<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR399691_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening schuldhulpverlening WIHW 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Korendijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-03-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hoeksche Waard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2016, 26615</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening schuldhulpverlening WIHW 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=147">Gemeentewet, artikel 147</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-02-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-03-05</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2016-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>KDK/07547</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>maatschappelijke zorg en welzijn</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening schuldhulpverlening WIHW 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>KDK/07547/i.03168</al><al>De gemeenteraad van de gemeente Korendijk;</al><al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 12
                        januari 2016;</al><al>gelet op de algemene zorgplicht van gemeenten voor hun inwoners ingevolge de
                        Gemeentewet;</al><al>alsmede op artikel 147, eerste lid van de Gemeentewet;</al><al>besluit vast te stellen:</al><al><vet>de Verordening schuldhulpverlening WIHW 2016</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder: </al><lijst><li nr="a."><al>WIHW: Werk en Inkomen Hoeksche Waard;</al></li><li nr="b."><al>schuldhulpverlening: het ondersteunen bij het vinden van een
                                adequate oplossing gericht op de aflossing van schulden indien
                                redelijkerwijs is te voorzien dat een natuurlijk persoon niet zal
                                kunnen voortgaan met het betalen van zijn schulden of indien hij in
                                de toestand verkeert dat hij heeft opgehouden te betalen, alsmede
                                nazorg; </al></li><li nr="c."><al>als crisissituaties wordt aangemerkt:</al><lijst><li nr="-"><al>aanzegging tot woningontruiming;</al></li><li nr="-"><al>aankondiging afsluiting van gas, water of energie;</al></li><li nr="-"><al>royement van basisverzekering ziektekosten;</al></li></lijst></li><li nr="e."><al>schuldpreventie: een mix van maatregelen, activiteiten en
                                voorzieningen die erop gericht zijn dat inwoners financieel vaardig
                                worden en zich zo gedragen dat zij hun financiën op orde
                                houden;</al></li><li nr="f."><al>nazorg: een mix van maatregelen, activiteiten en voorzieningen die
                                erop gericht zijn om na afloop van een succesvol afgerond traject,
                                gericht op beheersbare schulden, traject schuldbemiddeling of Wsnp-
                                traject recidive te voorkomen;</al></li><li nr="g."><al>recidivisten: schuldenaren die binnen een bepaalde periode nadat het
                                door het college ingezette traject (a) succesvol is afgerond of (b)
                                met toepassing van artikel 6 en 7, onderdeel c, d of f tussentijds
                                is geëindigd, opnieuw een beroep doen op de
                                schuldhulpverlening;</al></li><li nr="h."><al>onregelbare schuldenaar: een schuldenaar die zich stelselmatig niet
                                aan de afspraken houdt en niet gemotiveerd is;</al></li><li nr="i."><al>onregelbare schuldensituatie: een schuldensituatie waarin schulden
                                voorkomen die niet in aanmerking komen voor een schuldregeling of
                                waarbij het door juridische procedures nog jaren duurt voordat de
                                hoogte van de schuld duidelijk is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Doelgroep gemeentelijke schuldhulpverlening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Tot de doelgroep van de schuldhulpverlening behoren alle natuurlijke
                            personen van 18 jaar en ouder die inwoners zijn van de Hoeksche
                            Waard.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Onder de in het eerste lid genoemde doelgroep worden tevens verstaan de
                            ondernemers met een eenmanszaak of vennootschap onder firma die schulden
