<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd" xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance"><meta><owmskern><dcterms:identifier>401103_3</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene plaatselijke verordening Heerhugowaard 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Heerhugowaard</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-10-24</dcterms:modified></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Publicatie via officielebekendmakingen.nl d.d. 23 mei 2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene plaatselijke verordening Heerhugowaard 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 147, lid 1</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 149</dcterms:source><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:issued>2016-04-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-10-24</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-07-27</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Wijziging: Gewijzigd is artikel 2:12</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RB2015121</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>verordeningen </overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><lijst><li nr="1."><al>Objectenbeleid ogv artikel 2:10 </al></li><li nr="2."><al>Beleidsregels terrassen gemeente Heerhugowaard 2012 ogv artikel
                            2:10</al></li><li nr="3."><al>Nadere regels t.a.v. maken, veranderen van een uitweg ogv artikel
                            2:12</al></li><li nr="4."><al>Beleidsnotitie inritten ogv artikel 2:12</al></li><li nr="5."><al>Aanwijsbesluit categorieën vechtsportwedstrijden of – gala’s ogv artikel
                            2:24 tweede lid sub f </al></li><li nr="6."><al>Evenementenbeleid ogv artikel 2:25 </al></li><li nr="7."><al>Algemene voorschriften vergunningvrije en meldingsplichtige evenementen
                            ogv artikel 2:25</al></li><li nr="8."><al>Aanwijsbesluit alcoholgebieden ogv artikel 2:48</al></li><li nr="9."><al>Beleidsregels verblijfsontzeggingen ogv artikel 2:76a </al></li><li nr="10."><al>Nadere regels algemeen verbod voeren van handelsreclame ogv artikel
                            4:15</al></li><li nr="11."><al>Aanwijsbesluit kampeermiddelen e.d. ogv 5:6</al></li><li nr="12."><al>Aanwijsbesluit parkeren grote voertuigen ogv artikel 5:8 </al></li></lijst></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule></intitule><regeling><officiele-inhoudsopgave><kop><titel>Algemene plaatselijke verordening Heerhugowaard 2015 (APV)</titel></kop><al><vet>Inhoudsopgave</vet></al><al></al><al>Algemene plaatselijke verordening Heerhugowaard 2015 | 1</al><al>Wetstechnische informatie 1</al><al>Gegevens van de regeling 1</al><al>Opmerkingen m.b.t. de regeling 1</al><al>Grondslagen 1</al><al>Regelgeving die op deze regeling is gebaseerd (gedelegeerde regelgeving) 1</al><al>Overzicht van in de tekst verwerkte wijzigingen 1</al><al>Algemene plaatselijke verordening Heerhugowaard 2015 (APV) 3</al><al>Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen 8</al><al>Artikel 1:1 Begripsbepalingen 8</al><al>Artikel 1:2 Beslistermijn 8</al><al>Artikel 1:3 Indiening aanvraag 8</al><al>Artikel 1:4 Voorschriften en beperkingen 9</al><al>Artikel 1:5 Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing 9</al><al>Artikel 1:6 Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing 9</al><al>Artikel 1:7 Termijnen 9</al><al>Artikel 1:8 Weigeringsgronden 9</al><al>Artikel 1:9 Bevoegdheden overdragen aan college 10</al><al>Hoofdstuk 2. Openbare orde 10</al><al>Afdeling 1. Bestrijding van ongeregeldheden 10</al><al>Artikel 2:1 Samenscholing en ongeregeldheden 10</al><al>Afdeling 2. Betoging 11</al><al>Artikel 2:2 Optochten [gereserveerd] 11</al><al>Artikel 2:3 Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen 11</al><al>Artikel 2:4 Afwijking termijn (Vervallen; opgenomen in artikel 2:3) 11</al><al>Artikel 2:5 Te verstrekken gegevens (Vervallen; opgenomen in artikel 2:3)
                    11</al><al>Afdeling 3. Verspreiden van gedrukte stukken 11</al><al>Artikel 2:6 Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken of
                    afbeeldingen 11</al><al>Afdeling 4. Vertoningen e.d. op de weg 12</al><al>Artikel 2:7 Feest, muziek en wedstrijd e.d. [gereserveerd] 12</al><al>Artikel 2:8 Dienstverlening [gereserveerd] 12</al><al>Artikel 2:9 Straatartiest e.d. 12</al><al>Afdeling 5. Bruikbaarheid en aanzien van de weg 12</al><al>Artikel 2:10 Voorwerpen op of aan de weg 12</al><al>Artikel 2:11 (Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en veranderen
                    van een weg 13</al><al>Artikel 2:12 Maken, veranderen van een uitweg 13</al><al>Afdeling 6. Veiligheid op de weg 14</al><al>Artikel 2:13 Veroorzaken van gladheid [gereserveerd] 14</al><al>Artikel 2:14 Winkelwagentjes [niet opgenomen] 14</al><al>Artikel 2:15 Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp 14</al><al>Artikel 2:16 Openen straatkolken e.d. 14</al><al>Artikel 2:17 Kelderingangen e.d. [niet opgenomen] 14</al><al>Artikel 2:18 Rookverbod in bossen en natuurterreinen [niet opgenomen] 14</al><al>Artikel 2:19 Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp [gereserveerd] 14</al><al>Artikel 2:20 Vallende voorwerpen [gereserveerd] 14</al><al>Artikel 2:21 Voorzieningen voor verkeer en verlichting 14</al><al>Artikel 2:22 Objecten onder hoogspanningslijn [niet opgenomen] 14</al><al>Artikel 2:23 Veiligheid op het ijs [niet opgenomen] 14</al><al>Afdeling 7. Evenementen 14</al><al>Artikel 2:24 Begripsbepaling 14</al><al>Artikel 2:25 Evenement 15</al><al>Artikel 2:26 Ordeverstoring 16</al><al>Afdeling 8. Toezicht op openbare inrichtingen 16</al><al>Artikel 2:27 Begripsbepalingen 16</al><al>Artikel 2:28 Exploitatie openbare inrichting 17</al><al>Artikel 2:28A Terrasvergunningen 17</al><al>Artikel 2:29 Sluitingstijd 18</al><al>Artikel 2:30 Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting 18</al><al>Artikel 2:31 Verboden gedragingen 18</al><al>Artikel 2:32 Handel binnen openbare inrichtingen 18</al><al>Artikel 2:33 Het college als bevoegd bestuursorgaan 18</al><al>Artikel 2:34a Schenktijden paracommerciële rechtspersonen 19</al><al>Artikel 2:34b Bijeenkomsten bij paracommerciële rechtspersonen 19</al><al>Artikel 2:34c Schenktijden en verbod verstrekken van sterke drank 19</al><al>Artikel 2:34d Overgangsrecht 19</al><al>Afdeling 9. Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf [niet
                    opgenomen] 20</al><al>Afdeling 10. Toezicht op speelgelegenheden 20</al><al>Artikel 2:39 Speelgelegenheden 20</al><al>Artikel 2:40 Kansspelautomaten 20</al><al>Afdeling 11. Maatregelen tegen overlast en baldadigheid 21</al><al>Artikel 2:41 Betreden gesloten woning of lokaal 21</al><al>Artikel 2:42 Plakken en kladden 21</al><al>Artikel 2:43 Vervoer plakgereedschap e.d. [niet opgenomen] 21</al><al>Artikel 2:44 Vervoer inbrekerswerktuigen 21</al><al>Artikel 2:45 Betreden van plantsoenen e.d. [niet opgenomen] 22</al><al>Artikel 2:45a Vervoer geprepareerde voorwerpen 22</al><al>Artikel 2:46 Rijden over bermen e.d. 22</al><al>Artikel 2:47 Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen 22</al><al>Artikel 2:48 Verboden drankgebruik 22</al><al>Artikel 2:49 Verboden gedrag bij of in gebouwen 23</al><al>Artikel 2:50 Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke ruimten 23</al><al>Artikel 2:51 Neerzetten van fietsen e.d. 23</al><al>Artikel 2:52 Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein e.d.
                    23</al><al>Artikel 2:53 Bespieden van personen [niet opgenomen] 24</al><al>Artikel 2:54 Bewakingsapparatuur [gereserveerd] 24</al><al>Artikel 2:55 Nodeloos alarmeren [gereserveerd] 24</al><al>Artikel 2:56 Alarminstallaties [gereserveerd] 24</al><al>Artikel 2:57 Loslopende honden 24</al><al>Artikel 2:58 Verontreiniging door honden 24</al><al>Artikel 2:59 Gevaarlijke honden 24</al><al>Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren 25</al><al>Artikel 2:61 Wilde dieren [gereserveerd] 25</al><al>Artikel 2:62 Loslopend vee [niet opgenomen]. 25</al><al>Artikel 2:63 Duiven [niet opgenomen] 25</al><al>Artikel 2:64 Bijen [niet opgenomen] 25</al><al>Artikel 2:65 Bedelarij [niet opgenomen] 25</al><al>Afdeling 12. Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen 25</al><al>Artikel 2:66 Begripsbepaling 25</al><al>Artikel 2:67 Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister 26</al><al>Artikel 2:68 Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van
                    Strafrecht 26</al><al>Artikel 2:69 Vervreemding van door opkoop verkregen goederen [gereserveerd]
                    26</al><al>Artikel 2:70 Handel in horecabedrijven [verplaatst naar afdeling 8 onder artikel
                    2:32] 26</al><al>Afdeling 13. Vuurwerk 26</al><al>Artikel 2:71 Begripsbepaling 26</al><al>Artikel 2:72 Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                    verkoopdagen. 27</al><al>Artikel 2:73 Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling 27</al><al>Afdeling 14. Drugsoverlast 27</al><al>Artikel 2:74 Drugshandel op straat 27</al><al>Afdeling 15 Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden, cameratoezicht op
                    openbare plaatsen en gebiedsontzegging 27</al><al>Artikel 2:75 Bestuurlijke ophouding 27</al><al>Artikel 2:76 Veiligheidsrisicogebieden 27</al><al>Artikel 2:77 Cameratoezicht op openbare plaatsen 28</al><al>Artikel 2:78 Gebiedsontzegging 28</al><al>Hoofdstuk 3. Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d. 28</al><al>Afdeling 1. Begripsbepalingen 28</al><al>Artikel 3:1 Begripsbepalingen 28</al><al>Artikel 3:2 Bevoegd bestuursorgaan 29</al><al>Artikel 3:3 Nadere regels 29</al><al>Afdeling 2. Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en dergelijke
                    29</al><al>Artikel 3:4 Seksinrichtingen 29</al><al>Artikel 3:5 Gedragseisen exploitant en beheerder 30</al><al>Artikel 3:6 Sluitingstijden 31</al><al>Artikel 3:7 Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke) sluiting 31</al><al>Artikel 3:8 Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en beheerder 31</al><al>Artikel 3:9 Straatprostitutie 31</al><al>Artikel 3:10 Sekswinkels [niet opgenomen] 32</al><al>Artikel 3:11 Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van erotisch-pornografische
                    goederen, afbeeldingen en dergelijke [niet opgenomen] 32</al><al>Afdeling 3. Beslistermijn: weigeringsgronden 32</al><al>Artikel 3:12 Beslistermijn 32</al><al>Artikel 3:13 Weigeringsgronden 32</al><al>Afdeling 4. Beëindiging exploitatie; wijziging beheer 33</al><al>Artikel 3:14 Beëindiging exploitatie 33</al><al>Artikel 3:15 Wijziging beheer 33</al><al>Afdeling 5. Overgangsbepaling 33</al><al>Artikel 3:16 Overgangsbepaling [gereserveerd] 33</al><al>Hoofdstuk 4. Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het
                    uiterlijk aanzien van de gemeente 33</al><al>Afdeling 1. Geluidhinder en verlichting 33</al><al>Artikel 4:1 Begripsbepalingen 33</al><al>Artikel 4:2 Aanwijzing collectieve festiviteiten 34</al><al>Artikel 4:3 Kennisgeving incidentele festiviteiten 34</al><al>Artikel 4:4 Verboden incidentele festiviteiten [gereserveerd] 35</al><al>Artikel 4:5 Onversterkte muziek [niet opgenomen] 35</al><al>Artikel 4:5A Traditioneel schieten [niet opgenomen] 35</al><al>Artikel 4:6 Overige geluidhinder 35</al><al>Artikel 4:6A Mosquito [niet opgenomen] 35</al><al>Afdeling 2. Bodem-, weg- en milieuverontreiniging 35</al><al>Artikel 4:7 Straatvegen [niet opgenomen] 35</al><al>Artikel 4:8 Natuurlijke behoefte doen 35</al><al>Artikel 4:9 Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen en
                    putten buiten gebouwen 35</al><al>Afdeling 3. Het bewaren van houtopstanden 35</al><al>Artikel 4:10 Begripsbepalingen 35</al><al>Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden 36</al><al>Artikel 4:12 Vergunning van rechtswege [gereserveerd] 36</al><al>Afdeling 4. Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast 36</al><al>Artikel 4:13 Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen enz. 36</al><al>Artikel 4:14 Stankoverlast door gebruik van meststoffen [gereserveerd] 37</al><al>Artikel 4:15 Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame 37</al><al>Artikel 4:16 Vergunningplicht lichtreclame [gereserveerd] 38</al><al>Afdeling 5. Kamperen buiten kampeerterreinen 38</al><al>Artikel 4:17 Begripsbepaling 38</al><al>Artikel 4:18 Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen 38</al><al>Artikel 4:19 Aanwijzing kampeerplaatsen 38</al><al>Hoofdstuk 5. Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente 39</al><al>Afdeling 1. Parkeerexcessen 39</al><al>Artikel 5:1 Begripsbepalingen 39</al><al>Artikel 5:2 Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d. 39</al><al>Artikel 5:3 Te koop aanbieden van voertuigen 40</al><al>Artikel 5:4 Defecte voertuigen 40</al><al>Artikel 5:5 Voertuigwrakken 40</al><al>Artikel 5:6 Kampeermiddelen e.a. 40</al><al>Artikel 5:7 Parkeren van reclamevoertuigen 41</al><al>Artikel 5:8 Parkeren van grote voertuigen 41</al><al>Artikel 5:9 Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen 41</al><al>Artikel 5:10 Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen
                    [gereserveerd] 42</al><al>Artikel 5:11 Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen 42</al><al>Artikel 5:12 Overlast van fiets of bromfiets 42</al><al>Afdeling 2. Collecteren 42</al><al>Artikel 5:13 Inzameling van geld of goederen 42</al><al>Afdeling 3. Venten 43</al><al>Artikel 5:14 Begripsbepaling 43</al><al>Artikel 5:15 Ventverbod 43</al><al>Artikel 5:16 Vrijheid van meningsuiting (vervallen) 43</al><al>Afdeling 4. Standplaatsen 43</al><al>Artikel 5:17 Begripsbepaling 43</al><al>Artikel 5:18 Standplaatsvergunning en weigeringsgronden 44</al><al>Artikel 5:19 Toestemming rechthebbende 44</al><al>Artikel 5:20 Afbakeningsbepalingen 44</al><al>Artikel 5:21 Aanhoudingsplicht [gereserveerd] 44</al><al>Afdeling 5. Snuffelmarkten 44</al><al>Artikel 5:22 Begripsbepaling 44</al><al>Artikel 5:23 Organiseren van een snuffelmarkt 44</al><al>Afdeling 6. Openbaar water 45</al><al>Artikel 5:24 Voorwerpen op, in of boven openbaar water [niet opgenomen] 45</al><al>Artikel 5:25 Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen 45</al><al>Artikel 5:26 Aanwijzingen ligplaats 45</al><al>Artikel 5:27 Verbod innemen ligplaats 45</al><al>Artikel 5:28 Beschadigen van waterstaatswerken 45</al><al>Artikel 5:29 Reddingsmiddelen 46</al><al>Artikel 5:30 Veiligheid op het water 46</al><al>Artikel 5:31 Overlast aan vaartuigen 46</al><al>Afdeling 7. Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in natuurgebieden
                    46</al><al>Artikel 5:31A Begripsbepalingen 46</al><al>Artikel 5:32 Crossterreinen 46</al><al>Artikel 5:33 Beperking verkeer in natuurgebieden 47</al><al>Afdeling 8. Verbod vuur te stoken 47</al><al>Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins
                    vuur te stoken 47</al><al>Afdeling 9. Verstrooiing van as 48</al><al>Artikel 5:35 Begripsbepaling 48</al><al>Artikel 5:36 Verboden plaatsen 48</al><al>Artikel 5:37 Hinder of overlast 48</al><al>Hoofdstuk 6. Straf-, overgangs- en slotbepalingen 48</al><al>Artikel 6:1 Strafbepaling 48</al><al>Artikel 6:2 Toezichthouders 49</al><al>Artikel 6:3 Binnentreden woningen 49</al><al>Artikel 6:4 Intrekking oude verordening 49</al><al>Artikel 6:5 Overgangsbepaling 49</al><al>Artikel 6.6 Inwerkingtreding 49</al><al>Artikel 6:7 Citeertitel 49</al></officiele-inhoudsopgave><aanhef><preambule><al></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1.</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>bebouwde kom: de bebouwde kommen weergegeven op de kaart in
                                    bijlage 1 bij deze verordening;</al></li><li nr="-"><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van
                                    een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld
                                    in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of
                                    ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning;</al></li><li nr="-"><al>bouwwerk: hetgeen in artikel 1 van de Bouwverordening gemeente
                                    Heerhugowaard daaronder wordt verstaan;</al></li><li nr="-"><al>college: het college van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="-"><al>gebouw: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder c, van de
                                    Woningwet daaronder wordt verstaan;</al></li><li nr="-"><al>handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                    diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang
                                    te dienen;</al></li><li nr="-"><al>openbaar water: wateren die voor het publiek bevaarbaar of op
                                    andere wijze toegankelijk zijn;</al></li><li nr="-"><al>openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare
                                    manifestaties daaronder wordt verstaan;</al></li><li nr="-"><al>rechthebbende: degene die over een zaak zeggenschap heeft
