actuele gegevens zijn opgenomen van in ieder
                                            geval; </al><lijst><li nr="1°."><al>de voor of bij het prostitutiebedrijf werkzame
                                                  prostituees;</al></li><li nr="2°."><al>de verhuuradministratie;</al></li><li nr="3°."><al>met betrekking tot alle voor of bij het
                                                  prostitutiebedrijf werkzame prostituees, de
                                                  documentatie die ten grondslag ligt aan de vorming
                                                  van het oordeel over de mate van zelfredzaamheid,
                                                  bedoeld in artikel 3:15, tweede lid, onder k;</al></li><li nr="4°."><al>de werkroosters van de beheerders.</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>de bedrijfsadministratie met inachtneming van de
                                            wettelijke termijnen wordt bewaard en te allen tijde
                                            beschikbaar is voor toezichthouders;</al></li><li nr="d."><al>medewerkers van de gemeentelijke gezondheidsdienst en
                                            van andere door de burgemeester of het college
                                            aangewezen instellingen worden toegelaten tot
                                            seksinrichtingen als ze voornemens zijn voorlichtings-
                                            en preventieactiviteiten uit te voeren of
                                            voorlichtingsmateriaal te verspreiden;</al></li><li nr="e."><al>onverwijld bij de politie wordt gemeld ieder signaal van
                                            mensenhandel of andere vormen van dwang en
                                            uitbuiting;</al></li><li nr="f."><al>onverwijld aan de burgemeester wordt gemeld als
                                            gedurende ten minste één maand geen gebruik gemaakt zal
                                            worden van de vergunning. Deze melding vermeldt de reden
                                            en de verwachte duur;</al></li><li nr="g."><al>gedaan wordt wat nodig is voor een goede gang van zaken
                                            binnen het prostitutiebedrijf.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:17</nr><titel>Raamprostitutie</titel></kop><al>Het is een prostituee verboden: </al><lijst><li nr="a."><al>zich vanuit een gebouw of vanuit de toegang naar een gebouw
                                        aan klanten die zich op of aan de weg bevinden beschikbaar
                                        te stellen; en</al></li><li nr="b."><al>passanten hinderlijk te bejegenen of zich aan passanten op
                                        te dringen dan wel zich ongekleed of vrijwel ongekleed
                                        achter het raam van een seksinrichting of in de toegang tot
                                        een seksinrichting op te houden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:18</nr><titel>Straatprostitutie</titel></kop><al>Het is verboden zich op of aan de weg of op, aan of in een andere
                                vanaf de weg zichtbare plaats, niet zijnde een seksinrichting
                                waarvoor een vergunning is verleend, op te houden met het kennelijke
                                doel zich beschikbaar te stellen voor prostitutie of op of aan de
                                weg ontuchtige handelingen te verrichten als dit kennelijk geschiedt
                                in het kader van prostitutie.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Overige verbodsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:19</nr><titel>Verbodsbepaling klanten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is een klant verboden seksuele handelingen te verrichten met
                                    een prostituee van wie hij weet of redelijkerwijs moet vermoeden
                                    dat zij werkzaam is voor of bij een exploitant aan wie geen
                                    vergunning voor een prostitutiebedrijf is verleend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op of aan de weg of op, aan of in een andere
                                    voor publiek toegankelijke plaats gebruik te maken van de
                                    diensten van een prostituee.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid genoemde verbod geldt niet in een
                                    seksinrichting waarvoor een vergunning is verleend </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:20</nr><titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en
                                    dergelijke</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden daarin
                                    of daarop goederen, opschriften, aankondigingen, gedrukte of
                                    geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                    erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen, aan
                                    te bieden of aan te brengen als de burgemeester aan de
                                    rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van
                                    tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de openbare
                                    orde of de woon- en leefomgeving in gevaar brengt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing ten aanzien van het
                                    tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                    opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken dan
                                    wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van gedachten en
                                    gevoelens, bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de
                                    Grondwet.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het
                            uiterlijk aanzien van de gemeente</titel></kop><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Geluidhinder en verlichting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Besluit: het Activiteitenbesluit milieubeheer;</al></li><li nr="b."><al>inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het
                                        Besluit;</al></li><li nr="c."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                        bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting
                                        drijft;</al></li><li nr="d."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan
                                        één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;</al></li><li nr="e."><al>incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die
                                        gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;</al></li><li nr="f."><al>geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond
                                        van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen
                                        behorende bij de betreffende inrichting;</al></li><li nr="g."><al>geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van
                                        artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van terreinen
                                        behorende bij de betreffende inrichting;</al></li><li nr="h."><al>onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is
                                        versterkt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:2</nr><titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De geluidsnormen bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van
                                    het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening gelden niet voor
                                    door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve
                                    festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of
