<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR401590_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Loonkostensubsidie Participatiewet gemeente Gooise Meren            2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Gooise Meren</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-04-20</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Gooise Meren</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Loonkostensubsidie Gooise Meren 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 6, tweede lid, van de Participatiewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-03-23</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-04-02</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-04-20</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>9348</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Loonkostensubsidie Participatiewet gemeente Gooise Meren
            2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>De gemeenteraad Gooise Meren</vet></al><al>Gelezen het voorstel van 9348, </al><al>Gelet op artikel 6, tweede lid, van de Participatiewet;</al><al><vet>b e s l u i t :</vet></al><al>vast te stellen de volgende: </al><al>Verordening Loonkostensubsidie Participatiewet gemeente Gooise Meren
                        2016</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al><cursief>doelgroep loonkostensubsidie (artikel 6, eerste lid,
                                    onderdeel e, Participatiewet)</cursief>: personen als bedoeld in
                                artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van wie is vastgesteld dat zij
                                met voltijdse arbeid niet in staat zijn tot het verdienen van het
                                wettelijk minimumloon, maar wel mogelijkheden tot
                                arbeidsparticipatie hebben;</al></li><li nr="b."><al><cursief>loonwaarde</cursief> (artikel 6, eerste lid, onderdeel g,
                                Participatiewet): vastgesteld percentage van het rechtens geldende
                                loon voor de door een persoon, die tot de doelgroep
                                loonkostensubsidie behoort, verrichte arbeid in een functie naar
                                evenredigheid van de arbeidsprestatie in die functie van een
                                gemiddelde werknemer met een soortgelijke opleiding en ervaring, die
                                niet tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort;</al></li><li nr="c."><al><cursief>dienstbetrekking (artikel 6, eerste lid, onderdeel f,
                                    Participatiewet)</cursief>: een privaatrechtelijke of
                                publiekrechtelijke dienstbetrekking. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Vaststelling wie tot doelgroep loonkostensubsidie behoort</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt vast of een persoon behoort tot de doelgroep
                            loonkostensubsidie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hierbij neemt het college de volgende criteria in acht:</al><lijst><li nr="a."><al>een persoon moet behoren tot de doelgroep zoals omschreven in
                                    artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet;</al></li><li nr="b."><al>die persoon is niet in staat met voltijdse arbeid het wettelijk
                                    minimumloon te verdienen, en</al></li><li nr="c."><al>die persoon heeft mogelijkheden tot arbeidsparticipatie.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan advies inwinnen bij het Uitvoeringsinstituut
                            werknemersverzekeringen (UWV) of de door het college voorgedragen
                            personen tot de doelgroep loonkostensubsidie behoren. Het UWV neemt
                            daarbij in ieder geval de in het tweede lid benoemde criteria in
                            acht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Vaststelling loonwaarde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college maakt gebruik van een gevalideerde loonwaardemethodiek.
                        </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De loonwaardemethodiek levert per situatie een objectieve beoordeling op
                            over de hoogte van de loonkostensubsidie. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De loonwaarde wordt bepaald aan de hand van het inkomen dat door een
                            werkgever wordt betaald, afgezet tegen de prestatiemogelijkheid van de
                            belanghebbende om een arbeidsprestatie te leveren.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college bepaalt de hoogte en de duur van de loonkostensubsidie nadat
                            de loonwaarde is vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De loonkostensubsidie wordt uitgekeerd aan de werkgever en bedraagt
                            maximaal 70% van het wettelijk minimumloon.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De loonkostensubsidie wordt verstrekt gedurende de arbeidsperiode van de
                            belanghebbende of zo veel korter als door het college redelijk wordt
                            geacht.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>In opdracht van het college kan het Uitvoeringsinstituut
