<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR403548_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Personeelsgesprekken</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zwijndrecht</dcterms:creator><dcterms:modified>2015-11-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zwijndrecht</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2015-109904.html?zoekcriteria=%3fzkt%3dUitgebreid%26pst%3dGemeenteblad%26vrt%3dpersoneelsplanning%26zkd%3dInDeGeheleText%26dpr%3dAlle%26spd%3d20160419%26epd%3d20160419%26sdt%3dDatumPublicatie%26org%3dZwijndrecht%26orgt%3dgemeente%26planId%3d%26pnr%3d1%26rpp%3d10&amp;resultIndex=4&amp;sorttype=1&amp;sortorder=4">Gemeenteblad 19-11-2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Personeelsgesprekken</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">CAR-UWO</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2014-02-04</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-11-20</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2014-12101</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Personeelsgesprekken</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Uitgangspunten</titel></kop><structuurtekst><al>De centrale doelstelling van het sociaal beleid van de
                            Drechtsteden/Zuid-Holland Zuid werkgevers is het optimaliseren van de
                            match tussen benodigde kwaliteiten enerzijds en capaciteiten en
                            behoeften van de medewerkers anderzijds. Hiervoor is de werkgever samen
                            met de medewerkers gezamenlijk verantwoordelijk Daarom zijn
                            leidinggevende en medewerker met elkaar in gesprek over wederzijdse
                            ambities. Reflectie op eigen functioneren en persoonlijke
                            verantwoordelijkheid zijn in dit kader sleutelbegrippen.</al><al>Voor de leidinggevenden is een cruciale rol weggelegd in de zin van
                            coachen en faciliteren. Om resultaten en gedrag op een effectieve manier
                            ter sprake te brengen en hier vervolgens gericht aan te werken, is het
                            van belang dat je als leidinggevende en als medewerker hetzelfde beeld
                            hebt van wat goed gaat en wat beter kan. Centraal staat het vaststellen
                            van concrete, waar mogelijk meetbare, resultaten.</al><al/><al>Om dat te faciliteren is deze regeling personeelsgesprekken in het leven
                            geroepen. Hierin komt vooral de inhoudelijke kant van de gesprekken aan
                            de orde; van de leidinggevende wordt verwacht over de nodige
                            gespreksvaardigheden te beschikken.</al><al/><al>Er moet aandacht zijn voor drie hoofdthema’s:</al><lijst><li nr="-"><al>Het terugkijken naar het functioneren in het verleden, eventueel
                                    in de vorm van een beoordeling;</al></li><li nr="-"><al>Het maken van afspraken voor de toekomst;</al></li><li nr="-"><al>De ontwikkeling van de medewerkers.</al></li></lijst><al/><al>De regeling biedt de mogelijkheid om eigen invulling te geven aan de
                            gesprekscyclus. Denk aan het soort gesprek en de intensiteit,
                            afhankelijk van de actuele en lokale situatie. Het uitgangspunt is dat
                            de leidinggevende gepland en gestructureerd in gesprek is met de
                            medewerker, <onderstreept>minimaal één keer per jaar</onderstreept>. De
                            invulling wordt gekozen naar behoefte, naast jaarlijks vereiste
                            agendering van de onderwerpen, arbeidsomstandigheden, strategische
                            personeelsplanning (algemene dienst) ziekteverzuim, integriteit en
                            levensfasebewuste coaching.</al><al/><al>Door het houden van personeelsgesprekken stimuleren we betrokkenheid en
                            persoonlijke verantwoordelijkheid bij medewerkers. De medewerker krijgt
                            inzicht in het eigen functioneren, de plaats in de organisatie en de
                            mogelijkheid om verder (of anders) te ontwikkelen, waarbij ook de
                            mogelijkheden binnen de netwerkorganisatie Drechtsteden/Zuid-Holland
                            Zuid worden betrokken.</al><al/><al>Deze regeling biedt het formele kader in de vorm van een reglement
                            beoordeling – personeelsgesprekken Drechtsteden/Zuid-Holland Zuid, zie
                            paragraaf 4. Hiernaast biedt deze regeling vooral hulpmiddelen om een
                            goede invulling te geven aan de gesprekken. De invulling wordt bepaald
                            door de behoefte zoals die zich voordoet op enig moment, in de eigen
                            organisatie dan wel binnen het netwerk met de eigen medewerker.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Methodiek</titel></kop><structuurtekst><al>Personeelsgesprekken vormen het middel om:</al><lijst><li nr="A."><al>organisatiedoelen te vertalen naar individuele
                                    werkresultaten;</al></li><li nr="B."><al>ontwikkeling van medewerkers te stimuleren en te
                                    faciliteren;</al></li><li nr="C."><al>het functioneren van medewerkers te kunnen beoordelen;</al></li><li nr="D."><al>onderwerpen verplicht te bespreken, voortvloeiend uit
                                    regelgeving en Sociaal beleidskader.</al></li></lijst><al/><al>Een personeelsgesprek kan dus om verschillende redenen gevoerd worden.
                            Afhankelijk van de concrete situatie van de medewerker, de functie of
                            taken die worden uitgeoefend, de taakstelling van de afdeling en de
                            gewenste ontwikkeling van competenties (indien gebruikt) kunnen
                            verschillende onderwerpen aan de orde komen. De verplichte onderwerpen
                            dienen minimaal eens per jaar te worden besproken. De andere
                            gespreksonderwerpen worden geagendeerd naar behoefte. Uiteraard verdient
                            het aanbeveling om jaarlijks te spreken over persoonlijke doelen in een
                            individueel jaarplan of projectopdracht, afgeleid van
                            afdelingsdoelstellingen. Indien daar aanleiding voor is kan vaker dan
                            eens per jaar een personeelsgesprek worden gevoerd.</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Praktisch</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Hoe voeren we het personeelsgesprek?</vet></al><lijst><li nr="•"><al>Vertrouwen en verantwoordelijkheid staan centraal. Het is de
                                    gezamenlijke verantwoordelijkheid van leidinggevende en
                                    medewerker om jaarlijks een goed gesprek te voeren. Een
                                    medewerker kan dus ook het initiatief nemen om het gesprek in te
                                    plannen en om gespreksonderwerpen in te brengen. Tegelijkertijd
                                    kan er maar één persoon eindverantwoordelijk zijn en dat is de
                                    leidinggevende.</al></li><li nr="• "><al>Het praten over functioneren, ontwikkeling en resultaten vindt
                                    niet alleen plaats in het personeelsgesprek. Ook tussendoor gaan
                                    leidinggevende en medewerker met elkaar in gesprek over de
                                    voortgang op resultaat- en ontwikkelafspraken. Alleen dan kan
                                    tijdig worden bijgestuurd in het functioneren van de medewerker
                                    of kan b.v. blijken dat doelen moeten worden bijgesteld.</al></li><li nr="• "><al> Naast de gesprekken tussen medewerker en leidinggevende,
                                    verzamelt de medewerker ook op andere momenten feedback op zijn
                                    functioneren van collega’s of opdrachtgevers.</al></li><li nr="• "><al>Leidinggevende en medewerker kunnen er voor kiezen om het
                                    personeelsgesprek op te splitsen in meerdere gesprekken. Zo kan
                                    het gesprek over ontwikkeling apart gehouden worden naast
                                    gesprekken over functioneren en resultaatafspraken.</al></li><li nr="• "><al> Er zijn formele regels van toepassing op het houden van
                                    personeelsgesprekken, in het bijzonder beoordelingsgesprekken,
                                    om zorgvuldigheid te waarborgen. Als er sprake is van
                                    rechtspositionele verankering (CAR/UWO), dan wordt dit
                                    aangegeven in het Reglement beoordeling – personeelsgesprekken
                                    Drechtsteden/Zuid-Holland Zuid (Formeel kader 4).</al></li></lijst></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Formeel kader</titel></kop><paragraaf><kop><label/><nr/><titel>Reglement beoordeling - personeelsgesprekken
                                Drechtsteden/Zuid-Holland Zuid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al/><al>Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:</al><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="25*"/><colspec colname="col2" colwidth="75*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><cursief>Medewerker</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>de ambtenaar in de zin van de collectieve
                                                  arbeidsvoorwaardenregeling/uitwerkingsovereenkomst
