<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR401965_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening aansluitvoorwaarden riolering Geldrop-Mierlo 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Geldrop-Mierlo</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-24</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Geldrop-Mierlo</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad nr. 29213, 9 september 2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening aansluitvoorwaarden riolering Geldrop-Mierlo 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Algemene wet bestuursrecht, art. 3.4 tweede lid en titel 4.3</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet milieubeheer, art. 10.33</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>ruimtelijke ordening, verkeer en vervoer</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-08-31</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-09-17</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>GM2015.0342</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Riolering</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>VERORDENING AANSLUITVOORWAARDEN RIOLERING GEMEENTE
            GELDROP-MIERLO 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Geldrop-Mierlo;</al><lijst><li nr="·"><al>gelet op het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 30
                                juni 2015</al></li><li nr="·"><al>gelet op het bepaalde in artikel 149 van de Gemeentewet en
                                artikel 10.33 van de Wet milieubeheer;</al></li></lijst><al>mede gelet op het bepaalde in de Algemene Wet Bestuursrecht;</al><al>Besluit:</al><lijst><li nr="1."><al>vast te stellen de Aansluitverordening Riolering gemeente
                                Geldrop-Mierlo 2015;</al></li><li nr="2."><al>in te trekken de Aansluitverordening Riolering gemeente
                                Geldrop-Mierlo 2004:</al></li></lijst><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>I</nr></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Aansluitleiding: Het particulier riool, het aansluitpunt en de
                                    perceelaansluitleiding riool tezamen.</al></li><li nr="b."><al>Aansluitpunt:</al><lijst><li nr="1."><al>Bij gemengde en gescheiden rioolstelsels het punt,
                                            gelegen op of binnen 0,5 meter afstand van de kadastrale
                                            eigendomsgrens van het aan te sluiten perceel, waar het
                                            particulier riool op de perceelaansluitleiding wordt
                                            aangesloten. </al></li><li nr="2."><al>Bij een drukriool het punt waar het particulier riool
                                            wordt aangesloten op de pompput. Als aansluitpunt wordt
                                            ook wel het controleputje gebruikt.</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>Afvalwater: Al het water afkomstig van een perceel, met
                                    uitzondering van hemelwater en drainagewater.</al></li><li nr="d."><al>Bronneringswater: Grondwater, onttrokken ten behoeve van
                                    tijdelijke verlaging van de Grondwaterstand. </al></li><li nr="e."><al>Calamiteit: De situatie waarin een normale werking van de
                                    riolering is verstoord door verstopping of een andere
                                    oorzaak.</al></li><li nr="f."><al>Drainagewater: Grondwater, ingezameld door een ingegraven
                                    doorlatend buizensysteem.</al></li><li nr="g."><al>Drainagestelsel: Gemeentelijk leidingstelsel, bestemd voor de
                                    afvoer van overtollig grondwater, met uitzondering van de
                                    aansluitleidingen.</al></li><li nr="h."><al>Drukriool: Het openbaar riool, voor de afvoer van afvalwater,
                                    waarbij het transport door het riool plaatsvindt door middel van
                                    met pompinstallaties veroorzaakte druk.</al></li><li nr="i."><al>Gebruiker: De perceeleigenaar, de zakelijk gerechtigde van het
                                    perceel of de huurder die gebruik maakt van de aansluiting op
                                    het openbaar riool.</al></li><li nr="j."><al>Gemeente: De gemeente Geldrop-Mierlo.</al></li><li nr="k."><al>Gemengd stelsel: Het openbaar riool voor de afvoer van
                                    afvalwater, inclusief hemelwater.</al></li><li nr="l."><al>Gescheiden stelsel: Het openbaar riool met een buizenstelsel
                                    voor de afvoer van hemelwater en een buizenstelsel voor de
                                    afvoer van afvalwater.</al></li><li nr="m."><al>Openbaar riool: Het gedeelte van de riolering dat bij de
                                    gemeente in eigendom en beheer is voor inzameling en transport
                                    van afvalwater, hemelwater en drainagewater, met inbegrip van de
                                    daartoe behorende rioolgemalen, persleidingen en werken en
                                    installaties van overeenkomstige aard, met uitzondering van de
                                    aansluitleidingen.</al></li><li nr="n."><al>Omgevingsvergunning: een vergunning op grond van de Wet algemene
                                    bepalingen omgevingsrecht;</al></li><li nr="o."><al>Particulier riool: De binnen de kadastrale eigendomsgrenzen van
                                    het aan te sluiten perceel gelegen binnen, buiten- of
                                    terreinrioolleidingen tot aan het aansluitpunt. Het particulier
                                    riool wordt ook "de particuliere afvoerleiding" genoemd.</al></li><li nr="p."><al>Perceelaansluitleiding: Het riool en voorzieningen die deel
                                    uitmaken van dit riool, vanaf het openbaar riool tot en met het
                                    aansluitpunt, in beheer bij de gemeente.</al></li><li nr="q."><al>Rechthebbende:</al><lijst><li nr="1."><al>De eigenaar of zakelijk gerechtigde van het perceel ten
                                            behoeve waarvan de aansluiting op het openbaar riool
                                            wordt gerealiseerd en in stand wordt gehouden.</al></li><li nr="2."><al>De rechtverkrijgende onder algemene of bijzondere titel
                                            van de onder 1. bedoelde personen.</al></li></lijst></li><li nr="r."><al>Tarievenlijst: De door burgemeester en wethouders krachtens deze
                                    verordening vast te stellen lijst met de aanlegkosten per
                                    eenheid van een aansluitleiding.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>II</nr><titel>De vergunning.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:</nr><titel>Vergunningplicht</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder een daartoe verleende aansluitvergunning een
                                aansluiting van een particuliere afvoerleiding op het openbaar riool
                                of drainagestelsel tot stand te brengen of te wijzigen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders verlenen een aansluitvergunning alleen
                                voor het tot stand brengen en in stand houden van een aansluiting
                                tussen het particulier riool en de perceelaansluiting:</al><lijst><li nr="a."><al>voor de afvoer van afvalwater inclusief hemelwater indien
                                        ter plaatse een gemengd stelsel aanwezig is;</al></li><li nr="b."><al>voor de afvoer van afvalwater zonder hemelwater naar het
                                        daarvoor bedoelde buizenstelsel, indien ter plaatse een
                                        gescheiden stelsel aanwezig is;</al></li><li nr="c."><al>voor de afvoer van hemelwater naar het daarvoor bedoelde
                                        buizenstelsel, indien ter plaatse een gescheiden stelsel
                                        aanwezig is;</al></li><li nr="d."><al>voor de afvoer van afvalwater zonder hemelwater indien ter
                                        plaatse riolering onder over- en/of onderdruk aanwezig
                                        is;</al></li><li nr="e."><al>voor de afvoer van grondwater indien ter plaatse een
                                        drainagestelsel of een gemengd stelsel aanwezig is.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien meer dan één aansluiting van een particulier riool op het
                                openbaar riool tot stand dient te worden gebracht, alsmede wanneer
                                meer dan één aansluiting dient te worden gewijzigd, is het eerste
                                lid van dit artikel voor iedere aansluiting of wijziging
