<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91-->
  
  
  
  
  
  
  
  
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR402924_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening beschermd wonen en opvang Molenwaard 2016 gemeente Molenwaard</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Molenwaard</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-04-11</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Molenwaard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-46385">gmb-2016-46385</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening beschermd wonen en opvang Molenwaard 2016 gemeente Molenwaard</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet maatschappelijek ondersteuning 2015</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-04-05</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-04-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>527636</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Verordening beschermd wonen en opvang Molenwaard 2016 gemeente
                Molenwaard
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De gemeenteraad van Molenwaard, </al>
          <al/>
          <al>gezien het voorstel van het college,</al>
          <al/>
          <al>gelet op artikel 149 Gemeentewet en de artikelen 2.1.3, 2.1.4, 2.1.5 en
                        2.6.6 Wet maatschappelijke ondersteuning 2015; </al>
          <al/>
          <al>
            <vet>b e s l u i t :</vet>
          </al>
          <al/>
          <al>vast te stellen de volgende Verordening beschermd wonen en opvang gemeente
                        Molenwaard 2016</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>INLEIDING</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.1</nr>
              <titel>Begripsomschrijvingen</titel>
            </kop>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst>
                  <li nr="a."><al>
                      <cursief>24-uursopvang</cursief> tijdelijke opvang,
                                            bestaande uit verblijf en begeleiding;</al></li>
                  <li nr="b."><al>
                      <cursief>algemeen gebruikelijke voorziening</cursief>
                                            een voorziening die niet speciaal bedoeld is voor mensen
                                            met een beperking, die algemeen verkrijgbaar is en die
                                            niet - aanzienlijk - duurder is dan vergelijkbare
                                            producten;</al></li>
                  <li nr="c."><al>
                      <cursief>algemene voorziening</cursief> maatschappelijke
                                            voorziening zoals bedoeld in artikel 1.1.1 van de wet,
                                            die is gericht op beschermd wonen en opvang;</al></li>
                  <li nr="d."><al>beschermd wonen wonen in een accommodatie van een
                                            instelling met daarbij behorende toezicht en
                                            begeleiding, gericht op het bevorderen van
                                            zelfredzaamheid en participatie, het psychisch en
                                            psychosociaal functioneren, stabilisatie van een
                                            psychiatrisch ziektebeeld, het voorkomen van
                                            verwaarlozing of maatschappelijke overlast of het
                                            afwenden van gevaar voor de cliënt of anderen, bestemd
                                            voor personen met psychische of psychosociale problemen,
                                            die niet in staat zijn zich op eigen kracht te handhaven
                                            in de samenleving;</al></li>
                  <li nr="e."><al>
                      <cursief> bijdrage</cursief> bijdrage in de kosten als
                                            bedoeld in artikel 2.1.4 van de wet;</al></li>
                  <li nr="f."><al>
                      <cursief>budgetplan</cursief> een door of namens de
                                            cliënt opgesteld plan over het persoonsgebonden budget,
                                            waarin onder andere is opgenomen welke
                                            maatwerkvoorziening met welk te bereiken resultaat de
                                            cliënt wil inkopen met een persoonsgebonden budget;</al></li>
                  <li nr="g."><al>
                      <cursief>college</cursief>het college van
                                            burgemeester en wethouders;</al></li>
                  <li nr="h."><al>
                      <cursief>maatwerkvoorziening</cursief>maatwerkvoorziening
                                            als omschreven in artikel 1.1.1 van de wet, die is
                                            gericht op beschermd wonen en opvang, en te verstrekken
                                            als voorziening in natura of in de vorm van een
                                            persoonsgebonden budget;</al></li>
                  <li nr="i."><al>
                      <cursief>mantelzorger</cursief>een persoon die
                                            mantelzorg in de zin van artikel 1.1.1 van de wet
                                            biedt;</al></li>
                  <li nr="j."><al>
                      <cursief>melding</cursief> melding als bedoeld in
                                            artikel 2.3.2 eerste lid van de wet;</al></li>
                  <li nr="k."><al>
                      <cursief>ondersteuningsplan</cursief>een door
                                            de cliënt en de aanbieder overeengekomen plan dat een
                                            concrete invulling bevat van de door de aanbieder te
