<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--
      meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR400846_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Verordening Recreatieschap Alkmaarder- en Uitgeestermeer</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:RegionaalSamenwerkingsorgaan">Recreatieschap Alkmaarder- en Uitgeestermeer</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-08-29</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Uitgeest</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Noord-Hollands Dagblad 20 juni 2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>de Algemene Verordening van het Recreatieschap Alkmaarder- en Uitgeestermeer</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet Gemeenschappelijke Regelingen</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanRegionaalSamenwerkingsorgaan">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-06-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-03-31</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-06-28</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>toezicht en handhaving</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene Verordening Recreatieschap Alkmaarder- en Uitgeestermeer</intitule><regeling><aanhef><preambule><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>1</nr><titel>ALGEMENE BEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde
                            wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>algemeen bestuur: het algemeen bestuur van het Recreatieschap
                                    Alkmaarder- en Uitgeestermeer;</al></li><li nr="b."><al>beheerder: de instantie waaraan door het algemeen bestuur het
                                    beheer van het recreatiegebied is opgedragen;</al></li><li nr="c."><al>bedrijfsvaartuig: elk vaartuig waarin of waarop uitsluitend of
                                    in hoofdzaak een bedrijf of beroep wordt uitgeoefend, dan wel
                                    dat door zijn constructie, afmetingen en inrichting uitsluitend
                                    of in hoofdzaak geschikt bestemd of geschikt is om daarin een
                                    beroep, bedrijf of dienst uit te oefenen;</al></li><li nr="d."><al>een dag : een kalenderdag;</al></li><li nr="e."><al>dagelijks bestuur: het dagelijks bestuur van het Recreatieschap
                                    Alkmaarder- en Uitgeestermeer;</al></li><li nr="f."><al>dagkampeerterrein: een door het algemeen bestuur aangewezen en
                                    als zodanig aangeduid terrein waarop van zonsopgang tot
                                    zonsondergang met een kampeermiddel mag worden verbleven;</al></li><li nr="g."><al>evenement: elke voor het publiek toegankelijke verrichting van
                                    vermaak, waaronder een vertoning voor publiek, het ten gehore
                                    brengen van muziek, een feest, een dropping, een braderie,
                                    samenkomst, een wedstrijd, een manifestatie of een ander soort
                                    georganiseerde samenkomst, een en ander met uitzondering van
                                    betogingen en demonstraties die bedoeld zijn voor het uiten van
                                    meningen of gevoelens;</al></li><li nr="h."><al>gebied: het gebied zoals aangegeven op de bij deze verordening
                                    behorende kaart;</al></li><li nr="i."><al>handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                    diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang
                                    te dienen;</al></li><li nr="j."><al>jachthaven: een deel van het water met daarbij behorende grond,
                                    waar meerdere vaartuigen ten dienste van de watersport zonder
                                    aanwezigheid van de eigenaar of verbruiker kunnen
                                    verblijven;</al></li><li nr="k."><al>kampeermiddel: tent, tentwagen, kampeerauto, caravan, of enig
                                    ander voertuig of gewezen voertuig dat in hoofdzaak of ten dele
                                    gebruikt wordt voor recreatief oogmerk;</al></li><li nr="l."><al>ligplaats: een plaats in het water, bestemd of geschikt om door
                                    vaartuigen te worden ingenomen;</al></li><li nr="m."><al>motorvoertuig: elk gemotoriseerd voertuig als bedoeld in artikel
                                    1, onder <cursief>z</cursief>, van het Reglement Verkeersregels
                                    en Verkeerstekens 1990;</al></li><li nr="n."><al>oevers: overgangen van een land in een wateroppervlak met
                                    inbegrip van alle daarin voorkomende werken zoals beschoeiingen,
                                    walmuren, walkanten, oeververdedigingen, kaden, dijken en
                                    steigers alsmede met inbegrip van rietkragen, groenstroken,
                                    moerassen en andere natuurlijke gesteldheden;</al></li><li nr="o."><al>openbaar terrein: alle grond die, al dan niet beperkt,
                                    toegankelijk is voor het publiek, waaronder de al dan niet met
                                    enige beperking, voor het publiek toegankelijke pleinen en open
                                    plaatsen, parken, plantsoenen, speelweiden, bossen en andere
                                    natuurterreinen, ijsvlakten en aanlegplaatsen voor
                                    vaartuigen;</al></li><li nr="p."><al>openbaar water: alle wateren die, al dan niet beperkt, voor het
                                    publiek bevaarbaar of anderszins toegankelijk zijn;</al></li><li nr="q."><al>parkeren: het laten stilstaan van een voertuig anders dan
                                    gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt voor het
                                    onmiddellijk in- of uitstappen van passagiers of voor het
                                    onmiddellijk laden of lossen van goederen;</al></li><li nr="r."><al>rechthebbende: een ieder die ten aanzien van enige zaak
                                    zeggenschap heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk
                                    recht;</al></li><li nr="s."><al>rietkraag: een van een water of oever deeluitmakende oppervlakte
                                    van tenminste 1 m² welke is begroeid met riet, biezen, lisdodden
                                    of helofyten en alle land, water of moeras binnen 5 meter
                                    afstand hiervan;</al></li><li nr="t."><al>ruiter: de berijder van een paard of van een ander dier;</al></li><li nr="u."><al>schap: het bij gemeenschappelijke regeling ingestelde openbaar
                                    lichaam Recreatieschap Alkmaarder- en Uitgeestermeer;</al></li><li nr="v."><al>schipper: degene die op een vaartuig met de leiding is belast of
                                    feitelijk de leiding in handen heeft;</al></li><li nr="w."><al>toezichthouder: de functionaris die belast is met het toezicht
                                    op de naleving van deze verordening, de buitengewoon
                                    opsporingsambtenaar als bedoeld in artikel 142 Wetboek van
                                    Strafvordering, alsmede de algemene opsporingsambtenaren in de
                                    zin van artikel 141 Wetboek van Strafvordering;</al></li><li nr="x."><al>vaartuig: elke constructie die geschikt is op het water te
                                    drijven, daaronder mede verstaan een drijvend werktuig, een
                                    boot, een jacht, een zeilplank, alsmede een woonschip en
                                    pont;</al></li><li nr="y."><al>voertuig: elk voertuig als bedoeld in artikel 1, onder
                                        <cursief>a</cursief> en onder <cursief>al</cursief>, van het
                                    Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990;</al></li><li nr="z."><al>weg: alle openbaar toegankelijke wegen of paden met inbegrip van
                                    de daarin liggende bruggen en duikers en de tot die wegen of
                                    paden behorende bermen of zijkanten, alsmede de aan de wegen of
                                    paden liggende parkeerterreinen;</al></li><li nr="aa."><al>woonschip: een vaartuig dat uitsluitend of hoofdzakelijk als woning
                            of recreatieverblijf wordt gebezigd, dan wel door zijn constructie,
                            afmetingen en inrichting uitsluitend of in hoofdzaak bestemd of geschikt
                            is om te worden gebruikt als woning of recreatieverblijf.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur beslist op een aanvraag om een vergunning of
                                ontheffing binnen acht weken na de dag waarop de aanvraag is
                                ontvangen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien een beslissing op een aanvraag vanwege de ingewikkeldheid van
                                een onderwerp niet kan worden gegeven binnen de in het eerste lid
                                genoemde termijn, kan het algemeen bestuur die termijn eenmaal
                                verlengen. Kennisgeving van de verdaging vindt plaats binnen de
                                beslistermijn van acht weken, is met redenen omkleed en geeft een zo
                                kort mogelijke termijn waarbinnen alsnog een beslissing zal worden
                                genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.3</nr><titel>Overige toestemmingen</titel></kop><al>Indien het algemeen bestuur na ontvangst van een aanvraag constateert
