<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR403311_1</dcterms:identifier><dcterms:title>BELEIDSREGELS MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING DEN HELDER 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Den Helder</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-01-04</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Den Helder</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Stadsnieuws nr.53, 2015, 3 januari 2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Den Helder 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Titel 4.3 Algemene wet bestuursrecht</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Verordening maatschappelijke ondersteuning Den Helder 2016</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-04</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2016-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>a15.01346, b15.00831</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Regeling vervangt de beleidsregels maatschappelijke ondersteuining 2015 vastgesteld bij besluit van 9 december 2014 en het Besluit maatschappelijke ondersteuning Den Helder 2015 vastgesteld bij besluit van 10 maart 2015</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>BELEIDSREGELS MAATSCHAPPELIJKE ONDERSTEUNING DEN HELDER 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>AFKORTINGENLIJST</titel></kop><structuurtekst><al><vet>ADL </vet>Algemene Dagelijkse Levensverrichtingen</al><al><vet>Awb </vet>Algemene wet bestuursrecht</al><al><vet>AWBZ </vet>Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (1)</al><al><vet>BRP </vet>Basisregistratie personen</al><al><vet>CAK </vet>Centraal Administratie Kantoor</al><al><vet>CIZ </vet>Centrum Indicatiestelling Zorg</al><al><vet>CRvB </vet>Centrale Raad van Beroep</al><al><vet>pgb </vet>persoonsgebonden budget</al><al><vet>SVB </vet>Sociale Verzekeringsbank</al><al><vet>Wao </vet>Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering</al><al><vet>WIA</vet> Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen</al><al><vet>Wlz </vet>Wet langdurige zorg</al><al><vet>Wmo </vet>Wet maatschappelijke ondersteuning</al><al><vet>Wpg </vet>Wet publieke gezondheid</al><al><vet>Wsnp </vet>Wet schuldsanering natuurlijke personen</al><al><vet>Wvg </vet>Wet voorzieningen gehandicapten</al><al><vet>Wwb </vet>Wet werk en bijstand</al><al><vet>Zvw </vet>Zorgverzekeringswet</al><al/><al/><al/><al>(1) <cursief>De Algemene wet bijzondere ziektekosten wordt vanaf
                                1-1-2015 anders georganiseerd en wordt vervangen door
                                andere</cursief></al><al><cursief>regelingen. Lichtere vormen van zorg en ondersteuning uit de
                                AWBZ gaan over naar de Wet maatschappelijke ondersteuning en de
                                Zorgverzekeringswet. Voor zwaardere en langdurige zorg geldt een
                                nieuwe Wet langdurige zorg. Daar waar in deze beleidsregels over
                                AWBZ-bewoner of AWBZ-instelling wordt gesproken wordt bedoeld: een
                                bewoner die in een instelling verblijft en die de indicatie voor
                                langdurig verblijf heeft verzilverd.</cursief></al><al/></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>INLEIDING</titel></kop><structuurtekst><al><vet>Wmo 2015</vet></al><al>De Wet maatschappelijk ondersteuning 2015 (Wmo 2015) maakt onderdeel uit
                            van de bestuurlijke en – met toepassing van een budgetkorting –
                            financiële decentralisatie naar gemeenten van een aantal taken uit de
                            Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). Deze taken zijn in 2015
                            toegevoegd aan het takenpakket dat eerder bij gemeenten lag onder de
                            ‘oude’ Wet maatschappelijke ondersteuning. Het afgelopen jaar was het
                            eerste jaar dat de gemeente deze extra taken heeft uitgevoerd. Dit
                            bracht veel nieuwe werkzaamheden met zich mee. Aan de hand van de
                            opgedane ervaringen is het noodzakelijk om de betreffende verordening en
                            beleidsregels aan te passen.</al><al/><al>Gemeenten zijn verantwoordelijk voor het ondersteunen van de
                            zelfredzaamheid en participatie van mensen met een zorgvraag: die
                            ondersteuning moet erop gericht zijn dat mensen zo lang mogelijk in de
                            eigen leefomgeving kunnen blijven. Voor mensen met psychische of
                            psychosociale problemen of voor mensen die, al dan niet in verband met
                            risico’s voor hun veiligheid als gevolg van huiselijk geweld, de
                            thuissituatie hebben verlaten, voorzien gemeenten in de behoefte aan
                            beschermd wonen en opvang. Wanneer iemand naar het oordeel van het
                            college niet in staat is tot zelfredzaamheid of participatie en
                            onvoldoende is geholpen met de inzet van eigen kracht, gebruikelijke
                            hulp, mantelzorg of hulp van andere personen uit zijn sociale netwerk
                            dan wel met gebruikmaking van algemene voorzieningen, beslist het
                            college tot het verstrekken van een (individuele) maatwerkvoorziening.
                            Een maatwerkvoorziening kan bestaan uit diensten, hulpmiddelen,
                            woningaanpassingen en andere maatregelen die kunnen bijdragen aan het
                            verbeteren of het in stand houden van zelfredzaamheid, participatie of
                            het bieden van beschermd wonen of opvang aan een cliënt. Ook datgene dat
                            nodig is om de mantelzorger van de cliënt te ondersteunen bij het
                            verlenen van mantelzorg of om deze (tijdelijk) te ontlasten in een
                            situatie van (dreigende) overbelasting, kan onderdeel uitmaken van een
                            maatwerkvoorziening. Het te bereiken resultaat is het uitgangspunt voor
                            inzet van maatwerkvoorzieningen. Dit komt ook terug in de wijze waarop
                            de gemeente de voorzieningen inkoopt. Niet het aantal uren is leidend,
                            maar het te bereiken resultaat. Via het regisseursmodel kan de cliënt
                            samen met de cliëntondersteuner een zo optimaal mogelijk
                            voorzieningenarrangement samenstellen om het gewenste resultaat te
                            behalen.</al><al/><al><vet>Toegangsprocedure </vet></al><al>Er dient telkens een zorgvuldige toegangsprocedure doorlopen te worden
                            om de hulpvraag van de cliënt, zijn behoeften en de gewenste resultaten
                            helder te krijgen, om te achterhalen wat de cliënt op eigen kracht, met
                            gebruikelijke hulp, mantelzorg of met hulp van zijn sociaal netwerk dan
                            wel door het verrichten van maatschappelijk nuttige activiteiten kan
                            doen om zijn zelfredzaamheid en participatie te handhaven of verbeteren,
                            om te bepalen of zo nodig met gebruikmaking van een algemene voorziening
                            kan worden volstaan, of dat een maatwerkvoorziening nodig is, en of
                            sprake is van een voorliggende of andere voorziening die niet onder de
                            reikwijdte van de Wmo 2015 valt. De Wmo 2015, de Verordening
                            maatschappelijke ondersteuning 2016 en deze beleidsregels leggen deze
                            toegangsprocedure vast. </al><al/><al><vet>Bezwaar en beroep</vet></al><al>Indien de cliënt van mening is dat het college hem ten onrechte geen
                            maatwerkvoorziening verstrekt of dat de maatwerkvoorziening onvoldoende
                            bijdraagt aan de zelfredzaamheid of participatie, of dat hem opvang of
                            beschermd wonen ten onrechte wordt onthouden, kan betrokkene daartegen
                            vanzelfsprekend bezwaar maken en daarna eventueel in beroep gaan tegen
                            de beslissing op zijn bezwaar. De rechter zal toetsen of de gemeente
                            zich heeft gehouden aan de voorgeschreven procedures, het onderzoek naar
                            de omstandigheden van betrokkene op adequate wijze heeft verricht en of
                            de ondersteuning een passende bijdrage levert aan het realiseren van een
                            situatie waarin de cliënt in staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of
                            participatie en zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving kan
                            blijven.</al><al/><al><vet>Richtinggevende kaders</vet></al><al>Voor de bepaling van de reikwijdte van de gemeentelijke
                            verantwoordelijkheid zijn de volgende kaders richtinggevend:</al><al/><lijst><li nr="1."><al>De Wmo 2015. </al><al/></li><li nr="2."><al>Het bestuursakkoord 2015-2018 “Den Helder Perspectief” het
                                    “Transitieplan Sociaal Domein” en de Verordening
                                    maatschappelijke ondersteuning 2016. De belangrijkste
                                    uitgangspunten van deze beleidsplannen zijn: keuzevrijheid voor
                                    inwoners, financiële beheersbaarheid, eigen kracht, zorg en
                                    ondersteuning dichtbij georganiseerd, ondersteuningsaanbod
                                    afgestemd op leefgebieden van de inwoner en vergroting van
                                    participatiemogelijkheden van de inwoner. In de Verordening
                                    maatschappelijke ondersteuning 2016 is opgenomen dat de gemeente
                                    op onderdelen nadere regels kan stellen. De nadere regels met
                                    betrekking tot maatwerkvoorzieningen zijn uitgewerkt in deze
                                    Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning 2016. </al><al/></li><li nr="3."><al>Voorzieningen en zorg die op grond van andere wetten zoals de
                                    Zorgverzekeringswet (Zvw) en de Wet langdurige zorg (Wlz) worden
                                    geleverd, vallen niet onder de Wmo 2015. Overigens wil dit niet
                                    zeggen dat voorzieningen die niet onder de Zvw of Wlz worden
                                    geleverd automatisch onder de Wmo 2015 vallen.</al><al/></li><li nr="4."><al>De gemeentelijke budgetten voor de Wmo taken zoals bepaald in de
                                    afspraken met betrekking tot de rijksbegroting 2016 en de
                                    septembercirculaire 2015. </al><al/></li><li nr="5."><al>Het in de Wmo 2015 bepaalde overgangsrecht voor verschillende
                                    doelgroepen. Voor inwoners met een Wmo-voorziening geldt conform
                                    het overgangsrecht dat de lopende indicatie behouden blijft
                                    totdat de beschikking afloopt of er een herindicatie
                                    plaatsvindt. Voor cliënten in een beschermde woonvorm geldt
                                    conform het overgangsrecht dat de lopende indicatie gedurende 5
                                    jaar wordt behouden en er vindt geen bezuiniging op het budget
                                    plaats. De overige cliënten krijgen een overgangstermijn tot
                                    uiterlijk 1 juli 2016 (2). </al></li></lijst><al/><al>De verdere kanteling als gevolg van de Wmo 2015 is geen statisch
                            gebeuren. Onder invloed van de praktijk ontstaat er nieuwe
                            jurisprudentie en die zal weer zijn plaats moeten krijgen in - met name
                            - de beleidsregels. Daardoor winnen deze regels aan invloed.
                            Beleidsregels vinden hun basis in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en
                            zijn voor gemeenten evenzeer bindend als de verordening. Bij de
                            beoordeling van geschillen is het de rechter die toetst of de gemeente
                            de eigen regels, zoals neergelegd in de Verordening maatschappelijke
                            ondersteuning 2016 en Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning 2016
                            wel correct heeft gehanteerd.</al><al/><al/><al/><al>(2) <cursief>De cliënt behoudt het recht op de CIZ-indicatie. De
                                gemeente mag de ondersteuning / voorziening die met de CIZ-indicatie
                                is</cursief></al><al><cursief>verzilverd wel anders invullen</cursief></al></structuurtekst></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>Definities en Begrippen</titel></kop><structuurtekst><al>In de Wmo 2015 staat de eigen verantwoordelijkheid van de inwoner en
                            zijn sociale netwerknadrukkelijk voorop en is de gemeente alleen aan zet
                            voor zover de inwoner niet zelf of met de hulpvan dat netwerk tot
                            participatie kan komen. </al><al/><al>Voor zover citaten worden opgevoerd zijn deze ontleend aan de Wmo 2015
                            en de bijbehorende Memorie van Toelichting.</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Alle begrippen die in deze beleidsregels worden gebruikt en niet
                                    nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wmo,
                                    Participatiewet, de Algemene wet bestuursrecht en de
                                    Gemeentewet.</al></li><li nr="2."><al>In deze beleidsregels wordt verstaan onder:</al><al/><lijst><li nr="a."><al><vet>Algemeen gebruikelijke voorzieningen</vet></al><al>Algemeen gebruikelijke voorzieningen zijn in principe
                                            voor iedereen beschikbaar, of mensen nu wel ofgeen
                                            beperking hebben. Wat in een concrete situatie algemeen
                                            gebruikelijk is, hangt vaak af van degeldende
                                            maatschappelijke normen op het moment van de aanvraag.
