<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR399817_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Besluit jeugdhulp gemeente Castricum 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Castricum</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-10-10</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Castricum</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://www.officielebekendmakingen.nl/gmb-2016-31992.html">gmb-2016-31992</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Besluit jeugdhulp gemeente Castricum 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.1:CVDR366045_1">Verordening jeugdhulp gemeente Castricum 2015, artt. 2 lid 3, 4, 5 leden 3 en 4 en 12 lid 4</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">college van burgemeester en wethouders</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-03-08</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-03-17</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2016-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-06-20</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Besluit jeugdhulp gemeente Castricum 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Castricum,</al><al>gelet op de <extref doc="1.1:CVDR366045_1" struct="CVDR">artikelen 2 lid 3,
                            4, 5 leden 3 en 4 en 12 lid 4 van de verordening jeugdhulp gemeente
                            Castricum 2015</extref> (hierna: verordening) waarin de gemeenteraad de
                        bevoegdheid om nadere regels te stellen heeft gedelegeerd aan het
                        college,</al><al>besluit vast te stellen de volgende nadere regels: </al><al><vet>Besluit jeugdhulp gemeente Castricum 2016</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Toepassingsgebied</titel></kop><al>In de <extref doc="1.1:CVDR366045_1" struct="CVDR">verordening
                                jeugdhulp</extref> heeft de gemeenteraad op onderdelen de
                            bevoegdheid om nadere regels te stellen gedelegeerd aan het college. Het
                            betreft hier het overzicht van vrij en niet vrij toegankelijke
                            voorzieningen (respectievelijk de overige en individuele voorzieningen)
                            (artikel 2 lid 3), toegang tot jeugdhulp (artikel 4), de tariefstelling
                            en voorwaarden voor het sociale netwerk van het persoonsgebonden budget
                            (pgb) (artikel 5 leden 3 en 4) en het betrekken van ingezetenen bij
                            beleid (artikel 12 lid 4).</al><al>Deze nadere regels zijn van toepassing op de onderwerpen toegang tot
                            jeugdhulp en regels voor het pgb. Deze nadere regels zijn niet van
                            toepassing op het onderwerp welke overige en individuele voorzieningen
                            beschikbaar zijn. Het college ziet op dit moment geen aanleiding om
                            aangaande dit onderwerp nadere regels te stellen. Deze nadere regels
                            zijn ook niet van toepassing op het onderwerp het betrekken van
                            ingezetenen bij beleid. Hoe ingezetenen betrokken worden bij beleid
                            wordt middels de <extref doc="1.1:CVDR396394_1" struct="CVDR">Verordening
                                Adviesraad Sociaal Domein</extref> geregeld.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al><cursief>Ouder:</cursief></al><al>een gezaghebbende ouder, adoptiefouder, stiefouder of een ander
                                    die een jeugdige als behorend tot zijn gezin verzorgt en
                                    opvoedt, niet zijnde een pleegouder.</al></li><li nr="2."><al><cursief>Jeugdige:</cursief></al><al>een persoon die: (1) de leeftijd van achttien jaar nog niet
                                    heeft bereikt; (2) de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt
                                    en ten aanzien van wie op grond van <extref doc="1.0:v:BWBR0001854&amp;artikel=77c" struct="BWB">artikel 77c van het Wetboek van Strafrecht</extref> recht
                                    is aangedaan overeenkomstig de <extref doc="1.0:v:BWBR0001854&amp;artikel=77g" struct="BWB">artikelen 77g</extref> tot en met <extref doc="1.0:v:BWBR0001854&amp;artikel=77gg" struct="BWB">77gg van het Wetboek van Strafrecht</extref>, of (3) de
                                    leeftijd van achttien jaar doch niet de leeftijd van
                                    drieëntwintig jaar heeft bereikt, en voor wie de voortzetting
                                    van de jeugdhulp die was aangevangen, of voor wie het college
                                    voor het bereiken van de leeftijd van achttien jaar heeft
                                    bepaald dat een voorziening op het gebied van jeugdhulp
                                    noodzakelijk is of voor wie, na beëindiging van jeugdhulp die
                                    was aangevangen voor het bereiken van de leeftijd van achttien
