<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidop="http://standaarden.overheid.nl/oep/meta/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export1.6--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR400647_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene Subsidieverordening Zuidplas 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Zuidplas</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-05-01</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Zuidplas</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene Subsidieverordening Zuidplas 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-03-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
          databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-05-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2025-10-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>R16.000012</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene Subsidieverordening Zuidplas 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Zuidplas;</al><al>Gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 16 februari 2016
                        (R16.000012);</al><al>Gelet op artikel 149 van de Gemeentewet;</al><al>Besluit vast te stellen: </al><al>De Algemene Subsidieverordening Zuidplas 2016</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan
                        onder:</al><al/><al>a. college: het college van burgemeester en wethouders;</al><al>b. de-minimisverordening: verordening (EG) nr. 1998/2006 van de Commissie
                        van Europese Gemeenschappen van 15 december 2006 betreffende de toepassing
                        van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun (PbEU L379/5),
                        verordening (EG) nr. 1535/2007 van de Commissie van de Europese
                        Gemeenschappen van 20 december 2007 betreffende de toepassing van de
                        artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun in de
                        landbouwproductiesector (PbEU L 337/35) en verordening (EG) nr. 875/2007 van
                        de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 24 juli 2007 betreffende de
                        toepassing van de artikelen 87 en 88 van het Verdrag op de-minimissteun in
                        de visserijsector en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 1860/2004 (PbEU
                        L 193/6) , dan wel later daarvoor in de plaats tredende Europese
                        regelgeving;</al><al>c. Europees steunkader: een mededeling, richtsnoer, kaderregeling, besluit
                        of vrijstellingsverordening op het gebied van staatssteun die de Europese
                        Commissie of de Raad van de Europese Unie, gelet op de artikelen 106, derde
                        lid , 107, 108 en 109 van het Verdrag heeft vastgesteld;</al><al>d. onderneming: iedere eenheid, ongeacht haar rechtsvorm of wijze van
                        financiering, die een economische activiteit uitoefent;</al><al>e. uitvoeringsregeling: nadere regeling zoals bedoeld in artikel 3.</al><al>f. Verdrag: Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.</al><al>g. instellingssubsidie: een subsidie die per (boek)jaar of voor een bepaald
                        aantal (boek)jaren voor een periode van maximaal 4 jaar aan een instelling
                        wordt verstrekt, voor activiteiten die de gemeente aan inwoners dient of
                        wenst aan te bieden.</al><al>h. activiteitensubsidie : een subsidie die per (boek)jaar aan een instelling
                        wordt verstrekt voor activiteiten die vanuit de samenleving worden
                        geïnitieerd.</al><al>i. incidentele subsidie: een startsubsidie, aanjaagsubsidie of een subsidie
                        die aan een instelling wordt verstrekt voor eenmalige activiteiten:</al><al> 1° Startsubsidie: een subsidie voor het vergoeden van startkosten als
                        notariskosten, eenmalige kleine investeringen en/of PR;</al><al> 2° Aanjaagsubsidies : een subsidie voor nieuwe projecten die zich nog
                        moeten bewijzen, gegeven voor een periode tussen de 1 en 3 jaar;</al><al> 3° Subsidies voor eenmalige activiteiten : een subsidie voor éénmalige,
                        nieuwe activiteiten of projecten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Reikwijdte</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door
                            het college met uitzondering van subsidies waarvoor bij afzonderlijke
                            verordening een uitputtende regeling is getroffen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Ten aanzien van subsidies waarvoor geen wettelijke grondslag nodig is,
                            zoals bedoeld in artikel 4:23, lid 1 van de Awb kan het college bepalen
                            dat deze verordening geheel of gedeeltelijk van toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze verordening is niet van toepassing op subsidie in het kader van het
                            Innovatiefonds en op bijdragen aan instellingen vanwege een
                            jubileumviering.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Uitvoeringsregelingen</titel></kop><al>Het college stelt in uitvoeringsregelingen voorschriften vast die
                        beschrijven welke activiteiten in aanmerking kunnen komen voor subsidie.
