<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.92--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR401508_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden en fractieassistenten 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Geldrop-Mierlo</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-01-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Geldrop-Mierlo</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Middenstandsbelangen, 30 december 2015</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden en fractieassistenten 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art 95</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art 96 lid 1 en 2</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 97</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, 147</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Rechtspositiebesluit wethouders, art. 22 lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Rechtspositiebesluit wethouders, art. 23 lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Rechtspositiebesluit wethouders, art. 27 sub a lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, art. 4</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, art 7 sub a lid 4</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, art. 13 lid 2</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, art. 14 lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, art. 15</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Rechtspositiebesluit burgemeesters, art. 17</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2019-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>GM2015.0568</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>Rechtspositie wethouders, raadsleden- en commissieleden en fractieassistenten 2016</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden en fractieassistenten 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Verordening</vet></al><al/><al><vet>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden en
                            fractieassistenten 2016</vet></al><al/><al>De raad van de gemeenteGeldrop-Mierlo;</al><al>Gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d.
                        20 oktober 2015;</al><al>gelet op de artikelen 95, 96, eerste en tweede lid en 97 en 147 van de
                        Gemeentewet;</al><al>de artikelen 22, eerste lid, 23, eerste lid, en 27a, vijfde lid, van het
                        Rechtspositiebesluit wethouders, </al><al>en de artikelen 4, 7a, vierde lid, 13, tweede lid, 14, eerste lid, en 15
                        van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden;</al><al>Gelet op artikel 17 Rechtspositiebesluit burgemeesters,</al><al><vet>besluit </vet></al><al>vast te stellen, onder intrekking van de Verordening rechtspositie
                        wethouders, raads- en commissieleden en fractieassistenten 2006,
                        laatstelijk gewijzigd op 20 augustus 2007,</al><al><vet>de </vet><vet>Verordening rechtspositie wethouders, raads- en
                        commissieleden en fractieassistenten Geldrop-Mierlo 2016.</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>I</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>commissie: commissie ingesteld op grond van de artikelen 82, 83
                                    of 84 van de Gemeentewet;</al></li><li nr="-"><al>commissielid: lid van een commissie, bedoeld in artikel 1,
                                    onderdeel e, van het Rechtspositiebesluit raads- en
                                    commissieleden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Fractieassistenten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Elke fractie die vanaf de verkiezing deel uit maakt van de raad of
                                is ontstaan door splitsing van een fractie, heeft het recht maximaal
                                twee personen, niet zijnde gekozen raadsleden, aan te wijzen als
                                fractieassistent, die namens die fractie mogen deelnemen aan de
                                raadsrondes in het Raadsplein. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een persoon kan alleen tot fractieassistent worden aan gewezen als
                                hij voldoet aan de artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de
                                Gemeentewet. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een fractieassistent wordt door de fractievoorzitter middels een
                                ondertekende en aan de griffie gezonden verklaring aangewezen als
                                fractieassistent. In de verklaring wordt aangegeven met ingang van
                                welke datum betrokkene fractieassistent is. Een aanwijzing kan niet
                                met terugwerkende kracht plaatsvinden. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>II</nr><titel>Voorzieningen voor raadsleden, commissieleden en
                            fractieassistenten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen door
                                commissieleden en fractieassistenten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan commissieleden, voor zover ze geen lid van de raad of het
                                college zijn, en aan fractieassistenten wordt een vergoeding voor
                                het bijwonen van vergaderingen toegekend die gelijk is aan het voor
                                de van toepassing zijnde inwonersklasse vastgestelde bedrag in tabel
                                IV van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op degene als
                                commissielid een vaste vergoeding voor de werkzaamheden als bedoeld
                                in artikel 96, tweede lid van de Gemeentewet
                                ontvangt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Recht op een vergoeding ten behoeve van een fractieassistent bestaat