                                    jaar, binnen een termijn van een half jaar hervatting van de
                                    jeugdhulp noodzakelijk is.</al></li><li nr="3."><al><cursief>Individuele voorziening:</cursief></al><al>een op de jeugdige of zijn ouders toegesneden, niet vrij
                                    toegankelijke voorziening als bedoeld in artikel 2, lid 2 van de
                                    verordening.</al></li><li nr="4."><al><cursief>Overige voorziening:</cursief></al><al>een vrij toegankelijke voorziening als bedoeld in artikel 2, lid
                                    1 van de verordening.</al></li><li nr="5."><al><cursief>Andere voorziening:</cursief></al><al>een voorziening anders dan in het kader van de <extref doc="1.0:v:BWBR0034925" struct="BWB">jeugdwet</extref>
                                    op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke
                                    ondersteuning of werk en inkomen.</al></li><li nr="6."><al><cursief>pgb:</cursief></al><al>een persoonsgebonden budget zoals bedoeld in <extref doc="1.0:v:BWBR0034925&amp;artikel=8.1.1." struct="BWB">artikel 8.1.1. van de jeugdwet</extref>, zijnde
                                    een door het college verstrekt budget aan een jeugdige of zijn
                                    ouders, dat hen in staat stelt de jeugdhulp die tot de
                                    individuele voorziening behoort van derden te betrekken.</al></li><li nr="7."><al><cursief>Sociaal team:</cursief></al><al>een netwerk van generalisten en professionals die nauw met
                                    elkaar samenwerken om de hulpvraag van de jeugdige en/of zijn
                                    ouder(s) zo efficiënt mogelijk op te lossen. Bij een meervoudige
                                    en/of complexe vraag gebeurt dit op basis van één huishouden,
                                    één ondersteuningsplan, één regisseur. Naast de functie van
                                    poortwachter richt het sociaal team zich op de sociale cohesie
                                    in de wijk en legt contacten met relevante samenwerkingspartners
                                    waaronder de partners van het Centrum voor Jeugd en Gezin.</al></li><li nr="8."><al><cursief>Familiegroepsplan: </cursief></al><al>een hulpverleningsplan of plan van aanpak opgesteld door de
                                    ouders, samen met bloedverwanten, aanverwanten of anderen die
                                    tot de sociale omgeving van de jeugdige behoren.</al></li><li nr="9."><al><cursief>Ondersteuningsplan:</cursief></al><al>een plan dat de basis vormt voor het verlenen van jeugdhulp
                                    zoals bedoeld in <extref doc="1.0:v:BWBR0034925&amp;artikel=4.1.3" struct="BWB">artikel 4.1.3 en hoofdstuk 6 van de jeugdwet</extref>; in
                                    de jeugdwet ook wel genoemd hulpverleningsplan of plan van
                                    aanpak.</al></li><li nr="10."><al><cursief>Hulpvraag: </cursief></al><al>de behoefte van een jeugdige of zijn ouder(s) aan jeugdhulp in
                                    verband met opgroei- en opvoedproblemen, psychische problemen,
                                    stoornissen, zintuigelijke en lichamelijke beperkingen, als
                                    bedoeld in <extref doc="1.0:v:BWBR0034925&amp;artikel=2.3" struct="BWB">artikel 2.3., lid 1 van de
                                    jeugdwet</extref>.</al></li><li nr="11."><al><cursief>Melding:</cursief></al><al>het eerste contact van een jeugdige en/of zijn ouder(s) met het
                                    college, in de praktijk met een deskundige van het sociaal team,
                                    om aan te geven dat zij behoefte hebben aan jeugdhulp.</al></li><li nr="12."><al>Het gesprek: het mondeling contact bij het onderzoek naar de
                                    hulpvraag waarin het college, in de praktijk een deskundige van
                                    het sociaal team, met degene die jeugdhulp vraagt zijn gehele
                                    situatie bespreekt ten aanzien van de ondervonden problemen en
                                    de gevolgen daarvan en de gewenste resultaten van de te kiezen
                                    oplossingen.</al></li><li nr="13."><al><cursief>Plan van Aanpak pgb:</cursief></al><al>een door de jeugdige en zijn ouders op te stellen plan waarin in
                                    ieder geval wordt aangegeven welke jeugdhulp zij denken nodig te
                                    hebben, bij welke aanbieder, tegen welk tarief en met welk
                                    beoogd resultaat.</al></li><li nr="14."><al><cursief>Leefeenheid:</cursief></al><al>de personen binnen één huishouden.</al></li><li nr="15."><al><cursief>Jeugd-BPV:</cursief></al><al>Term gebruikt om producten voor jeugdigen uit de voormalige AWBZ
                                    aan te duiden, het betreft: begeleiding, persoonlijke verzorging
