<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR399611_9</dcterms:identifier><dcterms:title>Algemene plaatselijke verordening gemeente Overbetuwe 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Overbetuwe</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-09-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Overbetuwe</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Overbetuwe</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Officielebekendmakingen.nl 17 juli 2015, gemeenteblad nummer 65069</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Algemene plaatselijke verordening gemeente Overbetuwe 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 147, art. 149</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>openbare orde en veiligheid</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-07-14</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-07-18</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-12-13</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>15rb000056</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging><overheidrg:externeBijlage>exb-2018-9497</overheidrg:externeBijlage></cvdripm></meta><body><intitule>Algemene plaatselijke verordening gemeente Overbetuwe 2015</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Onderwerp: Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Overbetuwe 2015</al><al/><al>Ons kenmerk: 15RB000056</al><al/><al>Nr. 15</al><al/><al>De raad van de gemeente Overbetuwe;</al><al/><al>gelezen het raadsvoorstel van burgemeester en wethouders van 26 mei
                        2015;</al><al/><al>gelezen het advies van de voorbereidende vergadering van 30 juni 2015;</al><al/><al>gelet op artikel(en) 147 en 149 van de Gemeentewet;</al><al/><al>b e s l u i t :</al><al/><al>vast te stellen de</al><al/><al><vet>Algemene Plaatselijke Verordening</vet></al><al><vet>gemeente Overbetuwe 2015</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze verordening verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>bebouwde kom: het gebied binnen de grenzen die zijn vastgesteld
                                    op grond van artikel 20a van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="b."><al>bevoegd gezag: bestuursorgaan dat bevoegd is tot het nemen van
                                    een besluit ten aanzien van een omgevingsvergunning als bedoeld
                                    in artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht of
                                    ten aanzien van een al verleende omgevingsvergunning;</al></li><li nr="c."><al>bouwwerk: bouwwerk als bedoeld in artikel 1 van de
                                    Bouwverordening gemeente Overbetuwe; </al></li><li nr="d."><al>college: het college van burgemeester en wethouders;</al></li><li nr="e."><al>gebouw: gebouw als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder c.,
                                    van de Woningwet; </al></li><li nr="f."><al>handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of
                                    diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang
                                    te dienen;</al></li><li nr="g."><al>openbare plaats: hetgeen in artikel 1 van de Wet openbare
                                    manifestaties daaronder wordt verstaan;</al></li><li nr="h."><al>openbaar water: alle wateren die voor het publiek bevaarbaar of
                                    anderszins toegankelijk zijn;</al></li><li nr="i."><al>rechthebbende: degene die over enige zaak enige zeggenschap
                                    heeft krachtens een zakelijk of persoonlijk recht;</al></li><li nr="j."><al>vaartuigen: alle vaartuigen, daaronder mede verstaan drijvende
                                    werktuigen, alsmede woonschepen, glijboten en ponten.</al></li><li nr="k."><al>weg: weg, als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder b., van de
                                    Wegenverkeerswet 1994.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:2</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegde bestuursorgaan beslist op een aanvraag voor een
                                    vergunning of ontheffing binnen acht weken na de datum van
                                    ontvangst van de aanvraag.</al></li><li nr="2."><al>Het bestuursorgaan kan zijn beslissing voor ten hoogste acht
                                    weken verdagen.</al></li><li nr="3."><al>In afwijking van het tweede lid is artikel 3.9 van de Wet
                                    algemene bepalingen omgevingsrecht van toepassing, indien
                                    beslist wordt op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in
                                    artikel 2:10a voor zover dit bouwwerken betreft, artikel 2:11 of
                                    artikel 4:11.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:3</nr><titel>Indiening aanvraag</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien een aanvraag voor een vergunning of ontheffing wordt
                                    ingediend minder dan vier weken vóór het tijdstip waarop de
                                    aanvrager de vergunning of ontheffing nodig heeft, kan het
                                    bestuursorgaan besluiten de aanvraag niet te behandelen.</al></li><li nr="2."><al>Voor bepaalde, door het bestuursorgaan aan te wijzen,
                                    vergunningen of ontheffingen kan de in het eerste lid genoemde
                                    termijn worden verlengd tot ten hoogste acht weken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:4</nr><titel>Voorschriften en beperkingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Aan een krachtens deze verordening verleende vergunning of
                                    ontheffing kunnen voorschriften en beperkingen worden verbonden.
                                    Deze voorschriften en beperkingen mogen slechts strekken tot
                                    bescherming van het belang of de belangen in verband waarmee de
                                    vergunning of ontheffing is vereist.</al></li><li nr="2."><al>Degene aan wie krachtens deze verordening een vergunning of
                                    ontheffing is verleend, is verplicht de daaraan verbonden
                                    voorschriften en beperkingen na te komen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:5</nr><titel>Persoonlijk karakter van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing is persoonsgebonden, tenzij bij of krachtens
                            deze verordening anders is bepaald. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:6</nr><titel>Intrekking of wijziging van vergunning of ontheffing</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd:</al><lijst><li nr="a."><al>als ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige
                                    gegevens zijn verstrekt;</al></li><li nr="b."><al>als op grond van een verandering van de omstandigheden of
                                    inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of
                                    ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging
                                    wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming
                                    waarvan de vergunning of ontheffing is vereist;</al></li><li nr="c."><al>als de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften
                                    en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;</al></li><li nr="d."><al>als van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt
                                    binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke van een
                                    dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn;</al></li><li nr="e."><al>als de houder dit verzoekt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:7</nr><titel>Termijnen</titel></kop><al>Een krachtens deze verordening verleende vergunning of ontheffing geldt
                            voor onbepaalde tijd, tenzij bij de vergunning of ontheffing anders is
                            bepaald of de aard van de vergunning of ontheffing zich daartegen
                            verzet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1:8</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><al>De vergunning of ontheffing kan door het bevoegd gezag of het bevoegde
                            bestuursorgaan worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>de openbare veiligheid;</al></li><li nr="c."><al>de volksgezondheid;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van het milieu.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Openbare orde</titel></kop><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Bestrijding van ongeregeldheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:1</nr><titel>Samenscholing en ongeregeldheden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats deel te nemen aan een
                                        samenscholing, onnodig op te dringen of door uitdagend
                                        gedrag aanleiding te geven tot ongeregeldheden.</al></li><li nr="2."><al>Degene die op een openbare plaats </al><lijst><li nr="a."><al>aanwezig is bij enig voorval waardoor er
                                                ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan;
                                            </al></li><li nr="b."><al>aanwezig is bij een tot toeloop van publiek
                                                aanleiding gevende gebeurtenis waardoor er
                                                ongeregeldheden ontstaan of dreigen te ontstaan;
                                                of</al></li><li nr="c."><al>zich bevindt in of aanwezig is bij een
                                                samenscholing, </al><al>is verplicht op een daartoe strekkend bevel van een
                                                ambtenaar van politie, bijzondere
                                                opsporingsambtenaren en daarvoor aangewezen
                                                toezichthouders zijn weg te vervolgen of zich in de
                                                door hem aangewezen richting te verwijderen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het is verboden zich te begeven naar of te bevinden op
                                        openbare plaatsen die door of vanwege het bevoegde
                                        bestuursorgaan in het belang van de openbare veiligheid of
                                        ter voorkoming van ongeregeldheden zijn afgezet.</al></li><li nr="4."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het derde
                                        lid gestelde verbod.</al></li><li nr="5."><al>Het bepaalde in de voorgaande leden geldt niet voor
                                        betogingen, vergaderingen en godsdienstige en
                                        levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet
                                        openbare manifestaties.</al></li><li nr="6."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Betoging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:2</nr><titel>Optochten</titel></kop><al>(gereserveerd)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:3</nr><titel>Kennisgeving betogingen op openbare plaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Degene die het voornemen heeft op een openbare plaats een
                                        betoging te houden, waaronder begrepen een samenkomst als
                                        bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Wet openbare
                                        manifestaties, moet daarvan voor de openbare aankondiging
                                        ervan en ten minste 48 uur voordat de betoging zal worden
                                        gehouden, schriftelijk kennis geven aan de
                                        burgemeester.</al></li><li nr="2."><al>De kennisgeving bevat:</al><lijst><li nr="a."><al>naam en adres van degene die de betoging houdt;</al></li><li nr="b."><al>het doel van de betoging;</al></li><li nr="c."><al>de datum waarop de betoging wordt gehouden en het
                                                tijdstip van aanvang en van beëindiging;</al></li><li nr="d."><al>de plaats en, voor zover van toepassing, de route en
                                                de plaats van beëindiging;</al></li><li nr="e."><al>voor zover van toepassing, de wijze van
                                                samenstelling;</al></li><li nr="f."><al>maatregelen, die degene die de betoging houdt zal
                                                treffen om een regelmatig verloop te
                                                bevorderen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Degene die de kennisgeving doet, ontvangt daarvan een bewijs
                                        waarin het tijdstip van de kennisgeving is vermeld.</al></li><li nr="4."><al>Als het tijdstip van de schriftelijke kennisgeving valt op
                                        vrijdag na 12.00 uur, een zaterdag, een zondag of een
                                        algemeen erkende feestdag, wordt de kennisgeving gedaan
                                        uiterlijk 12.00 uur op de aan de dag van dat tijdstip
                                        voorafgaande werkdag.</al></li><li nr="5."><al>De burgemeester kan in bijzondere omstandigheden de in het
                                        eerste lid genoemde termijn verkorten en een mondelinge
                                        kennisgeving in behandeling nemen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:4</nr><titel>Afwijking termijn</titel></kop><al>(vervallen; opgenomen in artikel 2:3)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:5</nr><titel>Te verstrekken gegevens</titel></kop><al>(vervallen; opgenomen in artikel 2:3)</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Verspreiden van gedrukte stukken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:6</nr><titel>Beperking aanbieden e.d. van geschreven of gedrukte stukken
                                    of afbeeldingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden gedrukte of geschreven stukken dan wel
                                        afbeeldingen onder publiek te verspreiden dan wel openlijk
                                        aan te bieden, aan te bevelen of bekend te maken tijdens de
                                        dag van Elst op de route van de Nijmeegse Vierdaagse, dan
                                        wel op of aan door het college aangewezen openbare
                                        plaatsen.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan de werking van het in het eerste lid
                                        gestelde verbod beperken tot bepaalde dagen en uren.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voor het huis-aan-huis verspreiden of
                                        het aan huis bezorgen van gedrukte of geschreven stukken en
                                        afbeeldingen.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                        lid gestelde verbod.</al></li><li nr="5."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) van toepassing. </al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Vertoningen op de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:7</nr><titel>Feest, muziek en wedstrijd e.d.</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:8</nr><titel>Dienstverlening</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:9</nr><titel>Ontheffing van het verbod optreden als straatartiest
                                    e.d.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden ten behoeve van publiek als straatartiest op
                                        te treden op door de burgemeester in het belang van de
                                        openbare orde, de openbare veiligheid, de volksgezondheid en
                                        het milieu aangewezen openbare plaatsen. </al></li><li nr="2."><al>De burgemeester kan de werking van het verbod beperken tot
                                        bepaalde dagen en uren.</al></li><li nr="3."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het verbod.</al></li><li nr="4."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) van toepassing.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Bruikbaarheid ten aanzien van de weg</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10a</nr><titel>Vergunning voor het plaatsen van voorwerpen op of aan de weg,
                                    of zichtbaar vanaf de openbare weg, in strijd met de publieke
                                    functie van de weg</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder voorafgaande vergunning van het
                                        college de weg of een weggedeelte anders te gebruiken dan
                                        overeenkomstig de publieke functie daarvan.</al></li><li nr="2."><al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden
                                        geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>als het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg,
                                                gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg of
                                                voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan
                                                wel een belemmering kan vormen voor het doelmatig
                                                beheer en onderhoud van de weg;</al></li><li nr="b."><al>als het beoogde gebruik hetzij op zichzelf, hetzij
                                                in verband met de omgeving niet voldoet aan
                                                redelijke eisen van welstand;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de voorkoming of beperking van
                                                overlast voor gebruikers van de in de nabijheid
                                                gelegen onroerende zaak.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf
                                        4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                                        fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van
                                        toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10b</nr><titel>Afbakeningsbepalingen en uitzonderingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt
                                        niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>evenementen als bedoeld in artikel 2:24;</al></li><li nr="b."><al>terrassen als bedoeld in artikel 2:28, vijfde
                                                lid;</al></li><li nr="c."><al>standplaatsen als bedoeld in artikel 5:18.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het verbod in het eerste lid van het vorige artikel geldt
                                        tevens niet voor voorwerpen of stoffen waarop gedachten of
                                        gevoelens worden geopenbaard.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken of de Provinciale
                                        wegenverordening.</al></li><li nr="4."><al>De weigeringsgrond van het tweede lid, onder a., van het
                                        vorige artikel geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door artikel 5 van de
                                        Wegenverkeerswet.</al></li><li nr="5."><al>De weigeringsgrond van het tweede lid, onder b., van het
                                        vorige artikel geldt niet voor bouwwerken.</al></li><li nr="6."><al>De weigeringsgrond van het tweede lid, onder c., van het
                                        vorige artikel geldt niet voor zover in het geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:10c</nr><titel>Vrij te stellen categorieën</titel></kop><al>Het college kan categorieën van voorwerpen aanwijzen waarvoor het
                                verbod in het eerste lid van artikel 2:10a niet geldt. Het verbod
                                geldt in ieder geval niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>de voorwerpen of stoffen die noodzakelijkerwijze op de weg
                                        gebracht worden in verband met bouwwerkzaamheden en mits
                                        degene die werkzaamheden verricht of doet verrichten er voor
                                        zorgt, dat de voorwerpen of stoffen voldoen aan de CROW
                                        richtlijn publicatie 130 voor het markeren van onverlichte
                                        obstakels en onmiddellijk na het beëindigen daarvan, in elk
                                        geval niet langer dan drie achtereenvolgende dagen, de
                                        voorwerpen of stoffen van de weg verwijderd zijn en de weg
                                        daarvan gereinigd is;</al></li><li nr="b."><al>voorwerpen binnen een strook van één meter, gemeten vanuit
                                        de voorgevel van de winkel; </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:11</nr><titel>(Omgevings)vergunning voor het aanleggen, beschadigen en
                                    veranderen van een weg</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning
                                        een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken,
                                        in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de
                                        wegverharding te veranderen of anderszins verandering te
                                        brengen in de wijze van aanleg van een weg.</al></li><li nr="2."><al>De vergunning wordt verleend:</al><lijst><li nr="a."><al>als omgevingsvergunning door het bevoegd gezag,
                                                indien de activiteiten zijn verboden bij
                                                bestemmingsplan, beheersverordening of
                                                voorbereidingsbesluit;</al></li><li nr="b."><al>door het college in andere gevallen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing indien
                                        in opdracht van een bestuursorgaan of openbaar lichaam