                                enkel voor de periode waarin een persoon door een fractie als
                                fractieassistent is aangewezen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De vergoeding bedraagt per fractieassistent de vergoeding voor
                                commissieleden (Tabel IV, behorende bij de artikelen 14 en 15 van
                                het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden).</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vergoeding wordt per kwartaal rechtstreeks uitbetaald aan de
                                fractieassistent. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De betaling van de vergoeding aan een fractieassistent wordt
                                gestaakt op een datum als vermeld in een door de fractievoorzitter
                                ondertekende en aan griffie gezonden verklaring waarin wordt vermeld
                                op welke datum de persoon niet meer optreedt als
                                fractieassistent.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De betaling van de vergoeding aan een fractieassistent wordt in
                                ieder geval gestaakt indien deze niet meer voldoet aan de eisen als
                                vermeld in het tweede lid en op de dag dat de raadsleden ten gevolge
                                van een nieuw gehouden raadsverkiezing aftreden. </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Naast de vergoeding krijgen de fractieassistenten de volgende
                                faciliteiten: een gemeentelijk e-mail adres, toegang tot de
                                leeskamer, een eigen postvak en kopieerpas.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Reis- en verblijfkosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan raadsleden worden de ten behoeve van de gemeente gemaakte reis-
                                en verblijfkosten in verband met reizen buiten het grondgebied van
                                de gemeente binnen Nederlandter uitvoering van
                                een beslissing van het gemeentebestuur vergoed.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Aan commissieleden of fractieassistenten worden de reis- en
                                verblijfkosten voor het bijwonen van de vergaderingen van de
                                commissie vergoed.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De vergoeding als bedoeld in het eerste en tweede lid is:</al><lijst><li nr="a."><al>voor wat betreft de verblijfkosten gelijk aan de vergoeding,
                                        genoemd in artikel 4, onderdeel c, van de Regeling
                                        rechtspositie wethouders bepaalde; </al></li><li nr="b."><al>voor wat betreft de reiskosten gelijk aan de vergoeding
                                        genoemd in artikel 4, onderdeel a en b, van de Regeling
                                        rechtspositie wethouders bepaalde. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De reiskosten worden voor ten hoogste één vergadering per dag
                                vergoed.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid ontvangt geen vergoeding degene die
                                zitting heeft in een commissie uit hoofde van dan wel als
                                rechtstreeks uitvloeisel van een functie bij een instelling die
                                grotendeels van overheidswege wordt gesubsidieerd. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De reis- en verblijfkosten worden alleen vergoed als deze
                                gedeclareerd worden overeenkomstig de bepalingen in deze
                                verordening. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Buitenlandse excursie of reis</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De gemeenteraad kan een delegatie uit de gemeenteraad of een
                                commissie toestemming verlenen voor een excursie of reis naar het
                                buitenland als deze door of vanwege de gemeente wordt georganiseerd.
                                De gemeenteraad kan aan de toestemming voorwaarden verbinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in redelijkheid gemaakte reis- en verblijfkosten komen voor
                                rekening van de gemeente.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Scholing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Raads- of commissieleden en fractieassistenten, die aan scholing als
                                bedoeld in artikel 13, eerste lid van het Rechtspositiebesluit
                                raads- en commissieleden willen deelnemen, die niet door of namens
                                de gemeente wordt aangeboden of verzorgd, dienen daartoe vooraf een
                                gemotiveerde aanvraag in bij de griffier. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag bedoeld in het eerste lid gaat vergezeld van
                                inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Kosten van scholing die wordt georganiseerd door de
                                beroepsvereniging van raadsleden of door de Vereniging van
                                Nederlandse Gemeenten komenaltijd voor
                                vergoeding door de gemeente in aanmerking als voldaan wordt aan de
                                voorwaarden genoemd in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Aanvragen die niet overeenkomstig de bepalingen in deze verordening
                                worden ingediend worden niet gehonoreerd.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>In voorkomende gevallen beslist het Presidium. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Werkkostenregeling</titel></kop><al>Gezien de Wet op de loonbelasting 1964 wijst de gemeente als
                            eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel
                            f, van die wet aan de vergoedingen en verstrekkingen als bedoeld in
                            artikel 13a van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>III</nr><titel>Voorzieningen voor wethouders</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Reiskosten woon-werkverkeer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wethouders hebben aanspraak op een vergoeding van de kosten voor
                                woon-werkverkeer, zoals bedoeld in artikel 23, lid 1 van de
                                Rechtspositiebesluit wethouders. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Er bestaat maximaal twee keer per dag recht op een enkele reis
                                vergoeding woon-werkverkeer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Zakelijke reiskosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Wethouders hebben aanspraak op een vergoeding voor reis- en
                                verblijfkosten voor reizen gemaakt voor de uitoefening van het ambt,
                                zoals bedoeld in artikel 23, lid 1, sub, van het
                                Rechtspositiebesluit wethouders. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Wethouders melden hun voornemen reizen te maken, bedoeld in lid 1,
                                die een bestemming hebben buiten Nederland, tevoren aan het college
                                van burgemeester en wethouders en de gemeenteraad. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Computer en internetverbinding</titel></kop><al>De wethouders aan wie een computer, bijbehorende apparatuur en software
                            in bruikleen ter beschikking wordt gesteld, tekenen hiervoor een
                            bruikleenovereenkomst met de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Communicatieapparatuur</titel></kop><al>De wethouders aan wie communicatieapparatuur (o.a. mobiele telefoon) in
                            bruikleen ter beschikking wordt gesteld tekenen hiervoor een
                            bruikleenovereenkomst met de gemeente.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Reis- en pensionkosten en verhuiskosten bij benoeming</titel></kop><al>De wethouder, die bij benoeming nog niet over woonruimte in de gemeente
                            beschikt heeft ten laste van de gemeente, aanspraak op vergoeding
                            van:</al><al>a.reis- en pensionkosten en van verhuiskosten, zoals bedoeld in artikel
                            22 van het Rechtspositiebesluit wethouders. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Werkkostenregeling</titel></kop><al>Gezien de Wet op de loonbelasting 1964 wijst de gemeente als
                            eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel
                            f, van die wet aan de vergoedingen en verstrekkingen als bedoeld in
                            artikel 13a van het Rechtspositiebesluit wethouders.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>IV</nr><titel>De procedure van declaratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Betaling vaste vergoedingen</titel></kop><al>De betaling van de vergoeding voor werkzaamheden, de bezoldiging voor
                            wethouders op grond van het Rechtspositiebesluit wethouders, de
                            onkostenvergoedingen en declaraties geschiedt maandelijks of in
                            maandelijkse termijnen als er sprake is van een vergoeding op jaarbasis
                            tenzij het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden, het
                            Rechtspositiebesluit wethouders of de Regeling rechtspositie wethouders
                            anders bepalen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Rechtstreekse facturering bij de gemeente</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Raads- en commissieleden en wethouders dragen ten behoeve van het
                                vergoeden van kosten zorgvoor rechtstreekse
                                toezending van de factuur aan de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Declaratiedoor het raadslid, het commissielid,
                                de fractieassistent respectievelijk de wethouder vindt plaats door
                                een door het college vastgesteld formulier volledig in te vullen en
                                te ondertekenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Facturen komen alleen voor vergoeding in aanmerking als voldaan
                                wordt aan de bepalingen in deze verordening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het formulier wordt ingediend bij de griffier, respectievelijk de
                                gemeentesecretaris, of een daartoe aangewezen ambtenaar, die nagaat
                                of de declaratie in overeenstemming is met de voorschriften en de
                                indiener er op attendeert als dit niet het geval is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Declaratie van vooruit betaalde kosten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De kosten die uit eigen middelen vooruit zijn betaald en de kosten
                                voor het gebruik van de eigen auto kunnen worden gedeclareerd
                                middels een door het college vastgesteld formulier.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het formulier wordt binnen twee maanden na de betaling cq de datum
                                van de gemaakte rit volledig ingevuld en ondertekend door het
                                raads-, commissielid of de fractieassistent respectievelijk de
                                wethouder ingediend bij de griffier, respectievelijk de
                                gemeentesecretaris, of een daartoe aangewezen ambtenaar. Deze gaat
                                na of de declaratie in overeenstemming is met de voorschriften en