                                    dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van
                                    sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 3.148,
                                    eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het college
                                    per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten
                                    gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan
                                    het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of
                                    meer delen van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het
                                    begin van een nieuw kalenderjaar bekend.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
                                    redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond
                                    als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid
                                    aanwijzen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
                                    inrichting, bedraagt niet meer dan <cursief>55</cursief> dB(A),
                                    gemeten op de gevel van gevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5
                                    meter.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief
                                    onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege
                                    muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten
                                    beschouwing gelaten.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten gehore
                                    brengen van extra muziek -hoger dan de geluidsnorm als bedoeld
                                    in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel
                                    4:5 van deze verordening- uiterlijk om <cursief>01:00</cursief>
                                    uur te worden beëindigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:3</nr><titel>Kennisgeving incidentele festiviteit</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal 12 incidentele
                                    festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de
                                    geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van
                                    het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening niet van
                                    toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste
                                    twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college
                                    daarvan in kennis heeft gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 12
                                    incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer
                                    aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel
                                    3.148, eerste lid, van het Besluit niet van toepassing is, mits
                                    de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de
                                    aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft
                                    gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van een
                                    kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is
                                    ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                    incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                    was, terstond toestaat.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
                                    inrichting bedraagt niet meer dan 55 dB(A), gemeten op de gevel
                                    van geluidgevoelige gebouwen op een hoogte van 1,5 meter.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief
                                    onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege
                                    muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie buiten
                                    beschouwen gelaten.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid wordt het ten gehore
                                    brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm als bedoeld
                                    in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het Besluit en artikel
                                    4:5 van deze verordening - uiterlijk om 01:00 uur
                                    beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>De geluidsnorm als bedoeld in het zesde lid geldt voor het
                                    bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de
                                    buitenruimte.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en
                                    deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten van
                                    personen of goederen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:4</nr><titel>Gereserveerd</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:5</nr><titel>Onversterkte muziek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>1.Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek als bedoeld
                                    in artikel 2.18, eerste lid onder f en vijfde lid van het
                                    Besluit binnen inrichtingen is de onder e. opgenomen tabel van
                                    toepassing, met dien verstande dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of
                                            aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden indien de
                                            gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen toestemming
                                            geeft voor het in redelijkheid uitvoeren of doen
                                            uitvoeren van geluidsmetingen;</al></li><li nr="b."><al>de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook gelden
                                            bij gevoelige terreinen op de grens van het
                                            terrein;</al></li><li nr="c."><al>de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen, voor
                                            zover het woningen betreft, gelden in geluidsgevoelige
                                            ruimten en verblijfsruimten;</al></li><li nr="d."><al>bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld in
                                            de tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt
                                            toegepast.</al></li><li nr="e."><al>Tabel:</al><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colwidth="51*"/><colspec colname="col2" colwidth="16*"/><colspec colname="col3" colwidth="17*"/><colspec colname="col4" colwidth="16*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al><vet>7.00-19.00 uur</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>19.00-23.00 uur</vet></al></entry><entry colname="col4"><al><vet>23.00-7.00 uur</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAr.LT op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>50 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>45 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>40 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAr.LT in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>35 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>30 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>25 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAmax op de gevel van gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>70 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>65 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>60 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAmax in in- en aanpandige gevoelige