                                                  (CAR/UWO)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Leidinggevende</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>degene onder wiens verantwoordelijkheid de
                                                  medewerker zijn</al><al>werkzaamheden verricht</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Personeelsgesprek</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>een gepland gesprek tussen leidinggevende men
                                                  medewerker,</al><al>zoals bedoeld en omschreven in de Regeling
                                                  personeelsgesprekken Drechtsteden/Zuid-Holland
                                                  Zuid. Dit gesprek wordt jaarlijks gevoerd en kan
                                                  verschillende doelen of vormen hebben</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Individueel jaarplan</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>beschrijving van resultaatafspraken voor een
                                                  medewerker in een</al><al>bepaald kalenderjaar, vastgesteld door de
                                                  leidinggevende</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Voortgangsgesprek</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>bespreking van voortgang van realiseren van
                                                  doelen door de</al><al>medewerker en van facilitering en coaching door
                                                  de</al><al>leidinggevende</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Evaluatiegesprek:</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>bespreking van de resultaten van het
                                                  functioneren in de afgelopen periode</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Beoordeling</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>het oordeel dat de leidinggevende opstelt over
                                                  het functioneren</al><al>van de medewerker met betrekking tot de
                                                  vastgestelde</al><al>beoordelingsperiode en dat in een
                                                  beoordelingsgesprek wordt</al><al>toegelicht</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Persoonlijk</cursief></al><al><cursief>ontwikkelplan (POP)</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>de afspraken tussen leidinggevende en medewerker
                                                  over de</al><al>loopbaanontwikkeling en de vereiste kennis en
                                                  vaardigheden van</al><al>de medewerker, alsmede in dat kader te volgen
                                                  opleiding of activiteiten, zoals bedoeld in
                                                  hoofdstuk 17 van de CAR/UWO</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Loopbaangesprek</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>De medewerker heeft na elke periode van vijf
                                                  jaar recht op een</al><al>loopbaanadvies, zoals bedoeld in hoofdstuk 17
                                                  van de CAR/UWO</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Eerste beoordelaar</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>de leidinggevende van de medewerker</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Tweede beoordelaar</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>de direct leidinggevende van de eerste
                                                  beoordelaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Informant</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>een persoon, die een functionele werkrelatie met
                                                  de medewerker</al><al>heeft en waardevolle informatie kan verstrekken
                                                  over het</al><al>functioneren van de ambtenaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Bevoegd gezag</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>degene, die op grond van de mandaatregeling is
                                                  belast met het</al><al>vaststellen van de beoordeling van de
                                                  medewerker</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Beoordelingsperiode</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>de periode waarover een beoordeling
                                                  plaatsvindt</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Beoordelingsformulier</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>het formulier waarop de beoordeling schriftelijk
                                                  wordt vastgelegd</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><cursief>Naast hogere</cursief></al><al><cursief>leidinggevende</cursief></al></entry><entry colname="col2"><al>de direct leidinggevende van de
                                                  leidinggevende</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel><cursief>Personeelsgesprek</cursief></titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>Elke medewerker heeft jaarlijks recht op minimaal één
                                        personeelsgesprek, zoals omschreven in de Regeling
                                        personeelsgesprekken Drechtsteden/Zuid-Holland Zuid.</al></li><li nr="2."><al>In onderling overleg stellen de leidinggevende en de
                                        medewerker minimaal twee weken vooraf een datum vast voor
                                        een personeelsgesprek.</al></li><li nr="3."><al>De leidinggevende is verantwoordelijk voor het jaarlijks
                                        houden van minimaal één personeelsgesprek.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Persoonlijk ontwikkelingsplan (kortweg POP)</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>De medewerker heeft, overeenkomstig het bepaalde in de
                                        CAR/UWO, tenminste één keer in de drie jaar recht op een
                                        persoonlijk ontwikkelingsplan.</al></li><li nr="2."><al>Wanneer een medewerker en de leidinggevende geen behoefte
                                        hebben aan het opstellen van een persoonlijk
                                        ontwikkelingsplan voor de medewerker, zal dit schriftelijk
                                        worden vastgelegd in het verslag van het
                                        personeelsgesprek.</al></li><li nr="3."><al>Leidinggevende en medewerker leggen de gemaakte afspraken
                                        omtrent ontwikkelingsactiviteiten, faciliteiten en
                                        voorwaarden schriftelijk vast en ondertekenen beiden. De
                                        medewerker ontvangt daarvan een afschrift.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Loopbaangesprek</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>De medewerker heeft overeenkomstig het bepaalde in de
                                        CAR/UWO, tenminste één keer in de vijf jaar recht op een
                                        loopbaanadvies.</al></li><li nr="2."><al>Het loopbaanadvies wordt opgesteld nadat de medewerker de
                                        behoefte hieraan heeft besproken met de leidinggevende.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Beoordeling</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>Het functioneren van de medewerker wordt vastgesteld in het
                                        evaluatiegesprek (of vaker). Indien de bevindingen in de
                                        gesprekscyclus personeelsgesprekken hiertoe aanleiding geven
                                        en/of er rechtspositionele besluiten genomen moeten worden,
                                        dan wordt een beoordeling opgemaakt.</al></li><li nr="2."><al>De duur van de beoordelingsperiode is in principe één
                                        jaar.</al></li><li nr="3."><al>De eerste beoordelaar kan in overleg met de medewerker de
                                        beoordelingsperiode op een andere termijn stellen dan één
                                        jaar. Die termijn is nooit korter dan zes maanden en nooit
                                        langer dan anderhalf jaar.</al></li><li nr="4."><al>De beoordeling vindt plaats op basis van het functioneren in
                                        relatie tot de functievereisten en de van toepassing zijnde
                                        competenties, naast de resultaten van afgesproken
                                        doelen.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Beoordelingsgesprek</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>In onderling overleg stellen de leidinggevende en de
                                        medewerker minimaal twee weken vooraf een datum vast voor
                                        een beoordelingsgesprek.</al></li><li nr="2."><al>Als uitgangspunt voor het beoordelingsgesprek gelden de
                                        bevindingen in de personeelsgesprekken.</al></li></lijst><lijst><li nr="3."><al>De leidinggevende zorgt dat de beoordeelde medewerker
                                        minimaal 1 week voorafgaand aan het gesprek in het bezit
                                        wordt gesteld van de bevindingen uit personeelsgesprek(ken),
                                        op schrift.</al></li><li nr="4."><al>Het beoordelingsgesprek wordt gevoerd tussen de
                                        leidinggevende als eerste beoordelaar en de medewerker.
