<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR400413_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Reglement van Orde voor de vergadering van het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling DCMR Milieudienst Rijnmond</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:RegionaalSamenwerkingsorgaan">DCMR Milieudienst Rijnmond</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-11-14</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Provincie">Zuid-Holland</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Albrandswaard</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Barendrecht</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Brielle</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Capelle aan den IJssel</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Goeree-Overflakkee</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hellevoetsluis</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Krimpen aan den IJssel</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Lansingerland</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Maassluis</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Nissewaard</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ridderkerk</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Rotterdam</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Schiedam</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Westvoorne</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Reglement van orde voor de vergaderingen van het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling DCMR Milieudienst Rijnmond 2011</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="http://www.dcmr.nl/binaries/content/assets/bestanden/over-de-dcmr/organisatie/regelgeving/gemeenschappelijke-regeling-dcmr-milieudienst-rijnmond-20e-wijziging-2014.pdf">Gemeenschappelijke regeling DCMR</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanRegionaalSamenwerkingsorgaan">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2011-06-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2011-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Onbekend</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule> Reglement van Orde voor de vergadering van het algemeen bestuur van de
            gemeenschappelijke regeling DCMR Milieudienst Rijnmond 2011</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het algemeen bestuur van de DCMR Milieudienst Rijnmond; </al><al>gelezen het advies van het dagelijks bestuur van 26 mei 2011;</al><al>gelet op artikel 7, tweede lid, van de gemeenschappelijke regeling tot
                        instandhouding van de DCMR Milieudienst Rijnmond (versie na 19e
                        wijziging);</al><al>besluit vast te stellen de volgende regeling:</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1,</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel 1. Beqripsomschrijvinqen</label></kop><al>In dit reglement wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>wet: de Wet gemeenschappelijke regelingen.</al></li><li nr="b."><al>regeling: gemeenschappelijke regeling tot instandhouding en
                                    beheer van de DCMR Milieudienst Rijnmond;</al></li><li nr="c."><al>voorzitter: de voorzitter van het algemeen bestuur of diens
                                    plaatsvervanger;</al></li><li nr="d."><al>lid of leden: lid of leden van het algemeen bestuur van de DCMR
                                    Milieudienst Rijnmond.</al></li><li nr="e."><al>amendement voorstel tot wijziging van een ontwerp-verordening of
                                    ontwerp-beslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te
                                    worden opgenomen;</al></li><li nr="f."><al>subamendement; voorstel tot wijziging van een aanhangig
                                    amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen
                                    in het amendement, waarop het betrekking heeft;</al></li><li nr="g."><al>motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp
                                    waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;</al></li><li nr="h."><al>voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de
                                    vergadering;</al></li><li nr="i."><al>initiatiefvoorstel: een voorstel voor een verordening of een
                                    ander voorstel.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2. De voorzitter</nr><titel/></kop><al>De voorzitter is belast met:</al><al>a. het leiden van de vergadering;</al><al>b. het handhaven van de orde;</al><al>c. het doen naleven van het reglement van orde;</al><al>d. hetgeen de Wet, de regeling of dit reglement hem verder
                            opdraagt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3. De secretaris</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De secretaris is in elke vergadering van het algemeen bestuur
                                    aanwezig.</al></li><li nr="2."><al>Bij verhindering of afwezigheid wordt de secretaris vervangen
                                    door een door het dagelijks bestuur daartoe aangewezen
                                    plaatsvervangend secretaris.</al></li><li nr="3."><al>De secretaris kan, indien daartoe door de voorzitter
                                    uitgenodigd, aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement
                                    deelnemen.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2.</nr><titel>Vergaderingen</titel></kop><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>1.</nr><titel>Tijdstip van vergaderen; voorbereidingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel 4. Vergaderfreguentie</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Het algemeen bestuur vergadert tenminste twee keer per jaar
                                        en verder zo dikwijls als het algemeen bestuur daartoe
                                        besloten heeft. Voorts vergadert het algemeen bestuur indien
                                        de voorzitter het nodig oordeelt of indien ten minste een
                                        vijfde van het aantal leden waaruit het algemeen bestuur
                                        bestaat schriftelijk, met opgaaf van redenen, daarom
                                        verzoekt.</al></li><li nr="2."><al>De secretaris stelt voor de aanvang van elk kalenderjaar een
                                        schema op voor de in dat jaar te houden vergaderingen. Dit