                                            verlenen ondersteuning aan de cliënt, gebaseerd op de
                                            geïndiceerde ondersteuning;</al></li>
                  <li nr="l."><al>
                      <cursief>onderzoeksverslag</cursief>een
                                            weergave van de uitkomsten van het onderzoek als bedoeld
                                            in artikel 2.3.2 van de wet;</al></li>
                  <li nr="m."><al>
                      <cursief> persoonsgebonden budget</cursief> een
                                            maatwerkvoorziening in de vorm van een geldbedrag
                                            waaruit namens het college betalingen worden gedaan voor
                                            diensten, hulpmiddelen en andere maatregelen die tot een
                                            maatwerkvoorziening behoren, en die een cliënt van
                                            derden heeft betrokken;</al></li>
                  <li nr="n."><al>
                      <cursief> persoonlijk plan</cursief> persoonlijk plan
                                            als bedoeld in artikel 2.3.2 tweede lid van de wet;</al></li>
                  <li nr="o."><al>
                      <cursief>voorliggende voorziening</cursief> voorziening
                                            op grond van een andere wettelijke bepaling;</al></li>
                  <li nr="p."><al>
                      <cursief>voorziening</cursief>
                      <cursief>in</cursief>
                      <cursief>natura</cursief>
                                            maatwerkvoorziening die in eigendom, in bruikleen of in
                                            de vorm van persoonlijke dienstverlening wordt
                                            verstrekt;</al></li>
                  <li nr="q."><al>
                      <cursief>wet</cursief> Wet maatschappelijke
                                            ondersteuning 2015.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="2."><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die
                                    niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de
                                    wet, het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 en de Algemene wet
                                    bestuursrecht.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>1.2</nr>
              <titel>Reikwijdte</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening regelt de algemene voorzieningen en
                            maatwerkvoorzieningen met betrekking tot beschermd wonen en opvang.
                        </al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>PROCEDUREREGELS</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2.1</nr>
              <titel>Melding</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De melding wordt gedaan door of namens de cliënt bij het
                                college.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De melding vindt plaats op de door het college voorgeschreven
                                wijze.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het college bevestigt de ontvangst van de melding schriftelijk en
                                geeft de cliënt zeven dagen de tijd een persoonlijk plan in te
                                leveren.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2.2</nr>
              <titel>Cliëntondersteuning</titel>
            </kop>
            <al>Het college wijst cliënten die een melding doen en hun mantelzorgers op
                            de mogelijkheid zich gedurende de procedure desgewenst te laten bijstaan
                            door een onafhankelijke cliëntondersteuner.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2.3</nr>
              <titel>Onderzoek en gesprek</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het onderzoek bestaat in ieder geval uit een gesprek met de cliënt,
                                en/of degene die namens de cliënt de melding heeft gedaan, en/of de
                                vertegenwoordiger van de cliënt, waar mogelijk de mantelzorger(s),
                                en/of desgewenst personen uit het sociale netwerk.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college vraagt voor het gesprek aan de cliënt alle gegevens en
                                bescheiden die voor het onderzoek nodig zijn en waarover hij
                                redelijkerwijs de beschikking kan krijgen, te verschaffen. Hiertoe
                                behoort in ieder geval een identificatiedocument als bedoeld in
                                artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht, tenzij het college
                                daarover al beschikt.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2.4</nr>
              <titel>Onderzoeksverslag</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college verstrekt de cliënt of diens vertegenwoordiger een
                                onderzoeksverslag.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>het college voegt opmerkingen of latere aanvullingen van de cliënt
                                toe aan het onderzoeksverslag en verstrekt het aangepaste
                                onderzoeksverslag aan de cliënt of diens vertegenwoordiger.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2.5</nr>
              <titel>De aanvraag</titel>
            </kop>
            <al>De aanvraag voor een maatwerkvoorziening moet door of namens de cliënt
                            schriftelijk worden ingediend door middel van een door het college
                            vastgesteld aanvraagformulier of een ondertekend onderzoeksverslag.