                                attendeert de indiener daarop, indien dit niet het geval is.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>V</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt in werking op <vet>1 januari 2016.</vet></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening rechtspositie
                            wethouders, raads- en commissieleden en fractieassistenten
                            Geldrop-Mierlo 2016.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad</ondertekening><ondertekening>der gemeente Geldrop-Mierlo d.d. 14 december 2015</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>G.A.A. van Luijn F.J.M.C. Stravers</ondertekening><ondertekening>griffier plv. voorzitter</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><tussenkop>ALGEMEEN</tussenkop><tussenkop>Wettelijke regelingen</tussenkop><al>De regeling van de rechtspositie van wethouders, raadsleden en leden van
                    gemeentelijke commissies vindt op drie of vier niveaus plaats, te weten bij wet,
                    algemene maatregel van bestuur (AMvB), ministeriële regeling (alleen wethouders)
                    en gemeentelijke verordening. Wettelijk is voor wethouders in de Algemene
                    pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa) de uitkering na aftreden en het
                    pensioen geregeld. In de Gemeentewet is aangegeven dat de nadere invulling van
                    de rechtspositie van wethouders, raads- en commissieleden moet worden geregeld
                    bij of krachtens de wet (AMvB en ministeriële regeling). Daartoe zijn tot stand
                    gekomen het Rechtspositiebesluit wethouders en het Rechtspositiebesluit raads-
                    en commissieleden. In een ministeriële regeling, de Regeling rechtspositie
                    wethouders, zijn sommige vergoedingen nader uitgewerkt. In deze wetten en nadere
                    regelgeving zijn alle voor de rechtspositie van belang zijnde onderwerpen
                    geregeld. Een aantal voorzieningen, zoals de hoogte van de bezoldiging en de
                    verschillende onkostenvergoedingen, is in de rechtspositiebesluiten overwegend
                    geregeld in dwingendrechtelijke bepalingen. </al><al>De vergoedingen en regelingen voor raads- en commissieleden en wethouders die
                    bij of krachtens de wet (lees Gemeentewet, rechtspositiebesluit of regeling)
                    dwingendrechtelijk geregeld zijn, zijn niet opgenomen in deze verordening. Dit
                    betreft de vergoedingen voor:</al><lijst><li nr="1."><al>De onkostenvergoedingen voor raadsleden en wethouders</al></li><li nr="2."><al>de toelage voor fractievoorzitters, leden van de vertrouwenscommissie,
                            leden van de rekenkamerfunctie bedoeld in artikel 81oa Gemeentewet, dan
                            wel van onderzoekscommissie zoals bedoeld in artikel 115a, derde lid
                            Gemeentwet</al></li><li nr="3."><al>de compensatiemaatregelen voor raads- en commissieleden als zij een WW,
                            BWOO of arbeidsongeschiktheidsuitkering hebben</al></li><li nr="4."><al>de verstrekking van een computer</al></li><li nr="5."><al>de voorzieningen bij ziekte en dienstongeval</al></li><li nr="6."><al>de vergoeding voor de waarneming van het voorzitterschap van de
                            gemeenteraad</al></li><li nr="7."><al>de voorzieningen bij tijdelijk ontslag wegens zwangerschap en bevalling
                            of ziekte</al></li><li nr="8."><al>de tegemoetkoming in de ziektekosten</al></li><li nr="9."><al>voorzieningen voor raads- en commissieleden en wethouders met een
                            fysieke beperking</al></li><li nr="10."><al>de bezoldiging van de wethouders</al></li></lijst><tussenkop>Hoofdlijnen gemeentelijke verordening</tussenkop><al>In de verordening zijn bepalingen opgenomen inzake de rechtspositie van
                    wethouders, raadsleden en leden van gemeentelijke commissies zover die niet
                    dwingend geregeld is in hogere wet- en regelgeving. De grondslag hiervoor is te
                    vinden in de Gemeentewet en genoemde rechtspositiebesluiten. Buiten hetgeen hun
                    bij of krachtens de wet is toegekend genieten wethouders als zodanig geen
                    inkomsten, in welke vorm dan ook, ten laste van de gemeente (artikel 44 van de
                    Gemeentewet). Dit betekent dat de rechtspositionele aanspraken voor zittende
                    wethouders uitsluitend te vinden zijn in respectievelijk de Gemeentewet, het
                    Rechtspositiebesluit wethouders, de Regeling rechtspositie wethouders en de
                    plaatselijke Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden.
                    Gewezen wethouders ontlenen hun aanspraak op een ontslaguitkering en pensioen
                    aan de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers.</al><al>Een soortgelijke bepaling als artikel 44 is voor raads- en commissieleden
                    opgenomen in artikel 99 van de Gemeentewet. Het tweede lid van die bepaling
                    voegt daaraan toe dat bij gemeentelijke verordening aan raads- en commissieleden
                    voordelen, anders dan in de vorm van vergoedingen en tegemoetkomingen, mogen
                    worden toegekend. Daarvoor is wel de goedkeuring van gedeputeerde staten
                    vereist.</al><al>De rechtspositionele aanspraken voor raads- en commissieleden zijn dan ook
                    uitsluitend te vinden in respectievelijk de Gemeentewet, het
                    Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden en de plaatselijke Verordening
                    rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden.</al><tussenkop>Afzonderlijke verordeningen</tussenkop><al>Sommige gemeenten geven er de voorkeur aan de lokale regeling voor wethouders en
                    voor raads- en commissieleden in afzonderlijke verordeningen op te nemen.