                                            Algemeen gebruikelijkevoorzieningen hoeven niet vanuit
                                            de Wmo te worden verstrekt.</al><al/><al>Een voorziening is algemeen gebruikelijk als deze:</al><al/><lijst><li nr="-"><al>niet speciaal bedoeld is voor mensen met een
                                                  beperking, én;</al></li><li nr="-"><al>in de reguliere handel verkrijgbaar is, én</al></li><li nr="-"><al>in prijs vergelijkbaar is met soortgelijke
                                                  producten.</al></li></lijst><al/><al>Heel duidelijk zijn deze criteria niet. De
                                            jurisprudentie verwoordt het zo:</al><al><cursief>“Een voorziening waarvan aannemelijk is te
                                                achten dat belanghebbende daarover ook zou
                                                hebben</cursief></al><al><cursief>beschikt als hij niet gehandicapt
                                                was”.</cursief>(3)</al><al/></li><li nr="b."><al><vet>Algemeen voorzieningen</vet></al><al>De definitie van een algemene voorziening in de Wmo 2015
                                            luidt:</al><al><vet><cursief>“</cursief></vet><cursief>Een aanbod van
                                                diensten of activiteiten dat, zonder voorafgaand
                                                onderzoek naar de behoeften,persoonskenmerken en
                                                mogelijkheden van de gebruikers, toegankelijk is en
                                                dat is gericht op maatschappelijke
                                                ondersteuning”.</cursief></al><al/><al>Hierbij kan een onderscheid gemaakt worden tussen
                                            voorzieningen in de markt, waarmee degemeente geen
                                            bemoeienis heeft en voorzieningen die geheel of
                                            gedeeltelijk door de gemeente</al><al>worden bekostigd. Deze voorzieningen zijn voorliggend
                                            aan de maatwerkvoorziening. </al><al>De zin ”zonder voorafgaand onderzoek toegankelijk” moet
                                            wel in de context worden bekeken. Hetbetekent in dit
                                            verband dat de gemeente voor deze voorziening geen
                                            beschikking afgeeft (4). De</al><al>voorziening in kwestie kan wel een toegangstoets doen of
                                            iemand tot de doelgroep van devoorziening behoort. De
                                            Wmo 2015 biedt gemeenten meer mogelijkheden om voor
                                            voorzieningen te verwijzen naar gesubsidieerde of
                                            commerciële algemene voorzieningen</al><al/></li><li nr="c."><al><vet>Begeleiding</vet></al><al>De definitie van begeleiding in de Wmo 2015 luidt:</al><al><cursief>“Activiteiten gericht op het bevorderen van
                                                zelfredzaamheid en participatie van de cliënt opdat
                                                hij zo lang mogelijk in zijn eigen leefomgeving kan
                                                blijven.</cursief></al><al/></li><li nr="d."><al><vet>Clië</vet><vet>ntondersteuning(5)</vet></al><al>De definitie van cliëntondersteuning in de Wmo 2015
                                            luidt:</al><al><cursief>“Onafhankelijke ondersteuning met informatie,
                                                advies en algemene ondersteuning die bijdraagt aan
                                                het versterken van de zelfredzaamheid en
                                                participatie en het verkrijgen van een zo integraal
                                                mogelijke dienstverlening op het gebied van
                                                maatschappelijke ondersteuning, preventieve zorg,
                                                zorg, jeugdhulp, onderwijs, welzijn, wonen, werk en
                                                inkomen”. </cursief></al><al/></li><li nr="e."><al><vet>Gebruikelijke hulp</vet></al><al>De definitie van gebruikelijke hulp in de Wmo 2015
                                            luidt:</al><al><cursief>“Hulp die naar algemeen aanvaarde opvattingen
                                                in redelijkheid mag worden verwacht van de
                                                echtgenoot, ouders, inwonende kinderen of andere
                                                huisgenoten”.</cursief></al><al/></li><li nr="f."><al><vet>Goedkoopst adequaat</vet></al><al>De gemeente mag de voorziening die het goedkoopst
                                            adequaat is inzetten. Dit begrip betekent zoveel als dat
                                            de voorziening doelmatig moet zijn. Het begrip heeft
                                            zowel betrekking op een voorziening in natura als op een
                                            persoonsgebonden budget (pgb). </al><al/></li><li nr="g."><al>.<vet>Maatwerkvoorzieningen</vet></al><al>Het verschil tussen maatwerkvoorzieningen en individuele
                                            voorzieningen wordt als volgt uitgelegd in de Wmo
                                            2015:</al><al><cursief>“Het begrip ‘maatwerkvoorziening’ duidt beter
                                                dan het voorheen gebruikte begrip
                                                ‘individuelevoorziening’ aan dat het niet gaat om
                                                één of meer concrete en herhaalbaar in te zetten
                                                aanbod van</cursief></al><al><cursief>activiteiten en voorzieningen, maar op een op
                                                maat van de persoon gesneden afgestemd geheel
                                                vanmaatregelen”.</cursief></al><al/><al>Een maatwerkvoorziening is dus een op de behoeften,
                                            persoonskenmerken en mogelijkheden van</al><al>een persoon afgestemd geheel van diensten (waaronder
                                            begeleiding), hulpmiddelen, woningaanpassingen en
                                            andere</al><al>maatregelen ten behoeve van:</al><al/><lijst><li nr="A."><al>zelfredzaamheid en participatie</al></li><li nr="B."><al>beschermd wonen en opvang.</al></li></lijst><al/><al>Ad A. Zelfredzaamheid en participatie</al><al>De gemeente beslist tot verstrekking van een
                                            maatwerkvoorziening ter ondersteuning van de beperkingen
                                            in de zelfredzaamheid of participatie die de cliënt
                                            ondervindt, voor zover de cliënt deze</al><al>beperkingen niet op eigen kracht, met gebruikelijke
                                            hulp, met mantelzorg of met behulp van andere personen
                                            uit zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van
                                            algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen.</al><al/><al><cursief>Te bereiken resultaat</cursief></al><al>De maatwerkvoorziening levert een passende bijdrage aan
                                            het realiseren van een situatie waarin de cliënt in
                                            staat wordt gesteld tot zelfredzaamheid of participatie
                                            om zo lang mogelijk in de eigen</al><al>leefomgeving te kunnen blijven.</al><al/><al>Ad B. Beschermd wonen en opvang De gemeente beslist tot
                                            verstrekking van een maatwerkvoorziening ter
                                            ondersteuning van de problemen bij het zich handhaven in
                                            de samenleving van de cliënt met psychische of
                                            psychosociale problemen en de cliënt die de
                                            thuissituatie heeft verlaten (al dan niet in verband met
                                            risico’s voor veiligheid) voor zover de cliënt deze
                                            problemen niet op eigen kracht, met gebruikelijke hulp,
                                            met mantelzorg of met behulp van andere personen uit
                                            zijn sociale netwerk dan wel met gebruikmaking van
                                            algemene voorzieningen kan verminderen of wegnemen.</al><al/><al><cursief>Te bereiken resultaat</cursief></al><al>De maatwerkvoorziening levert een passende bijdrage aan
                                            het voorzien in de behoefte van de cliënt aan beschermd
                                            wonen of opvang en aan het realiseren van een situatie
                                            waarin de cliënt in staat wordt gesteld zich zo snel
                                            mogelijk weer op eigen kracht te handhaven in de
                                            samenleving.</al><al/></li><li nr="h."><al><vet>Mantelzorg en bovengebruikelijke zorg</vet></al><al>De definitie van mantelzorg in de Wmo 2015 luidt:</al><al><cursief>“Hulp ten behoeve van zelfredzaamheid,
                                                participatie, beschermd wonen en opvang, jeugdhulp,
                                                hetopvoeden en opgroeien van jeugdigen en zorg en
                                                overige diensten als bedoeld in de Zvw
                                            die</cursief></al><al><cursief>rechtstreeks voortvloeien uit een tussen
                                                personen bestaande sociale relatie en niet wordt
                                                verleend inhet kader van hulpverlenend
                                                beroep”.</cursief></al><al/><al>Onder sociale netwerk in het kader van de bestaande
                                            sociale relaties wordt verstaan:</al><al><cursief>“Personen uit de huiselijke kring of andere
                                                personen met wie de cliënt een sociale relatie
                                                onderhoudt”. </cursief></al><al/><al>Mantelzorg overstijgt gewoonlijk de gebruikelijke zorg
                                            en wordt bovengebruikelijke zorg genoemd.</al><al/><al>In de Wmo 2015 blijft mantelzorg in principe vrijwillig.
                                            Wel krijgt de gemeente de opdracht om eerst na te gaan
                                            of het probleem van de cliënt met inzet van eigen
                                            netwerk kan worden opgelost. Dat zou kunnen inhouden dat
                                            met het eigen sociaal netwerk of de mantelzorger wordt
                                            afgesproken dat deze bovengebruikelijke zorg levert.(6)
                                            Bij deze afweging dient de gemeente de belangen en de
                                            draagkracht van de mantelzorger mee te wegen. Inzet van
                                            respijtzorg kan de draagkracht van de mantelzorger
                                            versterken. Een mantelzorger heeft onder de Wmo 2015
                                            geen zelfstandig recht op een maatwerkvoorziening. De
                                            maatwerkvoorziening wordt altijd toegekend aan degene
                                            met de beperking. Wel krijgt de gemeente de opdracht de
                                            mantelzorger(s) te betrekken bij het gesprek en na te
                                            gaan of behoefte bestaat aan ondersteuning vanuit
                                            algemene voorzieningen.</al><al/></li><li nr="i."><al><vet>Participatie</vet></al><al>Op grond van de Wmo 2015 gaat het bij participatie om
                                            het deelnemen aan het maatschappelijke verkeer. Dit wil
                                            zeggen dat iemand, ondanks zijn lichamelijke of
                                            geestelijke beperkingen, op gelijke voet met anderen in
                                            redelijke mate mensen kan ontmoeten, contacten kan
                                            onderhouden, boodschappen kan doen en aan
                                            maatschappelijke activiteiten kan deelnemen. Daarvoor is
                                            het ook</al><al>een vereiste dat hij zich kan verplaatsen</al><al/></li><li nr="j."><al><vet>Persoonsgebonden budget</vet></al><al>De definitie van persoonsgebonden budget in de Wmo 2015
                                            luidt:</al><al><cursief>“Een bedrag waaruit namens het college
                                                betalingen worden gedaan voor diensten,
                                                hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere
                                                maatregelen die tot een maatwerkvoorziening behoren,
                                                en die een cliënt van derden heeft betrokken”.
                                            </cursief></al><al/></li><li nr="k."><al><vet>Spoedeisend geval</vet></al><al>De definitie van spoedeisend geval in de Wmo 2015 luidt
                                            :</al><al><cursief>“Een situatie waarin terstond opvang
                                                noodzakelijk is, al dan niet in verband met risico’s
                                                voor de veiligheid als gevolg van huiselijk geweld”.
                                            </cursief></al><al/></li><li nr="l."><al>.<vet>Vertegenwoordiger</vet></al><al>De definitie van vertegenwoordiger in de Wmo 2015
                                            luidt:</al><al><cursief>“Een persoon of rechtspersoon die een cliënt
                                                vertegenwoordigt die niet in staat kan worden geacht
                                                tot een redelijke waardering van zijn belangen ter
                                                zake”. </cursief></al><al/></li><li nr="m."><al><vet>Voorzienbaarheid</vet></al><al>In de jurisprudentie is over dit begrip nog geen
                                            volledige duidelijkheid. Het begrip is vooral van
                                            toepassing op ouderen die een Wmo-voorziening aanvragen.
