<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR40065_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Inspraakverordening gemeente Heumen</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Heumen</dcterms:creator><dcterms:modified>2010-09-06</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Heumen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">De Verbinding, 21-12-2010</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Inspraakverordening gemeente Heumen</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 150</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2006-01-26</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2010-12-29</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2026-03-30</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Inspraakverordening gemeente Heumen</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Onderwerp: Inspraakverordening gemeente Heumen</vet></al><al/><al>De raad van de gemeente Heumen in openbare vergadering bijeen 26 januari
                        2006; </al><al>gelezen het voorstel van het college van 13 december 2005, 05.008719; </al><al>gelet op artikel 150 van de Gemeentewet en de Wet uniforme openbare
                        voorbereidings-procedure Awb; </al><al>gelet op diverse wetswijzigingen; </al><al>besluit: </al><al> 1. Vast te stellen de verordening inzake de wijze waarop ingezetenen en
                        belanghebbenden bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid worden
                        betrokken (Inspraakverordening gemeente Heumen). 2. In te trekken de
                        Inspraakverordening gemeente Heumen 1994, met ingang van de datum van
                        inwerkingtreding van de onderhavige Inspraakverordening gemeente
                        Heumen.</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>De verordening verstaat onder: </al><lijst><li nr="a."><al>inspraak: het betrekken van ingezetenen en belanghebbenden bij
                                    de voorbereiding van gemeentelijk beleid;</al></li><li nr="b."><al>inspraakprocedure: de wijze waarop de inspraak gestalte wordt
                                    gegeven;</al></li><li nr="c."><al>beleidsvoornemen: het voornemen van het bestuursorgaan tot het
                            vaststellen of wijzigen van beleid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Onderwerp van inspraak</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Ieder bestuursorgaan besluit ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden
                            of inspraak wordt verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid.</al></li><li nr="2."><al>Inspraak wordt altijd verleend indien de wet daartoe verplicht.</al></li><li nr="3."><al>Geen inspraak wordt verleend:</al><lijst><li nr="a."><al>ten aanzien van ondergeschikte herzieningen van een eerder vastgesteld
                            beleidsvoornemen; </al></li><li nr="b."><al>indien inspraak bij of krachtens wettelijk voorschrift is uitgesloten; </al></li><li nr="c."><al>indien sprake is van uitvoering van hogere regelgeving waarbij het
                            bestuursorgaan geen of nauwelijks beleidsvrijheid heeft; </al></li><li nr="d."><al>inzake de begroting, de tarieven voor gemeentelijke dienstverlening en
                            belastingen bedoeld in hoofdstuk XV van de Gemeentewet; </al></li><li nr="e."><al>indien de uitvoering van een beleidsvoornemen dermate spoedeisend is
                            dat inspraak niet kan worden afgewacht; </al></li><li nr="f."><al>indien het belang van inspraak niet opweegt tegen het belang van de
                            verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de
                            samenleving. </al></li></lijst></li></lijst><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Inspraakgerechtigden</titel></kop><al>Inspraak wordt verleend aan ingezetenen en belanghebbenden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Inspraakprocedure</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>inspraak is de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet
                            bestuursrecht van toepassing. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het bestuursorgaan kan voor een of meer beleidsvoornemens een andere
                            inspraakprocedure vaststellen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Eindverslag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Ter afronding van de inspraak maakt het bestuursorgaan een