                                        Indien één van hen dit wenst, kan de tweede beoordelaar
                                        en/of een personeelsadviseur bij een gesprek aanwezig
                                        zijn.</al></li><li nr="5."><al>De leidinggevende licht in het gesprek zijn bevindingen uit
                                        het evaluatiegesprek of voorlopige beoordeling toe.</al></li><li nr="6."><al>De medewerker krijgt in het beoordelingsgesprek de
                                        gelegenheid om zijn visie op het functioneren tijdens de
                                        beoordelingsperiode kenbaar te maken.</al></li><li nr="7."><al>Indien de medewerker van mening is dat een informant, die
                                        nog niet is ingeschakeld door de eerste beoordelaar,
                                        essentiële informatie kan geven over zijn functioneren, kan
                                        hij dat in het beoordelingsgesprek aangeven. De eerste
                                        beoordelaar zal dan alsnog informatie inwinnen bij deze
                                        informant. Deze informatie zal worden meegewogen bij het
                                        opstellen van de definitieve beoordeling.</al></li><li nr="8."><al>De medewerker heeft de mogelijkheid om opmerkingen bij de
                                        beoordeling als kanttekening te laten opnemen op het
                                        personeelsgesprekformulier. In het beoordelingsgesprek dient
                                        dit te worden vermeld.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Definitieve beoordeling</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>Na het beoordelingsgesprek stelt de leidinggevende een
                                        definitieve beoordeling op.</al></li><li nr="2."><al>Indien de medewerker dit in het beoordelingsgesprek heeft
                                        aangegeven, kan hij op het beoordelingsformulier zijn
                                        kanttekeningen plaatsen.</al></li><li nr="3."><al>De medewerker tekent het beoordelingsformulier voor gezien
                                        en zijn eventuele kanttekeningen voor akkoord.</al></li><li nr="4."><al>Het bevoegd gezag stelt de beoordeling vast.</al></li><li nr="5."><al>Indien het bevoegd gezag van mening is dat de beoordeling
                                        niet overeenkomstig deze regeling tot stand is gekomen of
                                        aan de juistheid van de beoordeling twijfelt, bespreekt hij
                                        dit met de eerste beoordelaar en de medewerker. Het bevoegd
                                        gezag kan suggesties tot wijziging van de beoordeling doen
                                        en in uitzonderingsgevallen en goed gemotiveerd de
                                        beoordeling gewijzigd vaststellen.</al></li><li nr="6."><al>De medewerker ontvangt een afschrift van het definitieve
                                        beoordelingsformulier.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Tweede beoordelaar</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>Bij verschil van mening tussen medewerker en de
                                        leidinggevende over de beoordeling kan de medewerker
                                        verzoeken om een heroverweging van de beoordeling door de
                                        tweede beoordelaar.</al></li><li nr="2."><al>De tweede beoordelaar onderzoekt of de beoordeling
                                        overeenkomstig deze regeling tot stand is gekomen en de
                                        juistheid van de beoordeling.</al></li><li nr="3."><al>Op basis van de uitkomsten van dit onderzoek kan besloten
                                        worden opnieuw een gesprek te laten plaatsvinden als bedoeld
                                        in artikel 6, in aanwezigheid van de tweede
                                        beoordelaar.</al></li><li nr="4."><al>Ook kan op basis van de uitkomsten van dit onderzoek
                                        besloten worden de beoordeling alsnog ongewijzigd te laten
                                        vaststellen door het bevoegd gezag. De beoordeelde
                                        medewerker wordt van de motivatie van deze keuze op de
                                        hoogte gesteld.</al></li><li nr="5."><al>Indien de tweede beoordelaar ook het tot vaststellen van de
                                        beoordeling bevoegde gezag is, wordt de beoordeling door de
                                        gemeentesecretaris/de secretaris van de GR vastgesteld. Als
                                        de tweede beoordelaar de gemeentesecretaris/de secretaris
                                        van de GR zelf is, wordt de beoordeling vastgesteld door het
                                        college van burgemeester en wethouders/het dagelijks bestuur
                                        van de GR.</al></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Vervolgacties</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>De leidinggevende draagt zorg voor de toezending van het
                                        beoordelingsformulier aan de archiefafdeling van het Service
                                        Centrum Drechtsteden.</al></li><li nr="2."><al>Indien op grond van de personeelsbeoordeling een
                                        rechtspositioneel besluit wordt genomen ten aanzien van de
                                        medewerker, geeft de leidinggevende hiertoe opdracht aan de
                                        afdeling personeelsbeheer van het Service Centrum
                                        Drechtsteden.</al></li></lijst><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label/><nr/><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al/><al>In die gevallen waarin deze regeling niet of niet in redelijkheid
                                voorziet, beslist het bevoegd gezag.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al/><al>Deze regeling kan worden aangehaald als “Reglement
                                personeelsgesprekken – beoordeling Drechtsteden/Zuid-Holland
                                Zuid”.</al><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al/><lijst><li nr="1."><al>Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 februari
                                        2014.</al></li><li nr="2."><al>Met ingang van deze datum vervallen de gemeentelijke
                                        regelingen en de regeling GR Drechtsteden die op dat moment
                                        van toepassing waren.</al></li></lijst><al/></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Naslagwerk</titel></kop><structuurtekst><al>In de bijlagen hierna worden de verschillende te onderscheiden
                            gesprekken beschreven, tevens is er een voorbeeld formulier bijgevoegd
                            dat voor verschillende soorten gesprekken kan worden gebruikt. Deze
                            informatie is niet bindend, maar kan naar behoefte worden gebruikt.</al><al/><al>Bijlage 1: Het vertalen van organisatiedoelen naar individuele
                            werkresultaten. Hierbij gaat het om het maken en evalueren van
                            resultaatgerichte werkafspraken.</al><al/><al>Bijlage 2: Het opstellen van een Persoonlijk Ontwikkelplan (POP). Het
                            vastleggen van praktische ontwikkelafspraken: wat, wanneer, hoe,
                            faciliteiten e.d.</al><al/><al>Bijlage 3: Het beoordelingsgesprek. In dit gesprek wordt gesproken over
                            het functioneren van de medewerker, de behaalde resultaten of voortgang
                            van projecten.</al><al/><al>Bijlage 4: Toelichting op de jaarlijkse gespreksonderwerpen die
                            structureel aan bod dienen te komen ter ondersteuning van
                            verzuimbegeleiding, arbeidsomstandigheden, levensfasebewuste coaching en
                            integriteit. Denk aan “goed werkgeverschap”.</al><al/><al>Bijlage 5: Het houden van een loopbaangesprek om te bepalen of
                            ontwikkeling omgezet kan worden in een volgende stap in de
                            loopbaan.</al><al/><al>Bijlage 6: Voorbeeldformulier personeelsgesprekken (verschillende
                            gesprekken mogelijk).</al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Archiveren</titel></kop><structuurtekst><al>Gespreksverslagen van de personeelsgesprekken worden door de
                            leidinggevende naar het Service Centrum Drechtsteden gestuurd ter
                            archivering in het personeeldossier.</al><al/><al>Voor verslagen van beoordelingsgesprekken geldt op grond van de status
                            als basis voor rechtspositionele-/financiële besluiten een bewaartermijn
                            van minimaal 10 jaar na beëindiging van het dienstverband. Voor de
                            verslagen van evaluatiegesprekken (zie bijlage 1) en verslagen van
                            POP-gesprekken (zie bijlage 2) geldt een bewaartermijn van 7 jaar. Voor
                            de andere personeelsgesprekken zoals individuele jaarplannen,
                            voortgangsgesprekken, en loopbaangesprekken geldt een bewaartermijn van
                            minimaal 3 jaar.</al><al/><al>Van deze bewaartermijnen kan worden afgeweken. In het geval van
                            ontwikkeltrajecten, disfunctioneringstrajecten of langdurige of
                            herhaaldelijke arbeidsongeschiktheid door ziekte kan deze termijn worden
                            verlengd.</al></structuurtekst></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door:</ondertekening><ondertekening>Het college van burgemeester en wethouders van Zwijndrecht, d.d.
                        4 februari 2014</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>1</nr><titel>Organisatiedoelen vertalen naar individuele werkresultaten</titel></kop><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al>Vanuit het afdelingsplan inventariseren de
                                        leidinggevende/opdrachtgever en de medewerker samen
                                        specifieke doelen die moeten worden gerealiseerd. In deze
                                        regeling wordt een methodiek beschreven welke daarvoor kan
                                        worden gebruikt. Hierbij wordt een jaarcyclus doorlopen
                                        volgens het principe plan-do-check-act. De te behalen
                                        resultaten worden volgens het SMART-principe geformuleerd.