                        Voor zover van toepassing, wordt hierin tevens bepaald welke doelgroepen
                        voor subsidie in aanmerking komen, hoe de subsidie wordt berekend en hoe de
                        subsidiebedragen worden uitbetaald. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Europees steunkader</titel></kop><al>Voor zover dat ten behoeve van het voldoen aan een Europees steunkader
                        noodzakelijk is, kan het college bij uitvoeringsregeling afwijken van deze
                        verordening en deze aanvullen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad kan jaarlijks besluiten tot het instellen van
                            subsidieplafond(s).</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>In het geval zoals bedoeld in lid 1 bepaalt het college bij
                            uitvoeringsregeling de wijze van verdeling van de betreffende
                            subsidie.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de bekendmaking van de subsidieplafonds wordt gewezen op de
                            mogelijkheid van verlaging en de gevolgen daarvan voor reeds ingediende
                            aanvragen.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een subsidie ten laste van een begroting, die nog niet is vastgesteld of
                            goedgekeurd, wordt verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen
                            op de begroting beschikbaar zullen worden gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een subsidieaanvraag wordt schriftelijk ingediend bij het college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college stelt voor het indienen van een subsidieaanvraag een
                            aanvraagformulier vast.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de aanvraag legt de aanvrager de volgende gegevens over:</al><al>a. een beschrijving van de activiteiten waarvoor de subsidie wordt
                            aangevraagd;</al><al>b. de doelen en resultaten welke met die activiteiten worden
                            nagestreefd, en hoe de activiteiten daaraan bijdragen;</al><al>c. een begroting van en een dekkingsplan voor de kosten van deze
                            activiteiten. Het dekkingsplan bevat een opgave van bij anderen
                            aangevraagde subsidies of vergoedingen ten behoeve van dezelfde
                            activiteiten, onder vermelding van de stand van zaken daarvan;</al><al>d. als de aanvrager een onderneming is:</al><al>1° een opgave van subsidies, vergoedingen of tegemoetkomingen in welke
                            vorm ook met staatsmiddelen bekostigd, die al zijn of zullen worden
                            ontvangen voor de activiteiten waarvoor de subsidie wordt
                            aangevraagd;</al><al>2° een verklaring als bedoeld in de de-minimisverordening;</al><al>a. als het een subsidie betreft die per boekjaar aan een rechtspersoon
                            wordt verstrekt, de stand van de egalisatiereserve op het moment van de
                            aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Een rechtspersoon die voor de eerste maal subsidie aanvraagt, voegt een
                            exemplaar van de oprichtingsakte, de statuten, alsmede van het
                            jaarverslag, de jaarrekening en de balans van het voorgaande jaar toe
                            aan de aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Bij uitvoeringsregeling kan van de voorgaande leden worden
                            afgeweken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Aanvraagtermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor een instellingssubsidie, wordt de aanvraag ingediend uiterlijk 1
                            juli voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor een activiteitensubsidie wordt de aanvraag ingediend uiterlijk 1
                            oktober voorafgaand aan het jaar waarop de aanvraag betrekking
                            heeft.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Incidentele subsidieaanvragen worden ingediend uiterlijk 6 weken voordat
                            de aanvrager voornemens is te beginnen met de activiteiten waarvoor de
                            subsidie wordt aangevraagd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij uitvoeringsregeling kunnen andere termijnen worden gesteld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college beslist op een subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 7,
                            eerste lid en tweede lid, uiterlijk op 31 december van het jaar waarin
                            de aanvraag is ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college beslist op een subsidieaanvraag als bedoeld in artikel 7,
                            derde lid, binnen 13 weken nadat de volledige aanvraag is
                            ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij subsidieaanvragen die overeenkomstig artikel 108, derde lid van het
                            Verdrag worden aangemeld bij de Europese Commissie wordt de
                            beslistermijn verdaagd totdat de Europese Commissie een eindbeslissing
                            heeft genomen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Weigerings-, intrekkings- en terugvorderingsgronden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de Algemene wet
                            bestuursrecht weigert het college de subsidie in ieder geval:</al><al>a. als de Europese Commissie overeenkomstig artikel 108, derde lid, van
                            het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie onverenigbaar is met de