                                            Bij het ouder worden mag van mensen gevraagd worden dat
                                            zij anticiperen op beperkingen die te maken hebben met
                                            ouderdom en daarvoor reserveren. Daarnaast wordt
                                            verwacht van senioren of personen met een chronisch of
                                            zelfs progressief ziektebeeld dat zij anticiperen op de
                                            toekomst.</al><al/></li><li nr="n."><al><vet>Zelfredzaamheid</vet></al><al>De definitie van zelfredzaamheid in de Wmo 2015
                                            luidt:</al><al><cursief>“In staat zijn tot het uitvoeren van de
                                                noodzakelijke algemene dagelijkse
                                                levensverrichtingen en het voeren van een
                                                gestructureerd huishouden”.</cursief></al><al/><al>Bij de beoordeling in hoeverre iemand zelfredzaam is op
                                            het gebied van de algemene dagelijkse
                                            levensverrichtingen wordt nadrukkelijk gekeken naar: het
                                            bieden van ondersteuning bij het laten uitvoeren van
                                            deze handelingen door de cliënt zelf.</al><al/><al>Ondersteuning met het oog op het voeren van een
                                            gestructureerd huishouden omvat bijvoorbeeld hulp bij
                                            contacten met officiële instanties, hulp bij het
                                            aanbrengen van structuur in het huishouden, hulp bij het
                                            leren om zelfstandig te wonen, hulp bij het omgaan met
                                            onverwachte gebeurtenissen die de dagelijkse structuur
                                            doorbreken.</al></li></lijst></li></lijst><al/><al/><al/><al>(3) <cursief>Zie o.a. CRvB 14-07-2010, nr. 09/562</cursief></al><al>(4)<cursief> Het verwijzen van cliënten naar een algemene voorzieningof
                                het geven van inzicht dat zij bepaalde zaken wellicht ook zelf
                                zouden kunnen doen of regelen, is geen besluit in de zin van de
                                Algemene wet bestuursrecht. Van een besluit is pas sprake nadat een
                                aanvraag is ingediend en daarop is beslist.</cursief></al><al>(5) <cursief>De gemeente Den Helder heeft een overeenkomst met MEE
                                aangaande cliëntenondersteuning. daarnaast zijn er diverse andere
                                aanbieders die een vorm van cliëntondersteuning bieden in de
                                gemeente Den Helder (Stichting Mantelzorgorganisatie, De Wering
                                etc.).</cursief></al><al>(6) <cursief>Het Rijk heeft in het kader van de AWBZ richtlijnen
                                ontwikkeld voor gebruikelijke en bovengebruikelijke hulp. Gekozen is
                                om deze richtlijnen niet op te nemen in de Beleidsregels
                                maatschappelijke ondersteuning 2016, omdat dit niet aansluit bij de
                                Kantelingsgedachte.</cursief></al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>Toegangsprocedure: van melding tot aanvraag</titel></kop><structuurtekst><al>De positie van de cliënt is in de Wmo 2015 versterkt. In de Wmo 2015 is
                            een uitvoerige beschrijvingvan een zorgvuldige toegangsprocedure
                            opgenomen. Inwoners moeten zich eerst ‘melden’ bij de gemeente met de
                            hulpvraag. Een formele schriftelijke aanvraag mag niet direct worden
                            ingediend. Eerst onderzoekt de gemeente wat de inwoner precies vraagt en
                            nodig heeft. De vorm waarin dit wordt geregeld is vrij. Dit onderzoek
                            moet echter uiterst zorgvuldig gebeuren. Het komt er op neer dat het
                            verzoek van de aanvrager al behandeld wordt zonder dat er een formele
                            aanvraag aan ten grondslag ligt. </al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Melding</titel></kop><al>Een hulpvraag kan door of namens een cliënt bij de gemeente worden
                            gemeld. </al><lijst><li nr="a."><al>De melding is vormvrij.</al></li><li nr="b."><al>Het college bevestigt de ontvangst en registreert de
                                    melding.</al></li><li nr="c."><al>Indien de melding daartoe aanleiding geeft, wordt in samenspraak
                                    met de cliënt een onderzoek ingesteld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Cliëntondersteuning</titel></kop><al>Het college voorziet in de beschikbaarheid van cliëntondersteuning:</al><lijst><li nr="a."><al>bij eenvoudige hulpvragen met informatie, vraagverheldering en
                                    advies. </al></li><li nr="b."><al>bij complexe hulpvragen met kortdurende ondersteuning. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Onderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt bij de uitvoering van de wet, de verordening en de
                                daarop van toepassing zijnde regelgeving, de identiteit van de
                                cliënt vast aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1,
                                eerste lid, van de Wet op de identificatieplicht. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het uitvoeren van het onderzoek neemt het college het bepaalde
                                genoemd in artikel 5 van de Verordening maatschappelijke
                                ondersteuning 2016 in acht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De cliënt is verplicht het college desgevraagd medewerking te
                                verlenen die redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van de wet,
                                de Verordening en de hierop van toepassing zijnde regelgeving. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college onderzoekt of een inwoner is aangewezen op een
                                maatwerkvoorziening ter ondersteuning van de zelfredzaamheid of
                                participatie voor zover iemand dit niet zelf met behulp van zijn
                                netwerk of met vrijwillige inzet kan regelen en voor zover de
                                algemene voorzieningen niet (meer) toereikend zijn.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het onderzoek door het college naar de aanspraak op een
                                maatwerkvoorziening richt zich eerst op de objectieve bepaling in
                                hoeverre iemand zelfredzaam is en/of belemmeringen ondervindt in
                                zijn dagelijks functioneren als gevolg van zijn stoornis of
                                beperking.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan voor het onderzoek een onafhankelijke deskundige,
                                zijnde een arts, verpleegkundige, orthopedagoog of psycholoog
                                aanwijzen voor de objectieve bepaling van de stoornissen of
                                beperkingen en de noodzakelijkheid en/of invulling van de
                                maatwerkvoorziening. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het college onderzoekt of er ook kan worden voorzien in de hulpvraag
                                door inzet van gebruikelijke hulp (artikel 28) of door inzet van één
                                of meerdere voorliggende voorzieningen (artikel 7).</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Bij het opstellen van het ondersteuningsplan neemt het college het
                                bepaalde genoemd in artikel 6 van de Verordening in acht:</al><lijst><li nr="a."><al>Het ondersteuningsplan wordt als uitgangspunt genomen voor
                                        de beoordeling van een aanvraag om een
                                        maatwerkvoorziening;</al></li><li nr="b."><al>De cliënt doet aan het college op verzoek of onverwijld uit
                                        eigen beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden
                                        waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van
                                        invloed zijn op de verlening van een
                                        maatwerkvoorziening.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Bij een eenvoudige hulpvraag bestaat het ondersteuningsplan uit een
                                gespreksverslag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag voor een maatwerkvoorziening dient schriftelijk te
                                worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanvraag wordt alleen in behandeling genomen wanneer de aanvraag
                                is voorzien van naam, adres en ondertekening door belanghebbende (of
                                gemachtigde) en bij de gemeente is ingeleverd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een aanvraag die anders dan via het daartoe ontwikkeld formulier is
                                ingediend, kan onder omstandigheden op grond van artikel 4.5. van de
                                Awb, buiten behandeling worden gelaten. In dit geval geeft het
                                college de aanvrager eerst de gelegenheid alsnog een
                                aanvraagformulier in te vullen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien er nog stukken ontbreken vraagt de gemeente de cliënt om de
                                aanvraag aan te vullen (artikel 4:5 Awb).</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de aanvraag wordt beslist met een beschikking van het
                                college.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>Het verstrekken van een maatwerkvoorziening</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Algemeen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een inwoner heeft slechts recht op een maatwerkvoorziening voor
                                zover hij staat ingeschreven in de Basisregistratie Personen (BRP)
                                als inwoner van de gemeente Den Helder en zijn woonplaats heeft in
                                de gemeente Den Helder:</al><lijst><li nr="a."><al>Ingevolge artikel 1:10 lid 1 BW bevindt de woonplaats zich
                                        te zijner woonstede, en bij gebrek van woonstede ter plaatse
                                        van zijn werkelijk verblijf. Het gaat om waar iemand
                                        werkelijk woont, de plaats waar iemand niet vandaan gaat dan
                                        met een bepaald doel en tevens met het plan om, als dat doel
                                        is bereikt, terug te keren;</al></li><li nr="b."><al>Ingevolge artikel 1:11 BW verliest een natuurlijk persoon
                                        zijn woonstede door daden waaruit zijn wil blijkt om haar
                                        prijs te geven. Iemand wordt vermoed zijn woonstede te
                                        hebben verplaatst, wanneer hij daarvan op de wettelijk
                                        voorgeschreven wijze kennis heeft gegeven aan het
                                        college.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Lid 1 geldt niet voor de maatwerkvoorzieningen opvang en beschermd
                                wonen. Nadere regelgeving is omschreven in artikel 32.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Voorliggende voorzieningen</titel></kop><al>Er zijn verschillende voorzieningen voorliggend op een
                            maatwerkvoorziening:</al><lijst><li nr="a."><al>Zorgverzekeringswet: deze geneeskundige zorg is gericht op
                                    behandeling van een stoornis en heeft als doel herstel of
                                    voorkomen van verergering van deze stoornis. Hiermee kan ook
                                    begeleiding gepaard gaan en is dan een onlosmakelijk onderdeel
                                    van de behandeling, met een geneeskundig doel.</al></li><li nr="b."><al>Wet langdurige zorg. Deze wet is gericht op 24-uurs zorg en
                                    toezicht. </al></li><li nr="c."><al>Aanvullende verzekering: de aanvullende verzekering valt niet
                                    onder de Zorgverzekeringswet en is in die zin geen voorliggende
                                    voorziening. Als belanghebbende een aanvullende verzekering
                                    heeft, dan heeft dit een algemeen gebruikelijk karakter. De
                                    inhoud van deze verzekering en het gebruik hiervan kan van
                                    invloed zijn op de soort en omvang van de indicatie.</al></li><li nr="d."><al>Arbeidsvoorzieningen zoals de WAO, ziektewet en WIA. </al></li><li nr="e."><al>Algemeen gebruikelijke voorzieningen zoals alarmering,
                                    maaltijdvoorzieningen en boodschappen bezorgservice.</al></li><li nr="f."><al>Algemene voorzieningen zoals algemeen maatschappelijk werk,
                                    ouderenwerk en inloop GGZ. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Geen recht op een maatwerkvoorziening</titel></kop><al>Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt:</al><lijst><li nr="a."><al>voor zover met betrekking tot de problematiek die in het gegeven
                                    geval aanleiding geeft voor de noodzaak tot ondersteuning, een
                                    voorziening op grond van een andere wettelijke bepaling
                                    bestaat;</al></li><li nr="b."><al>voor zover de cliënt op eigen kracht, met gebruikelijke hulp,
                                    met mantelzorg of met hulp van andere personen uit zijn sociale
                                    netwerk de beperkingen kan wegnemen;</al></li><li nr="c."><al>voor zover de cliënt met gebruikmaking van algemene
                                    voorzieningen de beperkingen kan wegnemen;</al></li><li nr="d."><al>als het een voorziening betreft die de cliënt na de melding en
                                    vóór de datum van de beschikking heeft gerealiseerd of
                                    geaccepteerd, tenzij het college daarvoor schriftelijk
                                    toestemming heeft verleend of de noodzaak achteraf nog kan
                                    worden vastgesteld;</al></li><li nr="e."><al>voor zover er aan de zijde van de cliënt geen sprake is van
                                    aantoonbare meerkosten in vergelijking met de situatie
                                    voorafgaand aan het optreden van de beperkingen in de
                                    zelfredzaamheid of participatie;</al></li><li nr="f."><al>als deze als gevolg van de beperkingen van de cliënt voor
                                    zichzelf of voor derden onveilig is;</al></li><li nr="g."><al>als op grond van enige andere wettelijke of niet-wettelijke
                                    regeling aanspraak op de voorziening bestaat.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Noodzaak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een maatwerkvoorziening kan worden toegekend indien deze langdurig
                                noodzakelijk is:</al><lijst><li nr="a."><al>om de beperkingen op het gebied van zelfredzaamheid en
                                        participatie op te heffen of te verminderen;</al></li><li nr="b."><al>om te voorzien in de behoefte aan beschermd wonen en opvang
                                        voor de cliënt die onvoldoende redzaam is om zelfstandig te
                                        kunnen wonen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een maatwerkvoorziening kan worden toegekend indien deze kortdurend
                                noodzakelijk is:</al><lijst><li nr="a."><al>ter ontlasting van de mantelzorger;</al></li><li nr="b."><al>in kortdurende zorgsituaties, met uitzicht op dusdanig
                                        herstel van het gezondheidsprobleem en de daarmee
                                        samenhangende zelfredzaamheid van de cliënt;</al></li><li nr="c."><al>voor een periode van maximaal drie maanden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij het bepalen van de mate van zelfredzaamheid wordt ook betrokken
                                het in staat zijn tot het uitvoeren van de noodzakelijke algemene
                                dagelijkse levensverrichtingen, met inbegrip van persoonlijke
                                verzorging: het in en uit bed komen, aan- en uitkleden,
                                bewegen/lopen, gaan zitten en weer opstaan, lichamelijke hygiëne,
                                toiletbezoek, eten/drinken, medicijnen innemen, ontspanning, sociaal
                                contact. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Ingangsdatum van de maatwerkvoorziening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De maatwerkvoorziening gaat in op de datum van het
                                toekenningsbesluit.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als er sprake is van een spoedeisend geval als bedoeld in artikel
                                2.3.2. van de Wmo, dan wordt de ingangsdatum van de (tijdelijke)
                                maatwerkvoorziening gesteld op de datum van de melding, met dien
                                verstande dat gedurende de periode, gelegen tussen de datum van de
                                melding en de datum van het toekenningsbesluit, de
                                maatwerkvoorziening uitsluitend in natura kan worden verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als een maatwerkvoorziening voor een bepaalde periode is toegekend
                                en de nieuwe aanvraag voor afloop van de indicatieperiode is
                                ingediend, dan wordt de ingangsdatum van de maatwerkvoorziening
                                gesteld op de dag na afloop van de indicatieperiode.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als de aanvraag voor een maatwerkvoorziening pas na afloop van de
                                indicatieperiode wordt ingediend, dan wordt de ingangsdatum van de
                                maatwerkvoorziening gesteld op de datum van het toekenningsbesluit.