                                    krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;</al></li><li nr="-"><al>weg: hetgeen in artikel 1, eerste lid, onder b van de
                                    Wegenverkeerswet daaronder wordt verstaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van ontvangst
                                van de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                vergunning als bedoeld in artikel 2:25 binnen twintig weken na de
                                datum van ontvangst van de aanvraag. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan de in het eerste en tweede lid bedoelde
                                termijn voor ten hoogste acht weken verdagen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van het derde lid is artikel 3.9 van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht van toepassing indien beslist wordt op een
                                aanvraag om een ontheffing als bedoeld in artikel 2:10, vierde lid,
                                of een vergunning als bedoeld in artikel 2:11, tweede lid, aanhef en
                                onder a, of artikel 4:11.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:3</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                ingediend minder dan drie weken vóór het tijdstip waarop de
                                aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het
                                bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen, vergunningen
                                of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde termijn worden
                                verlengd tot ten hoogste acht dan wel twintig weken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een vergunning of ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen
                                worden verbonden. Deze voorschriften en beperkingen strekken slechts
                                tot bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                vergunning of ontheffing is vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene aan wie een vergunning of ontheffing is verleend, is
                                verplicht de daaraan verbonden voorschriften en beperkingen na te
                                komen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing is persoonlijk, tenzij bij of krachtens deze
                            verordening anders is bepaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:6</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens
                                    zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de ontheffing of
                                    vergunning, intrekking of wijziging noodzakelijk is vanwege het
                                    belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of
                                    ontheffing is vereist;</al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij het
                                    ontbreken van een gestelde termijn, binnen een redelijke
                                    termijn; of</al></li><li nr="e."><al>indien de houder dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:7</nr><titel>Termijnen</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing geldt voor onbepaalde tijd, tenzij bij de
                            vergunning of ontheffing anders is bepaald of de aard van de vergunning
                            of ontheffing zich daartegen verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:8</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde
                            bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>de volksgezondheid;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van het milieu. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:9</nr><titel>Bevoegdheden overdragen aan college</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college is bevoegd tot het wijzigen van deze verordening indien
                                het wijzigingen betreft die: </al><lijst><li nr="a."><al>van zuiver redactionele aard zijn, of </al></li><li nr="b."><al>technisch van aard zijn en een noodzakelijk gevolg zijn van
                                        nieuwe of gewijzigde wet- of regelgeving.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alvorens het college definitief besluit tot een wijziging als
                                bedoeld in het eerste lid, legt zij de voorgenomen wijziging voor
                                aan de raadscommissie Middelen/Stadsbeheer. De raadscommissie kan
                                adviseren de voorgenomen wijziging aan de gemeenteraad voor te
                                leggen ter goedkeuring, welk advies in dat geval door het college
                                wordt opgevolgd. </al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Openbare orde</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Bestrijding van ongeregeldheden<noot><noot.nr> 1 </noot.nr><noot.al>Beleidsregels samenscholing vastgesteld door het
                                        college op 8 augustus 2006</noot.al></noot></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1</nr><titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een
                                        samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend
                                        gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden.</al></li><li nr="2."><al>Degene die op een openbare plaats </al><lijst><li nr="a."><al>aanwezig is bij een voorval waardoor ongeregeldheden
                                                ontstaan of dreigen te ontstaan;</al></li><li nr="b."><al>aanwezig is bij een gebeurtenis die aanleiding geeft
                                                tot toeloop van publiek waardoor ongeregeldheden
                                                ontstaan of dreigen te ontstaan; of</al></li><li nr="c."><al>zich bevindt in of aanwezig is bij een
                                                samenscholing;</al></li></lijst><al>is verplicht op bevel van een ambtenaar van politie zijn weg
                                        te vervolgen of zich in de door hem aangewezen richting te
                                        verwijderen.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden zich te begeven naar of te bevinden op
                                        openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegd
                                        bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of
                                        ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.</al></li><li nr="4."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde
                                        lid gestelde verbod.</al></li><li nr="5."><al>Het bepaalde in de voorgaande leden is niet van toepassing
                                        op betogingen, vergaderingen en godsdienstige en
                                        levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet
                                        openbare manifestaties.</al></li><li nr="6."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Betoging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:2</nr><titel>Optochten [gereserveerd]</titel></kop><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:3</nr><titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een
                                    betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als
                                    bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wet openbare
                                    manifestaties, geeft daarvan vóór de openbare aankondiging en
                                    ten minste 24 uur voordat de betoging wordt gehouden,
                                    schriftelijk kennis aan de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De kennisgeving bevat: </al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al></li><li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
                                            tijdstip van aanvang en van beëindiging;</al></li><li nr="d."><al>de plaats en, voor zover van toepassing, de route en de
                                            plaats van beëindiging;</al></li><li nr="e."><al>voorzover van toepassing, de wijze van samenstelling;
                                            en</al></li><li nr="f."><al>de maatregelen die degene die de betoging houdt zal
                                            treffen om een regelmatig verloop te bevorderen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Degene die de kennisgeving doet ontvangt daarvan een bewijs
                                    waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Indien het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op
                                    een vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een
                                    algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan
                                    uiterlijk op de werkdag die aan de dag van dat tijdstip
                                    voorafgaat vóór 12.00 uur.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden op verzoek een
                                    kennisgeving in behandeling nemen buiten deze termijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:4</nr><titel>Afwijking termijn (Vervallen; opgenomen in artikel
                                    2:3)</titel></kop><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:5</nr><titel>Te verstrekken gegevens (Vervallen; opgenomen in artikel
                                    2:3)</titel></kop><al></al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Verspreiden van gedrukte stukken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:6</nr><titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                                    of afbeeldingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel
                                    afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk aan
                                    te bieden op door het college aangewezen openbare plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan de werking van het verbod beperken tot bepaalde
                                    dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op het huis-aan-huis
                                    verspreiden of het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven
                                    stukken en afbeeldingen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste
                                    lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Vertoningen e.d. op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:7</nr><titel>Feest, muziek en wedstrijd e.d. [gereserveerd]</titel></kop><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:8</nr><titel>Dienstverlening [gereserveerd]</titel></kop><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:9</nr><titel>Straatartiest e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest,
                                    straatfotograaf, tekenaar, filmoperateur of gids op te treden op
                                    door de burgemeester in het belang van de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid, de volksgezondheid en het milieu aangewezen
                                    openbare plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan de werking van het verbod beperken tot
                                    bepaalde dagen en uren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Bruikbaarheid en aanzien van de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10</nr><titel>Voorwerpen op of aan de weg<noot><noot.nr> 1 </noot.nr><noot.al>Miv 20 februari 2008 geldt een toetsingskader voor
                                            het mogen aanleggen van een ontsluitingspad door
                                            openbaar groen ten behoeve van particulier
                                            gebruik</noot.al></noot></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden de weg of een weggedeelte anders te gebruiken
                                    dan overeenkomstig de publieke functie daarvan, indien: <noot><noot.nr> 1 </noot.nr><noot.al>Miv 20 februari 2008 geldt een toetsingskader voor
                                            het mogen aanleggen van een ontsluitingspad door
                                            openbaar groen ten behoeve van particulier
                                            gebruik</noot.al></noot></al><lijst><li nr="a."><al>het gebruik schade toebrengt of kan toebrengen aan de
                                            weg, de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan
                                            belemmeren, dan wel een belemmering vormt of kan vormen
                                            voor het beheer of onderhoud van de weg; of</al></li><li nr="b."><al>het gebruik niet voldoet aan redelijke eisen van
                                            welstand.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan in het belang van de openbare orde of de woon-
                                    en leefomgeving nadere regels stellen ten aanzien van terrassen,
                                    uitstallingen en reclameborden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bevoegde bestuursorgaan kan ontheffing verlenen van het
                                    verbod in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In afwijking van het derde lid kan het bevoegd gezag een
                                    omgevingsvergunning verlenen voor het in het eerste lid bedoelde
                                    gebruik, voor zover dit een activiteit betreft als bedoeld in
                                    artikel 2.2, eerste lid, onder j. of k. van de Wet algemene
                                    bepalingen omgevingsrecht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op: </al><lijst><li nr="a."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2:24;</al></li><li nr="b."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18; en</al></li><li nr="c."><al>overige gevallen waarin krachtens een wettelijke
                                            regeling een vergunning voor het gebruik van de weg is
                                            verleend.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatwerken,
                                    artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994, of de provinciale
                                    wegenverordening Noord-Holland.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Op de ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:11</nr><titel>(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                                    veranderen van een weg</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning een
                                    weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een
                                    weg te graven of te spitten, aard of breedte van de
                                    wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen
                                    in de wijze van aanleg van een weg.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De vergunning wordt verleend: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag, indien de
                                    activiteiten zijn verboden bij een bestemmingsplan,
                                    beheersverordening, exploitatieplan of voorbereidingsbesluit;
                                    of</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>b. door het college in de overige gevallen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien in
                                    opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam publieke
                                    taken worden verricht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod is voorts niet van toepassing op situaties waarin
                                    wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, de Wet beheer
                                    rijkswaterstaatswerken, de provinciale wegenverordening
                                    Noord-Holland, de waterschapskeur, de Telecommunicatiewet of de
                                    daarop gebaseerde Algemene Verordening Ondergrondse
                                    Infrastructuren gemeente Heerhugowaard.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:12</nr><titel>Maken, veranderen van een uitweg<noot><noot.nr> 1 </noot.nr><noot.al>Het college heeft op 8 maart 2016 de beleidsnotitie
                                            “inrittenbeleid gemeente Heerhugowaard 2016”