                                                  gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>55 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>50 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>45 dB(A)</al></entry></row></tbody></tgroup></table></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de duur van 4 uur in de week is onversterkte muziek,
                                    vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten,
                                    harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting gedurende
                                    de dag- en avondperiode uitgezonderd van de genoemde
                                    geluidsniveaus in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien versterkte elementen worden gecombineerd met onversterkte
                                    elementen, wordt het hele samenspel beschouwd als versterkte
                                    muziek en is het Besluit van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op collectieve en
                                    incidentele festiviteiten als bedoeld in artikel 4:2 en artikel
                                    4:3.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6</nr><titel>Overige geluidhinder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer of van het Besluit op een zodanige wijze toestellen
                                    of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te
                                    verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving
                                    geluidhinder wordt veroorzaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet:</al><lijst><li nr="a."><al>voor werkzaamheden op of aan openbare plaatsen die
                                            plaatsvinden van maandag tot en met vrijdag tussen 07.00
                                            uur en 19.00 uur;</al></li><li nr="b."><al>voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt
                                            voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet
                                            openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit, de Wet
                                            milieubeheer, de Wegenverkeerswet 1994, het Wetboek van
                                            Strafrecht, de Luchtvaartwet, het Reglement
                                            verkeersregels en verkeerstekens 1990 of de Provinciale
                                            milieuverordening Zuid-Holland.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7</nr><titel>Straatvegen</titel></kop><al>Het is verboden op een door het college ten behoeve van de
                                werkzaamheden van de gemeentelijke reinigingsdienst aangewezen
                                weggedeelte, een voertuig te parkeren of enig ander voorwerp te
                                laten staan gedurende een daarbij aangeduide tijdsperiode.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:8</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn
                                natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:9</nr><titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen
                                    en putten buiten gebouwen</titel></kop><al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Het bewaren van houtopstanden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>Zoals geregeld in de Bomenverordening Krimpenerwaard 2016</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11</nr><titel>Omgevingsvergunning</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12</nr><titel>Gereserveerd</titel></kop><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:13</nr><titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                    enz.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op door het college in het belang van het
                                    uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare
                                    gezondheid aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin
                                    van de Wet milieubeheer , in de openlucht of buiten de weg de
                                    volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of
                                    aanwezig te hebben:</al><lijst><li nr="a."><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming
                                            onttrokken voer- of vaartuigen of onderdelen
                                            daarvan;</al></li><li nr="b."><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen
                                            daarvan;</al></li><li nr="c."><al>kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of
                                            onderdelen daarvan, indien het plaatsen of aanwezig
                                            hebben daarvan geschiedt voor verkoop of verhuur of
                                            anderszins voor een commercieel doel; of</al></li><li nr="d."><al>mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van
                                            vuil, een verzameling ingekuild gras, loof of pulp of
                                            ingekuilde landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude
                                            metalen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien krachtens de Wet ruimtelijke ordening of door of
                                    krachtens de Provinciale Verordening Ruimte.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:14</nr><titel>Gereserveerd</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:15</nr><titel>Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame te
                                    maken of te voeren door middel van een opschrift, aankondiging
                                    of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar wordt gebracht of
                                    ernstige hinder ontstaat voor de omgeving.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door het Activiteitenbesluit milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:16</nr><titel>Gereserveerd</titel></kop><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Kamperen buiten kampeerterreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: een onderkomen
                                of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de
                                zin van artikel 2.1, eerste lid onder a van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is
                                dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief
                                nachtverblijf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:18</nr><titel>Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                    kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een
                                    kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan, de
                                    beheersverordening, exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit
                                    is bestemd of mede bestemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor
                                    eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld
                                    in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de ontheffing
                                    worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de bescherming van natuur en landschap; of</al></li><li nr="b."><al>de bescherming van een stadsgezicht.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:19</nr><titel>Aanwijzing kampeerplaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod van artikel 4:18, eerste lid is niet van toepassing
                                    op door het college aangewezen plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan daarbij nadere regels stellen ter bescherming
                                    van de belangen genoemd artikel 4:18, vierde lid, onder a en