                            interne markt.</al><al>b. als het betreft een aanvrager tegen wie een bevel tot terugvordering
                            uitstaat ingevolge een eerdere beschikking van de Europese Commissie
                            waarin de steun onrechtmatig en onverenigbaar met de gemeenschappelijke
                            markt is verklaard.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onverminderd het vorige lid kan het college de subsidie weigeren:</al><al>a. als de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate
                            gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of als ze onvoldoende
                            ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen;</al><al>b. als niet is aangetoond dat de subsidie noodzakelijk is voor het
                            verrichten van de activiteiten waarvoor deze wordt gevraagd;</al><al>c. de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die
                            in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde;</al><al>d.de doelstellingen, activiteiten, statuten of reglementen van de
                            aanvrager dan wel het beoogde gebruik van de subsidie discriminatie
                            opleveren wegens godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid,
                            ras, geslacht, burgerlijke staat, seksuele gerichtheid, leeftijd of op
                            welke grond dan ook. Onder discriminatie wordt in dit verband niet
                            begrepen onderscheid ter opheffing van maatschappelijke
                            achterstand;</al><al>e. de activiteiten van de subsidieontvanger onvoldoende afgestemd zijn
                            op die van relevante instellingen en te weinig samenwerking beoogd wordt
                            met die instellingen.</al><al>f. in het geval en onder de voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet
                            bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur;</al><al>g. als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor
                            subsidie in aanmerking te komen;</al><al>h. als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk
                            voorschrift;</al><al>i. als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese
                            Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag
                            heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne
                            markt;</al><al>j. in de bij van toepassing zijnde uitvoeringsregeling bepaalde
                            gevallen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college kan een subsidie intrekken in het geval en onder de
                            voorwaarden, bedoeld in artikel 3 van de Wet bevordering
                            integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college vordert een subsidie met rente terug als dit nodig is ter
                            uitvoering van een terugvorderingsbesluit van de Europese Commissie of
                            een onherroepelijke rechterlijke uitspraak.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Verantwoording</titel></kop><al>Voor zover dit niet is bepaald bij uitvoeringsregeling, wordt bij de
                        verleningsbeschikking vermeld op welke wijze de subsidieontvanger de
                        besteding van de subsidie dient te verantwoorden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Algemene verplichtingen van subsidieontvanger</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als aannemelijk is dat een of meer van de activiteiten waarvoor de
                            subsidie is verleend niet of niet geheel zullen worden verricht of dat
                            niet of niet geheel aan de aan de subsidie verbonden verplichtingen zal
                            worden voldaan, meldt de subsidieontvanger dat onverwijld aan het
                            college.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Een subsidieontvanger informeert het college onverwijld schriftelijk
                            over:</al><al>a. beslissingen of procedures die zijn gericht op de beëindiging van de
                            activiteiten waarvoor subsidie is verleend, of tot ontbinding van de
                            gesubsidieerde rechtspersoon;</al><al>b. relevante wijzigingen in de financiële en organisatorische verhouding
                            met derden;</al><al>c. ontwikkelingen die ertoe kunnen leiden dat aan de aan de subsidie
                            verbonden verplichtingen niet of niet geheel zullen kunnen worden
                            nagekomen;</al><al>d. wijziging van de statuten voor zover het betreft de vorm van de
                            gesubsidieerde rechtspersoon, de persoon van de bestuurder of
                            bestuurders en het doel van de rechtspersoon.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Aan een subsidie te verbinden bijzondere verplichtingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Aan een beschikking tot subsidieverlening kunnen verplichtingen worden
                            verbonden met betrekking tot het beheer en gebruik van hetgeen met de
                            subsidie tot stand is gebracht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij subsidies hoger dan € 50.000, verleend voor activiteiten die meer
                            dan een jaar in beslag nemen, kan de verplichting worden opgelegd tot
                            het tussentijds afleggen van rekening en verantwoording over de tot dan
                            verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten.