                            hebben in verband met de liquidatie van een onderneming, onder de
                            voorwaarde dat de bedrijfsactiviteiten feitelijk zijn beëindigd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aanbod schuldhulpverlening en de vorm van ondersteuning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college verleent aan schuldenaar schuldhulpverlening, tenzij een van
                            de gronden zoals vastgelegd in artikel 3 en artikel 8 tot en met artikel
                            11 van toepassing is.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college doet geen aanbod aan de schuldenaar indien: </al><lijst><li nr="a."><al>sprake is van een onregelbare schuldensituatie in combinatie met
                                    een onregelbare schuldenaar; </al></li><li nr="b."><al>sprake is van recidive als bedoeld in artikel 8 of 9; </al></li><li nr="c."><al>sprake is van een openstaande fraudevordering als bedoeld in
                                    artikel 11. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de afweging welke vorm van ondersteuning het meest geschikt is voor
                            de schuldenaar, weegt het college de volgende zaken tegen elkaar af: </al><lijst><li nr="a."><al>de doelmatigheid van de ondersteuning; </al></li><li nr="b."><al>de zwaarte c.q. omvang van de schuldensituatie en de
                                    regelbaarheid daarvan; </al></li><li nr="c."><al>de mate van zelfredzaamheid van de schuldenaar; </al></li><li nr="d."><al> houding en gedrag van schuldenaar; </al></li><li nr="e."><al>de zienswijze van de schuldenaar; </al></li><li nr="f."><al>een eventueel eerder gebruik van schuldhulpverlening; </al></li><li nr="g."><al>de aanwezigheid van een openstaande fraudevordering bij een
                                    bestuursorgaan. </al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vorm van de ondersteuning</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al><vet>Fase 1: diagnose, advies en besluitvorming.</vet></al><al> Deze fase is gericht op het stellen van een brede diagnose en
                            resulteert in een eenmalig advies, een besluit van het college tot het
                            doen van een aanbod schuldhulpverlening dan wel tot afwijzing daarvan en
                            bestaat uit de volgende voorzieningen: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>aanmeldgesprek.</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>adviesgesprek.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al><vet>Fase 2: saneringsrijp maken/ stabiliseren budget
                            coaching</vet></al><al> Deze fase is gericht op het voorkomen van (problematische) schulden
                            en/of het creëren van een stabiele situatie. Schuldenaren worden
                            begeleid bij het zo veel mogelijk zelf oplossen van de schuldensituatie.
                            Binnen deze fase worden de volgende trajecten onderscheiden: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>traject gericht op beheersbare schulden;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>traject gericht op het saneringsrijp maken;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>stabilisatietraject;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>budgetcoaching.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al><vet>Fase 3: schuldbemiddeling </vet></al><al> Deze fase is gericht op het schuldenvrij maken van de schuldenaar. Dit
                            traject wordt pas gestart als de schuldenaar “saneringsrijp” is. Naast
                            budgetbegeleiding kunnen één of meer van de volgende voorzieningen
                            worden ingezet: </al></lid><lid><lidnr>a.</lidnr><al>betalingsregeling 100%;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>minnelijke schuldregeling;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>wettelijke schuldregeling op grond van de Wet schuldsanering natuurlijke
                            personen (Wsnp).</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al><vet>Fase 4: nazorg</vet></al><al> Deze fase is gericht op het voorkomen van terugval na een succesvol
                            afgesloten traject gericht op beheersbare schulden, traject
                            schuldbemiddeling of Wsnp-traject. Deze schuldenaren krijgen binnen drie
                            tot zes maanden na beëindiging van het traject een vorm van nazorg.