                                        Het doel is om tot resultaatgerichte inzet te komen.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><lijst><li nr="1."><al><onderstreept>De personeelsgesprekken</onderstreept> vormen het middel
                            om organisatiedoelen te vertalen naar individuele werkresultaten. Dit
                            geldt zowel voor de eigen/reguliere werkzaamheden als voor projectmatige
                            werkzaamheden.</al><al/><al>De volgende stappen worden hierin onderscheiden:</al><al/><al><vet>Individueel (jaar)plan</vet>:</al><al/><lijst><li nr="1."><al>Vanuit de beleidscyclus meerjarenplan, begroting, bedrijfsplan
                                    en afdelingsplan (of projectopdracht) inventariseren de
                                    leidinggevende (of opdrachtgever van het project) en de
                                    medewerker samen een aantal specifieke doelen die het komende
                                    jaar moeten worden uitgevoerd. Het gaat daarbij om de vraag
                                    “wat” er moet gebeuren.</al></li><li nr="2."><al>De medewerker werkt de geïnventariseerde aandachtspunten in het
                                    functioneren en de doelen “SMART” uit in een werkplan en
                                    voorziet dit van te doorlopen stappen en een tijdpad waarbinnen
                                    het plan moet zijn uitgevoerd. Er worden maximaal 4 doelen
                                    afgesproken.</al></li><li nr="3."><al>Bij de uitwerking van de taken en doelen houdt de medewerker
                                    tevens rekening met de gedragscomponenten (competenties indien
                                    gebruikt) die bij de uitvoering belangrijk zijn. Daarbij gaat
                                    het om de vraag “hoe” het moet gebeuren. Indien nodig kunnen
                                    afspraken worden gemaakt over het ontwikkelen van
                                    gedrag/competenties in een persoonlijk ontwikkelplan.</al></li><li nr="4."><al>De leidinggevende en de medewerker bespreken samen het
                                    uitgewerkte plan en passen het zonodig aan, waarna het wordt
                                    vastgesteld door de leidinggevende. Dit is het individuele
                                    (jaar)plan. In de regel worden de afspraken in de periode van
                                    een jaar gepland.</al><al>Wanneer de medewerker en de leidinggevende het niet eens kunnen
                                    worden over de resultaatafspraken, beslist de leidinggevende
                                    welke resultaten de medewerker dat jaar moet realiseren en
                                    motiveert dit.</al></li></lijst><al/><al><vet>Voortgang</vet>:</al><al/><lijst><li nr="5."><al>Het is zinvol om de uitvoering van het werkplan tussentijds te
                                    evalueren in een voortgangsgesprek halverwege het jaar. Hierbij
                                    komt de facilitering, de geboden en gewenste coaching door de
                                    leidinggevende aan de orde. Het kan gewenst zijn het
                                    functioneren van de medewerker bij te sturen of de doelen bij te
                                    stellen. Het aantal gesprekken kan gevarieerd worden, al naar
                                    gelang de behoefte vanleidinggevende en/of medewerker. Ook kan
                                    er gedurende het jaar aandacht zijn voor de voortgang van het
                                    realiseren van doelen (meestal in relatie tot de
                                    afdelingsdoelen) tijdens het werkoverleg.</al></li></lijst></li><li nr=""><al/><al><vet>Evaluatiegesprek</vet>:</al><al/><lijst><li nr="6."><al>Aan het einde van het jaar (of andere afgesproken periode)
                                    stellen leidinggevende en medewerker vast in hoeverre het
                                    individuele jaarplan is gerealiseerd. Wanneer de resultaten niet
                                    zijn behaald, dan wordt onderzocht wat hiervan de oorzaak is. Er
                                    wordt een plan gemaakt om de resultaten het volgende jaar te
                                    verbeteren.</al></li><li nr="7."><al>De in het evaluatiegesprek geïnventariseerde aandachtspunten
                                    vormen mede de input voor afspraken voor het nieuwe
                                    planningsjaar. Niet gerealiseerde doelstellingen kunnen
                                    doorschuiven naar het volgende jaar.</al><al>Steeds herhaalt de cyclus zich. Schematisch weergegeven bestaat
                                    de hiervoor beschreven methodiek van personeelsgesprekken uit
                                    onderstaande onderdelen:</al><al/><al><plaatje><illustratie id="i153392bd-80ed-4281-9503-ec2006198191" naam="i271280i153392bd-80ed-4281-9503-ec2006198191.jpg" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="8.94cm"/></plaatje></al></li></lijst><al/></li><li nr="2."><al><onderstreept>Vastlegging:</onderstreept> de inhoud van het individueel
                            jaarplan, de voortgangsgesprekken en van het evaluatiegesprek wordt
                            steeds schriftelijk vastgelegd (formulier beschikbaar: bijlage 6) en
                            getekend door de leidinggevende en de medewerker. Leidinggevende en
                            medewerker maken afspraken over wie het verslag maakt.</al><al/></li><li nr="3."><al><onderstreept>Samenvoegen gesprekken:</onderstreept></al><al>Het evaluatiegesprek wordt in de praktijk vaak samengevoegd met het
                            individueel plan voor de komende periode. De inhoud van deze gesprekken
                            staat immers niet los van elkaar. Samenvoegen kan leiden tot minder
                            versnippering en minder agendadruk.</al><al>Een voorwaarde is wel dat het gesprek wordt bepaald door een duidelijke
                            agenda, waarin de onderwerpen van de verschillende gesprekken duidelijk
                            worden onderscheiden. Dit om te voorkomen dat de te onderscheiden
                            onderwerpen te weinig aandacht krijgen of in de haast over het hoofd
                            worden gezien.</al><al/></li><li nr="4."><al><onderstreept>Afstemming:</onderstreept></al><al>De leidinggevende dient de individuele jaarplannen van de medewerkers af
                            te stemmen. Dit is van belang voor een evenwichtige verhouding in omvang
                            en zwaarte (normering) van de afgesproken doelen en de verdeling over de
                            medewerkers. Deze afstemming kan eveneens plaatsvinden tussen
                            gerelateerde werkeenheden en op verschillende organisatieniveaus door
                            overleg via de linking-pin structuur. Zonodig kunnen doelen en afspraken
                            op basis van bovengenoemde overlegsituaties worden bijgesteld.</al><al/></li><li nr="5."><al><onderstreept>Uitvoering en coaching:</onderstreept></al><al>Nadat de afspraken over het functioneren en de te realiseren doelen zijn
                            gemaakt en afgestemd, worden deze door de medewerker uitgevoerd. Tijdens
                            de periode van de uitvoering is het belangrijk dat de leidinggevende de
                            medeweker voldoende coacht. Ondanks dat de gemaakte afspraken op papier
                            voldoen aan de SMART-criteria, kan blijken dat bepaalde doelen toch te
                            hoog zijn gegrepen, het de medewerker ontbreekt aan voldoende middelen
                            of de omstandigheden waaronder moet worden gewerkt zijn veranderd. Het
                            is dus belangrijk dat de leidinggevende in de loop van het jaar de
                            vinger aan de pols houdt en zonodig hulp biedt of bijstuurt. Deze
                            coaching kan plaatsvinden in de voortgangsgesprekken of in een
                            individueel- of groepswerkoverleg.</al><al/><al>De hier beschreven personeelsgesprekken zijn tweezijdig, d.w.z. dat
                            zowel medewerker als leidinggevende bepalend zijn. Uitzondering hierop
                            is de personeelsbeoordeling. Deze heeft formeel een eenzijdig karakter,
                            omdat het een besluit van de werkgever is aangaande het functioneren van
                            de medewerker (zie bijlage 3).</al><al/></li><li nr="6."><al><onderstreept>Vastlegging:</onderstreept></al><al> Formulier beschikbaar, zie voorbeeld bijlage 6.</al></li></lijst></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>2</nr><titel>Persoonlijk ontwikkelplan (POP)</titel></kop><al><vet>1. Kader:</vet></al><al/><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al>De bevindingen van een personeelsgesprek kunnen aanleiding