                                        schema wordt tijdig ter kennis gebracht van de leden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5. Oproep</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter zendt ten minste 7 dagen voor een vergadering
                                        de leden een schriftelijke oproep onder vermelding van dag,
                                        tijdstip en plaats van de vergadering.</al></li><li nr="2."><al>De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met
                                        uitzondering van de in artikel 32 van dit reglement bedoelde
                                        stukken, worden tegelijkertijd met de schriftelijke oproep
                                        aan de leden verzonden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6. Agenda</label></kop><lijst><li nr="1."><al>In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden
                                        van de schriftelijke oproep tot uiteriijk 48 uur voor de
                                        aanvang van een vergadering een aanvullende agenda
                                        opstellen. Deze wordt met de daarbij behorende stukken aan
                                        de leden verzonden, en openbaar gemaakt.</al></li><li nr="2."><al>Bij aanvang van de vergadering stelt het algemeen bestuur de
                                        agenda vast Op voorstel van een lid van het algemeen bestuur
                                        of de voorzitter kan het algemeen bestuur bij de
                                        vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda
                                        toevoegen of van de agenda afvoeren.</al></li><li nr="3."><al>Op voorstel van een lid of van de voorzitter kan het
                                        algemeen bestuur de volgorde van behandeling van de
                                        agendapunten wijzigen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 7. Ter inzage leggen van stukken</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of
                                        voorstellen op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het
                                        verzenden van de schriftelijke oproep voor een ieder op het
                                        kantoor van de DCMR ter inzage gelegd. Indien na het
                                        verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage
                                        worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden
                                        en zo mogelijk in een openbare kennisgeving.</al></li><li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kunnen stukken
                                        ook op elektronische wijze aan een ieder ter beschikking
                                        worden gesteld.</al></li><li nr="3."><al>Indien omtrent stukken op grond van artikel 32 van dit
                                        reglement geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in
                                        afwijking van het eerste lid, onder berusting van de
                                        secretaris en verleent de secretaris de leden inzage.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 8. Openbare kennisgeving</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergadering wordt door aankondiging in de plaatselijke
                                        huis-aan-huisbladen in de regio Rijnmond en op de website
                                        van de DCMR Milieudienst Rijnmond openbaar gemaakt.</al></li><li nr="2."><al>De openbare kennisgeving vermeldt:</al><lijst><li nr="a."><al>de datum, aanvangstijd en plaats, alsmede de
                                                vooriopige agenda van de vergadering;</al></li><li nr="b."><al>de wijze waarop en de plaats waar een ieder de bij
                                                de vergadering behorende stukken kan inzien.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De vooriopige agenda en de daarbij behorende stukken worden,
                                        indien elektronisch beschikbaar, op de website van de DCMR
                                        Milieudienst Rijnmond geplaatst.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>2.</nr><titel>Orde der vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel 9. Presentieliist</label></kop><al>Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid van het algemeen
                                bestuur de presentielijst Aan het einde van elke vergadering wordt
                                die lijst door de voorzitter en de secretaris door ondertekening
                                vastgesteld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 10. Opening vergadering: guorum</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur
                                        indien meer dan de helft van het ingevolge de regeling
                                        zitting hebbende leden blijkens de presentielijst aanwezig
                                        is.</al></li><li nr="2."><al>Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het
                                        vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter, na
                                        voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur van
                                        de volgende vergadering. Deze vergadering kan niet eerder
                                        plaats vinden dan tenminste 24 uur na het bezorgen van de
                                        oproeping.</al></li><li nr="3."><al>Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste
                                        lid niet van toepassing. Het algemeen bestuur kan echter
                                        over andere aangelegenheden dan die waarvoor de ingevolge
                                        het eerste lid niet geopende vergadering was belegd alleen
                                        beraadslagen of besluiten, indien blijkens de presentielijst
                                        meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden
                                        tegenwoordig is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 11. Verslag</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De secretaris draagt zorg voor het bijhouden van een
                                        presentielijst en een kort verslag van de vergadering. Het
                                        verslag is tevens de besluitenlijst.</al></li><li nr="2."><al>Het concept-verslag van de voorgaande vergadering wordt