                                    eindverslag op.</al></li><li nr="2."><al>Het eindverslag bevat in elk geval:</al><lijst><li nr="a."><al>een overzicht van de gevolgde inspraakprocedure;</al></li><li nr="b."><al>een weergave van de zienswijzen die tijdens de
                                            inspraak mondeling of schriftelijk naar voren zijn gebracht;</al></li><li nr="c."><al>een reactie op deze zienswijzen, waarbij met redenen
                                            omkleed wordt aangegeven op welke punten al dan niet tot
                                            aanpassing van het beleidsvoornemen wordt
                                            overgegaan.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het bestuursorgaan maakt het eindverslag op de gebruikelijke wijze
                            openbaar.</al></li><li nr="4."><al>De burgemeester vermeldt het eindverslag in zijn
                            burgerjaarverslag.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Intrekking oude verordening</titel></kop><al>De Inspraakverordening gemeente Heumen 1994 vervalt gelijktijdig met de
                            inwerkingtreding van de Inspraakverordening gemeente Heumen </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na
                            bekendmaking.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al> Deze verordening wordt aangehaald als: Inspraakverordening gemeente
                            Heumen . </al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>MvdH</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Malden, 26 januari 2006</ondertekening><ondertekening>DE RAAD VOORNOEMD;</ondertekening><ondertekening>De raadsgriffier,</ondertekening><ondertekening>L.Bosland.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De burgemeester,</ondertekening><ondertekening>drs. J. van Zomeren.</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><label>Nota-toelichting</label><nr>Inspraakverordening gemeente Heumen</nr></kop><al/><al><vet>Algemene toelichting</vet></al><al><vet>Artikel 150 van de Gemeentewet</vet> Sinds 1 januari 1994 is in artikel 150
                    van de Gemeentewet aan de Raad de verplichting opgelegd een inspraakverordening
                    vast te stellen. De VNG heeft in 1993 daarvoor een modelinspraak - verordening
                    opgesteld. Vele gemeenten - zo ook de gemeente Heumen - hebben dit model
                    overgenomen. In 2003 heeft de VNG deze verordening grondig herzien. Deze
                    herziening kwam hier op neer dat de modelinspraakverordening is aangepast aan
                    diverse wetswijzigingen op nationaal niveau, bijvoorbeeld aan het klachtrecht
                    dat inmiddels in hoofdstuk 9 van de Awb is opgenomen, de dualisering van het
                    gemeentebestuur (Wet dualisering gemeentebestuur) en de inspraakverplichtingen
                    in verschillende bijzondere wetten (zoals artikel 118 van de Algemene
                    bijstandswet en artikel 7a van de Wet stedelijke vernieuwing). Tevens is het
                    model aangepast aan de Aanwijzingen voor de decentrale regelgeving (Adr) en
                    loopt het model vooruit op de alsdan nog aan te passen aan de Wet uniforme
                    openbare voorbereidingsprocedure Awb (Stb. 2002, 54). </al><al><vet>Wet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb</vet> In deze wet wordt
                    afdeling 3.4 van de Awb grondig herzien en artikel 150 van de Gemeentewet
                    gewijzigd. De Wet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb is op 1 juli
                    2005 in werking getreden, tegelijk met de Aanpassingswet uniforme openbare
                    voorbereidingsprocedure Awb (Stb. 2005,282). Ondanks het feit dat artikel 150
                    van de Gemeentewet volgens het overgangsrecht pas een jaar na de
                    inwerkingtreding van de wet zal worden aangepast, is de modelinspraakverordening
                    hierop reeds aangepast om gemeenten in staat te stellen tijdig aan de nieuwe
                    wetgeving te voldoen. Het is juridisch geen probleem om nu al de aanpassing te
                    plegen, omdat dit ook volgens de huidige wetgeving kan. Bovendien was in het
                    model van 1993 afdeling 3.4 Awb al van overeenkomstige toepassing verklaard. Tot
                    slot dient te worden opgemerkt dat gelet op de aanpassingswet voornoemd er voor
                    het aanpassen van de inspraakverordening op het punt van de inmiddels per 1 juli
                    2005 in werking getreden gewijzigde wet uniforme openbare