                                afzonderlijk van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In de vergunning kunnen voorschriften worden opgenomen met
                                betrekking tot:</al><lijst><li nr="a."><al>het tot stand brengen van de aansluiting;</al></li><li nr="b."><al>het onderhoud, de renovatie en de vervanging van de
                                        aansluitleiding;</al></li><li nr="c."><al>sloopwerkzaamheden op het perceel van de rechthebbende;</al></li><li nr="d."><al>de periode waarvoor de vergunning wordt verleend indien de
                                        aansluiting is bedoeld voor de afvoer van bronneringswater
                                        indien het een tijdelijke aansluiting betreft.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien de rechthebbende binnen een jaar na verlening van de
                                aansluitvergunning geen verzoek heeft gedaan de aansluiting of
                                wijziging van de aansluiting waarop de aansluitingsvergunning
                                betrekking heeft uit te voeren, kunnen burgemeester en wethouders de
                                aansluitvergunning intrekken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:</nr><titel>De vergunningaanvraag.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvraag voor een aansluitvergunning wordt schriftelijk met
                                behulp van een daartoe bestemd formulier bij burgemeester en
                                wethouders ingediend door de rechthebbende van het aan te sluiten
                                perceel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de aanvraag voor een aansluitvergunning dienen de volgende
                                gegevens door de rechthebbende te worden verstrekt:</al><lijst><li nr="a."><al>de naam en het adres van de rechthebbende;</al></li><li nr="b."><al>de dagtekening;</al></li><li nr="c."><al>de aanduiding dat het een verzoek om een aansluitvergunning
                                        betreft;</al></li><li nr="d."><al>het tijdstip waarop de aansluiting dient te worden
                                        gerealiseerd;</al></li><li nr="e."><al>de ligging van het aan te sluiten perceel aan de hand van
                                        straat en huisnummer of, indien geen huisnummer is
                                        toegekend, aan de hand van het kadastraal nummer van het
                                        betreffende perceel, en aangegeven op een situatieschets met
                                        een schaal van 1:1000 of groter;</al></li><li nr="f."><al>voor zover het lozing van bedrijfsafvalwater betreft, de
                                        aard en de hoeveelheid van de af te voeren vloeistoffen,
                                        waarbij dient te worden aangegeven of niet verontreinigd
                                        water, zoals regen- of koelwater, en/of verontreinigd water,
                                        zoals huishoudelijk of industrieel afvalwater, zal worden
                                        afgevoerd;</al></li><li nr="g."><al>voor zover het enkel lozing van huishoudelijk afvalwater
                                        betreft, of er daarnaast hemelwater zal worden
                                        afgevoerd;</al></li><li nr="h."><al>van het aan te sluiten of te wijzigen particulier riool ten
                                        minste de volgende gegevens:</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het leidingverloop en de dimensionering;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De hoogteligging en het materiaal ter plaatse van het
                                aansluitpunt;</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een duidelijk verschil in kleur of symbolen tussen de droogweer- en
                                hemelwaterafvoerleidingen;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De wijze waarop de functies van de verschillende leidingen van het
                                particulier riool ter plaatse van het aansluitpunt zullen worden
                                gemarkeerd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de gegevens bedoeld in het tweede lid van dit artikel reeds
                                zijn vastgelegd in de voor het perceel afgegeven Omgevingsvergunning
                                of een vergunning op grond van de Waterwet, kan bij de aanvraag voor
                                een aansluitvergunning voor dit perceel worden volstaan met het
                                overleggen van een kopie van de gegevens uit deze vergunning.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De aanvraag om een aansluitvergunning wordt slechts in behandeling
                                genomen nadat bij de aanvraag alle in het tweede lid van dit artikel
                                vermelde gegevens zijn verstrekt. Bij het ontbreken van gegevens
                                wordt de rechthebbende daarover geïnformeerd en in de gelegenheid
                                gesteld deze gegevens binnen vier weken na kennisgeving daarvan
                                alsnog aan te vullen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:</nr><titel>Weigering van een aansluitvergunning.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een aansluitvergunning kan slechts worden geweigerd indien
                                aansluiting van het particulier riool op het openbaar riool of
                                wijziging van die aansluiting vanwege technische, juridische of
                                milieuhygiënische redenen bezwaarlijk is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aansluiting van het particulier riool op het openbaar riool of
                                wijziging van die aansluiting is in ieder geval bezwaarlijk
                                indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de hoogteligging van het aansluitpunt (binnenonderkant buis)
                                        lager ligt dan de bovenzijde van het openbaar riool,
                                        vermeerderd met 200 mm plus de benodigde hoogte voor het
                                        afschot van de aansluitleiding;</al></li><li nr="b."><al>de bovenzijde van een lozingstoestel lager is gelegen dan
                                        150 mm boven de kruin van de straat, tenzij via een
                                        pompinstallatie voorzien van terugslagklep wordt
                                        aangesloten;</al></li><li nr="c."><al>de gevraagde aansluiting een samengevoegde voorziening
                                        betreft, terwijl een gescheiden openbaar riool aanwezig
                                        is;</al></li><li nr="d."><al>de gevraagde aansluiting een lozing voor afvalwater en / of
                                        bronneringswater betreft, waarvoor krachtens de geldende
                                        milieuwetgeving een vergunning benodigd is, maar niet is
                                        verleend, of niet aan de geldende algemene regels is
                                        voldaan;</al></li><li nr="e."><al>het openbaar riool ter plaatse van de aansluitleiding niet
                                        over voldoende capaciteit beschikt om de hoeveelheid te
                                        lozen vloeistoffen te kunnen afvoeren;</al></li><li nr="f."><al>het lozing van niet verontreinigd drainagewater
                                        betreft;</al></li><li nr="g."><al>de gevraagde aansluiting een afvoerleiding voor niet
                                        verontreinigd bronneringswater betreft, die zonder bezwaar
                                        op het oppervlaktewater kan worden aangesloten of middels
                                        retourbemaling kan worden afgevoerd;</al></li><li nr="h."><al>een Omgevingsvergunning of een vergunning op grond van de
                                        Waterwet voor het aan te sluiten perceel is geweigerd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een weigering van een aansluitvergunning is met redenen omkleed,
                                waarbij burgemeester en wethouders de nadere eisen aangeven waaraan
                                het particulier riool dient te voldoen om voor vergunningverlening
                                in aanmerking te komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:</nr><titel>Verlening van de aansluitvergunning.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders besluiten binnen 8 weken na ontvangst op
                                de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid van dit artikel houden burgemeester
                                en wethouders de beslissing omtrent een aanvraag voor een
                                aansluitvergunning aan indien er geen reden is de vergunning te