                        </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Verrekening</titel></kop><al>Aan de gemeente verschuldigde bedragen ter zake van huur of andere
                        verplichtingen, verband houdend met de activiteiten waarvoor subsidie is
                        verleend kunnen worden verrekend met te betalen subsidiebedragen. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Eindverantwoording subsidies tot en met € 5.000</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Subsidies tot en met € 5.000 worden door het college: </al><al>a. direct vastgesteld of</al><al>b. vastgesteld binnen 13 weken nadat de activiteiten uiterlijk moeten
                            zijn verricht.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij een vaststelling als bedoeld in het vorige lid sub b kan de
                            aanvrager worden verplicht om op de daarbij aangegeven wijze aan te
                            tonen dat de activiteiten waarvoor de subsidie wordt verstrekt, zijn
                            verricht en dat is voldaan aan de aan de subsidie verbonden
                            verplichtingen. In dat geval vindt de vaststelling plaats binnen 13
                            weken nadat de gevraagde inlichtingen zijn verstrekt.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Eindverantwoording subsidies tussen € 5.000 en € 50.000</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij subsidies van meer dan € 5.000 doch ten hoogste € 50.000 dient de
                            subsidieontvanger uiterlijk op 1 juni na afloop van het jaar waarin de
                            gesubsidieerde activiteiten zijn verricht, een aanvraag tot vaststelling
                            in.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag bevat een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de
                            gesubsidieerde activiteiten zijn verricht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij uitvoeringsregeling kan worden bepaald dat op een andere manier
                            wordt aangetoond in hoeverre de activiteiten zijn verricht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16.</nr><titel>Eindverantwoording subsidies van meer dan € 50.000</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij subsidies van meer dan € 50.000 dient de subsidieontvanger een
                            aanvraag tot vaststelling in uiterlijk op 1 juni na afloop van het jaar
                            waarin de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De aanvraag bevat:</al><al>a. een inhoudelijk verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde
                            activiteiten zijn verricht;</al><al>b. een overzicht van de gesubsidieerde activiteiten en de hieraan
                            verbonden uitgaven en inkomsten (financieel verslag of
                            jaarrekening);</al><al>c. een balans van het afgelopen subsidietijdvak met een toelichting
                            daarop; en</al><al>d. een controleverklaring, opgesteld door een onafhankelijk
                            accountant.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij uitvoeringsregeling kunnen andere termijnen worden vastgesteld of
                            andere gegevens worden verlangd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Subsidievaststelling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt de subsidies van € 5.000 en hoger vast uiterlijk op 1
                            september. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij uitvoeringsregeling kunnen categorieën subsidieontvangers worden
                            aangewezen waarvoor de subsidie direct wordt vastgesteld zonder dat een
                            aanvraag tot subsidievaststelling hoeft te worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Als een aanvraag tot subsidievaststelling niet voor het tijdstip,
                            bedoeld in de artikelen 15, eerste lid en 16, eerste lid is ingediend,
                            kan het college de subsidieontvanger schriftelijk een nieuwe termijn
                            stellen. Wordt de aanvraag niet binnen deze termijn ingediend dan kan
                            het college overgaan tot vaststelling.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Berekening van uurtarieven, uniforme kostenbegrippen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Als bij de bepaling van de subsidiabele kosten gebruik wordt gemaakt van
                            uurtarieven, worden deze door de subsidieaanvrager berekend met
                            gebruikmaking van een bij de uitvoeringsregeling of bij de
                            subsidieverlening voorgeschreven berekeningswijze.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het hanteren van kostenbegrippen bij de berekening van uurtarieven
                            wordt uitgegaan van bij de uitvoeringsregeling of bij de
                            subsidieverlening voorgeschreven definities. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij subsidie waarop een Europees steunkader van toepassing is, komen
                            alleen die tarieven en kostenbegrippen in aanmerking die voldoen aan de
                            eisen van het toepasselijke steunkader.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Subsidieregister</titel></kop><al>Het college maakt jaarlijks via een subsidieregister bekend welke subsidies
                        zij op basis van deze verordening heeft verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan deze verordening, met uitzondering van de artikelen 2, 3
                            en 4, in individuele gevallen buiten toepassing laten of daarvan