                                        publieke taken worden verricht.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod geldt voorts niet voor zover in het daarin
                                        geregelde onderwerp wordt voorzien door het Wetboek van
                                        Strafrecht, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken, de
                                        Provinciale wegenverordening, de Waterschapskeur, de
                                        Telecommunicatiewet of de Algemene verordening ondergrondse
                                        infrastructuur.</al></li><li nr="5."><al>Op de vergunning bedoeld in het eerste lid is paragraaf
                                        4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve
                                        fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) van
                                        toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:12</nr><titel>Maken, veranderen van een uitweg</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd
                                        gezag:</al><lijst><li nr="a."><al>een uitweg te maken naar de weg;</al></li><li nr="b."><al>van de weg gebruik te maken voor het hebben van een
                                                uitweg;</al></li><li nr="c."><al>verandering te brengen in een bestaande uitweg naar
                                                de weg.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Een vergunning als bedoeld in het eerste lid kan worden
                                        geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de bruikbaarheid van de weg;</al></li><li nr="b."><al>het veilig en doelmatig gebruik van de weg;</al></li><li nr="c."><al>de bescherming van het uiterlijk aanzien van de
                                                omgeving;</al></li><li nr="d."><al>de bescherming van groenvoorzieningen in de
                                                gemeente.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor zover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken, de Waterschapskeur of de Provinciale
                                        wegenverordening.</al></li><li nr="4."><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) van toepassing.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Veiligheid op de weg</titel></kop><artikel><kop><titel>Artikel 2:13 Hinderlijke voorwerpen, modder of stoffen op de
                                    weg</titel></kop><al>Het is onverminderd de daaromtrent bestaande wettelijke bepalingen
                                verboden op een weg voorwerpen, modder of stoffen, die aanleiding
                                kunnen geven tot verontreiniging, beschadiging of slechte afwatering
                                van de weg, of tot gevaarlijke situaties op de weg, aldaar in
                                directe of indirecte zin te plaatsen, te werpen, uit te gieten, over
                                te brengen, los te laten, te laten afvloeien of te laten
                                vallen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:13a</nr><titel>Bruikbaar houden van de weg</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In het belang van de orde en netheid van de weg, de
                                        veiligheid van het verkeer, het voorkomen van beschadiging
                                        van het wegdek en de afwatering van de weg, is het degene
                                        door wiens handelen of toedoen een of meer voorwerpen,
                                        modder of stoffen als bedoeld in artikel 2:13 op een weg
                                        zijn geraakt, verboden deze daarop te laten.</al></li><li nr="2."><al>Met het oog op deze belangen dient de in te eerste lid
                                        bedoelde persoon de weg terstond dan wel op aanwijzing van
                                        politie of toezichthouders te ontdoen of te laten ontdoen
                                        van voorwerpen of stoffen als bedoeld in artikel 2:13.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:14</nr><titel>Winkelwagentjes</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:15</nr><titel>Hinderlijke beplanting of gevaarlijk voorwerp.</titel></kop><al>Het is verboden beplanting of een voorwerp aan te brengen of te
                                hebben op zodanige wijze dat aan het wegverkeer het vrije uitzicht
                                wordt belemmerd of daaraan op andere wijze hinder of gevaar
                                oplevert. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:16</nr><titel>Openen straatkolken e.d.</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:17</nr><titel>Kelderingangen e.d.</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:18</nr><titel>Rookverbod in bossen en natuurterreinen</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:19</nr><titel>Gevaarlijk of hinderlijk voorwerp</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:19a</nr><titel>Dragen gevaarlijk voorwerp</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op door het college aangewezen wegen en
                                        daaraan gelegen voor het publiek toegankelijke gebouwen en
                                        terreinen, messen, knuppels, slagwapens of andere
                                        voorwerpen, die als wapen kunnen worden gebruikt, openlijk
                                        bij zich te dragen.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor wapens
                                        behorend tot de categorieën I, II, III en IV Wet Wapens en
                                        Munitie en voor zover door het bij zich dragen van deze
                                        voorwerpen de openbare orde of veiligheid niet in gevaar
                                        komt of kan komen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:19b</nr><titel>Opsporen metalen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op of aan de weg een metaaldetector of enig
                                        ander voorwerp, bestemd voor het opsporen van wapens en
                                        munitie en dergelijke te gebruiken.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                        lid gestelde verbod.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op
                                        degene aan wie ingevolge artikel 40 van de Monumentenwet
                                        1988 een opgravingsvergunning is verstrekt.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op een
                                        bedrijf dat in het bezit is van een procescertificaat
                                        Opsporen van Conventionele Explosieven als bedoeld in
                                        artikel 4.10, tweede lid, van het
                                        Arbeidsomstandighedenbesluit.</al></li><li nr="5."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet
                                        bestuursrecht ( positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:20</nr><titel>Vallende voorwerpen</titel></kop><al>(gereserveerd)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:21</nr><titel>Voorzieningen voor verkeer en verlichting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De rechthebbende op een bouwwerk is verplicht toe te laten
                                        dat op of aan dat bouwwerk borden of voorzieningen ten
                                        behoeve van het verkeer of de openbare verlichting worden
                                        aangebracht, onderhouden, gewijzigd of verwijderd.</al></li><li nr="2."><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor zover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                        Waterstaatswet 1900, de Onteigeningswet of de
                                        Belemmeringenwet Privaatrecht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:22</nr><titel>Objecten onder hoogspanningslijn</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:23</nr><titel>Veiligheid op het ijs</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Evenementen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:24</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze afdeling verstaat onder evenement: elke voor publiek
                                        toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering
                                        van:</al><lijst><li nr="a."><al>bioscoopvoorstellingen;</al></li><li nr="b."><al>markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid,
                                                onder h, van de Gemeentewet en artikel 5:22 van deze
                                                verordening;</al></li><li nr="c."><al>kansspelen als bedoeld in de Wet op de
                                                kansspelen;</al></li><li nr="d."><al>het in een inrichting in de zin van de Drank- en
                                                Horecawet gelegenheid geven tot dansen;</al></li><li nr="e."><al>betogingen, samenkomsten en vergaderingen als
                                                bedoeld in de Wet openbare manifestaties;</al></li><li nr="f."><al>activiteiten als bedoeld in artikel 2:9 en 2:39 van
                                                deze verordening.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Onder evenement wordt mede verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een herdenkingsplechtigheid;</al></li><li nr="b."><al>een braderie;</al></li><li nr="c."><al>een optocht, niet zijnde een betoging als bedoeld in
                                                artikel 2:3 van deze verordening, op de weg;</al></li><li nr="d."><al>een feest, muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan
                                                de weg;</al></li><li nr="e."><al>een straatfeest of buurtbarbecue op één dag (klein
                                                evenement).</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:25</nr><titel>Vergunning evenement</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                        evenement te organiseren.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester kan vrijstelling verlenen voor door hem aan
                                        te wijzen categorieën evenementen.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor een feest,
                                        muziekvoorstelling of wedstrijd op of aan de weg, voor zover
                                        in het geregeld onderwerp wordt voorzien door artikel 10
                                        juncto 148 van de Wegenverkeerswet 1994.</al></li><li nr="4."><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26</nr><titel>Ordeverstoring</titel></kop><al>Het is verboden bij een evenement de orde te verstoren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:26a</nr><titel>Onnodig opdringen, uitdagend gedrag e.d. bij een
                                    evenement</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden bij een evenement onnodig op te dringen,