                        </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al><vet>Beschermingsbewind en budgetbeheer</vet> kunnen deel uitmaken van
                            de trajecten uit fase 2 en 3, maar kunnen ook als losse voorzieningen
                            worden ingezet.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Verplichtingen</titel></kop><al>Voor de schuldenaar gelden de volgende verplichtingen: </al><lijst><li nr="1."><al>Schuldenaar doet aan het college op verzoek of onverwijld uit eigen
                                beweging mededeling van alle feiten en omstandigheden waarvan hem
                                redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed kunnen zijn
                                op de schuldhulpverlening.</al></li><li nr="2."><al>Schuldenaar is verplicht alle medewerking te verlenen die
                                redelijkerwijs nodig is voor het welslagen van de
                                schuldhulpverlening. De medewerking bestaat onder andere uit:</al><lijst><li nr="a."><al> het, binnen de kaders van de privacybescherming, verlenen van
                                toestemming om de voor de schuldhulpverlening van belang zijnde
                                informatie in te winnen bij, en te verstrekken aan derden; </al></li><li nr="b."><al>het volledig meewerken aan het onderzoek naar de mogelijkheden van
                                schuldhulpverlening als bedoeld in fase 1; </al></li><li nr="c."><al>het (tijdig) verschijnen op een oproep in het kader van de
                                schuldhulpverlening; </al></li><li nr="d."><al>het zich tot het uiterste inspannen betaald werk te behouden dan wel
                                fulltime betaald werk te verkrijgen, tenzij het dagelijks voor dit
                                laatste een ontheffing heeft gegeven; </al></li><li nr="e."><al>het treffen van overige maatregelen om de afloscapaciteit te
                                verhogen, waaronder begrepen het beroep doen op alle relevante
                                inkomensverhogende regelingen en het, waar nodig, verkopen van niet
                                noodzakelijke bezittingen; </al></li><li nr="f."><al>geen nieuwe financiële verplichtingen aangaan; </al></li><li nr="g."><al>het stipt nakomen van de met de budgetcoach/schuldbemiddelaar
                                overeengekomen aflossingsverplichtingen; </al></li><li nr="h."><al>het zich houden aan eventuele nadere, schriftelijk, opgelegde
                                individuele verplichtingen; </al></li><li nr="i."><al>het nalaten van hetgeen de realisatie van het traject belemmert.
                            </al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Beëindiging schuldhulpverlening en hersteltermijn</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien schuldenaar niet of in onvoldoende mate de verplichtingen bedoeld
                            in artikel 5 nakomt, besluit het college om de schuldhulpverlening te
                            beëindigen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alvorens tot beëindiging te besluiten, wordt schuldenaar eenmaal een
                            redelijke termijn geboden om alsnog de gevraagde medewerking te verlenen
                            of informatie te verstrekken.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Beëindigingsgronden</titel></kop><al>Onverminderd de overige bepalingen in deze verordening, besluit het college
                        tot beëindiging van de schuldhulpverlening indien: </al><lijst><li nr="a."><al>de schuldenaar niet langer tot de doelgroep behoort;</al></li><li nr="b."><al>het traject succesvol is afgerond;</al></li><li nr="c."><al>schuldenaar zich ten opzichte van de medewerkers, belast met
                                werkzaamheden die voortkomen uit schuldhulpverlening, ernstig
                                misdraagt;</al></li><li nr="d."><al>de schuldenaar in staat is om zijn schulden zelf of via zijn sociale
                                netwerk te regelen;</al></li><li nr="e."><al>de geboden ondersteuning, gelet op de persoonlijke omstandigheden
                                van de schuldenaar, niet (langer) doelmatig is;</al></li><li nr="f."><al>de schuldenaar hier nadrukkelijk om verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Recidivisten fase 3</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De schuldhulpverlening wordt geweigerd indien de schuldenaar minder dan
                            5 jaar voorafgaande aan de dag waarop het verzoek is ingediend reeds
                            eerder gebruik heeft gemaakt van een door het college geboden vorm van
                            schuldhulpverlening bedoeld in fase 3.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het bepalen van de in het eerste lid bedoelde termijn, telt de
                            schuldhulpverlening die door het college is verleend vóór de
                            inwerkingtreding van deze verordening eveneens mee.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Dit artikel is niet van toepassing op de producten uit fase 1, tenzij
                            sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 10.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Recidivisten fase 2</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De schuldhulpverlening wordt geweigerd indien de schuldenaar minder dan
                            1 jaar voorafgaande aan de dag waarop het verzoek is ingediend reeds