                            afwijken voor zover de toepassing van die bepalingen voor de
                            subsidieaanvrager of -ontvanger gevolgen zou hebben die onevenredig zijn
                            in verhouding tot de met de betrokken bepalingen te dienen doelen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Toepassing van het vorige lid wordt gemotiveerd in het besluit en
                            hiervan wordt periodiek verslag gedaan aan de raad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De Algemene Subsidieverordening Zuidplas 2012 (1e wijziging) wordt
                            ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze verordening treedt in werking op 1 mei 2016.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Op aanvragen om subsidie die zijn ingediend voor inwerkingtreding van
                            deze verordening zijn de bepalingen van de Algemene Subsidieverordening
                            Zuidplas 2012 (1e wijziging) van toepassing.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene Subsidieverordening
                            Zuidplas 2016.</al><al/><al/></lid></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van 8 maart
                        2016.</ondertekening><ondertekening>De raad voornoemd,</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>P.van Vugt K.J.G. Kats</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><al><vet>Artikel 1. Begripsomschrijving</vet></al><al>Behoeft geen toelichting.</al><al/><al><vet>Artikel 2. Reikwijdte</vet></al><al>• Met het eerste lid krijgt het college de bevoegdheid toegewezen om te
                    besluiten over het verstrekken van subsidies waarop de Algemene
                    Subsidieverordening (hierna: ASV) van toepassing is, met uitzondering van
                    subsidies waarvoor bij afzonderlijke verordening een uitputtende regeling is
                    getroffen;</al><al>• Tweede lid: Ten aanzien van subsidies waarvoor overeenkomstig artikel 4:23,
                    derde lid, van de Awb geen wettelijke grondslag nodig is (zoals bijvoorbeeld
                    incidentele subsidies) is de ASV in beginsel niet van toepassing. Dit lid geeft
                    het college de bevoegdheid om de ASV (deels) van toepassing te verklaren als
                    daartoe aanleiding bestaat. </al><al>• Het derde lid betreft het Innovatiefonds en de bijdragen bij jubilea</al><al>- Innovatiefonds: In de gemeentebegroting is geld opgenomen voor een zogenaamd
                    Innovatiefonds. Het doel van het Innovatiefonds is ervoor te zorgen dat een
                    aantal initiatieven van inwoners, maatschappelijke partners en bedrijven de kans
                    krijgt om uit te groeien tot duurzame, sociale projecten waar de inwoners van
                    Zuidplas trots op kunnen zijn.</al><al>Een beoordelingscommissie adviseert het college van burgemeester en wethouders
                    over de ingediende verzoeken. Uitgangspunt bij het Innovatiefonds is dat er zo
                    min mogelijk voorwaarden en regels zijn. Dit is dan ook de reden dat de
                    subsidieverordening niet van toepassing is op de subsidies die verstrekt worden
                    op basis van het Innovatiefonds. </al><al>-Jubilea: Het college heeft op 27 februari 2012 de 'Richtlijnen representatie,
                    relatie- &amp; representatiegeschenken' vastgesteld, waarin ook is opgenomen het
                    hoofdstuk '5. Staffelbijdrage bij jubilea van verenigingen van de gemeente
                    Zuidplas'. Volgens deze regeling worden bijdragen bij jubilea van instellingen
                    toegekend. De ASV is daarom niet van toepassing.</al><al/><al><vet>Artikel 3. Uitvoeringsregelingen</vet></al><al>Met dit artikel verplicht de raad het college om in nadere regels, de te
                    subsidiëren activiteiten te bepalen. Deze nadere regels worden neergelegd in
                    uitvoeringsregelingen, die per onderwerp/beleidsterrein kunnen worden
                    vastgelegd.</al><al>Voor zover het college iets wenst te regelen met betrekking tot de doelgroepen
                    die voor subsidie in aanmerking komen, de berekening van de subsidie en de wijze
                    van uitbetalen, dient dit eveneens in een uitvoeringsregeling te gebeuren.</al><al>In andere artikelen van ASV worden andere bevoegdheden gedelegeerd die
                    betrekking hebben op de inhoud van uitvoeringsregelingen: het afwijken van
                    termijnen, het verbinden van bepaalde verplichtingen aan de subsidie, de wijze
                    van verdelen van het subsidieplafond.</al><al/><al><vet>Artikel 4. Europees steunkader</vet></al><al>Om subsidies onder een Europees steunkader te brengen moet de subsidie op het
                    toepasselijke steunkader worden toegesneden. Daarbij kan het nodig zijn dat er
                    afgeweken wordt van de ASV, of dat deze aangevuld wordt. Het eerste lid maakt
                    het college daartoe bevoegd.</al><al>Als sprake is van steun die valt onder een Europees steunkader, kunnen uiteraard
                    alleen de activiteiten, doelstellingen, resultaten en kosten voor subsidie in
                    aanmerking komen voor zover die voldoen aan de eisen en voorwaarden van het
                    betreffende steunkader. </al><al>Zo komen bij subsidies waarop de de-minimisverordening van toepassing is,
                    ondernemingen ook alleen in aanmerking voor subsidies die voldoen aan de
                    voorwaarden van de de-minimisverordening. </al><al/><al><vet>Artikel 5. Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud</vet></al><al>De raad kan jaarlijks subsidieplafonds vast. Vervolgens bepaalt het college bij