                            </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Beëindiging toekenning maatwerkvoorziening</titel></kop><al>De toekenning eindigt wanneer: </al><lijst><li nr="a."><al>de cliënt verhuist naar een andere gemeente;</al></li><li nr="b."><al>de cliënt overlijdt;</al></li><li nr="c."><al>de indicatieperiode of geldigheidsduur is verstreken;</al></li><li nr="d."><al>de cliënt aangeeft dat zijn situatie is veranderd en (de
                                    gemeente) vaststelt dat de voorziening niet meer voldoet;</al></li><li nr="e."><al>de cliënt die een pgb voor zijn maatwerkvoorziening ontvangt
                                    geen verantwoording over de besteding van het pgb aflegt.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>Huishoudelijke hulp</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Algemeen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Hulp bij het huishouden is noodzakelijk wanneer een cliënt
                                beperkingen ondervindt bij het verrichten van de huishoudelijke
                                taken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de vaststelling van de noodzaak van huishoudelijke hulp wordt
                                rekening gehouden met gebruikelijke hulp en mantelzorg.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Van zowel volwassenen als jonge kinderen wordt een bijdrage in het
                                huishouden verlangd. Hierbij wordt rekening gehouden met de
                                ontwikkelingsfase van kinderen. Het college hanteert de volgende
                                uitgangspunten:</al><lijst><li nr="a."><al>van kinderen jonger dan 5 jaar wordt geen bijdrage
                                        verlangd;</al></li><li nr="b."><al>van kinderen van 5 tot en met 12 jaar wordt verwacht dat er
                                        huishoudelijke taken kunnen worden verricht, zoals opruimen,
                                        tafeldekken/afruimen, afwassen/afdrogen, een boodschap doen
                                        en kleding in de wasmand doen;</al></li><li nr="c."><al>van kinderen van 13 jaar tot en met 17 jaar wordt naast de
                                        genoemde werkzaamheden voor kinderen van 5 tot en met 12
                                        jaar ook verwacht dat de bedden worden verschoond, de
                                        stofzuiger wordt gehanteerd en alle boodschappen worden
                                        gedaan; </al></li><li nr="d."><al>van huisgenoten vanaf 18 jaar wordt verwacht dat alle
                                        huishoudelijke werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij gebruikelijke hulp wordt geen rekening gehouden met school- en
                                hobbywerkzaamheden van de kinderen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien huisgenoten alleen in het weekend aanwezig zijn wordt van
                                deze huisgenoten verwacht dat de schoonmaakwerkzaamheden in het
                                weekend worden uitgevoerd. Hiermee wordt gedoeld op kinderen die
                                door de week elders op kamers verblijven, echtgenoten die buiten de
                                stad werken en alleen in het weekend thuiskomen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien de huisgenoten niet ieder weekend thuiskomen wordt hier
                                rekening mee gehouden indien aan de volgende kenmerken wordt
                                voldaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het is inherent aan het werk/opleiding, en</al></li><li nr="b."><al>het heeft een verplichtend karakter, en</al></li><li nr="c."><al>het is voor een aaneengesloten periode van tenminste 7
                                        etmalen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Voor de periodes dat de onder lid 6 van artikel 12 genoemde
                                huisgenoten niet aanwezig zijn, kan hulp bij het huishouden worden
                                geboden. Gedurende de periodes dat deze huisgenoten wel aanwezig
                                zijn (langer dan één week) wordt geen hulp aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Voor de hoogte van de indicatie voor hulp bij het huishouden worden
                                vastgestelde normtijden toegepast.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Uitgangspunten normtijden</titel></kop><al>Bij de vaststelling van de normtijden gelden de volgende
                            uitgangspunten:</al><lijst><li nr="a."><al>Alleen werkzaamheden die de aanvrager niet zelf kan doen en
                                    waarvoor geen mantelzorger(s) beschikbaar zijn of gebruikelijke
                                    hulp aanwezig is, worden gecompenseerd;</al></li><li nr="b."><al>Bij het vaststellen van de omvang van de huishoudelijke hulp
                                    wordt uitdrukkelijk meegewogen de werkzaamheden die de aanvrager
                                    wel kan uitvoeren; </al></li><li nr="c."><al>De cliënt bepaalt zelf de indeling van de werkzaamheden. De
                                    normtijden zijn inclusief een sociale component, zoals
                                    bijvoorbeeld koffie drinken;</al></li><li nr="d."><al>De voorziening hulp bij het huishouden wordt aangeboden vanaf
                                    een half uur per week en kan worden uitgebreid in tijdsperioden
                                    van 15 minuten op grond van maatwerk; </al></li><li nr="e."><al>De uit te voeren werkzaamheden zijn wekelijks noodzakelijk;</al></li><li nr="f."><al>Er wordt maatwerk geleverd;</al></li><li nr="g."><al>De aangeboden hulp betreft de woonkamer, keuken, wc, natte cel,
                                    één slaapkamer en de gang;</al></li><li nr="h."><al>De aangeboden hulp betreft niet de tuin, de hobbykamer, extra
                                    slaapkamers wanneer het een één- of tweepersoonshuishouden
                                    betreft, de zolder en de berging; </al></li><li nr="i."><al>Er wordt geen tijd geïndiceerd voor het doen van de afwas en in-
                                    en uitruimen van de vaatwasmachine; </al></li><li nr="j."><al>Er is geen noodzaak voor hulp bij het bereiden van het eten, de
                                    ramen wassen (buitenom) en het doen van de boodschappen.
                                    Daarvoor zijn andere voorzieningen beschikbaar, zoals
                                    respectievelijk maaltijdservice, glazenwasser en
                                    boodschappenservice; </al></li><li nr="k."><al>Hulp bij het huishouden wordt aangeboden in de vorm van
                                    Categorie 1 (HH1) of Categorie 2 (HH2);</al></li><li nr="l."><al>HH1 omvat de volgende werkzaamheden:</al><lijst><li nr="·"><al>licht huishoudelijk werk: opruimen, stof afnemen,
                                            beddengoed rechttrekken, huishoudelijke afval
                                            opruimen;</al></li><li nr="·"><al>zwaar huishoudelijk werk: stofzuigen, schrobben,
                                            dweilen, sanitair en keuken schoonmaken, bedden
                                            verschonen;</al></li><li nr="·"><al>was verzorging: het sorteren en wassen van kleding met
                                            behulp van een wasmachine, centrifugeren, ophangen
                                            /afhalen van de was, vouwen en strijken en
                                            opbergen.</al></li></lijst></li><li nr="m."><al>HH2 omvat de volgende werkzaamheden:</al><lijst><li nr="·"><al>licht huishoudelijk werk: opruimen, stof afnemen,
                                            beddengoed rechttrekken, huishoudelijke afval
                                            opruimen;</al></li><li nr="·"><al>zwaar huishoudelijk werk: stofzuigen, schrobben,
                                            dweilen, sanitair en keuken schoonmaken, bedden
                                            verschonen;</al></li><li nr="·"><al>was verzorging: het sorteren en wassen van kleding met
                                            behulp van een wasmachine, centrifugeren,
                                            ophangen-afhalen van de was/in- en uitruimen wasdroger,
                                            vouwen en strijken en opbergen;</al></li><li nr="·"><al>organisatie van het huishouden: organiseren, plannen van
                                            huishoudelijke taken;</al></li><li nr="·"><al>het actief signaleren van veranderingen van de
                                            gezondheidssituatie, de leefomstandigheden en de sociale
                                            omgeving van de cliënt.</al></li></lijst></li><li nr="n."><al>Voor de werkzaamheden “organisatie van het huishouden” en “het
                                    actief signaleren van veranderingen van de gezondheidssituatie,
                                    de leefomstandigheden en de sociale omgeving van de cliënt”
                                    wordt geen tijd geïndiceerd, daar dit van de ingezette hulp
                                    verwacht mag worden. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Normtijden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij het bepalen van de omvang van de hulp bij het huishouden
                                    gelden de volgende normtijden:</al><al>Licht huishoudelijk werk: ca. 30 minuten</al><al>Zwaar huishoudelijk werk:</al><al>Stofzuigen ca. 30 minuten</al><al>Schrobben/dweilen ca. 15 minuten</al><al>Badkamer en wc ca. 20 minuten</al><al>Keuken schoonmaken ca. 20 minuten</al><al>Bedden verschonen ca. 15 minuten</al><al>Was verzorging ca. 20 minuten</al><al/></li></lijst><lijst><li nr="2."><al>Indien bij de cliënt alle in lid 1 van artikel 14 genoemde
                                    werkzaamheden worden overgenomen gelden de volgende
                                    normtijden:</al><al/><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="38*"/><colspec colname="col2" colwidth="12*"/><colspec colname="col3" colwidth="50*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1 persoonshuishouden</al></entry><entry colname="col2"><al>2,5 uur </al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2 persoonshuishouden </al><al>(echtpaar)</al></entry><entry colname="col2"><al>2,5 uur </al></entry><entry colname="col3"><al>Indien 1 slaapkamer in gebruik is</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Elke persoon extra</al></entry><entry colname="col2"><al>0,5 uur</al></entry><entry colname="col3"><al>i.v.m. 1 slaapkamer extra te doen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Component COPD/allergie</al><al>(mits woning is gesaneerd)</al></entry><entry colname="col2"><al>1 uur </al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table></li></lijst><al/><lijst><li nr="3."><al>Indien de cliënt de licht huishoudelijke werkzaamheden van de
                                    onder lid 1 van artikel 14 genoemde werkzaamheden zelf kan
                                    uitvoeren, gelden de volgende normtijden:</al><al/></li></lijst><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="37*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="14*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="49*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1 persoonshuishouden</al></entry><entry colname="col2"><al>2 uur </al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2 persoonshuishouden </al><al>(echtpaar)</al></entry><entry colname="col2"><al>2 uur </al></entry><entry colname="col3"><al>Indien 1 slaapkamer in gebruik is</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Elke persoon extra</al></entry><entry colname="col2"><al>0,15 uur</al></entry><entry colname="col3"><al>i.v.m. 1 slaapkamer extra te doen</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Component COPD/allergie</al><al>(mits woning is gesaneerd)</al></entry><entry colname="col2"><al>0,45 uur </al></entry><entry colname="col3"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>Woonvoorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Algemeen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een inwoner met een beperking kan voor een woningaanpassing in
                                    aanmerking komen indien een verhuizing naar een aangepaste of
                                    makkelijker aan te passen woning niet te realiseren of niet de
                                    goedkoopst adequate oplossing is en ook een algemene voorziening
                                    geen oplossing kan bieden. Hierbij dient de cliënt van de
                                    voorziening afhankelijk te zijn voor het uitvoeren van de
                                    algemene dagelijkse levensverrichtingen.</al></li><li nr="2."><al>Bij een woningaanpassing gaat het om de belemmeringen in en rond
                                    de woning te verminderen of op te heffen. Voor het bereiken van
                                    de woning wordt gesteld dat voor aanpassing in aanmerking komt
                                    20 vierkante meter verhard pad tussen de openbare weg en de
                                    toegang van de woning die gebruikt wordt. Het gebruik van een
                                    hobby-, werk- of recreatieruimte valt niet onder de
                                    compensatieplicht van de gemeente. Evenmin is het de bedoeling
                                    dat vanuit professionele oppas of verzorgingsoogpunt dan wel
                                    vanuit therapeutisch oogpunt hulpmiddelen en/of voorzieningen
                                    worden aangebracht of dat er belemmeringen worden opgeworpen.
