<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR401022_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Jeugdhulp gemeente Waalwijk 2015 (eerste wijziging)</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Waalwijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-12-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Waalwijk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Officiele Bekendmakingen, jaargang 2016, no. GVOP-2016-37571</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Jeudhulp gemeente Waalwijk 2015 (eerste wijziging)</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Jeugdwet, art. 2.9, lid 4</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Jeugdwet, art. 2.10, lid 4</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Jeugdwet, art. 2.12, lid 4</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Jeugdwet, art. 8.1.1, lid 4</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-03-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-04-06</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-03-30</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling.</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2016/012</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Jeugdhulp gemeente Waalwijk 2015 (eerste wijziging)</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Verordening jeugdhulp gemeente Waalwijk 2015 (eerste wijziging)</label></kop><al/><al><vet>De raad van de gemeente </vet><vet>Waalwijk</vet><vet>;</vet></al><al/><al>gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 25 januari 2016;</al><al/><al>gelet op de artikelen 2.9, 2.10, 2.12 en 8.1.1, vierde lid van de Jeugdwet;</al><al>overwegende dat de Jeugdwet de verantwoordelijkheid voor het organiseren van goede en toegankelijke jeugdhulp bij de gemeente heeft gelegd, waarbij het uitgangspunt is dat de verantwoordelijkheid voor het gezond en veilig opgroeien van jeugdigen allereerst bij de ouders en de jeugdige zelf ligt; </al><al>Overwegende dat gebleken is dat in de tekst van de Verordening jeugdhulp gemeente Waalwijk 2015, zoals vastgesteld door de raad op 11 december 2014, enkele onjuistheden staan die hersteld moeten worden;</al><al/><al>BESLUIT: </al><lijst><li nr="-"><al>In te trekken de Verordening jeugdhulp Waalwijk 2015;</al></li><li nr="-"><al>Vast te stellen de Verordening jeugdhulp Waalwijk 2015 (eerste wijziging).</al><al/><al>HOOFDSTUK 1. Algemene bepalingen</al><al/><al><onderstreept>Artikel 1</onderstreept><onderstreept>.</onderstreept><onderstreept>Begrips</onderstreept><onderstreept>bepalingen</onderstreept></al><al>In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:</al><al/><al><vet>1</vet><vet>.</vet><vet> Andere voorziening</vet></al><al>Voorziening anders dan in het kader van de Jeugdwet, op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning of werk en inkomen.</al><al/><al><vet>2</vet><vet>.</vet><vet> Beschikking</vet></al><al>Een beschikking zoals omschreven in artikel 1:3 Algemene wet bestuursrecht van het college van Waalwijk over de Toegang tot Jeugdhulp.</al><al/><al><vet>3</vet><vet>.</vet><vet> Cliënt</vet></al><al>Persoon die gebruik maakt van een voorziening als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van de wet , juncto artikel 2.9, onder a, van de wet, of door of namens wie een melding is gedaan als bedoeld in artikel 3, eerste lid.</al><al/><al><vet>4.Coach</vet></al><al>Generalist die zorg draagt voor de ondersteuning op locatie van huishoudens met problemen in meer rubrieken en/of ingewikkeldere problematiek als bedoeld in artikel 4.</al><al/><al><vet>5</vet><vet>. </vet><vet> Familiegroepsplan</vet></al><al>Plan als bedoeld in artikel 1.1 van de wet.</al><al/><al><vet>6</vet><vet>.</vet><vet> Gesprek </vet></al><al>Gesprek in het kader van het onderzoek als bedoeld in artikel 6.