                                    b.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Overlast distels</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.20</nr><titel>Bestrijding distels</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigenaar, beheerder en/of de gebruiker van gronden is
                                    verplicht deze te zuiveren van de akkerdistel (Cirsium arvense),
                                    de akkermelkdistel (Sonchus arvensis), Ridderzuring (Rumex
                                    Obtusifolia), Jacobs Kruiskruid (Senecio Jacobaea), Grote
                                    brandnetel (Urtica dioica), Speerdistel (Cirsium vulgare) en
                                    Bezemkruiskruid (Senecio inaequidens) voordat deze in bloei
                                    komen, indien als gevolg van de aanwezigheid hiervan op diens
                                    gronden, aan de omliggende gronden (met een maximale afstand 50
                                    meter van de bron), die bij anderen in eigendom en/of gebruik
                                    zijn, schade of overlast wordt toegebracht of zou kunnen worden
                                    toegebracht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien naar het oordeel van het college, waarin de gronden zijn
                                    gelegen, de in het eerste lid van dit artikel opgelegde
                                    verplichting niet of niet behoorlijk wordt nagekomen, kan het
                                    college aan de eigenaar en/of beheerder en/of gebruiker van de
                                    betreffende gronden een lastgeving zenden om binnen de in de
                                    lastgeving opgenomen termijn, de betreffende gronden te zuiveren
                                    van de in het eerste lid genoemde distels.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door de Flora- en faunawet.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente</titel></kop><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Parkeerexcessen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:1</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al,
                                        van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                        1990) met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens,
                                        kinderwagens en rolstoelen;</al></li><li nr="b."><al>parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van
                                        het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                        1990).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:2</nr><titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede
                                    verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van
                                            lessen;</al></li><li nr="b."><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van
                                            personen tegen betaling.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet
                                    gerekend:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden
                                            worden verricht die in totaal niet meer dan een uur
                                            vergen, en dit gedurende de tijd die nodig is en
                                            gebruikt wordt voor deze werkzaamheden;</al></li><li nr="b."><al>voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde
                                            lid bedoelde persoon.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                    gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                    slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn
                                            toevertrouwd, op de weg te parkeren binnen een cirkel
                                            met een straal van 50 meter met als middelpunt een van
                                            deze voertuigen;</al></li><li nr="b."><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:3</nr><titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen weg een
                                    voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te
                                    bieden of te verhandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:4</nr><titel>Defecte voertuigen</titel></kop><al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                parkeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:5</nr><titel>Voertuigwrakken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende
                                    staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde
                                    toestand verkeert op de weg te parkeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door de Wet milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:6</nr><titel>Kampeermiddelen e.a.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins
                                    voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:</al><lijst><li nr="a."><al>langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                            plaatsen of te hebben; </al></li><li nr="b."><al>op een door het college aangewezen plaats te parkeren,
                                            waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het
                                            uiterlijk aanzien van de gemeente.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste
                                    lid, aanhef en onder a.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door het Provinciaal wegenreglement of de
                                    Provinciale landschapsverordening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:7</nr><titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding
                                    van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel
                                    om daarmee handelsreclame te maken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:8</nr><titel>Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan
                                    2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats,
                                    waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk
                                    aanzien van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door
                                    het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel
                                    buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare
                                    parkeerruimte.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing op werkdagen
                                    van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00
                                    uur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het tweede lid is voorts niet van toepassing op
                                    campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover
                                    deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende dagen op
                                    de weg worden geplaatst of gehouden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde
                                    verboden ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:9</nr><titel>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
                                    lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4
                                    meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander
                                    dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor
                                    het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op
                                    hinderlijke wijze wordt belemmerd of hen anderszins hinder of
                                    overlast wordt aangedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                    gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de