                                            vastgesteld.</noot.al></noot></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder omgevingsvergunning van het college een
                                    uitweg te maken naar de weg of verandering aan te brengen in een
                                    bestaande uitweg naar de weg. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan het maken of veranderen van de uitweg verbieden
                                    indien: </al><al></al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>daardoor het verkeer op de weg in gevaar wordt gebracht;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>dat zonder noodzaak ten koste gaat van de bruikbaarheied van de
                                    weg+ of</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>het openbaar groen daardoor op onaanvaardbare wijze wordt
                                    aangetast; of</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door de Wet beheer Rijkswaterstaatswerken,
                                    de Waterschapskeur of de provinciale wegenverordening
                                    Noord-Holland.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6.</nr><titel>Veiligheid op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:13</nr><titel>Veroorzaken van gladheid [gereserveerd]</titel></kop><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:14</nr><titel>Winkelwagentjes [niet opgenomen]</titel></kop><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:15</nr><titel>Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp</titel></kop><al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te
                                hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht
                                wordt belemmerd of dat er op andere wijze voor het wegverkeer hinder
                                of gevaar ontstaat.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:16</nr><titel>Openen straatkolken e.d.</titel></kop><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                straatkolk, rioolput, brandkraan of een andere afsluiting die
                                behoort tot een openbare nutsvoorziening, te openen, onzichtbaar te
                                maken of af te dekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:17</nr><titel>Kelderingangen e.d. [niet opgenomen]</titel></kop><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:18</nr><titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen [niet
                                    opgenomen]</titel></kop><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:19</nr><titel>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp [gereserveerd]</titel></kop><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:20</nr><titel>Vallende voorwerpen [gereserveerd]</titel></kop><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:21</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten dat
                                    op of aan dat bouwwerk voorwerpen, borden of voorzieningen ten
                                    behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden
                                    aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door de Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet, of de
                                    Belemmeringenwet Privaatrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:22</nr><titel>Objecten onder hoogspanningslijn [niet opgenomen]</titel></kop><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:23</nr><titel>Veiligheid op het ijs [niet opgenomen]</titel></kop><al></al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7.</nr><titel>Evenementen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:24</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder evenement verstaan elke voor
                                    publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering
                                    van: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>bioscoopvoorstellingen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de
                                    Gemeentewet en artikel 5:22 van deze verordening;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de kansspelen;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>het in een inrichting in de zin van de Drank en Horecawet
                                    gelegenheid geven tot dansen;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet
                                    openbare manifestaties;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 en 2:39 van deze
                                    verordening.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder evenement wordt mede verstaan: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een braderie;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in artikel 2:3
                                    van deze verordening, op de weg;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de
                                    weg;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>een straatfeest of buurtbarbecue op één dag.</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>nader door de burgemeester aan te wijzen soorten
                                    vechtsportwedstrijden of –gala’s.<noot><noot.nr> 1 </noot.nr><noot.al>De burgemeester heeft op 29 mei 2013 een besluit
                                            genomen waarbij categoriën vechtsportwedstrijden en
                                            –gala’s zijn aangewezen als bedoeld in artikel 2:24
                                            tweede lid sub f. Dit besluit is gepubliceerd in het
                                            Heerhugowaards Nieuwsblad op 11 juni 2013</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25</nr><titel>Evenement</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    evenement te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Geen vergunning is vereist voor een evenement, indien: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan 250 personen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het gaat om een ééndaags evenement;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>het evenement plaatsvindt tussen 07:00 – 23:00, vrijdag en
                                    zaterdag tussen 07:00 – 24:00 en zondag tussen 13:00 – 23:00
                                    uur; </al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>geen muziek ten gehore wordt gebracht voor aanvangstijd van het
                                    evenement en na 23.00 uur;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>geen alcoholhoudende drank wordt verkocht;</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>er geen weg(gedeelte)en langer dan 80 meter worden afgezet;
                                </al></lid><lid><lidnr>g.</lidnr><al>Er geen (gedeelte van een) gebiedsontsluitingsweg wordt afgezet,
                                    zoals aangegeven op de plattegrond behorende bij de algemene
                                    voorschriften kleine evenementen; </al></lid><lid><lidnr>h.</lidnr><al>slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van
                                    minder dan 50 m2 per object, met een maximum van 4 objecten per
                                    evenement; en</al></lid><lid><lidnr>i.</lidnr><al>er een organisator is; </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Evenementen waarvan het aantal aanwezigen minder bedraagt dan
                                    250 personen en waarbij sprake is van verkoop van
                                    alcoholhoudende drank, dienen uiterlijk 17 werkdagen voorafgaand
                                    aan het evenement, door de organisator te worden gemeld aan de
                                    burgemeester. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Geen vergunning, maar een melding is vereist voor een evenement,
                                    indien;</al></lid><lid><lidnr>a)</lidnr><al>Het aantal aanwezigen meer bedraagt dan 250 en minder dan 500
                                    personen;</al></lid><lid><lidnr>b)</lidnr><al>Het gaat om een ééndaags evenement;</al></lid><lid><lidnr>c)</lidnr><al>Het evenement plaatsvindt tussen 07:00 – 23:00, vrijdag en
                                    zaterdag tussen 07:00 – 24:00 en zondag tussen 13:00 – 23:00
                                    uur;</al></lid><lid><lidnr>d)</lidnr><al>Geen muziek ten gehore wordt gebracht voor aanvangstijd van het
                                    evenement en na 23:00 uur; </al></lid><lid><lidnr>e)</lidnr><al>Er geen weg(gedeelte) langer dan 80 meter worden afgezet; </al></lid><lid><lidnr>f)</lidnr><al>Er geen (gedeelte van een) gebiedsontsluitingsweg wordt afgezet,
                                    zoals aangegeven op de plattegrond behorende bij de algemene
                                    voorschriften kleine evenementen;</al></lid><lid><lidnr>g)</lidnr><al>Slechts kleine objecten worden geplaatst met een oppervlakte van
                                    minder dan 50 m2 per object, met een maximum van 4 objecten per
                                    evenement; </al></lid><lid><lidnr>h)</lidnr><al>Er een organisator is;</al></lid><lid><lidnr>i)</lidnr><al>De organisator van een evenement, uiterlijk 17 werkdagen
                                    voorafgaand aan het evenement daarvan melding heeft gedaan aan
                                    de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester kan binnen 7 werkdagen na ontvangst van de
                                    melding besluiten het organiseren van een evenement als bedoeld
                                    in het derde en vierde lid te verbieden, indien daarvoor de
                                    openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het
                                    milieu in gevaar komt.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De burgemeester kan algemene voorschriften vaststellen die van
                                    toepassing zijn voor het houden van evenementen.<noot><noot.nr> 1 </noot.nr><noot.al>De burgemeester heeft bij besluit d.d. 12 juli 2011
                                            algemene voorschriften vastgesteld die gelden voor
                                            vergunningvrije en meldingsplichtige evenementen. Deze
                                            algemene voorschriften zijn in werking getreden op 20
                                            juli 2011.</noot.al><noot.al></noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Evenementen als bedoeld in artikel 2:24 lid 2 onder f zijn te
                                    allen tijde vergunningplichtig. Onverminderd het bepaalde in
                                    artikel 1:8 wordt een vergunning voor het organiseren dergelijke
                                    evenementen geweigerd indien de organisator c.q.
                                    vergunningaanvrager van slecht levensgedrag is. </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid geldt niet voor een wedstrijd op
                                    of aan de weg, voorzover in het geregelde onderwerp wordt
                                    voorzien door artikel 10 juncto 148, van de Wegenverkeerswet
                                    1994.</al></lid><lid><lidnr>9.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8.</nr><titel>Toezicht op openbare inrichtingen<noot><noot.nr> 1 </noot.nr><noot.al>Het Horeca beleid is vastgesteld door het college op 17
                                        augustus 2004 en is in werking getreden op 1 september 2004;
                                        Het terrassenbeleid is door het college vastgesteld op 10
                                        juli 2012 (gepubliceerd op 24 juli 2012) en nadien gewijzigd
                                        bij besluit van 16 april 2013 (gepubliceerd op 18 juni
                                        2013). </noot.al></noot></titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:27</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>openbare inrichting: </al><lijst><li nr="i."><al>een hotel, restaurant, pension, café,
                                                  cafetaria, snackbar, discotheek, buurthuis of
                                                  clubhuis;</al></li><li nr="ii."><al>elke andere voor het publiek toegankelijke,
                                                  besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een
                                                  omvang alsof zij bedrijfsmatig was logies wordt
                                                  verstrekt of dranken worden geschonken of
                                                  rookwaren of spijzen voor directe consumptie
                                                  worden verstrekt of bereid;</al></li></lijst></li><li nr="b."><al>terras: een buiten de besloten ruimte van de
                                                openbare inrichting liggend deel daarvan waar sta-
                                                of zitgelegenheid kan worden geboden en waar tegen
                                                vergoeding dranken kunnen worden geschonken of
                                                spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid
                                                of verstrekt.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Onder openbare inrichting wordt mede verstaan een buiten de
                                        besloten ruimte van de openbare inrichting liggend deel
                                        daarvan waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden en
                                        waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken of
                                        spijzen voor directe consumptie kunnen worden bereid of
                                        verstrekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28</nr><titel>Exploitatie openbare inrichting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder
                                    vergunning van de burgemeester.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester
                                    de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren indien
                                    naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- of
                                    leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de
                                    openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt
                                    beïnvloed.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich
                                    bevindt in :</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor
                                    zover de activiteiten van de openbare inrichting een
                                    nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een zorginstelling;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>een museum; of</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>een bedrijfskantine of – restaurant.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester verleent op verzoek of ambtshalve vrijstelling
                                    van het verbod genoemd in het eerste lid aan openbare
                                    inrichtingen die horecabedrijf zijn als bedoeld in artikel 1 van
                                    de Drank- en Horecawet, indien </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>zich in de zes maanden voorafgaand aan de inwerkingtreding van
                                    deze bepaling geen incidenten gepaard gaande met geweld,
                                    overlast op straat of drugsgebruik en -handel hebben voorgedaan
                                    in of bij de inrichting, dan wel</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de inrichting zich nieuw in de gemeente vestigt en er zich geen
                                    weigeringsgronden voordoen als bedoeld in artikel 1:8 of 2:28,
                                    tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vrijstelling wordt ingetrokken wanneer zich een incident
                                    heeft voorgedaan als bedoeld in het vierde lid onder a.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van
                                    toepassing op de vergunning bedoeld in het eerste lid en op de
                                    vrijstelling bedoeld in het vierde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28A</nr><titel>Terrasvergunningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een terras
                                    in te richten, te exploiteren of in gebruik te geven op een
                                    openbare plaats, op openbaar water of op een voor publiek