                    voorbereidingsprocedure Awb eveneens een overgangstermijn van een jaar geldt
                    (tot 1 juli 2006). </al><al><vet>Afdeling 3.4 Awb (oud/nieuw)</vet> Afdeling 3.4 Awb bevat een procedure
                    voor de voorbereiding van besluiten. Deze afdeling heeft als doelstelling het
                    bevorderen van eenheid in de wetgeving en het systematiseren en vereenvoudigen
                    van wetgeving. Bij het inwerkingtreden van de Awb in 1994 bestond naast deze
                    afdeling nog een afdeling 3.5 die een uitgebreidere voorbereidingsprocedure
                    kende. Met de nieuwe Wet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb is beoogd
                    deze twee procedures ineen te schuiven en tegelijkertijd te vereenvoudigen. Bij
                    de Aanpassingswet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb wordt de nieuwe
                    afdeling in verschillende bijzondere wetten van toepassing verklaard. In de wet
                    zelf is afdeling 3.4 (nieuw) van toepassing verklaard op de inspraak bij
                    provincies en gemeenten. De tekst van de nieuwe afdeling 3.4 Awb alsmede de
                    tekst van het nieuwe artikel 150 Gemeentewet zijn als bijlage bij deze
                    toelichting gevoegd. Uit de laatste zinsnede van het nieuwe tweede lid van
                    artikel 150 van de Gemeentewet blijkt dat afwijkingen van afdeling 3.4 Awb zijn
                    toegestaan (zie ook de memorie van antwoord (MvA) Eerste Kamer, 2000-2001, 27
                    023, nummer 177b, blz. 3). In de memorie van toelichting (MvT) op de wet (TK
                    1999-2000, 27 023, nummer 3, blz. 31) is te lezen dat in de inspraakverordening
                    zowel geheel als gedeeltelijk kan worden afgeweken van afdeling 3.4 Awb. Dit
                    laatste kan bijvoorbeeld geschieden in gevallen waarin het wenselijk is om wel
                    een ontwerp ter inzage te leggen, maar de inspraak daarover op andere wijze te
                    organiseren dan via het mondeling naar voren brengen van zienswijzen of om te
                    werken met andere termijnen, aldus de MvT. </al><al><vet>Inspraakprocedure/deregulering</vet> Aan inspraak kan op zeer uiteenlopende
                    manieren worden vormgegeven. De VNG heeft gekozen voor een sobere regeling mede
                    met het oog op het door haar ondersteunde dereguleringsstreven van opeenvolgende
                    kabinetten. Door het van toepassing verklaren van de procedureregeling van
                    afdeling 3.4 van de Awb en het weghalen van overbodige bepalingen (zoals het
                    beklagrecht) en de onnodige paragraafindeling, is de verordening in 2003 nog
                    verder gedereguleerd. Nu resteert een bondige en goed leesbare verordening van
                    slechts acht artikelen. Bovendien maakt een globale raamregeling het mogelijk
                    dat recht wordt gedaan aan de behoefte van insprekers en gemeentebestuur mede in
                    relatie tot aard, schaal en reikwijdte van het beleidsvoornemen waarop inspraak
                    plaatsvindt. Een gedetailleerde en daardoor rigide wijze van regelgeving dient
                    niet de belangen van insprekers. </al><al><vet>Alternatieven voor inspraak</vet> Inspraak is onderdeel van het totale
                    besluitvormingsproces, een naar tijd en strekking begrensde fase daarin. Het kan
                    en moet onderscheiden worden van de andere mogelijkheden die men heeft om zich
                    tot het gemeentebestuur te wenden. Te denken valt hierbij aan het spreekrecht
                    bij raads- en commissievergaderingen (regeling via het reglement van orde of een
                    commissieverordening). Andere mogelijkheden die buiten de inspraak vallen zijn:
                    het schrijven van brieven, het bezoeken van spreekuren, het houden van
                    informatiebijeenkomsten, referenda enz. Inspraak is uiteraard ook van een andere
                    orde dan de mogelijkheid om de uitkomsten van de beleidsvaststelling aan te
                    vechten door middel van bezwaar en beroep. Inspraak kan ook worden onderscheiden
                    van interactieve beleidsvorming. Interactieve beleidsvorming is een werkwijze,
                    met name bedoeld voor complexe beleidsprocessen waarbij meerdere actoren
                    betrokken zijn, waarbij een overheidsorganisatie in een zo vroeg mogelijk