                    Daartegen bestaat geen bezwaar. In dat geval bestaat de Verordening
                    rechtspositie raads- en commissieleden uit de hoofdstukken I, II, IV, V en VI
                    van de modelverordening en de Verordening rechtspositie wethouders uit de
                    hoofdstukken I, III, IV, V en VI van de modelverordening.</al><al>De verordening bevat bepalingen inzake:</al><lijst><li nr="–"><al>de beloning voor de werkzaamheden van commissieleden en
                            fractieassistenten (artikel 3). Voor wethouders is niets opgenomen omdat
                            hun bezoldiging uitputtend is geregeld in het Rechtspositiebesluit
                            wethouders;</al></li><li nr="–"><al>reis- en verblijfkosten van wethouders, raads- en commissieleden. Voor
                            wethouders is een onderscheid gemaakt tussen woon-werkverkeer en
                            zakelijke reizen (artikelen 8 en 9);</al></li><li nr="–"><al>reis- en pensionkosten en verhuiskosten van de bij benoeming
                            verhuisplichtige wethouder (artikel 12);</al></li><li nr="–"><al>beschikbaarstelling van computer- en communicatieapparatuur aan
                            wethouders (artikelen 9 en 10 ) en uitwerking van de bepaling over
                            scholing voor raads- en commissieleden (artikel 6). Voor wethouders moet
                            dit laatste door het college geregeld worden;</al></li><li nr="–"><al>de procedure van uitbetalen en declareren (hoofdstuk IV);</al></li></lijst><tussenkop>De arbeidsverhouding van de wethouder en het raadslid</tussenkop><al>Raadsleden zijn niet in dienstbetrekking bij de gemeente. De gemeente is dus
                    niet de werkgever. Dat betekent bijvoorbeeld dat zij voor zover het betreft het
                    raadslidmaatschap niet vallen onder de werknemersverzekeringen zoals de
                    Werkloosheidswet, Ziektewet en WIA. Omdat er geen dienstbetrekking met de
                    gemeente is vallen raadsleden niet onder de Wet op de loonbelasting 1964 maar
                    worden hun inkomsten getoetst aan de Wet inkomstenbelasting 2001. Wel kan een
                    raadslid opteren voor de loonbelasting door te kiezen voor het fictief
                    werknemerschap (zie hieronder).</al><al>Wethouders zijn ingevolge de Ambtenarenwet als benoemde bestuurders in openbare
                    dienst aangesteld en vallen onder de werking van die wet. Echter de bepalingen
                    over het materiële ambtenarenrecht uit de Ambtenarenwet zijn niet van toepassing
                    op wethouders. Hun rechtspositie wordt, zoals hiervoor is aangegeven, beheerst
                    door specifieke wet- en regelgeving. De aanstelling in openbare dienst houdt
                    voor de toepassing van de fiscale wetgeving in dat sprake is van een
                    arbeidsverhouding die als dienstbetrekking wordt aangemerkt. Dit betekent dat
                    wethouders direct onder de werking van de Wet op de loonbelasting vallen.
                    Wethouders vallen niet onder de werking van de Ziektewet, Werkloosheidswet en
                    WIA. Evenmin geldt voor hen de pensioenvoorziening bij het ABP. De uitkering na
                    aftreden en ouderdoms- en nabestaandenpensioen zijn voor wethouders geregeld in
                    de Algemene pensioenwet politieke ambtsdragers (Appa). </al><tussenkop>De loon- en inkomstenbelasting</tussenkop><tussenkop>Opting-in-regeling</tussenkop><al>Raadsleden kunnen opteren voor de loonbelasting. Het raadslid kan met de
                    gemeente overeenkomen dat deze loonheffing inhoudt. Dat wordt de
                    ‘opting-in-regeling’ genoemd. De administratie van de gemeente is zodanig
                    ingericht dat wordt voldaan aan de daaraan gestelde wettelijke eisen. In een
                    gezamenlijke verklaring melden de gemeente en het raadslid aan de
                    Belastingdienst dat wordt geopteerd voor de loonbelasting. Als gezamenlijk wordt
                    gekozen voor het loonbelastingsysteem, dan draagt de gemeente de ingehouden
                    loonheffing af aan de Belastingdienst. Omdat een raadslid geen werknemer in de
                    formele zin van het woord is, valt hij zoals gezegd vanwege het
                    raadslidmaatschap niet onder de sociale zekerheidswetgeving. Om die reden worden
                    over de raadsvergoeding ook geen premies sociale zekerheid ingehouden. De
                    inkomsten worden als loon belast in box 1. Het raadslid hoeft in dat geval geen
                    administratie bij te houden. </al><al>De Belastingdienst accepteert inmiddels ook van commissieleden de toepassing van
                    de opting-in-regeling.</al><tussenkop>Fiscale standaardpositie</tussenkop><al>Als niet voor de loonbelasting wordt geopteerd, dan geldt voor het raadslid dat
                    hij voor de Wet inkomstenbelasting 2001 resultaat uit een werkzaamheid geniet.