                            eerder gebruik heeft gemaakt van een door het college geboden vorm van
                            schuldhulpverlening bedoeld in fase 2.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het bepalen van de in het eerste lid bedoelde termijn, telt de
                            schuldhulpverlening die door het college is verleend vóór de
                            inwerkingtreding van deze verordening eveneens mee.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Dit artikel is niet van toepassing op de producten uit fase 1, tenzij
                            sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 10.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Recidivisten fase 1</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De schuldhulpverlening wordt geweigerd indien de schuldenaar minder dan
                            6 maanden voorafgaande aan de dag waarop het verzoek is ingediend reeds
                            eerder gebruik heeft gemaakt van een door het college geboden vorm van
                            schuldhulpverlening bedoeld in fase 1 en daarbij voortijdig is
                            uitgevallen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het bepalen van de in het eerste lid bedoelde termijn, telt de
                            schuldhulpverlening die door het college is verleend vóór de
                            inwerkingtreding van deze verordening eveneens mee.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Fraudevorderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De schuldhulpverlening wordt geweigerd indien sprake is van een
                            openstaande fraudevordering bij een bestuursorgaan die betrekking heeft
                            op een periode van 4 jaar voorafgaand aan het verzoek om
                            schuldhulpverlening en de schuldenaar in verband daarmee onherroepelijk
                            strafrechtelijk is veroordeeld of een onherroepelijke bestuurlijke
                            sanctie, die beoogt leed toe te voegen, is opgelegd.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het bepalen van de in het eerste lid bedoelde termijn, tellen
                            openstaande fraudevorderingen die zijn ontstaan vóór de inwerkingtreding
                            van deze verordening mee.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Dit artikel is niet van toepassing op de producten uit fase 1, tenzij
                            sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 10.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Hardheidsclausule en onvoorziene omstandigheden</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen ten gunste van de schuldenaar
                        afwijken van de bepalingen in deze verordening, indien toepassing hiervan
                        leidt tot onredelijkheid en onbillijkheid van overwegende aard. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeerartikel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na publicatie en heeft
                                terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2016.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als</al></li></lijst><al><vet>‘</vet><vet>Verordening Schuldhulpverlening WIHW 2016</vet>’</al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening> Besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Korendijk </ondertekening><ondertekening> d.d. 16 februari 2016</ondertekening><ondertekening> de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening> drs. A. Goslings drs. S. Stoop</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Algemene toelichting</vet></al><al>In het beleidsplan Integrale Schuldhulpverlening 2012-2015 zijn de kaders
                        van schuldhulpverlening neergelegd. Het beleidsplan bevat onder meer de
                        missie, visie, beleidsuitgangspunten en doelstellingen van de
                        schuldhulpverlening voor de komende jaren. Met de inwerkingtreding van het
                        wetsvoorstel wordt de schuldhulpverlening een wettelijke taak van de WIHW.
                        De verantwoordelijkheid voor de uitvoering van de schuldhulpverlening ligt
                        bij het college. Dit is geregeld in artikel 3 van de Wet gemeentelijke
                        schuldhulpverlening.:</al><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>De begrippen die in de verordening worden gebruikt en niet gedefinieerd zijn
                        in dit artikel, hebben een gelijkluidende betekenis als de omschrijving in
                        de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Doelgroep gemeentelijke schuldhulpverlening</titel></kop><al><cursief>Eerste lid</cursief></al><al>Schuldhulpverlening staat in beginsel open voor alle natuurlijke personen
                        van de gemeenten in de Hoeksche Waard van 18 jaar en ouder. Een specifiek
                        doelgroepenbeleid wordt dus niet gevoerd door de WIHW. Een uitzondering op
                        deze brede toegankelijkheid wordt gevormd door de zelfstandigen. In eerste
                        instantie dient de zelfstandige zelf te zoeken naar externe financiering
                        door een bank. Daarnaast kan de zelfstandige onder bepaalde voorwaarden een
                        kredietaanvraag indienen bij de gemeente op basis van de Bbz-regeling
                        (Besluit bijstandverlening zelfstandigen). Biedt de Bbz geen uitkomst omdat