                    stadium burgers, maatschappelijke organisaties, bedrijven of andere overheden
                    bij het beleid betrekt om zo in een open en evenwichtige wisselwerking of
                    samenwerking met hen tot de voorbereiding, bepaling, uitvoering of evaluatie van
                    beleid te komen. Interactieve beleidsvorming mobiliseert daarbij de kennis en
                    steun van betrokkenen bij beleidsproblemen waarvan de overheid op voorhand niet
                    weet - of nog niet wil bepalen - hoe deze opgelost zullen worden. </al><al/><al><vet>Artikelgewijze toelichting op de Inspraakverordening gemeente Heumen
                    </vet></al><al/><al><vet>Artikel 1 Begripsomschrijvingen</vet></al><al>a. Inspraak: Er zijn veel omschrijvingen van het begrip inspraak. Bij de in dit
                    artikel opgenomen formulering is aangesloten bij de tekst van artikel 150 van de
                    Gemeentewet. Inspraak is een onderdeel van de voorbereiding en uitvoering van
                    het gemeentelijk beleid en heeft een tweeledig doel. Enerzijds wordt aan
                    belanghebbenden de mogelijkheid geboden om hun mening over beleidsvoornemens
                    kenbaar te maken. Anderzijds biedt inspraak aan bestuursorganen een belangrijk
                    hulpmiddel in het kader van de voor de beleidsvoorbereiding noodzakelijke
                    belangenafweging. Inspraak is overeenkomstig artikel 150 van de Gemeentewet
                    'eenzijdig' gedefinieerd, dat wil zeggen dat geen gedachtewisseling met het
                    bestuursorgaan is inbegrepen. Wij adviseren echter het tweezijdige element van
                    gedachtewisseling zo mogelijk wel onder de inspraakprocedure te brengen, omdat
                    hiermee een derde doel kan worden gediend, te weten het creëren van draagvlak
                    voor beleidsvoornemens (zie ook de algemene toelichting, onder Alternatieven
                    voor inspraak, over interactieve beleidsvorming). </al><al>b. Inspraakprocedure: De verantwoordelijkheid voor het maken van een regeling
                    over inspraak ligt ingevolge artikel 150 van de Gemeentewet bij de raad. Zoals
                    in de algemene toelichting is vermeld, is in de verordening afdeling 3.4 Awb van
                    toepassing verklaard. Artikel 4, tweede lid, van de verordening geeft het
                    bestuursorgaan ruimte om een andere procedure te volgen. Het bestuursorgaan is
                    immers verantwoordelijk voor uitvoering, de nadere regeling en organisatie van
                    de inspraak. </al><al>c. Beleidsvoornemen: Het begrip beleidsvoornemen is gedefinieerd als het
                    voornemen van het bestuursorgaan tot het vaststellen of wijzigen van beleid. Het
                    zal duidelijk zijn dat het hierbij niet gaat om de vaststelling van concrete
                    besluiten of maatregelen, maar om de vorming van het beleid waarop deze kunnen
                    worden gebaseerd. </al><al/><al><vet>Artikel 2 Onderwerp van inspraak</vet> In het eerste lid is bepaald dat elk
                    bestuursorgaan ten aanzien van zijn eigen bevoegdheden besluit of inspraak wordt
                    verleend bij de voorbereiding van gemeentelijk beleid. Het begrip bestuursorgaan
                    is gedefinieerd in artikel 1:1, eerste lid, van de Awb. Het omvat in elk geval
                    de raad, het college en de burgemeester. Elk bestuursorgaan van de gemeente kan
                    zijn eigen beleidsvoornemens aan inspraak onderwerpen. In de MvT (TK 1999-2000,
                    27 023, nummer 3, blz. 20) is vermeld dat het ter volledige beoordeling van de
                    gemeenteraad blijft ten aanzien van welke beleidsvoornemens inspraak wordt
                    verleend. Omdat het in bepaalde gevallen doelmatiger zal kunnen zijn als
                    inspraak geschiedt door middel van bijvoorbeeld spreekrecht bij
                    raadsvergaderingen, blijft door de formulering van het eerste lid de
                    mogelijkheid bestaan dat voor bepaalde beleidsvoornemens een andere wijze van
                    inspraak wordt geregeld. Het besluit om al dan niet inspraak te verlenen is een
                    besluit in de zin van de Awb. Hiertegen kan dus bezwaar worden gemaakt. In het
                    tweede lid is bepaald dat inspraak altijd wordt verleend indien een wettelijk
                    voorschrift daartoe verplicht.</al><al>In het derde lid is opgenomen wanneer geen inspraak wordt verleend.