                            werknemersverzekeringen (UWV) of Dariuz Works Loonwaardemeting het
                            college adviseren met betrekking tot de vaststelling van de loonwaarde
                            van een persoon. Het UWV en/of Dariuz neemt daarbij de in de toelichting
                            omschreven methode in acht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Beleid</titel></kop><al>Het college stelt in beleidsregels aanvullende bepalingen vast met
                        betrekking tot de uitvoering van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Situaties waarin deze verordening niet voorziet</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere individuele gevallen ten gunste van de
                        belanghebbende afwijken van de bepalingen in deze verordening als toepassing
                        van deze verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>De verordening wordt aangehaald als Verordening Loonkostensubsidie
                        Participatiewet Gooise Meren 2016.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking één dag na publicatie </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met ingang van de inwerkingtreding van de Verordening Loonkostensubsidie
                            Participatiewet Gooise Meren 2016 wordt de Verordening
                            Loonkostensubsidie Participatiewet gemeenten Naarden, Muiden en Bussum
                            2015 ingetrokken.</al></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van de gemeente Gooise
                        Meren, gehouden op datum.</al></slotformulering><ondertekening>de griffier</ondertekening><ondertekening>de voorzitter</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><titel>Bijlage bij de Verordening Loonkostensubsidie Gooise Meren 2016</titel></kop><al>De wijze waarop de loonwaarde wordt vastgesteld.</al><al>Het doel van de Participatiewet is om het arbeidsvermogen van mensen met een
                    afstand tot de arbeidsmarkt optimaal te benutten. Uitgangspunt hierbij is dat
                    dit zoveel mogelijk op de reguliere arbeidsmarkt gebeurd. Dit past ook bij de
                    uitgangspunten van Naarden, Muiden en Gooise Meren.</al><al>Om werkgevers te kunnen compenseren voor het verlies aan productiviteit
                    (loonwaarde /economische waarde ) van een werknemer met een arbeidsbeperking
                    wordt de loonkostensubsidie systematiek geïntroduceerd. Daarbij wordt het
                    arbeidsverrnogen van een belanghebbende vastgesteld. Dit wordt vertaald in
                    loonwaarde. </al><al>De werkgever wordt door middel van een loonkostensubsidie gecompenseerd voor het
                    verschil tussen de vastgestelde loonwaarde en het bruto wettelijk minimumloon.
                    Daarnaast stelt de raad of de werkgever een vergoeding kan krijgen voor de extra
                    kosten die hij maakt omdat hij een werknemer met arbeidsbeperkingen in dienst
                    heeft genomen. </al><al>In deze bijlage bij de Verordening Loonkostensubsidie Gooise Meren 2016 wordt
                    beschreven welke methode wordt gebruikt om de loonwaarde vast te stellen van een
                    belanghebbende voor wie het college van plan is om loonkostensubsidie toe te
                    kennen. De gemeente Gooise Meren heeft gekozen voor de AMSL methode van het UWV
                    en/of de methode van Dariuz.. </al><al>De raad heeft bij het stellen van de kaders voor de vaststelling van de
                    loonwaarde geen volledige beleidsvrijheid. De gekozen methode moet voldoen aan
                    de eisen van de wet, het Ontwerpbesluit loonkostensubsidie Participatiewet en de
                    Ministeriele Regeling die een nadere invulling geeft van de minimumeisen. De
                    gekozen methoden voldoet aan deze minimumeisen.</al><al>Dit betekent dat de loonwaardebepaling plaatsvindt op de werkplek, dat wil
                    zeggen de werkplek waar belanghebbende zijn werkzaamheden en functie uitvoert.
                    De werkgever heeft inbreng bij de loonwaardebepaling bij zowel het beschrijven
                    van de functie-eisen en zwaarte, als bij het functioneren en presteren van de
                    werknemer.</al><al>De loonwaardebepaling vindt plaats op basis van een beschreven objectieve
                    methode. Dat de AMSL methode van het UWV en/of de methode van Dariuz Works
                    Loonwaardemeting hieraan voldoen blijkt uit het feit dat er sprake is van een
                    gevalideerde methode . Dit betekent dat er gewerkt wordt met geharmoniseerde
                    termen en wordt voldaan aan de minimumeisen die door de Werkkamer worden
                    gesteld. Tenslotte wordt de vaststelling uitgevoerd door een
                    (arbeids)deskundige. Er wordt alleen gewerkt met gecertificeerde
                    deskundigen.</al><al>De loonwaarde bepaling vindt plaats aan de hand van vijf bestanddelen: reguliere
                    normfunctie, kwaliteit, tempo en inzetbaarheid en additionele kosten. Hierbij
                    gelden de volgende definities:</al><al>Reguliere normfunctie: de functie die qua samenstelling van de werkzaamheden het
                    dichtst tegen de feitelijk uitgevoerde werkzaamheden van de werknemer aan ligt.