                                    toegankelijk terrein.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het terras mag geopend zijn tot 01:00 uur</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning indien het terras:</al><lijst><li nr="a."><al>schade toebrengt of kan toebrengen aan de weg;</al></li><li nr="b."><al>de bruikbaarheid van de weg belemmert of kan belemmeren,
                                            dan wel een belemmering vormt of kan vormen voor het
                                            beheer of onderhoud van de weg;</al></li><li nr="c."><al>niet voldoet aan redelijke eisen van welstand.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van
                                    toepassing op de vergunning bedoeld in het eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:29</nr><titel>Sluitingstijd</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend
                                    te hebben op maandag tot en met zondag tussen 04:00 uur en 06:00
                                    uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een paracommerciële inrichting voor bezoekers
                                    geopend te hebben op maandag tot en met zondag tussen 01:00 uur
                                    en 06:00 uur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers geopend
                                    te hebben of bezoekers in de inrichting te laten verblijven na
                                    sluitingstijd. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan door middel van een ontheffing of
                                    vergunningvoorschrift andere sluitingstijden vaststellen voor
                                    een afzonderlijke openbare inrichting.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28, vierde
                                    lid onder a, gelden dezelfde sluitingstijden als voor de
                                    winkel.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover
                                    in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door op de Wet
                                    milieubeheer gebaseerde voorschriften.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                                    fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) is niet van
                                    toepassing op de ontheffing bedoeld in het vierde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:30</nr><titel>Afwijking sluitingstijd; tijdelijke sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                    veiligheid, zedelijkheid of gezondheid of in geval van
                                    bijzondere omstandigheden voor één of meer openbare inrichtingen
                                    tijdelijk andere dan de krachtens artikel 2:29 geldende
                                    sluitingstijden en verblijfsuren vaststellen of tijdelijk
                                    sluiting bevelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing in die situaties waarin
                                    artikel 13b van de Opiumwet voorziet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:31</nr><titel>Verboden gedragingen</titel></kop><al>Het is verboden in een openbare inrichting:</al><lijst><li nr="a."><al>de orde te verstoren;</al></li><li nr="b."><al>zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat
                                        de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een
                                        besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:32</nr><titel>Handel binnen openbare inrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar als
                                    bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op
                                    grond van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van
                                    Strafrecht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat een
                                    handelaar of een voor hem handelend persoon in die inrichting
                                    enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enige andere wijze
                                    overdraagt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:33</nr><titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>Indien een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand
                                gebouw of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de
                                Gemeentewet, treedt het college bij de toepassing van artikel 2:28
                                tot en met 2:30 op als bevoegd bestuursorgaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34a</nr><titel>Schenktijden paracommerciële rechtspersonen</titel></kop><al>Paracommerciële rechtspersonen verstrekken uitsluitend
                                alcoholhoudende drank op: maandag tot en met zaterdag na 15.00 uur
                                en tot sluitingstijd;</al><al>zondag na 12.00 uur en tot sluitingstijd.</al><al>Zaterdagclubs mogen in afwijking van lid 1 op zaterdagen
                                alcoholhoudende dranken verstrekken na 12.00 en tot
                                sluitingstijd.</al><al>Het is paracommerciële rechtspersonen verboden sterke drank<vet></vet>te
                                verstrekken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34b</nr><titel>Bijeenkomsten bij paracommerciële rechtspersonen</titel></kop><al>Paracommerciële rechtspersonen verstrekken geen alcoholhoudende
                                drank tijdens bijeenkomsten van persoonlijke aard en bijeenkomsten
                                die gericht zijn op personen die niet of niet rechtstreeks bij de
                                activiteiten van de desbetreffende rechtspersoon betrokken zijn
                                wanneer dit leidt tot oneerlijke mededinging. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34c</nr><titel>Schenktijden en verbod verstrekken van sterke drank</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden buiten de tijden zoals opgenomen in artikel
                                    2:34a alcoholhoudende drank te verstrekken in een inrichting
                                    waarin het horecabedrijf wordt uitgeoefend, niet zijnde een
                                    paracommerciële inrichting, welke:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>deel uitmaakt van een gebouw dat of waarvan een onderdeel
                                    uitsluitend of in hoofdzaak wordt gebruikt om onderwijs te geven
                                    aan leerlingen die merendeels de leeftijd van achttien jaar nog
                                    niet hebben bereikt, of</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>deel uitmaakt van een gebouw dat of waarvan een onderdeel
                                    uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is bij een of meer jeugd-
                                    of jongerenorganisaties, of</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>deel uitmaakt van een gebouw dat of waarvan een onderdeel
                                    uitsluitend of in hoofdzaak in gebruik is als gemeentelijk
                                    wijkgebouw of buurthuis, of</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>deel uitmaakt van een gebouw, dat uitsluitend of in hoofdzaak in
                                    gebruik is bij één of meer sportorganisaties of
                                    –instellingen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de in het eerste lid bedoelde inrichtingen is het verboden
                                    sterke drank te verstrekken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34d</nr><titel>Overgangsrecht</titel></kop><al>1.Op het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                vervallen voor</al><al>paracommerciële inrichtingen:</al><lijst><li nr="a."><al>de voorschriften en beperkingen die tot dat tijdstip op
                                        grond van eerdere gemeentelijke verordeningen krachtens de
                                        wet zijn gesteld;</al></li><li nr="b."><al>de ontheffingen die tot dat tijdstip door het College van
                                        burgemeester en</al></li></lijst><al>wethouders en de burgemeester zijn verleend;</al><lijst><li nr="c."><al>de tot dat tijdstip gehanteerde schenk- of taptijden.</al></li><li nr="2."><al>Voor paracommerciële inrichtingen die sterke drank
                                        verstrekken blijft dit mogelijk tot 24 maanden na
                                        inwerkingtreding van deze verordening.</al></li><li nr="3."><al>De schenktijden en verstrekking van sterke drank voor
                                        commerciële bedrijven, genoemd in artikel 2:34c van deze
                                        verordening, blijven 24 maanden na inwerkingtreding van de
                                        verordening van kracht.</al></li><li nr="4."><al>Voorschriften en beperkingen die tot het tijdstip van
                                        inwerkingtreding van dezeverordening op grond van eerdere
                                        gemeentelijke verordeningen krachtens de wet zijngesteld aan
                                        vergunningen van andere dan in het eerste lid bedoelde
                                        inrichtingen,blijven van kracht.</al></li></lijst><lijst><li nr="5."><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze
                                        verordening een aanvraag om een ontheffing of vergunning op
                                        grond van de Dank- en Horecavergunning 2000 is ingediend
                                        waarop nog niet is beslist, wordt daarop deze verordening
                                        toegepast.</al></li><li nr="6."><al>Op bezwaarschriften gericht tegen een besluit krachtens de
                                        Drank- en Horecaverordening 2010 wordt beslist met
                                        toepassing van deze verordening.</al></li></lijst></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9.</nr><titel>Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van nachtverblijf
                                [niet opgenomen]</titel></kop></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>10.</nr><titel>Toezicht op speelgelegenheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:39</nr><titel>Speelgelegenheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt onder speelgelegenheid verstaan: een voor
                                    het publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in
                                    een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt
                                    geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld
                                    inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of verloren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het
                                    verbod is niet van toepassing op: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel 30c, eerste
                                    lid, onder b, van de Wet op de Kansspelen vergunning is
                                    verleend;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>speelgelegenheden waarvoor de minister van veiligheid en
                                    justitie of de Kamer van Koophandel bevoegd is vergunning te
                                    verlenen; en</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden om het
                                    kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van de Wet op de
                                    kansspelen te beoefenen, of te spelen op speelautomaten als
                                    bedoeld in artikel 30 van de Wet op de kansspelen, of de
                                    handeling als in artikel l, onder a, van de Wet op de kansspelen
                                    te verrichten.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De burgemeester weigert de vergunning indien naar zijn oordeel
                                    moet worden aangenomen dat de woon- en leefsituatie in de
                                    omgeving van de speelgelegenheid of de openbare orde op
                                    ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de exploitatie
                                    van de speelgelegenheid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40</nr><titel>Kansspelautomaten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In dit artikel wordt verstaan onder: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>Wet: de Wet op de kansspelen</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel 30, onder c.
                                    van de Wet;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30,
                                    onder d, van de Wet;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in artikel 30,
                                    onder e, van de Wet.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn maximaal 2 kansspelautomaten
                                    toegestaan. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In laagdrempelige inrichtingen zijn kansspelautomaten niet
                                    toegestaan.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>11.</nr><titel>Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:41</nr><titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens artikel 174a van de Gemeentewet
                                    gesloten woning, een niet voor publiek toegankelijk lokaal of
                                    een bij die woning of dat lokaal behorend erf te betreden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet
                                    gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk lokaal,
                                    een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een voor het
                                    publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend erf te
                                    betreden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze verboden zijn niet van toepassing op personen wier
                                    aanwezigheid in de woning of het lokaal wegens dringende reden
                                    noodzakelijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:42</nr><titel>Plakken en kladden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is te bekrassen
                                    of te bekladden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                    rechthebbende op een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                    onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding
                                    aan te plakken, te doen aanplakken, op andere wijze aan te
                                    brengen of te doen aanbrengen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof een afbeelding,
                                    letter, cijfer of teken aan te brengen of te doen
                                    aanbrengen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing indien
                                    gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is verboden de aanplakborden te gebruiken voor het
                                    aanbrengen van handelsreclame.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen van
                                    meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking mogen
                                    hebben op de inhoud van de meningsuitingen en
                                    bekendmakingen.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De houder van de schriftelijke toestemming is verplicht die aan
                                    een opsporingsambtenaar op diens eerste vordering terstond ter
                                    inzage af te geven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:43</nr><titel>Vervoer plakgereedschap e.d. [niet opgenomen]</titel></kop><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44</nr><titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen te
                                    vervoeren of bij zich te hebben. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing indien de bedoelde werktuigen
                                    niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig de
                                    toegang tot een gebouw of erf te verschaffen, onrechtmatig
                                    sluitingen te openen of te verbreken, diefstal door middel van
                                    braak te vergemakkelijken of het maken van sporen te voorkomen.