                            dat naast de aangevraagde vergunning of ontheffing aanvrager ook over
                            andere toestemmingen dient te beschikken, dan wijst het algemeen bestuur
                            of dagelijks bestuur de aanvrager daar op.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.4</nr><titel>Tijdstip indiening aanvraag</titel></kop><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt ingediend
                            minder dan acht weken voor het tijdstip waarop de aanvrager de
                            vergunning of ontheffing of ontheffingen nodig heeft, kan het algemeen
                            bestuur besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.5</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>Een vergunning of ontheffing kan slechts worden geweigerd indien één of
                            meer van de belangen, die het schap op grond van de gemeenschappelijke
                            regeling heeft te behartigen, zich daartegen verzetten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.6</nr><titel>Voorschriften</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of
                                ontheffing kunnen voorschriften worden verbonden, mits die
                                voorschriften strekken ter bescherming van de belangen in verband
                                waarmee de vergunning of ontheffing vereist is. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Degene aan wie een vergunning of ontheffing met voorschriften is
                                verleend, is verplicht die voorschriften na te leven. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.7</nr><titel>Persoonlijk karakter vergunning en ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens
                            deze verordening of bij vergunning anders is bepaald.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.8</nr><titel>Termijn vergunning en ontheffing</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een vergunning of ontheffing, verleend op grond van deze
                                verordening, geldt gedurende de daarin vermelde termijn. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het ontbreken van een termijn, geldt de vergunning of ontheffing
                                voor onbepaalde tijd, tenzij de aard van de vergunning of ontheffing
                                danwel de belangen van het schap zich daartegen verzetten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.9</nr><titel>Intrekking en wijziging</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige
                                    gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>indien op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of
                                    ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging
                                    noodzakelijk is vanwege het belang of de belangen ter
                                    bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;</al></li><li nr="c."><al>indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden
                                    voorschriften en beperkingen geheel of gedeeltelijk niet zijn of
                                    worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt
                                    gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke
                                    van een dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn;</al></li><li nr="e."><al>indien de houder daarom verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.10</nr><titel>Werkingsgebied</titel></kop><al>Deze verordening geldt voor het gebied zoals op de bij deze verordening
                            behorende kaart is weergegeven.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.11</nr><titel>Samenloop verordeningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor zover deze verordening voorziet in hetzelfde onderwerp als de
                                verordeningen van de deelnemers aan de gemeenschappelijke regeling,
                                houden de laatstgenoemde verordeningen op te gelden voor het
                                werkingsgebied, tenzij dit hierna anders is bepaald. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De in het gebied geldende keuren blijven onverminderd van
                                kracht.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>2</nr><titel>ACTIVITEITEN EN AANWEZIGHEID</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.1</nr><titel>Toegankelijkheid gebied</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan de toegankelijkheid van het gebied of delen
                                van het gebied beperken. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zich te bevinden in het gebied of delen van het
                                gebied, wanneer de toegankelijkheid van het gebied of delen van het
                                gebied op grond van het eerste lid is beperkt, tenzij daarvoor
                                toestemming is gegeven door het algemeen bestuur.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.2</nr><titel>Evenementen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het algemeen bestuur op
                                openbaar terrein, op de weg of op openbaar water in het gebied een
                                evenement te organiseren. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Geen vergunning is vereist voor een evenement indien: </al><lijst><li nr="a)"><al>het aantal aanwezigen niet meer bedraagt dan vijftig personen; </al></li><li nr="b)"><al>het evenement tussen zonsopgang en zonsondergang plaatsvindt; </al></li><li nr="c)"><al>het evenement niet plaatsvindt op een weg of op andere wijze een
                                belemmering vormt voor hulpdiensten, en </al></li><li nr="d)"><al>geen gebruik wordt gemaakt van tenten of gelijksoortige
                                constructies. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Geen vergunning is vereist wanneer het aantal aanwezigen meer
                                bedraagt dan tweehonderd personen en voor zover ingevolge de
                                algemene plaatselijke verordening van de betreffende gemeente waarin
                                het gebied ligt reeds een verbod geldt om het evenement te houden
                                zonder daartoe door de burgemeester verleende vergunning. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden een evenement te verstoren. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Met betrekking tot in het gebied te houden optochten, demonstraties
                                of bijeenkomsten bedoeld voor het uiten van meningen of gevoelens,
                                blijven de bepalingen van de verordeningen van de gemeente op wiens
                                grondgebied deze activiteit betrekking heeft, onverminderd van
                                kracht. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het is de eigenaar of de schipper verboden in het openbaar water met
                                een vaartuig een zodanige ligplaats in te nemen of te hebben dat de
                                deelnemers aan door of vanwege het algemeen bestuur dan wel de
                                burgemeester van de betreffende gemeente toegestane wedstrijden
                                daarvan hinder ondervinden. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Het in het vorige lid gestelde verbod is niet van toepassing op
                                bedrijfsvaartuigen voor zover daarmee ligplaats is ingenomen voor
                                het noodzakelijk ter plaatse uitvoeren van werken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.3</nr><titel>Aanbieden diensten en lessen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het algemeen bestuur diensten
                                aan te bieden of les te geven. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Afdeling 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing
                                op de behandeling van een aanvraag om vergunning als bedoeld in het
                                eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.4</nr><titel>Venten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het algemeen bestuur in de
                                uitoefening van handel op of aan de weg, aan of op een openbaar
                                water of op openbaar terrein goederen te koop aan te bieden, te
                                verkopen of af te geven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Afdeling 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van
                                toepassing op de behandeling van een aanvraag om een ventvergunning
                                als bedoeld in het eerste lid. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet: </al><lijst><li nr="a)"><al>ten aanzien van het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten of gevoelens worden
                                geopenbaard als bedoeld in artikel 7, eerste lid, van de Grondwet; </al></li><li nr="b)"><al>door het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen op
                                een standplaats waarvoor een vergunning als bedoeld in artikel 2.5
                                is afgegeven.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.5</nr><titel>Standplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het algemeen bestuur op of aan
                                de weg, op openbaar water dan wel op openbaar terrein: </al><lijst><li nr="a)"><al>met een voertuig, een kraam, een tafel of enig ander middel een
                                standplaats in te nemen of te hebben teneinde in de uitoefening van