                                        binnen twee weken toegezonden aan de leden. Het
                                        concept-verslag wordt gelijktijdig aan de overige personen
                                        die het woord hebben gevoerd, toegezonden.</al></li><li nr="3."><al>Het concept-verslag bevat tenminste:</al><lijst><li nr="a."><al>de namen van de voorzitter, de secretaris en de ter
                                                vergadering aanwezige leden, alsmede van de leden
                                                die afwezig waren en overige personen die het woord
                                                gevoerd hebben;</al></li><li nr="b."><al>een vermelding van de zaken die aan de orde zijn
                                                geweest;</al></li><li nr="c."><al>een zakelijke samenvatting van het gesprokene met
                                                vermelding van de namen van de aanwezigen die het
                                                woord voerden;</al></li><li nr="d."><al>een overzicht van het verioop van elke stemming, met
                                                vermelding bij hoofdelijke stemming van de namen van
                                                de leden die voor of tegen stemden, onder
                                                aantekening van de namen van de leden die zich
                                                overeenkomstig de wet van stemming hebben onthouden
                                                of zich bij het uitbrengen van hun stem hebben
                                                vergist;</al></li><li nr="e."><al>de tekst van de ter vergadering ingediende
                                                initiatiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties,
                                                amendementen en subamendementen;</al></li><li nr="f."><al>bij het desbetreffende agendapunt de naam en de
                                                hoedanigheid van die personen aan wie door het
                                                algemeen bestuur is toegestaan deel te nemen aan de
                                                beraadslagingen.</al></li><li nr="g."><al>de genomen besluiten.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Het verslag wordt in de eerstvolgende vergadering
                                        vastgesteld, waarna deze door de voorzitter en de secretaris
                                        wordt ondertekend.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 12. Ingekomen stukken</label></kop><al>Bij het algemeen bestuur ingekomen stukken, waaronder schriftelijke
                                mededelingen van het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur,
                                worden op een lijst geplaatst. Deze lijst wordt aan de leden
                                toegezonden en ter inzage gelegd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 13. Aantal spreektermiinen</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in
                                        ten hoogste twee termijnen, tenzij het algemeen bestuur
                                        anders beslist.</al></li><li nr="2."><al>Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.</al></li><li nr="3."><al>Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord
                                        voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel.</al></li><li nr="4."><al>Het derde lid is niet van toepassing op;</al><lijst><li nr="a."><al>de rapporteur van een commissie;</al></li><li nr="b."><al>het lid dat een (sub)amendement, een motie of een
                                                initiatiefvoorstel heeft ingediend, voor wat betreft
                                                dat amendement, die motie of dat voorstel.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde
                                        onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet
                                        meegerekend het spreken over een voorstel van orde.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 14. Handhaving orde: schorsing</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Een spreker mag in zijn betoog niet worden gestoord,
                                        tenzij:</al><lijst><li nr="a."><al>de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het in acht
                                                nemen van dit reglement te herinneren;</al></li><li nr="b."><al>een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen
                                                dat de spreker zonder verdere interrupties zijn
                                                betoog zal afronden.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Indien een spreker zich in beledigende of onbetamelijke
                                        uitdrukkingen uitlaat, afwijkt van het in behandeling zijnde
                                        onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert,
                                        dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de
                                        voorzitter tot de orde geroepen. Indien de betreffende
                                        spreker, hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem
                                        gedurende de vergadering waarin zulks plaats heeft over het
                                        aanhangige onderwerp het woord ontzeggen.</al></li><li nr="3."><al>De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering
                                        voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de
                                        heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering
                                        sluiten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 15. Beraadslaging</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Het algemeen bestuur kan op voorstel van de voorzitter of
                                        een lid beslissen over één of meer onderdelen van een
                                        onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen.</al></li><li nr="2."><al>Op verzoek van een lid of op voorstel van de voorzitter kan
                                        het algemeen bestuur besluiten de beraadslaging voor een
                                        door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het dagelijks
                                        bestuur de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad.
