<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR4014_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Financiële verordening 2004</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Dronten</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-30</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Dronten</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2008, nr. 3</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële verordening 2004</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://wetten.overheid.nl/cgi-bin/deeplink/law1/bwbid=BWBR0005416/article=212">Gemeentewet, art. 212</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2008-02-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2008-03-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2009-03-13</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 2, 4, 7 en 8</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>B08.000015</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>inrichting en werkwijze van het gemeentebestuur</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Verordening vervangt Financiële verordening gemeente Dronten 2000.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Financiële verordening 2004</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Dronten,</al><al>gelezen het voorstel van de commissie duale begroting van 25 februari 2004,
                        No. B04.000116HvH;</al><al>gelet op artikel 212 van de Gemeentewet;</al><al>gezien het advies van de raadscommissie Financiële Zaken van 7 april
                        2004;</al><al>overwegende dat de uitgangspunten voor het financiële beleid, de regels voor
                        het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie
                        dienen te worden vastgesteld;</al><al>B E S L U I T:</al><al>I. de <vet>Financiële verordening 2004</vet> vast te stellen.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label/><nr/><titel/></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>administratie:</al><al>het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en
                                    verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het
                                    functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de
                                    organisatie van de gemeente Dronten en ten behoeve van de
                                    verantwoording die daarover moet worden afgelegd;</al></li><li nr="b."><al>financiële administratie:</al><al>het onderdeel van de administratie dat omvat het systematisch
                                    maken en verwerken van aantekeningen betreffende de financiële
                                    gegevens van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente
                                    Dronten, teneinde te komen tot een goed inzicht in:</al><lijst><li nr="1."><al>de financieel-economische positie;</al></li><li nr="2."><al>het financiële beheer;</al></li><li nr="3."><al>de uitvoering van de begroting;</al></li><li nr="4."><al>het afwikkelen van vorderingen en schulden;</al></li><li nr="5."><al>alsmede tot het afleggen van rekening en verantwoording
                                            daarover;</al></li></lijst></li><li nr="c."><al>administratieve organisatie:</al><al>het stelsel van organisatorische maatregelen gericht op het tot
                                    stand brengen en het in stand houden van de goede werking van de
                                    bestuurlijke en ambtelijke informatieverzorging ten behoeve van
                                    de verantwoordelijke leiding;</al></li><li nr="d."><al>financieel beheer:</al><al>het uitoefenen van bestuur over en toezicht op het beheer van
                                    middelen en het uitoefenen van rechten van de gemeente
                                    Dronten;</al></li><li nr="e."><al>rechtmatigheid:</al><al>het in overeenstemming zijn met geldende wet- en regelgeving,
                                    waaronder gemeentelijke verordeningen, raadsbesluiten en
                                    collegebesluiten;</al></li><li nr="f."><al>doelmatigheid:</al><al>het realiseren van bepaalde prestaties met een zo beperkt
                                    mogelijke inzet van middelen;</al></li><li nr="g."><al>doeltreffendheid:</al><al>de mate waarin de beoogde maatschappelijke effecten van het
                                    beleid ook daadwerkelijk worden behaald.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>1.</nr><titel>Begroting en verantwoording</titel></kop><paragraaf><kop><titel>Kaderstellen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Programmabegroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt in ieder geval bij de aanvang van de nieuwe
                                    raadsperiode een programma-indeling vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad stelt per programma vast:</al><lijst><li nr="a."><al>de beoogde maatschappelijke effecten (outcome), wat
                                            willen we bereiken?</al></li><li nr="b."><al>de te leveren goederen en diensten (output), wat gaan we
                                            daarvoor doen?</al></li><li nr="c."><al>de baten en lasten (input), wat mag het kosten?</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt per programma indicatoren voor met betrekking
                                    tot de beoogde maatschappelijke effecten en de te leveren
                                    goederen en diensten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raad stelt de indicatoren, bedoeld in het derde lid,
                                    vast.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college biedt de begroting jaarlijks voor 1 oktober aan de
                                    raad aan.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor het verzamelen en vastleggen van
                                    gegevens over de geleverde goederen en diensten en de
                                    maatschappelijke effecten, opdat de doelmatigheid en
                                    doeltreffendheid van het beleid zoals vastgesteld door de raad,
                                    kunnen worden getoetst.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Een budgettaire afwijking is slechts toegestaan wanneer binnen
                                    het programma dekking bestaat en de uitvoering van de
                                    afgesproken activiteiten binnen het programma is
                                    gewaarborgd.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het college informeert de raad bij de eerstvolgende begroting of
                                    tussentijdse rapportage wanneer dreigt dat een budget wordt
                                    overschreden of dat beoogde doelstellingen niet worden
                                    gerealiseerd.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Het college legt de raad een begrotingswijziging met een
                                    dekkingsvoorstel voor:</al><lijst><li nr="a."><al>spoedeisende gevallen;</al></li><li nr="b."><al>uiterlijk 1 december wanneer de realisering van de
                                            begroting daartoe aanleiding geeft (slotwijziging).</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Producten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij iedere begroting en jaarstukken wordt een overzicht gegeven
                                    van de toedeling van de producten uit de productraming aan de
                                    programma's.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De onderverdeling van de programma's in de producten staat voor
                                    de raadsperiode vast, tenzij er dringende redenen zijn tot
                                    wijzigen. Wijzigingen worden bij de begroting expliciet
                                    vermeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Kaders begroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt uiterlijk 25 mei van het begrotingsjaar een
                                    nota aan over de kaders voor het volgende begrotingsjaar en de
                                    drie opvolgende jaren. In deze nota worden de bevindingen
                                    betrokken uit de jaarstukken bedoeld in artikel 8.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad stelt deze nota uiterlijk 1 juli vast.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Uitvoering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Uitvoering begroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt regels die waarborgen dat de uitvoering van de
                                    begroting rechtmatig, doelmatig en doeltreffend verloopt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college draagt ten aanzien van de productenraming er zorg
                                    voor dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de lasten en baten, door middel van kostentoerekening,
                                            eenduidig zijn toegewezen aan de producten van de
                                            productraming;</al></li><li nr="b."><al>de budgetten uit de productraming en kredieten voor
                                            investeringen passen binnen de kaders zoals
                                            geautoriseerd bij de vaststelling van de uiteenzetting
                                            van de financiële positie;</al></li><li nr="c."><al>de lasten van de producten niet dusdanig worden
                                            overschreden dat de realisatie van andere producten
                                            binnen hetzelfde programma onder druk komt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor dat de lasten van de programma's
                                    zoals geautoriseerd in de (gewijzigde) begroting niet worden
                                    overschreden.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Beheersing en Interne controle</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Interne controle</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt ten behoeve van het getrouwe beeld en de
                                    rechtmatigheid van de jaarrekening zorg voor de jaarlijkse
                                    interne toetsing van de getrouwheid van de
                                    informatieverstrekking en de rechtmatigheid van de
                                    beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college
                                    maatregelen tot herstel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor het tegengaan van misbruik en
                                    oneigenlijk gebruik van gemeentelijke regelingen.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><titel>Rapportage en Verantwoording</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Tussentijdse rapportage en informatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college informeert de raad door middel van een tussentijdse
                                    rapportage (bestuursrapportage) over de realisatie van de
                                    begroting van de gemeente over de eerste vijf maanden van het
                                    lopende boekjaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De tussentijdse rapportage wordt aan de raad aangeboden voor 31
                                    augustus.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De inrichting van de tussentijdse rapportages sluit aan bij de
                                    programma-indeling van de begroting.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De rapportages gaan in op afwijkingen, zowel wat betreft de
                                    lasten, de geleverde goederen en diensten en indien daar
                                    aanleiding voor is de maatschappelijke effecten. In de
                                    rapportages wordt in ieder geval aandacht besteed aan
                                    afwijkingen van:</al><lijst><li nr="a."><al>inkomsten uit de algemene uitkering;</al></li><li nr="b."><al>de rente-ontwikkeling op de kapitaalmarkt;</al></li><li nr="c."><al>resultaten uit grondexploitatie;</al></li><li nr="d."><al>realisatie op begrote subsidieverwachtingen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college informeert in ieder geval vooraf de raad en neemt
                                    pas een besluit, nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn
                                    wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen
                                    voorzover het betreft niet bij begroting vastgestelde
                                    afzonderlijke verplichtingen inzake:</al><lijst><li nr="a."><al>investeringen groter dan € 500.000,00;</al></li><li nr="b."><al>aankoop en verkoop van goederen en diensten groter dan €
                                            500.000,00;</al></li><li nr="c."><al>het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties
                                            groter dan € 500.000,00;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college informeert vooraf de raad en neemt pas een besluit
                                    nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en
                                    bedenkingen ter kennis van het college te brengen indien het
                                    college nieuwe meerjarige verplichtingen aangaat waarvan de
                                    jaarlijkse lasten groter zijn dan € 50.000,00.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>In relatie tot art. 2, lid 7, kan het college de in de leden 5
                                    en 6 toegekende bevoegdheid tot het aangaan van verplichtingen
                                    beneden de genoemde limietbedragen slechts uitoefenen indien het
                                    college tegenover de verplichtingen dekkingsmiddelen kan
                                    aanwijzen en onder voorwaarde, dat het aangaan van deze
                                    verplichtingen geen inbreuk maakt op de uitvoering van de
                                    vastgestelde programma's.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Jaarstukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor een adequate vertaling van de
                                    verantwoording van de ambtelijke organisatie naar de
                                    productenrealisatie en naar de programmaverantwoording.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De programmaverantwoording wordt voor 15 mei volgend op het jaar
                                    waarop deze betrekking heeft aan de raad aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college legt verantwoording af over de uitvoering van de
                                    programma's. In de verantwoording geeft het college aan:</al><lijst><li nr="a."><al>wat is bereikt;</al></li><li nr="b."><al>welke producten zijn geleverd;</al></li><li nr="c."><al>wat de kosten zijn;</al></li><li nr="d."><al>hoe de resultaten zich verhouden tot de in de begroting
                                            gestelde doelen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raad bepaalt aan de hand van de uitvoering van de programma's
                                    of de beleidsdoelen van de programma's voor het lopende jaar
                                    bijstelling behoeven.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>2.</nr><titel>Financiële positie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Financiële positie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor, dat al het beleid waartoe de raad
                                heeft besloten, in de uiteenzetting van de financiële positie en de
                                meerjarenramingen is opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het totaalbedrag aan verleende garanties en waarborgen worden bij de
                                uiteenzetting van de financiële positie expliciet vermeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad autoriseert met het vaststellen van de financiële positie de