                                de handel goederen te koop aan te bieden, te verhuren, dan wel
                                diensten aan te bieden; </al></li><li nr="b)"><al>anderszins goederen uit te stallen of uitgestald te hebben om
                                deze te koop aan te bieden, te verkopen of te verstrekken aan
                                publiek. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan, dat
                                daarop zonder vergunning van het algemeen bestuur standplaats wordt
                                of is ingenomen of goederen worden of zijn uitgestald als bedoeld in
                                het eerste lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Afdeling 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing
                                op de behandeling van een aanvraag om een standplaatsvergunning als
                                bedoeld in het eerste lid. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid, onder b) gestelde verbod geldt niet ten
                                aanzien van het uitgestald hebben van gedrukte of geschreven stukken
                                waarin gedachten of gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in
                                artikel 7, eerste lid, van de Grondwet. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Onder standplaats wordt niet verstaan: een vaste plaats op een
                                jaarmarkt, evenement of markt als bedoeld in artikel 160 eerste lid
                                aanhef en onder h van de Gemeentewet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.6</nr><titel>Filmopnamen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is zonder vergunning van het algemeen bestuur verboden film- en
                                foto-opnamen te maken voor commerciële doeleinden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Afdeling 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing
                                op de behandeling van een aanvraag om vergunning als bedoeld in het
                                eerste lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.7</nr><titel>Gedenktekens</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het algemeen bestuur een
                                gedenkteken te plaatsen in het gebied. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een gedenkteken te bekladden of op andere wijze te
                                ontsieren.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.8</nr><titel>Asverstrooiing</titel></kop><al>Het is verboden in het gebied as te verstrooien behalve op daartoe door
                            het algemeen bestuur aangewezen plaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.9</nr><titel>Aanstootgevend gedrag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zich, onverminderd het bepaalde in artikel 239 van
                                het Wetboek van Strafrecht, op of aan de weg of op een vanaf die weg
                                waarneembare plaats, of op openbaar terrein, op openbaar water, in
                                openbare toiletgelegenheden of in de beplantingen te bevinden in een
                                houding of toestand, of in kleding, die uit het oogpunt van openbare
                                zedelijkheid kennelijk kwetsend, oneerbaar of aanstootgevend is of
                                redelijkerwijs kan worden geacht te zijn. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod gesteld in het eerste lid is, voor zover het zich
                                ongekleed bevinden betreft, niet van toepassing op door het algemeen
                                bestuur aangewezen en als zodanig aangeduide terreinen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het algemeen bestuur is bevoegd nadere regels te stellen ten aanzien
                                van de in het tweede lid genoemde terreinen. Het is verboden deze
                                nadere regels te overtreden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.10</nr><titel>Hinderlijk gedrag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden: </al><lijst><li nr="a)"><al>zich te bevinden op een beeld, monument, overkapping, bouwwerk,
                                kunstwerk, constructie, openbare toiletgelegenheid, voertuig,
                                hekheining of andere afsluiting, verkeersmeubilair en daarvoor niet
                                bestemd straatmeubilair; </al></li><li nr="b)"><al>zich op openbaar terrein of op de weg zodanig op te houden dat
                                aan weggebruikers of aan bewoners van nabij de weg gelegen woningen
                                onnodig overlast of hinder veroorzaakt wordt of redelijkerwijs is
                                aan te nemen, dat de veiligheid in gevaar kan worden gebracht; </al></li><li nr="c)"><al>de door het algemeen bestuur toegankelijk gestelde recreatieve
                                accommodaties of openbare toiletgelegenheden te gebruiken of zich
                                aldaar te gedragen op een wijze die in strijd is met het doel van
                                die accommodaties; </al></li><li nr="d)"><al>zich in de openbare toiletgelegenheden of in de nabijheid daarvan
                                op een opvallende of aanstootgevende wijze op te houden die voor
                                anderen hinderlijk is; </al></li><li nr="e)"><al>zich in de nabijheid van een persoon op te houden met de
                                kennelijke bedoeling deze persoon te bespieden of te achtervolgen.
                            </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verbod geldt niet voor zover het Wetboek van Strafrecht of
                                artikel 5 Wegenverkeerswet 1994 voorziet in het onderwerp. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan nadere regels stellen ten aanzien van de
                                onder het eerste lid bedoelde accommodaties. Het is verboden deze
                                nadere regels te overtreden. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.11</nr><titel>Propagandamiddelen en verspreiding stukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is een ieder die zich bevindt op openbaar terrein, op de weg dan
                                wel op openbaar water, verboden </al><lijst><li nr="a)"><al>ter verspreiding, aanbeveling, aankondiging of bekendmaking van
                                geschreven stukken of afbeeldingen op hinderlijke wijze te roepen,
                                te zingen of te schreeuwen dan wel van enig reclamemiddel op
                                hinderlijke wijze gebruik te maken; </al></li><li nr="b)"><al>ter verspreiding van enig instrument of enige apparatuur gebruik
                                te maken om de aandacht te trekken; </al></li><li nr="c)"><al>gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen onder publiek
                                te verspreiden dan wel openlijk aan te bieden. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid, onder c) gestelde verbod geldt niet ten
                                aanzien van het verspreiden van gedrukte of geschreven stukken
                                waarin gedachten of gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in
                                artikel 7, eerste lid, van de Grondwet. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan ten aanzien van het in het eerste lid onder
                                c) gestelde verbod ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.12</nr><titel>Plakken en kladden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op openbaar terrein of op de weg een onroerende zaak
                                te bekrassen of te bekladden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                rechthebbende op openbaar terrein of op de weg op een onroerende
                                zaak die vanaf de weg zichtbaar is: </al><lijst><li nr="a)"><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of aanduiding,
                                aan te plakken, te doen plakken, op andere wijze aan te brengen of
                                aan te doen brengen; </al></li><li nr="b)"><al>met kalk, krijt, teer of een kleur- of verfstof enige afbeelding,
                                letter, cijfer of teken aan te brengen of aan te doen brengen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.13</nr><titel>Vuurwerk</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> In het gebied is het verboden vuurwerk in het bezit te hebben of te
                                ontsteken. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.14</nr><titel>Honden en andere huisdieren</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan delen van het gebied aanwijzen waar honden
                                of andere huisdieren gedurende een bepaalde periode, ook aangelijnd,
                                niet zijn toegestaan. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan delen van het gebied aanwijzen waar honden
                                of andere huisdieren jaarrond of in een bepaalde periode mogen
                                loslopen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan delen van het gebied aanwijzen waar
                                africhting van honden of andere huisdieren is toegestaan. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan delen van het gebied aanwijzen waar het is
                                toegestaan om voor commerciële doeleinden honden uit te laten. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Van de aanwijzing als bedoeld in de voorgaande leden wordt,
                                onverminderd artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht, kennisgegeven