                                weigeren terwijl voor het aan te sluiten perceel nog een aanvraag
                                moet worden gedaan of in behandeling is voor vergunning op grond van
                                de Waterwet, en/of de Wet Algemene Bepalingen Omgevingsrecht (WABO),
                                en/of de wet Milieubeheer.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De rechthebbende wordt zo spoedig mogelijk van de aanhouding op de
                                hoogte gesteld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Na verlening van de in lid 2 van dit artikel bedoelde vergunningen,
                                nemen burgemeester en wethouders alsnog binnen 8 weken een besluit
                                op de aanvraag.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>lII</nr><titel>De aansluiting.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:</nr><titel>Het verzoek tot aanleg of wijziging
                                perceelaansluitleiding.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De rechthebbende aan wie ingevolge afdeling II van deze
                                    verordening een aansluitvergunning is verleend, kan de gemeente
                                    verzoeken de aansluiting of wijziging van de aansluiting waarop
                                    die vergunning betrekking heeft uit te voeren. De rechthebbende
                                    dient een daartoe strekkend schriftelijk verzoek in te dienen
                                    bij burgemeester en wethouders.</al></li><li nr="2."><al>Bij het verzoek tot aansluiting dienen in ieder geval de
                                    volgende gegevens door de rechthebbende te worden vermeld:</al><lijst><li nr="a."><al>de naam en het woonadres van de rechthebbende;</al></li><li nr="b."><al>het nummer van de aansluitvergunning;</al></li><li nr="c."><al>de door de rechthebbende gewenste datum van
                                            uitvoering.</al></li></lijst><al>Het verzoek tot aansluiting wordt slechts in behandeling genomen indien
                            deze gegevens volledig zijn vermeld.</al></li><li nr="3."><al>Indien de kosten van de aanleg van de aansluiting reeds zijn
                                    voldaan uit hoofde van een eerder door de rechthebbende met de
                                    gemeente gesloten overeenkomst, dient de rechthebbende dit naast
                                    de in het tweede lid van dit artikel bedoelde gegevens bij het
                                    verzoek tot aansluiting te vermelden.</al></li><li nr="4."><al>Zo spoedig mogelijk doch uiterlijk binnen 4 weken na de
                                    ontvangst van het verzoek stellen burgemeester en wethouders
                                    zoveel mogelijk in overleg met de rechthebbende een termijn vast
                                    voor uitvoering van de aansluiting. Bij vaststelling van het
                                    tijdstip van uitvoering wordt zoveel mogelijk rekening gehouden
                                    met het door de rechthebbende gewenste tijdstip. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7:</nr><titel>Kosten van de aansluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor de aansluiting op het openbaar riool is de rechthebbende de
                                kosten voor de eventuele aanleg van nieuw openbaar riool, het
                                aansluiten op het openbaar riool en de aanleg of wijziging van de
                                aansluitleiding aan de gemeente verschuldigd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze kosten worden op basis van een prijsopgave vooraf aan de
                                rechthebbende bekend gemaakt en bedragen de directe kosten voor de
                                uitvoering van de werken, vermeerderd met 10% ten behoeve van
                                voorbereiding en toezicht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De gemeente kan in ieder geval niet worden gehouden tot feitelijke
                                aanleg van de perceelaansluitleiding over te gaan, voordat de
                                rechthebbende zich schriftelijk akkoord heeft verklaard met de
                                kosten van de aanleg van de perceelaansluitleiding die zijn begroot
                                aan de hand van de in het eerste lid van dit artikel genoemde
                                tarievenlijst, en de over die kosten verschuldigde
                                omzetbelasting.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De kosten voor de aanleg van de perceelaansluitleiding, zoals
                                bedoeld in het tweede lid van dit artikel, kunnen niet meer in
                                rekening worden gebracht indien deze reeds op andere wijze op de
                                rechthebbende worden / zijn verhaald.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien de aanvrager verzoekt om een aansluitleiding in een gebied
                                waar afvalwater wordt verzameld en getransporteerd middels
                                drukriolering, dient er naast de aanleg van een aansluitleiding door
                                de gemeente in het openbaar gebied mogelijk een pompput met pomp te
                                worden aangelegd die het afvalwater op de drukriolering loost. Deze
                                pomp is eigendom en in beheer van de gemeente. De kosten van aanleg
                                van de pomp, pompput en drukleidingen komen voor rekening van de
                                aanvrager.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8:</nr><titel>Uitvoering aanleg of wijziging van de
                                perceelaansluitleiding.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De uitvoering van de aanleg of wijziging van de
                                perceelaansluitleiding, inclusief de aansluiting van het particulier
                                riool op de perceelaansluiting, vindt niet plaats anders dan door of
                                vanwege de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid van dit artikel, kunnen burgemeester
                                en wethouders na overleg met de rechthebbende in de
                                aansluitvergunning vastleggen dat de rechthebbende zelf de
                                aansluiting uitvoert. De rechthebbende onttrekt het aansluitpunt na
                                melding aan burgemeester en wethouders dat de aansluiting is
                                uitgevoerd, gedurende drie achtereenvolgende werkdagen niet aan het
                                zicht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De aansluiting van het particulier riool op de
                                perceelaansluitleiding vindt slechts plaats, als het aan te sluiten
                                particulier riool tot het aansluitpunt aanwezig is en voldoet aan de
                                daaraan in de Omgevingsvergunning en op grond van overige wettelijke
                                bepalingen gestelde of te stellen eisen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>IV</nr><titel>Beheer en onderhoud.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9:</nr><titel>Beheer, onderhoud, renovatie en vervanging.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het beheer en onderhoud, de renovatie dan wel de vervanging van de
                                perceelaansluitleiding en/of het aansluitpunt wordt uitgevoerd door
                                of namens de gemeente en voor rekening van de gemeente, tenzij de
                                betreffende werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd ten gevolge
                                van een onjuist gebruik van het particulier riool, in welk geval de
                                kosten voor rekening van de rechthebbende of veroorzaker komen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder onjuist gebruik van het particulier riool wordt in ieder geval
                                begrepen:</al><lijst><li nr="a."><al>het via deze aansluiting lozen van stoffen die, vanwege hun
                                        aard en samenstelling, verstoppingen in de aansluitleiding
                                        of het openbaar riool veroorzaken;</al></li><li nr="b."><al>het via deze aansluiting lozen van stoffen die, door hun
                                        aard of concentratie, de constructie van de aansluitleiding
                                        aantasten;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De kosten voor het onderhoud van het particulier riool komen voor
                                rekening van de rechthebbende, tenzij vaststaat dat de noodzaak tot
                                onderhoud is veroorzaakt door inspoeling vanuit het openbaar riool.