                    Uitgangspunt hierbij is de functie zoals de werknemer deze uitvoert.</al><al>Kwaliteit: het (gemiddeld) aantal geproduceerde eenheden dat direct bruikbaar
                    is, omdat ze voldoen aan de gestelde kwaliteit, over een relevante periode, in
                    vergelijking met het gangbare aantal geproduceerde eenheden dat direct bruikbaar
                    is, omdat ze voldoen aan de gestelde kwaliteit, over een relevante periode.</al><al>Tempo: het (gemiddeld) aantal geproduceerde eenheden/diensten per uur, over een
                    relevante periode, in vergelijking met het gangbare aantal geproduceerde
                    eenheden/diensten per uur, over een relevante periode.</al><al>Inzetbaarheid: productieve tijd die direct gerelateerd is aan de mogelijkheden
                    van de werknemer (denk aan extra wachten bij begeleidingstijd, instructietijd,
                    controletijd, langere omsteltijd).</al><al>Het gaat om de voorspelbaarheid van de netto productietijd van de
                    werknemer.</al><al>Additionele kosten: additionele kosten zijn de extra kosten die de werkgever
                    maakt om de werknemer met beperkingen te kunnen laten functioneren en de
                    vastgestelde arbeidsprestatie structureel te laten realiseren.</al><al>Bij de loonwaardevaststelling worden de volgende stappen onderscheiden:</al><al>Stap 1: inventarisatie van de feitelijk uitgeoefende hoofdtaken in de feitelijke
                    functie-uitoefening door de persoon (maximaal vijf hoofdtaken).</al><al>Stap 2: vaststellen van de normfunctie op basis van de feitelijk uitgeoefende
                    hoofdtaken.</al><al>Stap 3: vaststellen van de bij de normfunctie behorende loonwaarde en waarden
                    voor Tempo, Kwaliteit en Inzetbaarheid voor de hoofdtaken.</al><al>Stap 4: beschrijven hoe de werknemer in de praktijk functioneert in de functie
                    op de werkplek, beschreven in termen van Tempo, Kwaliteit, Inzetbaarheid per
                    hoofdtaak. Beschrijven van eventuele bijzondere omstandigheden bij de
                    functieuitoefening.</al><al>Stap 5: vaststellen van de prestatie van de werknemer, afgezet tegen de
                    normfunctie in termen van Tempo, Kwaliteit, Inzetbaarheid op de hoofdtaken.</al><al>Stap 6: vaststellen van de werkelijke additionele kosten, waar aan de orde
                    uitgesplitst naar eenmalige kosten en structurele kosten.</al><al>Stap 7: integraal vertalen naar een totale arbeidsprestatiewaarde via berekening
                    per taak en daarna voor de totale functieprestatie uitgedrukt in een percentage
                    van de prestatie van de normfunctie.</al><al>Stap 8: indien er bij de loonwaardebepaling zaken opgevallen zijn die de huidige
                    arbeidsprestatie (nadelig) beïnvloeden en die op basis van een advies aangepast
                    kunnen worden, dan kunnen hierover adviezen aan de werkgever gegeven worden. Dit
                    staat echter los van de prestatiebepaling en loonwaardebepaling op dat
                    moment.</al><al>De methoden van UWV en Dariuz die de hiervoor beschreven werkwijze en
                    terminologie gebruiken, voldoen daarmee aan de minimumeisen die door de wet en
                    lagere regelgeving zijn vastgesteld.</al></bijlage><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><al>De loonkostensubsidie zoals beschreven in deze verordening kan uitsluitend
                    worden ingezet voor personen die tot de doelgroep behoren. Het gaat om mensen
                    met een arbeidsbeperking. </al><al>In de Participatiewet is invulling gegeven aan de begrippen ‘doelgroep’ en
                    ’loonwaarde’ </al><al>In deze verordening worden regels vastgesteld over:</al><lijst><li nr="-"><al>de wijze waarop wordt vastgesteld wie tot de doelgroep
                            loonkostensubsidie behoort, en</al></li><li nr="-"><al>de wijze waarop de loonwaarde wordt vastgesteld.</al></li></lijst><al>Met de in de Regio Gooi &amp; Vechtstreek samenwerkende gemeenten is naar
                    afstemming gezocht bij de invulling van de hierboven genoemde vereisten. </al><al>Het college stelt ambtshalve of na advies van het Uitvoeringsinstituut
                    werknemersverzekeringen vast wie tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort
                    (artikel 10c van de Participatiewet). </al><al-groep><al>Heeft het college vastgesteld dat een persoon behoort tot de doelgroep
                        loonkostensubsidie en is een werkgever van plan met die persoon een
                        dienstbetrekking aan te gaan, dan stelt het college in beginsel de
                        loonwaarde van die persoon vast (artikel 10d, eerste lid, van de
                        Participatiewet). Hiervoor is geen aanvraag vereist. </al><al>De vastgestelde loonwaarde legt het college vast in een beschikking
                        waartegen zowel de betrokken persoon als diens (potentiële) werkgever
                        bezwaar en beroep kunnen instellen. </al></al-groep><al>De loonwaarde is een vastgesteld percentage van het rechtens geldende loon voor