                                    Hulpmiddelen ten behoeve van professionele verzorging zijn
                                    uitgesloten.</al></li><li nr="3."><al>Bij een woonvoorziening dient nagegaan te worden wat voor de
                                    cliënt de essentiële woonruimten zijn. Onder essentiële
                                    woonruimte wordt verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een slaapgelegenheid die bereikt en gebruikt kan
                                            worden;</al></li><li nr="b."><al>een toiletgelegenheid die bereikt en gebruikt kan
                                            worden;</al></li><li nr="c."><al>een natte cel die gebruikt en bereikt kan worden;</al></li><li nr="d."><al>een kookgelegenheid/keuken die gebruikt en bereikt kan
                                            worden;</al></li><li nr="e."><al>een woonkamer die gebruikt en bereikt kan worden;</al></li><li nr="f."><al>de toegang tot de woning die gebruikt en bereikt kan
                                            worden.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Bij het bepalen of een inwoner met een beperking al dan niet in
                                    aanmerking komt voor een woonvoorziening en bij het selecteren
                                    van een noodzakelijke voorziening spelen de volgende factoren
                                    een rol: </al><lijst><li nr="a."><al>ernst en omvang van de beperkingen;</al></li><li nr="b."><al>het ziekteverloop/de prognose;</al></li><li nr="c."><al>de noodzaak van de voorziening(en);</al></li><li nr="d."><al>de intensiteit van het gebruik van de
                                            voorziening(en);</al></li><li nr="e."><al> bouwkundige situatie;</al></li><li nr="f."><al>de aanwezigheid van alternatieve oplossingen.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Wat betreft de ernst en omvang van de beperkingen, zoals
                                    aangegeven in lid 4 onder a, die tot de belemmering(en) leidt
                                    worden onderscheiden:</al><lijst><li nr="a."><al>geen probleem;</al></li><li nr="b."><al>met moeite maar wel alleen/zelfstandig;</al></li><li nr="c."><al>alleen met voorziening maar zonder andere persoon;</al></li><li nr="d."><al>alleen met enige hulp van andere persoon al dan niet met
                                            voorziening;</al></li><li nr="e."><al>alleen met voortdurende assistentie, maar zonder
                                            voorziening;</al></li><li nr="f."><al>alleen met voortdurende assistentie en bovendien met
                                            voorziening;</al></li><li nr="g."><al>onmogelijk, ook met voorziening en/of hulp ander
                                            persoon.</al></li></lijst></li><li nr="6."><al>Of de cliënt in aanmerking komt voor een onroerende, roerende of
                                    financiële voorziening of een combinatie hiervan, hangt af van
                                    de ondervonden beperkingen en belemmeringen, van de bouwkundige
                                    situatie van de woning en van de goedkoopst adequate
                                    oplossing.</al></li><li nr="7."><al>Een aanbouw wordt alleen overwogen als essentiële woonruimtes
                                    niet op een andere manier bereikbaar kunnen worden gemaakt (
                                    verhuizing heeft het primaat ) en een losse woonunit geen
                                    goedkopere en meest adequate oplossing is. Ook het feit dat de
                                    verhuurder de huurwoning niet beschikbaar wil houden voor
                                    personen met een beperking of geen toestemming wil geven voor de
                                    verbouwing kan een reden zijn om een losse woonunit te
                                    verstrekken.</al></li><li nr="8."><al>De cliënt kan wanneer er sprake is van een aantoonbare allergie
                                    voor huisstofmijt en dit aantoonbare beperkingen met zich
                                    meebrengt in aanmerking komen voor sanering van de
                                    vloerbedekking in de slaapkamer. Bij uitzondering kan ook de
                                    vloerbedekking in de woonkamer worden gesaneerd, indien
                                    betrokkene bijvoorbeeld aantoonbaar een groot deel van de dag in
                                    de woonkamer doorbrengt (moet doorbrengen). Sanering van
                                    gordijnen, gestoffeerde meubels e.d. komen niet voor vergoeding
                                    in aanmerking. Deze hoeven niet acuut te worden vervangen en
                                    kunnen op termijn, passend binnen het budget van de cliënt,
                                    worden vervangen.</al></li><li nr="9."><al>Een vergoeding voor sanering onder lid 8 van artikel 15, is
                                    slechts mogelijk, voor zover de betreffende vloerbedekking nog
                                    niet is afgeschreven. Als afschrijvingstermijn wordt 8 jaar
                                    gehanteerd, zodat de financiële tegemoetkoming als volgt wordt
                                    vastgesteld:</al><al>0 - 2 jaar oud: vergoeding 100% van de aanschafkosten;</al><al>2 - 4 jaar oud: 75% van de kosten;</al><al>4 - 6 jaar oud: 50% van de kosten;</al><al>6 - 8 jaar oud; 25% van de kosten.</al><al>Indien het artikel 8 jaar of ouder is, wordt geen vergoeding
                                    verstrekt. </al></li><li nr="10."><al>Voor het kwaliteitsniveau van de aanpassingen wordt aangesloten
                                    bij de eisen zoals deze in het bouwbesluit zijn
                                    geformuleerd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Typen woonvoorzieningen</titel></kop><al>Een verstrekking kan bestaan uit een of meerdere van de onderstaande
                            typen (of een combinatie hiervan):</al><lijst><li nr="a."><al>Onroerende woonvoorzieningen; men spreekt van onroerende
                                    voorzieningen wanneer deze aard- en nagelvast zijn;</al></li><li nr="b."><al>Roerende woonvoorzieningen<cursief>; </cursief>dit zijn losse
                                    woonvoorzieningen (zoals douche/toiletstoelen);</al></li><li nr="c."><al>Naast de individuele verstrekkingen kan de gemeente ook
                                    collectieve voorzieningen financieren met het streven in de
                                    toekomst minder kosten te hebben aan individuele middelen;</al></li><li nr="d."><al>Bij de bouw van aanpasbare woningen kunnen de meerkosten uit het
                                    budget betaald worden, tenzij de aanpassingen in het Bouwbesluit
                                    al zijn opgenomen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Maximum vergoedingen</titel></kop><al>Richtlijnen voor het aantal m2 waarvoor ten hoogste een financiële
                            tegemoetkoming wordt verleend, aangegeven per vertrek in een
                            zelfstandige woning.</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="31*"/><colspec colname="col2" colwidth="31*"/><colspec colname="col3" colwidth="38*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Soort vertrek</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>Aantal m2 waarvoor ten hoogste financiële
                                                tegemoetkoming wordt verleend in geval van aanbouw
                                                van een vertrek of in geval van uitbreiding van een
                                                reeds aanwezig vertrek</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>Aanbouw m2</al></entry><entry colname="col3"><al>Uitbreiding m2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Woonkamer </al></entry><entry colname="col2"><al>30</al></entry><entry colname="col3"><al>6</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Keuken </al></entry><entry colname="col2"><al>10 </al></entry><entry colname="col3"><al>4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Eenpersoons slaapkamer </al></entry><entry colname="col2"><al>10 </al></entry><entry colname="col3"><al>4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Tweepersoonsslaapkamer </al></entry><entry colname="col2"><al>18</al></entry><entry colname="col3"><al>4</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Toiletruimte </al></entry><entry colname="col2"><al> 2</al></entry><entry colname="col3"><al>1</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Badkamer</al><al> wastafelruimte </al><al> doucheruimte </al></entry><entry colname="col2"><al> 2</al><al> 3</al></entry><entry colname="col3"><al>1</al><al>2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Entree/gang/hal </al></entry><entry colname="col2"><al> 5</al></entry><entry colname="col3"><al>2</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Berging </al></entry><entry colname="col2"><al> 6 </al></entry><entry colname="col3"><al>4</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al>Het aantal m2 verhard pad tussen de openbare weg en de hoofdingang tot
                            een woonruimte, dan wel tussen een tweede ingang en een berging en/of
                            tuinpoort, dat bij het nieuw aanleggen van paden dan wel bij het
                            aanpassen van bestaande paden ten hoogste voor financiële tegemoetkoming
                            in aanmerking komt, bedraagt 20 m2.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Onderhoud, keuring en reparatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergoeding van kosten voor onderhoud en reparatie aan een reeds
                                verstrekte woonvoorziening, wordt beschouwd als een aparte
                                voorziening, waarvoor als zodanig een aanvraag ingediend moet
                                worden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Kosten van onderhoud en keuring worden vergoed zoals vastgesteld in
                                de verordening.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Dagelijkse en geringe (dus algemeen gebruikelijke) reparaties zijn
                                voor rekening van de cliënt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De reparatiekosten ten gevolge van schade die aan de schuld van de
                                gebruiker te wijten zijn, komen niet voor vergoeding in
                                aanmerking.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Reparatiekosten, behalve die van de punten in lid 3 en lid 4 van
                                artikel 18, kunnen alleen worden vergoed, wanneer de reparatie door
                                een door de gemeente goedgekeurde reparateur wordt uitgevoerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Verhuizen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De cliënt kan in aanmerking komen voor een verhuis- en
                                inrichtingskostenvergoeding indien wordt verhuisd naar een
                                aangepaste of een makkelijker aan te passen woning. Die woning kan
                                zich in dezelfde woonplaats of gemeente bevinden, of in een andere
                                woonplaats of gemeente. De gemeente waar de woning staat van waaruit
                                de cliënt verhuist, verstrekt de financiële tegemoetkoming in de
                                verhuis- en herinrichtingskosten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor verhuizing is het noodzakelijk dat op het moment van de
                                beslissing een aangepaste of gemakkelijk aan te passen woning
                                beschikbaar is of dat binnen één jaar een dergelijke woning
                                beschikbaar zal komen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Van de inwoner met een beperking wordt verwacht dat hij actief op
                                zoek gaat naar een andere woning en de ondernomen activiteiten
                                schriftelijk bijhoudt, zo mogelijk in de vorm van kopieën van de
                                correspondentie. De termijn van één jaar kan worden verlengd als de
                                inwoner met een beperking voldoende activiteiten onderneemt in het
                                zoeken naar een woning.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als verhuizen goedkoper is dan het aanpassen van de huidig bewoonde
                                woning, gaat het verhuizen voor het aanpassen van de woning.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien een inwoner met een beperking tweemaal een aangeboden
                                geschikte of geschikt te maken woning weigert op niet reële gronden
                                wordt de tegemoetkoming in de verhuis- en
                                herinrichtingskostenvergoeding ingetrokken. De bemiddeling naar
                                andere geschikte woonruimte wordt gestaakt. Tevens is het niet
                                mogelijk om dan alsnog de huidige woning aan te passen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Een niet-gehandicapte kan in aanmerking komen voor een verhuis- en
                                herinrichtingskostenvergoeding wanneer deze een aangepaste woning
                                verlaat ten behoeve van een gehandicapte.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Lid 4 van artikel 19 is zowel van toepassing bij huurwoningen als
                                bij koopwoningen. Bij een koopwoning zal een afweging gemaakt moeten
                                worden of het kopen van een andere geschikte of gemakkelijk aan te
                                passen woning gezien kan worden als de meest goedkope en adequate
                                oplossing. Met de verhuizing zijn immers meer kosten gemoeid dan
                                alleen de kosten van het aanpassen. Het kopen van een andere
                                duurdere woning kan onevenredige kosten opleveren voor de persoon