                                Bij aansluitingen die beneden het zogenaamde spiegelpeil van het
                                openbaar riool liggen, zijn genoemde kosten voor rekening van de
                                rechthebbende.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onder renovatie wordt tevens begrepen het aanpassen van de
                                perceelaansluitleiding ten gevolge van een wijziging van het
                                openbaar riool.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij wijziging door de gemeente van de hoogteligging van het
                                aansluitpunt dient de rechthebbende ervoor te zorgen dat het
                                particulier riool hierop kan worden aangesloten op een zodanige
                                wijze dat de afvoer vanuit het perceel ongehinderd kan
                                plaatsvinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10:</nr><titel>Calamiteiten.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij een calamiteit meldt de rechthebbende of gebruiker dit bij de
                                gemeente en treedt met haar in overleg over inzet van een
                                (ontstoppings-)bedrijf. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De keuze van het in te schakelen (ontstoppings-)bedrijf behoeft
                                goedkeuring van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het (ontstoppings-)bedrijf onderzoekt of het een verstopping of een
                                storing in het particulier riool of in de perceelaansluitleiding
                                betreft. De kosten voor dit onderzoek komen voor rekening van de
                                gemeente als het een storing betreft in de perceelaansluitleiding.
                                Indien de storing in het particulier riool aanwezig is komen de
                                kosten voor dit onderzoek voor rekening van de particulier.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien na het in lid 3 bedoelde onderzoek wordt vermoed dat sprake
                                is van een verstopping of storing in de perceelaansluitleiding of
                                van een verstopping of storing als gevolg van inspoeling vanuit het
                                gemeentelijk riool, dan verricht het (ontstoppings-)bedrijf de
                                noodzakelijke werkzaamheden. De kosten voor deze werkzaamheden komen
                                voor de gemeente. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Indien na het in lid 3 bedoelde onderzoek blijkt dat er sprake is
                                van een verstopping of storing in het particulier riool dient de
                                rechthebbende deze verstopping of storing zelf en op eigen kosten te
                                verhelpen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Indien de rechthebbende of gebruiker, zonder expliciete voorafgaande
                                toestemming van de gemeente, zelf aan een derde opdracht geeft tot
                                het verrichten van werkzaamheden, komen de daaraan verbonden kosten
                                voor rekening van die rechthebbende of gebruiker.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>V</nr><titel>Verwijdering aansluiting, sloop.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11:</nr><titel>Zorgplicht.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij sloopwerkzaamheden of andere werkzaamheden op een op het
                                openbaar riool aangesloten perceel, moeten door de rechthebbende
                                zodanige voorzieningen aan het particulier riool worden getroffen
                                dat iedere belemmering van het goed functioneren van het
                                gemeentelijk riool en de perceelaansluitleiding wordt
                                voorkomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien de rechthebbende bij sloopwerkzaamheden niet voldoet aan de
                                in het eerste lid van dit artikel omschreven zorgplicht, heeft de
                                gemeente de bevoegdheid de aansluiting op het openbaar riool af te
                                sluiten en de hieraan verbonden kosten te verhalen op de
                                rechthebbende.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien het gebruik van een aansluitleiding definitief wordt
                                beëindigd is de rechthebbende verplicht de gemeente hiervan in
                                kennis te stellen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het gebruik van een aansluitleiding definitief wordt
                                beëindigd, wordt de op de aansluitleiding betrekking hebbende
                                vergunning ingetrokken, waarna het particulier riool op kosten van
                                de rechthebbende door de gemeente wordt verwijderd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Afdeling</label><nr>VI</nr><titel>Overgangs- en slotbepalingen.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12:</nr><titel>Hardheidsclausule.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Burgemeester en wethouders kunnen van de bepalingen in deze
                                verordening afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat
                                deze regeling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid
                                van overwegende aard.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de gevallen waarin deze verordening niet voorzien beslissen
                                burgemeester en wethouders.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13:</nr><titel>Overgangsrecht.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De aanvragen tot aansluiting of wijziging van een aansluiting die
                                vóór de datum, van inwerkingtreding van deze verordening zijn
                                ingediend vallen onder de bepalingen van deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op aansluitingen die op het moment van de inwerkingtreding van deze
                                verordening krachtens de tot dan geldende wetgeving en voorschriften
                                tot stand zijn gebracht, zijn de bepalingen van afdeling IV en
                                afdeling V van deze verordening rechtstreeks van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij strijd van deze verordening met bepalingen in overeenkomsten
                                gesloten tussen de gemeente en de rechthebbende, prevaleert het
                                bepaalde in deze overeenkomsten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14:</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding.</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als “Verordening
                            aansluitvoorwaarden riolering gemeente Geldrop-Mierlo 2015” en treedt in
                            werking op de achtste dag volgend op die van haar openbare