</al><al/><al><vet>7</vet><vet>.</vet><vet> Hulpvraag </vet></al><al>Behoefte van een jeugdige of zijn ouders aan jeugdhulp in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen en stoornissen, als bedoeld in artikel 2.3, eerste lid, van de wet.</al><al/><al><vet>8</vet><vet>.</vet><vet> Individuele voorziening</vet></al><al>Op de jeugdige of zijn ouders toegesneden voorziening als bedoeld in artikel 2.9, van de wet.</al><al/><al><vet>9</vet><vet>.</vet><vet> Melding </vet></al><al>Melding aan het college als bedoeld in artikel 3, eerste lid.</al><al/><al><vet>10</vet><vet>.</vet><vet> Ouders</vet></al><al>Personen als bedoeld in artikel 1.1 van de wet.</al><al/><al><vet>1</vet><vet>1</vet><vet>. </vet><vet>Pgb</vet></al><al>Persoonsgebonden budget als bedoeld in artikel 8.1.1 van de wet.</al><al/><al><vet>12.</vet><vet> Sociaal netwerk</vet></al><al>Personen uit de huiselijke kring of andere personen met wie de cliënt een sociale relatie onderhoudt.</al><al/><al><vet>1</vet><vet>3</vet><vet>.</vet><vet> Voorliggende voorziening</vet></al><al>Algemeen gebruikelijke voorziening en algemene voorziening als bedoeld in de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 en de verordening Maatschappelijke ondersteuning Waalwijk 2015, of een andere voorziening waarmee aan de hulpvraag tegemoet wordt gekomen.</al><al/><al><vet>14</vet><vet>.</vet><vet>Vrij toegankelijke </vet><vet>j</vet><vet>eugdhulp</vet></al><al>Een voor de doelgroep vrij toegankelijke voorziening.</al><al/><al><vet>1</vet><vet>5</vet><vet>.</vet><vet> Wet</vet></al><al>Jeugdwet.</al><al/><al/><al><vet>HOOFDSTUK </vet><vet>2. Procedure</vet><vet>regels aanvraag Jeugdhulp</vet></al><al/><al><onderstreept>Artikel 2 </onderstreept><onderstreept> Toegang jeugdhulp via de huisarts, medisch specialist of jeugdarts</onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>Het college draagt zorg voor de inzet van jeugdhulp die nodig is na een verwijzing door een huisarts, een medisch specialist of een jeugdarts naar een jeugdhulpaanbieder op basis van afspraken als bedoeld in artikel 2.6, eerste lid, en artikel 2.7, vierde lid van de wet</al></li><li nr="2."><al>Indien de jeugdige of zijn ouders hierom verzoeken, legt het college de te verlenen individuele voorziening, dan wel het afwijzen daarvan, vast in een beschikking als bedoeld in artikel 11.</al></li></lijst><al/><al><onderstreept>Artikel 3.</onderstreept><onderstreept> Melding hulpvraag</onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>Een hulpvraag kan door of namens een cliënt bij het college worden gemeld.</al></li><li nr="2."><al>Het college bevestigt de ontvangst van een melding.</al></li></lijst><al/><al><onderstreept>Artikel 4.</onderstreept><onderstreept> Cliëntondersteuning</onderstreept></al><al>Het college zorgt ervoor dat ingezetenen een beroep kunnen doen op kosteloze cliëntondersteuning, waarbij het belang van de cliënt uitgangspunt is.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 5. </onderstreept><onderstreept>Vooronderzoek</onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>Het college verzamelt alle voor het onderzoek en gesprek als bedoeld in artikel 6 van belang zijnde en toegankelijke gegevens over de jeugdige en zijn situatie en maakt vervolgens zo spoedig mogelijk met hem een afspraak voor een gesprek.</al></li><li nr="2."><al>Voor het gesprek verschaffen de jeugdige of zijn ouders aan het college alle overige gegevens en</al></li></lijst><al> bescheiden die naar het oordeel van het college voor het onderzoek nodig zijn en waarover zij </al><al> redelijkerwijs de beschikking kunnen krijgen. De jeugdige of zijn ouders verstrekken in ieder geval </al><al> een identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage.</al><al>3.Het college kan in overleg met de jeugdige of zijn ouders afzien van een vooronderzoek als</al><al> bedoeld in het eerste en tweede lid.</al><al/><al><onderstreept>Artikel </onderstreept><onderstreept>6</onderstreept><onderstreept>.</onderstreept><onderstreept>G</onderstreept><onderstreept>esprek</onderstreept></al><al>1.Het college onderzoekt door middel van een gesprek van een deskundige en de jeugdige en/of</al><al> zijn ouders, binnen de gestelde termijn en voor zover nodig:</al><lijst><li nr=""><lijst><li nr="a."><al>de behoeften, persoonskenmerken, voorkeuren, veiligheid, ontwikkeling en gezinssituatie van de jeugdige en het probleem of de hulpvraag;</al></li><li nr="b."><al>het gewenste resultaat van het verzoek om jeugdhulp;</al></li><li nr="c."><al>het vermogen van de jeugdige of zijn ouders om zelf of met ondersteuning van de naaste omgeving een oplossing voor de hulpvraag te vinden;</al></li><li nr="d."><al>de mogelijkheden om gebruik te maken van een andere voorziening;</al></li><li nr="e."><al>de mogelijkheden om een individuele voorziening te verstrekken;</al></li><li nr="f."><al>de wijze waarop een mogelijk toe te kennen individuele voorziening wordt afgestemd met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning, of werk en inkomen;</al></li><li nr="g."><al>hoe rekening zal worden gehouden met de godsdienstige gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond van de jeugdige en zijn ouders, en</al></li><li nr="h."><al>de mogelijkheden om te kiezen voor de verstrekking van een pgb, waarbij de jeugdige of zijn ouders in begrijpelijke bewoordingen worden ingelicht over de gevolgen van die keuze.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Als de cliënt een familiegroepsplan aan het college heeft overhandigd, betrekt het college dat plan bij het onderzoek, bedoeld in het eerste lid.</al></li><li nr="3."><al>Het college informeert de jeugdige of zijn ouders over de gang van zaken bij het gesprek, hun rechten en plichten en de vervolgprocedure en vraagt hen toestemming om hun persoonsgegevens te verwerken.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan naar aanleiding van het bezoek een coach inschakelen omdat de hulpvraag</al><al> ingewikkeld is of omdat het om verschillende vraagstukken gaat</al></li><li nr="5."><al>Afhankelijk van de aard en de omvang van de ondersteuningsbehoefte bij de melding,</al></li></lijst><al> kan het college specialisten raadplegen.</al><al>6.Het college kan in overleg met de jeugdige of zijn ouders afzien van een gesprek.</al><al/><al><onderstreept>Artikel </onderstreept><onderstreept>7</onderstreept><onderstreept>.</onderstreept><onderstreept>Verslag</onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>Het college zorgt voor een verslaglegging van het gesprek. </al></li><li nr="2."><al>Als de cliënt in aanmerking wil komen voor een individuele voorziening, wordt dit opgenomen in het verslag van het gesprek.</al></li></lijst><al/><al><onderstreept>Artikel 8.</onderstreept><onderstreept> Aanvraag</onderstreept></al><al>1.Een cliënt of zijn gemachtigde of vertegenwoordiger kan een aanvraag om een individuele </al><al>voorziening schriftelijk indienen bij het college. </al><al>2.Een voor akkoord ondertekend verslag van het gesprek en in voorkomend geval een ondertekend familiegroepsplan, wordt door het college als aanvraag voor een individuele voorziening beschouwd als de cliënt dat in het verslag, dan wel het familiegroepsplan heeft aangegeven.</al><al/><al><vet>HOOFDSTUK </vet><vet> 3. Procedure individuele voorzieningen</vet></al><al/><al><onderstreept>Artikel 9.</onderstreept><onderstreept>Samenwerkingsafspraken Raad voor de Kinderbescherming</onderstreept></al><al>De gemeente stelt bij verordening vast dat de afspraken die in het samenwerkingsprotocol tussen de gemeente en de Raad voor de kinderbescherming zijn opgenomen, onverkort gelden voor alle instanties die werken onder de regie van de gemeente.