                                        geven tot het maken van ontwikkelafspraken. In een
                                        “POP-gesprek” wordt het persoonlijk ontwikkelplan (kortweg
                                        POP) vastgelegd. Dit is de basis van de ontwikkeling van de
                                        kennis en vaardigheden van de medewerker en daarmee van de
                                        loopbaanontwikkeling. Als aanknopingspunt wordt uitgegaan
                                        van de voor de functie-uitoefening benodigde competenties
                                        (indien in gebruik). Initiatieven kunnen genomen worden door
                                        zowel de medewerker als de leidinggevende.</al><al/><al>In het POP worden afspraken gemaakt over de concrete keuze
                                        van bijv. een opleiding of stage, het instituut waar de
                                        opleiding zal worden gevolgd, de voorwaarden waaronder de
                                        opleiding of andere activiteiten worden uitgevoerd.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al>De duurzame inzetbaarheid van medewerkers loopt als een rode draad door het
                    HR-beleid. Het is één van de peilers van het invullen van gezamenlijk
                    werkgeverschap binnen de samenwerkende Drechtsteden en de GR-en.</al><al>De bevindingen tijdens de gesprekscyclus kunnen aanleiding geven tot het maken
                    van ontwikkelafspraken, zoals bedoeld in de CAR/UWO, waarin gesproken wordt van
                    een “POPgesprek”. In artikel 17.1.1. wordt bepaald dat iedere medewerker elke 3
                    jaar recht heeft op een gesprek voor het opstellen van een persoonlijk
                    ontwikkelplan. Het persoonlijk ontwikkelplan (kortweg POP) is de basis van de
                    loopbaanontwikkeling en van de ontwikkeling van de kennis en vaardigheden van de
                    medewerker. Als aanknopingspunt wordt uitgegaan van de voor de
                    functie-uitoefening benodigde competenties.</al><al>Vorm en inhoud van het POP zijn in beginsel vrij, dat wil zeggen dat het plan
                    zowel kan bestaan uit een korte feitelijke aanduiding van een opleidingsafspraak
                    als uit een uitgebreidere afspraak over – door beide partijen- te ondernemen
                    ontwikkelactiviteiten in brede zin. Initiatieven kunnen genomen worden door
                    zowel de medewerker als de leidinggevende.</al><al/><al>In de cyclus van onze personeelsgesprekken kan vaker dan eens per drie jaar
                    gesproken worden tussen leidinggevende en medewerker over onderwerpen die van
                    belang zijn voor de ontwikkeling van kennis en vaardigheden en de loopbaan van
                    de medewerker. Ook kunnen partijen in onderling overleg concluderen dat er in
                    een bepaalde periode geen aanleiding is voor bijzondere inspanningen of
                    afspraken.</al><al/><al>In het POP worden afspraken gemaakt over de concrete keuze van de opleiding, het
                    instituut waar de opleiding zal worden gevolgd, de voorwaarden waaronder de
                    opleiding of andere activiteiten worden uitgevoerd. Aard en omvang van de kosten
                    worden in redelijkheid vastgesteld. Minimaal zal het gaan om de kosten van de
                    opleiding, de kosten van studiemateriaal en de kosten van reizen en evt.
                    verblijf. De kosten die verbonden zijn aan het persoonlijk ontwikkelingsplan
                    worden volledig door de werkgever betaald. Van de medewerker kan een bijdrage in
                    de vorm van verlof worden gevraagd.</al><al/><al>De inhoud van het POP dient te passen in het opleidingsbeleid, zoals dat is
                    neergelegd in het overkoepelende opleidingsplan van de organisatie.</al><al/><al/><al><vet>2. Ontwikkeling</vet></al><al/><al><vet>2.1 </vet>Ontwikkeling is een breder begrip dan alleen opleiden. Naast het
                    bijhouden van ontwikkelingen en veranderende kennis binnen het vakgebied gaat
                    het ook om het bekwamen in vaardigheden/competenties.</al><al/><al><vet>2.2 Ontwikkeling op korte en lange termijn</vet></al><al>Ontwikkeling, ontplooiing en groei worden vaak op één lijn gezet met doorgroei
                    en promotie. Niet iedereen kan echter directeur worden. Met een POP wordt
                    gefocust op de huidige functie en toekomstige ambities. Die kunnen zowel binnen
                    als buiten de organisatie liggen. Een POP is een plan waarin staat hoe iemand
                    zich op korte termijn verder gaat ontwikkelen in de huidige functie of op
                    langere termijn in een toekomstige functie. Het biedt de mogelijkheid om de
                    persoonlijke ontplooiing in het werk en de organisatiedoelen op evenwichtige
                    wijze te combineren.</al><al/><al><vet>2.3 Boeien en binden</vet></al><al>Het individu is een belangrijke succesfactor voor de organisatie. Medewerkers
                    vormen het belangrijkste kapitaal van een arbeidsorganisatie en, met de vele
                    veranderingen die ons omringen, is het nodig bij te blijven en alert te zijn. En
                    bovenal dat medewerkers die in staat worden gesteld te werken vanuit hun
                    kwaliteiten en met plezier, medewerkers zijn die een organisatie optimaal kunnen
                    laten functioneren. Persoonlijke ontwikkeling is echter een containerbegrip.
                    Alleen individuele mensen kunnen uiteindelijk bepalen hoe ze zich willen
                    ontwikkelen.</al><al>De opvatting bestaat dat twee competenties noodzakelijk zijn om een succesvolle
                    organisatie op te bouwen; de competentie om te boeien en de competentie om te
                    binden. De geboeide medewerker neemt zichzelf als uitgangspunt en de organisatie
                    is een wederpartij waar interessante deals mee zijn te sluiten. De verbonden
                    medewerker gebruikt de organisatie niet, maar verbindt zich ermee vanwege de
                    identiteit, de gemeenschap, de producten of diensten of vanwege de missie.</al><al/><al><vet>3. POP-gesprek</vet></al><al>Minimaal één maal per drie jaar dient een POP te worden opgesteld. Volgens de
                    CAR/UWO heeft de medewerker daar recht op, maar er kan in de cyclus van onze
                    personeelsgesprekken vaker gesproken worden tussen leidinggevende en medewerker
                    over onderwerpen die van belang zijn voor de ontwikkeling van kennis en
                    vaardigheden en de loopbaan van de medewerker. Dit kan velerlei gebieden
                    betreffen:</al><lijst><li nr="-"><al>Verandering in het takenpakket;</al></li><li nr="-"><al>Oefenen met speciale vaardigheden;</al></li><li nr="-"><al>Coaching op bepaalde onderdelen;</al></li><li nr="-"><al>Het volgen van een training of opleiding;</al></li><li nr="-"><al>Een stage bij een andere werkgever of afdeling.</al></li></lijst><al/><al>Een belangrijk uitgangspunt voor een POP is dat een medewerker verantwoordelijk
                    is voor zijn loopbaan en dat de werkgever daarbij faciliteert. En verder is het
                    belangrijk om aan te geven dat persoonlijke ontwikkeling niet alleen het volgen
                    van opleidingen is. Wat nodig is, is afhankelijk van de gewenste ontwikkeling.
                    Dit kan worden bekeken vanuit organisatieoogpunt (noodzaak), dan wel vanuit
                    persoonlijke ambitie (groei).</al><al>Door het houden van personeelsgesprekken, waarin persoonlijke doelstellingen
                    worden behandeld, komt het ontwikkelen van competenties vanzelfsprekend aan de
                    orde.</al><al/><al><vet>4. Praktisch</vet></al><al>Het POP-gesprek kan apart gehouden worden naast de gesprekken uit de
                    gesprekscyclus, maar kan ook onderdeel zijn van die gesprekken. Vorm en inhoud
                    zijn in beginsel vrij, dat wil zeggen dat het plan zowel kan bestaan uit een
                    korte feitelijke aanduiding van een opleidingsafspraak als uit een uitgebreidere
                    afspraak over te ondernemen ontwikkelactiviteiten. Er is een formulier
                    beschikbaar als hulpmiddel om afspraken vast te leggen (niet verplicht).</al><al>Er ontstaat nog wel eens een discussie of het maken van een POP voor iedereen
                    verplicht moet zijn. Je kunt iemand toch niet dwingen zich te ontwikkelen?