                            bekendmaking.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad</ondertekening><ondertekening>van de gemeente Geldrop-Mierlo d.d. 31 augustus 2015,</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd.</ondertekening><ondertekening>De voorzitter, De griffier,</ondertekening><ondertekening>VERORDENING AANSLUITVOORWAARDEN RIOLERING GEMEENTE GELDROP-MIERLO
                        2015</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Inzameling en transport van afvalwater is een taak van de gemeente. Voor het
                    uitvoeren van deze taak heeft de gemeente rioolstelsels aangelegd en zorgt de
                    gemeente voor het beheer van deze stelsels.</al><al>Een aansluitverordening regelt de verhouding tussen burgers en de gemeente
                    betreffende de aansluiting op het gemeentelijk rioolstelsel. In een
                    aansluitverordening kunnen voorwaarden worden gesteld aan de wijze waarop de
                    aansluiting op het gemeenteriool wordt verkregen. Daarnaast wordt ook geregeld
                    wie verantwoordelijk is voor het beheer van de perceelaansluitleiding. Dit
                    strekt tot voordeel van alle betrokken partijen, omdat er dan duidelijkheid
                    bestaat over de verwachtingen die burgers en de gemeente van elkaar mogen
                    hebben.</al><al/><tussenkop>Opzet van de verordening</tussenkop><al>Uitgangspunt van deze verordening is dat voor een nieuwe aansluiting op het
                    openbaar riool of een wijziging van de bestaande aansluiting, een vergunning is
                    vereist. Aan het verlenen van de vergunning worden vervolgens voorwaarden
                    gesteld. Deze voorwaarden betreffen allereerst de technische eisen waaraan de
                    aansluiting moet voldoen. De technische eisen betreffen het leidingverloop, de
                    afmetingen, de hoogteligging van de aansluitleiding en het materiaal ter plaatse
                    van het aansluitpunt. Ook worden nadere voorwaarden gesteld voor het geval er
                    een gescheiden rioolstelsel is. Dat wil zeggen dat er dan een aparte aansluiting
                    voor een hemelwaterriool en een aparte aansluiting voor een vuilwaterriool
                    worden aangelegd. Hierbij dient rekening te worden gehouden met de in het
                    Bouwbesluit en Model Bouwverordening genoemde bouwtechnische eisen. Tenslotte
                    zijn er voorwaarden opgenomen over onderhoud, renovatie en vervanging van de
                    aansluiting en beëindiging van het gebruik van de aansluiting.</al><al/><al>De Verordening Aansluitvoorwaarden Riolering Gemeente Geldrop-Mierlo 2015
                    vervangt de Verordening Aansluitvoorwaarden Riolering 2004. De systematiek van
                    de verordening is gelijk gebleven.</al><al/><al>Het gemeentelijke rioolstelsel wordt op een drietal plaatsen begrensd:</al><lijst><li nr="1."><al>Het punt waar afvalwater of overtollige neerslag wordt overgenomen van
                            de houder (doorgaans daar waar het particuliere riool overgaat in
                            gemeentelijk eigendom).</al></li><li nr="2."><al>Het punt waar afvalwater of de overtollige neerslag wordt overgedragen
                            aan de beheerder van de zuiveringstechnische werken.</al></li><li nr="3."><al>Het punt waar overstortingen op het oppervlaktewater plaats vinden.</al><al/></li></lijst><al>Deze verordening heeft alleen betrekking op de begrenzing van het eerst genoemde
                    punt. Deze begrenzing, de plaats waar het particulier riool is aangesloten op de
                    perceelaansluitleiding (de uitlegger), wordt het aansluitpunt genoemd. Het
                    aansluitpunt wordt in de verordening gesitueerd op de kadastrale eigendomsgrens
                    van het aan te sluiten perceel. Burgemeester en Wethouders kunnen in de
                    aansluitvergunning in specifieke situaties een ander aansluitpunt aanwijzen. Het
                    zal daarbij gaan om het gedeelte van aansluitleiding dat in gemeentegrond ligt
                    maar waarbij het eigenlijk meer voor de hand ligt dat het tot het particulier
                    riool behoort. Bijvoorbeeld indien de gevel van het pand op of binnen 0,7 meter
                    van de eigendomsgrens ligt en er daarom een gedeelte van het particuliere riool
                    in gemeentegrond moet komen te liggen of indien de ontstoppingsput op verzoek
                    van een bedrijf in gemeentegrond ligt of het regenwaterriool en vuilwaterriool
                    niet op het particuliere perceel maar op gemeentegrond samenvoegen.</al><al/><al>De aansluitleiding bestaat dus vanaf het hoofdriool achtereenvolgens uit de
                    perceelaansluitleiding, het aansluitpunt en het particuliere riool. Het gedeelte
                    van de aansluitleiding dat ligt binnen het perceel van rechthebbende is in
                    particulier eigendom. Voor dit deel is rechthebbende verantwoordelijk. In het
                    geval het gemeentelijk deel van de aansluitleiding (perceelaansluitleiding)
                    wordt vervangen, wordt, indien daartoe aanleiding is, in overleg met
                    rechthebbende, zijn deel van de aansluitleiding (particulier riool) mede
                    vervangen.</al><al/><al>In het systeem van de verordening is een keuze gemaakt voor een verdeling van
                    het beheer van de aansluitleiding. Dit betekent dat de gemeente en de eigenaar
                    elk verantwoordelijk zijn voor het onderhoud van een deel van de
                    aansluitleiding. Het deel van de aansluitleiding vanaf de perceelsgrens wordt
                    beheerd door de gemeente, tenzij het aansluitpunt is gelegen binnen
                    gemeente-eigendom. In het laatste geval wordt vanaf het aansluitpunt de
                    aansluitleiding door gemeente beheerd.</al><al/><al>Als er bijvoorbeeld een verstopping is ontstaan in het particuliere riool, dan
                    moet de rechthebbende zelf en voor eigen rekening zorgdragen voor het verhelpen
                    van het probleem. Dit kan bijvoorbeeld door het inschakelen van een installateur
                    of ontstoppingsbedrijf. Is er een verstopping ontstaan in de
                    perceelaansluitleiding door een constructief gebrek aan het deel van de
                    aansluitleiding dat door gemeente wordt beheerd dan draagt de gemeente zorg voor
                    de reparatie. De kosten van renovatie en vervanging van de
                    perceelaansluitleiding zijn voor de gemeente. Indien onderhoud moeten worden
                    uitgevoerd als gevolg van een onjuist gebruik van het riool, dan zijn de kosten
                    voor rekening van de rechthebbende of de veroorzaker.</al><al>De aanleg van de perceelaansluitleiding geschiedt in de regel door de gemeente
                    of door een namens de gemeente in te schakelen aannemer. Deze legt de
                    perceelaansluitleiding aan voor rekening van de aanvrager van de vergunning. De
                    kosten die de aanvrager moet betalen zijn in beginsel de daadwerkelijke kosten
                    van de aanleg. Voor de eerste aansluitingen voor woningen op een gescheiden of
                    gemengd stelsel met een bepaalde diameter wordt een bijzonder tarief gehanteerd.