                        de onderneming niet levensvatbaar is, dan ligt liquidatie van de onderneming
                        voor de hand.</al><al><cursief>Tweede lid</cursief></al><al>In dit lid is geregeld dat de (ex) zelfstandige tijdens de liquidatie van de
                        onderneming een beroep kan doen op de schuldhulpverlening, onder de
                        voorwaarde dat de bedrijfsactiviteiten feitelijk zijn beëindigd. Wellicht
                        ten overvloede zij nog vermeld dat ondernemers die vanuit een rechtspersoon
                        (BV, NV en dergelijke.) opereren niet tot de gemeentelijke doelgroep
                        behoort.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Aanbod schuldhulpverlening</titel></kop><al><cursief>Eerste lid</cursief></al><al>Het college verleent aan schuldenaar schuldhulpverlening tenzij een van de
                        gronden zoals vastgelegd in artikel 8 tot en met artikel 11 van toepassing
                        is.</al><al><cursief>Tweede lid</cursief></al><al>In dit lid is geregeld in welke situaties het college kan besluiten geen
                        aanbod aan de schuldenaar te doen. Hierbij geldt het uitgangspunt van de
                        selectieve en gerichte inzet van de schuldhulpverlening.</al><al><cursief>Derde lid</cursief></al><al>Bij het bepalen van de aard van de ondersteuning weegt het college de zaken
                        genoemd onder a t/m g tegen elkaar af. Ook dit lid vloeit voort uit het
                        beleidsmatige uitgangspunt van selectieve en gerichte inzet en het leveren
                        van maatwerk.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Vorm van ondersteuning</titel></kop><al><cursief>Eerste lid</cursief></al><al>In fase 1 van de schuldhulpverlening vindt de uitgebreide diagnose van de
                        schuldenproblematiek plaats. Deze fase resulteert in een:</al><lijst><li nr="-"><al>eenmalig advies, of</al></li><li nr="-"><al>besluit tot afwijzing van de schuldhulpverlening op grond van één
                                van de afwijzingsgronden uit deze verordening, of</al></li><li nr="-"><al>besluit tot toekenning van de schuldhulpverlening.</al></li></lijst><al>Het besluit tot toekenning gaat gepaard met een “advies op maat”, inclusief
                        een overeenkomst waarin is vermeld wat er van de schuldenaar wordt verwacht
                        en wat hij van de WIHW mag verwachten. Het advies en de overeenkomst worden
                        door de budgetcoach/ schuldbemiddelaar en de schuldenaar voor akkoord
                        ondertekend.</al><al><cursief>Tweede lid</cursief></al><al>Het begeleidingstraject is gericht op het voorkomen dat de schulden
                        problematisch worden, het creëren van een stabiele situatie en/of het
                        saneringsrijp maken van de schuldenaar. Deze fase onderscheid een tweetal
                        trajecten:</al><lijst><li nr="1."><al>Trajectbegeleiding gericht op beheersbare schulden: de schuldenaar
                                wordt tijdens dit intensieve traject begeleid bij het zo veel
                                mogelijk zelf oplossen van de schuldensituatie. Het traject is bij
                                uitstek maatwerk.</al></li><li nr="2."><al>Trajectbegeleiding gericht op saneringsrijp maken: doel van dit
                                traject is de schuldenaar “klaar te stomen” voor het traject
                                schuldsanering. De schuldenaar is saneringsrijp indien hij:</al></li><li nr="a."><al>begrijpt wat zijn eigen aandeel is in de oorzaak van de
                                schulden;</al></li><li nr="b."><al>beseft wat de impact van het saneringstraject is;</al></li><li nr="c."><al>overzicht heeft van zijn volledige financiële situatie;</al></li><li nr="d."><al>een beroep heeft gedaan op alle inkomensverruimende regelingen en
                                ook overigens alle mogelijkheden benut om de financiële situatie te
                                verbeteren, bijvoorbeeld door (extra) te werken;</al></li><li nr="e."><al>werkt aan de psychosociale problemen die ten grondslag liggen aan de
                                problematiek.</al></li></lijst><al><cursief>Derde lid</cursief></al><al>Dit traject, dat gericht is op een schuldenvrije toekomst, wordt alleen
                        ingezet als sprake is van een problematische schuldensituatie, de
                        schuldenaar voldoende gemotiveerd en volledig gestabiliseerd is.</al><al><cursief>Vierde lid</cursief></al><al>Met alle schuldenaren die het traject gericht op beheersbare schulden,
                        traject schuldbemiddeling of het Wsnp traject succesvol hebben beëindigd,
                        worden tussen de 3 en 6 maanden na de beëindiging van het traject één of
                        meerdere nazorggesprekken gevoerd.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Verplichtingen</titel></kop><al>Deelname aan de schuldhulpverlening is niet vrijblijvend. Aan de schuldenaar
                        wordt een aantal algemene, eventueel aangevuld met nadere (individuele en
                        schriftelijk vastgelegde), verplichtingen opgelegd. De verplichtingen worden
                        vastgelegd in een overeenkomst tussen de schuldhulpverlener en de
                        schuldenaar. Die overeenkomst maakt deel uit van het zgn. “advies op maat”.