                                investeringskredieten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Waardering &amp; afschrijving vaste activa</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Geactiveerde kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald
                                actief en het saldo van agio en disagio worden lineair in 5 jaar
                                afgeschreven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten laste
                                van de exploitatie gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De materiele vaste activa met economisch nut, zoals bedoeld in
                                artikel 35 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en
                                gemeenten, worden lineair afgeschreven in:</al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="76*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="23*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="1*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Automatisering</vet></al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- minicomputer, appl. en actieve
                                                  netwerkcomponenten</al></entry><entry colname="col2"><al>5 jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- PC’s en printers</al></entry><entry colname="col2"><al>3 jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- programmatuur</al></entry><entry colname="col2"><al>5 jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Brandweer</vet></al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- voertuigen (incl. installaties)</al></entry><entry colname="col2"><al>15 jaar </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- brandblus- en reddingsmiddelen</al></entry><entry colname="col2"><al>10 jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- kleding</al></entry><entry colname="col2"><al>7 jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Gebouwen (excl. Ondergrond)</vet></al></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- stenen gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>40 - 60 jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- andere gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>25 jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- verbouwing (uitbreiding)</al></entry><entry colname="col2"><al>25 jaar </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- renovatie gebouwen (onderhoud)</al></entry><entry colname="col2"><al>25 jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al> - woonwagens / woonwagencentra</al></entry><entry colname="col2"><al>25 jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- installaties (lift, CV etc.)</al></entry><entry colname="col2"><al>15 jaar </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Gronden en terreinen</vet></al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- sportterreinen</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>15 jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- speelterreinen</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>10 jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Wegen, straten, pleinen, bruggen en
                                                  openbare verlichting</vet></al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- rehabilitatie-investeringen wegen, straten en
                                                  pleinen als bedoeld in het onderhoudsplan
                                                  wegen</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>60 jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Installaties</vet></al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>10 jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Kantoorinrichting </vet></al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- inventaris</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>10 jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- telefooncentrale</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>8 jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Machines en gereedschappen</vet></al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>10 jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Onderwijs</vet></al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- noodlokalen</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>15 jaar </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- 1e inrichting</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>20 jaar </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- uitbreiding inrichting</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>20 jaar </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- leer- en hulpmiddelen</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>8 jaar </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Riolering</vet></al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- vrijvervalriolen</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>56 jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- gemalen – bouwkundig deel</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>45 jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- gemalen – mechanisch / elektrisch deel</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>15 jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- persleidingen</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>45 jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- drukriolering – bouwkundig deel</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>30 jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>- drukriolering – mechanisch / elektrisch
                                                  deel</al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>15 jaar</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Speeltoestellen en voorzieningen</vet></al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>10 jaar </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al><vet>Vervoermiddelen</vet></al></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al>8 jaar </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2" nameend="col3" namest="col2"><al/></entry></row></tbody></tgroup></table></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op gronden en terreinen, voorzover niet bedoeld in lid 3, wordt niet
                                afgeschreven.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Activa met een verkrijgingsprijs van meer dan € 20.000 worden
                                geactiveerd. Activa met een verkrijgingsprijs kleiner dan € 20.000
                                kunnen worden geactiveerd. Gronden en terreinen worden altijd
                                geactiveerd.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Onder activa met een meerjarig maatschappelijk nut, zoals bedoeld in
                                artikel 35 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en
                                gemeenten, worden verstaan investeringen in aanleg en onderhoud van:
                                (inrichting) wegen, waterwegen; civiele kunstwerken, groen en
                                kunstwerken.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Aankoop en vervaardiging van activa met een meerjarig
                                maatschappelijk nut worden onder aftrek van bijdragen van derden en
                                bestemmingsreserves ten laste van de exploitatie gebracht. Hiervan
                                kan bij raadsbesluit worden afgeweken. In geval van activering bij
                                raadsbesluit wordt het actief lineair afgeschreven over de verwachte
                                levensduur van het actief of een kortere, door de raad aan te geven
                                tijdsduur.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>In afwijking van dit artikel, lid 1 tot en met 7, worden vaste
                                activa, die op 31 december 2003 op een andere wijze zijn gewaardeerd
                                en afgeschreven dan gesteld in dit artikel, volgens de op dat moment
                                aanwezige boekwaarde voor de rest van de periode afgeschreven
                                volgens de gehanteerde afschrijvingsmethodiek.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Voorziening voor oninbare vorderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor openstaande vorderingen betreffende:</al><lijst><li nr="a."><al>onroerende zaakbelasting gebruikers;</al></li><li nr="b."><al>onroerende zaakbelasting eigenaren;</al></li><li nr="c."><al>hondenbelasting;</al></li><li nr="d."><al>rioolrechten;</al></li><li nr="e."><al>en afvalstoffenheffing;</al></li></lijst><al>wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter grootte van
                                het historische percentage van oninbaarheid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de overige vorderingen wordt een voorziening wegens
                                oninbaarheid gevormd op basis van een beoordeling op inbaarheid van
                                de openstaande vorderingen ouder dan drie maanden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Reserves en voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt eenmaal per twee jaar een (bijgestelde) nota
                                reserves en voorzieningen aan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De nota behandelt:</al><lijst><li nr="a."><al>de vorming en besteding van reserves;</al></li><li nr="b."><al>de vorming en besteding voorzieningen;</al></li><li nr="c."><al>de toerekening en verwerking van rente over de reserves en
                                        de voorzieningen, in relatie tot de nota weerstandsvermogen
                                        bedoeld in artikel 16.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Kostprijsberekening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van producten en diensten
                                van de gemeente Dronten wordt een systeem van kostentoerekening
                                gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden naast de directe kosten
                                alleen die indirecte kosten betrokken, die rechtstreeks samenhangen
                                met de door de gemeente verleende diensten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de indirecte kosten worden betrokken de bijdragen aan reserves
                                voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken activa, de
                                kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa, de apparaatskosten
                                en voor leges, rioolrechten, reinigingsrechten en
                                afvalstoffenheffing de compensabele BTW.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De omslagrente voor de rentetoerekening van de kapitaallasten wordt
                                bepaald door het rentetotaal van de uitstaande leningen en de bij
                                begroting vastgestelde gecalculeerde rente over het eigen vermogen
                                en voorzieningen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14:</nr><titel>Financieringsfunctie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt bij de uitoefening van de financieringsfunctie
                                zorg voor</al><lijst><li nr="a."><al>het aantrekken van voldoende financiële middelen en het
                                        uitzetten van overtollige gelden om de programma's binnen de
                                        door de raad vastgestelde kaders van de begroting uit te
                                        kunnen voeren;</al></li><li nr="b."><al>het beheersen van de risico's verbonden aan de
                                        financieringsfunctie zoals renterisico's, koersrisico's en
                                        kredietrisico's;</al></li><li nr="c."><al>het zo veel mogelijk beperken van de kosten van de leningen
                                        en het bereiken van een voldoende rendement op de
                                        uitzettingen;</al></li><li nr="d."><al>het beperken van de interne verwerkingskosten en externe
                                        kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële
                                        posities.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college neemt bij de uitvoering van de financieringsfunctie de
                                volgende richtlijnen in acht:</al><lijst><li nr="a."><al>het uitzetten van overtollige geldmiddelen gebeurt
                                        uitsluitend bij financiële instellingen met hoofdzetel
                                        binnen het EMU-gebied die een minimale lange termijn rating
                                        hebben van A (Moody, S&amp;P’s) en een minimale korte
                                        termijn rating van P-2 (Moody) en A-2 (S&amp;P’s);</al></li><li nr="b."><al>overtollige geldmiddelen worden uitsluitend uitgezet tegen
                                        vastrentende waarden, dan wel in producten waarbij de
                                        hoofdsom tenminste aan het eind van de looptijd in tact
                                        is;</al></li><li nr="c."><al>Derivaten worden uitsluitend gebruikt ter beperking van
                                        financiële risico's;</al></li><li nr="d."><al>voor het aantrekken van financieringen voor langer dan 1
                                        jaar worden tenminste 2 prijsopgaven bij verschillende
                                        financiële instellingen gevraagd;</al></li><li nr="e."><al>overeenkomsten voor het aangaan van leningen, het uitzetten
                                        van middelen of het verlenen van garanties luiden in
                                        euro;</al></li><li nr="f."><al>voor de kasgeldlimiet en de renterisiconorm gelden de
                                        wettelijke waarden. Het college informeert de raad indien de
                                        kasgeldlimiet of de renterisiconorm dreigen te worden
                                        overschreden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Verstrekken van leningen en garanties en het aangaan van financiële
                                participaties anders dan genoemd in het tweede lid worden
                                uitsluitend gedaan uit hoofde van de publieke taak. Bij het
                                uitzetten van middelen, het verstrekken van garanties en het aangaan
                                van financiële participaties uit hoofde van de publieke taak bedingt
                                het college indien mogelijk zekerheden. Het college motiveert in
                                zijn besluit het openbaar belang van dergelijke uitzettingen van
                                middelen, verstrekkingen van garanties en financiële
                                participaties.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college stelt regels op ter uitvoering van het gestelde onder
                                het eerste tot en met derde lid en legt deze regels alsmede de
                                regels voor taken en bevoegdheden, de verantwoordingsrelaties en de
                                bijbehorende informatievoorziening vast in een besluit
                                financieringsstatuut. Het college zendt het besluit
                                financieringsstatuut ter kennisgeving aan de raad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Registratie bezittingen, activa en vermogen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt zorgt voor een actuele en volledige registratie
                                van bezittingen. In de registratie worden ook opgenomen
                                niet-geactiveerde kunstvoorwerpen met cultuurhistorische waarde en
                                de niet- of netto-geactiveerde investeringen in de openbare
                                ruimte.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor, dat de registratie en de
                                ontwikkeling van de bezittingen en het vermogen van de gemeente