                                        door uitdagend gedrag aanleiding te geven tot
                                        ongeregeldheden of ongeregeldheden te veroorzaken.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden bij een evenement messen, knuppels,
                                        slagwapens of andere voorwerpen die als wapen kunnen worden
                                        gebruikt, op een zodanige wijze mee te voeren dat de
                                        openbare orde of veiligheid in gevaar kan komen.</al></li><li nr="3."><al>Een ieder is verplicht bij een evenement alle aanwijzingen
                                        van ambtenaren van politie, toezichthouders en brandweer in
                                        het belang van de openbare orde of veiligheid terstond en
                                        stipt op te volgen.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Toezicht op openbare inrichtingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:27</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze afdeling verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>openbare inrichting: de voor het publiek toegankelijke,
                                        besloten ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof
                                        zij bedrijfsmatig was logies wordt verstrekt of dranken
                                        worden geschonken of rookwaren of spijzen voor directe
                                        consumptie worden bereid of verstrekt. Onder een openbare
                                        inrichting wordt in ieder geval verstaan: een hotel,
                                        restaurant, pension, café, cafetaria, snackbar, discotheek,
                                        buurthuis of clubhuis. Onder openbare inrichting wordt
                                        tevens verstaan: een bij deze inrichting behorend
                                        terras.</al></li><li nr="b."><al>terras: een buiten de besloten ruimte van de openbare
                                        inrichting liggend deel daarvan waar sta- of zitgelegenheid
                                        kan worden geboden en waar tegen vergoeding dranken kunnen
                                        worden geschonken of spijzen voor directe consumptie kunnen
                                        worden bereid of verstrekt.</al></li><li nr="c."><al>Leidinggevende:</al></li><li nr="1."><al>de natuurlijke persoon of de bestuurders van een
                                        rechtspersoon of hun gevolmachtigden, voor wiens rekening en
                                        risico de openbare inrichting wordt uitgeoefend; </al></li><li nr="2."><al>de natuurlijke persoon, die algemene leiding geeft aan een
                                        onderneming, waarin de openbare inrichting wordt
                                        uitgeoefend. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:27a</nr><titel>Verbod toegang openbare inrichting</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:28</nr><titel>Exploitatie openbare inrichting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren
                                        zonder vergunning van de burgemeester.</al></li><li nr="2."><al>De burgemeester weigert de vergunning indien de exploitatie
                                        van de openbare inrichting in strijd is met een geldend
                                        bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan of
                                        voorbereidingsbesluit.</al></li><li nr="3."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester
                                        de vergunning geheel of gedeeltelijk weigeren, indien naar
                                        zijn oordeel moet worden aangenomen dat de woon- en
                                        leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de
                                        openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt
                                        beïnvloed. </al></li><li nr="4."><al>Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die
                                        zich bevindt in: </al><lijst><li nr="a."><al>een winkel als bedoeld in artikel 1 van de
                                                Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de
                                                openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van
                                                de winkelactiviteit;</al></li><li nr="b."><al>een zorginstelling;</al></li><li nr="c."><al>een museum, of</al></li><li nr="d."><al>een bedrijfskantine of -restaurant.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 2:10a beslist de
                                        burgemeester in geval van een vergunningaanvraag die ook
                                        betrekking heeft op een of meer bij de openbare inrichting
                                        behorende terrassen, voor zover deze zich op de weg
                                        bevinden, over de ingebruikneming van die weg ten behoeve
                                        van het terras.</al></li><li nr="6."><al>Onverminderd het gestelde in het derde en vierde lid, kan de
                                        burgemeester de in het vijfde lid bedoelde ingebruikneming
                                        van die weg ten behoeve van een of meer bij de openbare
                                        inrichting horende terrassen weigeren, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het beoogde gebruik schade toebrengt aan de weg dan
                                                wel gevaar oplevert voor de bruikbaarheid van de weg
                                                of voor het doelmatig en veilig gebruik
                                                daarvan;</al></li><li nr="b."><al>dat gebruik een belemmering kan worden voor het
                                                doelmatig beheer en onderhoud van de weg;</al></li><li nr="c."><al>daardoor de openbare orde, de openbare veiligheid,
                                                de volksgezondheid of de woon- en leefomgeving in
                                                gevaar komt.</al></li></lijst></li><li nr="7."><al>a. Een vergunninghouder meldt aan de burgemeester zijn wens
                                        een persoon als leidinggevende bij te laten schrijven.</al><al>b. De melding geldt als aanvraag tot wijziging van de
                                        exploitatievergunning. </al><al>c. De burgemeester bevestigt onverwijld schriftelijk de
                                        ontvangst van de aanvraag. </al></li><li nr="8."><al>De burgemeester verstrekt op verzoek een gewijzigde
                                        exploitatievergunning indien de openbare inrichting ook
                                        beschikt over een geldige drank- en horecavergunning waarop
                                        ingevolge artikel 30a Drank- en Horecawet één of meer
                                        leidinggevende(n) is/zijn bijgeschreven. Het zevende lid van
                                        dit artikel vindt alsdan geen toepassing. </al></li><li nr="9."><al>Paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht
                                        (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen)
                                        is niet van toepassing op de vergunning bedoeld in het
                                        eerste, vijfde en achtste lid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:29</nr><titel>Sluitingstijd</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Openbare inrichtingen zijn gesloten op maandag tot en met
                                        vrijdag tussen 01.00 uur en 06.00 uur, en op zaterdag en
                                        zondag tussen 02.00 uur en 06.00 uur (sluitingstijd). </al></li><li nr="2."><al>Het is verboden een openbare inrichting voor bezoekers
                                        geopend te hebben, of bezoekers in de inrichting te laten
                                        verblijven na sluitingstijd. </al></li><li nr="3."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van de
                                        sluitingstijd. </al></li><li nr="4."><al>Voor een openbare inrichting als bedoeld in artikel 2:28,
                                        vierde lid, onder a., gelden dezelfde sluitingstijden als
                                        voor de winkel.</al></li><li nr="5."><al>Het eerste en het derde lid zijn niet van toepassing op
                                        situaties waarin bij of krachtens de Wet milieubeheer is
                                        voorzien.</al></li><li nr="6."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:30</nr><titel>Afwijking sluitingstijden; tijdelijke sluiting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De burgemeester kan in het belang van de openbare orde,
                                        veiligheid, zedelijkheid of gezondheid, of in geval van
                                        bijzondere omstandigheden, te zijner beoordeling, voor een
                                        of meer horecabedrijven tijdelijk andere dan de krachtens
                                        artikel 2:29 geldende sluitingstijden vaststellen of
                                        tijdelijk sluiting bevelen.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door artikel 13b
                                        van de Opiumwet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:31</nr><titel>Verboden gedragingen</titel></kop><al>Het is verboden in een openbare inrichting:</al><lijst><li nr="a."><al>de orde te verstoren;</al></li><li nr="b."><al>zich te bevinden na sluitingstijd of gedurende de tijd dat
                                        de inrichting gesloten dient te zijn op grond van een
                                        besluit krachtens artikel 2:30, eerste lid.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:32</nr><titel>Handel binnen openbare inrichtingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In dit artikel wordt onder handelaar verstaan: de handelaar
                                        als bedoeld in artikel 1 van de algemene maatregel van
                                        bestuur op grond van artikel 437, eerste lid, van het
                                        Wetboek van Strafrecht.</al></li><li nr="2."><al>De exploitant van een openbare inrichting staat niet toe dat
                                        een handelaar of een voor hem handelend persoon in die
                                        inrichting enig voorwerp verwerft, verkoopt of op enig
                                        andere wijze overdraagt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:33</nr><titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>Als een openbare inrichting geen voor het publiek openstaand gebouw
                                of bijbehorend erf is in de zin van artikel 174 van de Gemeentewet,