                    subsidieregeling de wijze van verdelen (tweede lid in combinatie met artikel
                    4:26, tweede lid, van de Awb).</al><al>Bij de bekendmaking van de subsidieplafonds door de raad wordt er, indien van
                    toepassing, gewezen op de mogelijkheid het subsidieplafond te verlagen. </al><al>Het college, dat via artikel 2 de bevoegdheid gedelegeerd heeft gekregen om te
                    besluiten over het verstrekken van subsidies, is verder verplicht -in lijn met
                    de mogelijkheid van artikel 4:34, eerste lid, van de Awb - (in bepaalde
                    gevallen) om bij het gebruik maken van deze gedelegeerde bevoegdheid een
                    begrotingsvoorbehoud te maken.</al><al/><al><vet>Artikel 6. Aanvraag</vet></al><al>In het eerste lid is bepaald dat een aanvraag voor subsidie schriftelijk dient
                    te worden gedaan. Met ‘schriftelijk’ is meer bedoeld dan ‘op papier
                    geschreven’.</al><al>Het college stelt voor de aanvraag een formulier vast, dit betekent ook dat elke
                    aanvraag door middel van dit aanvraagformulier moet worden gedaan. In het derde
                    en vierde lid is bepaald welke stukken en gegevens bij de aanvraag overlegd
                    dienen te worden.</al><al>Een aanvraag kan ook digitaal worden gedaan. Om rechtsgeldig te zijn dient ook
                    een digitaal ingediend formulier ondertekend te zijn. Dat betekent dat een
                    digitaal formulier moet worden:</al><al>• uitgeprint, ondertekend en per post opgestuurd aan de gemeente;</al><al>• geprint, mèt handtekening gescand en per mail verstuurd aan de gemeente;</al><al>• ondertekend via DigiD en via de gemeentelijke website ingediend.</al><al/><al><vet>Artikel 7. Aanvraagtermijn </vet></al><al>De aanvraagtermijnen zijn afhankelijk van het soort subsidie. Er wordt
                    onderscheid gemaakt tussen instellingssubsidies, activiteitensubsidies en
                    incidentele subsidieaanvragen. Deze begrippen worden verklaard in artikel 1. Bij
                    uitvoeringsregeling kan het college besluiten af te wijken van de
                    aanvraagtermijnen die vastgesteld zijn in het eerste tot en met derde lid.</al><al/><al><vet>Artikel 8. Beslistermijn</vet></al><al>Hier worden de termijnen gegeven waarbinnen het college gehouden is te beslissen
                    op een aanvraag voor subsidie. In de Awb staan geen strikte beslistermijnen op
                    een aanvraag om subsidie. Bij uitvoeringsregeling kan het college besluiten af
                    te wijken van de beslistermijnen die vastgesteld zijn in het eerste en tweede
                    lid.</al><al>De beslistermijn bij aanvragen om een subsidie die bij de Europese Commissie
                    aangemeld worden, wordt verdaagd totdat de Europese Commissie een
                    eindebeslissing heeft genomen. Dit om te voorkomen dat subsidie wordt verleend
                    die niet in overeenstemming is met de artikelen 107 en 108 van het Verdrag
                    betreffende de Werking van de Europese Unie en vervolgens teruggevorderd dient
                    te worden</al><al/><al><vet>Artikel 9. Weigerings- en intrekkings- en terugvorderingsgronden</vet></al><al>• In het eerste lid worden de algemeen geldende weigeringsgronden van artikelen
                    4:25, tweede lid, en 4:35 van de Awb, met nadere verplichte gronden
                    aangevuld.</al><al>Ondanks dat er sprake is van staatssteun is het soms mogelijk om steun te
                    verstrekken op basis van een vrijstelling. Als dat niet mogelijk is, kan
                    goedkeuring van de Europese Commissie gevraagd worden via een formele melding.
                    Als de Europese Commissie de steun echter niet goedkeurt, dan moet het college
                    overgaan tot weigering (vandaar de verplichte weigeringsgrond onder a). In
                    aanvulling daarop wordt met onderdeel b bepaald dat ondernemingen waartegen een
                    terugvorderingsactie loopt niet in aanmerking komen voor subsidie.</al><al>• In het tweede lid zijn nog enkele facultatieve weigeringsgronden opgenomen.
                    Het college kan in deze gevallen weigeren, maar is daartoe niet verplicht.</al><al>- Onderdeel h betreft het geval dat de aanvrager van een subsidie de toets van
                    de Wet bevordering integriteitbeoordelingen door het openbaar bestuur (hierna:
                    Wet Bibob) niet kan doorstaan. Bij deze weigeringsgrond is niet van belang of de
                    activiteiten waarvoor subsidie wordt gevraagd op zichzelf beoordeeld subsidiabel
                    zijn. Het gaat hierbij louter om de integriteit van de persoon dan wel
                    rechtspersoon van de aanvrager aan wie het college op grond van de Wet Bibob
                    geen subsidie wenst te verlenen. Naast subsidie weigeren, kan het college in
                    dergelijke gevallen ook een reeds verleende en vastgestelde subsidies Intrekken
                    (derde lid).</al><al>- Onder k is een weigeringsgrond opgenomen waarmee het college een aanvraag kan
                    weigeren als subsidieverstrekking niet is toegestaan dan nadat deze
                    overeenkomstig artikel 108, derde lid, van het VWEU (de meldingsprocedure) is
                    goedgekeurd door de Europese Commissie. Het gaat hier om subsidieverstrekking
                    die in beginsel niet ongeoorloofd is vanwege strijdigheid met de toepasselijke
                    cumulatieregels of overschrijding van het toegestane bedrag aan de-minimissteun.