                                systematisch worden gecontroleerd, met dien verstande dat de
                                waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de
                                (debiteuren-)vorderingen, de liquiditeiten, de opgenomen leningen en
                                de (crediteuren-)schulden jaarlijks worden gecontroleerd en
                                registergoederen en bedrijfsmiddelen tenminste eenmaal in de 4
                                jaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij afwijkingen in de registratie van bezittingen neemt het college
                                maatregelen voor herstel van de tekortkomingen. De resultaten van de
                                controle en eventuele plannen van verbetering worden ter
                                kennisgeving aan de raad aangeboden.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>3.</nr><titel>Paragrafen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Paragrafen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De beheersmatige aspecten die, aanvullend op wat in het BBV
                                verplicht is gesteld, in de paragrafen worden behandeld worden ten
                                minste bij de aanvang van de nieuwe raadsperiode door de raad
                                vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college formuleert per paragraaf het beleid op hoofdlijnen, ter
                                vaststelling door de raad.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college geeft in de productenraming en productenrealisatie
                                uitvoeringsinformatie op productniveau met betrekking tot de
                                onderwerpen waarvoor de raad in de paragrafen het beleid op
                                hoofdlijnen heeft vastgesteld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op verzoek van de raad zet het college zijn beleid met betrekking
                                tot een paragraaf of onderdeel daarvan uiteen in een afzonderlijke
                                beleidsnota, die ter bespreking aan de raad wordt voorgelegd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Verstrekking subsidies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt tenminste eens in de vier jaar een (bijgestelde)
                                nota verstrekking gemeentelijke subsidies aan. De nota bevat het
                                kader voor de verstrekking van gemeentelijke subsidies en een
                                overzicht van de toegekende gemeentelijke subsidies.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad stelt de nota vast binnen 2 maanden na aanbieding van de
                                nota door het college.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>4.</nr><titel>Financiële organisatie en administratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Administratie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder
                                geval dienstbaar is voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het sturen en het beheersen van activiteiten en processen in
                                        de gemeente als geheel;</al></li><li nr="b."><al>het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de
                                        omvang van activa met economisch nut, activa met
                                        maatschappelijk nut, voorraden, vorderingen en schulden,
                                        enzovoorts;</al></li><li nr="c."><al>het verschaffen van informatie aan de budgethouders en voor
                                        het maken van kostencalculaties;</al></li><li nr="d."><al>het bevorderen van de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de
                                        doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de
                                        gestelde beleidsdoelen, de begroting en ter zake geldende
                                        wet- en regelgeving;</al></li><li nr="e."><al>het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de
                                        doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde
                                        bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de
                                        begroting en ter zake geldende wet- en regelgeving;</al></li><li nr="f."><al>de controle van de registratie van gegevens als zodanig en
                                        van de daaraan ontleende informatie alsmede voor de controle
                                        op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de
                                        doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de
                                        gestelde beleidsdoelen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Financiële administratie</titel></kop><al>Het college draagt er zorg voor dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de inrichting en de werking van de financiële administratie
                                    voldoet aan het Besluit begroting en verantwoording provincies
                                    en gemeenten en andere relevante wet- en regelgeving;</al></li><li nr="b."><al>de vereiste informatie verstrekt wordt aan het rijk, de
                                    provincie en de Europese Unie, alsmede aan andere instellingen
                                    die specifieke verantwoordingsverplichtingen opleggen aan
                                    gemeenten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><al>Het college draagt de zorg voor en legt (in een besluit) vast:</al><lijst><li nr="a."><al>eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een
                                    eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken;</al></li><li nr="b."><al>een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,
                                    verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne controle
                                    wordt voldaan en de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie
                                    aan beleids- en beheersorganen is gewaarborgd;</al></li><li nr="c."><al>de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                                    verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
                                    investeringskredieten;</al></li><li nr="d."><al>de te maken afspraken met de organisatie over de te leveren
                                    prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en
                                    frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten
                                    en uitputting van middelen;</al></li><li nr="e."><al>de regels voor de verlening van décharge over het gevoerde
                                    beheer van de organisatie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Aanbesteding en inkoop</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Openbare aanbestedingen en meervoudig onderhandse aanbestedingen
                                voor civieltechnische werken, gebouwen en groen- en
                                speelvoorzieningen worden volgens het Uniform Aanbestedingsreglement
                                1986 toegepast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Er wordt een genuanceerd aanbestedingsbeleid gehanteerd waarbij
                                selectief gebruik gemaakt wordt van de verschillende aanbestedings-
                                en contractvormen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Selectie van bedrijven vindt plaats op basis van
                                prijs/kwaliteitsverhouding, waarbij de vereiste kwaliteit in eerste
                                instantie bepalend is voor de selectie.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien de Europese regelgeving danwel subsidievoorwaarden hiertoe
                                verplichten wordt er openbaar aanbesteed.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Er wordt meervoudig onderhands aanbesteed indien:</al><lijst><li nr="a."><al>voldoende bedrijven beschikbaar zijn die de vereiste
                                        kwaliteit kunnen leveren;</al></li><li nr="b."><al>een concurrerende prijsstelling kan worden verwacht ten
                                        opzichte van enkelvoudig uitbesteden;</al></li><li nr="c."><al>de aanneemsom, het werk voldoende groot is om hiervoor een
                                        bestek voor te bereiden. Als richtlijn hiervoor geldt een
                                        bedrag van meer dan € 50.000,00.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Enkelvoudig aanbesteden vindt plaats indien:</al><lijst><li nr="a."><al>gebruik gemaakt moet worden van specifieke deskundigheid van
                                        een bedrijf bij de voorbereiding en/of uitvoering van de
                                        werkzaamheden;</al></li><li nr="b."><al>het zelf voorbereiden van een bestek niet doelmatig is;</al></li><li nr="c."><al>de kosten voor het laten uitvoeren van het werk c.q. de
                                        levering van de dienst en materialen laag zijn. Als
                                        richtlijn hiervoor geldt een bedrag van minder dan €
                                        50.000,00;</al></li><li nr="d."><al>gebruik kan worden gemaakt van bestaande meerjarencontracten
                                        en substantiële gunstige prijscondities.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Voor werkzaamheden, leveringen en diensten en materialen waarvoor
                                geen uniforme aanbestedingsvormen gelden, wordt dezelfde gedragslijn
                                gevolgd inzake het uitbesteden/offerte vragen/inschrijven etc. zoals
                                bepaald voor de werken als bedoeld onder lid 1.</al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Regionale/ lokale bedrijven worden uitgenodigd in te schrijven
                                indien zij kunnen voldoen aan de gestelde
                                prijs-/kwaliteitseisen.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Over de uitvoering van het aanbestedings-/uitbestedingsbeleid en
                                inkoop van diensten en materialen wordt jaarlijks aan de raad
                                gerapporteerd.</al></lid><lid><lidnr>10.</lidnr><al>Voor specifieke, complexe en/of omvangrijke projecten die uitgevoerd
                                worden volgens bijzondere contractvormen, is toestemming van de raad
                                vereist.</al></lid><lid><lidnr>11.</lidnr><al>De taken en bevoegdheden voor het opstarten van
                                aanbestedingsprocedures, het gunnen, opdracht geven worden geregeld
                                in een door het college vast te stellen besluit.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>5.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 juli 2004, met
                                dien verstande dat de begroting, meerjarenraming, de jaarstukken, de
                                uitvoeringsinformatie en de informatie voor derden en de daarbij
                                behorende toelichtingen met ingang van de begroting voor het
                                begrotingsjaar 2004 voldoen aan de bepalingen van deze
                                verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de inwerkingtreding van deze verordening worden
                                ingetrokken:</al><lijst><li nr="a."><al>de “Financiële verordening gemeente Dronten 2000” (rb 27
                                        april 2000).</al></li><li nr="b."><al>het raadsbesluit d.d. 27 maart 2003 inzake de rangordening
                                        en indicatieve data van verschijning vast te stellen
                                        documenten in de financiële cyclus, alsmede het financiële
                                        afwijkingenbeleid.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald onder de naam "Financiële
                            verordening 2004".</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Dronten, 29 april 2004</al><al>De raad van Dronten,</al></slotformulering><ondertekening><functie>voorzitter</functie><naam><voornaam>Drs. B. </voornaam><achternaam>de Hon</achternaam></naam></ondertekening><ondertekening><functie>griffier</functie><naam><voornaam>E.J. </voornaam><achternaam>Morren</achternaam></naam></ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting op de artikelen</titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>De verordening is gebaseerd op de modelverordening zoals deze door de VNG is
                    aangereikt. Op onderdelen is van de modelverordening afgeweken. Bij de
                    toelichting op het betreffende artikel is dit met een asterisk (*) weergegeven,
                    springt de tekst in en is dit nader toegelicht. Zonodig is de oorspronkelijke
                    tekst uit de modelverordening aangehaald.</al><tussenkop>Artikel 1. Definities</tussenkop><al>Dit artikel geeft de betekenis van een aantal in de verordening gebruikte
                    begrippen weer.</al><al>* In de modelverordening was ook een definitie van het begrip diensten
                    aangegeven, daaronder werd elke organisatorische eenheid verstaan binnen de
                    gemeentelijke organisatie die als zodanig een eigen rechtstreekse
                    verantwoordelijkheid aan het college heeft. In onze organisatie staan de
                    diensten onder de uiteindelijke leiding van de algemeen directeur, die een eigen
                    rechtstreekse verantwoordelijkheid aan het college heeft. Om die reden is deze
                    definitie hier weggelaten en is in de verdere tekst van de verordening dit
                    begrip in die betekenis niet gebruikt.</al><tussenkop>Artikel 2. Programmabegroting</tussenkop><al>Artikel 2 bevat een aantal bepalingen over de inrichting van de begroting waarin
                    de kaderstellende functie van de raad tot uiting komt. De raad legt op basis van
                    dit artikel een belangrijk deel van de infrastructuur van de begroting vast,
                    evenals de kengetallen waarop de raad wil sturen en controleren.</al><al>In het Besluit comptabiliteitsvoorschriften 1995 was de indeling van de
                    begroting in functies verplicht voorgeschreven. In het Besluit begroting en
                    verantwoording provincies en gemeenten is dat niet meer zo. De gemeente bepaalt
                    nu zelf het aantal en de inhoud van de programma's van de begroting en kan
                    daardoor de begrotingsopzet aanpassen aan de eigen politiek-bestuurlijke wensen.
                    Zo kan een gemeente programma's indelen naar doelgroepen of indelen volgens de
                    pijlers van het grote stedenbeleid. Omdat er een politiek-bestuurlijke keuze ten
                    grondslag ligt aan de indeling van de programma's, stelt de raad de indeling
                    vast. Meestal zal die vaststelling voor enkele jaren gelden, bijvoorbeeld voor
                    een gehele raadsperiode. Indien daartoe aanleiding is, kan de raad de indeling
                    wijzigen.</al><al>Een programma is gebaseerd op de drie w-vragen: wat willen we bereiken, wat gaan
                    we daar voor doen en wat mag dat kosten? Vooral voor de eerste twee vragen
                    zullen in de praktijk indicatoren nodig zijn. Aan de hand van die indicatoren
                    kan de raad zijn kaderstellende functie vervullen. Ook dienen zij om de raad de
                    gelegenheid te bieden zijn controlerende functie in te vullen door de uitkomsten
                    en resultaten van de programma's te beoordelen. In het dualistisch bestel moet
                    de raad de w-vragen zelf beantwoorden; hij kan dat niet overlaten aan het
                    college en/of de ambtelijke organisatie.</al><al>* Met lid 6 van artikel 2 wordt in de verordening ook het financieel
                    afwijkingenbeleid vastgelegd waartoe de raad d.d. 27 maart 2003 heeft besloten.