                    Partijen kunnen in onderling overleg concluderen dat er in een bepaalde periode
                    geen aanleiding is voor bijzondere inspanningen of afspraken.</al><al>In een POP worden stappen onderscheiden. Het uitgangspunt is dat beide partijen
                    het gesprek voorbereiden, de leidinggevende vanuit zijn visie en de medewerker
                    vanuit zijn/haar optiek.</al><al>Een algemene stelregel is dat – naast de bevindingen uit de gesprekscyclus - het
                    belangrijk is aandacht te besteden aan het welbevinden van de medewerker, maar
                    ook de organisatieontwikkelingen goed in het oog te hebben. Om bij te blijven is
                    ontwikkeling nodig. In krimpende organisaties kan het ook een manier zijn om
                    goed aandacht te besteden aan mogelijkheden en mobiliteit van medewerkers. Door
                    gestructureerd aandacht te geven aan een POP kunnen mensen nieuwe wegen (leren)
                    inslaan.</al><al/><al><vet>4.1 Stappen en uitgangspunten POP</vet></al><al>Het uitgangspunt bij personeelsgesprekken is dat beide gesprekspartners het
                    gesprek</al><al>voorbereiden. Dat geldt uiteraard ook voor de ontwikkelafspraken die daarbij aan
                    de orde komen. De stappen in het hierna beschreven stappenplan zijn bezien
                    vanuit het zicht van de medewerker. Deze kunnen vooraf aan de medewerker worden
                    voorgelegd.</al><al/><al><vet>4.2 Stappen ter voorbereiding van het POP-gesprek</vet></al><al>De stappen die achtereenvolgens aan de orde komen, zijn:</al><lijst><li nr="1."><al>Waar staat u nu?</al></li><li nr="2."><al>Waar wilt u naar toe?</al></li><li nr="3."><al>Hoe komt u daar?</al></li><li nr="4."><al>Welke concrete acties gaat u ondernemen?</al></li><li nr="5."><al>Hoe monitoren en evalueren?</al></li></lijst><al/><al><cursief>Stap 1: Waar staat u nu?</cursief></al><lijst><li nr="-"><al>Wat bevalt wel en wat bevalt niet in de huidige functie?</al></li><li nr="-"><al>Zijn er nieuwe ontwikkelingen die van invloed zijn op uw huidige functie
                            (of afdeling of organisatie)?</al></li><li nr="-"><al>Zijn er persoonlijke factoren van belang om bij stil te staan (bijv. in
                            de privésituatie)?</al></li><li nr="-"><al>Welke ontwikkelpunten hebt u het afgelopen jaar gerealiseerd?</al></li><li nr="-"><al>Is er nog groei/ontwikkeling mogelijk binnen de huidige functie?\</al></li></lijst><al/><al><cursief>Stap 2: Waar wilt u naar toe?</cursief></al><lijst><li nr="-"><al>Zijn er binnen uw huidige functie ontwikkelmogelijkheden: andere taken,
                            begeleiding collega’s, nieuwe projecten?</al></li><li nr="-"><al>Zijn er specifieke competenties die om ontwikkeling vragen?</al></li><li nr="-"><al>Hebt u specifieke andere functies op het oog die u leuk vindt?</al></li></lijst><al/><al><cursief>Stap 3: Hoe komt u daar?</cursief></al><lijst><li nr="-"><al>Wat is er nodig om de wensen te realiseren?</al></li><li nr="-"><al>Van wie hebt u ondersteuning/informatie nodig?</al></li><li nr="-"><al>Is een opleiding nodig? Wat zijn de kosten, wie betaalt deze?</al></li><li nr="-"><al>Is een coach nodig?</al></li><li nr="-"><al>Kan ergens ervaring (mee) worden opgedaan, bijv. door een stage of
                            meelopen op een andere afdeling of met iemand die een geambieerde
                            functie vervult?</al></li></lijst><al/><al><cursief>Stap 4: Welke concrete acties gaat u ondernemen?</cursief></al><lijst><li nr="-"><al>Benoem deze SMART: zie bijlage 3 van de regeling
                            personeelsgesprekken.</al></li><li nr="-"><al>Hieraan wordt vaak de letter I toegevoegd van “inspirerend”. Een doel
                            moet energie geven en inspireren om ermee aan de slag te gaan.</al></li></lijst><al/><al><cursief>Stap 5: Hoe monitoren en evalueren?</cursief></al><lijst><li nr="-"><al>Naast het maken van afspraken en het benoemen van doelen is het ook
                            belangrijk om af te spreken wanneer wordt gecheckt of de afspraken
                            nagekomen(kunnen) worden of bijstelling nodig hebben. Dit alles wordt
                            vastgelegd en ondertekend.</al></li></lijst><al/><al>Een POP-gesprek wordt in de regel afgesloten met afspraken. De afspraken vormen
                    een contract tussen de medewerker en leidinggevende. Een POP dat in evenwicht is
                    met persoonlijke en organisatiedoelen, creëert energie en nieuwe mogelijkheden.
                    Het biedt de medewerker de mogelijkheid om zichzelf beter te leren kennen,
                    invloed te hebben op zijn loopbaan. Het levert gemotiveerde medewerkers op die
                    een bijdrage leveren aan de organisatiedoelstellingen.</al><al/><al><vet>4.3 Onderdelen POP</vet></al><al>Maak SMART(I)-afspraken over de te ontwikkelen competenties en de manier waarop
                    de leidinggevende daarin een coachende rol kan vervullen. Zijn er naast deze
                    ontwikkelpunten nog andere aspecten die aandacht vragen? Besteed hierbij in
                    ieder geval aandacht aan:</al><lijst><li nr="-"><al>Teamrollen;</al></li><li nr="-"><al>Netwerken: contacten binnen en buiten de organisatie;</al></li><li nr="-"><al>Samenwerking;</al></li><li nr="-"><al>Stijl van leidinggeven;</al></li><li nr="-"><al>Deskundigheidsbevordering.</al></li></lijst><al/><al><vet>4.4 Vastlegging</vet></al><al>Formulier beschikbaar, zie voorbeeld bijlage 6.</al><al/></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>3</nr><titel>Beoordeling</titel></kop><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al>De beoordeling wordt gebruikt voor het formeel vaststellen
                                        van het functioneren in relatie tot de functievereisten
                                        (kennis en vaardigheden) en de van toepassing zijnde
                                        competenties. De beoordeling vormt hiermee de basis voor
                                        rechtspositionele besluiten, zoals het toepassen van
                                        variabele beloningscomponenten. De beoordeling kan tevens
                                        ten grondslag liggen aan een andere ontwikkelingsrichting in
                                        de vorm van een andere of aangepaste functie, of een
                                        zwaardere functie.</al><al>In tegenstelling tot de andere personeelsgesprekken is het
                                        beoordelingsgesprek eenzijdig, d.w.z. dat de leidinggevende
                                        bepalend is. Het heeft formeel een eenzijdig karakter, omdat
                                        het een besluit van de werkgever is aangaande het
                                        functioneren van de medewerker. </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al>De bevindingen in de personeelsgesprekken, vormen meestal de aanleiding tot het
                    opmaken van een beoordeling, eventueel aangevuld met feedback van collega’s en
                    klanten. Het woord klant moet hier in breed perspectief worden gezien.</al><al/><al><vet>Kader:</vet></al><al>In artikel 15.1.15 CAR/UWO wordt bepaald dat de ambtenaar wordt beoordeeld. Als
                    de werkgever ontevreden is over het functioneren van de medewerker, heeft deze
                    het recht dit op zo kort mogelijke termijn te vernemen. Ook moet de werkgever
                    aangeven op welke manier de medewerker zijn functioneren kan verbeteren. Een en
                    ander is uitgewerkt in een beoordelingsregeling “Reglement beoordeling –
                    personeelsgesprekken Drechtsteden/Zuid-Holland Zuid” onder hoofdstuk 4 Formeel
                    kader.</al><al/><al><vet>Wat wordt beoordeeld?</vet></al><al>De beoordeling heeft betrekking op de resultaten van de afgesproken doelen. Het
                    functioneren wordt altijd bezien in relatie tot de functievereisten (kennis en
                    vaardigheden) en de van toepassing zijn de competenties. Omstandigheden en
                    randvoorwaarden welke een rol spelen bij het functioneren worden tijdens de
                    beoordeling beschreven, evenals de wijze van functioneren, het vertonen van
                    gedrag dat hoort bij de vereiste competenties.</al><al/><al><vet>Hoe wordt beoordeeld?</vet></al><al>De leidinggevende stelt aan het eind van het jaar vast in hoeverre de met de
                    medewerker gemaakte afspraken over functie-uitoefening en doelen zijn