                                door middel van aanduiding op borden in het gebied. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het is de eigenaar, houder of verzorger van een hond of een ander
                                huisdier, alsmede degene die een hond of ander huisdier onder zijn
                                hoede heeft, verboden: </al><lijst><li nr="a)"><al>die hond of dat huisdier de door het algemeen bestuur ingevolge
                                het eerste lid aangewezen openbare terreinen of gedeelten daarvan te
                                doen betreden; </al></li><li nr="b)"><al>die hond of dat huisdier los te laten lopen buiten de door het
                                algemeen bestuur ingevolge het tweede lid aangewezen
                                terreingedeelten of buiten de voor een losloopgebied vastgestelde
                                periode; </al></li><li nr="c)"><al>die hond of dat huisdier vanuit een rijdend voertuig te
                                begeleiden of voorop te rijden; </al></li><li nr="d)"><al>met die hond of dat andere huisdier anderen overlast te bezorgen; </al></li><li nr="e)"><al>buiten de ingevolge het derde lid door het algemeen bestuur
                                aangewezen terreingedeelten honden of andere huisdieren af te
                                richten; </al></li><li nr="f)"><al>buiten de ingevolge het vierde lid door het algemeen bestuur
                                aangewezen terreingedeelten voor commerciële doeleinden honden uit
                                te laten. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De verboden, genoemd in het vijfde lid, gelden niet voor zover de
                                eigenaar of houder van een hond zich vanwege zijn handicap door een
                                geleidehond laat begeleiden of als een eigenaar of houder van een
                                hond deze aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot geleidehond. </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het is verboden zich zonder vergunning van het algemeen bestuur met
                                meer dan drie honden op de openbare terreinen te bevinden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.15</nr><titel>Verontreiniging door honden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De eigenaar of houder van een hond is verplicht ervoor te zorgen dat
                                die hond zich niet van uitwerpselen ontdoet: </al><lijst><li nr="a)"><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk als zodanig
                                ingerichte kinderspeelplaats, zandbak, speelweide, parkeerplaats,
                                dagkampeerterrein, oever en strand; </al></li><li nr="b)"><al>op andere door het algemeen bestuur aangewezen plaatsen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De strafbaarheid wegens overtreding van het in het eerste lid
                                gestelde gebod wordt opgeheven, indien de eigenaar of houder van de
                                hond er zorg voor draagt dat de uitwerpselen onmiddellijk worden
                                verwijderd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.16</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond te laten
                            verblijven of te laten lopen: </al><lijst><li nr="a)"><al>anders dan kort aangelijnd, niet langer dan 1,50 meter gemeten van
                            hand tot halsband, nadat de toezichthouder aan de eigenaar of de houder
                            heeft bekendgemaakt dat hij die hond gevaarlijk of hinderlijk acht en
                            dat hij een aanlijngebod in verband met het gedrag van die hond
                            noodzakelijk vindt; </al></li><li nr="b)"><al>anders dan kort aangelijnd, niet langer dan 1,50 meter gemeten van
                            hand tot halsband, en voorzien van een muilkorf, nadat de toezichthouder
                            de eigenaar of de houder heeft bekendgemaakt dat hij die hond gevaarlijk
                            of hinderlijk acht en dat hij een aanlijn- en muilkorfgebod in verband
                            met het gedrag van die hond noodzakelijk vindt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.17</nr><titel>Ruitersport</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan ten behoeve van de ruitersport ruiterpaden
                                aanwijzen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden om met paarden te lopen of te rijden op openbaar
                                terrein, anders dan op de daartoe ingevolge het eerste lid
                                aangewezen ruiterpaden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede gestelde verbod is niet van toepassing op de weg,
                                voor zover het gaat om een weg die voor gemotoriseerd verkeer
                                toegankelijk is. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor het beoefenen van ruitersport in het gebied dienen ruiters in
                                het bezit te zijn van een geldig ruiterbewijs of de leeftijd van 21
                                jaar hebben bereikt. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is een ruiter die de leeftijd van 12 jaar nog niet heeft bereikt
                                verboden om ruiterpaden, ruiterroutes of ruiterreinen te gebruiken,
                                tenzij hij wordt begeleid door een ruiter met een ruiterbewijs of
                                door iemand die de leeftijd van 21 jaar heeft bereikt. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het is een ruiter verboden om meer dan tien ruiters zonder
                                ruiterbewijs of meer dan tien ruiters die de leeftijd van 12 jaar
                                niet hebben bereikt, te begeleiden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.18</nr><titel>Zweefconstructies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zich op openbaar terrein of op de weg voort te
                                bewegen met behulp van door windkracht aangedreven wagens,
                                installaties of constructies dan wel zich boven de weg of het
                                openbaar terrein te bevinden met valschermen, vliegers of andere
                                niet-motorisch aangedreven hulpmiddelen om zich gedurende enige tijd
                                zwevende te houden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan van het in het eerste lid genoemde verbod
                                ontheffing verlenen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.19</nr><titel>Motorisch aangedreven recreatieapparatuur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden op, in of boven het openbaar terrein of op of boven
                                de weg, motorisch aangedreven of radiografisch bestuurbare
                                recreatieapparatuur zoals karts, modelvliegtuigen, modelauto’s of
                                modelboten in werking te hebben. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan van het in het eerste lid genoemde verbod
                                ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.20</nr><titel>Zonering watersport</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan:</al><lijst><li nr="a)"><al>gedeelten van het openbaar water aanwijzen waar het niet is
                                toegestaan om een vaartuig te hebben of te brengen; </al></li><li nr="b)"><al>gedeelten van het openbaar water aanwijzen waar het niet is
                                toegestaan om een gemotoriseerd vaartuig te hebben of te brengen.
                            </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden om in het ingevolge het eerste lid door het algemeen
                                bestuur aangewezen water of gedeelten daarvan een vaartuig
                                respectievelijk een gemotoriseerd vaartuig te hebben of te brengen.
                            </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan ten aanzien van het zwemmen, varen en
                                beoefenen van watersport nadere regels stellen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan met betrekking tot de duiksport nadere
                                regels stellen. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is verboden in strijd met de nadere regels als bedoeld in het
                                derde en vierde lid te handelen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.21</nr><titel>Plaatsen van kampeermiddelen in het gebied</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het algemeen bestuur kan plaatsen aanwijzen als dagkampeerterrein,
                                alwaar het in bepaalde periodes is toegestaan om kampeermiddelen te
                                plaatsen en geplaatst te houden van zonsopgang tot zonsondergang.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden binnen de aangewezen plaatsen kampeermiddelen te
                                plaatsen en geplaatst te houden buiten de in het eerste lid genoemde
                                periode en buiten het in het eerste lid bedoelde tijdsbestek. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden om buiten de door het algemeen bestuur aangewezen
                                plaatsen kampeermiddelen te plaatsen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan in bijzondere gevallen ontheffing verlenen
                                van het verbod als bedoeld in het tweede en derde lid. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan nadere regels stellen voor het plaatsen van
                                kampeermiddelen voor de periode van zonsondergang tot zonsopgang.