                    In de slotbepalingen wordt het betreffende besluit ingetrokken.</al><al>In een programmabegroting worden door de raad zowel de baten en lasten per
                    programma als ook het beleid en de beleidsdoelen vastgesteld. Redenerend vanuit
                    het budgetrecht van de raad zal het college bij overschrijding van kosten voor
                    bijvoorbeeld de aanleg van een weg en onderschrijding van kosten door lagere
                    kosten gladheidsbestrijding (beiden vallend binnen het programma verkeer,
                    vervoer en waterstaat) geen begrotingswijziging aan de raad voor hoeven te
                    leggen. Het beleid is niet gewijzigd en binnen het programma is er geen tekort
                    aan middelen.</al><al>Is er daarentegen enkel een dreigende overschrijding van de kosten voor aanleg
                    van de weg, dan moet het college met een begrotingswijziging naar de raad.</al><al>Wordt bijvoorbeeld de geplande 30-km zone ter vergroting van de
                    verkeersveiligheid niet gerealiseerd en blijft er geld over dan zal het college
                    naar de raad moeten omdat het doel niet wordt verwezenlijkt.</al><al>Begrotingswijzigingen dienen de mutaties per programma weer te geven, alsmede
                    het nieuw geraamde bedrag.</al><al>De begroting vormt na vaststelling door de raad het document waarmee het college
                    wordt geautoriseerd tot het aangaan van verplichtingen. Gedurende het
                    begrotingsjaar kan de begroting worden gewijzigd door expliciete besluiten van
                    de raad. Het zonder meer schuiven van bedragen tussen programma’s is niet
                    toegestaan.</al><tussenkop>Artikel 3. Producten</tussenkop><al>De raad stelt de programmabegroting vast. Ter uitvoering van de begroting stelt
                    het college - zoals geregeld in het Besluit begroting en verantwoording - een
                    productraming op. Het college is vrij in het aantal producten en de indeling
                    daarvan. De productraming is in de systematiek van het besluit geen onderdeel
                    van de begroting. De raad kan van oordeel zijn dat hij bij de programmabegroting
                    en verantwoording een overzicht wil hebben van welke producten er bij de
                    programma's horen. Dit wordt geregeld in het eerste lid.</al><al>Opgemerkt wordt, dat er in Dronten voor een groeiscenario is gekozen. Dit houdt
                    in, dat de productenraming in het eerste jaar er nog niet op de voorgestelde
                    wijze zal zijn. Naar verwachting zal vanaf de begroting 2006 ook de
                    productenraming conform de bepalingen van de verordening worden opgesteld.</al><tussenkop>Artikel 4. Kaders begroting</tussenkop><al>De artikelen 2 en 3 betreffen vooral de infrastructuur van de begroting. Artikel
                    4 gaat over het meerjarige budgettaire kader. Dat vormt, zoals in de meeste
                    gemeenten gebruikelijk is, de grondslag voor de eigenlijke begroting. Gegeven
                    het grote belang van het budgetrecht van de raad, is het logisch dat de raad
                    expliciet een budgettair kader vaststelt.</al><al>* In dit artikel is een bepaling toegevoegd inzake het moment waarop de kaders
                    voor de begroting aan de raad worden aangeboden.</al><tussenkop>Artikel 5. Uitvoering begroting</tussenkop><al>In artikel 5 legt de raad het college een aantal eisen op die voor een goede
                    uitvoering van de begroting noodzakelijk zijn. In het eerste lid wordt bepaald
                    dat het college de rechtmatigheid, de doeltreffendheid en de doelmatigheid van
                    de uitvoering dient te waarborgen. Lid 2 stelt eisen voor de onderwerpen die van
                    belang zijn voor de opstelling van de productraming. Lid 3 doet hetzelfde voor
                    de uitvoering van de programma's van de begroting.</al><al>In het duale stelsel geeft de raad geen nadere uitvoeringsregels om aan de
                    prestatie-eis te voldoen. Deze uitvoeringsregels zijn aan het college.</al><tussenkop>Artikel 6. Interne controle</tussenkop><al>De raad legt in dit artikel enkele basiscondities vast voor de interne controle.
                    Daarmee verkrijgt de raad de zekerheid dat het college aan de eisen genoemd in
                    met name artikel 5, eerste lid, zal kunnen voldoen.</al><al>De modelverordening geeft in het eerste en tweede lid aan het college de
                    opdracht voor de inrichting van de financiële organisatie verschillende
                    maatregelen te treffen op het gebied van interne controle, bijvoorbeeld een
                    adequate functiescheiding.</al><al>* De in de modelverordening opgenomen leden 2 t/m 5 van dit artikel zijn niet
                    opgenomen, omdat deze erg zwaar aanzetten. Met toepassing van de verordeningen
                    art. 213 en 213a, alsmede het instrumentarium onder lid 1 en 2 van dit artikel
                    en het bepaalde in artikel 20 inzake de financiële organisatie is er al een
                    behoorlijk instrumentarium aanwezig. Verdergaande bepalingen zullen ook
                    organisatorisch en qua capaciteit ons vermogen te boven gaan.</al><al>De bepalingen van de modelverordening luiden:</al><lijst><li nr="1."><al>Het college biedt ten minste elke vier jaar een nota aan inzake de
                            bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik van de gemeentelijke
                            regelingen. De raad stelt deze nota vast binnen pm maanden nadat deze is
                            aangeboden.</al></li><li nr="2."><al>Het college draagt zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van een
                            aantal bedrijfsonderdelen op juistheid, volledigheid en tijdigheid van
                            de bestuurlijke informatievoorziening, de rechtmatigheid van
                            beheershandelingen en op misbruik en oneigenlijk gebruik van de
                            gemeentelijke regelingen. Ieder bedrijfsonderdeel van de gemeente wordt
                            minimaal eens in de pm jaar getoetst.</al></li><li nr="3."><al>Het college zorgt op basis van de resultaten van de toets bedoeld in het
                            derde lid indien nodig voor een plan van verbetering. Het college neemt
                            op basis van het plan van verbetering maatregelen voor herstel van de
                            tekortkomingen.</al></li><li nr="4."><al>De resultaten van de toets en het plan van verbetering worden ter
                            kennisgeving aan de raad aangeboden.</al></li></lijst><tussenkop>Artikel 7. Tussentijdse rapportage en informatie</tussenkop><al>Artikel 7, eerste tot en met vierde lid, formaliseert een belangrijk onderdeel
                    van de planning en control van de raad. De raad geeft namelijk aan de aard van
                    de informatie die het college standaard dient te verstrekken evenals de
                    reguliere frequentie. Op basis van deze informatie kan de raad de uitvoering van
                    de begroting volgen en besluiten of bijsturing nodig is. De rapportage vindt
                    plaats via de Voor- en Najaarsnota.</al><al>Artikel 7 regelt wanneer de raad tussentijds over de stand van zaken in het
                    lopende begrotingsjaar moet worden geïnformeerd. In dit artikel is gekozen voor
                    twee tussenrapportages. Er kan natuurlijk ook gekozen worden voor slechts één
                    tussenrapportage net voor de begrotingsbehandeling. Een andere mogelijkheid is
                    een tussenrapportage per kwartaal, waarmee wordt aangesloten op cyclus voor het
                    aanleveren van financiële informatie aan o.a. het CBS en de Europese Unie.</al><al>Door het vastleggen van de datum in het artikel kan de raad een maximale termijn
                    vastleggen, waarbinnen de tussenrapportages moeten worden samengesteld en
                    opgeleverd.</al><al>* In de verordening worden de uiterste data waarop de Voor- en Najaarsnota aan
                    de raad worden aangeboden vermeld.</al><al>In het derde lid van het artikel geeft de raad kaders voor de inrichting van de
                    tussenrapportages. In het vierde lid geeft de raad aan waarover hij in elk geval
                    in de tussenrapportages wil worden geïnformeerd. Om de gemeentelijke organisatie
                    niet op te zadelen met een rapportagecircus is het natuurlijk wel zaak, dat de
                    tussenrapportages niet te uitgebreid en overzichtelijk zijn.</al><al>De stand van zaken van - en prognose voor het lopende begrotingsjaar kan
                    overigens naast de jaarstukken van het afgelopen jaar mede een belangrijke basis
                    zijn voor het inzicht voor en het opstellen van de komende begroting.</al><al>Het vijfde en zesde lid gaan in op de informatieplicht van het college voor
                    nieuwe, niet in de begroting opgenomen activiteiten.</al><al>* In de in januari 2004 aan de raad voorgelegde regeling actieve
                    informatieplicht is aangegeven in welke gevallen het college actief tussentijdse
                    informatie verstrekt. In het 5<sup>e</sup> lid van de verordening wordt dit door
                    middel van criteria met betrekking tot financiële onderwerpen nader
                    afgebakend.</al><al>De raad autoriseert het college met het vaststellen van de begroting op
                    hoofdlijnen het door het college uit te voeren beleid. Hiermee worden alle
                    afzonderlijke verplichtingen die in de programma's besloten liggen in materiële
                    zin oftewel financieel geaccordeerd. Bij de uitvoering van de begroting geldt
                    voor het college de informatieplicht uit het vierde lid artikel 169 Gemeentewet.
                    Bij het aangaan van verplichtingen of het uitoefenen van bevoegdheden door het
                    college met ingrijpende gevolgen voor de gemeente moet het college eerst het
                    gevoelen van de raad inwinnen. De raad schrijft nu in dit artikel voor welke
                    privaatrechtelijke rechtshandelingen in elk geval vooraf aan de raad moeten
                    worden gemeld. De raad perkt hiermee de beoordelingsvrijheid in van het college
                    door zelf te bepalen wat belangrijk genoeg is om vooraf aan de raad mee te
                    delen. De raad schept op deze wijze echter ook zekerheid voor het college. Het
                    college weet welke informatie hij in elk geval vooraf aan de raad moet
                    mededelen. Het haalt mogelijke misverstanden en politieke spanningen uit de
                    lucht.</al><al>Voor verschillende privaatrechtelijke rechtshandelingen kunnen in de verordening
                    limietbedragen worden ingevuld. Bij de rechtshandelingen boven deze limieten
                    wordt het college verplicht vooraf het gevoelen van de raad in te winnen.
                    Beneden deze bedragen blijft overigens de informatieplicht voor het college
                    gelden, zoals neergelegd in artikel 169, vierde lid, Gemeentewet, dat wil zeggen
                    dat het college gehouden is de raad te informeren over het gebruik van
                    collegebevoegdheden indien er om welke reden dan ook ingrijpende gevolgen zijn
                    te verwachten. Een andere mogelijkheid voor de vormgeving van dit artikel is het
                    uitdrukken van de limieten in percentages van het begrotingstotaal.</al><al>Het is natuurlijk wel zaak dat de limietbedragen in de verordening voldoende
                    hoog zijn vastgesteld, zodat het college niet bij elke kleine zaak eerst de raad
                    moet raadplegen. Hierdoor zou kostbare tijd van de raad en het college verloren
                    gaan en de handelingsvrijheid van het college worden gefrustreerd. Iets wat de
                    dualiseringsoperatie juist probeert te voorkomen. Voor het vast stellen van de
                    limieten moet vanzelfsprekend rekening worden gehouden met de specifieke
                    kenmerken van de gemeente.</al><al>De raad en het college zullen steeds moeten afwegen de kosten die aan de
                    informatievoorziening is verbonden versus het nut, de toegevoegde waarde ervan.