                    In deze gevallen kan het college òf weigeren de subsidie te verstrekken òf de
                    subsidie melden bij de Europese Commissie om langs deze weg goedkeuring te
                    verkrijgen. Een subsidie die is of kan worden goedgekeurd kan uiteraard ook op
                    een andere grond worden geweigerd.</al><al>- Onderdeel l ten slotte geeft het college de bevoegdheid in een
                    uitvoeringsregeling nog andere weigeringsgronden op te nemen, bijvoorbeeld
                    weigeringsgronden die specifiek met de te subsidiëren activiteiten
                    samenhangen.</al><al>• Als de Europese Commissie tot het oordeel is gekomen dat een subsidie niet in
                    overeenstemming is met de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de
                    Werking van de Europese Unie, dan moet de verleende subsidie ingetrokken en
                    teruggevorderd worden (inclusief rente). Het vierde lid geeft het college de
                    bevoegdheid om hier uitvoering aan te geven.</al><al/><al><vet>Artikel 10. Verantwoording</vet></al><al>Behoeft geen toelichting.</al><al/><al><vet>Artikel 11. Algemene verplichtingen van subsidie-ontvanger</vet></al><al>Dit artikel bevat een meldingsplicht (eerste lid) en informatieplicht (tweede
                    lid) die voor alle subsidie-ontvangers geldt.</al><al/><al><vet>Artikel 12. Aan een subsidie te verbinden bijzondere
                    verplichtingen</vet></al><al>Dit artikel bevat een aanvullende bevoegdheidsgrondslag voor het college om aan
                    de subsidie bepaalde 'bijzondere' verplichtingen te verbinden, in aanvulling op
                    wat reeds mogelijk is direct op grond van de Awb (zie artikel 4:37 van de Awb). </al><al>De artikelen 4:38 en 4:39 van de Awb maken het verder mogelijk om nog andere
                    verplichtingen aan een subsidie te verbinden, als de verordening daarvoor een
                    grondslag biedt. Die grondslag is in artikel 10 gegeven met betrekking tot
                    verplichtingen in het kader van het beheer en gebruik van datgene wat met de
                    subsidie tot stand is gebracht.</al><al/><al><vet>Artikel 13. Verrekening</vet></al><al>Op grond van artikel 4:93 Awb mag een vordering slechts worden verrekend met een
                    publiekrechtelijke schuld (subsidie), als dit bij wettelijk voorschrift is
                    bepaald. Daarom is in artikel 13 de mogelijkheid opgenomen tot verrekening van
                    de huur en andere privaatrechtelijke schulden met subsidievorderingen. Dit geldt
                    alleen, indien er een nauw verband bestaat tussen bijvoorbeeld de huurvordering
                    en het recht op subsidie. Met name is te denken aan de situatie waarin een
                    subsidie mede ten doel heeft de huur van een gemeentelijk gebouw te bekostigen.