                        </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2.6</nr>
              <titel>Medewerking cliënt</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college is, onverminderd artikel 2.3.8 van de wet, in ieder
                                geval bevoegd om, voor zover dit van belang kan zijn voor de
                                beoordeling van de aanspraak op een maatwerkvoorziening:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>de cliënt op te roepen in persoon te verschijnen op een door
                                        het college te bepalen plaats en tijdstip en hem te
                                        bevragen;</al></li>
                <li nr="b."><al>de cliënt op een door het college te bepalen plaats en
                                        tijdstip door een of meer daartoe aangewezen deskundigen te
                                        laten bevragen en/of onderzoeken.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De cliënt is verplicht medewerking te verlenen aan de oproep als
                                bedoeld in het eerste lid onder a en de bevraging en/of onderzoek
                                als bedoeld in het eerste lid onder b.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Indien de cliënt geen gehoor kan geven aan de oproep op een door het
                                college te bepalen plaats en tijdstip te verschijnen, dan kan een
                                huisbezoek plaatsvinden, waaraan de cliënt verplicht zijn
                                medewerking moet verlenen.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2.7</nr>
              <titel>Advisering</titel>
            </kop>
            <al>Het college is bevoegd om, indien dit van belang kan zijn voor de
                            beoordeling van de aanspraak op een maatwerkvoorziening, zich te laten
                            adviseren door een daartoe geschikte instantie. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>2.8</nr>
              <titel>Ondersteuningsplan</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college kan, indien dit van belang is voor de beoordeling van de
                                aanspraak op een maatwerkvoorziening en/of het bepalen van de
                                benodigde maatwerkvoorziening, een ondersteuningsplan laten
                                opstellen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Artikel 2.6 is van overeenkomstige toepassing.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>BEOORDELING AANSPRAAK OP MAATWERKVOORZIENING</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3.1</nr>
              <titel>Uitgangspunt bij beoordeling maatwerkvoorziening</titel>
            </kop>
            <al>Het college neemt het onderzoeksverslag, en indien aanwezig het
                            ondersteuningsplan, als uitgangspunt bij de beoordeling van de aanspraak
                            voor een maatwerkvoorziening.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3.2</nr>
              <titel>Algemene criteria</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Er bestaat aanspraak op een maatwerkvoorziening:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>voor zover deze noodzakelijk is om de cliënt in staat te
                                        stellen tot het zich handhaven in de samenleving;</al></li>
                <li nr="b."><al>voor zover deze als de goedkoopst passende voorziening aan
                                        te merken is;</al></li>
                <li nr="c."><al>indien deze een passende bijdrage levert aan het voorzien in
                                        de behoefte van de cliënt aan beschermd wonen en opvang en
                                        aan het realiseren van een situatie waarin de cliënt in
                                        staat wordt gesteld zich zo snel mogelijk weer op eigen
                                        kracht, of indien dit niet mogelijk is voor cliënt, met een
                                        toenemende mate van zelfredzaamheid, te handhaven in de
                                        samenleving.</al></li>
                <li nr="d."><al>voor zover de cliënt de problemen bij het zich handhaven in
                                        de samenleving niet kan verminderen of wegnemen:</al><lijst>
                    <li nr="1."><al>op eigen kracht;</al></li>
                    <li nr="2."><al>met gebruikelijke hulp;</al></li>
                    <li nr="3."><al>met mantelzorg;</al></li>
                    <li nr="4."><al>met hulp van andere personen uit het sociale
                                                netwerk;</al></li>
                    <li nr="5."><al>met gebruikmaking van algemene voorzieningen;</al></li>
                    <li nr="6."><al>door het verrichten van maatschappelijk nuttige
                                                activiteiten.</al></li>
                  </lijst></li>
                <li nr="e."><al>voor zover de cliënt die de thuissituatie heeft verlaten, al
                                        dan niet in verband met risico's voor zijn veiligheid als
                                        gevolg van huiselijk geweld, de problemen bij het zich
                                        handhaven in de samenleving niet kan verminderen of
                                        wegnemen:</al><lijst>
                    <li nr="1."><al>op eigen kracht;</al></li>
                    <li nr="2."><al>met gebruikelijke hulp;</al></li>