                                        De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode
                                        verstreken is.</al></li><li nr="3."><al>Het algemeen bestuur kan bepalen dat anderen dan de in de
                                        vergadering aanwezige leden en de secretaris, deelnemen aan
                                        de beraadslaging.</al></li><li nr="4."><al>Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter
                                        of één der leden genomen alvorens met de beraadslaging ten
                                        aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang
                                        wordt genomen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 16. Stemverklaring</label></kop><al>Na het sluiten van de beraadslaging en voordat het algemeen bestuur
                                tot stemming overgaat, heeft ieder lid het recht zijn stemgedrag te
                                motiveren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 17. Beslissing</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Wanneer de voorzitter vaststelt dat een onderwerp of
                                        voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de
                                        beraadslaging, tenzij het algemeen bestuur anders
                                        beslist.</al></li><li nr="2."><al>Nadat de beraadslaging is gesloten vindt, na een stemming
                                        over eventuele amendementen, de stemming plaats over het
                                        voorstel, zoals het dan luidt, in zijn geheel tenzij geen
                                        stemming wordt gevraagd.</al></li><li nr="3."><al>Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel
                                        plaatsvindt, formuleert de voorzitter het voorstel over de
                                        te nemen eindbeslissing.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Paragraaf</label><nr>3.</nr><titel>Procedures bij stemmingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel 18. Algemene bepalingen overstemming</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter vraagt of stemming wordt veriangd. Indien geen
                                        stemming wordt gevraagd en ook de voorzitter dit niet
                                        verlangt, stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder
                                        hoofdelijke stemming is aangenomen.</al></li><li nr="2."><al>In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in het
                                        verslag vragen, dat zij geacht willen worden te hebben
                                        tegengestemd of zich van medestemmen dienden te onthouden in
                                        een aangelegenheid die het lid rechtstreeks of middellijk
                                        persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is
                                        betrokken.</al></li><li nr="3."><al>Indien door een of meer leden stemming wordt gevraagd, doet
                                        de voorzitter daarvan mededeling.</al></li><li nr="4."><al>De voorzitter of de secretaris roept de leden bij naam op
                                        hun stem uit te brengen.</al></li><li nr="5."><al>Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig
                                        lid dat zich niet van deelneming aan de stemming op grond
                                        van de Wet moet onthouden verplicht zijn stem uit te
                                        brengen.</al></li><li nr="6."><al>De leden brengen hun stem uit door het woord 'voor' of
                                        'tegen' uit te spreken, zonder enige toevoeging.</al></li><li nr="7."><al>Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist,
                                        dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het
                                        volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing
                                        pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de
                                        stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij
                                        zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit
                                        echter geen verandering.</al></li><li nr="8."><al>De voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming
                                        mede, met vermelding van het aantal voor en tegen
                                        uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van
                                        het genomen besluit.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 19. Stemming over amendementen en moties</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien een amendement op een aanhangig voorstel is
                                        ingediend, wordt eerst over dat amendement gestemd.</al></li><li nr="2."><al>Indien op een amendement een subamendement is ingediend,
                                        wordt eerst over het subamendement gestemd en vervolgens
                                        over het amendement</al></li><li nr="3."><al>Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een
                                        aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de voorzitter de
                                        volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt
                                        de regel, dat het meest verstrekkende amendement of
                                        subamendement het eerst in stemming wordt gebracht.</al></li><li nr="4."><al>Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is
                                        ingediend, wordt eerst over het voorstel gestemd en
                                        vervolgens over de motie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 20. Stemming over personen</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Wanneer een stemming over personen voor het doen van een
                                        voordracht of het opstellen van een voordracht of
                                        aanbeveling moet plaatshebben, benoemt de voorzitter drie
                                        leden tot stembureau.</al></li><li nr="2."><al>leder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet van
                                        stemming dient te onthouden vanwege een aangelegenheid die
                                        hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of
                                        waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken is verplicht
                                        een stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen
                                        identiek te zijn.</al></li><li nr="3."><al>Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te
                                        benoemen, voor te dragen of aan te bevelen. Het algemeen
                                        bestuur kan op voorstel van de voorzitter beslissen dat
                                        bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje.</al></li><li nr="4."><al>Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde
                                        stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge
                                        het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren.