                                    en kortdurend verblijf.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Toegang tot jeugdhulp</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Melding</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een hulpvraag kan door of namens de jeugdige en/of zijn ouder(s) bij
                                het college worden gemeld.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college bevestigt de hulpvraag schriftelijk.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>In spoedeisende gevallen treft het college na binnenkomst van de
                                hulpvraag onverwijld een tijdelijke individuele voorziening.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De jeugdige en/of zijn ouder(s) kan zich rechtstreeks melden bij een
                                overige voorziening.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4.</nr><titel>Het gesprek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De jeugdige en/of zijn ouder(s) kunnen, indien ze dat willen, iemand
                                meenemen bij het gesprek.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De jeugdige en/of zijn ouders(s) stelt alle gegevens beschikbaar aan
                                het college die voor het gesprek nodig zijn en waarover hij
                                redelijkerwijs de beschikking kan krijgen. De jeugdige en/of zijn
                                ouder(s) verstrekt in ieder geval een identificatiedocument als
                                bedoeld in <extref doc="1.0:v:BWBR0006297&amp;artikel=1" struct="BWB">artikel 1 van de Wet op de
                                    identificatieplicht</extref> ter inzage.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college brengt de jeugdige en/of zijn ouder(s) op de hoogte van
                                de mogelijkheid een familiegroepsplan op te stellen. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college brengt de jeugdige en zijn ouders op de hoogte van de
                                mogelijkheid van een pgb en licht hen in over de gevolgen van de
                                keuzen en de voorwaarden die daaraan verbonden zijn.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college onderzoekt in een gesprek tussen deskundige(n) van het
                                sociaal team en de jeugdige en/of zijn ouder(s):</al><lijst><li nr="a."><al>de behoeften, vragen, persoonskenmerken, ontwikkeling en
                                        gezinssituatie van de jeugdige en/of zijn ouders en de
                                        hulpvraag;</al></li><li nr="b."><al>wat de jeugdige en zijn ouders zelf hebben gedaan om een
                                        antwoord op de hulpvraag te vinden; </al></li><li nr="c."><al>het vermogen van de jeugdige en of zijn ouder(s) om zelf of
                                        met ondersteuning van de naaste omgeving een antwoord op de
                                        hulpvraag te vinden;</al></li><li nr="d."><al>de mogelijkheden om met gebruikmaking van een overige
                                        voorziening een antwoord op de hulpvraag te vinden; </al></li><li nr="e."><al>de mogelijkheden om door middel van samenwerking met
                                        zorgverzekeraars en zorgaanbieders als bedoeld in de <extref doc="1.0:v:BWBR0018450" struct="BWB">Zorgverzekeringswet</extref> en met partijen op het
                                        gebied van publieke gezondheid, jeugdhulp, onderwijs,
                                        welzijn, zorg, maatschappelijke ondersteuning, wonen, werk
                                        en inkomen te komen tot een zo goed mogelijk afgestemde
                                        dienstverlening met het oog op de behoefte aan verbetering
                                        van zijn zelfredzaamheid of zijn participatie of aan
                                        beschermd wonen of opvang; </al></li><li nr="f."><al>de wijze waarop het beste invulling kan worden gegeven aan
                                        de werkwijze van één huishouden, één ondersteuningsplan en
                                        de regie hierover;</al></li><li nr="g."><al>de behoefte aan en de mogelijkheid om een individuele
                                        voorziening te verstrekken;</al></li><li nr="h."><al>hoe rekening zal worden gehouden met godsdienstige
                                        gezindheid, de levensovertuiging en de culturele achtergrond
                                        van de jeugdige en zijn ouders;</al></li><li nr="i."><al>de deskundige van het sociaal team informeert de jeugdige
                                        en/of zijn ouder(s) over de gang van zaken bij het gesprek,
                                        diens rechten en plichten en de vervolgprocedure en vraagt
                                        de jeugdige en/of zijn ouder(s) toestemming om zijn
                                        persoonsgegevens te verwerken.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Cliëntondersteuning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college zorgt ervoor dat inwoners met een hulpvraag een beroep