                        De verplichtingen gelden voor alle fasen in de dienstverlening.</al><al><cursief>Eerste lid</cursief></al><al>In het eerste lid gaat het om de nakoming van de inlichtingenplicht.</al><al><cursief>Tweede lid</cursief></al><al>In het tweede lid gaat het over de nakoming van de medewerkingsplicht. Onder
                        a t/m i is geregeld wat hier onder andere onder moet worden verstaan. Nieuw
                        in het rijtje van verplichtingen is onder meer de invoering van de
                        arbeidsplicht, vergelijkbaar met de bepalingen uit de Wsnp (onderdeel d).
                        Onder het zich “tot het uiterste inspannen” om fulltime werk betaald werk te
                        verkrijgen wordt in ieder geval verstaan:</al><lijst><li nr="1."><al>het minimaal viermaal per maand verrichten van een schriftelijke
                                sollicitatie (exclusief open sollicitaties);</al></li><li nr="2."><al>inschrijving bij het UWV Werkbedrijf en bij 3 á 4
                                uitzendbureaus;</al></li><li nr="3."><al>het plaatsen van de CV op www.werk.nl;</al></li><li nr="4."><al>niet alleen solliciteren naar vacatures op het eigen vakgebied;</al></li><li nr="5."><al>het volgen van een opleiding of cursus mag niet in de weg staan aan
                                het verrichten van of het solliciteren naar fulltime werk;</al></li><li nr="6."><al>de deelname aan een re-integratietraject laat onverlet dat de
                                schuldenaar zich zelfstandig inspant om betaald werk te vinden.</al></li></lijst><al>De schuldenaar stuurt desgevraagd kopieën van sollicitatiebrieven, reacties
                        van werkgevers, inschrijving bij het UWV Werkbedrijf en uitzendbureaus
                        periodiek naar de budgetcoach/schuldbemiddelaar.</al><al>Indien de schuldenaar op medische gronden niet in staat is (fulltime)
                        betaald werk te verrichten, kan de budgetcoach/schuldbemiddelaar namens het
                        college ontheffing verlenen. Schuldenaar dient hiertoe een medische
                        verklaring of medische informatie over te leggen waaruit dit blijkt. Indien
                        hij niet over een (afdoende) medische verklaring of informatie beschikt,
                        maar het wel aannemelijk is dat sprake is van medische omstandigheden die de
                        (mate van) arbeidsongeschiktheid beïnvloeden, kan de
                        budgetcoach/schuldbemiddelaar namens het college besluiten dat schuldenaar
                        zich laat keuren door een door het college aan te wijzen deskundige. De
                        kosten van een dergelijke medische keuring komen ten laste van de boedel.