                                </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:45</nr><titel>Betreden van plantsoenen e.d. [niet opgenomen]</titel></kop><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:45a</nr><titel>Vervoer geprepareerde voorwerpen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op de weg of in de nabijheid van winkels te
                                    vervoeren of bij zich te hebben een voorwerp dat er kennelijk
                                    toe is uitgerust om het plegen van (winkel)diefstal te
                                    vergemakkelijken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid bedoelde verbod is niet van toepassing
                                    indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de in dat lid
                                    bedoelde voorwerp niet bestemd is voor de in dat lid bedoelde
                                    handelingen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:46</nr><titel>Rijden over bermen e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met voertuigen die niet voorzien zijn van
                                    rubberbanden te rijden over de berm, de glooiing of de zijkant
                                    van een weg, tenzij dit door de omstandigheden redelijkerwijs
                                    wordt vereist.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de
                                    provinciale wegenverordening Noord-Holland. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47</nr><titel>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een openbare plaats: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>te klimmen of zich te bevinden op een beeld, monument,
                                    overkapping, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig,
                                    hekheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair of daarvoor
                                    niet bestemd straatmeubilair;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>zich op te houden op een wijze die aan andere gebruikers of aan
                                    bewoners van nabij die openbare plaats gelegen woningen onnodig
                                    overlast of hinder berokkent.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door artikel 424 , 426bis of 431 van het Wetboek van
                                    Strafrecht of artikel 5 van de Wegenverkeerswet 1994.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:48</nr><titel>Verboden drankgebruik</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar hebben
                                    bereikt verboden op een openbare plaats, die deel uitmaakt van
                                    een door het college aangewezen gebied, alcoholhoudende drank te
                                    gebruiken of aangebroken flessen, blikjes en dergelijke met
                                    alcoholhoudende drank bij zich te hebben.<noot><noot.nr> 1 </noot.nr><noot.al>Het college heeft op 11 juni 2013 een besluit
                                            genomen waarbij plaatsen zijn aangewezen als bedoeld in
                                            artikel 2:48 eerste lid. Dit besluit is gepubliceerd in
                                            het Heerhugowaards Nieuwsblad op 25 juni 2013</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf als bedoeld in
                                    artikel 1 van de Drank- en Horecawet; en</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een andere plaats dan een horecabedrijf als bedoeld onder a,
                                    waarvoor een ontheffing geldt krachtens artikel 35 van de Drank
                                    en Horecawet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:49</nr><titel>Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op te
                                    houden;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn of een
                                    drempel van een gebouw te zitten of te liggen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van een
                                    flatgebouw, appartementsgebouw of een soortgelijke
                                    meergezinswoning of van een gebouw dat voor publiek toegankelijk
                                    is, verboden zich zonder redelijk doel te bevinden in een voor
                                    gemeenschappelijk gebruik bestemde ruimte van dat gebouw.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:50</nr><titel>Hinderlijk gedrag in voor het publiek toegankelijke
                                    ruimten</titel></kop><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel en op een voor anderen
                                hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het publiek
                                toegankelijke ruimte, dan wel deze te verontreinigen of te gebruiken
                                voor een ander doel dan waarvoor deze ruimte is bestemd. Onder deze
                                ruimten worden in elk geval begrepen: portalen, telefooncellen,
                                wachtlokalen voor het openbaar vervoer, parkeergarages en
                                rijwielstallingen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:51</nr><titel>Neerzetten van fietsen e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op een openbare plaats een fiets of een bromfiets te
                                plaatsen of te laten staan tegen een raam, een raamkozijn, een deur,
                                de gevel van een gebouw of in de ingang van een portiek indien:</al><lijst><li nr="a."><al>dit in strijd is met de uitdrukkelijk verklaarde wil van de
                                        gebruiker van dat gebouw of dat portiek; of</al></li><li nr="b."><al>daardoor die ingang versperd wordt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:52</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein
                                    e.d.</titel></kop><al>Het is verboden op uren en plaatsen die door het college of de
                                burgemeester zijn aangewezen, zich met een fiets of bromfiets te
                                bevinden op een door het college of de burgemeester aangewezen
                                terrein waar een markt, kermis, uitvoering, bijeenkomst of
                                plechtigheid wordt gehouden die publiek trekt, mits dit verbod
                                kenbaar is aan de bezoekers van het terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:53</nr><titel>Bespieden van personen [niet opgenomen]</titel></kop><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:54</nr><titel>Bewakingsapparatuur [gereserveerd]</titel></kop><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:55</nr><titel>Nodeloos alarmeren [gereserveerd]</titel></kop><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:56</nr><titel>Alarminstallaties [gereserveerd]</titel></kop><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:57</nr><titel>Loslopende honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te
                                    laten verblijven of te laten lopen: </al><lijst><li nr="a."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als
                                            zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                            speelweide of op een andere door het college aangewezen
                                            plaats; <noot><noot.nr> 1 </noot.nr><noot.al>Het college heeft op 8 februari 2005
                                                  diverse gebieden aangewezen waar het niet is
                                                  toegestaan honden te laten verblijven of te laten
                                                  lopen</noot.al></noot></al></li><li nr="b."><al>binnen de bebouwde kom op de weg indien de hond niet is
                                            aangelijnd; </al></li><li nr="c."><al>buiten de bebouwde kom op een door het college
                                            aangewezen plaats indien de hond niet is
                                            aangelijnd;</al></li><li nr="d."><al>op de weg indien die hond niet is voorzien van een
                                            halsband of een ander identificatiemerk dat de eigenaar
                                            of houder duidelijk doet kennen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid, aanhef en onder b, is niet van toepassing op
                                    door het college aangewezen plaatsen.<noot><noot.nr> 1 </noot.nr><noot.al>Het college heeft op 8 februari 2005
                                            losloopgebieden aangewezen. Bij besluiten van 19
                                            augustus 2008 en 13 januari 2009 heeft het college
                                            hierop een wijziging aangebracht. Op 28 januari 2014
                                            heeft het college voorts het noordelijke deel van ’t
                                            Waarderhout aangewezen als losloopgebied</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het eerste lid, aanhef en onder a tot en met c, is niet van
                                    toepassing op de eigenaar of houder van een hond: </al><lijst><li nr="a."><al>die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond of
                                            sociale hulphond laat begeleiden; of </al></li><li nr="b."><al>die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot
                                            geleidehond of sociale hulphond. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:58</nr><titel>Verontreiniging door honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Degene die zich met een hond op een openbare plaats begeeft is
                                    verplicht ervoor te zorgen dat de uitwerpselen van die hond
                                    onmiddellijk worden verwijderd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of houder
                                    van een hond die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond
                                    of sociale hulphond laat begeleiden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op door
                                    het college aangewezen plaatsen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:59</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de burgemeester een hond in verband met zijn gedrag
                                    gevaarlijk of hinderlijk acht, kan hij de eigenaar of houder van
                                    die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en muilkorfgebod
                                    opleggen voor zover die hond verblijft of loopt op een openbare
                                    plaats of op het terrein van een ander.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht is
                                    de hond aangelijnd te houden met een lijn met een lengte,
                                    gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste 1,50 meter.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder verplicht
                                    is de hond voorzien te houden van een muilkorf die: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig leer of van
                                    beide stoffen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>door middel van een stevige leren riem zodanig rond de hals is
                                    aangebracht dat verwijdering zonder toedoen van de mens niet
                                    mogelijk is; en</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten, dat de
                                    afgesloten ruimte binnen de korf een geringe opening van de bek
                                    toelaat en dat geen scherpe delen binnen de korf aanwezig
                                    zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2:57, eerste lid, aanhef en
                                    onder d, dient een hond als bedoeld in het eerste lid voorzien
                                    te zijn van een door de bevoegde minister op aanvraag verstrekt
                                    uniek identificatienummer door middel van een microchip die met
                                    een chipreader afleesbaar is.</al></lid></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2:60 Houden van hinderlijke of schadelijke
                                    dieren</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een door het college ter voorkoming of
                                        opheffing van overlast of schade aan de openbare gezondheid
                                        aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin van de
                                        Wet milieubeheer, bij dat aanwijzingsbesluit aangeduide
                                        dieren: </al></li><li nr="a."><al>aanwezig te hebben;</al></li><li nr="b."><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van de door
                                        het college gestelde regels; of</al></li><li nr="c."><al>aanwezig te hebben in een groter aantal dan in die
                                        aanwijzing is aangegeven.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak
                                        gelegen binnen plaats die een krachtens het eerste lid is
                                        aangewezen, ontheffing verlenen van een of meer verboden
                                        bedoeld in het eerste lid.</al></li><li nr="3."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:61</nr><titel>Wilde dieren [gereserveerd]</titel></kop><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:62</nr><titel>Loslopend vee [niet opgenomen].</titel></kop><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:63</nr><titel>Duiven [niet opgenomen]</titel></kop><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:64</nr><titel>Bijen [niet opgenomen]</titel></kop><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:65</nr><titel>Bedelarij [niet opgenomen]</titel></kop><al></al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>12.</nr><titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:66</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder handelaar: een handelaar als
                                bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond
                                van artikel 437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:67</nr><titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle
                                    gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op andere
                                    wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of namens de
                                    burgemeester gewaarmerkt register, en daarin onverwijld op te
                                    nemen:</al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het volgnummer van de aantekening met betrekking tot het
                                    goed;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de datum van verkoop of overdracht van het goed;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>een omschrijving van het goed, daaronder begrepen – voorzover
                                    dat mogelijk is – soort, merk en nummer van het goed;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor overdracht van het
                                    goed; en</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>de naam en het adres van degene die het goed heeft
                                    verkregen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester kan vrijstelling verlenen van deze
                                    verplichtingen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:68</nr><titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437 van het Wetboek van
                                    Strafrecht</titel></kop><al>De handelaar of een voor hem handelend persoon is verplicht:</al><lijst><li nr="a."><al>de burgemeester binnen drie dagen schriftelijk in kennis te
                                        stellen: </al></li><li nr="1."><al>dat hij het beroep van handelaar uitoefent met vermelding
                                        van zijn woonadres en het adres van de bij zijn onderneming
                                        behorende vestiging;</al></li><li nr="2."><al>van een verandering van de onder a, sub 1, bedoelde
                                        adressen;</al></li><li nr="3."><al>dat hij het beroep van handelaar niet langer uitoefent;</al></li><li nr="4."><al>dat hij enig goed kan verkrijgen dat redelijkerwijs van een
                                        misdrijf afkomstig is of voor de rechthebbende verloren is
                                        gegaan;</al></li><li nr="b."><al>de burgemeester op eerste aanvraag zijn administratie of
                                        register ter inzage te geven;</al></li><li nr="c."><al>aan de hoofdingang van elke vestiging een kenteken te hebben
                                        waarop zijn naam en de aard van de onderneming duidelijk
                                        zichtbaar zijn;</al></li><li nr="d."><al>een door opkoop verkregen goed gedurende de eerste drie
                                        dagen in bewaring te houden in de staat waarin het goed
                                        verkregen is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:69</nr><titel>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen
                                    [gereserveerd]</titel></kop><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:70</nr><titel>Handel in horecabedrijven [verplaatst naar afdeling 8 onder
                                    artikel 2:32]</titel></kop><al></al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>13.</nr><titel>Vuurwerk</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:71</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder consumentenvuurwerk: hetgeen
                                daaronder wordt verstaan in het Besluit van 22 januari 2002,
                                houdende nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en
                                professioneel vuurwerk (Vuurwerkbesluit).</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:72</nr><titel>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    verkoopdagen.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of
                                    nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen dan
                                    wel voor het ter beschikking stellen aanwezig te houden, zonder
                                    een vergunning van het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73</nr><titel>Gebruik van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door het
                                    college in het belang van de voorkoming van gevaar, schade of
                                    overlast aangewezen plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats te
                                    gebruiken als dat gevaar, schade of overlast kan
                                    veroorzaken.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De verboden bedoeld in het eerste en tweede lid zijn niet van
                                    toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429,
                                    aanhef en onder 1, van het Wetboek van strafrecht.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>14.</nr><titel>Drugsoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74</nr><titel>Drugshandel op straat</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden zich op een
                                openbare plaats op te houden met het kennelijke doel om middelen als
                                bedoeld in artikel 2 en 3 van de Opiumwet, of daarop gelijkende
                                waar, al dan niet tegen betaling, af te leveren, aan te bieden of te
                                verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te bemiddelen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>15</nr><titel>Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden, cameratoezicht
                                op openbare plaatsen en gebiedsontzegging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:75</nr><titel>Bestuurlijke ophouding</titel></kop><al>De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 154a van de
                                Gemeentewet te besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door
                                hem aangewezen groepen van personen op een door hem aangewezen
                                plaats indien deze personen het bepaalde in artikel 2:1
                                (samenscholingsverbod); artikel 2:47 (hinderlijk gedrag op of aan de
                                weg); artikel 2:48 (hinderlijk drankgebruik); artikel 2:49
                                (hinderlijk gedrag in of bij gebouwen); artikel 2:50 (gedrag in voor
                                publiek toegankelijke ruimten); artikel 2:73 (bezigen van vuurwerk)
                                én artikel 5:34 (verbod om vuur te stoken) van de Algemene
                                plaatselijke verordening groepsgewijs niet naleven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:76</nr><titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel></kop><al>De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 151b van de
                                Gemeentewet bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid
                                van wapens, dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan,
                                een gebied, met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek
                                openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, aan te wijzen als
                                veiligheidsrisicogebied.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:77</nr><titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester is bevoegd overeenkomstig artikel 151c van de
                                    Gemeentewet te besluiten tot plaatsing van vaste camera’s voor
                                    een bepaalde duur ten behoeve van het toezicht op een openbare
                                    plaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De burgemeester heeft die bevoegdheid eveneens ten aanzien van
                                    andere openbare plaatsen: de voor een ieder vrij toegankelijke
                                    winkelpassages van het winkelcentrum Middenwaard, de
                                    gemeentelijke parkeergarage, de parkeergarage van Corio en die
                                    van de Dekamarkt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:78</nr><titel>Gebiedsontzegging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde, het
                                    voorkomen of beperken van overlast, het voorkomen of beperken
                                    van aantastingen van het woon- of leefklimaat, de veiligheid van
                                    personen of goederen, de gezondheid of de zedelijkheid aan een
                                    persoon die strafbare feiten of openbare orde verstorende
                                    handelingen verrichten een bevel geven zich gedurende ten
                                    hoogste 48 uur niet in een of meer bepaalde delen van de
                                    gemeente op een openbare plaats op te houden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op de in het eerste lid genoemde belangen kan de
                                    burgemeester aan een persoon, aan wie tenminste een bevel als
                                    bedoeld in dat lid is gegeven en die opnieuw strafbare feiten of
                                    openbare orde verstorende handelingen verricht, een bevel geven
                                    zich gedurende ten hoogste 12 weken niet in een of meer bepaalde
                                    delen van de gemeente op een openbare plaats op te houden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Een bevel krachtens het tweede lid kan slechts worden gegeven
                                    als het strafbare feit of de openbare orde verstorende handeling
                                    binnen zes maanden na het geven en een eerder bevel, gegeven op
                                    grond het eerste of tweede lid, plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester beperkt de in het eerste of tweede lid gestelde
                                    bevelen, als hij dat in verband met de persoonlijke
                                    omstandigheden van betrokkene noodzakelijk oordeelt. De
                                    burgemeester kan op aanvraag tijdelijke ontheffing verlenen van
                                    een bevel.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten
                                        van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li><li nr="b."><al>prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het
                                        verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li><li nr="c."><al>seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of
                                        vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.