                                        Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes
                                        vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe
                                        stemming gehouden.</al></li><li nr="5."><al>Voor het tot stand komen van een beslissing bij stemming
                                        wordt de volstrekte meerderheid vereist van hen die een stem
                                        hebben uitgebracht. De leden die geen behooriijk stembriefje
                                        hebben ingeleverd, worden geacht geen stem te hebben
                                        uitgebracht.</al></li><li nr="6."><al>In geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje
                                        beslist het algemeen bestuur, op voorstel van de
                                        voorzitter.</al></li><li nr="7."><al>er de zorg van de secretaris worden de stembriefjes
                                        onmiddellijk na vaststelling van de uitslag vernietigd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 21. Herstemming over personen</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte
                                        meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming
                                        overgegaan.</al></li><li nr="2."><al>Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de
                                        volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde
                                        stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede
                                        stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd. Zijn bij
                                        de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee
                                        personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming
                                        uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal
                                        plaatshebben.</al></li><li nr="3."><al>Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de
                                        stemmen staken, beslist terstond het lot.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 22. Beslissinq door het lot</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen
                                        tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de
                                        voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes
                                        geschreven.</al></li><li nr="2."><al>Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn
                                        gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal
                                        gedeponeerd en omgeschud.</al></li><li nr="3."><al>Vervolgens neemt de voorzitter een van de briefjes uit de
                                        stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is
                                        gekozen.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3.</nr><titel>Rechten van leden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel 23. Amendementen</label></kop><lijst><li nr="1."><al>leder lid kan tot het sluiten van de beraadslagingen
                                    amendementen indienen. Een amendement kan het voorstel inhouden
                                    om een geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te
                                    splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal
                                    plaatsvinden. Er kan alleen beraadslaagd worden over
                                    amendementen die ingediend zijn door leden die de presentielijst
                                    getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn.</al></li><li nr="2."><al>leder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het
                                    amendement dat door een lid is ingediend, een wijziging voor te
                                    stellen (subamendement).</al></li><li nr="3."><al>Elk amendement of subamendement en elk voorstel moet om in
                                    behandeling genomen te kunnen worden schriftelijk bij de
                                    voorzitter worden ingediend, tenzij de voorzitter - met het oog
                                    op het eenvoudige karakter van het voorgestelde -oordeelt dat
                                    met een mondelinge indiening kan worden volstaan.</al></li><li nr="4."><al>Intrekking, door de indiener(s), van het amendement of
                                    subamendement is mogelijk, totdat de besluitvorming door het
                                    algemeen bestuur heeft plaatsgevonden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 24. Moties</label></kop><lijst><li nr="1."><al>leder lid kan ter vergadering een motie indienen.</al></li><li nr="2."><al>Een motie moet om in behandeling genomen te kunnen worden
                                    schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend.</al></li><li nr="3."><al>De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of