                                met een beperking of het gezin waartoe het behoort. In overleg met
                                de betrokken partijen zal bezien moeten worden welke keuze de
                                voorkeur heeft. In de belangenafweging zullen alle feiten en
                                omstandigheden – financiële en niet financiële – gewogen moeten
                                worden. De verwachting voor wat betreft de bruikbaarheid van de
                                woning in de toekomst kan ook een rol spelen.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Ook als er een geschikte huurwoning beschikbaar is, geldt het
                                primaat van verhuizen naar die woning voor de eigenaar van de
                                koopwoning. Er kan en mag worden verwacht dat de eigen woning wordt
                                verkocht. Denk bijvoorbeeld aan de situatie dat een geschikte
                                seniorenwoning te huur is. Mede gelet op de toekomst ligt het voor
                                de hand dat er wordt gekozen voor de huurwoning.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Geen recht op een woonvoorziening</titel></kop><al>Geen maatwerkvoorziening in verband met wonen wordt verstrekt:</al><lijst><li nr="a."><al>in het geval de beperkingen bij het normaal gebruik van de
                                    woning voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte
                                    materialen;</al></li><li nr="b."><al>als de aangevraagde voorziening betrekking heeft op een hoger
                                    niveau dan het uitrustingsniveau voor sociale woningbouw;</al></li><li nr="c."><al>ten behoeve van hotels/pensions, trekkerswoonwagens, kloosters,
                                    tweede woningen, vakantie‐ en recreatiewoningen,
                                    ADL‐clusterwoningen en gehuurde kamers, met uitzondering van een
                                    voorziening voor verhuizing en inrichting;</al></li><li nr="d."><al>voor zover het voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten
                                    betreft, anders dan automatische deuropeners, hellingbanen, het
                                    verbreden van gemeenschappelijke toegangsdeuren, het aanbrengen
                                    van drempelhulpen of vlonders of het aanbrengen van een
                                    opstelplaats bij de toegangsdeur van de gemeenschappelijke
                                    ruimte, met uitzondering van een voorziening voor verhuizing en
                                    inrichting.</al></li><li nr="e."><al>ten behoeve van specifiek op inwoners met beperkingen en ouderen
                                    gerichte woongebouwen voor wat betreft voorzieningen in
                                    gemeenschappelijke ruimten of voorzieningen die bij (nieuw)bouw
                                    of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen kunnen
                                    worden;</al></li><li nr="f."><al>indien de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor
                                    geen aanleiding bestaat op grond van beperkingen en er geen
                                    belangrijke reden voor verhuizing aanwezig is.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>6</nr><titel>Vervoersvoorzieningen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Algemeen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Een vervoersvoorziening is een voorziening ter compensatie van
                                    beperkingen bij het zich lokaal verplaatsten. Dit betekent dat
                                    naar voorzieningen wordt gekeken, waarmee een cliënt afstanden
                                    kan afleggen binnen de gemeentegrenzen. Voor het opheffen van
                                    vervoersbeperking buiten de gemeentegrenzen kan gebruik worden
                                    gemaakt van Valys. Valys regelt het vervoer van deur naar deur
                                    buiten de gemeentegrenzen.</al></li><li nr="2."><al>De volgende selectiefactoren worden meegewogen:</al><al>a.<cursief>Leeftijd</cursief></al><al>Er bestaat een relatie tussen de leeftijd van de belanghebbende
                                    en diens verplaatsingsgedrag. Bij de beoordeling van een
                                    vervoersvoorziening wordt daarmee rekening gehouden. Zo bestaat
                                    er een groot verschil in verplaatsingsgedrag van dat van een
                                    kind, dat van een volwassene en dat van een oudere. Naarmate de
                                    leeftijd toeneemt, neemt de vervoersbehoefte eerst toe, en op
                                    latere leeftijd weer af. </al><al/><lijst><li nr="·"><al>Bij kinderen onder de 5 jaar wordt geacht dat zij geen
                                            zelfstandige vervoersbehoefte hebben omdat de ouders hen
                                            meenemen.</al></li><li nr="·"><al>Kinderen van 5 tot en met 11 jaar kunnen een
                                            zelfstandige vervoersbehoefte hebben over de middellange
                                            afstand. Zij hebben geen zelfstandige vervoersbehoefte
                                            over de lange afstand. Zij worden geacht bij het vervoer
                                            begeleid te worden.</al></li><li nr="·"><al>Kinderen van 12 jaar en ouder en volwassenen hebben een
                                            zelfstandige vervoersbehoefte.</al></li></lijst><al>b. <cursief>Verplaatsingsmotieven</cursief></al><al>Voor motieven voor vervoer komen in aanmerking de dingen die men
                                    normaliter van dag tot dag pleegt te doen: winkelen, sport,
                                    hobby, bezoeken aan bijeenkomsten, culturele activiteiten,
                                    familie- en vriendenbezoeken. Hiermee wordt de vervoersbehoefte
                                    in kaart gebracht. Gekeken wordt naar de levensstijl van de
                                    persoon met beperkingen, waarbij de levensstijl van personen
                                    zonder beperkingen als referentiekader wordt gebruikt, of het
                                    dagelijkse leven zoals dat vóór de beperkingen werd geleid. Van
                                    de persoon met beperkingen wordt wel verlangd dat deze zijn
                                    verplaatsingspatroon enigermate aan de beperkingen aanpast.
                                </al></li><li nr="3."><al>Er gelden de volgende typen vervoersvoorzieningen; een
                                    driewielfiets, taxibonnen of een kilometervergoeding, een
                                    scootmobiel of een rolstoel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Taxibonnen/kilometervergoeding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een inwoner komt in aanmerking voor taxibonnen of een
                                kilometervergoeding indien deze langdurig niet in staat is om
                                zelfstandig van het openbaar vervoer gebruik te maken ten gevolge
                                van lichamelijke en/of verstandelijke belemmeringen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Er worden maximaal 180 taxibonnen op jaarbasis verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Er worden maximaal 90 taxibonnen op jaarbasis verstrekt aan een
                                cliënt die reeds over een scootmobiel beschikt. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Per taxibon mag maximaal één begeleider de cliënt vergezellen. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Een taxibon is dagelijks geldig van 7.30 uur tot 23.30 uur.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De kilometervergoeding wordt in de vorm van een pgb verstrekt<vet>.
                                </vet>Hierbij wordt een maximale vervoersbehoefte van 1500 km per
                                jaar als uitgangspunt genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23</nr><titel>Autoaanpassing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een autoaanpassing wordt vergoed wanneer een cliënt is aangewezen op
                                een eigen auto om verplaatsingen mogelijk te maken in de
                                leefomgeving en op grond van een medisch advies dat het
                                Wmo-taxivervoer niet voldoet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vorm van verstrekking bestaat uit een pgb voor de kosten van
                                aanpassing van de eigen auto.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Scootmobiel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als een cliënt meer dan 200 meter kan lopen komt deze niet in
                                aanmerking voor een scootmobiel. Een scootmobiel is ter vervanging
                                van de loopfunctie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De snelheid van een scootmobiel is begrensd tot 10 kilometer per
                                uur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een cliënt is gecompenseerd met een driewielfiets, komt hij
                                niet in aanmerking voor een scootmobiel.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25</nr><titel>Rolstoel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een persoon met een beperking kan voor een rolstoel in aanmerking
                                komen:</al><lijst><li nr="a."><al>wanneer de aantoonbare beperkingen op grond van ziekte of
                                        gebrek dagelijks zittend verplaatsen in en om de woning
                                        noodzakelijk maken; en</al></li><li nr="b."><al>de hulpmiddelen die verstrekt worden op grond van andere
                                        voorliggende voorziening of andere wettelijke regeling geen
                                        adequate oplossing bieden; en</al></li><li nr="c."><al>indien een algemene voorziening niet aanwezig is.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rolstoel die aan het programma van eisen voldoet kan worden
                                verstrekt in de vorm van een persoonsgebonden budget.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verstrekking zoals genoemd in het vorige lid bevat de aanschaf
                                inclusief de onderhouds- en of reparatiekosten voor de
                                rolstoel.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Aan het verstrekken van een rolstoel is de voorwaarde verbonden, dat
                                na 5 jaar opnieuw recht op een nieuwe rolstoel bestaat.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26</nr><titel>Sportrolstoel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De cliënt dient aan te tonen:</al><lijst><li nr="a."><al>dat hij/zij regelmatig sport, en</al></li><li nr="b."><al>dat de gebruiker zonder sportrolstoel zijn sport niet kan
                                        beoefenen, en</al></li><li nr="c."><al>een rolstoelvoorziening voor dagelijks gebruik niet voldoet.
                                    </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien één rolstoelvoorziening voor zowel sport als dagelijks
                                gebruik kan worden gebruikt, wordt slechts één voorziening
                                verstrekt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De sportrolstoel kan worden verstrekt in de vorm van een
                                persoonsgebonden budget.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De verstrekking in het vorige lid bevat de aanschaf inclusief de
                                onderhouds- en of reparatiekosten voor de sportrolstoel. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De tegemoetkoming voor aanschaf, onderhoud en reparatie van een
                                sportrolstoel bedraagt maximaal € 3.000,- voor een periode van drie
                                jaar. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>7</nr><titel>Begeleiding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27</nr><titel>Algemeen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Begeleiding omvat: </al><lijst><li nr="a."><al>het bieden van ondersteuning gericht op bevordering, behoud
                                        of compensatie van de zelfredzaamheid en die strekt tot
                                        voorkoming van opname in een instelling of
                                        verwaarlozing.</al></li><li nr="b."><al>het bieden van ondersteuning op het vlak van zelfregie over
                                        het dagelijks leven, waaronder begeleiding bij
                                        tekortschietende vaardigheden in zelfregelend vermogen.
                                    </al></li><li nr="c."><al>het bieden van ondersteuning bij het toepassen en inslijpen
                                        van aangeleerde vaardigheden en gedrag in het dagelijks
                                        leven door herhaling en methodische interventie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Persoonlijke Verzorging wordt waar nodig uitgevoerd in combinatie
                                met begeleiding en voor zover er geen aanspraak is op de
                                Zorgverzekeringswet vanwege een behoefte aan geneeskundige zorg of
                                een hoog risico daarop. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28</nr><titel>Gebruikelijke hulp</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alle begeleiding van de cliënt door de ouder, door partners
                                onderling, door inwonende kinderen en/of andere huisgenoten is
                                gebruikelijke hulp als er sprake is van een kortdurende situatie met
                                uitzicht op een dusdanig herstel van het probleem en de daarmee
                                samenhangende zelfredzaamheid van de cliënt, dat de
                                maatwerkvoorziening begeleiding daarna niet langer is aangewezen.