                    </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Beëindiging schuldhulpverlening en hersteltermijn</titel></kop><al>Eerste lid:</al><al>Indien schuldenaar niet of in onvoldoende mate zijn verplichtingen nakomt,
                        zoals neergelegd in artikel 5, besluit het college om de schuldhulpverlening
                        te beëindigen.</al><al><cursief>Tweede lid</cursief></al><al>Alvorens tot beëindiging te besluiten, wordt schuldenaar eenmaal een termijn
                        geboden om alsnog de gevraagde medewerking te verlenen of informatie te
                        verstrekken. De termijn die aan schuldenaar wordt gesteld is in dit artikel
                        bewust niet benoemd. De termijn dient een redelijke te zijn. Wat redelijk
                        is, wordt individueel bepaald.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Beëindiginggronden</titel></kop><al>In dit artikel wordt beschreven wanneer het college kan besluiten de
                        schuldhulpverlening, onverminderd de overige bepalingen in de verordening,
                        te beëindigen.</al><al><vet>ALGEMENE OPMERKINGEN T.A.V. ARTIKELEN 8 T/M 11</vet></al><al>In deze artikelen zijn regels gesteld ten aanzien van de bevoegdheid tot
                        weigering van een aanbod schuldhulpverlening in relatie tot eerdere
                        trajecten/contacten schuldhulpverlening. Op basis van het principe van eigen
                        verantwoordelijkheid, wordt een nadrukkelijke grens gesteld aan het kunnen
                        doen van hernieuwde aanvragen.</al><al>Deze artikelen gaan evenwel niet alleen over de eigen verantwoordelijkheid,
                        maar ook over de prioriteitstelling en de selectieve en gerichte inzet van
                        de middelen. Keuzes tot al dan niet toelaten tot de schuldhulpverlening
                        dienen mede te worden bezien tegen de organisatorische achtergrond van
                        beschikbare budgetten, formatie en tijd. Niet in de laatste plaats speelt
                        ook de geloofwaardigheid jegens de schuldeisers een essentiële rol bij deze
                        keuzes.</al><al>De duur van de weigering is afhankelijk gesteld van de fase waarin de
                        schuldenaar zich in het eerdere traject bevond. Hierbij is het financiële
                        nadeel dat de WIHW heeft als gevolg van de hernieuwde aanvraag het
                        onderscheidend criterium. Hoe intensiever (en dus duurder) het
                        oorspronkelijke traject, des te langer de termijn dat de schuldenaar van
                        schuldhulpverlening wordt uitgesloten.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Recidivisten fase 3</titel></kop><al><cursief>Eerste lid</cursief>:</al><al>Hierin is bepaald dat recidivisten uit fase 3 gedurende 5 jaar worden
                        uitgesloten van de schuldhulp-verlening. Hieronder vallen de volgende
                        situaties:</al><lijst><li nr="-"><al>schuldenaren die, binnen 5 jaar nadat het door het college ingezette
                                traject succesvol is afgerond met “schuldenvrij”, opnieuw een beroep
                                doen op de schuldhulpververlening van de WIHW, of</al></li><li nr="-"><al>schuldenaren die, binnen 5 jaar nadat het door het college ingezette
                                traject niet succesvol is afgerond, opnieuw een beroep doen op de
                                schuldhulpverlening van de WIHW.</al></li></lijst><al><cursief>Tweede lid</cursief></al><al>Bij het bepalen of de schuldenaar al eerder gebruik heeft gemaakt van
                        schuldhulpverlening van de WIHW telt de ondersteuning die het college heeft
                        aangevangen vóór de inwerkingtreding van deze verordening ook mee voor het
                        bepalen van de uitsluitingstermijn.</al><al><cursief>Derde lid</cursief></al><al>Hierin is bepaald dat de uitsluiting niet geldt voor de dienstverlening van
                        fase 1. Dit betekent dat schuldenaren altijd in aanmerking komen voor een
                        budget adviesgesprek. De enige uitzondering hierop is geformuleerd in
                        artikel 10.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Recidivisten fase 2</titel></kop><al><cursief>Eerste lid</cursief></al><al>Hierin is bepaald dat recidivisten uit fase 2 gedurende 1 jaar worden
                        uitgesloten van de schuldhulpverle-ning. Hieronder vallen de volgende