                                        Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een
                                        seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub
                                        of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een
                                        erotische-massagesalon, al dan niet in combinatie met
                                        elkaar;</al></li><li nr="d."><al>escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of
                                        rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere
                                        plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;</al></li><li nr="e."><al>sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van
                                        erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te
                                        worden verkocht of verhuurd;</al></li><li nr="f."><al>exploitant: de natuurlijke persoon of personen of
                                        rechtspersoon of rechtspersonen die een seksinrichting of
                                        escortbedrijf exploiteert, dan wel exploiteren en de tot
                                        vertegenwoordiging van die rechtspersoon of rechtspersonen
                                        bevoegde natuurlijke persoon of personen;</al></li><li nr="g."><al>beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de
                                        onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent, dan wel
                                        uitoefenen in een seksinrichting of escortbedrijf;</al></li><li nr="h."><al>bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met
                                        uitzondering van: </al></li><li nr="1."><al>de exploitant;</al></li><li nr="2."><al>de beheerder;</al></li><li nr="3."><al>de prostituee;</al></li><li nr="4."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam is;</al></li><li nr="5."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van artikel 6.2
                                        van deze verordening;</al></li><li nr="6."><al>andere personen wier aanwezigheid in de seksinrichting
                                        wegens dringende redenen noodzakelijk is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:2</nr><titel>Bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder bevoegd bestuursorgaan: het
                                college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van
                                de Gemeentewet, de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in artikel
                                3:13, tweede lid kan het college nadere regels stellen met
                                betrekking tot de uitoefening van de bevoegdheden bedoeld in dit
                                hoofdstuk.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels en
                                dergelijke</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:4</nr><titel>Seksinrichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting of escortbedrijf te
                                    exploiteren of te wijzigen zonder vergunning van het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in ieder
                                    geval vermeld: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de persoonsgegevens van de exploitant;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de persoonsgegevens van de beheerder; en</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de aard van de seksinrichting of het escortbedrijf.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:5</nr><titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>staan niet onder curatele en zijn niet ontzet uit de ouderlijke
                                    macht of de voogdij;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag; en</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>hebben de leeftijd van eenentwintig jaar bereikt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid, zijn de exploitant
                                    en de beheerder niet: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>met toepassing van de artikel 37 van het Wetboek van Strafrecht
                                    in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst of met toepassing van
                                    artikel 37a van het Wetboek van Strafrecht ter beschikking
                                    gesteld;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk veroordeeld tot een
                                    onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van zes maanden of meer door de
                                    rechter in Nederland, inclusief de drie openbare lichamen
                                    Bonaire, Saba en Sint-Eustatius, Aruba, Curaçao en Sint Maarten,
                                    dan wel door een andere rechter wegens een misdrijf waarvoor
                                    naar Nederlands recht een bevel tot voorlopige hechtenis
                                    ingevolge artikel 67, eerste lid van het Wetboek van
                                    Strafvordering is toegelaten;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>binnen de laatste vijf jaar bij ten minste twee rechterlijke
                                    uitspraken onherroepelijk veroordeeld tot een onvoorwaardelijke
                                    geldboete van 500 euro of meer of tot een andere hoofdstraf als
                                    bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder a van het Wetboek van
                                    Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding van: </al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank- en Horecawet, de
                                    Opiumwet, de Vreemdelingenwet en de Wet arbeid
                                    vreemdelingen;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b, 242 tot en met
                                    249, 252, 250a (oud), 273f, 300 tot en met 303, 416, 417,
                                    417bis, 426, 429quater en 453 van het Wetboek van
                                    Strafrecht;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede artikel 6 juncto
                                    artikel 8 of juncto artikel 163 van de Wegenverkeerswet
                                    1994;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>de artikelen 1, onder a, b en d, 13, 14, 27 en 30b van de Wet op
                                    de Kansspelen;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>de artikelen 2 en 3 van de Wet op de weerkorpsen;</al></lid><lid><lidnr>-</lidnr><al>de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en munitie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt gelijk
                                    gesteld: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in artikel 74,
                                    tweede lid onder a van het Wetboek van Strafrecht of artikel 76,
                                    derde lid onder a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen,
                                    tenzij de geldsom minder dan 375 euro bedraagt;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke
                                    straf.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid, wordt:
                                </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend vanaf de datum
                                    van beslissing op de aanvraag van de vergunning;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend vanaf de
                                    datum van de intrekking van deze vergunning.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De exploitant of de beheerder zijn binnen de laatste vijf jaar
                                    geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting of
                                    escortbedrijf die voor ten minste een maand door het bevoegde
                                    bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de vergunning bedoeld in
                                    artikel 3:4, eerste lid, is ingetrokken, tenzij aannemelijk is
                                    dat hem ter zake geen verwijt treft.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:6</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten verblijven:
                                </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op maandag tot en met vrijdag tussen 01:00 en 05:00 uur;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>op zaterdag en zondag tussen 02:00 en 05:00 uur.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan voor een afzonderlijke
                                    seksinrichting andere sluitingstijden vaststellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin te
                                    bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting krachtens het
                                    eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens artikel 3:7, eerste
                                    lid, gesloten dient te zijn.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het eerste tot en met derde lid zijn niet van toepassing op
                                    situaties waarin wordt voorzien door de op de Wet milieubeheer
                                    gebaseerde voorschriften.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:7</nr><titel>Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                    sluiting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in
                                    artikel 3:13, tweede lid of in geval van strijdigheid met de
                                    bepalingen in dit hoofdstuk kan het bevoegd bestuursorgaan:
                                </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6, eerste of tweede
                                    lid, geldende sluitingstijden vaststellen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet tijdelijk de
                                    gedeeltelijke of algehele sluiting bevelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht maakt het bevoegd bestuursorgaan het besluit
                                    bedoeld in het eerste lid bekend op de voet van artikel 3:42,
                                    tweede lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:8</nr><titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                    hebben, zonder dat exploitant of de beheerder bedoeld in artikel
                                    3:4, tweede lid onder a of b in de seksinrichting aanwezig
                                    is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat in
                                    de seksinrichting: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in ieder geval de
                                    feiten genoemd in de titels XIV (misdrijven tegen de zeden),
                                    XVIII (misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid), XX
                                    (mishandeling), XXII (diefstal) en XXX (heling) van het Tweede
                                    Boek van het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet en in de Wet
                                    wapens en munitie; en</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in strijd met
                                    het bij of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de
                                    Vreemdelingenwet bepaalde.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:9</nr><titel>Straatprostitutie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden door handelingen, houding, woord, gebaar of op
                                    andere wijze, passanten te bewegen gebruik te maken van de
                                    diensten van een prostituee, uit te nodigen dan wel aan te
                                    lokken: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op of aan andere dan door het college aangewezen wegen of
                                    gebieden;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>gedurende andere dan door het college vastgestelde tijden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Met het oog op de naleving van het verbod bedoeld in het eerste
                                    lid, kan door politieambtenaren het bevel worden gegeven zich
                                    onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met het oog op de openbare orde en de belangen genoemd in
                                    artikel 3:13, tweede lid, kan door politieambtenaren aan
                                    personen die zich bevinden op de wegen of gebieden en gedurende
                                    de tijden bedoeld in het eerste lid, het bevel worden gegeven
                                    zich onmiddellijk in een bepaalde richting te verwijderen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De burgemeester kan met het oog op de openbare orde en de
                                    belangen genoemd in artikel 3:13, tweede lid, personen aan wie
                                    ten minste eenmaal een bevel is gegeven als bedoeld in het derde
                                    lid, verbieden zich gedurende een bepaalde termijn, anders dan
                                    in een openbaar middel van vervoer, te bevinden op of aan de
                                    wegen of gebieden en op de tijden bedoeld in het eerste lid
                                    onder b.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De burgemeester beperkt het verbod bedoeld in het vierde lid
                                    indien dat in verband met de persoonlijke omstandigheden van
                                    betrokkene noodzakelijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:10</nr><titel>Sekswinkels [niet opgenomen]</titel></kop><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:11</nr><titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen en dergelijke
                                    [niet opgenomen]</titel></kop><al></al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Beslistermijn: weigeringsgronden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:12</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 1:2, eerste lid,
                                    beslist het bevoegd bestuursorgaan op de aanvraag om vergunning
                                    bedoeld in artikel 3.4, eerste lid, binnen twaalf weken na de
                                    dag waarop de aanvraag ontvangen is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bevoegd bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten hoogste
                                    twaalf weken verdagen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:13</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt
                                    geweigerd indien: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in artikel 3:5
                                    gestelde eisen; of</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het
                                    escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn in strijd
                                    met artikel 273f van het Wetboek van Strafrecht of met het bij
                                    of krachtens de Wet arbeid vreemdelingen of de Vreemdelingenwet
                                    bepaalde.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor seksinrichtingen en in Nederland gevestigde escortbedrijven
                                    kan, onverminderd het bepaalde in artikel 1:8, de vergunning
                                    bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, worden geweigerd dan wel de
                                    aanwijzing of vaststelling bedoeld in artikel 3:9, eerste lid,
                                    achterwege gelaten, in het belang van: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het voorkomen of beperken van aantasting van het woon- en
                                    leefklimaat;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de veiligheid van personen of goederen;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de verkeersvrijheid of -veiligheid;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>de gezondheid of zedelijkheid; of</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>de arbeidsomstandigheden van de prostituee.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:14</nr><titel>Beëindiging exploitatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De vergunning vervalt zodra de exploitant die overeenkomstig
                                    artikel 3:4 op de vergunning is vermeld, de exploitatie van de
                                    seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                    beëindigd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de exploitatie,
                                    geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:15</nr><titel>Wijziging beheer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien de beheerder het beheer van de seksinrichting of het
                                    escortbedrijf feitelijk beëindigt, geeft de exploitant daarvan
                                    binnen een week schriftelijk kennis aan het bevoegd
                                    bestuursorgaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
                                    indien het bevoegd bestuursorgaan op aanvraag van de exploitant
                                    besluit de verleende vergunning overeenkomstig de wijziging in
                                    het beheer te wijzigen. Het bepaalde in artikel 3:13, eerste
                                    lid, aanhef en onder a, is van overeenkomstige toepassing.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan het
                                    beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder vanaf het
                                    moment waarop de exploitant een aanvraag als bedoeld in het
                                    tweede lid heeft ingediend, totdat over de aanvraag is
                                    besloten.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:16</nr><titel>Overgangsbepaling [gereserveerd]</titel></kop><al></al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het
                            uiterlijk aanzien van de gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Geluidhinder en verlichting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Besluit: Activiteitenbesluit milieubeheer;</al></li><li nr="b."><al>inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het
                                        Besluit;</al></li><li nr="c."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                        bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting
                                        drijft;</al></li><li nr="d."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan
                                        één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;</al></li><li nr="e."><al>incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die
                                        gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;</al></li><li nr="f."><al>geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond
                                        van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen
                                        behorende bij de betreffende inrichting;</al></li><li nr="g."><al>geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van
                                        artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van terreinen
                                        behorende bij de betreffende inrichting;</al></li><li nr="h."><al>onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is
                                        versterkt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:2</nr><titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten<noot><noot.nr> 1 </noot.nr><noot.al>Op 17 augustus 2004 en op 10 mei 2005 heeft het
                                            college beleid vastgesteld waarin de collectieve
                                            festiviteiten zijn aangewezen. Deze besluiten zijn op 2
                                            december 2008 gepubliceerd</noot.al></noot></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De geluidsnormen bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van
                                    het Besluit en artikel 4:6 van deze verordening gelden niet voor
                                    door het college per kalenderjaar aan te wijzen collectieve
                                    festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of
                                    dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve van
                                    sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel 3.148,
                                    eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het college
                                    per kalenderjaar aan te wijzen collectieve festiviteiten
                                    gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid, kan
                                    het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in een of
                                    meer van de volgende delen: Centrumwaard, Stadshart, ’t Kruis,
                                    de Noord en Veenhuizen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college maakt de aanwijzing ten minste vier weken voor het
                                    begin van een nieuw kalenderjaar bekend.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
                                    redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit terstond
                                    als collectieve festiviteit als bedoeld in het eerste lid
                                    aanwijzen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:3</nr><titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal 2 incidentele
                                    festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de
                                    geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van
                                    het Besluit en artikel 4:6 van deze verordening niet van
                                    toepassing zijn, mits de houder van de inrichting ten minste
                                    twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college
                                    daarvan in kennis heeft gesteld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 2
                                    incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting langer
                                    aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten waarbij artikel
                                    3.148, eerste lid, van het Besluit niet van toepassing is, mits
                                    de houder van de inrichting ten minste tien werkdagen voor de
                                    aanvang van de festiviteit het college daarvan in kennis heeft
                                    gesteld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van een
                                    kennisgeving.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is
                                    ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer het
                                    college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                    incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                    was, terstond toestaat.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:4</nr><titel>Verboden incidentele festiviteiten [gereserveerd]</titel></kop><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:5</nr><titel>Onversterkte muziek [niet opgenomen]</titel></kop><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:5A</nr><titel>Traditioneel schieten [niet opgenomen]</titel></kop><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6</nr><titel>Overige geluidhinder<noot><noot.nr> 1 </noot.nr><noot.al>Onder overige geluidshinder valt o.a. het gebruik