                                kunnen doen op kosteloze cliëntondersteuning, waarbij het belang van
                                cliënt uitgangspunt is;</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college wijst de jeugdige en/of zijn ouder(s) op de mogelijkheid
                                gebruik te maken van kosteloze cliëntondersteuning.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Het ondersteuningsplan / de aanvraag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Alle informatie die van belang is voor het beantwoorden van de
                                hulpvraag wordt vastgelegd in het ondersteuningsplan volgens een
                                vastgesteld format. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De jeugdige en/of ouders hebben het recht correcties en/of
                                aanvullingen aan te brengen op het ondersteuningsplan.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het ondersteuningsplan fungeert als basis voor de jeugdhulp aan de
                                jeugdige en/of zijn ouders.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Als de jeugdige en zijn ouders een pgb willen aanvragen voegen zij
                                aan het ondersteuningsplan een plan van aanpak pgb toe.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De aanvrager pgb is zelf primair verantwoordelijk voor de kwaliteit
                                van de geleverde ondersteuning. </al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college toetst op basis van het plan van aanpak pgb vooraf of de
                                ondersteuning voldoet aan de wettelijke kwaliteitseisen en evalueert
                                dit periodiek.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>Een getekend ondersteuningsplan is tevens een aanvraag voor een
                                individuele voorziening. Als de jeugdige jonger dan 12 jaar is
                                ondertekenen de ouder(s) de aanvraag, tussen 12 en 16 jaar
                                onderteken de jeugdige en de ouder(s) de aanvraag, vanaf 16 jaar kan
                                de jeugdige de aanvraag ondertekenen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>De beschikking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college besluit binnen redelijke termijn op de ingediende
                                aanvraag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college legt het besluit vast in een beschikking.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De jeugdige en/of zijn ouder(s) komen in aanmerking voor een
                                individuele voorziening indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de jeugdige niet op eigen kracht, of met zijn ouders of
                                        andere personen uit zijn naaste omgeving, een antwoord op
                                        zijn hulpvraag kan vinden, en;</al></li><li nr="b."><al>er geen antwoord gevonden kan worden op zijn hulpvraag door,
                                        al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een overige
                                        voorziening;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de beoordeling van aanvragen ten aanzien van begeleiding en
                                persoonlijk verzorging wordt gebruik gemaakt van het CIZ protocol
                                gebruikelijke zorg 2014.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Afstemming met andere voorzieningen</titel></kop><al>Het college stemt de behoefte aan andere voorzieningen af binnen het
                            sociaal team en zo nodig met andere (externe) expertise. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Informatie</titel></kop><al>Het college informeert de jeugdige en/of ouder(s) over de mogelijkheid
                            en het belang om beroep te doen op jeugdhulp door middel van de
                            relevante kanalen en de website van de gemeente. </al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Regels voor het pgb</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Algemene voorwaarden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college weigert een pgb als sprake is van spoedeisende
                                hulp.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de jeugdigen en hun ouders die naar de <extref doc="1.0:v:BWBR0035917" struct="BWB">Wlz</extref> zijn
                                gegaan, maar toch onder de <extref doc="1.0:v:BWBR0034925" struct="BWB">jeugdwet</extref> komen te vallen geldt het
                                overgangsrecht. Zij behouden hun pgb onder dezelfde voorwaarden als
                                die onder de <extref doc="1.0:v:BWBR0002614" struct="BWB">AWBZ</extref> voor hen golden totdat hun indicatie afloopt (tot
                                uiterlijk 31 december 2016).</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Wijze vaststelling hoogte pgb</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De wijze waarop het college de hoogte van het pgb-tarief voor