                    <li nr="3."><al>met mantelzorg;</al></li>
                    <li nr="4."><al>met hulp van andere personen uit het sociale
                                                netwerk;</al></li>
                    <li nr="5."><al>met gebruikmaking van algemene voorzieningen;</al></li>
                    <li nr="6."><al>door het verrichten van maatschappelijk nuttige
                                                activiteiten.</al></li>
                  </lijst></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Er bestaat geen aanspraak op een maatwerkvoorziening:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>voor zover de voorziening voor de persoon van de cliënt
                                        algemeen gebruikelijk is;</al></li>
                <li nr="b."><al>voor zover de cliënt een beroep kan doen op een voorliggende
                                        voorziening die, gezien haar aard en doel, wordt geacht voor
                                        de cliënt toereikend en passend te zijn of die de kosten van
                                        de maatwerkvoorziening als niet noodzakelijk heeft
                                        aangemerkt;</al></li>
                <li nr="c."><al>indien de cliënt niet of onvoldoende meewerkt aan het
                                        opstellen, evalueren of nakomen van het
                                        ondersteuningsplan.</al></li>
                <li nr="d."><al>indien de aanspraak niet is vast te stellen doordat de
                                        cliënt niet of onvoldoende voldoet aan de verplichtingen als
                                        bedoeld in artikel 2.3.8 lid 1 en 3 van de wet of aan de in
                                        deze verordening gestelde verplichtingen;</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het college kan nadere regels stellen inzake de toegang tot
                                maatwerkvoorzieningen en de aard, inhoud en omvang van de te
                                verstrekken maatwerkvoorzieningen.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3.3</nr>
              <titel>Criteria beschermd wonen</titel>
            </kop>
            <al>De cliënt kan in aanmerking komen voor beschermd wonen, indien hij,
                            onverminderd de in de wet en in artikel 3.2 van deze verordening
                            genoemde criteria, voldoet aan alle volgende criteria: </al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>Er is noodzaak tot verblijf in een veilige/beschermde omgeving
                                    in een accommodatie van een instelling, als onderdeel van de
                                    ondersteuningsbehoefte, met intensieve begeleiding en met het
                                    daarbij behorende toezicht.</al></li>
              <li nr="b."><al>De cliënt kan onvoldoende beroep doen op het sociale
                                    netwerk.</al></li>
              <li nr="c."><al>Er is geen inzet van ambulante begeleiding in de
                                    thuissituatie.</al></li>
              <li nr="d."><al>Er is geen sprake (meer) van klinische behandeling op grond van
                                    de Zorgverzekeringswet.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>3.4</nr>
              <titel>Criteria 24-uursopvang</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De cliënt komt in aanmerking voor 24-uursopvang, indien hij,
                                onverminderd de in de wet en de verordening genoemde criteria,
                                voldoet aan alle volgende criteria:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>Er is een noodzaak tot verblijf in een veilige omgeving, als
                                        onderdeel van de ondersteuningsbehoefte, met intensieve
                                        begeleiding.</al></li>
                <li nr="b."><al>Er is sprake van (dreigende) uithuiszetting, dakloosheid
                                        en/of thuisloosheid.</al></li>
                <li nr="c."><al>De cliënt kan onvoldoende beroep doen op het sociale
                                        netwerk.</al></li>
                <li nr="d."><al>Er is sprake van ernstige problemen op minimaal drie van de
                                        leefgebieden van de zelfredzaamheidsmatrix.</al></li>
                <li nr="e."><al>De cliënt verschaft inzicht in zijn financiële situatie
                                        (incl. schulden) en werkt mee aan het financieel beheer en
                                        oplossen van zijn financiële problematiek.</al></li>
                <li nr="f."><al>De cliënt werkt actief mee aan een
                                        hulpverleningstraject.</al></li>
                <li nr="g."><al>De cliënt heeft een dagbesteding of zet zich in om minimaal
                                        voor 20 uur een zinvolle dagbesteding te hebben.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De cliënt komt maximaal 1 jaar in aanmerking voor
                                24-uursopvang.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>PERSOONSGEBONDEN BUDGET</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4.1</nr>
              <titel>Criteria persoonsgebonden budget</titel>
            </kop>
            <al>Het college weigert de verlening van een persoonsgebonden budget: </al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>indien de cliënt het door het college vastgestelde budgetplan
