<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR402561_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Besluit van gedeputeerde staten van Utrecht van 15 maart 2016, nr. 817EED3A, houdende nadere regels op grond van de Algemene subsidieverordening provincie Utrecht (Uitvoeringsverordening subsidie Integraal Gebiedsontwikkelingsprogramma 2016–2019 provincie Utrecht)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Provincie">Utrecht</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-08-02</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Utrecht</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/prb-2016-1888.html">Provinciaal blad, 2016, 1888</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Uitvoeringsverordening subsidie Integraal Gebiedsontwikkelingsprogramma 2016–2019 provincie Utrecht</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene subsidieverordening provincie Utrecht, art. 4</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene subsidieverordening provincie Utrecht, art. 6</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene subsidieverordening provincie Utrecht, art. 38</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanProvincie">gedeputeerde staten</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-03-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-04-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>817EED3A</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>subsidies, ruimtelijke ordening</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Algemene subsidieverordening provincie Utrecht, art. 4</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Besluit van gedeputeerde staten van Utrecht van 15 maart 2016, nr. 817EED3A, houdende nadere regels op grond van de Algemene subsidieverordening provincie Utrecht (Uitvoeringsverordening subsidie Integraal Gebiedsontwikkelingsprogramma 2016–2019 provincie Utrecht)
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>Besluit van gedeputeerde staten van Utrecht van 15 maart 2016, nr. 817EED3A, houdende nadere regels op grond van de Algemene subsidieverordening provincie Utrecht (Uitvoeringsverordening subsidie Integraal Gebiedsontwikkelingsprogramma 2016–2019 provincie Utrecht)</al>
          <al>Gedeputeerde staten van Utrecht;</al>
          <al>Gelet op de artikelen 4, 6 en 38 van de Algemene subsidieverordening provincie Utrecht;</al>
          <al>Overwegende dat het Integraal Gebiedsontwikkelingsprogramma (IGP) zich richt op het stimuleren en realiseren van een integrale aanpak van gebiedsontwikkeling in gebieden waar meerdere grote provinciale beleidsdoelen aan de orde zijn. Bij deze gebiedsontwikkelingen dreigt, door de complexiteit en grote aantal belangen, versnippering en een onvoldoende afgestemde aanpak en inzet van middelen. Door gerichte inzet van middelen (financiën, bestuurskracht en kennis) vanuit het IGP worden de integraliteit en realisatiekans versterkt. Het is daarmee stimulerend en ondersteunend voor de inzet van provinciale middelen en capaciteit in het hele fysieke domein vanuit verschillende beleidsvelden;</al>
          <al>Besluiten de volgende uitvoeringsverordening vast te stellen:</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <artikel>
          <kop>
            <titel>Artikel 1 Begripsbepalingen</titel>
          </kop>
          <al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al> Asv: Algemene subsidieverordening provincie Utrecht;</al></li>
            <li nr="b."><al> IGP: Integraal Gebiedsontwikkelingsprogramma 2012–2019, zoals vastgesteld door provinciale staten op 2 juli 2012;</al></li>
            <li nr="c."><al> integrale gebiedsontwikkeling: het realiseren van meervoudige doelen en ambities waarbij een ruimtelijk afgebakend gebied het integrerend kader vormt. Het gaat om transitie en reallocatie van functies, dan wel om een (sterke) aanpassing van functies aan veranderende fysieke omstandigheden waardoor meerdere grote provinciale beleidsdoelen worden gerealiseerd;</al></li>
            <li nr="d."><al> realisatieplan: document waarin de gebiedsontwikkeling, de realisatieprocedures van het integraal gebiedsontwikkelingsproject en de prestatieafspraken van partners zijn vastgelegd. Het realisatieplan strekt tot beschikbaarstelling van budget door de provincie.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <titel>Artikel 2 Criteria</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1</lidnr>
            <al> Gedeputeerde staten kunnen subsidie verstrekken ten behoeve van activiteiten voor de ontwikkeling en uitvoering van integrale gebiedsontwikkelingen in de provincie Utrecht, conform een realisatieplan dat provinciale staten hebben vastgesteld. De activiteiten voldoen aan de volgende criteria:
    </al>
            <lijst>
              <li nr="a."><al> er is sprake van een programma-overstijgend doelbereik: meervoudige doelen die geprogrammeerd zijn in meer dan één provinciaal programma of beleidsveld;</al></li>
              <li nr="b."><al> zonder inzet door de provincie Utrecht worden provinciale doelen niet gerealiseerd of krijgt het project geen voortgang;</al></li>
              <li nr="c."><al> rol en inzet van de provincie worden gedragen door de andere deelnemende partijen;</al></li>
              <li nr="d."><al> er is reëel zicht op uitvoering.</al></li>
            </lijst>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2</lidnr>