                                            van knalapparaten. Zie hiervoor de herziening van het
                                            knalapparatenbeleid, vastgesteld door het college op 29
                                            september 2003</noot.al></noot></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                    milieubeheer of van het Besluit op een zodanige wijze toestellen
                                    of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te
                                    verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving
                                    geluidhinder wordt veroorzaakt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door de Wet geluidhinder, de Zondagswet, de Wet
                                    openbare manifestaties, het Vuurwerkbesluit of de provinciale
                                    milieuverordening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6A</nr><titel>Mosquito [niet opgenomen]</titel></kop><al></al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7</nr><titel>Straatvegen [niet opgenomen]</titel></kop><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:8</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn
                                natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:9</nr><titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen
                                    en putten buiten gebouwen</titel></kop><al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Het bewaren van houtopstanden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>houtopstand: hakhout, een houtwal of een of meer bomen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>hakhout: een of meer bomen die na te zijn geveld, opnieuw op de
                                    stronk uitlopen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien, met
                                    inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van handelingen
                                    die de dood of ernstige beschadiging of ontsiering van
                                    houtopstand ten gevolge kunnen hebben.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:11</nr><titel>Omgevingsvergunning voor het vellen van houtopstanden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag de
                                    houtopstanden te vellen of te doen vellen die staan vermeld op
                                    de lijst vermeld op bijlage 1 (Bomenlijst).<noot><noot.nr> 1 </noot.nr><noot.al>Het college heeft op 4 november 2014 bij besluit de
                                            Lijst Monumentale Bomen vastgesteld welke op 11 november
                                            2014 is gepubliceerd in het Heerhugowaards
                                            Nieuwsblad</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In afwijking van artikel 1:8 kan de vergunning worden geweigerd
                                    op grond van: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de natuurwaarde van de houtopstand;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de landschappelijke waarde van de houtopstand;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de waarde van de houtopstand voor stads- en dorpsschoon;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>de beeldbepalende waarde van de houtopstand;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>de cultuurhistorische waarde van de houtopstand; of</al></lid><lid><lidnr>f.</lidnr><al>de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het eerste lid is niet van toepassing als de burgemeester
                                    toestemming verleent voor het vellen van een houtopstand in
                                    verband met een spoedeisend belang voor de openbare orde of een
                                    direct gevaar voor personen of goederen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bevoegd gezag kan een herplantplicht opleggen onder nader te
                                    stellen voorschriften.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12</nr><titel>Vergunning van rechtswege [gereserveerd]</titel></kop><al></al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:13</nr><titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                    enz.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op door het college in het belang van het
                                    uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast dan wel voorkoming van schade aan de openbare
                                    gezondheid, aangewezen plaatsen, buiten een inrichting in de zin
                                    van de Wet milieubeheer, in de openlucht of buiten de weg, de
                                    volgende voorwerpen of stoffen op te slaan, te plaatsen of
                                    aanwezig te hebben: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>onbruikbare of aan hun oorspronkelijke bestemming onttrokken
                                    voer- of vaartuigen of onderdelen daarvan;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>bromfietsen en motorvoertuigen of onderdelen daarvan;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>kampeermiddelen als bedoeld in artikel 4:17 of onderdelen
                                    daarvan, indien het plaatsen of aanwezig hebben daarvan
                                    geschiedt voor verkoop of verhuur of anderszins voor een
                                    commercieel doel; of</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>mestopslag, gierkelders of andere verzamelplaatsen van vuil, een
                                    verzameling ingekuild gras, loof of pulp of ingekuilde
                                    landbouwproducten, afbraakmaterialen en oude metalen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan bij de aanwijzing nadere regels stellen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Dit artikel is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien krachtens de Wet ruimtelijke ordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:14</nr><titel>Stankoverlast door gebruik van meststoffen
                                    [gereserveerd]</titel></kop><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:15</nr><titel>Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak alsmede de
                                        hoofdgebruiker van die zaak verboden zonder vergunning van
                                        het college deze zaak of een daarop aanwezige zaak te
                                        gebruiken of het gebruik daarvan toe te laten voor het maken
                                        van handelsreclame met behulp van een opschrift,
                                        aankondiging of afbeelding in welke vorm dan ook, die vanaf
                                        de weg of vanaf een andere voor het publiek toegankelijke
                                        plaats zichtbaar is.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet ten aanzien van:</al><lijst><li nr="a."><al>opschriften, aankondigingen en afbeeldingen in het
                                                inwendig gedeelte van een onroerende zaak, die niet
                                                kennelijk gericht zijn op zichtbaarheid vanaf de
                                                weg;</al></li><li nr="b."><al>opschriften en aankondigingen op zuilen, borden,
                                                muren of andere constructies, aangewezen door de
                                                overheid;</al></li><li nr="c."><al>opschriften en aankondigingen betrekking hebbend
                                                op:</al><lijst><li nr="-"><al>openbare verkoping, aanbiedingen ter verkoop,
                                                  verhuur of verpachting van een onroerende zaak
                                                  voor zolang zij feitelijke betekenis hebben;</al></li><li nr="-"><al>het beroep, de dienst, of het bedrijf dat in
                                                  of op de onroerende zaak wordt uitgeoefend of
                                                  waarvoor die zaak is bestemd, zomede op
                                                  naamborden;</al></li><li nr="-"><al>mits deze opschriften en aankondigingen
                                                  gezamenlijk geen grotere oppervlakte hebben dan
                                                  0,50 m2 en geen van alle een grotere afmeting in
                                                  een richting hebben dan 1,00 meter en mits deze
                                                  opschriften en aankondigingen niet zijn verlicht
                                                  en zijn aangebracht op een plat bord dan wel losse
                                                  letters tegen de gevel op beganegrond-niveau van
                                                  de onroerende zaak;</al></li></lijst></li><li nr="d."><al>opschriften betrekking hebbend op de naam of aard
                                                van in uitvoering zijnde bouwwerken of op de namen
                                                van degenen die bij het ontwerp of de uitvoering van
                                                het bouwwerk betrokken zijn, mits deze opschriften
                                                zijn aangebracht op borden bij of op de in
                                                uitvoering zijnde bouwwerken zelf en niet verlicht
                                                zijn, zulks voor zolang zij feitelijke betekenis
                                                hebben;</al></li><li nr="e."><al>opschriften en aankondigingen aan gebouwen en
                                                inrichtingen van openbaar vervoer, indien deze zijn
                                                aangebracht ten dienste van dat vervoer;</al></li><li nr="f."><al>opschriften en aankondigingen van kennelijk
                                                tijdelijke aard, voor zolang zij feitelijke
                                                betekenis hebben, mits van het aanbrengen ervan
                                                tevoren door of vanwege de rechthebbende of de
                                                hoofdgebruiker van de onroerende zaak schriftelijk
                                                kennisgeving is gedaan aan het college en het
                                                college niet binnen twee weken na ontvangst van die
                                                kennisgeving van enig bezwaar heeft doen blijken.
                                                Zodanige opschriften en aankondigingen worden geacht
                                                hun tijdelijk karakter te hebben verloren, wanneer
                                                deze gedurende meer dan 9 weken op de onroerende
                                                zaak aanwezig zijn.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het college stelt nadere regels ten aanzien van het
                                        aanbrengen van handelsreclame op of aan een onroerende zaak,
                                        met specifieke criteria waaraan de reclame moet voldoen en
                                        in welke situatie de vergunningplicht niet geldt. <noot><noot.nr> 1 </noot.nr><noot.al>Het college heeft op 24 augustus 2010 nadere
                                                regels gesteld ten aanzien van het aanbrengen van
                                                handelsreclame op of aan een onroerende
                                                zaak.</noot.al><noot.al></noot.al></noot></al></li><li nr="4."><al>a. De weigeringsgrond van het vijfde lid, onder a, geldt
                                        niet voor bouwwerken;</al></li><li nr="b."><al>De weigeringsgrond van het vijfde lid, onder c, geldt niet
                                        voorzover in het daarin</al></li></lijst><al> geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al><al>5.Een vergunning bedoeld in het eerste lid kan worden
                                geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de reclame, hetzij op zichzelf, hetzij in verband met
                                        de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van
                                        welstand;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de verkeersveiligheid;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de voorkoming of beperking van overlast
                                        voor gebruikers van de in de nabijheid gelegen onroerende
                                        zaak. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:16</nr><titel>Vergunningplicht lichtreclame [gereserveerd]</titel></kop><al></al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Kamperen buiten kampeerterreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt onder kampeermiddel verstaan: een onderkomen
                                of voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de
                                zin van artikel 2.1, eerste lid onder a van de Wet algemene
                                bepalingen omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is
                                dan wel gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief
                                nachtverblijf.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:18</nr><titel>Recreatief nachtverblijf buiten kampeerterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                    kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten een
                                    kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan, de
                                    beheersverordening, exploitatieplan of een voorbereidingsbesluit
                                    is bestemd of mede bestemd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen voor
                                    eigen gebruik door de rechthebbende op een terrein.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als bedoeld
                                    in het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8. kan de ontheffing
                                    worden geweigerd in het belang van: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de bescherming van natuur en landschap; of</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de bescherming van een stadsgezicht.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:19</nr><titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod van artikel 4:18, eerste lid is niet van toepassing
                                    op door het college aangewezen plaatsen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan daarbij nadere regels stellen ter bescherming
                                    van de belangen genoemd artikel 4:18, vierde lid, onder a en
                                    b.</al></lid></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente</titel></kop><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>1.</nr><titel>Parkeerexcessen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1, onder al,
                                        van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                        1990) met uitzondering van kleine wagens zoals kruiwagens,
                                        kinderwagens en rolstoelen;</al></li><li nr="b."><al>parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1, onder ac, van
                                        het Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV
                                        1990).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:2</nr><titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede verstaan:
                                </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van lessen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren van personen
                                    tegen betaling.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet
                                    gerekend: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>voertuigen waaraan herstel- of onderhoudswerkzaamheden worden
                                    verricht die in totaal niet meer dan een uur vergen, en dit
                                    gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor deze
                                    werkzaamheden;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het derde lid
                                    bedoelde persoon.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                    gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                    slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn toevertrouwd,
                                    op de weg te parkeren binnen een cirkel met een straal van 25
                                    meter met als middelpunt een van deze voertuigen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te gebruiken.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:3</nr><titel>Te koop aanbieden van voertuigen<noot><noot.nr> 1 </noot.nr><noot.al>Het college heeft op 4 juni 1996 de parkeerplaats
                                            aan de Liede nabij de aansluiting met de Amstel en de
                                            parkeerplaats op de hoek Stellingmolen/Rustenburgerweg
                                            aangewezen als plaats waar voertuigen niet geparkeerd
                                            mogen worden met het kennelijke doel deze te koop aan te
                                            bieden of te verhandelen</noot.al></noot></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op een door het college aangewezen weg een
                                    voertuig te parkeren met het kennelijke doel het te koop aan te
                                    bieden of te verhandelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing van het verbod verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:4</nr><titel>Defecte voertuigen</titel></kop><al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                parkeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:5</nr><titel>Voertuigwrakken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende
                                    staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde
                                    toestand verkeert op de weg te parkeren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door de Wet milieubeheer.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:6</nr><titel>Kampeermiddelen e.a.</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat voor recreatie of anderszins
                                    voor andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>langer dan op acht achtereenvolgende dagen te plaatsen of te
                                    hebben op een door het college aangewezen weg, waar dit naar
                                    zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van
                                    beschikbare parkeerruimte of schadelijk is voor het uiterlijk
                                    aanzien van de gemeente;<noot><noot.nr> 1 </noot.nr><noot.al>Op 24 augustus 2010 heeft het college de bebouwde
                                            kom aangewezen als gebied waar het parkeren van
                                            kampeermiddelen maximaal acht achtereenvolgende dagen is
                                            toegestaan. </noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>op een door het college aangewezen plaats te parkeren, waar dit
                                    naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk aanzien van
                                    de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod in het eerste
                                    lid, aanhef en onder a.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door het provinciale wegenverordening
                                    Noord-Holland.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:7</nr><titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding
                                    van handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijk doel
                                    om daarmee handelsreclame te maken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:8</nr><titel>Parkeren van grote voertuigen<noot><noot.nr> 1 </noot.nr><noot.al>Op 6 november 2007 heeft het college de bebouwde
                                            kom aangewezen als gebied waar het niet is toegestaan om
                                            grote voertuigen te parkeren, met uitzondering van
                                            bepaalde gedeelten van industrieterrein de Zandhorst. Op
                                            24 augustus 2010 heeft het college dit aanwijsbesluit
                                            opnieuw vastgesteld.</noot.al></noot></titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan
                                    2,4 meter te parkeren op een door het college aangewezen plaats,
                                    waar dit naar zijn oordeel schadelijk is voor het uiterlijk
                                    aanzien van de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading,
                                    een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door
                                    het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar zijn oordeel
                                    buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare
                                    parkeerruimte.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het tweede lid is niet van toepassing op werkdagen
                                    van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van 08.00 tot 18.00
                                    uur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het tweede lid is voorts niet van toepassing op
                                    campers, kampeerauto’s, caravans en kampeerwagens, voor zover
                                    deze voertuigen niet langer dan acht achtereenvolgende dagen op
                                    de weg worden geplaatst of gehouden.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde
                                    verboden ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:9</nr><titel>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading, een
                                    lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4
                                    meter, op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander
                                    dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat daardoor
                                    het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat gebouw op
                                    hinderlijke wijze wordt belemmerd of hen anderszins hinder of
                                    overlast wordt aangedaan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                    gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor de
                                    aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:10</nr><titel>Parkeren van voertuigen met stankverspreidende stoffen
                                    [gereserveerd]</titel></kop><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:11</nr><titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een voertuig te rijden door een park of
                                    plantsoen of een van gemeentewege aangelegde beplanting of
                                    groenstrook, of het daarin te doen of te laten staan.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Dit verbod is niet van toepassing: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op de weg;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>op voertuigen die worden gebruikt voor werkzaamheden door of