                                    niet heeft overgelegd of onvolledig ingevuld heeft
                                    overgelegd;</al></li>
              <li nr="b."><al>indien de cliënt weigert het budgetplan desgevraagd met het
                                    college te bespreken of, na voor een gesprek daarover te zijn
                                    opgeroepen, zonder geldige reden niet verschijnt;</al></li>
              <li nr="c."><al>indien de cliënt surseance van betaling heeft aangevraagd of
                                    failliet is verklaard;</al></li>
              <li nr="d."><al>indien ten aanzien van de cliënt de schuldsaneringsregeling
                                    natuurlijke personen van toepassing is verklaard, dan wel een
                                    verzoek daartoe bij de rechtbank is ingediend;</al></li>
              <li nr="e."><al>indien de cliënt zich niet heeft gehouden aan bij de
                                    verstrekking van een eerder persoonsgebonden budget opgelegde
                                    verplichtingen;</al></li>
              <li nr="f."><al>indien het naar het oordeel van het college onvoldoende
                                    aannemelijk is dat met het persoonsgebonden budget zal worden
                                    voorzien in toereikende ondersteuning van goede kwaliteit;</al></li>
              <li nr="g."><al>indien de cliënt naar het oordeel van het college redelijkerwijs
                                    niet in staat kan worden geacht het persoonsgebonden budget te
                                    beheren, tenzij de cliënt het beheren laat uitvoeren door een
                                    gemachtigde die:</al><lijst>
                  <li nr="-"><al>niet de natuurlijke persoon is die, via het
                                            persoonsgebonden budget, de ondersteuning verleent.</al></li>
                  <li nr="-"><al>niet werkzaam is bij of via de rechtspersoon waar de
                                            ondersteuning met het persoonsgebonden budget wordt
                                            betrokken.</al></li>
                  <li nr="-"><al>niet de rechtspersoon is, of gelieerd is aan de
                                            rechtspersoon waar ondersteuning met het
                                            persoonsgebonden budget wordt betrokken.</al></li>
                </lijst></li>
              <li nr="h."><al>indien de beperkingen kunnen worden gecompenseerd met een
                                    collectieve voorziening;</al></li>
              <li nr="i."><al>indien op voorhand vaststaat dat binnen korte tijd vervanging
                                    van de maatwerkvoorziening nodig is;</al></li>
              <li nr="j."><al>indien sprake is van vervanging van een maatwerkvoorziening in
                                    natura waarvan de afschrijftermijn nog niet is verstreken;</al></li>
              <li nr="k."><al>indien bekend is dat de cliënt op een zodanige termijn gaat
                                    verhuizen dat de afschrijftermijn van de maatwerkvoorziening ten
                                    tijde daarvan nog niet zal zijn verstreken;</al></li>
              <li nr="l."><al>indien sprake is van ondersteuning in een spoedeisende situatie
                                    als bedoeld in artikel 2.3.3 van de wet;</al></li>
              <li nr="m."><al>voor zover het persoonsgebonden budget is bestemd voor besteding
                                    buiten Nederland;</al></li>
              <li nr="n."><al>voor zover het persoonsgebonden budget is bedoeld voor
                                    bemiddelingskosten of begeleidings- of administratiekosten in
                                    verband met het beheren van het persoonsgebonden budget.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4.2</nr>
              <titel>Hoogte persoonsgebonden budget</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De hoogte van een persoonsgebonden budget voor beschermd wonen en
                                opvang wordt, indien sprake is van beschermd wonen en opvang door
                                professionele hulpverleners conform de geldende
                                kwaliteitsstandaarden, bepaald aan de hand van en op ten hoogste de
                                prijs waarvoor het college deze beschermd wonen en opvang heeft
                                gecontracteerd.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college kan, onverminderd het eerste lid, nadere regels stellen
                                over de hoogte van het persoonsgebonden budget.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>4.3</nr>
              <titel>Tarief persoonsgebonden budget in sociaal netwerk</titel>
            </kop>
            <al>Het college kan nadere regels stellen over de voorwaarden betreffende
                            het tarief waaronder een cliënt de mogelijkheid heeft een
                            persoonsgebonden budget te besteden bij een persoon die behoort tot zijn
                            sociale netwerk.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>BIJDRAGE IN DE KOSTEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5.1</nr>
              <titel>Maatwerkvoorzieningen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De cliënt is een bijdrage verschuldigd voor beschermd wonen en