                    De tarieven worden vastgelegd door de gemeenteraad. </al><al/><al>De verlening van de vergunning kan door de gemeente worden geweigerd indien
                    aansluiting van het particulier riool op het openbaar riool of wijziging van die
                    aansluiting vanwege technische, juridische of milieuhygiënische redenen
                    bezwaarlijk is. In de verordening is geen uitputtende regeling opgenomen met
                    betrekking tot weigeringsgronden voor het verlenen van de vergunning. Wel zijn
                    situaties opgenomen die in ieder geval bezwaarlijk zijn voor het verlenen van
                    een vergunning. Een van deze weigeringsgronden is de aansluiting van
                    drainagewater wat in de lijn ligt van het beleid van de vierde Nota
                    waterhuishouding. Het Gemeentelijk Rioleringsplan biedt de basis voor het
                    weigeren van dit type lozingen.</al><al/><al>Als een vergunningaanvraag wordt geweigerd moet deze weigering voorzien zijn van
                    een goede motivering.</al><al/><al>De verordening is opgebouwd uit 14 artikelen, die zijn ondergebracht in zes
                    afdelingen. In afdeling I worden de begripsbepalingen gegeven. Afdeling II
                    regelt de vergunning: een omschrijving van de vergunningsplicht, de aanvraag, de
                    verlening en tot slot de gronden tot weigering.</al><al>In afdeling III komt het tot stand brengen van de aansluiting aan de orde.
                    Hierin worden het verzoek tot aanleg of wijziging, de kosten en de uitvoering
                    geregeld. Het onderhoud komt in afdeling IV aan de orde, de verwijdering en
                    sloop van de aansluiting in afdeling V. De laatste afdeling tenslotte, afdeling
                    VI, betreft de overgangs- en slot bepalingen.</al><al/><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 1</tussenkop><al>In artikel 1 worden de begripsbepalingen gegeven. Voor de uitleg van de
                    bepalingen in de aansluitverordening en de voorschriften in een
                    aansluitvergunning, gelden de definities van artikel 1. In de vorige paragraaf
                    is al stilgestaan bij de begrippen perceelaansluitleiding, particulier riool en
                    aansluitpunt. In specifieke situaties en op verzoek kan het college in de
                    aansluitvergunning bepalen dat het aansluitpunt op een andere plaats is gelegen,
                    bijvoorbeeld in gemeentegrond. Voor aanleg van het particulier riool zal eerst
                    toestemming van de gemeente verkregen moeten worden.</al><al>Artikel 1 geeft ook een omschrijving van bronneringswater en drainagewater omdat
                    ook verzoeken aan de gemeente voor (tijdelijke) lozingen van dit water onder het
                    regime van de aansluitverordening vallen.</al><al>Niet alleen de rechthebbende kan een aansluitvergunning aanvragen. Dit kan ook
                    de projectontwikkelaar of de gebruiker zijn. Indien de gebruiker de vergunning
                    aanvraagt, dient de naam en het adres van de rechthebbende in de aanvraag
                    opgenomen te worden. Hierdoor kan de rechthebbende op de hoogte van de aanvraag
                    en vergunning worden gebracht. Als rechthebbende wordt niet alleen aangemerkt de
                    (perceel)eigenaar maar ook de zakelijke gerechtigde van een aan te sluiten
                    perceel. Verder is de vereniging van eigenaren als rechthebbende aangemerkt
                    omdat bij appartementsgebouwen vaak maar één aansluitleiding aanwezig is voor
                    het gehele gebouw. De vereniging van eigenaren wordt dan de vergunninghouder
                    voor de betreffende aansluiting en zal vervolgens met de leden moeten regelen
                    hoe binnen het gebouw met verstoppingen en storingen wordt omgegaan. Dit geldt
                    ook voor de rechthebbende die zijn eigendom verhuurt. Hij dient er zelf voor te
                    zorgen dat de huurder de voorschriften van de aansluitvergunning naleeft.</al><al/><tussenkop>Artikel 2</tussenkop><al>In artikel 2 wordt bepaald dat aansluiting van een particulier riool op het
                    openbaar riool of wijziging van een dergelijke aansluiting, verboden is zonder
                    vergunning. Deze vergunningsplicht voor het verkrijgen van een aansluiting op de
                    riolering is een belangrijk uitgangspunt van de aansluitverordening. De
                    vergunning geldt niet alleen voor de rechthebbende, maar ook voor aanvragers die
                    geen rechthebbende zijn, bijvoorbeeld projectontwikkelaars, en voor
                    rechtsopvolgers onder algemene en bijzondere titel van de rechthebbende ten
                    tijde van de vergunningverlening.</al><al>In de vergunning kunnen voorschriften worden opgenomen over het particulier
                    riool zoals dat aanwezig moet zijn op het moment dat de aansluiting tot stand
                    gebracht wordt. Daarnaast is het raadzaam de voor de rechthebbende geldende
                    regels uit de verordening met betrekking tot het onderhoud, de renovatie,
                    vervanging en sloop, expliciet in de vergunning te vermelden. Zolang de
                    betreffende aansluiting bestaat, blijven deze voorschriften gelden. Bij
                    wijziging van de aansluiting moet een nieuwe vergunning worden aangevraagd.</al><al/><al>In lid 2 wordt aangegeven dat Burgemeester en Wethouders alleen
                    aansluitvergunningen verlenen voor aansluitingen die overeenstemmen met het
                    rioolstelsel ter plaatse. Dit betekent dat er bijvoorbeeld geen vergunning kan
                    worden verkregen voor de gemengde afvoer van hemelwater en het overige
                    afvalwater als ter plaatse een gescheiden stelsel ligt. Maar ook bij een gemengd
                    stelsel wordt in nieuwbouwsituaties slechts een vergunning verleend voor
                    gescheiden afvoer. Bij toekomstige vervanging van een gemengd openbaar riool
                    voor een gescheiden openbaar riool hoeven de perceelaansluitleidingen dan niet