                                    vanwege de overheid; en</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>op voertuigen waarmee standplaats wordt of is ingenomen op
                                    terreinen die voor dit doel zijn bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:12</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op door het college in het belang van het
                                    uiterlijk aanzien van de gemeente, ter voorkoming of opheffing
                                    van overlast, of ter voorkoming van schade aan de openbare
                                    gezondheid, aangewezen plaatsen fietsen of bromfietsen onbeheerd
                                    buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.<noot><noot.nr> 1 </noot.nr><noot.al>Bij besluit van 24 maart 2009 heeft het college het
                                            gebied rondom het NS-station Heerhugowaard aangewezen
                                            als een gebied waar fietsen uitsluitend in de daarvoor
                                            bestemde klemmen mogen worden geplaatst</noot.al></noot></al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden op door het college aangewezen plaatsen fietsen
                                    of bromfietsen langer dan een door het college vastgestelde
                                    periode onafgebroken te laten staan.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>2.</nr><titel>Collecteren</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:13</nr><titel>Inzameling van geld of goederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een openbare
                                    inzameling van geld of goederen te houden of daartoe een
                                    intekenlijst aan te bieden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede verstaan:
                                    het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook worden gerekend
                                    geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij het aanbieden van
                                    diensten aanvaarden van geld of goederen, indien daarbij te
                                    kennen wordt gegeven of de indruk wordt gewekt dat de opbrengst
                                    geheel of ten dele voor een liefdadig of ideëel doel is
                                    bestemd.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten kring
                                    gehouden wordt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college kan onder door hem te stellen voorschriften
                                    vrijstelling verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod
                                    voor inzamelingen die gehouden worden door daarbij aangewezen
                                    instellingen. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>3.</nr><titel>Venten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:14</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de
                                    uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden, verkopen
                                    of afleveren van goederen dan wel diensten op een openbare en in
                                    de open lucht gelegen plaats of aan huis.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder venten wordt niet verstaan: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het aan huis afleveren van goederen in het kader van de
                                    exploitatie van een winkel als bedoeld in artikel 1 van de
                                    Winkeltijdenwet;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan
                                    wel het aanbieden van diensten op jaarmarkten en markten als
                                    bedoeld in artikel 160, eerste lid, onder h, van de Gemeentewet
                                    of artikel 5:22;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan
                                    wel het aanbieden van diensten op een standplaats als bedoeld in
                                    artikel 5:17.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:15</nr><titel>Ventverbod</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde, de
                                    openbare veiligheid,de volksgezondheid of het milieu in gevaar
                                    komt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid is het verboden te
                                    venten op zondagen en maandag t/m zaterdag tussen 22:00 en 09:00
                                    uur.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door artikel 5 van de
                                    Wegenverkeerswet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op het
                                    venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten en
                                    gevoelens worden geopenbaard. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:16</nr><titel>Vrijheid van meningsuiting (vervallen)</titel></kop><al></al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>4.</nr><titel>Standplaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:17</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder standplaats: het vanaf een
                                    vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats
                                    te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel
                                    diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam,
                                    een wagen of een tafel.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder standplaats wordt niet verstaan: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in
                                    artikel 160, eerste lid, aanhef en onder h, van de
                                    Gemeentewet;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel
                                    2:24.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:18</nr><titel>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                    standplaats in te nemen of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning
                                    worden geweigerd: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf hetzij in verband met
                                    de omgeving niet voldoet aan redelijke eisen van welstand;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>indien als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente
                                    of in een deel van de gemeente redelijkerwijs te verwachten is
                                    dat door het verlenen van de vergunning voor een standplaats
                                    voor het verkopen van goederen een redelijk verzorgingsniveau
                                    voor de consument ter plaatse in gevaar komt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:19</nr><titel>Toestemming rechthebbende</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is
                                ingenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:20</nr><titel>Afbakeningsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verbod van artikel 5:18, eerste lid is niet van toepassing
                                    op situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, de
                                    Wet beheer rijkswaterstaatswerken of de provinciale
                                    wegenverordening Noord-Holland.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a, is niet
                                    van toepassing op bouwwerken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:21</nr><titel>Aanhoudingsplicht [gereserveerd]</titel></kop><al></al></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>5.</nr><titel>Snuffelmarkten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:22</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze afdeling wordt verstaan onder snuffelmarkt: een markt in
                                    een voor het publiek toegankelijk gebouw waar hoofdzakelijk
                                    tweedehands en incourante goederen worden verhandeld of diensten
                                    worden aangeboden vanaf een standplaats.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder een snuffelmarkt wordt niet verstaan: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160, eerste lid,
                                    aanhef en onder h, van de Gemeentewet;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>een evenement als bedoeld in artikel 2:24.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:23</nr><titel>Organiseren van een snuffelmarkt</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                    snuffelmarkt te organiseren.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel
                                    nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in de
                                    zin van de Winkeltijdenwet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>6.</nr><titel>Openbaar water</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:24</nr><titel>Voorwerpen op, in of boven openbaar water [niet
                                    opgenomen]</titel></kop><al></al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:25</nr><titel>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen of te
                                    hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig beschikbaar te
                                    stellen op door het college aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar stellen
                                    van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op niet
                                    krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van openbaar
                                    water: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>nadere regels stellen in het belang van de openbare orde,
                                    volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en het aanzien van de
                                    gemeente;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, of de Waterverordening
                                    provincie Noord-Holland. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:26</nr><titel>Aanwijzingen ligplaats</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan aan de rechthebbende op een vaartuig
                                    aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of
                                    gebruik van een ligplaats in het belang van de openbare orde,
                                    volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van
                                    de gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of
                                    vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot het
                                    innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te
                                    volgen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                    Rijkswaterstaatswerken, de Waterwet, of de Waterverordening
                                    provincie Noord-Holland. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27</nr><titel>Verbod innemen ligplaats</titel></kop><al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar
                                te stellen in strijd met het krachtens artikel 5:26, tweede lid
                                bepaalde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:28</nr><titel>Beschadigen van waterstaatswerken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan
                                    te brengen in de toestand van openbare wateren, havens, dijken,
                                    wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing,
                                    bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen, gordingen,
                                    aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen die bij de gemeente
                                    in beheer zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het
                                    Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de Waterverordening
                                    provincie Noord-Holland. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:29</nr><titel>Reddingsmiddelen</titel></kop><al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en
                                daartoe bij het water aangebracht voorwerp te gebruiken voor een
                                ander doel dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:30</nr><titel>Veiligheid op het water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het
                                    openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat
                                    het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan
                                    ondervinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet of de
                                    Waterverordening provincie Noord-Holland. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31</nr><titel>Overlast aan vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel vast te houden aan een
                                    vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich daarop of
                                    daarin te begeven of te bevinden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                    vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te
                                    maken.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>7.</nr><titel>Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31A</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>motorvoertuig; hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel
                                        1, onder z, van het Reglement verkeersregels en
                                        verkeerstekens 1990;</al></li><li nr="-"><al>bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1,
                                        eerste lid onder e, van de Wegenverkeerswet 1994.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:32</nr><titel>Crossterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                    motorvoertuig of een bromfiets een wedstrijd dan wel, ter
                                    voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit te
                                    houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel
                                    een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel
                                    daartoe aanwezig te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het
                                    college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere
                                    regels stellen voor het gebruik van deze terreinen: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>in het belang van het voorkomen of beperken van overlast;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van
                                    de omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de in het
                                    eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten of van het
                                    publiek.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op situaties
                                    waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer of het Besluit
                                    geluidproductie sportmotoren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:33</nr><titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
                                    natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief gebruik
                                    beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden met een
                                    motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een paard.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod van het eerste lid is niet van toepassing op door het
                                    college aangewezen terreinen. Het college kan daarbij nadere
                                    regels stellen voor het gebruik van deze terreinen in het belang
                                    van: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>het voorkomen van overlast;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>de bescherming van natuur- of milieuwaarden;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>de veiligheid van het publiek.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op
                                    motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                    hulpverlening en van andere krachtens artikel 29, eerste lid,
                                    Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 door de bevoegde
                                    minister aangewezen hulpverleningsdiensten;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud of
                                    exploitatie van de terreinen als in het eerste lid bedoeld;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>die worden gebruikt in verband met werken die krachtens
                                    wettelijk voorschrift moeten worden uitgevoerd;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters van percelen
                                    die gelegen zijn binnen de terreinen als in het eerste lid
                                    bedoeld;</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de verzorging van
                                    de onder d bedoelde personen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is voorts niet van
                                    toepassing: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>op wegen die gelegen zijn binnen de in het eerste lid bedoelde
                                    gebieden of terreinen;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>binnen de bij of krachtens de provinciale verordening
                                    'Stiltegebieden' aangewezen stiltegebieden ten aanzien van
                                    motorrijtuigen die bij of krachtens die verordening zijn
                                    aangewezen als 'toestel'.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste lid
                                    gestelde verbod.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) niet van toepassing.</al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>8.</nr><titel>Verbod vuur te stoken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:34</nr><titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                    anderszins vuur te stoken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
                                    buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of
                                    anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de
                                    omgeving, is het verbod niet van toepassing op: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien geen
                                    afvalstoffen worden verbrand;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>vuur voor koken, bakken en braden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
                                    worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                    voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, van het
                                    Wetboek van Strafrecht of de provinciale milieuverordening.
                                </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Op de ontheffing bedoeld in het derde lid is paragraaf 4.1.3.3
                                    van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                    beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
                                </al></lid></artikel></afdeling><afdeling><kop><label>Afdeling</label><nr>9.</nr><titel>Verstrooiing van as</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:35</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>In deze afdeling wordt verstaan onder incidentele asverstrooiing:
                                het verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op
                                een door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een
                                permanent daartoe bestemd terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:36</nr><titel>Verboden plaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Incidentele asverstrooiing is verboden op: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>verharde delen van de weg;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan voor een bepaalde termijn verbieden dat op
                                    andere plaatsen dan die genoemd in het eerste lid asverstrooiing
                                    plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorg draagt
                                    voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden ontheffing
                                    verlenen van het verbod uit het eerste lid, behoudens de
                                    gemeentelijke begraafplaatsen en crematoriumterreinen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                    bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig
                                    beslissen) van toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:37</nr><titel>Hinder of overlast</titel></kop><al>Incidentele asverstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                overlast wordt veroorzaakt voor derden.</al></artikel></afdeling></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:1</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de op
                            grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de
                            tweede categorie. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:2</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze
                                verordening bepaalde zijn belast: de handhavingsambtenaar alsmede de
                                ambtenaren van de regiopolitie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college dan wel de burgemeester kan daarnaast andere personen
                                met dit toezicht belasten.<noot><noot.nr> 1 </noot.nr><noot.al>Op 2 mei 2006 heeft het college van burgemeester en
                                        wethouders de Buitengewoon Opsporingsambtenaren in dienst
                                        bij Recreatie Noord-Holland N.V. aangewezen als
                                        toezichthouder. Op 28 januari 2014 heeft het college voorts
                                        de Buitengewoon Opsporingsambtenaren in dienst bij
                                        Staatsbosbeheer aangewezen als toezichthouder</noot.al></noot></al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:3</nr><titel>Binnentreden woningen</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften die strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:4</nr><titel>Intrekking oude verordening</titel></kop><al>De Algemene plaatselijke verordening Heerhugowaard, vastgesteld d.d. 26
                            maart 2013, laatstelijk gewijzigd d.d. 28 oktober 2014, wordt
                            ingetrokken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4,
                            eerste lid, die golden op het moment van de inwerkingtreding van deze
                            verordening en waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent,
                            gelden als besluiten genomen krachtens deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.6</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag nadat zij op de
                            voorgeschreven wijze bekend is gemaakt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:7</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene plaatselijke verordening
                            2015.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>