                                treedt het college bij de toepassing van artikel 2:28 tot en met
                                2:30 op als bevoegd bestuursorgaan.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:34</nr><titel>Het college als bevoegd bestuursorgaan</titel></kop><al>(gereserveerd)</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>Toezicht op inrichtingen tot het verschaffen van
                                nachtverblijf</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:35</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:36</nr><titel>Kennisgeving exploitatie</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:37</nr><titel>Nachtregister</titel></kop><al>(gereserveerd)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:38</nr><titel>Verschaffing gegevens nachtregister</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>10</nr><titel>Toezicht op speelgelegenheden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:39</nr><titel>Exploitatievergunning speelgelegenheid</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Dit artikel verstaat onder speelgelegenheid: een voor het
                                        publiek toegankelijke gelegenheid waar bedrijfsmatig of in
                                        een omvang alsof deze bedrijfsmatig is de mogelijkheid wordt
                                        geboden enig spel te beoefenen, waarbij geld of in geld
                                        inwisselbare voorwerpen kunnen worden gewonnen of
                                        verloren.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                        speelgelegenheid te exploiteren of te doen exploiteren. Het
                                        verbod is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>speelautomatenhallen waarvoor op grond van artikel
                                                30c, eerste lid, onder c., van de Wet op de
                                                kansspelen vergunning is verleend;</al></li><li nr="b."><al>speelgelegenheden waarvoor de minister van
                                                Veiligheid en Justitie of de Kamer van Koophandel
                                                bevoegd is vergunning te verlenen;</al></li><li nr="c."><al>speelgelegenheden waar de mogelijkheid wordt geboden
                                                om het kleine kansspel als bedoeld in artikel 7c van
                                                de Wet op de kansspelen te beoefenen, of te spelen
                                                op speelautomaten als bedoeld in artikel 30 van de
                                                Wet op de kansspelen, of de handeling als bedoeld in
                                                artikel 1, onder a., van de Wet op de kansspelen te
                                                verrichten.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>De burgemeester weigert de vergunning:</al><lijst><li nr="a."><al>als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat de
                                                woon- en leefsituatie in de omgeving van de
                                                speelgelegenheid of de openbare orde op
                                                ontoelaatbare wijze nadelig worden beïnvloed door de
                                                exploitatie van de speelgelegenheid;</al></li><li nr="b."><al>als de exploitatie van een speelgelegenheid in
                                                strijd is met een geldend bestemmingsplan.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:40</nr><titel>Kansspelautomaten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In dit artikel wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>wet: de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="b."><al>kansspelautomaat: automaat als bedoeld in artikel
                                                30, onder c., van de wet;</al></li><li nr="c."><al>hoogdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                                artikel 30, onder d., van de wet;</al></li><li nr="d."><al>laagdrempelige inrichting: inrichting als bedoeld in
                                                artikel 30, onder e., van de wet.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>In hoogdrempelige inrichtingen zijn maximaal twee
                                        kansspelautomaten toegestaan.</al></li><li nr="3."><al>In laagdrempelige inrichtingen zijn uitsluitend
                                        behendigheidsautomaten toegestaan en zijn kansspelautomaten
                                        niet toegestaan.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>11</nr><titel>Maatregelen tegen overlast en baldadigheid</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:41</nr><titel>Betreden gesloten woning of lokaal</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een krachtens artikel 174a van de
                                        Gemeentewet gesloten woning, een niet voor publiek
                                        toegankelijk lokaal of een bij die woning of dat lokaal
                                        behorend erf te betreden.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden een krachtens artikel 13b van de Opiumwet
                                        gesloten woning, een niet voor het publiek toegankelijk
                                        lokaal, een bij die woning of dat lokaal behorend erf, een
                                        voor publiek toegankelijk lokaal of bij dat lokaal behorend
                                        erf te betreden.</al></li><li nr="3."><al>Deze verboden gelden niet voor personen wier aanwezigheid in
                                        de woning of het lokaal wegens dringende reden noodzakelijk
                                        is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:42</nr><titel>Plakken en kladden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een openbare plaats of dat gedeelte van een
                                        onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is, te
                                        bekrassen of te bekladden.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden zonder schriftelijke toestemming van de
                                        rechthebbende op een open-bare plaats of dat gedeelte van
                                        een onroerende zaak dat vanaf die plaats zichtbaar is:</al><lijst><li nr="a."><al>een aanplakbiljet of ander geschrift, afbeelding of
                                                aanduiding aan te plakken, te doen aanplakken, op
                                                andere wijze aan te brengen of te doen
                                                aanbrengen;</al></li><li nr="b."><al>met kalk, krijt, teer of een kleur of verfstof een
                                                afbeelding, letter, cijfer of teken aan te brengen
                                                of te doen aanbrengen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het in het tweede lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                        als gehandeld wordt krachtens wettelijk voorschrift.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan aanplakborden aanwijzen voor het aanbrengen
                                        van meningsuitingen en bekendmakingen.</al></li><li nr="5."><al>Het is verboden de in het vierde lid bedoelde aanplakborden
                                        te gebruiken voor het aanbrengen van handelsreclame.</al></li><li nr="6."><al>Het college kan nadere regels stellen voor het aanbrengen
                                        van meningsuitingen en bekendmakingen, die geen betrekking
                                        mogen hebben op de inhoud van de meningsuitingen en
                                        bekendmakingen.</al></li><li nr="7."><al>De houder van de in het tweede lid bedoelde schriftelijke
                                        toestemming is verplicht die aan een opsporingsambtenaar op
                                        diens eerste vordering terstond ter inzage af te geven.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:43</nr><titel>Vervoer plakgereedschap e.d.</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:44</nr><titel>Vervoer inbrekerswerktuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats inbrekerswerktuigen
                                        te vervoeren of bij zich te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Dit verbod is niet van toepassing als de bedoelde werktuigen
                                        niet zijn gebruikt of niet zijn bestemd om zich onrechtmatig
                                        de toegang tot een gebouw of erf te verschaffen,
                                        onrechtmatig sluitingen te openen of te verbreken, diefstal
                                        door middel van braak te vergemakkelijken of het maken van
                                        sporen te voorkomen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:45</nr><titel>Betreden van plantsoenen e.d.</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:46</nr><titel>Rijden over bermen e.d.</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:47</nr><titel>Hinderlijk gedrag op openbare plaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op een openbare plaats:</al><lijst><li nr="a."><al>te klimmen of zich te bevinden op een beeld,
                                                monument, overkapping, constructie, openbare
                                                toiletgelegenheid, voertuig, hekheining of andere
                                                afsluiting, verkeersmeubilair en daarvoor niet
                                                bestemd straatmeubilair;</al></li><li nr="b."><al>zich op te houden op een wijze die aan andere
                                                gebruikers of aan bewoners van nabij die openbare
                                                plaatsen gelegen woningen onnodig overlast of hinder
                                                berokkent.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door artikel 424, 426bis of 431 van
                                        het Wetboek van Strafrecht of artikel 5 van de
                                        Wegenverkeerswet 1994.</al></li><li nr="3."><al>Een ieder is verplicht om een daartoe strekkend bevel van
                                        een ambtenaar van politie, bijzondere opsporingsambtenaren
                                        en daarvoor aangewezen toezichthouders op te volgen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:48</nr><titel>Verboden drankgebruik</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is voor personen die de leeftijd van achttien jaar
                                        hebben bereikt verboden op een openbare plaats, die deel
                                        uitmaakt van een door het college aangewezen gebied
                                        alcoholhoudende drank te gebruiken of aangebroken flessen,
                                        blikjes en dergelijke met alcoholhoudende drank bij zich te