                    In dat geval is het winstsysteem van toepassing. Betrokkene moet dan alle
                    ontvangsten verantwoorden als winst en kan de gemaakte kosten daarop in
                    mindering brengen. Raadsleden die gekozen hebben voor de standaardregeling
                    zullen dan ook over de netto-onkostenvergoeding inkomstenbelasting moeten
                    betalen, tenzij zij aan de hand van bewijsmateriaal aan kunnen tonen dat de
                    vergoeding is besteed aan onkosten voortvloeiend uit het raadslidmaatschap.</al><al>Betrokkenen kunnen bij de aangifte inkomstenbelasting hun werkelijke
                    beroepskosten, met inachtneming van een aantal wettelijke beperkingen en
                    normeringen, in mindering brengen op hun belastbaar inkomen (belastbare
                    resultaat). De gemeente dient jaarlijks alle betalingen en verstrekkingen op
                    grond van deze verordening aan de Belastingdienst te melden middels een opgave
                    IB47. Verstrekkingen moeten naar de waarde in het economische verkeer worden
                    opgegeven. Het daadwerkelijk zakelijk gebruik leidt dan tot aftrek. </al><tussenkop>Eenmalige keuze per zittingsperiode</tussenkop><al>De keuze om al of niet te opteren voor de loonbelasting kan voor het raadslid
                    ingrijpende gevolgen hebben. De beslissing om voor de loonbelasting te opteren
                    kan eenmaal per zittingsperiode worden gemaakt en geldt in beginsel voor de
                    (resterende) zittingsperiode. Wel kan betrokkene als spijtoptant terugkomen op
                    deze beslissing voor de resterende periode. Opteren voor de loonbelasting hoeft
                    niet bij aanvang van de zittingsperiode te gebeuren, maar kan ook gedurende de
                    zittingsperiode voor de resterende periode.</al><tussenkop>De vergoedingensystematiek</tussenkop><al>Voor de uitoefening van het politieke ambt moeten bestuurders niet het eigen
                    inkomen hoeven aan te spreken. Een adequate vergoedingssystematiek is daarom van
                    belang. Waar er functionele uitgaven zijn, verdient het aanbeveling terughoudend
                    te zijn met een financieringswijze waarin de bestuurder deze uit eigen middelen
                    vooruit betaalt en de gemeente ze terugbetaalt. Eigen middelen en publieke
                    middelen moeten zo veel mogelijk gescheiden worden gehouden. Vanuit die
                    overweging heeft het de voorkeur de kosten direct in rekening te brengen bij de
                    gemeente. Aan de mogelijkheid om zo nodig declaraties in te dienen zal echter
                    behoefte blijven bestaan.</al><tussenkop>Controle en verantwoording</tussenkop><al>Voor de bestuurlijke uitgaven is – net als voor de besteding van alle andere
                    publieke middelen – transparantie van groot belang. Daartoe dienen enerzijds
                    inzichtelijke regels en richtlijnen die voor het vergoedingen- en
                    voorzieningenstelsel gelden en anderzijds een duidelijke verantwoording van het
                    daadwerkelijk gebruik. Op deze wijze kan worden voorkomen dat er onnodige
                    discussies plaatsvinden omtrent het gebruik van onkostenregelingen of
                    voorzieningen door gemeentebestuurders en over de eventueel verschuldigde
                    belasting.</al><al>Dat is ook in hun belang omdat zij hun functie moeten kunnen uitoefenen zonder
                    te worden gehinderd door onzekerheden omtrent de financiering van de functionele
                    uitgaven. Daartoe is vereist dat er een zodanig sluitende financiële en
                    administratieve organisatie is ingericht dat er vertrouwen kan bestaan omtrent
                    de juistheid en rechtmatigheid van de uitgaven.</al><al>In hoofdstuk IV is in verband hiermee, in aanvulling op de in de beheers- en
                    controleverordening vastgestelde regels, een aantal belangrijke procedures
                    vastgelegd over rechtstreekse facturering van functionele uitgaven, declaratie
                    van vooruitbetaalde kosten en het gebruik van creditcards. Daarnaast moeten in
                    de bruikleenovereenkomsten heldere afspraken vastgelegd over het gebruik van
                    computer- en communicatieapparatuur die beschikbaar wordt gesteld voor de
                    uitoefening van de politieke functie. In aanvulling hierop is een gedragscode
                    ontwikkeld waarin nadere gedragsregels zijn vastgelegd. </al><tussenkop>ARTIKELGEWIJZE TOELICHTING</tussenkop><tussenkop>Artikel 2 Fractieassistenten</tussenkop><al>In artikel 2 zijn bepalingen opgenomen over de status van
                    fractieassistenten.</al><tussenkop>Artikel 3 Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen</tussenkop><al>In dit artikel is het presentiegeld voor leden van gemeentelijke commissies die
                    zijn ingesteld op basis van artikel 82 t/m 84 Gemeentewet geregeld. Deze
                    bepaling geldt niet voor raadsleden en wethouders die in de commissie zitten
                    (uitgezonderd in artikel 96 Gemeentewet). Uitgezonderd zijn verder onder meer
                    ambtenaren (op grond van artikel 1 rechtspositiebesluit raads- en
                    commissieleden), en medewerkers en bestuurders van door de gesubsidieerde
                    organisaties die in die hoedanigheid in de commissie zitting hebben. </al><al>De hoogte van het presentiegeld wordt bepaald op een vast bedrag per
                    inwonersklasse overeenkomstig het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden.