                                    aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:10</nr><titel>Gereserveerd</titel></kop><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:11</nr><titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een voertuig te rijden door een park of
                                    plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of
                                    groenstrook, of het daarin te doen of te laten staan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>op de weg;</al></li><li nr="b."><al>op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden
                                            door of vanwege de overheid; en</al></li><li nr="c."><al>op voertuigen waarmee standplaats wordt of is ingenomen
                                            op terreinen die voor dit doel zijn bestemd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:12</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel></kop><al>Het is verboden op door het college in het belang van het uiterlijk
                                aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing van overlast,
                                of ter voorkoming van schade aan de openbare gezondheid aangewezen
                                plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor
                                bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Collecteren</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:13</nr><titel>Inzameling van geld of goederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een openbare inzameling van geld of goederen te
                                    houden of daartoe een intekenlijst aan te bieden indien daardoor
                                    de openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of
                                    het milieu in gevaar komt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan:
                                    het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend
                                    geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van
                                    diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te
                                    kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst
                                    geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is
                                    bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is het verboden om
                                    een openbare inzameling van geld of goederen te houden na 20.00
                                    uur en op zondagen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan voor de in het derde lid gestelde verboden
                                    ontheffing verlenen.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Venten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:14</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de
                                    uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen
                                    of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in
                                    de open lucht gelegen plaats of aan huis.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder venten wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het aan huis afleveren van goederen in het kader van de
                                            exploitatie van een winkel als bedoeld in artikel 1 van
                                            de Winkeltijdenwet;</al></li><li nr="b."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                            goederen dan wel het aanbieden van diensten op
                                            jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160,
                                            eerste lid, onder h, van de Gemeentewet of artikel
                                            5:22;</al></li><li nr="c."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                            goederen dan wel het aanbieden van diensten op een
                                            standplaats als bedoeld in artikel 5:17.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:15</nr><titel>Ventverbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in gevaar
                                    komt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is het verboden te
                                    venten na 20.00 uur en op zondagen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod als bedoeld in het eerste lid geldt niet voor zover
                                    in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 5
                                    van de Wegenverkeerswet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan voor de in het tweede lid gestelde verboden
                                    ontheffing verlenen.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Standplaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een
                                    vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats
                                    te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel
                                    diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam,
                                    een wagen of een tafel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder standplaats wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld
                                            in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de
                                            Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel
                                            2:24.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:18</nr><titel>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                    standplaats in te nemen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college weigert de vergunning wegens strijd met een geldend
                                    bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of
                                    voorbereidingsbesluit.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning
                                    worden geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in
                                            verband met de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen
                                            van welstand;</al></li><li nr="b."><al>indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de
                                            gemeente of in een deel van de gemeente redelijkerwijs
                                            te verwachten is dat door het verlenen van de vergunning
                                            voor een standplaats voor het verkopen van goederen een
                                            redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter plaatse
                                            in gevaar komt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen ten aanzien van het
                                    bepaalde in dit artikel.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:19</nr><titel>Toestemming rechthebbende</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is
                                ingenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:20</nr><titel>Afbakeningsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod van artikel 5:18, eerste lid is niet van toepassing
                                    op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de
                                    Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Provinciaal
                                    wegenreglement.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, is niet
                                    van toepassing op bouwwerken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:21</nr><titel>Gereserveerd</titel></kop><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Snuffelmarkten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:22</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt in