                    gerealiseerd in het evaluatiegesprek.</al><al>Wanneer de resultaten niet zijn gehaald, dan wordt onderzocht wat hiervan de
                    oorzaak is. Uiteraard is het belangrijk om vast te stellen in hoeverre de
                    uitkomst beïnvloedbaar is geweest door de medewerker.</al><al/><al><vet>Doel van de beoordeling</vet>.</al><al>De beoordeling heeft verschillende oogmerken. In de eerste plaats wordt de
                    beoordeling gebruikt voor de inzetbaarheid en mobiliteit. Uit de beoordeling kan
                    bijvoorbeeld blijken dat de medewerker behoefte heeft aan een andere
                    ontwikkelingsrichting in de vorm van een andere of aangepaste functie, of dat de
                    medewerker juist potentie heeft voor een zwaardere functie.</al><al>In de tweede plaats vormt de beoordeling de basis voor rechtspositionele
                    besluiten. Bijvoorbeeld voor het toepassen van variabele beloningscomponenten is
                    onderbouwing met een beoordeling nodig. Het vaststellen van geschiktheid tijdens
                    een tijdelijke aanstelling op proef kan d.m.v. een beoordeling worden
                    vastgesteld, t.b.v. het aanbieden van een vaste aanstelling.</al><al/><al><vet>Vastlegging</vet></al><al>Formulier beschikbaar, zie voorbeeld bijlage 6.</al><al>Zie ook paragraaf 4: Reglement beoordeling – personeelsgesprekken
                    Drechtsteden/ZHZ.</al></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>4</nr><titel>Overige gespreksonderwerpen</titel></kop><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al>Gespreksonderwerpen die tevens jaarlijks structureel aan bod
                                        dienen te komen tussen werkgever (leidinggevende) en
                                        medewerker hebben te maken met bepalingen uit de wet, de
                                        CAR/UWO of zijn ingegeven door het Sociaal beleidskader. </al><al>Deze onderwerpen zijn:</al><al>1. strategische personeelsplanning</al><al>2. het verzuimgedrag van de medewerker</al><al>3. arbeidsomstandigheden</al><al>4. levensfasebewuste coaching</al><al>5. integriteit</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al>Voor de uitwerking van deze gespreksonderwerpen wordt verwezen naar het beleid
                    m.b.t. deze onderwerpen dat apart wordt beschreven of zal worden beschreven.
                    Kortweg gaat het om:</al><al/><al>Ad 1. in het kader van de strategische personeelsplanning is een
                    indelingssystematiek ontwikkeld op grond waarvan medewerkers in verschillende
                    loopbaan categorieën worden ingedeeld. Deze indeling vindt plaats op basis van
                    de bevindingen en de conclusies tijdens het personeelsgesprek. Het gaat daarbij
                    om de communicatie met de medewerker over zijn huidige en toekomstige
                    functioneren en de afspraken over diens loopbaan. In het Sociaal beleidskader is
                    afgesproken dat op basis van de aanstelling in algemene dienst medewerkers in
                    principe voor een periode van drie jaar in een functie verblijven. Uiterlijk 12
                    maanden voor de afloop van deze termijn, maken de medewerker en leidinggevende
                    afspraken over de inzetbaarheid van de medewerker na die termijn.</al><al/><al>Ad 2: de leidinggevende vermeldt wat het verzuimgedrag is geweest in de
                    afgelopen periode: verzuimpercentage en –frequentie. Wat was de achtergrond, is
                    er een relatie met het werk, arbeidsomstandigheden enz.? Is er aanleiding om
                    afspraken te maken? Zie verzuimbeleid.</al><al/><al>Ad 3: zijn de arbeidsomstandigheden stimulerend of belemmerend bij de
                    taakuitoefening? Kan daar iets aangedaan worden? Zie Gezondheidsbeleid.</al><al/><al>Ad 4: elke levensfase brengt specifieke kenmerken met zich mee die invloed
                    kunnen hebben op het functioneren. Kan de leidinggevende de medewerker hierin
                    faciliteren? Zie levensfasebewust personeelsbeleid.</al><al/><al>Ad 5: integriteit kent veel aspecten: is er inzicht in de integriteitaspecten
                    van de functie, is de medewerker daarmee bekend? Hoe gaat de medewerker hier mee
                    om? Zie integriteitbeleid en gedragscode integriteit.</al><al>Bespreking van deze onderwerpen beperkt zich overigens niet tot één gesprek per
                    jaar, maar kunnen het gehele jaar aan de orde komen, afhankelijk van aanleiding
                    door de situatie waarin men zich bevindt. Op het gespreksformulier zijn
                    invulvelden opgenomen met de verplichting deze onderwerpen jaarlijks aan de orde
                    te stellen.</al><al/><al><vet>Vastlegging</vet></al><al>Formulier beschikbaar: zie voorbeeld bijlage 6.</al></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>5</nr><titel>Loopbaangesprek</titel></kop><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al>In de CAR/UWO is bepaald dat aanvullend op het persoonlijk
                                        ontwikkelplan iedere medewerker 5-jaarlijks recht heeft op
                                        een loopbaanoriëntatie.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al>Ook hierbij gaat het om het invullen van goed werkgeverschap, personeelszorg en
                    de eigen verantwoordelijkheid van de medewerker. Om functionele mobiliteit te
                    versterken is ontwikkeling een belangrijk middel. Maar ook om je als organisatie
                    te kunnen onderscheiden op de arbeidsmarkt is dit een belangrijk onderwerp.</al><al/><al>Het SCD/P&amp;O biedt verschillende mogelijkheden ter ondersteuning. Er is een
                    Menukaart Strategische Personeelsplanning ontwikkeld met loopbaaninstrumenten en
                    trainingen die aansluiten bij de indeling in SPP-categorieën. Deze menukaart
                    kunnen de medewerker helpen inzijn/haar zoektocht naar mogelijkheden.</al><al/><al><vet>Vastlegging</vet></al><al>Formulier beschikbaar, zie voorbeeld bijlage 6.</al></bijlage><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>6</nr><titel>Formulier personeelsgesprek</titel></kop><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al>FORMULIER PERSONEELSGESPREK</al></entry></row><row><entry><al>Organisatie:</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al/><al><vet>1. ALGEMENE INFORMATIE</vet></al><al>Naam medewerker : </al><al>Functie : </al><al>Aantal uren per week : .. fte = .. uur (wel/geen adv)</al><al>Verdeling uren : ma – di – wo - do – vrij</al><al>Leidinggevende : </al><al>Datum : </al><al>Soort gesprek : </al><al/><al/><al><vet>2. HOOFDTAKEN, DOELSTELLING, RESULTAAT EN BIJBEHORENDE AFSPRAKEN </vet></al><al/><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="100*"/><colspec colname="col2" colwidth="0*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>A. Hoofdtaak – doelstelling – resultaat (1):</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Beschrijf zo concreet mogelijk wat van de medewerker wordt
                                        verwacht. Denk daarbij aan werkafspraken, welke resultaten
                                        de medewerker moet behalen in een bepaalde periode.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>B. Prestatie-indicatoren: </vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Waar wordt op gemeten?</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al><vet>C. Resultaat </vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>(Aankruisen wat van toepassing is)</al><al/><al>□ Doelstelling niet gehaald</al><al>□ Doelstelling gedeeltelijk gehaald</al><al>□ Doelstelling gehaald</al><al>□ Doelstelling gewijzigd</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>Doelstelling blijft staan voor komende periode: ja /
                                        nee</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>D. Acties door medewerker/ondersteuning door
                                            leidinggevende</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Beschrijf zo concreet mogelijk wat de medewerker gaat doen
                                        om deze resultaten te behalen. </al><al/><al>En beschrijf zo concreet mogelijk wat de medewerker daarin
                                        van de leidinggevende nodig heeft.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="2"><colspec colname="col1" colwidth="100*"/><colspec colname="col2" colwidth="0*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>A. Hoofdtaak – doelstelling – resultaat (2):</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Beschrijf zo concreet mogelijk wat van de medewerker wordt