                                        hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod is niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>een terras dat behoort bij een horecabedrijf, als
                                                bedoeld in artikel 1 van de Drank- en
                                                Horecawet;</al></li><li nr="b."><al>de plaats, niet zijnde een horecabedrijf, als
                                                bedoeld onder a, waarvoor een ontheffing geldt
                                                krachtens artikel 35 van de Drank- en
                                                Horecawet.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:48a</nr><titel>Gevaarlijk drinkgerei en verpakkingen</titel></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry nameend="col3" namest="col2"><al>Het is verboden op een openbare plaats, die deel
                                                  uitmaakt van een door de burgemeester aangewezen
                                                  gebied, drinkgerei van glas of blik of geopende
                                                  glazen verpakkingen, kennelijk bestemd voor het
                                                  bewaren van dranken bij zich te hebben of met zich
                                                  mee te vervoeren.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry nameend="col3" namest="col2"><al>Het bepaalde in het eerste lid geldt niet voor:
                                                </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>een terras waarvoor een vergunning geldt als
                                                  bedoeld in artikel 2:28; </al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>de plaats waarvoor een ontheffing geldt
                                                  krachtens artikel 35 van de Drank- en
                                                  Horecawet.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry nameend="col3" namest="col2"><al>Het is de exploitant van een inrichting als
                                                  bedoeld in artikel 2:27 en degene die het
                                                  winkelbedrijf of slijtersbedrijf uitoefent, welke
                                                  inrichting, winkel of slijterij is gelegen aan een
                                                  door de burgemeester aangewezen openbare plaats,
                                                  verboden dranken in door de burgemeester
                                                  aangewezen verpakkingen en/of drinkgerei van glas
                                                  of blik te verstrekken gedurende een door de
                                                  burgemeester aangewezen periode. De burgemeester
                                                  wijst de openbare plaatsen, verpakkingen en
                                                  drinkgerei en de periode aan in het belang van de
                                                  openbare orde en/of veiligheid indien en voor
                                                  zover de genoemde belangen dit dringend
                                                  noodzakelijk maken en dat ook in een aantoonbaar
                                                  verband staat tot deze aanwijzing. </al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:49</nr><titel>Verboden gedrag bij of in gebouwen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>zich zonder redelijk doel in een portiek of poort op
                                                te houden;</al></li><li nr="b."><al>zonder redelijk doel in, op of tegen een raamkozijn
                                                of een drempel van een gebouw te zitten of te
                                                liggen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het is aan anderen dan bewoners of gebruikers van
                                        flatgebouwen, appartements-gebouwen en soortgelijke
                                        meergezinshuizen en van gebouwen die voor publiek
                                        toegankelijk zijn, verboden zich zonder redelijk doel te
                                        bevinden in een voor gemeenschappelijk gebruik bestemde
                                        ruimte van een zodanig gebouw.</al></li><li nr="3."><al>Een ieder is verplicht om een daartoe strekkend bevel van
                                        een ambtenaar van politie, bijzondere opsporingsambtenaren
                                        en daarvoor aangewezen toezichthouders op te volgen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:50</nr><titel>Hinderlijk gedrag in voor publiek toegankelijke
                                    ruimten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zich zonder redelijk doel op een voor
                                        anderen hinderlijke wijze op te houden in of op een voor het
                                        publiek toegankelijk portaal, telefooncel, wachtlokaal voor
                                        een openbaar vervoermiddel, parkeergarage, rijwielstalling
                                        of een andere soortgelijke, voor het publiek toegankelijke
                                        ruimte dan wel deze te verontreinigen of te bezigen voor een
                                        ander doel dan waarvoor de desbetreffende ruimte is
                                        bestemd.</al></li><li nr="2."><al>Een ieder is verplicht op een daartoe strekkend bevel van
                                        een ambtenaar van politie, bijzondere opsporingsambtenaren
                                        en daarvoor aangewezen toezichthouders zijn weg te vervolgen
                                        of zich in de door hem aangewezen richting te
                                        verwijderen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:51</nr><titel>Neerzetten van fietsen e.d.</titel></kop><al>(vervallen; zie artikel 5:12)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:52</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets op markt en kermisterrein
                                    e.d.</titel></kop><al>Het is verboden zich met een fiets, bromfiets, snorfiets of een
                                scooter te bevinden op een terrein waar een markt, kermis,
                                uitvoering, bijeenkomst, evenement of plechtigheid gehouden wordt
                                die publiek trekt, mits dit verbod kenbaar is aan de bezoekers van
                                het terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:53</nr><titel>Bespieden van personen</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:54</nr><titel>Bewakingsapparatuur</titel></kop><al>(gereserveerd)</al></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 2:54a Verplichte route</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:55</nr><titel>Nodeloos alarmeren</titel></kop><al>(gereserveerd)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:56</nr><titel>Alarminstallaties</titel></kop><al>(gereserveerd)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:57</nr><titel>Loslopende honden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden die hond
                                        te laten verblijven of te laten lopen:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen de bebouwde kom op een openbare plaats als
                                                die hond niet aangelijnd is;</al></li><li nr="b."><al>op die plaatsen buiten de bebouwde kom waar door
                                                middel van bebording is aangegeven dat die hond
                                                aangelijnd moet zijn;</al></li><li nr="c."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk
                                                als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                                speelweide of op een andere door het college
                                                aangewezen plaats;</al></li><li nr="d."><al>op de weg als die hond niet is voorzien van een
                                                halsband of een ander identificatiemerk dat de
                                                eigenaar of houder duidelijk doet kennen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd
                                        in het eerste lid, onder a., niet geldt.</al></li><li nr="3."><al>De verboden genoemd in het eerste lid, onder a., b. en c.
                                        zijn niet van toepassing op de eigenaar of houder van een
                                        hond:</al><lijst><li nr="a."><al>die zich vanwege zijn handicap door een geleidehond
                                                of sociale hulphond laat begeleiden, of</al></li><li nr="b."><al>die deze hond aantoonbaar gekwalificeerd opleidt tot
                                                geleidehond of sociale hulphond.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:58</nr><titel>Verontreiniging door honden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is de eigenaar of houder van een hond verboden deze hond
                                        zich van uitwerpselen te laten ontdoen:</al><lijst><li nr="a."><al>op een openbare plaats; </al></li><li nr="b."><al>op een voor het publiek toegankelijke en kennelijk
                                                als zodanig ingerichte kinderspeelplaats, zandbak of
                                                speelweide;</al></li><li nr="c."><al>op een andere door het college aangewezen
                                                plaats.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het eerste lid is niet van toepassing op de eigenaar of
                                        houder van een hond die zich vanwege zijn handicap door een
                                        geleidehond of sociale hulphond laat begeleiden. </al></li><li nr="3."><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waar het verbod genoemd
                                        in het eerste lid, onder a. niet geldt.</al></li><li nr="4."><al>De eigenaar of houder van een hond is verplicht een
                                        deugdelijk middel dat is bestemd voor het verwijderen van
                                        uitwerpselen bij zich te dragen en/of dit middel op eerste
                                        vordering aan de met het toezicht belaste ambtenaar te
                                        tonen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:59</nr><titel>Gevaarlijke honden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Als het college een hond in verband met zijn gedrag
                                        gevaarlijk of hinderlijk acht, kan het de eigenaar of houder
                                        van die hond een aanlijngebod of een aanlijn- en
                                        muilkorfgebod opleggen voor zover die hond verblijft of
                                        loopt op een openbare plaats of op het terrein van een
                                        ander. </al></li><li nr="2."><al>Een aanlijngebod houdt in dat de eigenaar of houder