                                    voorstel vindt tegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp
                                    of voorstel plaats.</al></li><li nr="4."><al>De behandeling van een motie over een niet op de agenda
                                    opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda
                                    voorkomende onderwerpen zijn behandeld.</al></li><li nr="5."><al>Intrekking, door de indiener(s), van de motie is mogelijk totdat
                                    de besluitvorming door het algemeen bestuur heeft
                                    plaatsgevonden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 25. Voorstellen van orde</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De voorzitter en ieder lid van het algemeen bestuur kunnen
                                    tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat
                                    kort kan worden toegelicht.</al></li><li nr="2."><al>Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering
                                    betreffen.</al></li><li nr="3."><al>Over een voorstel van orde beslist het algemeen bestuur
                                    terstond.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26 </nr><titel>Interpellatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een initiatiefvoorstel moet om in behandeling genomen te kunnen
                                worden schriftelijk bij de voorzitter worden ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter plaatst het voorstel op de agenda van de eerstvolgende
                                vergadering, tenzij de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden
                                is. In dit laatste geval wordt het voorstel op de agenda van de
                                daaropvolgende vergadering geplaatst. Bij vaststelling van de agenda
                                wordt het initiatiefvoorstel in stemming gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De behandeling van het voorstel vindt plaats nadat alle op de agenda
                                voorkomende voorstellen en onderwerpen zijn behandeld, tenzij het
                                algemeen bestuur oordeelt dat</al><al>a. het voorstel met het oog op de orde van de vergadering tezamen
                                met een ander geagendeerd</al><al>voorstel of onderwerp dient te worden behandeld;</al><al>c. het voorstel voor advies naar het dagelijks bestuur dient te
                                worden gezonden. In dit geval bepaalt het algemeen bestuur in welke
                                vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het algemeen bestuur kan voorwaarden stellen aan de indiening en
                                behandeling van een voorstel, niet zijnde een voorstel voor een
                                verordening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel 27. Interpellatie</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt,
                                    behoudens in naar het oordeel van de voorzitter spoedeisende
                                    gevallen, ten minste 48 uur voor de aanvang van de vergadering
                                    schriftelijk bij de voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een
                                    duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen
                                    worden verlangd alsmede de te stellen vragen.</al></li><li nr="2."><al>De voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig
                                    mogelijk ter kennis van de overige leden. Bij de vaststelling
                                    van de agenda van de eerstvolgende vergadering na indiening van
                                    het verzoek wordt het verzoek in stemming gebracht. Het algemeen
                                    bestuur bepaalt op welk tijdstip tijdens de vergadering de
                                    interpellatie zal worden gehouden.</al></li><li nr="3."><al>De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de
                                    overige leden niet meer dan eenmaal, tenzij het algemeen bestuur
                                    hen hiertoe verlof geeft.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 28. Schriftelijke vragen</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De
                                    vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen
                                    wordt aangegeven, of schriftelijke of mondelinge beantwoording
                                    wordt verlangd. Vragen die niet voldoen aan het hiervoor
                                    gestelde worden per omgaande aan de indiener teruggestuurd.</al></li><li nr="2."><al>De vragen worden bij de voorzitter ingediend. Deze draagt er
                                    zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de
                                    overige leden worden gebracht.</al></li><li nr="3."><al>Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in
                                    ieder geval binnen dertig dagen nadat de vragen zijn
                                    binnengekomen. Mondelinge beantwoording vindt plaats in de