            <al> Gedeputeerde staten kunnen subsidie verstrekken ten behoeve van activiteiten ter stimulering van de voorbereiding en planvorming van een integrale gebiedsontwikkeling. Onder meer de volgende producten zijn subsidiabel: haalbaarheidsstudie, vooronderzoek, gebiedsverkenning, businesscase, werkconferentie en planvorming.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <titel>Artikel 3 Subsidieontvangers</titel>
          </kop>
          <al>Subsidie kan worden verstrekt aan:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al> privaatrechtelijke rechtspersonen;</al></li>
            <li nr="b."><al> publiekrechtelijke rechtspersonen;</al></li>
            <li nr="c."><al> maatschappelijke organisaties.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <titel>Artikel 4 Vorm</titel>
          </kop>
          <al>Subsidie kan worden verstrekt in de vorm van:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al> financiële bijdrage;</al></li>
            <li nr="b."><al> garantstelling;</al></li>
            <li nr="c."><al> een lening;</al></li>
            <li nr="d."><al> een storting in een door de provincie Utrecht of door derden op te richten fonds.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <titel>Artikel 5 Aanvraag</titel>
          </kop>
          <al>Aanvragen kunnen het gehele kalenderjaar worden ingediend.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <titel>Artikel 6 Weigeringsgronden</titel>
          </kop>
          <al>In aanvulling op artikel 10 van de Asv kan subsidie geweigerd worden als de activiteit naar het oordeel van het gedeputeerde staten niet of onvoldoende bijdraagt aan de doelen en ambities zoals geformuleerd in het IGP.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <titel>Artikel 7 Subsidieplafond</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1</lidnr>
            <al> Het subsidieplafond ten behoeve van de subsidie als bedoeld in artikel 2, eerste lid, is € 14.890.000 voor de periode 2016 tot en met 2019.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2</lidnr>
            <al> Het subsidieplafond ten behoeve van de subsidie als bedoeld in artikel 2, tweede lid, bedraagt € 1.120.000,– voor de periode 2016 tot en met 2019.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <titel>Artikel 8 Subsidieverlening</titel>
          </kop>
          <lid>
            <lidnr>1</lidnr>
            <al> Wanneer de subsidie wordt verleend in de vorm van een geldlening, wordt deze verleend onder de voorwaarde dat tussen de subsidieontvanger en het provinciebestuur een overeenkomst ter uitvoering van de subsidiebeschikking tot stand komt.</al>
          </lid>
          <lid>
            <lidnr>2</lidnr>
            <al> In de subsidiebeschikking en de overeenkomst, bedoeld in het eerste lid, wordt een regime voor betaling van rente en aflossing opgenomen.</al>
          </lid>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <titel>Artikel 9 Verplichtingen subsidieontvanger</titel>
          </kop>
          <al>De subsidieontvanger dient:</al>
          <lijst>
            <li nr="a."><al> de opgedane ervaringen en kennis op verzoek van de provincie Utrecht te delen, binnen de grenzen van het redelijke;</al></li>
            <li nr="b."><al> de provincie Utrecht toe te staan in overleg publicitair gebruik te maken van de met de activiteit behaalde resultaten.</al></li>
          </lijst>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <titel>Artikel 10 Europese regelgeving</titel>
          </kop>
          <al>Voor zover de activiteiten leiden tot voordeel voor een onderneming wordt de subsidie verstrekt met inachtneming van de Verordening (EU), nr. 1407/2013, PbEU 2013, L352/1, betreffende de-minimissteun of onder toepassing van de Algemene Groepsvrijstellingsverordening (EU), nr. 651/2014, PbEU 2014, L187.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <titel>Artikel 12 Inwerkingtreding</titel>
          </kop>
          <al>Dit besluit treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van het provinciaal blad waarin het wordt geplaatst en geldt tot en met 31 december 2019.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <titel>Artikel 13 Intrekking</titel>
          </kop>
          <al>Ingetrokken wordt: Uitvoeringsverordening subsidie Integraal Gebiedsontwikkelingsprogramma provincie Utrecht,  nummer 80E23354.</al>
        </artikel>
        <artikel>
          <kop>
            <titel>Artikel 14 Citeertitel</titel>
          </kop>
          <al>Dit besluit wordt aangehaald als: Uitvoeringsverordening subsidie Integraal Gebiedsontwikkelingsprogramma 2016–2019 provincie Utrecht.</al>
        </artikel>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering>
        
        <ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van gedeputeerde staten van Utrecht van 15 maart 2016.</ondertekening>
        <ondertekening>voorzitter,</ondertekening>
        <ondertekening>secretaris,</ondertekening>
        <ondertekening> </ondertekening>
      </regeling-sluiting>
      <nota-toelichting>
        <al>
          <vet>Toelichting</vet>
        </al>
        <al>
          <vet>Algemeen </vet>Met de Provinciale Ruimtelijke Structuurvisie 2013–2028 (PRS) wil de provincie komen tot een meer integrale aanpak van beleidsvorming en beleidsrealisatie. Deze verordening heeft betrekking op de de periode 2016–2019. Het IGP is in juli 2012 door provinciale staten vastgesteld. Jaarlijks wordt een voortgangsrapportage opgesteld, maar daarin de voortgang en de actuele lijst van gebiedsontwikkelingen met IGP-betrokkenheid.</al>
        <al>
          <vet>Artikelgewijs</vet>
        </al>
        <al>
          <vet>Artikel 1 Begripsbepalingen </vet>Een realisatieplan is een document waarin in ieder geval afspraken over de financiën zijn vastgelegd. 