                    Jurisprudentie </al><lijst><li nr=""><al>Er zijn geen wettelijke beletselen om bij het in procedure brengen van
                            het ontwerpplan af te wijken van het voorontwerp dat aan inspraak
                            onderworpen is geweest. Dit neemt niet weg dat, indien de afwijkingen
                            ten opzichte van het voorontwerp naar aard en omvang zodanig zijn dat
                            een geheel ander plan is ontstaan, dit aanleiding kan zijn de inspraak
                            opnieuw een aanvang te laten nemen. In dit geval oordeelde de Afdeling
                            bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRS) dat terecht geen nieuwe
                            inspraak is opengesteld (ABRS 22 januari 2003, inzake nummer
                            200001851/1, LJN-nummer AF3164). </al></li><li nr=""><al>Het is niet in strijd met de inspraakverordening noch met artikel 6a WRO
                            noch met artikel 2:4 Awb dat de raad eerst zelf de aanvaardbaarheid van
                            de voorgestane ruimtelijke ontwikkeling heeft onderzocht en in het
                            voorontwerp van het plan de voorkeur voor een bepaalde ontwikkeling
                            heeft laten blijken, alvorens in het kader van de inspraakprocedure de
                            bevolking daarover te raadplegen. De afdeling concludeert dat de
                            gevolgde inspraakprocedure correct is (ABRS 31 januari 2000, inzake
                            nummer E01.98.0409, LJN-nummer AA5106). </al></li></lijst><al/><al><vet>Artikel 3 Inspraakgerechtigden</vet> De omschrijving van
                    inspraakgerechtigden vloeit rechtstreeks voort uit de tekst van artikel 150 van
                    de Gemeentewet. In de Wet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb zijn de
                    woorden 'in de gemeente een belang hebbende natuurlijke en rechtspersonen'
                    vervangen door: belanghebbenden. Het begrip 'belanghebbende' is in artikel 1:2
                    Awb gedefinieerd en deze definitie heeft ook gelding voor wetgeving buiten de
                    Awb. </al><al/><al><vet>Artikel 4 Inspraakprocedure</vet> Ter uniformering en deregulering is in
                    het eerste lid afdeling 3.4 van de Awb van toepassing verklaard op de inspraak.
                    In de artikelen 3:11 tot en met 3:17 (tot de inwerkingtreding van de Wet
                    uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb: artikel 3:11 tot en met 3:13) Awb
                    is de inspraakprocedure te vinden. Na de terinzagelegging en de bekendmaking van
                    het beleidsvoornemen kunnen belanghebbenden gedurende zes weken (tot de
                    inwerkingtreding van de Wet uniforme openbare voorbereidingsprocedure Awb: vier
                    weken) schriftelijk of mondeling hun zienswijze naar voren brengen. In de meeste
                    gevallen zal deze procedure passend zijn voor de inspraak. Zo niet, dan kan op
                    grond van het tweede lid de inspraakprocedure worden aangepast. Bijvoorbeeld als
                    de genoemde zes wekentermijn door het bestuursorgaan te lang wordt bevonden.