                        situaties:</al><lijst><li nr="-"><al>schuldenaren die, binnen 1 jaar nadat het door het college ingezette
                                traject succesvol is afgerond d.m.v. het bereiken van beheersbare
                                schulden of het stadium van saneringsrijp, opnieuw een beroep doen
                                op de schuldhulpverlening van de gemeente;</al></li><li nr="-"><al>schuldenaren die, binnen 1 jaar nadat het door het college ingezette
                                traject niet succesvol is afgerond, opnieuw een beroep doen op de
                                schuldhulpverlening van de gemeente.</al></li></lijst><al><cursief>Tweede lid</cursief></al><al>Bij het <cursief>bepalen</cursief> of schuldenaar al eerder gebruik heeft
                        gemaakt van schuldhulpverlening telt de ondersteuning die het college heeft
                        aangevangen vóór de inwerkingtreding van deze verordening ook mee voor het
                        bepalen van de uitsluitingstermijn.</al><al><cursief>Derde lid</cursief></al><al>Hierin is bepaald dat de uitsluiting niet geldt voor de dienstverlening van
                        fase 1. Dit betekent dat schuldenaren altijd in aanmerking komen voor een
                        budget adviesgesprek. De enige uitzondering hierop is geformuleerd in
                        artikel 10.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Recidivisten fase 1</titel></kop><al><cursief>Eerste lid</cursief></al><al>Hierin is bepaald dat schuldenaren die voortijdig uitvallen tijdens fase 1
                        gedurende een half jaar worden uitgesloten van de schuldhulpverlening.</al><al><cursief>Tweede lid</cursief></al><al>Bij het bepalen of schuldenaar al eerder gebruik heeft gemaakt van
                        schuldhulpverlening tellen de contacten van vóór de inwerkingtreding van
                        deze verordening ook mee voor het bepalen van de uitsluitingstermijn.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Fraudevorderingen</titel></kop><al><cursief>Eerste lid</cursief></al><al>Hierin is geregeld dat schuldhulpverlening wordt geweigerd indien er sprake
                        is van openstaande fraudevorderingen bij een bestuursorgaan (gemeente, UWV,
                        SVB, belastingdienst et cetera) die betrekking hebben op een periode van 4
                        jaar voorafgaand aan het verzoek om schuldhulpverlening. Hierbij is
                        (gedeeltelijk) aangesloten bij de uitsluitingsgronden van de Wsnp. Daarin is
                        bepaald dat fraudevorderingen die jonger zijn dan 5 jaar worden uitgesloten
                        in de Wsnp. WIHW hanteert een uitsluitingstermijn van 4 jaar i.p.v. 5 jaar.
                        Reden hiervan is dat eerdere toelating weinig zinvol is, omdat schuldeisers
                        naar alle waarschijnlijkheid toch niet akkoord zullen gaan met het
                        minnelijke traject. Bij een uitsluitingstermijn van 4 jaar zal, tegen de
                        tijd dat het minnelijke traject is doorlopen, de fraudevordering reeds
                        “tegen de 5 jaar” aan lopen, en kan (waar nodig) alsnog het wettelijke
                        traject succesvol worden aangevraagd.</al><al><cursief>Tweede lid</cursief></al><al>Fraudevorderingen die betrekking hebben op de periode vóór de
                        inwerkingtreding van de verordening tellen ook mee voor het bepalen van de
                        uitsluitingstermijn.</al><al><cursief>Derde lid</cursief></al><al>Hierin is bepaald dat de uitsluiting niet geldt voor de dienstverlening van
                        fase 1. De enige uitzondering hierop is geformuleerd in artikel 10.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Hardheidsclausule en onvoorziene omstandigheden</titel></kop><al>Op basis van dit artikel kan in een individueel geval de hardheidsclausule
                        worden toegepast die het mogelijk maakt voor de schuldenaar ten gunste af te
                        wijken van hetgeen in de verordening is vastgelegd. Hierbij moet worden
                        getoetst aan de algemene normen van redelijkheid en billijkheid. Toepassing
                        van de hardheidsclausule dient altijd zorgvuldig afgewogen en goed
                        gemotiveerd te worden.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Inwerkingtreding en citeerartikel</titel></kop><al>Dit artikel behoeft geen nadere toelichting.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>