                                24-uursopvang.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De bijdrage voor een maatwerkvoorziening wordt vastgesteld op het
                                toegestane maximumbedrag in het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, met
                                dien verstande dat de bijdrage niet meer bedraagt dan de
                                kostprijs.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het college kan nadere regels stellen inzake de verschuldigdheid,
                                inhoud en hoogte van de bijdrage.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>De eigen bijdrage voor 24-uursopvang wordt vastgesteld en geïnd door
                                de instelling waar de cliënt verblijft.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5.2</nr>
              <titel>Algemene voorzieningen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De cliënt is een bijdrage verschuldigd voor crisisopvang.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De bijdrage voor crisisopvang wordt vastgesteld op het toegestane
                                maximumbedrag in het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015, met dien verstande
                                dat de bijdrage niet meer bedraagt dan de kostprijs.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het college kan nadere regels stellen inzake de verschuldigdheid,
                                inhoud en hoogte van de bijdrage.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>5.3</nr>
              <titel>Kostprijs</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De kostprijs van een voorziening in natura is gelijk aan de prijs
                                waarvoor het college de voorziening in natura betrekt van een
                                gecontracteerde aanbieder.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>De kostprijs van een persoonsgebonden budget is gelijk aan het
                                bedrag van het persoonsgebonden budget.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het college kan, onverminderd het eerste en tweede lid, nadere
                                regels stellen over (het bepalen van) de kostprijs.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>6</nr>
            <titel>BEËINDIGING, HERZIENING, INTREKKING EN TERUGVORDERING</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6.1</nr>
              <titel>Beëindiging</titel>
            </kop>
            <al>Het college kan, onverminderd artikel 2.3.10 van de wet, een toegekende
                            aanspraak op een maatwerkvoorziening geheel of gedeeltelijk beëindigen
                            of opschorten, indien:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>niet wordt voldaan aan hetgeen is gesteld bij of krachtens de
                                    wet of de verordening;</al></li>
              <li nr="b."><al>de cliënt wordt opgenomen in een instelling in de zin van de Wet
                                    toelating zorginstellingen of in een ziekenhuis;</al></li>
              <li nr="c."><al>de cliënt zich niet houdt aan de verplichtingen van het gebruik,
                                    verantwoording en administratie van de maatwerkvoorziening;</al></li>
              <li nr="d."><al>de cliënt is overleden.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6.2</nr>
              <titel>Herziening en intrekking</titel>
            </kop>
            <al>Het college kan, onverminderd artikel 2.3.10 van de wet, een besluit tot
                            toekenning van een aanspraak op een maatwerkvoorziening geheel of
                            gedeeltelijk herzien of intrekken indien: </al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>niet is voldaan aan hetgeen is gesteld bij of krachtens de wet
                                    of deze verordening;</al></li>
              <li nr="b."><al>beschikt is op grond van gegevens waarvan gebleken is dat die
                                    gegevens zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens
                                    bekend geweest, een andere beslissing zou zijn genomen;</al></li>
              <li nr="c."><al>de cliënt de maatwerkvoorziening binnen zes maanden na
                                    toekenning niet heeft aangewend voor het resultaat waarvoor de
                                    maatwerkvoorziening is getroffen.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>6.3</nr>
              <titel>Terugvordering</titel>
            </kop>
            <al>Indien het besluit tot toekenning van een aanspraak op een
                            maatwerkvoorziening is herzien of ingetrokken, kan het college,
                            onverminderd artikel 2.4.1 van de wet:</al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>het ten onrechte genoten persoonsgebonden budget
                                    terugvorderen;</al></li>
              <li nr="b."><al>de geldwaarde van de ten onrechte genoten maatwerkvoorziening in
                                    natura terugvorderen.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>7</nr>
            <titel>BESTRIJDING MISBRUIK OF ONEIGENLIJK GEBRUIK</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7.1</nr>
              <titel>Fraudepreventie</titel>
            </kop>
            <al>Het college voert een actief fraudepreventiebeleid. Onderdeel van dit
                            beleid is dat het college cliënten informeert over de rechten en