                    meer aangepast te worden. De negatieve gevolgen van vervanging van het
                    rioolstelsel wordt op deze manier zoveel mogelijk voorkomen.</al><al/><al>Lid 3 betreft een aanvulling op lid 2. Voor elke aansluiting afzonderlijk,
                    bijvoorbeeld bij een gemengd stelsel voor de afvoer van vuilwater en de afvoer
                    van hemelwater, moet een vergunning worden aangevraagd. Bij het aansluiten van
                    een perceel op een gemengd stelsel zullen deze aansluitingen doorgaans tegelijk
                    worden gerealiseerd zodat in dat geval de voorwaarden voor aansluitingen op dat
                    perceel in één vergunning kunnen worden opgenomen.</al><al/><al>Om te voorkomen dat de gemeente aansluitvergunningen verleend voor percelen waar
                    uiteindelijk geen aansluiting tot stand wordt gebracht, kunnen Burgemeester en
                    Wethouders, indien een jaar na de vergunningverlening geen aansluiting is
                    gerealiseerd, de vergunning intrekken. Omdat net als een vergunningverlening de
                    intrekking is aan te merken als een beschikking in de zin van de Algemene wet
                    bestuursrecht, dient de rechthebbende in de gelegenheid te worden gesteld toe te
                    lichten waarom nog niet tot aansluiting is overgegaan en moet de intrekking
                    worden voorzien van een deugdelijke motivering.</al><al/><tussenkop>Artikel 3</tussenkop><al>Artikel 3 bepaalt dat de vergunning moet worden aangevraagd bij Burgemeester en
                    Wethouders. In principe kan een ieder de vergunning aanvragen, bijvoorbeeld de
                    rechthebbende, de gebruiker van het bouwwerk of de projectontwikkelaar. Indien
                    de aanvrager niet gelijk is aan de rechthebbende dient de aanvrager de naam en
                    het adres van de rechthebbende in het aanvraagformulier op te nemen. De aanvraag
                    moet worden ingediend met een daartoe bestemd formulier. Dit formulier is op te
                    vragen bij de gemeente.</al><al/><al>In het tweede lid is vastgelegd waaraan de aanvraag moet voldoen. Omdat het
                    mogelijk is dat de gevraagde gegevens die nodig zijn om een aansluiting goed tot
                    stand te brengen, al zijn vastgelegd in een bouwvergunning of een vergunning op
                    grond van de Wet milieubeheer, kan de aanvrager in dat geval volstaan met een
                    kopie van deze gegevens.</al><al>Op grond van lid 4 krijgt de aanvrager, na daarover geïnformeerd te zijn, nog
                    vier weken de tijd om de gegevens aan te vullen indien de overlegde gegevens
                    incompleet zijn. Als na het verstrijken van die periode de gegevens nog steeds
                    onvolledig zijn of opnieuw een onvolledige aanvraag wordt ingediend, kunnen
                    Burgemeester en Wethouders op basis van art. 4:5 lid 1 van de Algemene wet
                    bestuursrecht besluiten de aanvraag niet in behandeling te nemen.</al><al/><tussenkop>Artikel 4</tussenkop><al>In artikel 4 is vastgelegd op welke gronden de vergunning geweigerd kan worden.
                    In lid 1 is aangegeven dat het moet gaan om technische, juridische of
                    milieuhygiënische weigeringsgronden. In lid 2 worden voorbeelden gegeven van
                    mogelijke weigeringsgronden. De hoogteligging is bijvoorbeeld een technische
                    weigeringsgrond, de lozing van niet verontreinigd drainagewater is bijvoorbeeld
                    een milieuhygiënische grond en de verlening van andere vergunningen een
                    juridische grond. De in lid 2 genoemde weigeringsgronden zijn niet uitputtend
                    bedoeld en moeten worden gezien als ondersteuning van de motivering om een
                    vergunning te weigeren. Bij een weigering wordt altijd aangegeven aan welke
                    eisen moet worden voldaan om alsnog voor de aansluitvergunning in aanmerking te
                    komen.</al><al/><tussenkop>Artikel 5</tussenkop><al>Burgemeester en Wethouders moeten op grond van artikel 5 lid 1 binnen 8 weken
                    beslissen op de aanvraag. Dit is een termijn van orde. In geval de rechthebbende
                    voor het betreffende perceel ook nog een aanvraag voor een bouwvergunning of een
                    Wet milieubeheer vergunning heeft lopen, wordt de aanvraag voor de
                    aansluitvergunning aangehouden totdat deze vergunningen zijn verleend. Een
                    weigering deze vergunningen te verlenen, vormt een directe weigeringsgrond voor
                    de aansluitvergunning. Deze weigeringsgrond is opgenomen in artikel 4.</al><al/><tussenkop>Artikel 7</tussenkop><al>Het bedrag dat de aanvrager voor de aanleg van de perceelaansluitleiding dient
                    te betalen wordt op basis van de bij deze verordening vastgestelde tarievenlijst
                    vastgesteld. </al><al/><al>Indien al kosten voor de aansluitleiding zijn voldaan uit andere hoofde,
                    bijvoorbeeld via gronduitgifte door gemeente, worden geen kosten berekend.</al><al/><al>Omdat in sommige situaties ten behoeve van meerdere woningen of woningen met
                    verschillende eigenaren één aansluitleiding wordt aangelegd, is bepaald dat in
                    dat geval de kosten naar evenredigheid worden toegerekend.</al><al/><al>Burgemeester en wethouders zijn niet gehouden tot feitelijke uitvoering als de
                    kosten voor de aanleg niet zijn voldaan èn als de leges voor het behandelen van
                    de vergunningaanvraag niet zijn voldaan. De hoogte van de leges die de gemeente
                    hiervoor in rekening brengt, zijn vastgelegd in de legesverordening.</al><al/><tussenkop>Artikel 8</tussenkop><al>In artikel 7 wordt bepaald dat de aanleg van de perceelaansluitleiding geschiedt
                    door of vanwege de gemeente. De gemeente legt naast de perceelaansluitleiding in
                    de regel ook een gedeelte van het particulier riool aan. Dit zal meestal tot één
                    meter over de erfgrens zijn. Daarbij wordt tevens een ontstoppingsput aangelegd.