</al><al/><al><onderstreept>Artikel </onderstreept><onderstreept>10</onderstreept><onderstreept>. </onderstreept><onderstreept>Afweging en voorwaarden individuele voorzieningen</onderstreept></al><al>1.Het college kent een individuele voorziening toe voor zover op basis van de hulpvraag en/of het</al><al> huisbezoek wordt vastgesteld dat de jeugdige:</al><lijst><li nr="a."><al>op eigen kracht of met zijn ouders of andere personen uit zijn naaste omgeving geen oplossing voor zijn hulpvraag kan vinden,</al></li><li nr="b."><al>geen oplossing kan vinden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een andere voorziening.</al></li><li nr="2."><al>Het college kent eveneens een individuele voorziening toe voor zover met betrekking tot de</al></li></lijst><al>jeugdige een verwijzing door de huisarts, medisch specialist of jeugdarts is afgegeven met inachtneming van het gestelde in artikel 2.6, eerste lid, en artikel 2.7, vierde lid, van de wet ;</al><al>3.Het college kan een door hem daartoe aangewezen adviesinstantie om advies vragen als het dit</al><al> van belang acht voor de beoordeling van de aanvraag om een individuele voorziening.</al><al/><al><onderstreept>Artikel </onderstreept><onderstreept>11</onderstreept><onderstreept>.</onderstreept><onderstreept>Inhoud beschikking</onderstreept></al><al>In de beschikking tot verstrekking van een individuele voorziening wordt in ieder geval aangegeven of deze als voorziening in natura of als pgb wordt verstrekt en wordt tevens aangegeven hoe bezwaar tegen de beschikking kan worden gemaakt.</al><al/><al><vet>HOOFDSTUK </vet><vet>4</vet><vet>.</vet><vet> Persoon</vet><vet>s</vet><vet>gebonden</vet><vet>budget</vet></al><al/><al><onderstreept>Artikel 1</onderstreept><onderstreept>2</onderstreept><onderstreept>.</onderstreept><onderstreept>Regels </onderstreept><onderstreept>voor </onderstreept><onderstreept>pgb</onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>Het college verstrekt een pgb in overeenstemming met artikel 8.1.1 van de wet.</al></li><li nr="2."><al>Het college verstrekt geen pgb voor zover de aanvraag betrekking heeft op kosten die de cliënt voorafgaand aan de indiening van de aanvraag heeft gemaakt, tenzij aantoonbaar spoedeisend belang zich hiertegen verzet.</al></li><li nr="3."><al>De omvang van een pgb:</al></li><li nr="a."><al>is gebaseerd op een door de cliënt opgesteld plan over hoe hij het pgb gaat besteden;</al></li><li nr="b."><al>is toereikend om effectieve en kwalitatieve goede zorg in te kopen, en</al></li><li nr="c."><al>bedraagt ten hoogste de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopst adequate individuele voorziening in natura.</al></li><li nr="4."><al>De hoogte van een pgb voor dienstverlening is opgebouwd uit verschillende kostencomponenten zoals salaris, vervanging tijdens vakantie, verzekeringen en reiskosten.</al></li><li nr="5."><al>De hoogte van een pgb wordt bepaald op ten hoogste de kostprijs die de aanvrager zou hebben ontvangen als de zaak in natura zou zijn verstrekt.</al></li><li nr="6."><al>Een cliënt aan wie pgb wordt verstrekt, kan diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen onder de volgende voorwaarden betreffende de omvang, betrekken van een persoon die behoort tot het sociaal netwerk:</al></li><li nr="a."><al>dat deze persoon een lager tarief krijgt uitbetaald voor zijn diensten dan het ingevolge het derde en vijfde lid vastgestelde tarief, en</al></li><li nr="b."><al>dat tussenpersonen of belangenbehartigers niet uit het pgb mogen worden betaald.