                            plichten die aan het ontvangen van een maatwerkvoorziening zijn
                            verbonden en over de consequenties van misbruik en oneigenlijk gebruik
                            daarvan. Ter controle van het beroep op algemene- en
                            maatwerkvoorzieningen wordt onder meer gebruik gemaakt van
                            bestandsvergelijkingen met actuele gegevens en van de samenloopsignalen
                            die daaruit voortkomen. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7.2</nr>
              <titel>Controle</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college kan onderzoek doen naar de rechtmatigheid van de
                                maatwerkvoorziening en kan daarbij onder meer gebruikmaken van
                                huisbezoeken, risicoprofielen en bestandsvergelijkingen en de
                                samenloopsignalen die daaruit voortkomen. Het college kan daarnaast
                                overige signalen en tips die relevant zijn voor de aanspraak op een
                                maatwerkvoorziening onderzoeken.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college kan onderzoek doen naar de reden van de beëindiging van
                                de aanspraak op een maatwerkvoorziening en op basis daarvan
                                besluiten nemen met betrekking tot de rechtmatigheid van de
                                maatwerkvoorziening en de wederzijds tussen het college en de cliënt
                                resterende verplichtingen en de afhandeling daarvan.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>7.3</nr>
              <titel>Nadere regels</titel>
            </kop>
            <al>Het college kan ten aanzien van het bepaalde in dit hoofdstuk nadere
                            regels stellen.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>8</nr>
            <titel>KWALITEIT</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8.1</nr>
              <titel>Kwaliteitseisen</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De aanbieder van een voorziening zorgt voor een goede kwaliteit van
                                de voorziening, wat in ieder geval betekent dat:</al>
              <lijst>
                <li nr="a."><al>de voorziening veilig, doeltreffend en cliëntgericht
                                        is;</al></li>
                <li nr="b."><al>de voorziening is afgestemd op de persoonlijke situatie van
                                        de cliënt;</al></li>
                <li nr="c."><al>de voorziening is afgestemd op andere vormen van zorg of
                                        hulp die de cliënt ontvangt;</al></li>
                <li nr="d."><al>de beroepskracht die een voorziening levert, handelt in
                                        overeenstemming met de professionele standaard;</al></li>
                <li nr="e."><al>de voorziening voldoet aan de door de aanbieder en het
                                        college overeengekomen kwaliteitseisen.</al></li>
              </lijst>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college kan nadere regels stellen over welke verdere eisen
                                worden gesteld aan de kwaliteit van voorzieningen, eisen met
                                betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder
                                begrepen.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>8.2</nr>
              <titel>Prijs-kwaliteitverhouding</titel>
            </kop>
            <al>Het college houdt bij de inkoop van beschermd wonen en opvang door
                            derden en het vaststellen van de tarieven daarvan in ieder geval
                            rekening met: </al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al>de aard en omvang van de te verrichten taken en/of de te leveren
                                    voorzieningen;</al></li>
              <li nr="b."><al>de vereiste deskundigheid en vaardigheden van de
                                    beroepskrachten;</al></li>
              <li nr="c."><al>de arbeidsvoorwaarden passend bij de vereiste deskundigheid en
                                    vaardigheden van de beroepskrachten en de zwaarte van de
                                    functie;</al></li>
              <li nr="d."><al>de kwaliteitseisen die aan beschermd wonen en opvang worden
                                    gesteld;</al></li>
              <li nr="e."><al>de reële marktprijs van de beschermd wonen en opvang.</al></li>
            </lijst>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>9</nr>
            <titel>KLACHTENAFHANDELING EN MEDEZEGGENSCHAP</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9.1</nr>
              <titel>Regeling voor klachtenafhandeling</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Iedere aanbieder van een voorziening heeft een regeling voor
                                afhandeling van klachten van cliënten.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op
                                de naleving van de klachtregelingen van aanbieders.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>9.2</nr>
              <titel>Regeling voor medezeggenschap</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college regelt indien nodig dat de aanbieder een regeling voor
                                medezeggenschap van cliënten heeft.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op