                                Daarbij gaat het over het algemeen over een periode van maximaal
                                drie maanden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als het gaat om een chronische situatie is de begeleiding van een
                                volwassen cliënt gebruikelijke hulp wanneer die begeleiding naar
                                algemeen aanvaarde maatstaven door partner, ouder, inwonend kind
                                en/of andere huisgenoten in de persoonlijke levenssfeer onderling
                                aan elkaar moet worden geboden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29</nr><titel>Uitzonderingen gebruikelijke hulp</titel></kop><al>Er gelden de volgende uitzonderingen op artikel 28 (gebruikelijke
                            hulp):</al><lijst><li nr="a."><al>Voor zover een partner, ouder, volwassen kind en/of elke andere
                                    volwassen huisgenoot geobjectiveerde beperkingen heeft en/of
                                    kennis/vaardigheden mist om gebruikelijke hulp ten behoeve van
                                    cliënt uit te voeren en deze vaardigheden niet kan aanleren
                                    wordt van hen geen bijdrage verwacht.</al></li><li nr="b."><al>Voor zover een partner, ouder, volwassen kind en/of andere
                                    volwassen huisgenoot overbelast is of dreigt te raken wordt van
                                    hem of haar geen gebruikelijke hulp verwacht, totdat deze
                                    dreigende overbelasting is opgeheven. Daarbij geldt wanneer voor
                                    de partner, ouder, volwassen kind en/of andere volwassen
                                    huisgenoot eigen mogelijkheden en/of voorzieningen zijn om de
                                    (dreigende) overbelasting op te heffen dienen deze eigen
                                    mogelijkheden en/of voorzieningen hiertoe te worden aangewend.
                                </al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>8</nr><titel>Dagbesteding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30</nr><titel>Algemeen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Dagbesteding is ondersteuning in een groep en kent een waaier aan
                                verschijningsvormen en zinvolle activiteiten. Algemeen uitgangspunt
                                is dat activiteiten bijdragen aan de zelfredzaamheid en aansluiten
                                op wat iemand (nog) kan (leren) en of bijdragen aan de samenleving.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dagbesteding kan ook dienen als ondersteuning voor mantelzorgers
                                waardoor zij beter in staat blijven hun zorgtaken uit te
                                voeren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Dagbesteding houdt in een structurele tijdsbesteding met een
                                welomschreven doel waarbij de persoon actief wordt betrokken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Dagbesteding biedt mogelijkheden voor tijdsstructurering, zingeving
                                en het aangaan van sociale contacten, waardoor bepaalde
                                gedragsproblemen kunnen afnemen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>31</nr><titel>Vervoer dagbesteding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bieden van vervoer is verbonden aan dagbesteding voor zover de
                                cliënt niet in staat is om zelf, met behulp van zijn netwerk of met
                                vrijwillige inzet van en naar de dagbesteding te komen. In die
                                gevallen neemt de aanbieder van de dagbesteding de organisatie van
                                het vervoer op zich. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het vervoer omvat het vervoer van en naar de locatie van de
                                dagbesteding.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Toezicht tijdens het vervoer wordt niet geïndiceerd. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>9</nr><titel>Opvang en beschermd wonen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>32</nr><titel>Algemeen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een cliënt kan in aanmerking komen voor opvang, wanneer bij de
                                intake, voor beoordeling van de toegang aandacht wordt besteed
                                aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de mate waarin de belanghebbende slachtoffer is van
                                        huiselijk geweld en vanwege ernstige dreiging en/of geweld
                                        niet op een andere plek dan de opvang veilig kan verblijven
                                        met eventuele kinderen;</al></li><li nr="b."><al>de mate van dak- en thuisloosheid, met inachtneming van de
                                        contra-indicaties in verband met de sociale en psychische
                                        omstandigheden van de belanghebbende en de richtlijnen in
                                        verband met regiobinding.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een cliënt kan in aanmerking komen voor beschermd wonen als:</al><lijst><li nr="a."><al>de cliënt een psychiatrische aandoening heeft; en</al></li><li nr="b."><al>de cliënt 18 jaar of ouder is en legaal in Nederland
                                        verblijft; en</al></li><li nr="c."><al>de cliënt niet zelfstandig kan leven en een mogelijk gevaar
                                        voor zichzelf en anderen vormt als gevolg van de
                                        psychiatrische aandoening; en</al></li><li nr="d."><al>er sprake is van regiobinding; en </al></li><li nr="e."><al>de cliënt niet beschikt over alternatieven die de noodzaak
                                        voor beschermd wonen kunnen opheffen; en</al></li><li nr="f."><al>cliënt niet dakloos is, klinische behandeling niet
                                        voorliggend is en aanvrager niet voldoet aan de criteria
                                        voor de Wet langdurige zorg. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij een vermoeden van de noodzaak tot beschermd wonen wordt altijd
                                door het college van Den Helder, in deze de centrumgemeente de
                                noodzakelijke expertise ingewonnen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>33</nr><titel>Beschikking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verlenen van de beschikking opvang is gemandateerd aan de
                                aanbieders maatschappelijke opvang en vrouwenopvang.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als aan de cliënt beschermd wonen wordt toegekend, wordt in de
                                verleningsbeschikking opgenomen dat, in over overleg met de
                                aanbieder, overbruggingszorg kan worden geboden wanneer sprake is
                                van een wachttijd. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>10</nr><titel>Kortdurend verblijf</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>34</nr><titel>Algemeen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Kortdurend verblijf is een tijdelijk verblijf in een instelling of
                                in een gezin bedoeld om de mantelzorger(s) te ontlasten. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op kortdurend verblijf kan aanspraak worden gedaan indien dit voor
                                de mantelzorger noodzakelijk is en het bijdraagt aan het langer
                                thuis wonen van de cliënt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voorafgaand wordt per situatie beoordeeld wat nodig is en daarin
                                wordt meegenomen welke alternatieven er zijn (extra hulp in huis,
                                respijtzorg vergoed door de Zorgverzekeringswet of opname). </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het kortdurend verblijf is in principe planbaar en bedoeld voor
                                cliënten wier ondersteuningsbehoefte gepaard gaat met permanent
                                toezicht. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Toezicht tijdens kortdurend verblijf kan ook een vorm van actieve
                                observatie zijn. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Wanneer verpleging nodig is moet dit geregeld worden via de
                                Zorgverzekeringswet. Behandeling behoort nadrukkelijk niet bij
                                kortdurend verblijf.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De duur van het verblijf is één, twee of drie etmalen per week. In
                                specifieke situaties is een langere aaneengesloten periode mogelijk
                                voor zover daarmee de maximale periode op jaarbasis niet wordt
                                overschreden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>35</nr><titel>Vervoer kortdurend verblijf</titel></kop><al>De cliënt is zelf verantwoordelijk voor vervoer van en naar de locatie
                            van het verblijf. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>11</nr><titel>Persoonsgebonden budget</titel></kop><structuurtekst><al>Een persoonsgebonden budget (pgb) kan een instrument zijn voor een
                            cliënt om zijn leven naar eigen wensen en behoeften in te vullen. Het is
                            een verstrekkingsvorm die bij uitstek geschikt is voor mensen die zelf
                            de regie over hun leven kunnen voeren. </al><al/><al>Uitgangspunt is dat de cliënt een maatwerkvoorziening ‘in natura’
                            krijgt. De mogelijkheid van een toekennen van een pgb bestaat echter,
                            indien de aanvrager dit wenst. Aan het toekennen van een pgb verbindt de
                            wetgever evenwel strenge eisen. </al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>36</nr><titel>Toewijzingscriteria</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een gemeentelijk persoonsgebonden budget wordt verstrekt indien: </al><lijst><li nr="a."><al>De cliënt naar oordeel van de gemeente op eigen kracht, dan
                                        wel met hulp uit zijn sociaal netwerk of van zijn aangewezen
                                        vertegenwoordiger, voldoende in staat is om de aan een
                                        persoonsgebonden budget verbonden taken op verantwoorde
                                        wijze uit te voeren.</al></li><li nr="b."><al>De cliënt aan de hand van een persoonlijk pgb-plan
                                        motiveert:</al><lijst><li nr="·"><al>dat het bestaande aanbod van zorg in natura niet
                                                passend is;</al></li><li nr="·"><al>dat de verstrekking van een pgb aantoonbaar leidt
                                                tot betere, effectievere en doelmatiger
                                                ondersteuning.</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>Naar het oordeel van de gemeente de diensten, hulpmiddelen,
                                        woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de
                                        individuele voorziening behoren en die de cliënt van het
                                        budget wil betrekken, van goede kwaliteit zijn. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Er mag niet voorafgaand aan de beschikking een begin worden gemaakt
                                met de uitvoering van de werkzaamheden c.q. tot aanschaf van de
                                voorziening worden overgegaan c.q. gestart worden met de uitvoering
                                van de ondersteuning waarop het persoonsgebonden budget betrekking
                                heeft, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de
                                gemeente.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Er wordt geen pgb verstrekt voor eenzelfde voorziening waarvoor de
                                cliënt ondersteuning in natura krijgt. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>37</nr><titel>Kwaliteitseisen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college stelt in ieder geval de volgende kwaliteitseisen aan
                                    de in te kopen maatwerkvoorziening: </al><lijst><li nr="a."><al>Het is veilig, doeltreffend, doelmatig en
                                            cliëntgericht;</al></li><li nr="b."><al>Het voldoet aan de noodzakelijke/ gebruikelijke
                                            professionele standaard zoals deze ook gelden voor
                                            gecontracteerde aanbieders van maatwerkvoorzieningen
                                            Wmo;</al></li><li nr="c."><al>Het is afgestemd op de behoefte van de cliënt en op
                                            andere ontvangen zorg;</al></li><li nr="d."><al>Het is verstrekt met respect voor de rechten van de
                                            cliënt;</al></li><li nr="e."><al>Het is proportioneel.</al></li></lijst><al/></li><li nr="2."><al>De budgethouder heeft op grond van de Wmo zelf de regie over de
                                    ondersteuning die hij met het pgb contracteert. Daarmee heeft
                                    hij de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van de geleverde
                                    ondersteuning en kan hij deze zo nodig bijsturen. </al><al/></li><li nr="3."><al>Het college toets vooraf of de kwaliteit bij de pgb-houder
                                    voldoende is gegarandeerd. De aanvrager maakt dit inzichtelijk
                                    in een persoonlijk pgb-plan.</al><al/></li><li nr="4."><al>In dit plan is vastgelegd bij wie de pgb-houder zijn
                                    ondersteuning, zorg of hulp zal inkopen, wat zijn motivatie is
                                    een pgb aan te vragen, op welke manier dit bijdraagt aan zijn
                                    participatie en zelfredzaamheid, wat de beoogde resultaten zijn
                                    van de ondersteuning, zorg of hulp en hoe de kwaliteit van die
                                    hulp is gewaarborgd.</al><al/></li><li nr="5."><al>Er vindt periodiek een gesprek met de pgb-houder plaats over de
                                    behaalde resultaten met een pgb. Per pgb-houder wordt bij de
                                    toegang bepaald hoe deze periodieke toetsing plaatsvindt (op
                                    basis van maatwerk).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>38</nr><titel>Trekkingsrecht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeente stort de uit te betalen pgb’s op rekening van het
                                Servicecentrum PGB van de Sociale Verzekeringsbank (SVB). </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De budgethouder, laat via declaraties of facturen aan de SVB weten
                                hoeveel uren hulp zijn geleverd en de SVB zorgt vervolgens voor de
                                uitbetaling aan de zorgverlener. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De niet bestede pgb-bedragen worden door SVB na afloop van de
                                verantwoordingsperiode terugbetaald aan de gemeente. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij verandering van hulpverlener dient de budgethouder dit door te
                                geven aan het college. Het college toetst opnieuw de kwaliteit van
                                de in te kopen hulp en geeft dit door aan de SVB. De budgethouder
                                stuurt de zorgovereenkomst met de nieuwe hulpverlener naar de SVB.