                            </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het is verboden in strijd met de nadere regels als bedoeld in het
                                vijfde lid te handelen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.22</nr><titel>Gebruiksvoorschriften en verkeerstekens</titel></kop><al>Het is verboden zich binnen het gebied te gedragen in strijd met door
                            het algemeen bestuur uitgevaardigde en ter plaatse kenbaar gemaakte
                            gebruiksvoorschriften en aangebrachte verkeerstekens en
                            verkeersgeleidingen ten behoeve van het ordelijk en veilig gebruik van
                            terreinen, wegen en wateren, waaronder begrepen scheepvaartwegen. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>3</nr><titel>BESCHERMING MILIEU EN NATUURSCHOON</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.1</nr><titel>Verontreiniging wegen en terreinen</titel></kop><al>Het is verboden afval of vuilnis of enige andere soortgelijke stof of
                            voorwerp, die/dat aanleiding kan geven tot verontreiniging, beschadiging
                            of onvoldoende afwatering van de weg, dan wel aanleiding kan geven tot
                            hinder of nadelige beïnvloeding van het milieu, op of in de bodem of
                            buiten een daarvoor bestemde verzamelplaats, te plaatsen, te storten, te
                            werpen, uit te gieten, te laten vallen of lopen of te houden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.2</nr><titel>Afval</titel></kop><al>Het is verboden andere afvalstoffen dan straatafval voor zover dit
                            samenhangt met het verblijf ter plaatse achter te laten in daartoe
                            vanwege het schap geplaatste of voorgeschreven bakken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.3</nr><titel>Natuurlijke behoefte</titel></kop><al>Het is verboden zijn natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor
                            bestemde plaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.4</nr><titel>Bescherming groenvoorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden: </al><lijst><li nr="a)"><al>enige schade toe te brengen aan een boom, een struik of de
                                overige in het gebied voorkomende flora; </al></li><li nr="b)"><al>putten of kuilen te graven in grasvelden of bermen, of de grasmat
                                op enigerlei wijze te verwijderen of te beschadigen; </al></li><li nr="c)"><al>wormen te steken of te zoeken in de grasvelden of bermen; </al></li><li nr="d)"><al>puin dan wel enig ander kunstmatig of natuurlijk gesteente van de
                                oevers te verwijderen of de oevers anderszins te beschadigen; </al></li><li nr="e)"><al>zich binnen de beplantingen te bevinden. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden riet, biezen of lisdodden te snijden of af te
                                branden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan van de in het eerste en tweede lid gestelde
                                verboden ontheffing verlenen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.5</nr><titel>Geluidhinder</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden om binnen het gebied zodanig geluid te veroorzaken,
                                dat bezoekers, bewoners of dieren daarvan op het openbaar terrein,
                                op de weg of openbaar water kennelijke overlast ondervinden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                lid gestelde verbod. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan ten aanzien van geluidhinder nadere regels
                                stellen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verbod, als bedoeld in het eerste lid, geldt niet voor zover
                                gemeentelijke of landelijke regelgeving reeds in dit onderwerp
                                voorziet. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het is verboden in strijd met de nadere regels als bedoeld in het
                                derde lid te handelen.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>4</nr><titel>ANDERE ONDERWERPEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.1</nr><titel>Parkeren voertuigen en wrakken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig tussen 00:00 uur en 06:00 uur te
                                parkeren of geparkeerd te houden op de weg of op openbaar terrein,
                                tenzij dit parkeren noodzakelijk is ten behoeve van toegestane
                                horeca-uitoefening. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                lid gestelde verbod. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In afwijking van het eerste lid is het verboden een voertuig waarmee
                                als gevolg van andere dan eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan
                                of mag worden gereden, langer dan drie achtereenvolgende etmalen op
                                de weg of op openbaar terrein te parkeren of daar geparkeerd te
                                houden. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden een voertuigwrak op de weg of op openbaar terrein te
                                plaatsen of te hebben.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.2</nr><titel>Caravans en dergelijke</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 2.21 is het verboden een
                                woonwagen, kampeer­wagen, caravan, magazijnwagen, aanhangwagen,
                                trailers, keetwagen of soortgelijk voertuig dat voor de recreatie
                                dan wel anderszins uitsluitend of mede voor andere dan
                                verkeersdoeleinden wordt gebezigd tussen 00:00 uur en 06:00 uur in
                                het gebied te parkeren anders dan op de daarvoor bestemde
                                parkeerterreinen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                lid gestelde verbod.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.3</nr><titel>Reclamevoertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een aanduiding van
                                handelsreclame, op de weg te parkeren met het kennelijke doel om
                                daarmee handelsreclame te maken. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                ontheffing verlenen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.4</nr><titel>Grote voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een
                                lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer dan 2,4
                                meter te parkeren in het gebied. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de lading, een
                                lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op een door het
                                algemeen bestuur aangewezen weg, waar dit naar het oordeel van dat
                                bestuur buitensporig is met het oog op de verdeling van beschikbare
                                parkeerruimte. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste lid omschreven verbod geldt niet gedurende de tijd
                                die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- en
                                uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van
                                goederen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid omschreven verbod geldt niet voor
                                kampeerwagens en campers. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan van de in het eerste en tweede lid
                                gestelde verboden ontheffing verlenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.5</nr><titel>Aantasting groenvoorziening door voertuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden met een voertuig te rijden door de beplanting,
                                groenstrook, berm, glooiing of de zijkant van een weg. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden met een voertuig te rijden of deze te doen of te
                                laten staan buiten de voor het wegverkeer openstaande verharde en
                                onverharde wegen, paden en parkeerterreinen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan van de in het eerste en tweede lid gestelde
                                verboden ontheffing verlenen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet voor
                                voertuigen die door het schap of een door het schap aangestuurde
                                derde bestemd is om onderhoud uit te voeren. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet voor fietsen en
                                bromfietsen met uitgeschakelde motor, voor zover deze door de
                                bestuurders te voet aan de hand worden meegenomen. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid gestelde verbod geldt niet voor de
                                door het algemeen bestuur aangewezen en als zodanig aangeduide
                                dagkampeerterreinen als bedoeld in artikel 2.21 in de toegestane
                                periode en binnen de toegestane tijden, voor zover het rijden op die
                                terreinen geen ander doel of karakter heeft dan zich naar of van een
                                vaste plaats daarop te begeven. </al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Binnen de in het zesde lid bedoelde terreinen geldt voor
                                motorvoertuigen en bromfietsen een maximumsnelheid van 15 km per
                                uur. </al></lid><lid><lidnr>8.</lidnr><al>Het is verboden zich op de in het zesde lid bedoelde terreinen
                                zodanig te gedragen, dat de vrijheid van het verkeer zonder noodzaak
                                wordt belemmerd of de veiligheid op deze terreinen in gevaar kan
                                worden gebracht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.6</nr><titel>Aanwezigheid fietsen en bromfietsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan delen van het gebied aanwijzen waar het in
                                het belang van het uiterlijk aanzien van het gebied, ter voorkoming
                                of beperking van overlast verboden is fietsen of bromfietsen
                                onbeheerd buiten de daarvoor bestemde ruimten of plaatsen te laten
                                staan. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden om fietsen of bromfietsen, die rijtechnisch in
                                onvoldoende staat van onderhoud en in een verwaarloosde toestand
                                verkeren op de weg of op het openbare terrein te laten staan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.7</nr><titel>Voorwerpen op de weg en/of openbaar terrein</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van het
                                algemeen bestuur op de weg en/of openbaar terrein een voorwerp, niet
                                zijnde een voertuig, te plaatsen, te houden en/of achter te laten.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het in het eerste lid genoemde verbod geldt niet voor zover het
                                plaatsen of houden van een voorwerp voortvloeit uit een verkregen
                                vergunning of ontheffing. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.8</nr><titel>Voorwerpen op, in of boven openbaar water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is in verband met de veiligheid op het water verboden zonder
                                vergunning van het algemeen bestuur een voorwerp, niet zijnde een
                                vaartuig, op, in, of boven openbaar water te plaatsen, aan te
                                brengen of te hebben. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is verboden: </al><lijst><li nr="a)"><al>zonder vergunning van het algemeen bestuur aanleggelegenheden,
                                steigers, golfbrekers, beschoeiingen of daarmee gelijk te stellen
                                werken te maken of te hebben, of masten, hijskranen of soortgelijke
                                voorwerpen in of aan openbare wateren op te richten of te hebben; </al></li><li nr="b)"><al>zonder vergunning van het algemeen bestuur in of boven het
                                openbaar water palen, geen deel uitmakend van een beschoeiing,
                                vlotten, skischansen, bruggen, getimmerten of daarmee gelijk te
                                stellen voorwerpen te plaatsen of te hebben; </al></li><li nr="c)"><al>zonder vergunning van het algemeen bestuur in, onder, op of boven
                                het openbaar water touwen, kettingen, metalen draden of kabels, voor
                                zover deze niet worden gebruikt tot het meren of slepen van
                                vaartuigen, te leggen, te spannen of te hebben; </al></li><li nr="d)"><al>als eigenaar van of rechthebbende op het water de onder a), b) of
                                c) van dit artikel vermelde en bedoelde voorwerpen in of boven dat
                                water toe te laten zonder dat voor het aanbrengen, plaatsen of
                                hebben van die voorwerpen vergunning is verleend door het algemeen
                                bestuur. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing op de
                                jachthavens aangegeven op de bij deze verordening behorende kaart,
                                voor zover de in dat lid bedoelde werken of voorwerpen daar op het
                                tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening reeds aanwezig
                                zijn. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover het
                                Binnenvaart­politiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken
                                of de Scheepvaartwegen­verordening Noord-Holland 1995 van toepassing
                                is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.9</nr><titel>Ligplaats woonschepen en andere vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder vergunning van het algemeen bestuur met een
                                woonschip dan wel een ander vaartuig niet zijnde een recreatief
                                vaartuig een ligplaats in het gebied in te nemen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan gedeelten van het openbaar water aanwijzen
                                waar een vaartuig, niet zijnde een woonschip en niet zijnde een
                                recreatief vaartuig, een ligplaats kan innemen dan wel waar een
                                ligplaats voor een vaartuig, niet zijnde een woonschip en niet
                                zijnde een recreatief vaartuig, beschikbaar mag worden gesteld.