                    Al snel namelijk wordt er in de praktijk een overvloed aan informatie
                    gevraagd.</al><al>* De modelverordening gaf geen limietbedragen aan. Voorgesteld wordt om voor de
                    onderdelen van lid 5 a, b en c (eenmalige verplichtingen) uit te gaan van een
                    bedrag ad € 500.000,00. Voor onderdeel d. (structurele verplichtingen) wordt de
                    limiet op € 50.000,00 gelegd. Er is een zevende lid toegevoegd om uit te
                    sluiten, dat onder vigeur van de leden 5 en 6 het college ongedekte uitgaven zou
                    gaan doen.</al><tussenkop>Artikel 8. Jaarrekening</tussenkop><al>Artikel 8 is het sluitstuk van de begrotingscyclus, de verantwoording over de
                    begrotingsuitvoering door het college, cq. de controle van de raad daarop. Basis
                    daarvoor is de productrealisatie. In het eerste lid wordt daarvoor een
                    kwaliteitseis gesteld. Het tweede lid is de tegenpool van artikel 2, lid 2.</al><al>* In aanvulling op de modelverordening is het tijdstip waarop de
                    programmaverantwoording uiterlijk aan de raad wordt aangeboden (23 april volgend
                    op het jaar waarop de verantwoording betrekking heeft) opgenomen.</al><al>Daarnaast zijn in lid 3 sub b de woorden goederen en diensten gewijzigd in
                    producten. Dit sluit beter aan op de gebruikte terminologie in de door het
                    college vast te stellen productenrealisatie.</al><tussenkop>Artikel 9. De financiële positie</tussenkop><al>De raad geeft in dit artikel enkele belangrijke uitgangspunten aan die het
                    college voor de uiteenzetting van de financiële positie en de meerjarenramingen
                    moet volgen.</al><al>Tevens wordt hier expliciet vastgelegd hoe de raad bij het vaststellen van de
                    financiële positie, de investeringskredieten autoriseert. De autorisatie van
                    deze kredieten zou anders als gevolg van het door gemeenten gehanteerde lasten
                    en batenstelsel buiten de boot vallen. Investeringen van gemeenten worden
                    voornamelijk geactiveerd en drukken zodoende in het jaar van aanschaf niet op de
                    onder de programma's verantwoorde lasten.</al><tussenkop>Artikel 10. Waardering &amp; afschrijving vaste activa</tussenkop><al>De verordening moet volgens artikel 212 Gemeentewet in elk geval bevatten de
                    "regels voor waardering en afschrijving activa". Artikel 10 stelt de regels voor
                    de waardering en afschrijving van de vaste activa. De vaste activa worden
                    verplicht ingedeeld in immateriële vaste activa, materiele vaste activa en
                    financiële vaste activa. De immateriële vaste activa worden verdeeld in de
                    kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief en de kosten
                    verbonden aan het sluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio. De
                    materiele vaste activa worden onderverdeeld in materiele vaste activa met
                    economisch nut en materiele vaste activa met alleen maatschappelijk nut.</al><al>Het eerste lid bepaalt, dat het saldo van agio en disagio en de kosten voor
                    onderzoek en ontwikkeling voor een bepaald actief lineair worden afgeschreven in
                    5 jaar. Deze immateriële activa mogen volgens het "Besluit begroting en
                    verantwoording gemeenten en provincies" ook ineens ten laste van het resultaat
                    worden gebracht. Er geldt een maximale afschrijvingstermijn van 5 jaar voor de
                    kosten van onderzoek en ontwikkeling en een maximale afschrijvingstermijn voor
                    de kosten voor het afsluiten van geldleningen en het saldo van agio en disagio
                    gelijk aan de looptijd van de lening. De raad kan de afschrijvingstermijn en
                    wijze op deze plaats in de verordening vastleggen.</al><al>* De modelverordening ging uit van een afschrijvingstermijn van 4 jaar.</al><al>Het tweede lid bepaalt, dat de kosten voor het afsluiten van geldleningen ineens
                    ten laste van het resultaat worden gebracht. De raad kan de afschrijvingstermijn
                    en wijze op deze plaats in de verordening vastleggen.</al><al>Het derde lid geeft de afschrijvingstermijnen van de materiele vaste activa met
                    economisch nut. De afschrijvingswijze van deze activa is lineair. De
                    afschrijvingstermijnen kunnen worden afgestemd op de specifiek gemeentelijke
                    situatie. De maat voor de afschrijvingstermijnen is natuurlijk de economische
                    levensduur. Zeker voor riolering kan deze per gemeente sterk afwijken van wat in
                    deze modelverordening als voorbeeld is gegeven.</al><al>* De afschrijvingstermijnen zoals die in de modelverordening zijn opgenomen
                    wijken nog al af. In de voorgestelde bepaling wordt een grotere specificatie
                    toegepast, dan in de modelverordening. Onderstaand worden de termijnen conform
                    de modelverordening genoemd.</al><lijst><li nr="a."><al>40 jaar: nieuwbouw woonruimten en bedrijfsgebouwen;</al></li><li nr="b."><al>30 jaar: rioleringen;</al></li><li nr="c."><al>25 jaar: renovatie, restauratie en aankoop woonruimten en
                            bedrijfsgebouwen;</al></li><li nr="d."><al>20 jaar: motorvaartuigen;</al></li><li nr="e."><al>15 jaar: technische installaties in bedrijfsgebouwen;</al></li><li nr="f."><al>10 jaar: veiligheidsvoorzieningen bedrijfsgebouwen;
                            telefooninstallaties; kantoormeubilair; schoolmeubilair; aanleg
                            tijdelijke terreinwerken; nieuwbouw tijdelijke woonruimten en
                            bedrijfsgebouwen; groot onderhoud woonruimten en bedrijfsgebouwen;</al></li><li nr="g."><al>5 jaar: zware transportmiddelen; aanhangwagens; schuiten;
                            personenauto's; lichte motorvoertuigen; automatiseringsapparatuur;</al></li><li nr="h."><al>niet: gronden en terreinen.</al></li></lijst><al>Het vierde lid geeft een opsomming van de activa van de gemeente, welke slechts
                    een maatschappelijk en geen economisch nut hebben. Investeringen in vaste activa
                    met alleen maatschappelijk nut mogen ineens ten laste van de exploitatie worden
                    gebracht. Deze investeringen genereren geen inkomsten en brengen bij verkoop
                    geen geld op. Activering van deze activa geeft een opwaartse vertekening van het
                    eigen vermogen. Het is de bedoeling dat de verordening een limitatieve opsomming
                    geeft. Hierbij dient opgemerkt te worden dat alleen investeringen in de openbare
                    ruimte met een maatschappelijk nut geactiveerd mogen worden. Er moet namelijk in
                    de praktijk een (h)erkenbaar criterium zijn voor de onderscheiding van activa
                    met alleen een maatschappelijk nut. In lid 6 is er voor gekozen om aan te geven
                    welke soorten van activa het betreft. Meer gedetailleerd gaat het dan om de
                    zaken als waterwegen, waterbouwkundige werken, permanente terreinwerken, wegen,
                    straten, fietspaden, voetpaden, bruggen, viaducten, tunnels,
                    verkeerslichtinstallaties, openbare verlichting, straatmeubilair, reconstructie
                    openbare ruimten, parken en overig groen.</al><al>* Lid 5: Behalve het criterium economisch nut kan voor de bepaling of een
                    bepaald bedrag wordt geactiveerd ook door de omvang van een bedrag worden
                    bepaald. In de verordening is het limietbedrag hiervoor op € 20.000,00
                    bepaald.</al><al>Het zevende lid bepaalt, dat activa met alleen maatschappelijk nut onder aftrek
                    van bijdragen van derden en bestemmingsreserves direct ten laste van de
                    exploitatie worden gebracht. Slechts bij uitzondering mogen dergelijke
                    investeringen met toestemming van de raad worden geactiveerd. Dit kan nodig zijn
                    ingeval een gemeente een (aantal) zeer grote investering in de openbare ruimte
                    wil uitvoeren. Een gemeente kan bij een dergelijk (meerjarige) investering de
                    begroting mogelijk niet sluitend krijgen. Dit is echter wel verplicht. Artikel
                    189 Gemeentewet bepaalt namelijk, dat de begroting in enig jaar in evenwicht is,
                    dan wel evenwicht in de eerstvolgende jaren tot stand wordt gebracht. In een
                    dergelijk geval kan activering van deze investeringen bij wijze van uitzondering
                    uitkomst bieden.</al><al>* Lid 8: De in de verordening opgenomen afschrijvingstermijnen gaan gelden voor
                    de investeringen zoals die na 31-12-2003 worden gepleegd. Waar investeringen
                    daarvoor zijn gerealiseerd worden de toen gekozen afschrijvingstermijnen
                    gehandhaafd. Herziening geeft aanzienlijke budgettaire verschuivingen b.v. als
                    investeringen met een maatschappelijk nut, niet meer worden afgeschreven, maar
                    ineens zouden moeten worden gedekt. Impliciet besluit de raad met vaststelling
                    van dit artikel in feite om gebruik te maken van het 7<sup>e</sup> lid van dit
                    artikel (afwijking bij raadsbesluit).</al><tussenkop>Artikel 11. Waardering oninbare vorderingen</tussenkop><al>Artikel 11 geeft de regels voor de bepaling van de hoogte van de voorziening
                    voor oninbare vorderingen. Voor het bepalen van de hoogte van de voorziening is
                    in dit artikel gekozen voor een scheiding in de bulkfacturen van de gemeente en
                    de overige facturen. Voor de bulkfacturen van gemeenten wordt een voorziening
                    getroffen op basis van een in te schatten percentage van oninbaarheid, omdat
                    individuele beoordeling ondoenlijk is. In gemeenten betreft het hier veelal
                    vorderingen facturen lokale heffingen en rechten.</al><al>* De modelverordening neemt in de bepaling de afvalstoffenheffing niet mee.