</al></li></lijst><al/><al><vet>HOOFDSTUK </vet><vet>5</vet><vet>. </vet><vet>Kwaliteit</vet></al><al/><al><onderstreept>Artikel 1</onderstreept><onderstreept>3</onderstreept><onderstreept>. </onderstreept><onderstreept> Kwaliteitseisen </onderstreept><onderstreept>jeugdhulp</onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>Aanbieders zorgen voor een goede kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder in ieder geval begrepen, door:</al></li><li nr="a."><al>het afstemmen van voorzieningen op de persoonlijke situatie van de cliënt;</al></li><li nr="b."><al>het afstemmen van voorzieningen op andere vormen van zorg;</al></li><li nr="c."><al>erop toe te zien dat beroepskrachten tijdens hun werkzaamheden in het kader van het leveren van voorzieningen handelen in overeenstemming met de professionele standaard.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan bij nadere regeling bepalen welke verdere eisen worden gesteld aan de kwaliteit van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder begrepen.</al></li><li nr="3."><al>Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van deze eisen door periodieke overleggen met de aanbieders, een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek en het zo nodig in overleg met de cliënt ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen.</al></li></lijst><al/><al><onderstreept>Artikel 1</onderstreept><onderstreept>4</onderstreept><onderstreept>. </onderstreept><onderstreept> Meldingsregeling calamiteiten en geweld</onderstreept></al><al/><al>1.Het college treft een regeling voor het melden van calamiteiten en geweldsincidenten bij de</al><al> verstrekking van een voorziening door een aanbieder en wijst een toezichthoudend ambtenaar </al><al> aan.</al><al>2.Aanbieders melden iedere calamiteit en ieder geweldsincident dat zich heeft voorgedaan bij de</al><al> verstrekking van een voorziening onverwijld aan de toezichthoudend ambtenaar.</al><al>3.De toezichthoudend ambtenaar als bedoeld in artikel 6.1 van de Wet maatschappelijke</al><al> ondersteuning doet onderzoek naar de calamiteiten en geweldsincidenten en adviseert het </al><al> college over het voorkomen van verdere calamiteiten en het bestrijden van geweld.</al><al>4.Het college kan bij nadere regeling bepalen welke verdere eisen gelden voor het melden van</al><al> calamiteiten en geweld bij de verstrekking van een voorziening.</al><al>5.Elke aanbieder moet zich houden aan de wet meldcode geweld en kindermishandeling.</al><al/><al><vet>HOOFDSTUK </vet><vet>6</vet><vet>. </vet><vet>Handhaving </vet></al><al/><al><onderstreept>Artikel 1</onderstreept><onderstreept>5</onderstreept><onderstreept>.</onderstreept><onderstreept>Nieuwe feiten en omstandigheden, h</onderstreept><onderstreept>erziening, intrekking of terugvordering</onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>Onverminderd artikel 8.1.2 van de wet doen een jeugdige of zijn ouders op verzoek of onverwijld uit eigen beweging aan het college mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hun redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze aanleiding kunnen zijn tot heroverweging van een beslissing aangaande een individuele voorziening.</al></li><li nr="2."><al>Onverminderd artikel 8.1.4 van de wet kan het college een beslissing aangaande een individuele</al></li></lijst><al> voorziening herzien dan wel intrekken als het college vaststelt dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de jeugdige of zijn ouders onjuiste of onvolledige gegevens hebben verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een andere beslissing zou hebben geleid;</al></li><li nr="b."><al>de jeugdige of zijn ouders niet langer op de individuele voorziening of op het pgb zijn aangewezen;</al></li><li nr="c."><al>de individuele voorziening of het pgb niet meer toereikend is te achten;</al></li><li nr="d."><al>de jeugdige of zijn ouders niet voldoen aan de voorwaarden van de individuele voorziening of het pgb, of</al></li><li nr="e."