                                    een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk
                                    tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten
                                    worden aangeboden vanaf een standplaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160,
                                            eerste lid, aanhef en onder h, van de Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>een evenement als bedoeld in artikel 2:24.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:23</nr><titel>Organiseren van een snuffelmarkt</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    snuffelmarkt te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel
                                    nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de
                                    zin van de Winkeltijdenwet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning wegens strijd met een
                                    geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of
                                    voorbereidingsbesluit.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Openbaar water</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:24</nr><titel>Voorwerpen op, in of boven openbaar water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water
                                    verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of boven
                                    openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te hebben, indien
                                    dit door zijn omvang of vormgeving, constructie of plaats van
                                    bevestiging gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van het
                                    openbaar water of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan
                                    dan wel een belemmering vormt voor het doelmatig beheer en
                                    onderhoud van het openbaar water.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een ander
                                    voorwerp met een permanent karakter op, in of boven openbaar
                                    water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee weken tevoren een
                                    melding aan het college.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De melding bevat in ieder geval naam, adres en contactgegevens
                                    van de melder, en een beschrijving van de aard en omvang van het
                                    voorwerp.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Van de melding wordt kennis gegeven [op de in de gemeente
                                    gebruikelijke wijze van bekendmaking].</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de
                                    Scheepvaartverkeerswet, het Binnenvaartpolitiereglement, de
                                    Waterwet, de Vaarwegenverordening Zuid-Holland, de
                                    Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                    Telecommunicatieverordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:25</nr><titel>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te
                                    hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te
                                    stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen
                                    van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet
                                    krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water:</al><lijst><li nr="a."><al>nadere regels stellen in het belang van de openbare
                                            orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het
                                            aanzien van de gemeente;</al></li><li nr="b."><al>beperkingen stellen naar soort en aantal
                                            vaartuigen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de
                                        Waterwet<onderstreept>,</onderstreept> de
                                    Vaarwegenverordening Zuid-Holland of de Verordening Bescherming
                                    Landschap en Natuur Zuid-Holland.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:26</nr><titel>Aanwijzingen ligplaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig
                                    aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of
                                    gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde,
                                    volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van
                                    de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of
                                    vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het
                                    innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te
                                    volgen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer
                                    Rijkswaterstaatswerken, Het Binnenvaartpolitiereglement, de
                                    Waterwet of de Vaarwegenverordening Zuid-Holland.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27</nr><titel>Verbod innemen ligplaats</titel></kop><al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar
                                te stellen in strijd met het krachtens artikel 5:26, tweede lid
                                bepaalde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:28</nr><titel>Beschadigen van waterstaatswerken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan
                                    te brengen in de toestand van openbare wateren, havens, dijken,
                                    wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing,
                                    bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen,
                                    aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen die bij de gemeente
                                    in beheer zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de
                                    Vaarwegenverordening Zuid-Holland.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:29</nr><titel>Reddingsmiddelen</titel></kop><al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een
                                ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:30</nr><titel>Veiligheid op het water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het
                                    openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat
                                    het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan
                                    ondervinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zich met een vaartuig te bevinden binnen een
                                    afstand van vijf meter van een zwemplaats.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden de modelsport te beoefenen met miniatuurvoer-,
                                    vaar- of vliegtuigen welke al dan niet zijn voorzien van
                                    verbrandings- en elektromotoren.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan gebieden aanwijzen waar het in het derde lid
                                    bedoelde verbod niet geldt.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de
                                    Vaarwegenverordening Zuid-Holland.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31</nr><titel>Overlast aan vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel vast te houden aan een
                                    vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of
                                    daarin te begeven of te bevinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                    vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te