                                        verplicht is de hond aangelijnd te houden met een lijn met
                                        een lengte, gemeten van hand tot halsband, van ten hoogste
                                        1,50 meter.</al></li><li nr="3."><al>Onverminderd het bepaalde van artikel 2:57, eerste lid,
                                        aanhef en onder d., geldt voor het bepaalde in het eerste
                                        lid bovendien dat de hond voorzien moet zijn van een door de
                                        bevoegde minister op aanvraag verstrekt uniek
                                        identificatienummer door middel van een microchip die met
                                        een chipreader afleesbaar is.</al></li><li nr="4."><al>Een muilkorfgebod houdt in dat de eigenaar of houder
                                        verplicht is de hond voorzien te houden van een muilkorf
                                        die:</al><lijst><li nr="a."><al>vervaardigd is van stevige kunststof, van stevig
                                                leer of van beide stoffen;</al></li><li nr="b."><al>door middel van een stevige leren riem zodanig rond
                                                de hals is aangebracht dat verwijdering zonder
                                                toedoen van de mens niet mogelijk is; en </al></li><li nr="c."><al>zodanig is ingericht dat de hond niet kan bijten,
                                                dat de afgesloten ruimte binnen de korf een geringe
                                                opening van de bek toelaat en dat geen scherpe delen
                                                binnen de korf aanwezig zijn.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:60</nr><titel>Houden van hinderlijke of schadelijke dieren</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college is bevoegd buiten een inrichting in de zin van
                                        de Wet milieubeheer gedeelten van de gemeente of bepaalde
                                        plaatsen aan te wijzen waar het ter voorkoming of opheffing
                                        van overlast of schade aan de openbare gezondheid verboden
                                        is daarbij aangeduide dieren:</al><lijst><li nr="a."><al>aanwezig te hebben, dan wel</al></li><li nr="b."><al>aanwezig te hebben anders dan met inachtneming van
                                                de door hen ter voorkoming of opheffing van overlast
                                                of schade aan de openbare gezondheid gestelde
                                                regels, dan wel</al></li><li nr="c."><al>aanwezig te hebben tot een groter aantal dan in die
                                                aanwijzing is aangegeven.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het is verboden op een krachtens het eerste lid aangewezen
                                        plaats een daarbij aangeduid dier of daarbij aangeduide
                                        dieren aanwezig te hebben, dan wel aanwezig te hebben anders
                                        dan met inachtneming van de door het college gestelde
                                        regels, dan wel aanwezig te hebben tot een groter aantal dan
                                        door het college is aangegeven.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan de rechthebbende op een onroerende zaak
                                        gelegen binnen een krachtens het eerste lid aangewezen
                                        gedeelte van de gemeente ontheffing verlenen van het in het
                                        tweede lid gestelde verbod.</al></li><li nr="4."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:61</nr><titel>Wilde dieren</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:62</nr><titel>Loslopend vee</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:63</nr><titel>Duiven</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De rechthebbende op duiven is verplicht ervoor te zorgen dat
                                        die duiven niet kunnen uitvliegen tussen 08.00 uur en 18.00
                                        uur in een door het college te bepalen tijdvak dat ligt
                                        tussen 1 maart en 1 juni.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                        lid gestelde gebod.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                        Provinciale ophokverordening.</al></li><li nr="4."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) van toepassing. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:64</nr><titel>Bijen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden bijen te houden:</al><lijst><li nr="a."><al>binnen een afstand van 30 meter van woningen of
                                                andere gebouwen waar overdag mensen verblijven;</al></li><li nr="b."><al>binnen een afstand van 30 meter van de weg.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet indien op
                                        een afstand van ten hoogste zes meter vanaf de korven of
                                        kasten een afscheiding is aangebracht van twee meter hoogte
                                        of zoveel hoger als noodzakelijk is om het laag uit- en
                                        invliegen van de bijen te voorkomen.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder a., gestelde verbod
                                        geldt niet voor zover de bijenhouder rechthebbende is op de
                                        woningen of gebouwen als bedoeld in dat lid.</al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste lid, aanhef en onder b., gestelde verbod
                                        geldt niet voor zover in het daarin geregelde onderwerp
                                        wordt voorzien door de Provinciale wegenverordening.</al></li><li nr="5."><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                        ontheffing verlenen.</al></li><li nr="6."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:65</nr><titel>Bedelarij</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>12</nr><titel>Bepalingen ter bestrijding van heling van goederen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:66</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>Deze afdeling verstaat onder handelaar: de handelaar als bedoeld in
                                artikel 1 van de algemene maatregel van bestuur op grond van artikel
                                437, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:67</nr><titel>Verplichtingen met betrekking tot het verkoopregister</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De handelaar is verplicht aantekening te houden van alle
                                        gebruikte of ongeregelde goederen die hij verkoopt of op
                                        andere wijze overdraagt, in een doorlopend en een door of
                                        namens de burgemeester gewaarmerkt register en daarin
                                        vermeldt hij onverwijld:</al><lijst><li nr="a."><al>het volgnummer van de aantekening met betrekking tot
                                                het goed;</al></li><li nr="b."><al>de datum van verkoop of overdracht van het
                                                goed;</al></li><li nr="c."><al>een omschrijving van het goed, daaronder begrepen -
                                                voor zover dat mogelijk is - soort, merk en nummer
                                                van het goed;</al></li><li nr="d."><al>de verkoopprijs of andere voorwaarden voor
                                                overdracht van het goed;</al></li><li nr="e."><al>de naam en het adres van degene die het goed heeft
                                                verkregen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>De burgemeester is bevoegd vrijstelling te verlenen van deze
                                        verplichtingen.</al></li><li nr="3."><al>Op de vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:68</nr><titel>Voorschriften als bedoeld in artikel 437ter, eerste lid, van
                                    het Wetboek van Strafrecht</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:69</nr><titel>Vervreemding van door opkoop verkregen goederen</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:70</nr><titel>Handel in horecabedrijven</titel></kop><al>(Dit artikel is verplaatst naar afdeling 8 (Toezicht op openbare
                                inrichtingen) onder artikel 2:32).</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>13</nr><titel>Vuurwerk</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:71</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>Deze afdeling verstaat onder consumentenvuurwerk:
                                consumentenvuurwerk waarop het Besluit van 22 januari 2002, houdende
                                nieuwe regels met betrekking tot consumenten- en professioneel
                                vuurwerk (Vuurwerkbesluit) van toepassing is.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:72</nr><titel>Ter beschikking stellen van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    verkoopdagen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden in de uitoefening van een bedrijf of
                                        nevenbedrijf consumentenvuurwerk ter beschikking te stellen
                                        dan wel voor het ter beschikking stellen aanwezig te houden,
                                        zonder een vergunning van het college.</al></li><li nr="2."><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73</nr><titel>Gebruiken van consumentenvuurwerk tijdens de
                                    jaarwisseling</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden consumentenvuurwerk te gebruiken op een door
                                        het college in het belang van de voorkoming van gevaar,
                                        schade of overlast aangewezen plaats.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden consumentenvuurwerk op een openbare plaats
                                        te gebruiken als dat gevaar, schade of overlast kan
                                        veroorzaken.</al></li><li nr="3."><al>De in het eerste en tweede lid gestelde verboden gelden niet
                                        voor zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien
                                        door artikel 429, aanhef en onder 1., van het Wetboek van
                                        Strafrecht.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                        lid gestelde verbod.</al></li><li nr="5."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:73a</nr><titel>Carbidschieten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onder carbidschieten wordt verstaan: het in een (melk)bus op
                                        explosieve wijze verbranden van acetyleengas afkomstig van
