<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR402863_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening loonkostensubsidie Participatiewet gemeente Doetinchem 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Doetinchem</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-04-21</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Doetinchem</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://www.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-48381.html">Gemeenteblad 2016/48381</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening loonkostensubsidie Participatiewet gemeente Doetinchem 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=6">Participatiewet, art. 6 lid 2</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-04-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-04-21</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2023-07-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Deze verordening vervangt de verordening loonkostensubsidie Participatiewet Doetinchem uit 2015</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening loonkostensubsidie Participatiewet gemeente Doetinchem 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Doetinchem;</al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 6 april 2016;</al><al>gelet op artikel 6, tweede lid, van de Participatiewet;</al><al>gelet op de ministeriële regeling van 6 oktober 2014 tot het stellen van
                        nadere regels ten aanzien van de verstrekking van loonkostensubsidie;</al><al>gelet op de ministeriële regeling van 10 oktober 2014 tot het stellen van
                        nadere regels voor de loonwaardebepaling in het kader van de
                        Participatiewet;</al><al>gezien het advies van de sociale raad;</al><al>b e s l u i t :</al><al>vast te stellen de Verordening loonkostensubsidie Participatiewet gemeente
                        Doetinchem 2016.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Vaststelling wie tot doelgroep loonkostensubsidie behoort</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt vast of een persoon behoort tot de doelgroep
                            loonkostensubsidie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hierbij neemt het college de volgende criteria in acht:</al><lijst><li nr="a."><al>een persoon moet behoren tot de doelgroep zoals omschreven in
                                    artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet;</al></li><li nr="b."><al>die persoon is niet in staat met voltijdse arbeid het wettelijk
                                    minimumloon te verdienen, en</al></li><li nr="c."><al>die persoon heeft mogelijkheden tot arbeidsparticipatie.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Vaststelling loonwaarde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college gebruikt de in de bijlage omschreven wijze om de loonwaarde
                            van een persoon vast te stellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een organisatie met hiertoe gecertificeerde medewerkers in dienst
                            adviseert het college met betrekking tot de vaststelling van de
                            loonwaarde van een persoon.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt de dag na bekendmaking in werking. De
                            verordening loonkostensubsidie Participatiewet Doetinchem uit 2015 wordt
                            gelijktijdig ingetrokken. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening loonkostensubsidie
                            Participatiewet gemeente Doetinchem 2016. </al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergaderingvan 15 april 2016,</ondertekening><ondertekening>locogriffier vicevoorzitter</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Bijlage bij artikel 2 - wijze waarop loonwaarde wordt vastgesteld</titel></kop><al>Het college maakt gebruik van de loonwaardemethode Loonbalans van CompetenSYS.
                    Deze methode wordt gehanteerd om de loonwaarde van een persoon te bepalen. De
                    medewerkers die de methode toepassen zijn gecertificeerd.</al><al>Hierna volgt een korte beschrijving van deze methode.</al><al>Loonbalans is door het ministerie erkend en de methodiek vertaalt een
                    verminderde arbeidsprestatie van een medewerker naar een betrouwbare loonwaarde.
                    Het instrument is gevalideerd door het AKC (Arbeidsdeskundig Kenniscentrum, de
                    Nederlandse vereniging van arbeidsdeskundigen). Uit deze validatie is gebleken
                    dat de meting tot een valide en eenduidige loonwaardebepaling leidt. De
                    loonwaarde meting voldoet ook aan de eisen die gesteld zijn in de
                    Participatiewet en de daarop gebaseerde ministeriele regelingen. De loonwaarde
                    meting vindt op een efficiënte wijze plaats en de werkgever wordt nauw betrokken
                    bij de totstandkoming van de te bepalen loonwaarde. </al><al>De loonwaardemeting geeft een betrouwbare en onafhankelijke beoordeling over de
                    hoogte van de loonkostensubsidie. De uitspraak over de loonwaarde geeft een goed
                    beeld over het tempo, kwaliteit en inzetbaarheid van de persoon met een
                    verminderde loonwaarde in vergelijking met een regulier, volledig inzetbare
                    collega. </al></bijlage><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Deze verordening geeft uitvoering aan artikel 6, tweede lid, van de
                    Participatiewet. Overeenkomstig deze bepaling dient de gemeenteraad bij
                    verordening regels vast te stellen over de doelgroep loonkostensubsidie en de
                    loonwaarde. De regels dienen in ieder geval te bepalen:</al><lijst><li nr="-"><al>de wijze waarop wordt vastgesteld wie tot de doelgroep
                            loonkostensubsidie behoort, en</al></li><li nr="-"><al>de wijze waarop de loonwaarde wordt vastgesteld.</al></li></lijst><al>Het college kan op verzoek of ambtshalve vaststellen wie tot de doelgroep
                    loonkostensubsidie behoort (artikel 10c van de Participatiewet). Personen zoals
                    bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet die
                    mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben en van wie is vastgesteld dat zij
                    met voltijdse arbeid niet in staat zijn tot het verdienen van het wettelijk
                    minimum-loon, behoren tot de doelgroep loonkostensubsidie (artikel 6, eerste
                    lid, onderdeel e, van de Participatiewet).</al><al>Heeft het college vastgesteld dat een persoon behoort tot de doelgroep
                    loonkostensubsidie en is een werkgever voornemens met die persoon een
                    dienstbetrekking aan te gaan, dan stelt het college in beginsel de loonwaarde
                    van die persoon vast (artikel 10d, eerste lid, van de Participatiewet). Hiervoor
                    is geen aanvraag vereist. De vastgestelde loonwaarde legt het college vast in
                    een beschikking waartegen zowel de betrokken persoon als diens (potentiële)