                                    maken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31a</nr><titel>Overlast bij een veerstoep</titel></kop><al>Het is verboden</al><lijst><li nr="1."><al>op een veerstoep vaartuigen, zeil/surfplanken en andere
                                        voorwerpen, al dan niet met gebruikmaking van voertuigen te
                                        water te laten of uit het water te halen;</al></li><li nr="2."><al>met een amfibievoertuig of luchtkussenvoer/vaartuig, met
                                        gebruikmaking van de veerstoep te water te gaan of uit het
                                        water te komen;</al></li><li nr="3."><al>met een werphengel te vissen in het water wat door een
                                        veerpont als vaarroute wordt gebruikt;</al></li><li nr="4."><al>vanaf een veerstoep te water te gaan en/of te zwemmen in het
                                        water wat door een veerpont als vaarroute wordt gebruikte en
                                        in een straal van 20 meter buiten de vaarroute.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31aa</nr><titel>Overlast vaartuigen</titel></kop><al>Voor de gehele gemeente geldt voor pleziervaartuigen met
                                verbrandingsmotor dat het motorvermogen niet groter mag zijn dan 6PK
                                en niet sneller mag worden gevaren dan 6 Km per uur.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31b</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>motorvoertuig; hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel
                                        1, onder z, van het Reglement verkeersregels en
                                        verkeerstekens 1990;</al></li><li nr="b."><al>bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1,
                                        eerste lid onder e, van de Wegenverkeerswet 1994.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:32</nr><titel>Crossterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                    motorvoertuig of een bromfiets een wedstrijd dan wel, ter
                                    voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te
                                    houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel
                                    een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel
                                    daartoe aanwezig te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het
                                    college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere
                                    regels stellen voor het gebruik van deze terreinen:</al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                            overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk
                                            aanzien van de omgeving en ter bescherming van andere
                                            milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de
                                            in het eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van
                                            het publiek.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer of het Besluit
                                    geluidproduktie sportmotoren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:33</nr><titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
                                    natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik
                                    beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een
                                    motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het
                                    college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere
                                    regels stellen voor het gebruik van deze terreinen:</al><lijst><li nr="a."><al>het voorkomen van overlast;</al></li><li nr="b."><al>de bescherming van natuur- of milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>de veiligheid van het publiek.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op
                                    motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden:</al><lijst><li nr="a."><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                            hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste
                                            lid, Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990
                                            door de bevoegde minister aangewezen
                                            hulpverleningsdiensten;</al></li><li nr="b."><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
                                            exploitatie van de terreinen als in het eerste lid
                                            bedoeld;</al></li><li nr="c."><al>die worden gebruikt in verband met werken die krachtens
                                            wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;</al></li><li nr="d."><al>van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van
                                            percelen die gelegen zijn binnen de terreinen als in het
                                            eerste lid bedoeld;</al></li><li nr="e."><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de
                                            verzorging van de onder d bedoelde personen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is voorts niet van
                                    toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid
                                            bedoelde gebieden of terreinen;</al></li><li nr="b."><al>binnen de bij of krachtens de Provinciale verordening
                                            'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden ten aanzien
                                            van motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening
                                            zijn aangewezen als 'toestel'.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Verbod vuur te stoken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:34</nr><titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                    anderszins vuur te stoken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
                                    buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of
                                    anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de
                                    omgeving, is het verbod niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en
                                            dergelijke;</al></li><li nr="b."><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien
                                            geen afvalstoffen worden verbrand;</al></li><li nr="c."><al>vuur voor koken, bakken en braden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
                                    worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het
                                    Wetboek van Strafrecht of de Provinciale milieuverordening.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:34a</nr><titel>Vervoer stoffen met kennelijk doel deze te verbranden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Van 30 december, 24.00 uur, tot 1 januari, 24.00 uur, is het
                                    verboden op een openbare plaats te vervoeren, bij zich te dragen
                                    of anderszins voorhanden te hebben kerstbomen, autobanden en
                                    andere voorwerpen of stoffen, met het kennelijk doel hiermee in
                                    de openlucht vuur aan te leggen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod geldt niet, indien ter plaatse en ten genoegen van
                                    een ambtenaar van politie wordt aangetoond, dat het vervoer
                                    en/of de opslag van de genoemde voorwerpen of stoffen geschiedt