                            </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden om zonder vergunning van het algemeen bestuur op
                                andere dan door dat bestuur aangewezen gedeelten van het openbaar
                                water met een vaartuig, niet zijnde een woonschip en niet zijnde een
                                recreatief vaartuig, een ligplaats in te nemen of te hebben. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan aan het innemen, hebben of beschikbaar
                                stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig: </al><lijst><li nr="a)"><al>nadere regels stellen in het belang van de veiligheid en het
                                aanzien van het gebied; </al></li><li nr="b)"><al>beperkingen stellen naar soort en aantal vaartuigen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het in het eerste, tweede, derde en vierde lid bepaalde geldt niet
                                voor zover het Binnenvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                rijkswaterstaatswerken of de Scheepvaart­wegenverordening
                                Noord-Holland 1995 van toepassing is. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het is verboden in strijd met de nadere regels als bedoeld in het
                                vierde lid te handelen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.10</nr><titel>Aanwijzigingen ligplaatsen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd het krachtens het eerste lid van artikel 4.9 bepaalde
                                kan het algemeen bestuur aan de rechthebbende op een vaartuig
                                aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen, veranderen of
                                gebruiken van een ligplaats in het belang van de volks¬gezondheid,
                                veiligheid, de milieuhygiëne en het aanzien van het gebied. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of vanwege
                                het algemeen bestuur gegeven aanwijzingen met betrekking tot het
                                innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te volgen. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde geldt niet voor zover het
                                Binnenvaart­politiereglement, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken
                                of de Scheepvaartwegen­verordening Noord-Holland 1995 van toepassing
                                is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.11</nr><titel>Vier-dagenregeling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is de eigenaar en de schipper verboden een recreatief vaartuig
                                langer dan vier achtereenvolgende dagen, of gedeelten daarvan, in
                                het openbaar water op dezelfde plaats te laten liggen of, nadat het
                                vaartuig is weggehaald, daarmede binnen vier dagen wederom dezelfde
                                ligplaats in te nemen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur is bevoegd ontheffing te verlenen van het
                                verbod als bedoeld in het eerste lid. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Wanneer een vaartuig wordt verplaatst naar een plek gelegen binnen
                                een afstand van 500 m, hemelsbreed gemeten van een eerder ingenomen
                                ligplaats, wordt het geacht op dezelfde plaats te zijn blijven
                                liggen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is de rechthebbende op het water of op de grond verboden toe te
                                staan, dat in diens water of aan diens oever ligplaats wordt
                                ingenomen in strijd met het bepaalde in het eerste lid. Het algemeen
                                bestuur kan ontheffing verlenen van dit verbod. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing voor zover het
                                betreft een vaartuig in gebruik ten dienste van de overheid, voor
                                zover de aanwezigheid van dat vaartuig noodzakelijk is voor het
                                verrichten van werkzaamheden. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het verbod in het eerste lid is voorts niet van toepassing op: </al><lijst><li nr="a)"><al>woonschepen in de zin van de Wet op de woonwagens en woonschepen,
                                de Woonschepenverordening Noord-Holland 1995 of een verordening van
                                de gemeente in wiens gebied het betreffende vaartuig ligt; </al></li><li nr="b)"><al>een vaartuig dat ligplaats heeft in een jachthaven aangegeven op
                                de bij deze verordening behorende kaart; </al></li><li nr="c)"><al>een vaartuig dat met toestemming van de rechthebbende op de grond
                                of op het water ligplaats heeft op een plaats waarvoor door het
                                algemeen bestuur ontheffing is verleend van het verbod als bedoeld
                                in het tweede lid; </al></li><li nr="d)"><al>ten hoogste drie vaartuigen die met toestemming van de
                                rechthebbende op het water of op de grond ligplaats hebben in diens
                                water of aan diens grond, behorende als erf bij een rechtmatig
                                gebouwde woning; </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Op grond van vrees voor ontsiering van het landschap of overlast
                                voor omwonenden kan het algemeen bestuur bepalen, dat de
                                uitzonderingen genoemd in het zesde lid onder c) en d) niet gelden
                                voor door of vanwege het algemeen bestuur aan te wijzen vaartuigen.