><al>de jeugdige of zijn ouders de individuele voorziening of het pgb niet of voor een ander doel gebruiken dan waarvoor het is bestemd.</al></li><li nr="3."><al>Als het college een beslissing op grond van het tweede lid, onder a, heeft ingetrokken en de</al></li></lijst><al> verstrekking van de onjuiste of onvolledige gegevens opzettelijk heeft plaatsgevonden, kan het </al><al> college van degene die opzettelijk onjuiste of onvolledige gegevens heeft verschaft geheel of </al><al> gedeeltelijk de geldswaarde vorderen van de ten onrechte genoten individuele voorziening of het </al><al> ten onrechte genoten pgb.</al><al>4.Een beslissing tot verlening van een pgb kan worden ingetrokken als blijkt dat het pgb binnen zes</al><al> maanden na uitbetaling niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de </al><al> verlening heeft plaatsgevonden.</al><al>5.Het college onderzoekt uit het oogpunt van kwaliteit van de geleverde zorg, al dan niet</al><al> steekproefsgewijs, de bestedingen van pgb’s.</al><al/><al><vet>HOOFDSTUK </vet><vet>7</vet><vet>.</vet><vet> Overige bepalingen</vet></al><al/><al><onderstreept>Artikel 1</onderstreept><onderstreept>6</onderstreept><onderstreept>.</onderstreept><onderstreept>Verhouding prijs en kwaliteit </onderstreept><onderstreept>aanbieders </onderstreept><onderstreept>jeugdhulp </onderstreept></al><al/><al>1.Het college houdt in het belang van een goede prijs-kwaliteitverhouding bij de vaststelling van de</al><al> tarieven die het hanteert voor door derden te leveren jeugdhulp of uit te voeren </al><al> kinderbeschermingsmaatregelen of jeugdreclassering, rekening met:</al><lijst><li nr="a."><al>de aard en omvang van de te verrichten taken;</al></li><li nr="b."><al>de voor de sector toepasselijke CAO-schalen in relatie tot de zwaarte van de functie;</al></li><li nr="c."><al>een redelijke toeslag voor overheadkosten;</al></li><li nr="d."><al>een voor de sector reële mate van non-productiviteit van het personeel als gevolg van verlof, ziekte, scholing en werkoverleg;</al></li><li nr="e."><al>kosten voor bijscholing van het personeel.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan bij nadere regeling bepalen welke verdere eisen worden gesteld aan de kwaliteit</al></li></lijst><al> van voorzieningen, eisen met betrekking tot de deskundigheid van beroepskrachten daaronder </al><al> begrepen.</al><al>3.Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van deze</al><al> eisen door periodieke overleggen met de aanbieders, een jaarlijks cliëntervaringsonderzoek, en het </al><al> zo nodig in overleg met de cliënt ter plaatse controleren van de geleverde voorzieningen.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 1</onderstreept><onderstreept>7</onderstreept><onderstreept>. </onderstreept><onderstreept>Vertrouwenspersoon</onderstreept></al><al>1.Het college zorgt ervoor dat jeugdigen, ouders en pleegouders een beroep kunnen doen op een</al><al> onafhankelijke vertrouwenspersoon.</al><al>2.Het college wijst jeugdigen en ouders erop dat zij zich desgewenst kunnen laten bijstaan door een</al><al> onafhankelijke vertrouwenspersoon.</al><al/><al><onderstreept>Artikel 1</onderstreept><onderstreept>8</onderstreept><onderstreept>.</onderstreept><onderstreept>Inspraak en medezeggenschap</onderstreept></al><al>1.Het college betrekt de ingezetenen van de gemeente bij de voorbereiding van het beleid</al><al> betreffende jeugdhulp overeenkomstig de krachtens artikel 150 van de Gemeentewet gestelde </al><al> regels met betrekking tot de wijze waarop inspraak wordt verleend.</al><al>2.Het college stelt cliënten en vertegenwoordigers van cliëntgroepen vroegtijdig in de gelegenheid</al><al> voorstellen voor het beleid betreffende jeugdhulp te doen, advies uit te brengen bij de </al><al> besluitvorming over verordeningen en beleidsvoorstellen betreffende jeugdhulp, en voorziet hen </al><al> van ondersteuning om hun rol effectief te kunnen vervullen.