                    In sommige gevallen zal dit niet mogelijk of gewenst zijn. In dat geval wordt in
                    de aansluitvergunning een andere regeling opgenomen.</al><al/><al>Op verzoek kan het college in de aansluitvergunning vastleggen dat de aanvrager
                    of rechthebbende de perceelaansluitleiding zelf mag aanleggen. Dit gebeurt
                    slechts onder toezicht van de gemeente. Deze mogelijkheid wordt in principe
                    slechts gegeven aan bedrijven. Voor het houden van toezicht wordt door de
                    gemeente kosten berekend. De aansluiting van het particulier riool op de
                    perceelaansluitleiding wordt door de particulier zelf gerealiseerd. Om te kunnen
                    controleren of deze aansluiting deugdelijk tot stand is gebracht, moet de
                    rechthebbende melden dat hij de aansluiting heeft uitgevoerd, waarna het
                    aansluitpunt nog drie werkdagen in het zicht moet blijven. In de
                    aansluitvergunning kunnen hiervoor nadere bepalingen worden opgenomen.</al><al/><tussenkop>Artikel 9</tussenkop><al>Artikel 9 geeft nadere regels over het beheer, onderhoud, de renovatie en
                    vervanging. De gemeente verricht op haar eigen kosten de onderhouds- en
                    herstelwerkzaamheden aan de perceelaansluitleiding, tenzij het aannemelijk is
                    dat de betreffende onderhouds- of herstelwerkzaamheden moeten worden uitgevoerd
                    ten gevolge van een onjuist gebruik van de aansluitleiding door de rechthebbende
                    of de gebruiker. In dat geval komen de kosten voor rekening van de
                    rechthebbende. De rechthebbende moet zorgen dat de door hem gebruikte
                    aansluiting vrij blijft van aanslag, slib, en dergelijke, waardoor op den duur
                    de leiding verstopt kan raken. De rechthebbende is zelf verantwoordelijk voor
                    het beheer en onderhoud van het particuliere riool, tenzij aannemelijk is dat de
                    noodzaak tot onderhoud is veroorzaakt door een constructief gebrek aan de
                    perceelaansluitleiding.</al><al/><tussenkop>Artikel 10</tussenkop><al>Artikel 10 geeft nadere regels over het handelen bij calamiteiten. In geval van
                    een calamiteit is de normale werking van de riolering is verstoord door
                    verstopping of een andere oorzaak. Bij een calamiteit in het particuliere riool
                    meldt de rechthebbende of gebruiker dit bij de afdeling Ruimte, of het
                    (ontstoppings-)bedrijf dat hiervoor door de gemeente Geldrop-Mierlo is
                    aangewezen. Het (ontstoppings-)bedrijf graaft de controleput open en lokaliseert
                    de plaats van de verstopping of storing. Als deze plaats in de
                    perceelaansluitleiding is gelegen of indien de calamiteit wordt veroorzaakt door
                    inspoeling vanuit het openbaar riool dan zijn de kosten voor onderzoek en
                    herstel voor rekening van de gemeente. In alle andere gevallen komen de kosten
                    voor onderzoek en herstel voor rekening van de rechthebbende of gebruiker, die
                    dan zelf kan bepalen hoe de calamiteit wordt opgelost.</al><al/><tussenkop>Artikel 11</tussenkop><al>In artikel 11 zijn bepalingen opgenomen over de zorg die betracht moet worden
                    bij werkzaamheden die schade kunnen veroorzaken aan het openbaar riool. De
                    zorgplicht geldt zowel in het geval er sloop- of andere werkzaamheden worden
                    uitgevoerd met een vergunning, als voor werkzaamheden die zonder vergunning
                    worden uitgevoerd. Indien de rechthebbende deze zorgplicht niet in acht neemt,
                    kan de gemeente uit het oogpunt van het voorkomen van schade aan het
                    gemeentelijk riool overgaan tot het afsluiten van de aansluiting op het
                    gemeentelijk riool. Tenzij de ernst van de situatie dit niet toelaat, zal de
                    gemeente de rechthebbende vooraf wijzen op het niet naleven van de zorgplicht.
                    Hiermee kan worden voorkomen dat er onnodige kosten worden gemaakt, In het derde
                    lid is bepaald dat de rechthebbende verplicht is de definitieve beëindiging van
                    het gebruik van een aansluitleiding aan de gemeente te melden. De gemeente kan
                    de aansluitvergunning dan intrekken en de leiding kan worden verwijderd.</al><al/><tussenkop>Artikel 12</tussenkop><al>Het is niet mogelijk om met de regels van de verordening in alle mogelijke
                    situaties te voorzien. Om te voorkomen dat toepassing van de bepalingen over het
                    verlenen van de aansluitvergunning in een concreet geval zou leiden tot een
                    beslissing in strijd met de redelijkheid en billijkheid, is in artikel 6 een
                    hardheidsclausule opgenomen.</al><al/><tussenkop>Artikel 13</tussenkop><al>Omdat met het van kracht worden van de aansluitverordening juridisch een nieuwe
                    situatie ontstaat, zijn in artikel 12 een aantal overgangsbepalingen
                    opgenomen.</al><al/><al>Aanvragen tot aansluiting of wijziging van een aansluiting die na de
                    inwerkingtreding van de verordening nog in behandeling moeten worden genomen,
                    worden behandeld volgens de regeling in de verordening. In lid 2 zijn op alle al
                    bestaande aansluitingen de bepalingen met betrekking tot het beheer en onderhoud
                    en de zorgplicht bij verwijdering en sloop uit deze verordening van toepassing
                    verklaard. Uiteraard mag deze toepassing geen strijd opleveren met de algemene
                    beginselen van behoorlijk bestuur. Bij wijziging van een bestaande aansluiting
                    bestaat uiteraard de plicht om daarvoor een aansluitvergunning te
                    verkrijgen.</al><al/><al>Omdat het denkbaar is dat voor het tot stand brengen van rioolaansluitingen in
                    het verleden met perceeleigenaren overeenkomsten zijn gesloten waarin afspraken
                    zijn gemaakt die strijd opleveren met de aansluitverordening, is in lid 3
                    vastgelegd dat in dergelijke situaties de bepalingen van de overeenkomst
                    prevaleren. Het zou immers in strijd zijn met het rechtszekerheidsbeginsel als
                    deze afspraken zomaar opzij kunnen worden gezet.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>