                                professionals vaststelt is als volgt:</al><lijst><li nr="a."><al>aan de hand van het plan van aanpak pgb dat door de jeugdige
                                        en zijn ouders wordt opgesteld, wordt duidelijk welk bedrag
                                        de jeugdige en zijn ouders nodig denken te hebben voor het
                                        inkopen van effectief en kwalitatief goede hulp middels een
                                        pgb;</al></li><li nr="b."><al>per product wordt de hoogte van het goedkoopst adequate
                                        ZIN-tarief bepaald.</al></li><li nr="c."><al>de hoogte van het pgb wordt vastgesteld op 75% van het
                                        goedkoopst adequate ZIN-tarief, mits dit bedrag toereikend
                                        is om effectief en kwalitatief goede hulp in te kopen.</al></li><li nr="d."><al>indien de 75% als bedoeld onder c. niet toereikend is om
                                        effectief en kwalitatief goede hulp in te kopen, kan wegens
                                        zwaarwegende redenen van dit percentage worden afgeweken tot
                                        maximaal 100% van het goedkoopst adequate ZIN-tarief.</al></li><li nr="e."><al>Indien geen vergelijkbaar ZIN-tarief bestaat om het
                                        PGB-tarief te bepalen wordt het ZIN-tarief gelijk gesteld
                                        aan het NZA-tarief minus 15%.</al></li><li nr="f."><al>Voor de producten die vallen onder de jeugd-BPV wordt
                                        aangesloten op de AWBZ-tarieven 2014 voor
                                        professionals.</al></li><li nr="g."><al>Bemiddelingskosten, administratiekosten, een
                                        feestdagenuitkering en reiskosten mogen niet betaald worden
                                        uit het pgb.</al></li><li nr="h."><al>Per cliënt geldt een verantwoordingsvrij bedrag van 50 euro
                                        per jaar.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De wijze waarop het college de hoogte van het pgb-tarief voor het
                                sociale netwerk vaststelt is als volgt:</al><lijst><li nr="a."><al>aan de hand van het plan van aanpak pgb dat door de jeugdige
                                        en zijn ouders wordt opgesteld, wordt duidelijk welk bedrag
                                        de jeugdige en zijn ouders nodig denken te hebben voor het
                                        inkopen van effectief en kwalitatief goede hulp middels een
                                        pgb;</al></li><li nr="b."><al>per product wordt de hoogte van het goedkoopst adequate
                                        ZIN-tarief bepaald;</al></li><li nr="c."><al>de maximale hoogte van het pgb wordt vastgesteld op 50% van
                                        het goedkoopst adequate ZIN-tarief.</al></li><li nr="d."><al>Voor de producten die vallen onder de jeugd-BPV wordt
                                        aangesloten op de AWBZ-tarieven 2014 voor het sociale
                                        netwerk.</al></li><li nr="f."><al>Bemiddelingskosten, administratiekosten, een
                                        feestdagenuitkering en reiskosten mogen niet betaald worden
                                        uit het pgb.</al></li><li nr="g."><al>Per cliënt geldt een verantwoordingsvrij bedrag van 50 euro
                                        per jaar.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De hoogte van het Pgb wordt vastgesteld op:</al><lijst><li nr="a."><al>Met het ZIN-tarief wordt het ZIN-tarief 2015 bedoeld.</al></li></lijst><al><vet>Jeugd BP</vet><vet>V</vet><vet> (Begeleiding, Persoonlijke Verzorging, Verblijf)</vet></al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="37*"/><colspec colname="col2" colwidth="31*"/><colspec colname="col3" colwidth="31*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Product</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Professioneel tarief</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Netwerk tarief</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Persoonlijke Verzorging</al></entry><entry colname="col2"><al>27 euro per uur</al></entry><entry colname="col3"><al>20 euro per uur</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Begeleiding Individueel</al></entry><entry colname="col2"><al>36 euro per uur</al></entry><entry colname="col3"><al>20 euro per uur</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Begeleiding Groep</al></entry><entry colname="col2"><al>Ex vervoer: 44 euro per dagdeel</al><al>Incl. vervoer: 50 euro per dagdeel</al></entry><entry colname="col3"><al>Niet mogelijk</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>(Kortdurend) Verblijf</al></entry><entry colname="col2"><al>101 euro per etmaal</al></entry><entry colname="col3"><al>30 