                                    voor andere handelingen dan die, welke in het eerste lid worden
                                    genoemd.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>Verstrooiing van as</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing:
                                het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op
                                een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een
                                permanent daartoe bestemd terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:36</nr><titel>Verboden plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Incidentele asverstrooiing is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>op verharde delen van de weg;</al></li><li nr="b."><al>op gemeentelijke begraafplaatsen en
                                            crematoriumterreinen;</al></li><li nr="c."><al>op volkstuinen;</al></li><li nr="d."><al>op kinderspeeltuinen en overige als zodanig ingerichte
                                            speelplaatsen;</al></li><li nr="e."><al>in parken;</al></li><li nr="f."><al>in plantsoenen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan voor een bepaalde termijn verbieden dat op
                                    andere plaatsen dan die genoemd in het eerste lid asverstrooiing
                                    plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg draagt
                                    voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing
                                    verlenen van het verbod uit het eerste lid, behoudens de
                                    gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:37</nr><titel>Hinder of overlast</titel></kop><al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                overlast wordt veroorzaakt voor derden.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:1</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Overtreding van het bij of krachtens verordening bepaalde en de op
                                grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen
                                wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of
                                geldboete van de tweede categorie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid is artikel 1a van de Wet op de
                                economische delicten van toepassing op overtreding van het bepaalde
                                bij of krachtens de artikelen 2:10, vijfde lid, 2:11, tweede lid,
                                2:12, eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:2</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze
                                verordening bepaalde, behoudens hoofdstuk 3, zijn belast: </al><lijst><li nr="a."><al>de door het college dan wel door de burgemeester aangewezen
                                        buitengewoon opsporingsambtenaren;</al></li><li nr="b."><al>toezichthouders van de Omgevingsdienst Midden Holland;</al></li><li nr="c."><al>toezichthouders van het Technisch Bureau
                                        Krimpenerwaard.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen
                                belasten met het toezicht, bedoeld in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bij hoofdstuk 3 bepaalde
                                zijn belast:</al><al>a.de door het college dan wel door de burgemeester aangewezen
                                buitengewoon opsporingsambtenaren.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan daarnaast andere personen belasten met het
                                toezicht, bedoeld in het derde lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Onverminderd het eerste tot en met vierde lid zijn de ambtenaren van
                                politie, bedoeld in artikel 141, onder b, van het Wetboek van
                                Strafvordering, eveneens belast met het toezicht op de naleving van
                                de bij of krachtens deze verordening gegeven voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:3</nr><titel>Binnentreden woningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing
                                van een overtreding van de bij of krachtens deze verordening,
                                behoudens hoofdstuk 3, gegeven voorschriften die strekken tot
                                handhaving van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het
                                leven of de gezondheid van personen, zijn bevoegd tot het
                                binnentreden in een woning zonder toestemming van de bewoner.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in artikel 6:2, derde lid, bedoelde ambtenaren, voor zover zij
                                zijn belast met de opsporing van de strafbare feiten, bedoeld in de
                                artikelen 3:14, tweede lid, en 3:19, eerste lid, zijn bevoegd zonder
                                toestemming van de bewoner in een woning binnen te treden waar een
                                overtreding van een dergelijk strafbaar feit wordt gepleegd of naar
                                hun redelijk vermoeden wordt gepleegd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De in artikel 6:2, derde lid, bedoelde ambtenaren zijn in het kader
                                van hun toezichtstaak bevoegd zonder toestemming van de bewoner in
                                een woning binnen te treden, als daar bedrijfsmatig prostitutie
                                plaatsvindt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:4</nr><titel>Intrekken oude verordeningen</titel></kop><al>De volgende verordeningen worden ingetrokken</al><lijst><li nr="-"><al>De Algemene Plaatselijke Verordening Bergambacht 2009</al></li><li nr="-"><al>De Algemene Plaatselijke Verordening Gemeente Nederlek</al></li><li nr="-"><al>De Algemene plaatselijke verordening gemeente Ouderkerk
                                    2013</al></li><li nr="-"><al>De Algemene Plaatselijke Verordening Schoonhoven 2014</al></li><li nr="-"><al>De Algemene plaatselijke verordening 2014 (Vlist)</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Besluiten, genomen krachtens de verordeningen bedoeld in artikel 6:4
                                die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze
                                verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten
                                kent, gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor besluiten, genomen krachtens de verordeningen bedoeld in
                                artikel 6:4 die golden op het moment van de inwerkingtreding van
                                deze verordening en waarvoor deze verordening geen overeenkomstige
                                besluiten kent, geldt een overgangstermijn van twaalf maanden. Na
                                die tijd zijn deze niet langer van kracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Aanwijzingsbesluiten, uitvoeringsregelingen en beleidsregels,
                                genomen krachtens de verordeningen bedoeld in artikel 6:4 die golden
                                op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en
                                waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als
                                besluiten genomen krachtens deze verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:6</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na die waarop zij
                            is bekendgemaakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:7</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als <cursief>“Algemene plaatselijke
                                verordening Krimpenerwaard 2016”.</cursief></al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Krimpenerwaard, gehouden op dinsdag 29 maart 2016.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, drs. K.E. Driehuijs</ondertekening><ondertekening>de voorzitter,mr. T.P.J. Bruinsma</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>