                    Hieraan is evenveel behoefte als aan het redigeren van een bepaling t.a.v. de
                    andere genoemde heffingen.</al><tussenkop>Artikel 12. Reserves en voorzieningen</tussenkop><al>Een belangrijk beleidsmatig aspect betreft de omvang van het eigen vermogen van
                    een gemeente. Het eigen vermogen van een gemeente bestaat uit de algemene
                    reserves en bestemmingsreserves. Hoe groot moet het eigen vermogen zijn om
                    risico's op te vangen en gaan we een investering financieren door
                    belastingverhoging of door het interen op het eigen vermogen, zijn financieel
                    beleidsmatige vragen die thuishoren bij de raad.</al><al>Artikel 12 bepaalt, dat het college een nota over de reserves en voorzieningen
                    aanbiedt ter behandeling en vaststelling door de raad. In deze nota kan de raad
                    het kader vaststellen voor de omvang van de reserves. Kaders stellen voor
                    voorzieningen is veelal niet aan de orde, omdat voorzieningen een verplichtend
                    karakter kennen. Wel is het inzichtelijk in de nota in te gaan op de
                    voorzieningen.</al><al>* De bepaling van dit artikel sluit aan bij de wenselijk geachte frequentie om
                    eenmaal per 2 jaar een nota reserves en voorzieningen aan de raad voor te
                    leggen. De modelverordening bevatte als laatste bepaling ook nog een tijdstip
                    waarop deze nota door de raad zou moeten zijn vastgesteld. Deze is
                    verwijderd.</al><tussenkop>Artikel 13. Kostprijsberekening</tussenkop><al>In artikel 13 is de grondslag voor de bepaling van heffingen en tarieven
                    neergelegd, zoals dat door artikel 212, lid 2, let b Gemeentewet wordt geëist.
                    De grondslag voor de hoogte van heffingen en tarieven is namelijk politieke
                    besluitvorming door de raad op basis van de geraamde hoeveelheden en de geraamde
                    kostprijzen. Kostprijzen laten zich op vele manieren berekenen. In dit artikel
                    worden uitgangspunten voor de bepaling van de kostprijzen gegeven.</al><al>Artikel 13, lid 1 bepaalt, dat naast de direct aan een product toe te rekenen
                    kosten ook de indirecte kosten die rechtstreeks samenhangen met de vervaardiging
                    van het product, worden meegenomen voor de kostprijsbepaling. De salariskosten
                    van de burgemeester hoeven dus niet worden meegenomen voor de
                    kostprijsberekening van de rioolrechten. Het toe te rekenen deel van de overhead
                    van de gemeentelijke organisatie waaronder het rioolbeheer valt moet dus wel
                    worden meegenomen in de kostprijsberekening.</al><al>Artikel 229b, lid 2, Gemeentewet stelt, dat bijdragen aan bestemmingsreserves en
                    voorzieningen voor noodzakelijke vervanging van de betrokken activa voor
                    bepaling van de geraamde kostprijs en dus voor de bepaling van het tarief of de
                    heffing mogen worden meegenomen. Veel gemeenten hanteren daarnaast het
                    mechanisme van rentetoerekening over de reserves en de voorzieningen aan in
                    gebruik zijnde kapitaalgoederen. Artikel 13, lid 2 van de modelverordening
                    bepaalt, dat deze beide kosten ook daadwerkelijk worden meegenomen voor de
                    berekening van de geraamde kostprijs. Indien is gekozen voor het systeem van het
                    toerekenen van bespaarde rente dan is het verplicht deze rente als lasten mee te
                    nemen in de kostprijs.</al><al>Op grond van lid 2 moeten ook worden meegenomen de kosten compensabele BTW voor
                    rioolrechten, reinigingsrechten en afvalstoffenheffing. De begroting en
                    jaarstukken zijn exclusief de compensabele BTW. Voor dit soort heffingen is
                    echter in de wet bepaald dat ze wel meegenomen mogen worden in de
                    kostprijsberekening, omdat de gemeente deze kosten wel heeft, ook al wordt de
                    BTW gecompenseerd.</al><al>Het rentepercentage van de toerekening van kapitaallasten is van invloed op de
                    lasten, maar ook van invloed op de kostprijs. Indien men voor de bouw van een
                    school een lening heeft afgesloten, kan men er voor kiezen de rentelasten op de
                    kosten van het schoolgebouw te laten drukken. Dit wordt in de gemeentelijke
                    boekhouding bereikt door de zogenaamde rente-omslagmethode. Het rentepercentage
                    dat wordt gehanteerd bij de omslagmethode, is van invloed op de kostprijs. Het
                    rentepercentage valt zodoende onder het budgetrecht van de raad. Daarnaast is
                    bij de rente-omslag van de kapitaallasten toerekening van de bespaarde rente
                    over het eigen vermogen toegestaan.</al><al>* Aan het 2<sup>e</sup> lid is toegevoegd, dat apparaatskosten worden meegenomen
                    bij de berekening van tarieven en dat de betreffende berekening ook geldt voor
                    de kostprijsbepaling van leges.</al><al>Artikel 13, lid 3 legt het te hanteren rentepercentage voor de omslagrente van
                    de kapitaallasten vast.</al><tussenkop>Artikel 14. Financieringsfunctie</tussenkop><al>De financieringsfunctie (treasury) is een belangrijk onderdeel van het
                    middelenbeheer. Gezien de operationele kwetsbaarheid van deze functie bevat
                    artikel 212 het expliciete voorschrift dat de verordening een onderdeel over de
                    financieringsfunctie heeft. In dit artikel wordt uitvoering gegeven aan artikel
                    212, tweede lid onder c. Het gaat om de kaders voor het uitvoeren van de
                    financieringsfunctie. De uitvoering van de financieringsfunctie komt aan de orde
                    in de financieringsparagraaf in de begroting en de rekening zoals die in het
                    Besluit begroting en verantwoording is voorgeschreven. In dit artikel stelt de
                    raad doelstellingen, richtlijnen en limieten die voor het college gelden. Het
                    vierde lid van het artikel draagt het college op een financieringsstatuut (tot
                    dusver treasurystatuut als besluit van de raad) op te stellen dat met name
                    protocollen bevat voor de dagelijkse uitvoering. Onderwerpen die in zo'n besluit
                    aan de orde komen zullen met name betreffen het derivatenbeheer (indien van
                    toepassing), het kasbeheer, het risicobeheer, de financiering en de
                    administratieve organisatie. Onder het risicobeheer vallen het
                    renterisicobeheer, het kredietrisicobeheer, het koersrisicobeheer, het interne
                    liquiditeitsbeheer en het valutarisicobeheer (indien van toepassing).</al><al>In het tweede lid onder a wordt gesproken van een vereiste rating die een
                    financiële instelling moet hebben. De regelgeving schrijft voor dat het minimaal
                    om een A-rating moet gaan. Gemeenten kunnen zelf een zwaardere rating
                    vaststelling, bijvoorbeeld AA.</al><al>* Het 2<sup>e</sup> lid, onder a, is zodanig gewijzigd, dat de bepaling aansluit
                    bij de rating die volgens het tot dusver geldende Treasurystatuut is
                    vereist.</al><al>Het Treasurystatuut zoals dat door de raad is vastgesteld blijft in stand totdat
                    het college een gewijzigd Financieringsstatuut vast stelt.</al><al>In onderdeel b van het tweede lid wordt verder gesproken over een
                    hoofdsomgarantie voor uitzettingen. Dit is de minimumeis die volgens de regeling
                    geldt. De nominale waarde van de uitzetting blijft dan in ieder geval in takt.
                    Gemeenten kunnen een lager risicoprofiel kiezen voor uitzettingen indien op de
                    hoofdsom een inflatiepercentage gezet wordt van bijvoorbeeld 2%.</al><al>De kasgeldlimiet en de renterisiconorm zijn wettelijk geregeld (Wet financiering
                    decentrale overheden, artikel 3 en 4, respectievelijk 5 en 6). Overschrijding is
                    niet toegestaan. Gedeputeerde staten van de provincie moeten in hun hoedanigheid
                    van toezichthouder ingrijpen, maar kunnen onder bijzondere omstandigheden een
                    tijdelijke overschrijding tolereren. Bij overschrijding kan de gemeente worden
                    geconfronteerd met preventief toezicht op het sluiten van kortlopende
                    (kasgeldlimiet) of langlopende (renterisiconorm) leningen. De raad dient daarom
                    wanneer overschrijding dreigt terstond geïnformeerd te worden.</al><tussenkop>Artikel 15. Registratie bezittingen en activa</tussenkop><al>Voor een goed beeld van de financiële positie is een volledige registratie van
                    de gemeentelijke bezittingen onontbeerlijk. Om te garanderen dat de registratie
                    actueel en juist is, wordt in dit artikel het college opgedragen periodiek de
                    registratie te controleren en bij afwijkingen maatregelen tot herstel te
                    treffen.</al><al>* Een volledige registratie van de gemeentelijke bezittingen in één
                    gestructureerde vorm ontbreekt in de meeste gemeenten. Zo ook in Dronten. Er
                    zijn wel diverse registraties, waarin de bezittingen van de gemeente voor komen.