euro per etmaal</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>AWBZ intramuraal</al></entry><entry colname="col2"><al>75% ZIN</al></entry><entry colname="col3"><al>Niet mogelijk</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>Jeugd GGZ</vet></al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="37*"/><colspec colname="col2" colwidth="31*"/><colspec colname="col3" colwidth="31*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Product</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Professioneel tarief</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Netwerk tarief</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Basis generalistische GGZ</al></entry><entry colname="col2"><al>75% ZIN </al></entry><entry colname="col3"><al>Niet mogelijk</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Specialistische GGZ</al></entry><entry colname="col2"><al>75% ZIN</al></entry><entry colname="col3"><al>Niet mogelijk</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Dyslexie </al></entry><entry colname="col2"><al>75% ZIN</al></entry><entry colname="col3"><al>Niet mogelijk</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al><vet>Jeugd &amp; Opvoedhulp</vet></al><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colwidth="37*"/><colspec colname="col2" colwidth="31*"/><colspec colname="col3" colwidth="31*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al><vet>Product</vet></al></entry><entry colname="col2"><al><vet>Professioneel tarief</vet></al></entry><entry colname="col3"><al><vet>Netwerk tarief</vet></al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Residentieel</al></entry><entry colname="col2"><al>75% ZIN</al></entry><entry colname="col3"><al>Niet mogelijk</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Pleegzorg</al></entry><entry colname="col2"><al>75% ZIN</al></entry><entry colname="col3"><al>Niet mogelijk</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>Ambulante gezinsondersteuning</al></entry><entry colname="col2"><al>75% ZIN</al></entry><entry colname="col3"><al>Niet mogelijk</al></entry></row></tbody></tgroup></table></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Voorwaarden sociale netwerk</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De persoon die de pgb-houder wil betrekken uit het sociale netwerk
                                voor het leveren van jeugdhulp moet 18 jaar of ouder zijn.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De persoon die de pgb-houder wil betrekken uit het sociale netwerk
                                heeft aangegeven dat de jeugdhulp aan de belanghebbende voor hem
                                niet tot overbelasting leidt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college maakt het volgende onderscheid in het sociale
                                netwerk:</al><lijst><li nr="a."><al>het netwerk binnen de leefeenheid van de jeugdige;</al></li><li nr="b."><al>het netwerk buiten de leefeenheid van de jeugdige;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Familie in de 1e en 2e graad van de pgb-houder wordt altijd
                                beschouwd als sociaal netwerk.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De pgb-houder kan alleen een persoon uit het netwerk binnen de
                                leefeenheid van de jeugdige betrekken indien het persoonlijke
                                verzorging en/of individuele begeleiding betreft.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>De pgb-houder kan alleen een persoon uit het netwerk buiten de
                                leefeenheid van de jeugdige betrekken indien het persoonlijke
                                verzorging, individuele begeleiding en/of kortdurend verblijf
                                betreft.</al></lid><lid><lidnr>7.</lidnr><al>De persoon die de pgb-houder wil betrekken uit het sociale netwerk
                                buiten de leefeenheid voor het leveren van jeugdhulp dient te
                                beschikken over een Verklaring Omtrent Gedrag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het <extref doc="1.1:CVDR362172_2" struct="CVDR">Besluit jeugdhulp
                                    gemeente Castricum 2015</extref>, zoals vastgesteld op 9
                                december 2015 wordt ingetrokken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Deze nadere regels treden in werking met ingang van de dag na
                                bekendmaking en werken terug tot en met 1 januari 2016.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Deze nadere regels worden aangehaald als: Besluit jeugdhulp gemeente
                                Castricum 2016.</al></lid></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus besloten door het college van burgemeester en wethouders in zijn
                        vergadering van 8 maart 2016,</al></slotformulering><ondertekening>de loco-secretaris,</ondertekening><ondertekening>G.A. Suanet QC</ondertekening><ondertekening>de burgemeester,</ondertekening><ondertekening>drs. A. Mans</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>