                                De rechthebbende op de grond en zo mogelijk de schipper of de
                                eigenaar van een dergelijk vaartuig worden hiervan door het algemeen
                                bestuur per aangetekende brief in kennis gesteld. Na verloop van de
                                door het algemeen bestuur in deze brief aan te geven termijn, te
                                rekenen vanaf het tijdstip van verzending van de brief, wordt het in
                                het eerste lid gestelde verbod ten aanzien van het aangewezen
                                vaartuig van kracht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.12</nr><titel>Beschadiging oevers en openbare terreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen aan te
                                brengen in de toestand van bij het schap in beheer zijnde vaarten,
                                havens, dijken, wallen, kaden, trekpaden, beschoeiingen, steigers,
                                oeverbegroeiing, bruggen, zetten, duikers, pompen, waterleidingen,
                                gordingen, aanlegpalen, stootpalen, bakens of sluizen. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is de eigenaar en schipper van een vaartuig verboden: </al><lijst><li nr="a)"><al>op de openbare terreinen, buiten de als zodanig door of vanwege
                                het algemeen bestuur aangeduide bootstellingen, vaartuigen te laten
                                liggen of op de oevers te brengen; </al></li><li nr="b)"><al>voor het afmeren van een vaartuig palen te slaan of te laten
                                slaan; </al></li><li nr="c)"><al>het vaartuig af te meren anders dan met behulp van meerpennen dan
                                wel aan de daartoe bestemde meerpalen, remmingpalen of andere
                                speciaal voor dit doel bestemde voorzieningen; </al></li><li nr="d)"><al>met het vaartuig te liggen in de voor oevers gelegen rietkragen; </al></li><li nr="e)"><al>in de oevers of rietkragen zijn ankers uit te brengen. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden het voortstuwingsmiddel van een gemeerd of
                                stilliggend vaartuig zodanig te laten werken, dat dit aanleiding kan
                                geven tot beschadiging van de oevers. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het is verboden zich op de openbare terreinen, op de oevers of op de
                                openbare wateren te bevinden voor het reinigen van vaartuigen
                                alsmede voor het onderhouden of repareren van vaartuigen, met
                                uitzondering van noodreparaties. </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het in het tweede onder a) vermelde verbod is overdag niet van
                                toepassing op vaartuigen met een gewicht van minder dan 100 kilo en
                                een lengte van minder dan 3 meter.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.13</nr><titel>Reddings- en brandbestrijdingsmiddelen</titel></kop><al>Het is verboden een voor het redden van drenkelingen bestemd en daartoe
                            bij het water aangebracht voorwerp, dan wel aangebrachte middelen ter
                            bestrijding van brand te gebruiken voor een ander doel dan waarvoor deze
                            zijn bestemd, dan wel voor dadelijk gebruik ongeschikt te maken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.14</nr><titel>Veiligheid op het water</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is een ieder die zich als schipper, bader of zwemmer in het
                                openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen dat
                                personen of het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kunnen
                                ondervinden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is de schipper verboden op zodanige wijze te varen, dat door
                                golfslag, zuiging of anderszins schade of letsel kan worden
                                toegebracht aan derden. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De toezichthouders zijn bevoegd onbeheerde vaartuigen die in het
                                openbaar water worden aangetroffen te meren, te verhalen en in
                                bewaring te nemen voor rekening en risico van de eigenaar dan wel de
                                beheerder van die vaartuigen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.15</nr><titel>Overlast van vaartuigen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan een
                                vaartuig in het openbaar water daarop te klimmen of zich daarop of
                                daarin te begeven of te bevinden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een vaartuig,
                                liggend in of aan een openbaar water, los te maken. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De schipper of, bij diens ontstentenis, de reder of eigenaar van een
                                gezonken vaartuig of een voor de scheepvaart hinderlijk vaartuig of
                                voorwerp is verplicht onmiddellijk na het zinken of achterlaten
                                daarvan kennis te geven aan de beheerder. Zowel bij dag als bij
                                nacht dienen zodanige bakens en/of lichten op of nabij het gezonken
                                vaartuig of voorwerp te worden geplaatst als door voormelde
                                beheerder nodig wordt geoordeeld<cursief>. </cursief></al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De schipper dan wel de reder of eigenaar dient ervoor te zorgen dat
                                een gezonken vaartuig of voorwerp binnen de door de beheerder te
                                stellen termijn uit het openbaar water is verwijderd,
                                respectievelijk de lading is verwijderd en daarna het wrak
                                gelicht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.16</nr><titel>Crossterreinen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden in het gebied met een motorvoertuig als bedoeld in
                                artikel 1, onderdeel <cursief>z</cursief>, en een bromfiets als
                                bedoeld in artikel 1, onderdeel <cursief>al</cursief> van het
                                Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 een wedstrijd dan
                                wel, ter voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit
                                te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen, dan wel
                                een motorvoertuig of een bromfiets met het kennelijke doel daartoe
                                aanwezig te hebben. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het
                                eerste lid gestelde verbod niet van toepassing is. Het kan daarbij
                                regels stellen ten aanzien van het gebruik van deze terreinen: </al><lijst><li nr="a)"><al>in het belang van het voorkomen of beperken van overlast; </al></li><li nr="b)"><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk aanzien van de
                                omgeving en ter bescherming van andere milieuwaarden; </al></li><li nr="c)"><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers van de in het
                                eerste lid bedoelde wedstrijden en ritten en/of van het publiek.
                            </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het is verboden in strijd met de nadere regels als bedoeld in het
                                tweede lid te handelen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in dit artikel bepaalde geldt niet voor zover de Wet algemene
                                bepalingen omgevings­recht en daarop gebaseerde regelgeving van
                                toepassing is.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.17</nr><titel>Beperking verkeer</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden zich met een motorvoertuig als bedoeld in artikel 1,
                                onderdeel <cursief>z</cursief>, en een bromfiets als bedoeld in
                                artikel 1, onderdeel <cursief>al</cursief> van het Reglement
                                verkeersregels en verkeerstekens 1990, dan wel een fiets, te
                                bevinden op door het algemeen bestuur aangewezen gebieden, geen weg,
                                parkeerterrein, of fietspad zijnde. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                lid gestelde verbod.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.18</nr><titel>Verbod stoken vuur</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het is verboden vuur aan te leggen, te stoken of te onderhouden.
                            </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                lid gestelde verbod. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan plaatsen aanwijzen waar het is toegestaan
                                te koken, bakken, braden en barbecueën. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover het
                                betreft vuur voor koken, bakken en braden en barbecues binnen de in
                                het derde lid aangewezen plaatsen gebeurt en indien: </al><lijst><li nr="a)"><al>dat geen gevaar oplevert voor de omgeving en geschiedt op een
                                hoogte van minimaal 30 cm boven het grondoppervlak; </al></li><li nr="b)"><al>daarbij niet meer dan vijftig personen zijn betrokken, en </al></li><li nr="c)"><al>dit koken gebeurt op gas, kolen of houtskool en op een deugdelijk