                    De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties indexeert jaarlijks
                    per 1 januari het bedrag zoals dat is herzien aan de hand van het indexcijfer
                    Cao lonen overheid.</al><al>Het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden en de Gemeentewet bieden de
                    mogelijkheid om in de gemeentelijke verordening te regelen dat in bepaalde
                    gevallen een hoger bedrag aan presentiegeld wordt toegekend dan het eerder
                    bedoelde bedrag. Deze mogelijkheid is geregeld in het vierde lid. Er kan gekozen
                    worden voor een procentuele verhoging, maar het is ook mogelijk om het bedrag
                    uit een hogere inwonersklasse te kiezen.</al><tussenkop>Artikel 4 Reis- en verblijfkosten </tussenkop><al>De Gemeentewet voorziet niet in een vergoeding voor ‘woon-werkverkeer’ voor
                    raadsleden. Het is dan ook in strijd met artikel 99 van de Gemeentewet als
                    raadsleden van de gemeente een vergoeding ontvangen voor reizen binnen het
                    grondgebied van de gemeente.</al><al>Artikel 97 van de Gemeentewet voorziet voor raads- en commissieleden wel in een
                    vergoeding van de reis- en verblijfkosten voor reizen buiten het grondgebied van
                    de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur.</al><al>Aan commissieleden kan krachtens artikel 96, eerste lid, van de Gemeentewet
                    echter wel een vergoeding worden gegeven voor de reis- en verblijfkosten in
                    verband met reizen binnen de gemeente.</al><al>De vergoeding voor noodzakelijke en redelijkerwijs gemaakte verblijfkosten is
                    niet nader ingevuld. Daarmee is dit een lokale aangelegenheid </al><al>Omdat in het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden verder geen eigen
                    vergoedingsregeling is opgenomen, is aansluiting gezocht bij de
                    vergoedingsregelingen voor wethouders. </al><al>Voor raadsleden die niet hebben geopteerd voor de loonbelasting geldt dat de
                    verstrekte vergoedingen bij de aangifte inkomstenbelasting als opbrengst moeten
                    worden verantwoord. De reiskosten kunnen binnen de geldende randvoorwaarden als
                    aftrekbare beroepskosten worden opgevoerd.</al><tussenkop>Artikelen 5 Buitenlandse dienstreis</tussenkop><al>Gemeenteraden, delegaties daaruit of wethouders maken wel eens in het
                    gemeentelijk belang excursies of reizen naar het buitenland. Hiervoor moet de
                    gemeenteraad expliciet toestemming verlenen. De reis of excursie wordt in alle
                    gevallen door of vanwege de gemeente georganiseerd. </al><al>Bij buitenlandse dienstreizen in het gemeentelijk belang kunnen aan de wethouder
                    de in redelijkheid gemaakte werkelijke reis- en verblijfkosten worden vergoed.
                    De tarieven in het voor het rijkspersoneel geldende Reisbesluit buitenland zijn
                    daarbij richtsnoer. </al><al>Voor raadsleden die niet hebben geopteerd voor de loonbelasting geldt dat de
                    vergoedingen en verstrekkingen naar de waarde in het economische verkeer bij de
                    aangifte inkomstenbelasting als opbrengst moeten worden verantwoord en dat de
                    gemaakte kosten binnen de geldende randvoorwaarden als aftrekbare beroepskosten
                    kunnen worden opgevoerd.</al><tussenkop>Artikelen 6 Scholing</tussenkop><al>Op grond van artikel 13 lid 1 van het Rechtspositiebesluit raads- en
                    commissieleden komt niet partij-politiek georiënteerde scholing in verband met
                    de vervulling van de functie van raads- of commissielidmaatschap ten laste van
                    de gemeente. In dit artikel is de procedure verder uitgewerkt</al><al>Gezien de aard en duur van het ambt liggen voor raads- en commissieleden
                    opleidingen voor de hand die gericht zijn op het persoonlijk functioneren in het
                    ambt. </al><al>Scholing is functiegericht als zij beoogt de voor de functie benodigde vakkennis
                    en vaardigheden te verwerven dan wel actueel te houden. </al><al>Onder deze scholingskosten worden verstaan de cursus- en lesgelden, de kosten
                    van het studiemateriaal, examen- en diplomakosten en de aanschafkosten van
                    verplicht gesteld studiemateriaal, alsmede reis- en verblijfkosten in het kader
                    van de opleiding.</al><al>Voor raadsleden die niet hebben geopteerd voor de loonbelasting geldt dat de
                    vergoedingen en verstrekkingen naar de waarde in het economische verkeer bij de
                    aangifte inkomstenbelasting als opbrengst moeten worden verantwoord en dat de
                    gemaakte kosten binnen de geldende randvoorwaarden als aftrekbare beroepskosten
                    kunnen worden opgevoerd.</al><tussenkop>Artikelen 7 en 13 Werkkostenregeling</tussenkop><al>In verband met de werkkostenregeling moeten een aantal netto-vergoedingen en
                    verstrekkingen door de gemeente aangewezen worden als eindheffingsbestanddeel.