                                        verwacht. Denk daarbij aan werkafspraken, welke resultaten
                                        de medewerker moet behalen in een bepaalde periode.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>B. Prestatie-indicatoren: </vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Waar wordt op gemeten?</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al><vet>C. Resultaat </vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>(Aankruisen wat van toepassing is)</al><al/><al>□ Doelstelling niet gehaald</al><al>□ Doelstelling gedeeltelijk gehaald</al><al>□ Doelstelling gehaald</al><al>□ Doelstelling gewijzigd</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>Doelstelling blijft staan voor komende periode: ja /
                                        nee</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>D. Acties door medewerker/ondersteuning door
                                            leidinggevende</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Beschrijf zo concreet mogelijk wat de medewerker gaat doen
                                        om deze resultaten te behalen. </al><al/><al>En beschrijf zo concreet mogelijk wat de medewerker daarin
                                        van de leidinggevende nodig heeft</al></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="99*"/><colspec colname="col2" colwidth="0*"/><colspec colname="col3" colwidth="1*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>A. Hoofdtaak – doelstelling – resultaat (3):</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Beschrijf zo concreet mogelijk wat van de medewerker wordt
                                        verwacht. Denk daarbij aan werkafspraken, welke resultaten
                                        de medewerker moet behalen in een bepaalde periode.</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al><vet>B. Prestatie-indicatoren: </vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col3" namest="col1"><al>Waar wordt op gemeten?</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al><vet>C. Resultaat </vet></al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>(Aankruisen wat van toepassing is)</al><al/><al>□ Doelstelling niet gehaald</al><al>□ Doelstelling gedeeltelijk gehaald</al><al>□ Doelstelling gehaald</al><al>□ Doelstelling gewijzigd</al></entry></row><row><entry colname="col1" nameend="col2" namest="col1"><al>Doelstelling blijft staan voor komende periode: ja /
                                        nee</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>D. Acties door medewerker/ondersteuning door
                                            leidinggevende</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Beschrijf zo concreet mogelijk wat de medewerker gaat doen
                                        om deze resultaten te behalen. </al><al/><al>En beschrijf zo concreet mogelijk wat de medewerker daarin
                                        van de leidinggevende nodig heeft.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al/><al><vet>3. ONTWIKKELDOELEN EN ACTIES</vet></al><al/><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al>In kader van persoonlijke ontwikkeling, strategische
                                        personeelsplanning en levensfasebewuste coaching (ivm
                                        belastbaarheid, takenpakket, inzetbaarheid etc.)</al></entry></row><row><entry><al/><al>[ ] A1: Stabiel 1</al><al>[ ] A2: Stabiel 2</al><al>[ ] B1: Ontwikkelaar 1</al><al>[ ] B2: Ontwikkelaar 2</al><al>[ ] C1: Mobiel 1</al><al>[ ] C2: Mobiel 2</al><al>[ ] C3: Mobiel 3</al><al>[ ] D: Boventallig </al><al/><al/><al>Afspraken over Individueel loopbaanbudget en overige
                                        faciliteiten:</al><al/><al>Eventuele afspraken over afgesproken acties:</al><al/></entry></row><row><entry><al>LET OP: toekenning van faciliteiten vindt niet automatisch
                                        plaats, maar is afhankelijk van de geldende regelingen</al><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al/><al><vet>4. VERZUIM, ARBEIDSOMSTANDIGHEDEN EN INTEGRITEIT</vet></al><al/><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al><vet>Verzuimgedrag / Gezondheidsmanagement </vet>(hoe vaak
                                        heeft de medewerker het afgelopen jaar verzuimd en wat was
                                        daarvoor de reden. Wat wordt er aan gedaan om verzuim door
                                        de medewerker te voorkomen?)</al></entry></row><row><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Afspraken voor komend jaar:</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al><vet>Arbeidsomstandigheden </vet>(hoe ervaart de medewerker
                                        de werkplek, wat zou volgens de medewerker moeten verbeteren
                                        om hem/haar beter te laten presteren)</al></entry></row><row><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Afspraken voor komend jaar: </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al><vet>Integriteit </vet>(houding en gedrag van de medewerker
                                        naar bijvoorbeeld collega’s en klanten. Maar ook de manier
                                        waarop de medewerker omgaat met ter beschikking gestelde
                                        middelen, met geheimhouding, ev. nevenfuncties en andere
                                        privé-activiteiten in relatie tot eigen werk en/of taken van
                                        de organisatie)</al></entry></row><row><entry><al/></entry></row><row><entry><al>Afspraken voor komend jaar:</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al/><al><vet>5. COMPETENTIES </vet></al><al/><al/><table><tgroup cols="1"><colspec colname="colA"/><tbody><row><entry><al>Welke competentie(s) uit de functiebeschrijving zijn
                                        belangrijk om verder te ontwikkelen? </al><al/><al/><al>Afspraken: </al><al/></entry></row><row><entry><al>Welke competentie uit de functiebeschrijving is sterk
                                        ontwikkeld en kan verder ingezet worden (als talent)</al><al/><al/><al>Afspraken:</al><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al/><al/><al><vet>6. OVERIGE BESPROKEN PUNTEN TIJDENS HET PERSONEELSGESPREK</vet></al><al/><al/><al><vet>7. ONDERTEKENING</vet></al><al/><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Naam leidinggevende:</al></entry><entry colname="col2"><al>Handtekening:</al></entry><entry colname="col3"><al>Datum:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Naam medewerker:</al></entry><entry colname="col2"><al>Handtekening:</al></entry><entry colname="col3"><al>Datum:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table><al><cursief>EVT. OPMERKINGEN:</cursief></al></bijlage><bijlage><kop><titel>Inhoudsopgave:</titel></kop><al>1. Uitgangspunten:
                    ....................................................................... 3</al><al>2. Methodiek:
                    ...............................................................................
                    3</al><al>3. Praktisch:
                    ................................................................................
                    4</al><al>4. Formeelkader:
                    ..........................................................................
                    4</al><al>Reglement beoordeling - personeelsgesprekken Drechtsteden .................
                    4</al><al>5. Naslagwerk:
                    .............................................................................
                    8</al><al>6. Archiveren:
                    ..............................................................................
                    8</al><al/><al>Bijlage 1: Organisatiedoelen vertalen naar individuele werkresultaten: .....
                    9</al><al>Bijlage 2: Persoonlijk ontwikkelplan (POP):
                    ........................................... 11</al><al>Bijlage 3: Beoordeling:
                    ....................................................................... 14</al><al>Bijlage 4: Overige gespreksonderwerpen:
                    ............................................ 15</al><al>Bijlage 5: Loopbaangesprek:
                    ............................................................... 15</al><al>Bijlage 6: Formulier personeelsgesprek:
                    ............................................... 17</al></bijlage></regeling></body></cvdr>