                    In dit verband valt te denken aan de staat van vaste activa, beheerssystemen
                    voor b.v. wegen, groen, riolering, etc., de verzekeringsportefeuille,
                    inventarislijsten, e.d.</al><al>Voor de controle op de registergoederen en bedrijfsmiddelen is ingevuld, dat dit
                    eenmaal per 4 jaar dient plaats te vinden.</al><al>Het opzetten van een registratie en in welke vorm deze moet worden opgezet en
                    vooral ook bijgehouden is een punt van nadere aandacht en uitwerking. We moeten
                    ons realiseren, dat in de huidige situatie Dronten aan deze registratie nog geen
                    concrete invulling kan geven.</al><tussenkop>Artikel 16. Paragrafen</tussenkop><al>* De modelverordening gaat zeer ver in haar redactie van bepalingen rondom de
                    paragrafen. Het overnemen hiervan leidt tot een groot aantal door de raad vast
                    te stellen nota’s, die elke vier jaar herzien moeten worden. Dit zijn:</al><lijst><li nr="-"><al>een nota lokale heffingen</al></li><li nr="-"><al>een nota weerstandsvermogen</al></li><li nr="-"><al>een nota onderhoud kapitaalgoederen</al></li><li nr="-"><al>een nota rioleringsplan (is al wettelijk geregeld in de Wet
                            Milieubeheer)</al></li><li nr="-"><al>een nota onderhoud gebouwen</al></li><li nr="-"><al>een nota bedrijfsvoering</al></li><li nr="-"><al>een nota verbonden partijen</al></li><li nr="-"><al>een nota grondbeleid</al></li></lijst><al>Dit is een wel erg overdadige notacultuur. Het Besluit Begroten en Verantwoorden
                    schrijft al voor wat er – jaarlijks – in de paragrafen moet staan. Als de raad
                    meer gedetailleerde aanwijzingen wil geven voor de inhoud van de paragrafen, kan
                    hij daartoe besluiten. Het beste moment daarvoor is bij de Voorjaarsnota. In de
                    opgenomen gewijzigde tekst van artikel 16, Paragrafen is aangegeven op welke
                    wijze invulling wordt gegeven aan de inhoud van de paragrafen en dat de raad
                    indien hij dat wenst het college kan vragen een bepaalde beleidsnota inzake een
                    onderwerp behorend tot de paragrafen op te stellen.</al><al>De tekst van de modelverordening voor de verschillende paragrafen luidt.</al><tussenkop>Artikel 16, Lokale heffingen</tussenkop><al><cursief>1. Het college biedt tenminste eenmaal in de vier jaar een
                        (bijgestelde) nota lokale heffingen aan. Deze nota behandelt in ieder
                        geval:</cursief></al><al><cursief>- de samenstelling van het pakket aan gemeentelijke belastingen en
                        heffingen;</cursief></al><al><cursief>- de verdeling van de druk van de belastingen over de diverse
                        bevolkingsgroepen en belanghebbenden;</cursief></al><al><cursief>- de kostendekkendheid van de heffingen;</cursief></al><al><cursief>- de druk van de lokale belastingen en heffingen;</cursief></al><al><cursief>- het kwijtscheldingsbeleid en het tarievenbeleid.</cursief></al><al><cursief>2. De nota bevat voorts een overzicht van de verordeningen met de
                        bijbehorende vaststellingsdata waarin tarieven, heffingen en prijzen zijn
                        vastgelegd. Het college draagt er zorg voor dat er een actueel overzicht is
                        van de tarieven, heffingen, prijzen en kosten per verstrekte dienst. De raad
                        stelt de nota vast binnen pm maanden nadat de nota is
                    aangeboden.</cursief></al><al><cursief>3. Voor het vaststellen van de hoogte van gemeentelijke tarieven,
                        heffingen en prijzen door de raad verstrekt het college aan de raad per
                        verordening de actueel geraamde hoeveelheden per door de gemeente verstrekte
                        dienst, waarover de tarieven, heffingen en prijzen in rekening worden
                        gebracht en per verordening het totaal van de geraamde kosten van de erin
                        genoemde door de gemeente verstrekte diensten.</cursief></al><al><cursief>4. Bij de begroting en jaarstukken doet het college in de paragraaf
                        lokale heffingen verslag van: de opbrengsten per lokale heffing; het volume
                        en bedrag aan kwijtscheldingen; de kostendekkendheid van de rioolrechten en
                        de afvalstoffenheffing; de (ontwikkeling van de) lokale lastendruk voor
                        eenpersoonshuishoudingen, meerpersoonshuishoudingen en
                    bedrijven.</cursief></al><tussenkop>Artikel 17. Weerstandsvermogen en risicomanagement</tussenkop><al><cursief>1. Het college biedt tenminste eenmaal in de vier jaar een
                        (bijgestelde) nota weerstandsvermogen en risicomanagement aan. In deze nota
                        wordt ingegaan op het risicomanagement, het opvangen van risico's door
                        verzekeringen, voorzieningen, het weerstandsvermogen of anderszins. In de
                        nota wordt tevens het gewenste weerstandscapaciteit bepaald. De raad stelt
                        de nota vast binnen pm maanden nadat de nota is aangeboden.</cursief></al><al><cursief>2. Het college geeft aan in de paragraaf weerstandsvermogen van de
                        begroting en van de jaarstukken de risico's van materieel belang en een
                        inschatting van de kans dat deze risico's zich voordoen. Het college brengt
                        hierbij in elk geval de risico's in beeld en actualiseert de risico's
                        genoemd in de nota bedoeld in het eerste lid. Hierbij wordt speciale
                        aandacht gegeven aan: .........., .........., .........., .........., (voor
                        een opsomming van mogelijke risico's zie de artikelsgewijze
                        toelichting).</cursief></al><al><cursief>3. Het college geeft aan in de paragraaf weerstandsvermogen van de
                        begroting en van de jaarstukken de weerstandscapaciteit en in hoeverre
                        schade en verliezen als gevolg van de risico's van materieel belang met de
                        weerstandscapaciteit kunnen worden opgevangen.</cursief></al><tussenkop>Artikel 18. Onderhoud kapitaalgoederen</tussenkop><al><cursief>1. Het college biedt tenminste eens in de vier jaar een nota onderhoud
                        openbare ruimte aan. De nota geeft het kader weer voor de inrichting van het
                        onderhoud en het beoogde onderhoudsniveau voor het openbaar groen, water,
                        wegen, kunstwerken en straatmeubilair en eveneens de normkostensystematiek
                        en het meerjarig budgettair beslag. De raad stelt de nota vast binnen pm
                        maanden nadat de nota is aangeboden.</cursief></al><al><cursief>2. Het college biedt ten minste eens in de vier jaar een nota
                        rioleringsplan aan. De nota geeft het kader weer voor de inrichting van het
                        onderhoud, het beoogde onderhoudsniveau en de uitbreiding van de riolering
                        alsmede de kwaliteit van het milieu en eveneens de normkostensystematiek en
                        het meerjarig budgettair beslag. De raad stelt de nota vast binnen pm
                        maanden nadat de nota is aangeboden.</cursief></al><al><cursief>3.</cursief><cursief> Het college biedt jaarlijks voor
                            </cursief><vet><cursief>dd.dd.</cursief></vet><cursief> een nota
                        onderhoud gebouwen aan ter b</cursief><cursief>e</cursief><cursief>handeling
                        en vaststelling door de raad. De nota bevat de voorstellen voor het te
                        pl</cursief><cursief>e</cursief><cursief>gen onderhoud en de bijbehorende
                        kosten aan de gemeentelijke gebouwen en eveneens de normkostensystematiek en
                        het meerjarig budgettair beslag. De raad stelt de nota voor
                            </cursief><vet><cursief>dd.dd</cursief></vet><cursief>.
                    vast.</cursief></al><al><cursief>4. Bij de begroting en de jaarstukken doet het college in de paragraaf
                        onderhoud kapitaalgoederen verslag over de voortgang van het geplande
                        onderhoud en het eventuele achterstallig onderhoud aan openbaar groen,
                        water, wegen, kunstwerken, straatmeubilair, riolering,
                    gebouwen.</cursief></al><tussenkop>Artikel 19. Financiering</tussenkop><al><cursief>Bij de begroting en de jaarstukken doet het college in de paragraaf
                        financiering in ieder geval verslag van:</cursief></al><al><cursief>a. de kasgeldlimiet;</cursief></al><al><cursief>b. de renterisico norm;</cursief></al><al><cursief>c. de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte voor de komende
                        drie jaar;</cursief></al><al><cursief>d. de rentevisie en</cursief></al><al><cursief>e. de rentekosten en rente-opbrengsten verbonden aan de
                        financieringsfunctie.</cursief></al><tussenkop>Artikel 20. Bedrijfsvoering</tussenkop><al><cursief>1. Het college stelt tenminste eenmaal in de vier jaar een nota
                        bedrijfsvoering vast. De nota wordt ter kennisgeving aan de raad gezonden.
                        In de nota wordt speciale aandacht geschonken aan de relatie tussen het
                        gemeentelijk apparaat en de inwoners van de gemeente.</cursief></al><al><cursief>2. In de bedrijfsvoeringsparagraaf in de begroting wordt ingegaan op de
                        tijdelijke en actuele onderwerpen die aandacht behoeven. In de
                        bedrijfsvoeringsparagraaf in het jaarverslag wordt gerapporteerd over de bij
                        de begroting bepaalde onderwerpen aangaande de bedrijfsvoering alsmede over
                        nieuwe ontwikkelingen. Daarbij wordt speciale aandacht gegeven aan:
                        .........., .........., .........., .........., (voor een opsomming van
                        aandachtsvelden zie de artikelsgewijze toelichting).</cursief></al><al><cursief>3. Het college rapporteert in de bedrijfsvoeringsparagraaf van de
                        begroting en jaarstukken over de voortgang van de onderzoeken naar de
                        doelmatigheid en doeltreffendheid, bedoeld in artikel 213a Gemeentewet, en
                        de uitputting van de bijbehorende budgetten.</cursief></al><tussenkop>Artikel 21. Verbonden partijen</tussenkop><al><cursief>1. Het college biedt tenminste eenmaal in de vier jaareen nota
                        verbonden partijen aan. De raad stelt de nota vast binnen pm maanden nadat
                        de nota is aangeboden.</cursief></al><al><cursief>2. Van elk van de verbonden partijen wordt weergegeven het openbaar
                        belang, het eigen vermogen, de solvabiliteit, het financieel resultaat en
                        het financieel belang en de zeggenschap van de gemeente</cursief>.</al><al><cursief>3. De nota bevat voorts de kaders voor het beleid aangaande (het
                        aangaan van nieuwe) participaties met name de condities waaronder het
                        publiek belang is gediend met behartiging door verbonden partijen, de taken,
                        verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de verbonden partijen en de
                        financiële voorwaarden.</cursief></al><al><cursief>4. In de begroting en de jaarstukken wordt in de paragraaf verbonden
                        partijen in elk geval ingegaan op nieuwe verbonden partijen, het beëindigen
                        van bestaande verbonden partijen, het wijzigen van bestaande verbonden
                        partijen en eventuele problemen bij bestaande verbonden
                    partijen.</cursief></al><tussenkop>Artikel 22. Grondbeleid</tussenkop><al><cursief>1. Het college biedt ten minste eens in de vier jaar een (bijgestelde)
                        nota grondbeleid aan ter behandeling en vaststelling door de raad. In deze
                        nota wordt aandacht besteed aan:</cursief></al><al><cursief>a. de relatie met de programma's van de begroting;</cursief></al><al><cursief>b. de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de
                        gemeente;</cursief></al><al><cursief>c. aan te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen
                    projecten;</cursief></al><al><cursief>d. de voorraadverwerving en uitgifte van gronden;</cursief></al><al><cursief>e. de uitgifte van gronden in erfpacht en de bijstelling van
                        erfpachtvergoedingen.</cursief></al><al><cursief>De raad stelt de nota vast binnen pm maanden nadat de nota is
                        ingediend.</cursief></al><al><cursief>2. In de paragraaf grondbeleid van de begroting en de jaarstukken wordt
                        ingegaan op de uitvoering van de nota grondbeleid, met name de belangrijkste
                        financiële ontwikkelingen zoals verlies/winstverwachtingen, de verwerving
                        van gronden e.d. en de relaties van het grondbeleid met de
                        programma's.</cursief></al><al><cursief>Bij de begroting en de jaarstukken doet het college in de paragraaf
                        grondbeleid verslag van: .........., .........., .........., ..........,
                        (voor een opsomming van mogelijke onderwerpen zie de artikelsgewijze
                        toelichting)</cursief></al><tussenkop>Artikel 17. Verstrekking subsidies</tussenkop><al>Een belangrijke uitgaande middelenstroom, die de kaderstellende rol en het
                    budgetrecht van de raad raakt, betreft de verstrekking van gemeentelijke
                    subsidies. Hiervoor is geen verplichte paragraaf bij de begroting en de
                    jaarstukken opgenomen. Artikel 4.23 Algemene wet bestuursrecht vereist dat een
                    subsidie slechts door een bestuursorgaan kan worden verstrekt op grond van een
                    wettelijk voorschrift. Het voorschrift moet regelen voor welke activiteiten
                    subsidies kunnen worden verstrekt. Voor incidentele gevallen met een
                    subsidieduur van ten hoogste vier jaar geldt het bovengenoemde vereiste niet.