                                    eerstvolgende vergadering van het algemeen bestuur. Indien
                                    beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, stelt
                                    de secretaris de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis,
                                    waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording
                                    zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een
                                    antwoord.</al></li><li nr="4."><al>De antwoorden van het dagelijks bestuur worden aan de leden
                                    toegezonden.</al></li><li nr="5."><al>De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de
                                    eerstvolgende vergadering van het algemeen bestuur en bij
                                    mondelinge beantwoording in dezelfde vergadering, na de
                                    behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen nadere
                                    inlichtingen vragen omtrent het door het dagelijks bestuur
                                    gegeven antwoord, tenzij het algemeen bestuur anders
                                    beslist.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 29. Schriftelijke vragen raads- en statenleden</label></kop><lijst><li nr="1."><al>leder lid van de raad van een aan de regeling deelnemende
                                    gemeente dan wel van provinciale staten van Zuid-Holland kan aan
                                    het algemeen bestuur schriftelijk vragen stellen.</al></li><li nr="2."><al>De vragen moeten kort en duidelijk worden geformuleerd. Zij
                                    moeten bij de voorzitter worden ingediend.</al></li><li nr="3."><al>Tenzij het algemeen bestuur in verband met het algemeen belang
                                    bezwaar heeft tegen vorm of inhoud van de vragen, brengt de
                                    voorzitter deze zo spoedig mogelijk ter kennis van alle raden
                                    van de aan de regeling deelnemende gemeenten en aan provinciale
                                    staten van Zuid-Holland.</al></li><li nr="4."><al>Het algemeen bestuur beantwoordt de vragen zo spoedig mogelijk,
                                    doch in elk geval binnen twee maanden, nadat de vragen de
                                    voorzitter hebben bereikt De antwoorden worden door de
                                    voorzitter zo spoedig mogelijk schriftelijk aan de raden van de
                                    aan de regeling deelnemende gemeenten en aan provinciale staten
                                    van Zuid-Holland medegedeeld. Bij de antwoorden worden de vragen
                                    opnieuw vermeld.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 30. Inlichtingen</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien een lid van het algemeen bestuur over een onderwerp
                                    inlichtingen veriangt over het door het dagelijks bestuur dan
                                    wel de voorzitter gevoerde bestuur, wordt een verzoek daartoe
                                    ingediend bij het dagelijks bestuur dan wel de voorzitter.</al></li><li nr="2."><al>De secretaris draagt er zorg voor dat de overige leden een
                                    afschrift van dit verzoek krijgen.</al></li><li nr="3."><al>De verlangde inlichtingen worden mondeling of schriftelijk in de
                                    eerstvolgende of in de daarop volgende vergadering gegeven.</al></li><li nr="4."><al>De gestelde vragen en het antwoord vormen een agendapunt voor de
                                    vergadering, waarin de antwoorden zullen worden gegeven.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4.</nr><titel>Besloten vergadering</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel 31. Algemeen</label></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergaderingen van het algemeen bestuur zijn openbaar.</al></li><li nr="2."><al>Wanneer de voorzitter het nodig acht of een vijfde van het
                                    aantal leden dat de presentielijst heeft ondertekend daarom
                                    verzoekt, worden de deuren gesloten, waarna het algemeen bestuur
                                    bepaalt, of met gesloten deuren zal worden beraadslaagd en
                                    besloten.</al></li><li nr="3."><al>Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement
                                    van overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet
                                    strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 32. Geheimhouding</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Het algemeen bestuur kan in een besloten vergadering, op grond
                                    van de belangen, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid
                                    van bestuur, omtrent hetgeen in een besloten vergadering is
                                    behandeld en besloten en omtrent de inhoud van de stukken, die
                                    aan de vergadering worden overgelegd, geheimhouding opleggen.