                                Op basis van goedgekeurde facturen betaalt de SVB de nieuwe
                                hulpverlener uit. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>39</nr><titel>Afwijzingsgronden</titel></kop><al>Het college weigert het persoonsgebonden budget op grond van één of
                            meerdere van onderstaande redenen:</al><lijst><li nr="a."><al>De cliënt heeft onjuiste of onvolledige gegevens verstrekt;
                                </al></li><li nr="b."><al>De cliënt voldoet niet aan de pgb verbonden voorwaarden zoals
                                    omschreven in hoofdstuk 11;</al></li><li nr="c."><al>De cliënt gebruikt het pgb niet of voor een ander doel;</al></li><li nr="d."><al>De cliënt heeft in de afgelopen 3 jaar misbruik gemaakt van
                                    enige voorziening in het sociale domein, waaronder begrepen het
                                    niet voldoen aan de voorwaarden van een eerder verleende
                                    pgb;</al></li><li nr="e."><al>De cliënt neemt deel aan een schuldhulpverleningstraject in het
                                    kader van de Wet schuldsanering natuurlijke personen
                                    (Wsnp);</al></li><li nr="f."><al>De cliënt is (volgens de rechtbank) handelingsonbekwaam
                                    verklaard;</al></li><li nr="g."><al>De cliënt beschikt niet over een vaste woon- of
                                    verblijfplaats;</al></li><li nr="h."><al>De cliënt beschikt niet over een bankrekening;</al></li><li nr="i."><al>Op grond van de progressiviteit van een ziektebeeld is te
                                    voorzien dat de maatwerkvoorziening in de vorm van een
                                    hulpmiddel spoedig door een andere voorziening vervangen dient
                                    te worden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>40</nr><titel>Verplichtingen pgb</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het pgb mag niet besteed worden aan:</al><lijst><li nr="a."><al>een voorziening die voor de cliënt algemeen gebruikelijk
                                        is;</al></li><li nr="b."><al>administratiekosten en feestdagenuitkering;</al></li><li nr="c."><al>vrije besteding, tenzij de cliënt overgangsrecht AWBZ en/of
                                        andere wetgeving heeft;</al></li><li nr="d."><al>reiskosten;</al></li><li nr="e."><al>administratieve bemiddelingsbureaus, tussenpersonen of
                                        belangenbehartigers</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het gestelde onder lid 1, sub e mogen de kosten
                                voor arbeidsbemiddeling uit het pgb worden betaald, indien de
                                betrokken partij een Per Saldo keurmerk heeft. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De budgethouder aan wie een pgb is verleend komt met de aanbieder in
                                een schriftelijke zorgovereenkomst, de hulpverlening overeen. In de
                                zorgovereenkomst zijn ten minste afspraken opgenomen over de
                                kwaliteit en het resultaat van de ondersteuning, zorg of hulp, de
                                inschakeling van het type hulpverlener (medewerker van een
                                zorgorganisatie of sociaal netwerk) en wijze van declareren. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De budgethouder volgt de wettelijke regels voor vakantie en verlof
                                bij vakantie van de zorgverlener.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De budgethouder volgt de regels van de SVB bij (vervanging van) een
                                zieke zorgverlener.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Als er sprake is van (dreigende) overbelasting bij een persoon uit
                                het sociale netwerk vanwege het leveren van maatwerkvoorziening(en)
                                met een pgb, dient men die overbelasting op te heffen door deze
                                maatwerkvoorziening door (andere) personen/zorgverleners uit te
                                laten voeren/in te kopen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>41</nr><titel>Beschikking pgb</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als aan de cliënt een pgb wordt toegekend, wordt in de
                                verleningsbeschikking tenminste opgenomen:</al><lijst><li nr="a."><al>welke de te verstrekken voorziening is en wat het beoogde
                                        resultaat daarvan is; </al></li><li nr="b."><al>welke kwaliteitseisen gelden voor de besteding van het pgb;
                                    </al></li><li nr="c."><al>wat de hoogte van het pgb is en hoe hiertoe is gekomen;</al></li><li nr="d."><al>wat de duur van de voorziening is waarvoor het pgb is
                                        bedoeld;</al></li><li nr="e."><al>de wijze van verantwoording van de besteding van het
                                        pgb;</al></li><li nr="f."><al>wanneer de toetsing van behaalde resultaten
                                        plaatsvindt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De pgb-toekenning eindigt wanneer: </al><lijst><li nr="a."><al>de budgethouder geen verantwoording aflegt;</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>de budgethouder zijn pgb laat omzetten in een voorziening in
                                        natura (ZIN). </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>42</nr><titel>Hoogte van het tarief</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college bepaalt aan de hand van een door de cliënt opgesteld
                                plan hoe hij het pgb gaat besteden en tegen welk tarief.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het pgb-tarief voor professionals, werkzaam conform aantoonbare
                                professionele standaarden, bedraagt 80% van het laagste tarief van
                                de door de gemeente gecontracteerde aanbieders. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het pgb-tarief voor personen uit het sociale netwerk bedraagt:</al><lijst><li nr="a."><al>€ 12,80 per uur voor HH1 (hulp bij het huishouden). Dit is
                                        een marktconform tarief op basis waarvan volgens de
                                        dienstregeling aan huis schoonmaakondersteuning kan worden
                                        ingekocht door de cliënt.</al></li><li nr="b."><al>€ 20,00 per uur voor begeleiding;</al></li><li nr="c."><al>€ 30,00 per etmaal voor kortdurend verblijf.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De pgb-vergoeding voor verhuiskosten bedraagt maximaal €
                                1500,00.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het bezoekbaar maken van een woning wordt bepaald op basis van de
                                laagste marktconforme kostprijs. Hiervoor dient de cliënt minimaal
                                twee offertes in bij de gemeente. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het pgb dat wordt verleend voor de kilometervergoeding bedraagt €
                                550,00 per jaar bij maximaal 1500 km per jaar.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Een aanpassing aan een vervoersmiddel wordt bepaald op basis van de
                                laagste marktconforme kostprijs. Hiervoor dient de cliënt minimaal
                                twee offertes in bij de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Aanschaf en onderhoud van een rolstoel c.q. sportrolstoel wordt
                                bepaald op basis van het laagste tarief voor een rolstoel c.q.
                                sportrolstoel in natura, opgenomen in het door de gemeente gesloten
                                contract met een leverancier van hulpmiddelen.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Als de naturaverstrekking een tweedehands voorziening betreft, wordt
                                de kostprijs daarop gebaseerd, met een looptijd gelijk aan de
                                verkorte termijn waarop de zaak technisch is afgeschreven, rekening
                                houdend met onderhoud en verzekering. </al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Het tarief wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor
                                onderhoud en verzekering. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>12</nr><titel>Eigen bijdrage in de kosten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>43</nr><titel>Algemeen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor alle maatwerkvoorzieningen verstrekt vanuit de Wmo wordt een
                                eigen bijdrage opgelegd. Vaststelling en inning van de eigen
                                bijdrage geschiedt door het Centraal Administratie Kantoor (CAK).
                                Vervolgens vindt afdracht aan de gemeente plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De bijdrage als bedoeld in het eerste lid is niet verschuldigd:</al><lijst><li nr="a."><al>voor een (sport)rolstoel of een pgb voor aanschaf van een
                                        (sport)rolstoel, incl. de aanpassingen hieraan;</al></li><li nr="b."><al>voor een verhuizing en herinrichting woning;</al></li><li nr="c."><al>voor het bezoekbaar maken van de woning;</al></li><li nr="d."><al>indien een uitzondering op de inning is opgenomen in het
                                        Uitvoeringsbesluit Wmo 2015</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van lid 1 van artikel 43 wordt de inning van de eigen
                                bijdrage voor verblijf in een opvang namens het college verricht
                                door de instellingen die de opvang uitvoeren en hiervoor door het
                                college worden gefinancierd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De bedragen per vier weken, de inkomensbedragen en de percentages
                                die gelden voor de berekening van de eigen bijdrage voor
                                maatwerkvoorzieningen of pgb’s zijn gelijk aan die genoemd in
                                artikel 3.8, eerste lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het vierde lid van artikel 43 is niet van toepassing op de
                                berekening van de bijdrage in de kosten voor beschermd wonen of
                                verblijf in opvang. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>44</nr><titel>Eigen bijdrage voor woningaanpassing</titel></kop><al>Voor woningaanpassingen ten behoeve van personen onder de 18 jaar wordt
                            een eigen bijdrage opgelegd aan de onderhoudsplichtige ouders of daarmee
                            gelijkgestelden. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>13</nr><titel>Waardering van mantelzorgers</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>45</nr><titel>Jaarlijkse waardering mantelzorgers</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het Mantelzorgcentrum ontvangt jaarlijks een budget voor de
                                uitvoering van het blijk van waardering voor mantelzorgers, die
                                woonachtig zijn in de gemeente Den Helder. Het Mantelzorgcentrum
                                biedt jaarlijks na overleg met de gemeente en relevante
                                ketenpartners een extra ondersteuningsaanbod voor mantelzorgers aan
                                voor diverse doelgroepen. Het aanbod kan onder meer bestaan
                                uit:</al><lijst><li nr="a."><al>voorlichting/informatie;</al></li><li nr="b."><al>training/educatie/lotgenotencontact; </al></li><li nr="c."><al>ondersteuning bij regelklussen;</al></li><li nr="d."><al>onderzoek naar de mogelijkheden de extra kosten voor de
                                        mantelzorger te reduceren;</al></li><li nr="e."><al>verwennen en ontspannen;</al></li><li nr="f."><al>extra inzet vrijwillige respijtzorg.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor adequate informatie over het
                                beschikbare ondersteuningsaanbod.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>14</nr><titel>Overige bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>46</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><al>Deze beleidsregels treden in werking op 1 januari 2016 en worden
                            aangehaald als: Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Den Helder
                            2016.</al><al/></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Burgemeester en Wethouders van Den Helder,</ondertekening><ondertekening>Koen Schuiling, burgemeester</ondertekening><ondertekening>Dr. Joost C.M. Cox, gemeentesecretaris</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><al><vet>INHOUDSOPGAVE</vet></al><al/><al><vet>Afkortingenlijst 3</vet></al><al><vet>Inleiding 4</vet></al><al><vet>Hoofdstuk 1 Definities en begrippen 6</vet></al><al><vet>Hoofdstuk 2 Toegangsprocedure:van melding tot aanvraag 10</vet></al><al><vet>Hoofdstuk 3 het verstrekken van een maatwerkvoorziening 12</vet></al><al><vet>Hoofdstuk 4 Huishoudelijke hulp 14</vet></al><al><vet>Hoofdstuk 5 Woonvoorzieningen 17</vet></al><al><vet>Hoofdstuk 6 Vervoersvoorzieningen 21</vet></al><al><vet>Hoofdstuk 7 Begeleiding 23</vet></al><al><vet>Hoofdstuk 8 Dagbesteding 24</vet></al><al><vet>Hoofdstuk 9 Opvang en beschermd wonen 25</vet></al><al><vet>Hoofdstuk 10 Kortdurend verblijf 26</vet></al><al><vet>Hoofdstuk 11 Persoonsgebonden budget 27</vet></al><al><vet>Hoofdstuk 12 Eigen bijdrage in de kosten 30</vet></al><al><vet>Hoofdstuk 13 Waardering van mantelzorgers 31</vet></al><al><vet>Hoofdstuk 14 Overige bepalingen 32</vet></al></bijlage></regeling></body></cvdr>