                    Deze termijn zou in de verordening kunnen worden aangepast of bij besluit van
                    het bestuursorgaan op grond van het tweede lid. In dit kader wordt voor twee
                    punten aandacht gevraagd. </al><al>1) Een inspraakprocedure kan ook het houden van een facultatief referendum
                    omvatten (uitvoering van de wijze waarop men zijn zienswijze naar voren kan
                    brengen). Dit middel zal echter, gezien de daaraan verbonden kosten, op beperkte
                    schaal worden toegepast. Daarnaast zijn wij ook van mening dat dit in een
                    afzonderlijke verordening moet worden vormgegeven. </al><al>2) Het is uiteraard mogelijk een (of meer) standaardprocedure(s) te ontwikkelen
                    die wanneer nodig kan (kunnen) worden ingezet. Zo zou voor artikel 19
                    WRO-procedures een aparte procedure kunnen worden ontwikkeld met bijvoorbeeld
                    een standaardtermijn van twee in plaats van zes weken. </al><al> Jurisprudentie</al><al>Bij de behandeling van het beroep tegen de goedkeuring van een bestemmingsplan
                    wordt door de afdeling niet ingegaan op het bezwaar van appellant tegen de
                    beperking van de spreektijd tijdens de inspraakavond. Appellant had hiertegen
                    een klacht kunnen indienen en heeft dit niet gedaan, aldus de afdeling (ABRS 10
                    juli 2002, inzake nummer 200103950/1, LJN-nummer AE5107). </al><al/><al><vet>Artikel 5 Eindverslag</vet> In dit geval is niet gekozen voor verwijzing
                    naar afdeling 3.4 Awb. In artikel 3:17 (tot de inwerkingtreding van de Wet
                    uniforme openbare voorbereidingsprocedure: artikel 3:13, vijfde lid) Awb wordt
                    namelijk slechts bepaald dat een verslag wordt gemaakt van hetgeen tijdens de
                    inspraakprocedure mondeling naar voren is gebracht. Onder het in het tweede lid,
                    onderdeel a, genoemde verslag van de gevolgde inspraakprocedure wordt verstaan:
                    Hoe is de procedure feitelijk verlopen? Is afdeling 3.4 Awb onverkort toegepast?
                    Wanneer is het beleidsvoornemen ter inzage gelegd enz.? Onderdeel b betekent dat
                    de eindrapportage een volledig overzicht dient te bevatten van zowel de
                    mondelinge als de schriftelijke inspraakreacties. De schriftelijke
                    inspraakreacties kunnen aan het verslag worden gehecht. In de MvT bij de Awb
                    wordt opgemerkt dat in het verslag kan worden volstaan met een korte zakelijke
                    weergave van de naar voren gebrachte opvattingen en vermelding van de personen
                    die hun opvatting naar voren hebben gebracht. Onder c wordt als het sluitstuk
                    van inspraak voorgeschreven dat het bestuursorgaan aangeeft wat met de
                    zienswijzen wordt gedaan. In het derde lid is bepaald dat het bestuursorgaan het
                    eindverslag op de gebruikelijke wijze openbaar maakt. Dit kan per gemeente
                    verschillen. Wel dient te worden benadrukt dat de bekendmaking van de resultaten
                    van de inspraak uitermate belangrijk is. Het ligt voor de hand om degenen die
                    hebben ingesproken een exemplaar van het eindverslag te sturen. Daarnaast kan
                    het eindverslag algemeen worden gepubliceerd in de krant en op de gemeentelijke
                    website. Als het aantal insprekers omvangrijk is, kan worden gekozen voor het
                    volstaan met een algemene bekendmaking. Het is aan te bevelen om tijdens de
                    inspraakavond al duidelijkheid omtrent de communicatie te verschaffen. In het
                    vierde lid wordt de burgemeester verplicht om het eindverslag te vermelden in
                    zijn burgerjaarverslag overeenkomstig artikel 170, tweede lid, aanhef en onder
                    b, van de Gemeentewet. </al><al/><al><vet>Artikel 6 Intrekking oude verordening</vet> Met deze bepaling wordt de
                    bestaande inspraakverordening ingetrokken. De datum waarop de oude verordening
                    vervalt, is de datum waarop de verordening in werking treedt (zie artikel 7). </al><al/><al><vet>Artikel 7 Inwerkingtreding</vet> Deze verordening treedt in werking met
                    ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking, tenzij een ander tijdstip
                    daarvoor in de verordening is aangewezen (artikel 142 Gemeentewet). </al><al/><al><vet>Artikel 8 Citeertitel </vet> Deze verordening wordt aangehaald als:
                    Inspraakverordening gemeente Heumen. In de citeertitel wordt geen jaartal
                    opgenomen om te voorkomen dat de schijn wordt gewekt dat de verordening slechts
                    voor een jaar geldt. </al><al/><al/></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>