                                    Deze wordt zowel door de leden, die bij de behandeling
                                    tegenwoordig waren, als door de leden, die op andere wijze van
                                    het behandelde en van de stukken kennis nemen, in acht genomen,
                                    totdat het algemeen bestuur haar opheft.</al></li><li nr="2."><al>Op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet
                                    openbaarheid van bestuur kan de geheimhouding eveneens worden
                                    opgelegd door het dagelijks bestuur en de voorzitter van het
                                    lichaam en door een commissie, ieder ten aanzien van stukken die
                                    zij aan het algemeen bestuur of aan de leden van het algemeen
                                    bestuur overleggen. Daarvan wordt op de stukken melding
                                    gedaan.</al></li><li nr="3."><al>De krachtens het tweede lid aan het algemeen bestuur opgelegde
                                    verplichting tot geheimhouding vervalt, indien de oplegging niet
                                    door het algemeen bestuur in zijn eerstvolgende vergadering, die
                                    blijkens de presentielijst door meer dan de helft van het aantal
                                    zitting hebbende leden, tezamen vertegenwoordigend meer dan de
                                    helft van het aantal stemmen, is bezocht, wordt
                                    bekrachtigd.</al></li><li nr="4."><al>De krachtens het tweede lid aan leden opgelegde verplichting tot
                                    geheimhouding wordt door hen in acht genomen totdat het orgaan,
                                    dat de verplichting heeft opgelegd, dan wel, indien het
                                    onderwerp waaromtrent geheimhouding is opgelegd aan het algemeen
                                    bestuur is voorgelegd, totdat het algemeen bestuur haar opheft.
                                    Het algemeen bestuur kan deze beslissing alleen nemen in een
                                    vergadering die blijkens de presentielijst door meer dan de
                                    helft van het aantal zitting hebbende leden, tezamen
                                    vertegenwoordigend meer dan de helft van het aantal stemmen, is
                                    bezocht.</al></li><li nr="2."><al>De geheimhouding dient in acht te worden genomen door een ieder
                                    die bij de vergadering aanwezig is en door een ieder die op een
                                    andere wijze kennis heeft van de stukken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 33. Opheffing geheimhouding</label></kop><al>Indien het algemeen bestuur voornemens is de geheimhouding op te heffen
                            wordt, indien daarom wordt verzocht door het orgaan dat geheimhouding
                            heeft opgelegd, in een besloten vergadering met het desbetreffende
                            orgaan overleg gevoerd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 34. Verslag</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Het verslag van een besloten vergadering wordt niet verspreid,
                                    maar ligt uitsluitend voor de leden ter inzage.</al></li><li nr="2."><al>Het verslag wordt zo spoedig mogelijk in een besloten
                                    vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze
                                    vergadering neemt het algemeen bestuur een besluit over het al
                                    dan niet openbaar maken van dit verslag. Het vastgestelde
                                    verslag wordt door de voorzitter en de secretaris
                                    ondertekend.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5.</nr><titel>Toehoorders en pers</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel 35. Toehoorders en pers</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend
                                    op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen
                                    bijwonen.</al></li><li nr="2."><al>Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere
                                    wijze verstoren van de orde is verboden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 36. Geluid- en beeldregistraties</label></kop><al>Degenen die in de vergaderzaal tijdens een openbare vergadering geluid-
                            dan wel beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de
                            voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Deze aanwijzingen
                            kunnen niet zover gaan dat zij de vrijheid van pers aantasten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 37. Verbod gebruik mobiele telefoons</label></kop><al>In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de
                            vergadering gebruik van mobiele telefoons of andere
                            communicatiemiddelen, dat inbreuk kan maken op de orde van de
                            vergadering, zonder toestemming van de voorzitter, niet toegestaan.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel 38. Uitleg reglement</label></kop><al>In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent
                            de toepassing van het reglement, beslist het algemeen bestuur op
                            voorstel van de voorzitter.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 39: Citeertitel</label></kop><al>Dit reglement kan worden aangehaald als Reglement van orde voor de
                            vergaderingen van het algemeen bestuur DCMR Milieudienst Rijnmond
                            2011.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 40. Inwerkingtreding</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Het Reglement van Orde voor de vergaderingen van het algemeen
                                    bestuur van de gemeenschappelijke regeling DCMR Milieudienst
                                    Rijnmond van 1 februari 1994wordt ingetrokken.</al></li><li nr="2."><al>Dit Reglement treedt in werking op 1 juli 2011.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van 30 juni 2011. Het algemeen
                        bestuur voornoemd.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De voorzitter,</ondertekening><ondertekening>R.A. Janssen</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Secretaris,</ondertekening><ondertekening>J.H. van den Heuvel</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>