                    Anders worden deze door de belastingdienst als loon gezien en moet hierover
                    belasting worden ingehouden. Ook de vergoedingen en verstrekkingen die door de
                    belastingdienst gezien worden als gerichte vrijstelling of voor nihil waardering
                    in aanmerking komen moeten in eerste instantie wel aangewezen worden. In een
                    later stadium wordt dan (in de financiële administratie) aangegeven dat dit
                    gerichte vrijstellingen of nihil waarderingen betreft.</al><tussenkop>Artikelen 10 Computer en internetverbinding</tussenkop><al>In het Rechtspositiebesluit wethouders is geregeld dat de wethouder van de
                    gemeente een computer in bruikleen krijgt verstrekt of een vergoeding ontvangt
                    voor de aanschaf of het gebruik van zijn eigen computer. De vergoeding is daarom
                    niet in strijd met artikel 99 van de Gemeentewet. Deze aanspraken kunnen echter
                    alleen worden verstrekt wanneer dat is vastgelegd in een verordening. De
                    vergoeding voor (het gebruik van) een eigen pc is belast. De belastingheffing
                    mag niet worden gecompenseerd. </al><al>De verordening gaat ervan uit dat een computer in bruikleen wordt
                    verstrekt.</al><al>De randapparatuur kan bestaan uit een een printer of een docking station. De
                    randapparatuur moet voor het werk functioneel zijn en kan niet zelfstandig
                    gebruikt worden.</al><tussenkop>Artikel 8 en 9 Reiskosten woon-werk en zakelijke reiskosten</tussenkop><al>Voor wethouders is in artikel 7 een belastingvrije vergoeding voor het
                    woon-werkverkeer geregeld overeenkomstig de bepalingen bij en krachtens het
                    Rechtspositiebesluit wethouders en de Regeling rechtspositie wethouders. </al><al>Op grond van artikel 8 worden zakelijke reiskosten, vergoed overeenkomstig de
                    bepalingen bij en krachtens het Rechtspositiebesluit wethouders en de Regeling
                    rechtspositie wethouders.</al><al>Bij gebruik van een eigen personenauto <vet>voor dienstreizen</vet> ontvangen
                    wethouders een bedrag van € 0,28 (0,37) per kilometer (zie artikel 4, onderdeel
                    b, en artikel 5a, onder 1, van de Regeling rechtspositie wethouders). De hoogte
                    van deze vergoeding is geënt op de ‘hoge’ kilometervergoeding die geldt voor het
                    rijkspersoneel op grond van het Reisbesluit en Reisregeling binnenland. Op grond
                    van artikel 5, tweede lid, van de regeling wordt onder openbaar vervoer voor
                    dienstreizen wel verstaan een veerpont of een veerboot. Tol- en parkeerkosten
                    worden niet genoemd in de regeling en mogen daarom op grond van artikel 44 lid 3
                    Gemeentewet niet vergoed worden. </al><al>Verblijfkosten zijn zakelijk gebruikte maaltijden en kosten voor overnachting en
                    geen parkeerkosten.</al><tussenkop>Artikel 11 Communicatieapparatuur</tussenkop><al>Vergoedingen of verstrekkingen van een mobiele telefoon (dit zal de meest
                    gebruikte communicatieapparatuur zijn) zijn geheel onbelast als het zakelijk
                    gebruik meer dan 10% bedraagt.</al><tussenkop>Artikel 12 Reis- en pensionkosten en verhuiskosten</tussenkop><al>Ook personen van buiten de gemeenteraad kunnen tot wethouder worden benoemd. Dat
                    kunnen ook personen zijn die niet in de gemeente zelf wonen. Die zijn op grond
                    van de Gemeentewet verplicht om te gaan wonen in de gemeente waar zij wethouder
                    zijn geworden. In artikel 17 is geregeld dat zij bij verhuizing naar de gemeente
                    in aanmerking komen voor een verhuiskostenvergoeding en eventueel voor
                    vergoeding van reis- en pensionkosten in afwachting van de verhuizing volgens de
                    bepalingen in artikel 1 en 2 van de Regeling Rechtspositie Wethouders. De
                    vergoedingen zijn onbelast.</al><tussenkop>Artikelen 14 t/m 16 De procedure voor declaratie</tussenkop><al>In de verordening zijn de drie wijzen van betaling aangegeven. Ook is aangegeven
                    in welke gevallen welke betalingswijze aan de orde is en welke
                    procedurevoorschriften in achtgenomen moeten worden. Hierbij gaat de voorkeur
                    uit naar rechtstreeks facturering bij de gemeente, en daarna declaratie van
                    vooruitbetaalde kosten of gebruik van de gemeentelijk creditcard, waarbij deze
                    laatste twee afhankelijk zijn van de situatie.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>