                    de door een persoon - die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie -
                    verrichte arbeid in een functie naar evenredigheid van de arbeidsprestatie in
                    die functie van een gemiddelde werknemer met een soortgelijke opleiding en
                    ervaring, die niet tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort (artikel 6,
                    eerste lid, onderdeel g, van de Participatiewet).</al><al>Deze nieuwe vorm van loonkostensubsidie kan indien nodig voor een langere
                    periode worden ingezet. Met dit instrument compenseert de gemeente werkgevers
                    voor de verminderde productiviteit van de werknemer. </al><al>Alleen de bepalingen die om een nadere toelichting vragen worden hier behandeld. </al><al>Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet, de IOAW, de IOAZ, de
                    Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) of de Gemeentewet worden niet
                    afzonderlijk gedefinieerd in deze verordening. </al><tussenkop>Artikel 2. Vaststelling wie tot doelgroep loonkostensubsidie
                    behoort</tussenkop><al-groep><al>In artikel 10c van de Participatiewet is bepaald dat het aan college is om
                        vast te stellen of een persoon tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort.
                        Binnen de kaders van de wet is het aan de gemeente om vast te stellen op
                        welke wijze zij bepaalt of mensen tot de doelgroep loonkostensubsidie
                        behoren en of loonkostensubsidie voor hen wordt ingezet.</al><al>In artikel 2, tweede lid, is vastgelegd welke criteria daarbij in acht
                        moeten worden genomen. </al></al-groep><al>In artikel 10c van de Participatiewet is verder geregeld op welke wijze wordt
                    vastgesteld of een persoon tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort: op
                    schriftelijke aanvraag of ambtshalve. </al><al>Ambtshalve vaststelling is alleen mogelijk bij:</al><lijst><li nr="a."><al>personen die algemene bijstand ontvangen;</al></li><li nr="b."><al>personen als bedoeld in artikel 34a, vijfde lid, onderdelen b en c, van
                            de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (hierna: WIA), artikel 35,
                            vierde lid onderdelen b en c, van de WIA en artikel 36, derde lid,
                            onderdelen b en c, van de WIA tot het moment dat het inkomen uit arbeid
                            in dienstbetrekking gedurende twee aaneengesloten jaren ten minste het
                            minimumloon bedraagt en ten behoeve van die persoon in die twee jaren
                            geen loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d van de
                            Participatiewet is verleend;</al></li><li nr="c."><al>personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de
                            Participatiewet;</al></li><li nr="d."><al>personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening
                            oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW),
                            en</al></li><li nr="e."><al>personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening
                            oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen
                            (IOAZ).</al></li></lijst><al>Bij de vaststelling of iemand tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort kan
                    het college zich laten adviseren door het Uitvoeringsinstituut
                    werknemersverzekeringen (UWV).</al><tussenkop>Artikel 3. Vaststelling loonwaarde</tussenkop><al-groep><al>In artikel 10d, eerste lid, van de Participatiewet is bepaald dat als een
                        persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie en een werkgever
                        voornemens is een dienstbetrekking aan te gaan met die persoon, het college
                        de loonwaarde van die persoon vaststelt. Hiervoor is geen aanvraag vereist. </al><al>In opdracht van het college kan het UWV om advies worden gevraagd bij het
                        vaststellen van de loonwaarde. Maar het is ook mogelijk om Dariuz Works
                        Loonwaardemeting te gebruiken.</al><al>De vastgestelde loonwaarde legt het college vast in een beschikking
                        waartegen zowel de betrokken persoon als diens (potentiële) werkgever
                        bezwaar en beroep kunnen instellen. </al></al-groep><al>In de bijlage bij dit artikel wordt de methode die het college gebruikt om de
                    loonwaarde van die persoon te bepalen omschreven. </al><tussenkop>Artikel 4. Beleid en financiën</tussenkop><al>De rapportage van het college aan de gemeenteraad vormt in beginsel onderdeel
                    van de gemeentelijke informatie- en verantwoordingscyclus. Zo nodig kan het
                    college besluiten aanvullende rapportages op te stellen.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>