In een realisatieplan wordt onder meer de maximale hoogte van de te verstrekken subsidie opgenomen.</al>
        <al>
          <vet>Artikel 2 Criteria </vet>Het eerste lid heeft betrekking op het investeringsbudget. Bij integrale gebiedsontwikkeling is vrijwel altijd sprake van een grote wederzijdse afhankelijkheid tussen partners. De daadwerkelijke inzet van IGP-middelen  voor de realisatie van een integrale gebiedsontwikkeling wordt  gebaseerd op een realisatieplan. Subsidie op grond van artikel 2, eerste  lid, kan pas aangevraagd worden nadat een realisatieplan door  provinciale staten is vastgesteld. 
Naast investeringsbudget is het ook mogelijk procesgeld uit het IGP in te zetten om belangen, doelen en budgetten bij elkaar te brengen (tweede lid). Onder meer de volgende producten zijn subsudiabel: haalbaarheidsstudie, vooronderzoek, gebiedsverkenning, businesscase, werkconferentie en planvorming.</al>
        <al>
          <vet>Artikel 3 Subsidieontvangers</vet>
Zowel rijksoverheid als gemeenten en waterschappen kunnen subsidie ontvangen. Daarnaast kunnen ook maatschappelijke organisaties subsidie aanvragen.</al>
        <al>
          <vet>Artikel 5 Aanvraag </vet>
Vanuit het oogpunt van flexibiliteit en maatwerk kunnen aanvragen gedurende het gehele kalenderjaar worden  ingediend. Hierdoor kan een bijdrage worden toegekend op het moment dat  dit het meest efficiënt is voor het project en het grootste effect  wordt bereikt. 
Omdat de wijze van ondersteuning bepaald wordt op  basis van een dialoog tussen aanvrager en provincie, kunnen  schriftelijke aanvragen enkel worden ingediend na een mondelinge intake.  Tijdens dit gesprek worden de doelstelling, het tijdspad en de te bereiken resultaten van het project besproken tussen potentiële aanvrager en de provincie Utrecht. Samen wordt bekeken in hoeverre de mogelijke aanvraag voldoet aan de criteria in artikel 2 en welke potentie een mogelijke aanvraag heeft. Na deze mondelinge intake heeft de potentiële aanvrager een helder beeld over de kansrijkheid van provinciale ondersteuning van het project, en kan desgewenst een officiële schriftelijke aanvraag indienen. Voor alle vormen van subsidie wordt per aanvraag op basis van maatwerk bekeken wat de maximale hoogte
van het bedrag wordt. 
Gedeputeerde staten beschikken op een aanvraag om subsidie binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag (artikel 9, eerste lid, Asv). Een aanvraag voor subsidie op grond van artikel 2, eerste lid, kan pas in behandeling worden genomen nadat provinciale staten een realisatieplan hebben vastgesteld. Tijdens de mondelinge intake wordt hieraan expliciet aandacht besteed.</al>
        <al>
          <vet>Artikel 7 Subsidieplafond</vet>
Voor zowel het investeringsbudget als het procesgeld is een subsidieplafond opgenomen. Er is gekozen voor  een programmabudget zonder specifieke verdeling over de verschillende  ambities of gebiedsontwikkelingen. Dit om te beschikken over maximale  flexibiliteit om in te kunnen spelen op actuele situaties en om per project maatwerk te kunnen toepassen.</al>
        <al>
          <vet> Artikel 8 Subsidieverlening</vet>
Dit artikel heeft betrekking op rentedragende lening.</al>
      </nota-toelichting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>