                                kooktoestel.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.19</nr><titel>Onderhoud motorvoertuigen</titel></kop><al>Het is verboden </al><lijst><li nr="a)"><al>een motorvoertuig te repareren, behalve in noodgevallen; </al></li><li nr="b)"><al>een motorvoertuig te wassen of schoon te maken; </al></li><li nr="c)"><al>een motorvoertuig te ontdoen van olie of de olie te vervangen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>HOOFDSTUK</label><nr>5</nr><titel>STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.1</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van de verbods- dan wel gebodsbepalingen van deze
                            verordening of van de krachtens deze verordening door het algemeen
                            bestuur gestelde nadere regels, of niet-nakoming van een voorschrift
                            verbonden aan een ingevolge deze verordening verleende vergunning of
                            ontheffing, wordt gestraft met een geldboete van de tweede
                            categorie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.2</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens
                                deze verordening zijn, behalve de bij artikel 141 en 142 van het
                                Wetboek van Strafvordering aangewezen personen, belast het algemeen
                                bestuur en de leden van het dagelijks bestuur. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                krachtens deze verordening belast de bij besluit van het algemeen
                                bestuur aangewezen personen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.3</nr><titel>Regelend optreden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien dit voor het toezicht op de naleving van de bepalingen van
                                deze verordening nodig is, kunnen door degenen die bij of krachtens
                                artikel 5.2 met het toezicht op de naleving zijn belast te allen
                                tijde aanwijzingen of bevelen worden gegeven. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ieder aan wie een zodanige aanwijzing of zodanig bevel is gegeven,
                                is verplicht daaraan onverwijld en stipt te voldoen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.4</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking een week na de dag waarop zij is
                                bekendgemaakt. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Op dat tijdstip wordt de Algemene Verordening Recreatieschap
                                Alkmaarder- en Uitgeetermeer, vastgesteld op 30 november 2006,
                                ingetrokken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Vergunningen en ontheffingen verleend krachtens de verordening
                                bedoeld in artikel 5.4, tweede lid blijven, indien en voor zover het
                                gebod of verbod waarop de vergunning of ontheffing betrekking heeft
                                ook vervat is in deze verordening en voor zover zij niet eerder zijn
                                vervallen of ingetrokken, na de inwerkingtreding van deze
                                verordening van kracht. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voorschriften en beperkingen opgelegd krachtens de verordening
                                bedoeld in artikel 5.4, tweede lid, blijven, indien en voor zover de
                                bepalingen in gevolge welke deze voorschriften en bepalingen zijn
                                opgelegd, ook zijn vervat in deze verordening en voor zover zij niet
                                eerder zijn vervallen of ingetrokken, na de inwerkingtreding van
                                deze verordening van kracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening
                                een aanvraag om een vergunning of ontheffing op grond van de
                                verordening bedoeld in artikel 5.4, tweede lid is ingediend en voor
                                het tijdstip van inwerkingtreding van deze verordening nog niet op
                                die aanvraag is beslist, wordt daarop de overeenkomstige bepaling
                                van de onderhavige verordening toegepast. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op een aanhangig beroep of bezwaarschrift, betreffende een
                                vergunning of ontheffing, bedoeld in het eerste lid, dan wel een
                                voorschrift of beperking bedoeld in het tweede lid dat voor of na
                                het tijdstip bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, is ingekomen binnen
                                de geldende termijn, wordt beslist met toepassing van de verordening
                                bedoeld in artikel 5.4, tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Gebods- of verbodsbepalingen waarvoor een vergunning of ontheffing
                                vereist is krachtens deze verordening en die niet voorkomen in de
                                verordening als bedoeld in artikel 5.4, tweede lid, zijn niet van
                                toepassing:</al><lijst><li nr="a)"><al>gedurende zes weken na het in werking treden van deze
                                verordening;</al></li><li nr="b)"><al>ook na de onder a) bepaalde termijn, voor zover degene die de
                                vergunning of ontheffing nodig heeft, binnen deze termijn een
                                aanvraag heeft ingediend, totdat onherroepelijk op deze aanvraag is
                                beslist. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De intrekking van de verordening bedoeld in artikel 5.4, tweede lid,
                                heeft geen gevolgen voor de geldigheid van op basis van die
                                verordening genomen nadere regels en aanwijzingsbesluiten, indien en
                                voor zover de rechtsgrond waarop de aanwijzingsbesluiten of nadere
                                regels zijn gebaseerd ook vervat is in deze verordening en voor
                                zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.6</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald als de Algemene Verordening van
                            het Recreatieschap Alkmaarder- en Uitgeestermeer.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld door het algemeen bestuur van het Recreatieschap
                        Alkmaarder- en Uitgeestermeer in de openbare vergadering van 14 juni
                        2012.</ondertekening><ondertekening>Voorzitter,</ondertekening><ondertekening>J.H.M. Bond</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><kop><label>Bijlage</label><nr>1</nr><titel>Kaart werkingsgebied</titel></kop><al><plaatje><illustratie id="i896a7391-d0fa-45cf-9380-2e85b401bedf" naam="i270240i896a7391-d0fa-45cf-9380-2e85b401bedf.png" type="foto" breedte="15.9cm" hoogte="11.3cm"/><bijschrift/></plaatje></al></bijlage><bijlage><kop><label>Inhoudsopgave</label></kop><al>HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN </al><al>Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen </al><al>Artikel 1.2 Beslistermijn </al><al>Artikel 1.3 Overige toestemmingen </al><al>Artikel 1.4 Tijdstip indiening aanvraag </al><al>Artikel 1.5 Weigeringsgronden </al><al>Artikel 1.6 Voorschriften </al><al>Artikel 1.7 Persoonlijk karakter vergunning en ontheffing
                            </al><al>Artikel 1.8 Termijn vergunning en ontheffing </al><al>Artikel 1.9 Intrekking en wijziging </al><al>Artikel 1.10 Werkingsgebied </al><al>Artikel 1.11 Samenloop verordeningen </al><al>HOOFDSTUK 2 ACTIVITEITEN EN AANWEZIGHEID </al><al>Artikel 2.1 Toegankelijkheid gebied </al><al>Artikel 2.2 Evenementen </al><al>Artikel 2.3 Aanbieden diensten en lessen </al><al>Artikel 2.4 Venten </al><al>Artikel 2.5 Standplaatsen </al><al>Artikel 2.6 Filmopnamen </al><al>Artikel 2.7 Gedenktekens </al><al>Artikel 2.8 Asverstrooiing </al><al>Artikel 2.9 Aanstootgevend gedrag </al><al>Artikel 2.10 Hinderlijk gedrag </al><al>Artikel 2.11 Propagandamiddelen en verspreiding stukken </al><al>Artikel 2.12 Plakken en kladden </al><al>Artikel 2.13 Vuurwerk </al><al>Artikel 2.14 Honden en andere huisdieren </al><al>Artikel 2.15 Verontreiniging door honden </al><al>Artikel 2.16 Gevaarlijke honden </al><al>Artikel 2.17 Ruitersport </al><al>Artikel 2.18 Zweefconstructies </al><al>Artikel 2.19 Motorisch aangedreven recreatieapparatuur </al><al>Artikel 2.20 Zonering watersport </al><al>Artikel 2.21 Plaatsen van kampeermiddelen in het gebied </al><al>Artikel 2.22 Gebruiksvoorschriften en verkeerstekens </al><al>HOOFDSTUK 3 BESCHERMING MILIEU EN NATUURSCHOON </al><al>Artikel 3.1 Verontreiniging wegen en terreinen </al><al>Artikel 3.2 Afval </al><al>Artikel 3.3 Natuurlijke behoefte </al><al>Artikel 3.4 Bescherming groenvoorzieningen </al><al>Artikel 3.5 Geluidhinder </al><al>HOOFDSTUK 4 ANDERE ONDERWERPEN </al><al>Artikel 4.1 Parkeren voertuigen en wrakken </al><al>Artikel 4.2 Caravans en dergelijke </al><al>Artikel 4.3 Reclamevoertuigen </al><al>Artikel 4.4 Grote voertuigen </al><al>Artikel 4.5 Aantasting groenvoorziening door voertuigen </al><al>Artikel 4.6 Aanwezigheid fietsen en bromfietsen </al><al>Artikel 4.7 Voorwerpen op de weg en/of openbaar terrein </al><al>Artikel 4.8 Voorwerpen op, in of boven openbaar water </al><al>Artikel 4.9 Ligplaats woonschepen en andere vaartuigen </al><al>Artikel 4.10 Aanwijzigingen ligplaatsen </al><al>Artikel 4.11 Vier-dagenregeling </al><al>Artikel 4.12 Beschadiging oevers en openbare terreinen </al><al>Artikel 4.13 Reddings- en brandbestrijdingsmiddelen </al><al>Artikel 4.14 Veiligheid op het water </al><al>Artikel 4.15 Overlast van vaartuigen </al><al>Artikel 4.16 Crossterreinen </al><al>Artikel 4.17 Beperking verkeer </al><al>Artikel 4.18 Verbod stoken vuur </al><al>Artikel 4.19 Onderhoud motorvoertuigen </al><al>HOOFDSTUK 5 STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN </al><al>Artikel 5.1 Strafbepaling </al><al>Artikel 5.2 Toezichthouders </al><al>Artikel 5.3 Regelend optreden </al><al>Artikel 5.4 Inwerkingtreding </al><al>Artikel 5.5 Overgangsbepaling </al><al>Artikel 5.6 Citeertitel </al></bijlage></regeling></body></cvdr>