</al><al>3.Het college zorgt ervoor dat ingezetenen kunnen deelnemen aan periodiek overleg, waarbij zij</al><al> onderwerpen voor de agenda kunnen aanmelden, en dat zij worden voorzien van de voor een </al><al> adequate deelname aan het overleg benodigde informatie en ondersteuning.</al><al>4.Het college stelt nadere regels vast ter uitvoering van het tweede en derde lid.</al><al/><al><onderstreept>Artikel </onderstreept><onderstreept>19</onderstreept><onderstreept>. </onderstreept><onderstreept>Klachtregeling </onderstreept></al><al>1.Aanbieders stellen een regeling vast voor de afhandeling van klachten van cliënten ten aanzien</al><al> van alle voorzieningen.</al><al>2.Onverminderd andere handhavingsbevoegdheden ziet het college toe op de naleving van de</al><al> klachtregelingen van aanbieders door periodieke overleggen met de aanbieders</al><al/><al><onderstreept>Artikel 2</onderstreept><onderstreept>0</onderstreept><onderstreept>.</onderstreept><onderstreept>Evaluatie</onderstreept></al><al>Het door het gemeentebestuur gevoerde beleid wordt tenminste eenmaal per 4 jaar geëvalueerd. Het college zendt hiertoe telkens 4 jaar na de inwerkingtreding van de verordening aan de gemeenteraad een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de verordening in de praktijk. </al><al/><al><onderstreept>Artikel 2</onderstreept><onderstreept>1</onderstreept><onderstreept>. </onderstreept><onderstreept> Hardheidsclausule</onderstreept></al><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de cliënt afwijken van de bepalingen van deze verordening indien toepassing van de verordening tot onbillijkheden van overwegende aard leidt. </al><al/><al><onderstreept>Artikel 2</onderstreept><onderstreept>2</onderstreept><onderstreept>.</onderstreept><onderstreept> Vaststellen </onderstreept><onderstreept>nadere regels</onderstreept></al><al>Het college heeft de bevoegdheid nadere regels over de uitvoering van deze verordening vast te stellen, die zijn opgenomen in beleidsregels.</al><al/><al><vet>HOOFDSTUK </vet><vet>8</vet><vet>.</vet><vet> Slotbepaling</vet></al><al/><al><onderstreept>Artikel 23. </onderstreept><onderstreept> Intrekking oude verordening en overgangsrecht</onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>De Verordening jeugdhulp gemeente Waalwijk 2015 wordt ingetrokken per gelijke datum waarop de Verordening jeugdhulp gemeente Waalwijk 2015 (eerste wijziging) in werking is getreden.</al></li><li nr="2."><al>Een cliënt houdt recht op een lopende voorziening verstrekt op grond van de Verordening jeugdhulp gemeente Waalwijk 2015, totdat het college een nieuw besluit heeft genomen waarbij het besluit waarmee deze voorziening is verstrekt, wordt ingetrokken of totdat de looptijd van de oorspronkelijke beschikking is verstreken.</al></li><li nr="3."><al>Aanvragen die zijn ingediend onder de werking van de Verordening jeugdhulp gemeente Waalwijk 2015 en waarop nog niet is beslist bij het in werking treden van deze verordening, worden afgehandeld krachtens deze verordening.</al></li></lijst><al/><al><onderstreept>Artikel </onderstreept><onderstreept>2</onderstreept><onderstreept>4</onderstreept><onderstreept>.</onderstreept><onderstreept>Inwerkingtreding</onderstreept><onderstreept> en citeertitel</onderstreept></al><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag, na die waarop deze is bekend gemaakt.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening jeugdhulp gemeente Waalwijk 2015 (eerste wijziging).</al></li></lijst><al/><al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering d.d. 10 maart 2016.</al><al/><al>De raad van Waalwijk,</al><al/><al>De griffier, de voorzitter,</al><al>G.H. Kocken, drs. A.M.P. Kleijngeld</al></li></lijst></artikel></regeling-tekst></regeling></body></cvdr>