                                de naleving van de medezeggenschapsregelingen van aanbieders.</al>
            </lid>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>10</nr>
            <titel>BURGERPARTICIPATIE</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10.1</nr>
              <titel>Betrekken van ingezetenen bij het beleid</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>Het college betrekt ingezetenen van de gemeente, waaronder in ieder
                                geval cliënten of hun vertegenwoordigers, bij de voorbereiding van
                                het beleid betreffende beschermd wonen en opvang, overeenkomstig de
                                krachtens artikel 150 van de Gemeentewet gestelde regels met
                                betrekking tot de wijze waarop inspraak wordt verleend.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Het college stelt ingezetenen vroegtijdig in de gelegenheid
                                voorstellen voor het beleid betreffende beschermd wonen en opvang te
                                doen, advies uit te brengen bij de besluitvorming over verordeningen
                                en beleidsvoorstellen betreffende beschermd wonen en opvang, en
                                voorziet hen van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen
                                vervullen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Het college zorgt ervoor dat ingezetenen kunnen deelnemen aan
                                periodiek overleg, waarbij zij onderwerpen voor de agenda kunnen
                                aanmelden, en dat zij worden voorzien van de voor een adequate
                                deelname aan het overleg benodigde informatie en ondersteuning.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>4.</lidnr>
              <al>Het college stelt nadere regels ter uitvoering van het tweede en
                                derde lid.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>10.2</nr>
              <titel>Wmo adviesraad</titel>
            </kop>
            <al>De Wmo adviesraad adviseert het college over het beleid betreffende
                            beschermd wonen en opvang.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>HOOFDSTUK</label>
            <nr>11</nr>
            <titel>SLOTBEPALINGEN</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>11.1</nr>
              <titel>Hardheidsclausule</titel>
            </kop>
            <al>Het college kan in bijzondere gevallen bij de verstrekking van
                            maatwerkvoorzieningen op verzoek van de cliënt ten gunste van de cliënt
                            afwijken van de bepalingen van deze verordening en de daarop gebaseerde
                            regels, indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van
                            overwegende aard leidt. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>11.2</nr>
              <titel>Evaluatie</titel>
            </kop>
            <al>Evaluatie van het door het college gevoerde beleid vindt plaats via de
                            reguliere bestuursrapportages van het college. </al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>11.3</nr>
              <titel>Overgangsrecht</titel>
            </kop>
            <lid>
              <lidnr>1.</lidnr>
              <al>De Verordening beschermd wonen en opvang gemeente Molenwaard 2015
                                wordt ingetrokken met de inwerkingtreding van deze verordening, met
                                dien verstande dat zij van toepassing blijft ten aanzien van een op
                                grond daarvan genomen besluit totdat het college, onder intrekking
                                van dit besluit, een nieuw besluit op grond van deze verordening
                                heeft genomen.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>2.</lidnr>
              <al>Aanvragen die zijn ingediend vóór inwerkingtreding van deze
                                verordening en waarop nog geen besluit is genomen ten tijde van de
                                inwerkingtreding van deze verordening, worden afgehandeld op grond
                                van deze verordening.</al>
            </lid>
            <lid>
              <lidnr>3.</lidnr>
              <al>Bezwaarschriften die zijn ingediend tegen op grond van de
                                Verordening beschermd wonen en opvang gemeente Molenwaard 2015
                                genomen besluiten, worden afgehandeld op grond van de Verordening
                                beschermd wonen en opvang gemeente Molenwaard 2015.</al>
            </lid>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>11.4</nr>
              <titel>Inwerkingtreding</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening treedt in werking 1 dag na publicatie.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <label>Artikel</label>
              <nr>11.5</nr>
              <titel>Citeertitel</titel>
            </kop>
            <al>Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening beschermd wonen en
                            opvang Molenwaard 2016’. </al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 5 april 2016.</ondertekening>
        <ondertekening>Zaaknummer : 527636</ondertekening>
        <ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening>
        <ondertekening>B.J. Nootenboom D.R. van der Borg.</ondertekening>
      </regeling-sluiting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>