                    Gemeenteraden hebben in de regel op grond van deze wettelijke bepaling een
                    subsidieverordening vastgesteld.</al><al>Artikel 17 regelt, dat de raad periodiek een nota ontvangt waarin het college
                    het voorgenomen beleid uiteenzet voor de verstrekking van subsidies en een
                    overzicht van de toegekende subsidies. De nota wordt eens per raadsperiode
                    aangeboden. De raad kan de nota altijd tussentijds agenderen.</al><al>* In de commissie duale begroting is besproken, om het programma subsidiebeleid,
                    dat niet op zichzelf staat, maar ondersteunend is aan de realisatie van de
                    andere programma’s als een paragraaf in de duale begroting op te nemen.</al><tussenkop>Artikel 18. Administratie</tussenkop><al>In artikel 18 worden de kaders gegeven voor de inrichting van administraties van
                    de gemeente. In hoofdlijnen wordt opgedragen welke gegevens moeten worden
                    vastgelegd en aan welke eisen de vastgelegde gegevens moeten voldoen. Deze
                    verordening regelt niet – inherent aan het dualisme – de regels en activiteiten
                    die daarvoor in de uitvoering nodig zijn. Dat is een taak van het college. Deze
                    zal deze zaken wel in een besluit moeten vastleggen voor de aansturing van de
                    ambtelijke organisatie. Een en ander geldt ook voor artikel 19, 20 en 21.</al><tussenkop>Artikel 19. Financiële administratie</tussenkop><al>Een belangrijk onderdeel van de administratie is de financiële administratie.
                    Bij algemene maatregel van bestuur stelt het Rijk eisen aan de
                    verantwoordingsinformatie van gemeenten. In het Besluit begroting en
                    verantwoording zijn onder andere waarderingsgrondslagen, balansindeling en
                    verplicht op te leveren financiële gegevens vastgelegd. Vanuit de financiële
                    administratie moeten gegevens worden aangeleverd voor de financiële
                    verantwoordingsinformatie aan de raad, maar ook aan gedeputeerde staten, in hun
                    rol als toezichthouder, het rijk, de Europese Unie etc.</al><tussenkop>Artikel 20. Financiële organisatie</tussenkop><al>In dit artikel worden uitgangspunten voor de inrichting van de financiële
                    organisatie gegeven, waaraan het college bij het stellen van regels voor de
                    ambtelijke organisatie invulling moet geven. De uitgangspunten vormen kaders
                    voor het college, waaraan hij zich moet houden.</al><al>In de onderdelen a en b worden eisen gesteld aan de toedeling van taken aan
                    organisatieonderdelen van de gemeente en de toewijzing van functies aan
                    functionarissen. In de onderdelen c t/m e worden eisen gesteld aan de
                    budgettoedeling en de verantwoording daarover.</al><al>* In de modelverordening was ook een bepaling opgenomen over de verrekening van
                    leveringen tussen onderdelen van de organisatie. Aangezien hiervan in Dronten
                    geen gebruik wordt gemaakt en dit ook niet zinvol wordt geacht, is deze bepaling
                    geschrapt.</al><tussenkop>Artikel 21. Aanbesteding en inkoop</tussenkop><al>De inkoop van goederen en diensten en de aanbesteding van werken zijn
                    belangrijke en kwetsbare activiteiten die een groot budgettair effect kunnen
                    hebben. Het hanteren van een protocol is naast de desbetreffende administratieve
                    aspecten tevens te zien als een vorm van risicobeheersing. De aansprakelijkheid
                    kan worden beperkt en er wordt jegens derden rechtszekerheid gecreëerd. Artikel
                    21 legt aan het college de zorg op om regels op te stellen voor de aanbesteding
                    van werken en inkoop van goederen en diensten. De regelgeving van de Europese
                    Unie dient daarbij nageleefd te worden. Doordat de regels worden vastgelegd kan
                    de accountant bij zijn controle van de jaarstukken nagaan of de interne regels
                    (en de Europese regelgeving) zijn nageleefd, het is een onderdeel van de
                    rechtmatigheidstoets. De accountant beoordeelt hiervoor eveneens het systeem van
                    interne regels.</al><al>* Het huidige aanbestedings- en uitbestedingsbeleid is vastgesteld door de raad
                    in de nota van 25 oktober 2001. Deze nota is deels kaderstellend van aard, deels
                    de bevoegdheidsverdeling tussen college en ambtelijke organisatie beschrijvend
                    en deels ook een beschrijving van de uitvoering van het aanbestedings- en
                    uitbestedingsbeleid.</al><al>Lid 3: Op basis van referenties, ervaringen en andere kwaliteitstoetsingen
                    worden die bedrijven geselecteerd, waarvan de beste prijs-/kwaliteitsverhouding
                    kan worden verwacht. De vereiste kwaliteit is in eerste instantie bepalend voor
                    de selectie.</al><al>Lid 4 t/m 6: Deze bepalingen geven aan in welke situatie welke vorm van
                    aanbesteding/uitbesteding toegepast dient te worden.</al><al>Lid 7: Dit lid regelt de wijze van contractvorming indien er geen voorschrift is
                    ten aanzien de aanbestedingsvorm. In die situatie dient er gehandeld te worden
                    overeenkomstig de bepalingen die van toepassing zijn bij lid 1.</al><al>Lid 8: Met regionale/lokale bedrijven worden bedoeld bedrijven die in de regio
                    een hoofd- en/of nevenvestiging hebben.</al><al>Lid 9: De in het raadsbesluit van 25-10-2001 opgenomen jaarlijkse verplichting
                    tot rapportage wordt ook in dit artikel vastgelegd om daarmee de raad de
                    mogelijkheid van controle te geven op de correcte toepassing van de door hem
                    gestelde kaders.</al><al>Lid 10: Indien er contractvormen wenselijk zijn, die niet in de bepalingen van
                    artikel 21 zijn opgenomen zal er een afzonderlijk raadsbesluit nodig zijn.
                    Immers wordt er anders buiten de door de raad gestelde kaders gewerkt. Hierbij
                    moet worden gedacht aan: bouwteam, turnkey en general contract. Het gaat om een
                    combinatie van specifiek, complex en omvangrijke traditionele
                    aanbestedingsvormen. Deze zijn vooraf niet in kaders te vatten.</al><al>Lid 11: Afhankelijk van de hoogte van de geraamde aanneemsom en de
                    aanbestedingsvorm (wel/niet openbaar) is de bestuurlijke importantie
                    verschillend. Een goed evenwicht tussen bestuurlijke belangen en een efficiënt
                    functioneren van de ambtelijke organisatie wordt periodiek bij de besluitvorming
                    over de mandaatregeling bepaald.</al><tussenkop>Vervallen bepaling inzake subsidieverstrekking en steunverlening aan
                    ondernemingen.</tussenkop><al>In de modelverordening van de VNG was ook een bepaling over subsidieverstrekking
                    en steunverlening aan ondernemingen opgenomen. Wij hebben aan deze bepaling geen
                    behoefte. De op te stellen interne regels zouden moeten waarborgen, dat
                    gehandeld wordt in overeenstemming met de Europese regelgeving en de
                    subsidieverordening. Deze regels vragen daar zelf reeds om, zodat een
                    bevestiging in de verordening ex art. 212 Gemeentewet niet nodig is.</al><al>De bepaling in de modelverordening luidt:</al><tussenkop>Artikel 28. Subsidieverstrekking en steunverlening</tussenkop><al><cursief>Het college draagt zorg voor en legt (in een besluit) vast de interne
                        regels (protocol) voor de toekenning van steunverlening aan ondernemingen en
                        subsidies. De regels waarborgen dat wordt gehandeld in overeenstemming met
                        de regels terzake van de Europese Unie en de subsidieverordening van de
                        gemeente Dronten.</cursief></al><tussenkop>Artikel 22. Inwerkingtreding</tussenkop><al>Omdat de verordening valt onder de werking van de Tijdelijke Referendumwet is de
                    datum van inwerkingtreding bepaald op 6 weken na de datum van bekendmaking van
                    het raadsbesluit.</al><al>Deze verordening treedt in de plaats van de vorige op grond van het oude artikel
                    212 Gemeentewet opgestelde verordening. De wetgever heeft bepaald, dat de nieuwe
                    verordening artikel 212 Gemeentewet bij alle gemeenten op het begrotingsjaar
                    2004 van toepassing moet zijn. De oude verordening blijft nog van kracht op de
                    begroting en jaarrekening van 2003.</al><al>* De vorige verordening ex art. 212 Gemeentewet bevatte tevens de bepalingen
                    rondom de controle ex art. 213 Gemeentewet.</al><al>* Onder verwijzing naar het raadsvoorstel met betrekking tot deze verordening
                    wordt een aantal raadsbesluiten ingetrokken, omdat de verordening hiertoe
                    noodzaakt c.q. de betreffende bepalingen in de verordening zijn opgenomen.</al><tussenkop>Artikel 23. Citeertitel</tussenkop><al>In dit artikel wordt de naam gegeven, waarmee men in de gemeentelijke stukken
                    naar deze verordening kan verwijzen.</al><tussenkop>Vaststelling</tussenkop><al>De begroting 2004 moet voor 15 november 2003 zijn toegezonden aan gedeputeerde
                    staten (artikel 191 Gemeentewet) en dus moet de begroting voor die datum door de
                    raad zijn vastgesteld. De nieuwe verordening 212 is van toepassing op de
                    begroting 2004. De wetgever heeft dan ook bepaald dat de nieuwe verordening 212
                    voor 15 november 2003 door de raad moet zijn vastgesteld. Daarnaast moet de
                    verordening binnen twee weken na vaststelling door de raad door het college naar
                    gedeputeerde staten worden verzonden (artikel 214 Gemeentewet).</al><al>* Zoals bekend voldoet de gemeente Dronten niet aan het bovenstaande. GS van
                    Flevoland hebben uitstel voor de vaststelling en inzending van de verordening
                    verleend tot 1 mei 2004.</al><al>De ondertekening van uitgaande stukken van de raad door de burgemeester is in
                    het nieuwe duale bestel gehandhaafd (artikel 75, lid 1 Gemeentewet). Door de
                    komst van de griffier zijn de taken van de gemeentesecretaris gewijzigd. De
                    secretaris hoeft niet meer aanwezig te zijn bij de vergaderingen van de raad.
                    Deze taak wordt overgenomen door de griffier (artikel 107b Gemeentewet). Door
                    deze wijziging is het niet meer de secretaris, die de uitgaande stukken van de
                    raad meeondertekent. De griffier moet de uitgaande stukken van de
                    raadsvergaderingen meeondertekenen (artikel 107c Gemeentewet).</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>