                    werkgever bezwaar en beroep kunnen instellen. </al><al>De loonwaarde is een vastgesteld percentage van het rechtens geldende loon voor
                    de door een persoon - die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie -
                    verrichte arbeid in een functie naar evenredigheid van de arbeidsprestatie in
                    die functie van een gemiddelde werknemer met een soortgelijke opleiding en
                    ervaring, die niet tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort (artikel 6,
                    eerste lid, onderdeel g, van de Participatiewet).</al><al>In deze verordening gaat het om een andere vorm van loonkostensubsidie dan de
                    loonkostensubsidie duurzame uitstroom zoals omschreven in de
                    re-integratieverordening Participatiewet. De loon-kostensubsidie zoals
                    beschreven in deze verordening kan uitsluitend worden ingezet als de persoon in
                    kwestie behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, als bedoeld in artikel 6,
                    eerste lid, onderdeel e, van de Participatiewet: mensen met een
                    arbeidsbeperking. Deze nieuwe vorm van loonkostensubsidie is niet per definitie
                    tijdelijk, maar kan indien nodig voor een langere periode worden ingezet. Met
                    dit instrument compenseert de gemeente werkgevers voor de verminderde
                    productiviteit van de werknemer (zie Kamerstukken II 2013/14, 33 161, nr. 107,
                    blz. 60).</al><al>Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet, Algemene wet
                    bestuursrecht (hierna: Awb) of de Gemeentewet zijn vanzelfsprekend ook van
                    toepassing op deze verordening. Hiervan zijn in deze verordening daarom geen
                    begripsomschrijvingen opgenomen. Voor de duidelijkheid is een aantal belangrijke
                    wettelijke definities hieronder weergegeven.</al><lijst><li nr="-"><al><vet>doelgroep loonkostensubsidie</vet> (artikel 6, eerste lid,
                            onderdeel e, Participatiewet): personen als bedoeld in artikel 7, eerste
                            lid, onderdeel a, van wie is vastgesteld dat zij met voltijdse arbeid
                            niet in staat zijn tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, doch
                            wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben;</al></li><li nr="-"><al><vet>loonwaarde</vet> (artikel 6, eerste lid, onderdeel g,
                            Participatiewet): vastgesteld percentage van het rechtens geldende loon
                            voor de door een persoon, die tot de doelgroep loonkostensubsidie
                            behoort, verrichte arbeid in een functie naar evenredigheid van de
                            arbeidsprestatie in die functie van een gemiddelde werknemer met een
                            soortgelijke opleiding en ervaring, die niet tot de doelgroep
                            loonkostensubsidie behoort;</al></li><li nr="-"><al><vet>dienstbetrekking</vet> (artikel 6, eerste lid, onderdeel f
                            Participatiewet): een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke
                            dienstbetrekking.</al></li></lijst></nota-toelichting><nota-toelichting><kop><titel>Artikelsgewijze toelichting</titel></kop><al>Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven worden hieronder
                    behandeld.</al><al><vet>Artikel 1. Vaststelling wie tot doelgroep loonkostensubsidie
                    behoort</vet></al><al>In artikel 10c van de Participatiewet is geregeld wanneer wordt vastgesteld of
                    een persoon tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort: op schriftelijke
                    aanvraag of ambtshalve. Ambtshalve vaststelling is alleen mogelijk bij:</al><lijst><li nr="-"><al>personen die algemene bijstand ontvangen;</al></li><li nr="-"><al>personen als bedoeld in artikel 34a, vijfde lid, onderdelen b en c, van
                            de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (hierna: WIA), artikel 35,
                            vierde lid onderdelen b en c, van de WIA en artikel 36, derde lid,
                            onderdelen b en c, van de WIA tot het moment dat het inkomen uit arbeid
                            in dienstbetrekking gedurende twee aaneengesloten jaren ten minste het
                            minimumloon bedraagt en ten behoeve van die persoon in die twee jaren
                            geen loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d van de
                            Participatiewet is verleend;</al></li><li nr="-"><al>personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de
                            Participatiewet;</al></li><li nr="-"><al>personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening
                            oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, en</al></li><li nr="-"><al>personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening
                            oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.</al></li></lijst><al>In artikel 10c van de Participatiewet is ook bepaald dat het aan college is om
                    vast te stellen of een persoon tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort.
                    Binnen de kaders van de wet is het aan de gemeente om vast te stellen op welke
                    wijze zij bepalen of mensen tot de doelgroep loonkosten-subsidie behoren en of
                    loonkostensubsidie voor hen wordt ingezet (zie Kamerstukken II 2013/14, 33 161,
                    nr. 107, blz. 62). In artikel 1, tweede lid, is vastgelegd welke criteria
                    daarbij in acht genomen worden. Deze cumulatieve criteria zijn ontleend aan
                    artikel 6, eerste lid, onderdeel e, van de Participatiewet. Daarin is immers
                    wettelijk de doelgroep loonkostensubsidie vastgelegd.</al><al><vet>Artikel 2. Vaststelling loonwaarde</vet></al><al>In artikel 10d, eerste lid, van de Participatiewet is bepaald dat als een
                    persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie en een werkgever voornemens
                    is een dienstbetrekking aan te gaan met die persoon, het college de loonwaarde
                    van die persoon vaststelt. Hiervoor is geen aanvraag vereist. In de bijlage bij
                    artikel 2 wordt de methode die het college gebruikt om de loonwaarde van die
                    persoon te bepalen omschreven. </al><al>De vastgestelde loonwaarde legt het college vast in een beschikking waartegen
                    zowel de betrokken persoon als diens (potentiële) werkgever bezwaar en beroep
                    kunnen instellen. </al><al>Als een dienstbetrekking tot stand komt, verleent het college loonkostensubsidie
                    aan de werkgever met inachtneming van artikel 10d van de Participatiewet.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>