                    Dit artikel sluit aan bij de systematiek van artikel 4:57 derde lid Awb, dat het
                    verrekenen van subsidiebedragen onderling ook slechts toelaat als er een nauw
                    verband is tussen die bedragen en deze strekken ten behoeve van dezelfde
                    activiteiten. </al><al/><al><vet>Artikel 14. Eindverantwoording subsidies tot en met € 5.000 </vet></al><al>Kenmerkend voor subsidies tot en met € 5.000 is dat deze op basis van vertrouwen
                    worden verleend; er wordt niet meer standaard om verantwoording gevraagd. In
                    plaats daarvan geldt een actieve meldingsplicht voor de subsidie-ontvanger bij
                    niet nakoming van de voorwaarden (zie artikel 9). Achteraf kan een
                    risicogeoriënteerde controle plaatsvinden bij de subsidie-ontvanger.</al><al>Verder wordt het voorschot in één termijn (lump sum) verstrekt en hoeft de
                    subsidie-ontvanger geen aanvraag voor subsidievaststelling (verantwoording) in
                    te dienen. Hierdoor kunnen de lasten voor zowel de subsidieaanvrager als de
                    subsidieverstrekker worden bespaard.</al><al>In het geval van verlening, gevolgd door vaststelling (eerste lid), wordt in de
                    subsidiebeschikking vermeld wanneer de gesubsidieerde activiteiten moeten zijn
                    verricht. De subsidie wordt vervolgens, binnen een nader bepaalde termijn
                    vastgesteld door de subsidieverstrekker. In het tweede lid is een afwijkende
                    termijn opgenomen voor situaties waarin speciale rapportageverplichtingen worden
                    opgelegd. </al><al/><al><vet>Artikel 15. Eindverantwoording subsidies tot en met € 5.000 en €
                        50.000</vet></al><al>In dit artikel is bepaald op welke wijze subsidie-ontvangers subsidie tussen €
                    5.000 en € 50.000 aan het college dienen te verantwoorden; er dient een aanvraag
                    tot vaststelling ingediend te worden (eerste lid), deze bevat een inhoudelijk
                    verslag waaruit blijkt in hoeverre de gesubsidieerde activiteiten zijn verricht
                    (tweede lid). Ingevolge artikel 8 wordt de wijze van verantwoording al bij het
                    besluit tot verlening van de subsidie aan de subsidie-ontvanger bekend
                    gemaakt.</al><al>Met betrekking tot het inhoudelijk verslag kan vooraf bij de subsidieverlening
                    al zijn aangegeven op welke manieren het aantonen kan plaatsvinden. Er kunnen
                    daarbij verschillende instrumenten worden gebruikt, zoals bestuurs- en
                    activiteitenverslagen, een managementverklaring, een deskundigenverklaring of
                    andere bewijsstukken (bijvoorbeeld een publicatie), enz. Het verslag kan ook
                    bestaan uit een algemeen jaarverslag van een rechtspersoon. Het gaat er om dat
                    duidelijk is dat de verkregen subsidie is aangewend voor het doel waarvoor de
                    subsidie werd verstrekt. Voorts kan het college, overeenkomstig het derde lid,
                    in een uitvoeringsregeling aangeven andere bewijsmiddelen te verlangen dan een
                    inhoudelijk verslag.</al><al/><al><vet>Artikel 16. Einverantwoording subsidies van meer dan € 50.000</vet></al><al>Bij subsidies vanaf € 50.000 wordt uitgegaan van de traditionele afrekening van
                    subsidies; op basis van gerealiseerde kosten en baten. De vaststelling van de
                    subsidie vindt plaats op basis van uitgevoerde activiteiten en gerealiseerde
                    kosten. Het derde lid biedt de basis om in een subsidieregeling te bepalen dat
                    er ook andere, waaronder minder, gegevens gevraagd worden.</al><al/><al><vet>Artikel 17. Subsidievaststelling</vet></al><al>Het eerste lid bevat -overeenkomstig artikel 4:13 van de Awb- de termijn
                    waarbinnen de beschikking gegeven dient te worden. Het merendeel van de
                    aanvragen zal binnen deze beslistermijn kunnen worden afgehandeld. Meer
                    ingewikkelde aanvragen vergen soms meer tijd. De verdaging van de beslistermijn
                    -voor de duur van ten hoogste een nader bepaalde termijn- biedt dan uitkomst.
                    Een besluit tot verdaging is appellabel.</al><al/><al><vet>Artikel 18. Berekening van uurtarieven, uniforme kostenbegrippen</vet></al><al>Dit artikel schrijft voor dat als het college bij de bepaling van de
                    subsidiabele kosten gebruik maakt van uurtarieven, de berekeningswijze hiervan
                    en de voorgeschreven definities in een uitvoeringsregeling of bij de
                    subsidieverlening vastgelegd dienen te worden. Bij subsidies waarop een Europees
                    steunkader van toepassing is, is het college hierin beperkt tot tarieven en
                    kostenbegrippen die voldoen aan de eisen van het toepasselijke steunkader.</al><al/><al><vet>Artikel 19. Subsidieregister</vet></al><al>Het college maakt jaarlijks via een subsidieregister bekend welke subsidies zij
                    op basis van deze verordening heeft verstrekt. Het subsidieregister wordt
                    gepubliceerd op de gemeentelijke website www.zuidplas.nl, op de plek waar ook
                    overige zaken met betrekking tot subsidie worden geplaatst.</al><al/><al><vet>Artikel 20. Hardheidsclausule</vet></al><al>In de hardheidsclausule is aangegeven op welke onderdelen van de regeling deze
                    clausule van toepassing is. De te treffen voorziening, die niet in de
                    verordening is voorzien, dient altijd binnen de doelstellingen van de subsidie
                    te passen</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>