                                        een reactie tussen calciumacetylide (carbid) en water of
                                        gasmengsels met vergelijkbare eigenschappen.</al></li><li nr="2."><al>Carbidschieten is verboden.</al></li><li nr="3."><al>De burgemeester kan ontheffing verlenen van het in het
                                        tweede lid gestelde verbod voor carbid schieten buiten de
                                        bebouwde kom op 31 december tussen 12.00 en 16.00 uur.</al></li><li nr="4."><al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet voor zover
                                        in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                        milieubeheer, de Wet wapens en munitie, de Wet
                                        milieugevaarlijke stoffen, de Wet vervoer gevaarlijke
                                        stoffen of het Wetboek van Strafrecht.</al></li><li nr="5."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al><al/></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>14</nr><titel>Drugsoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74</nr><titel>Drugshandel op straat</titel></kop><al>Onverminderd het bepaalde in de Opiumwet is het verboden op een
                                openbare plaats post te vatten of zich daar heen en weer te bewegen
                                en zich op of aan wegen in of op een voertuig te bevinden of daarmee
                                heen en weer of rond te rijden, met het kennelijke doel om middelen
                                als bedoeld in artikelen 2 en 3 van de Opiumwet of daarop gelijkende
                                waar te gebruiken, al dan niet tegen betaling af te leveren, aan te
                                bieden of te verwerven, daarbij behulpzaam te zijn of daarin te
                                bemiddelen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:74a</nr><titel>Openlijk drugsgebruik</titel></kop><al>Het is verboden op of aan een openbare plaats of in een voor een
                                publiek toegankelijk gebouw, middelen als bedoeld in de artikelen 2
                                of 3 van de Opiumwet te gebruiken, toe te dienen, dan wel
                                voorbereidingen daartoe te verrichten of ten behoeve van dat gebruik
                                voorwerpen en/of stoffen voorhanden te hebben.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>15</nr><titel>Bestuurlijke ophouding, veiligheidsrisicogebieden en
                                cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:75</nr><titel>Bestuurlijke ophouding</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 154a van de Gemeentewet
                                besluiten tot het tijdelijk doen ophouden van door hem aangewezen
                                groepen van personen op een door hem aangewezen plaats indien deze
                                personen het bepaalde in de navolgende artikelen groepsgewijs niet
                                naleven:</al><lijst><li nr="•"><al>Artikel 2.1 (samenscholingsverbod);</al></li><li nr="•"><al>artikel 2:10a (voorwerpen of stoffen op, aan of boven de
                                        weg);</al></li><li nr="•"><al>artikel 2:11 (aanleggen, beschadigen en veranderen van een
                                        weg);</al></li><li nr="•"><al>artikel 2:19a (dragen gevaarlijk voorwerp);</al></li><li nr="•"><al>artikel 2:19b (opsporen metalen);</al></li><li nr="•"><al>artikel 2:42 (plakken en kladden);</al></li><li nr="•"><al>artikel 2:47 (hinderlijk gedrag openbare plaatsen);</al></li><li nr="•"><al>artikel 2:48 (verboden drankgebruik);</al></li><li nr="•"><al>artikel 2:48a (gevaarlijk drinkgerei en verpakkingen);</al></li><li nr="•"><al>artikel 2:49 (verboden gedrag in of nabij gebouwen);</al></li><li nr="•"><al>artikel 2:50 (hinderlijk gedrag in voor publiek
                                        toegankelijke ruimten);</al></li><li nr="•"><al>artikel 2:73 (gebruiken van consumentenvuurwerk tijdens de
                                        jaarwisseling);</al></li><li nr="•"><al>artikel 2:73a (carbidschieten);</al></li><li nr="•"><al>artikel 5:34 (verbod om vuur te stoken).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:76</nr><titel>Veiligheidsrisicogebieden</titel></kop><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151b van de Gemeentewet
                                bij verstoring van de openbare orde door de aanwezigheid van wapens,
                                dan wel bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, een gebied,
                                met inbegrip van de daarin gelegen voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven, aanwijzen als
                                veiligheidsrisicogebied.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2:77</nr><titel>Cameratoezicht op openbare plaatsen</titel></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry nameend="col3" namest="col2"><al>De burgemeester kan overeenkomstig artikel 151c
                                                  van de Gemeentewet besluiten tot plaatsing van
                                                  vaste camera’s voor een bepaalde duur ten behoeve
                                                  van het toezicht op een openbare plaats.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry nameend="col3" namest="col2"><al>De burgemeester heeft de bevoegdheid als bedoeld
                                                  in het eerste lid eveneens ten aanzien van andere
                                                  openbare plaatsen:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>-</al></entry><entry colname="col3"><al>parkeergarages;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>-</al></entry><entry colname="col3"><al>schoolterreinen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>-</al></entry><entry colname="col3"><al>winkelcentra;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>-</al></entry><entry colname="col3"><al>parkeerterreinen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>-</al></entry><entry colname="col3"><al>bedrijventerreinen;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>-</al></entry><entry colname="col3"><al>trein- en busstations.</al></entry></row></tbody></tgroup></table></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Seksinrichtingen, sekswinkels, straatprostitutie e.d.</titel></kop><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Dit hoofdstuk verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten
                                        van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li><li nr="b."><al>prostituee: degene die zich beschikbaar stelt tot het
                                        verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen
                                        vergoeding;</al></li><li nr="c."><al>seksinrichting: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was seksuele handelingen worden verricht, of
                                        vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.
                                        Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een
                                        seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater, een parenclub
                                        of een prostitutiebedrijf waaronder tevens begrepen een
                                        erotische massagesalon, al dan niet in combinatie met
                                        elkaar;</al></li><li nr="d."><al>escortbedrijf: de natuurlijke persoon, groep van personen of
                                        rechtspersoon die bedrijfsmatig of in een omvang alsof zij
                                        bedrijfsmatig was prostitutie aanbiedt die op een andere
                                        plaats dan in de bedrijfsruimte wordt uitgeoefend;</al></li><li nr="e."><al>sekswinkel: de voor het publiek toegankelijke, besloten
                                        ruimte waarin hoofdzakelijk goederen van
                                        erotisch-pornografische aard aan particulieren plegen te
                                        worden verkocht of verhuurd;</al></li><li nr="f."><al>exploitant: de natuurlijke persoon of personen of
                                        rechtspersoon of rechtspersonen die een seks-inrichting of
                                        escortbedrijf exploiteert en de tot vertegenwoordiging van
                                        die rechtspersoon of rechtspersonen bevoegde natuurlijke
                                        persoon of personen;</al></li><li nr="g."><al>beheerder: de natuurlijke persoon of personen die de
                                        onmiddellijke feitelijke leiding uitoefent in een
                                        seksinrichting of escortbedrijf;</al></li><li nr="h."><al>bezoeker: degene die aanwezig is in een seksinrichting, met
                                        uitzondering van:</al><lijst><li nr="1."><al>de exploitant;</al></li><li nr="2."><al>de beheerder;</al></li><li nr="3."><al>de prostituee;</al></li><li nr="4."><al>het personeel dat in de seksinrichting werkzaam
                                                is;</al></li><li nr="5."><al>toezichthouders die zijn aangewezen op grond van
                                                artikel 6:2 van deze verordening;</al></li><li nr="6."><al>andere personen wier aanwezigheid in de
                                                seksinrichting wegens dringende redenen noodzakelijk
                                                is.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:2</nr><titel>Bevoegde bestuursorgaan</titel></kop><al>In dit hoofdstuk wordt verstaan onder het bevoegde bestuursorgaan:
                                het college of, voor zover het betreft voor het publiek openstaande
                                gebouwen en daarbij behorende erven als bedoeld in artikel 174 van
                                de Gemeentewet, de burgemeester.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:3</nr><titel>Nadere regels</titel></kop><al>Met het oog op de in artikel 3:13 genoemde belangen, kan het college
                                over de uitoefening van de bevoegdheden in dit hoofdstuk nadere
                                regels vaststellen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Seksinrichtingen, straatprostitutie, sekswinkels e.d.</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:4</nr><titel>Seksinrichtingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een seksinrichting te exploiteren of te
                                        wijzigen zonder vergunning van het bevoegde
                                        bestuursorgaan.</al></li><li nr="2."><al>In de aanvraag om vergunning en in de vergunning wordt in
                                        ieder geval vermeld:</al><lijst><li nr="a."><al>de persoonsgegevens van de exploitant; </al></li><li nr="b."><al>de persoonsgegevens van de beheerder;</al></li><li nr="c."><al>het aantal werkzame prostituees;</al></li><li nr="d."><al>de aard van de seksinrichting;</al></li><li nr="e."><al>de plaatselijke en kadastrale ligging van de
                                                inrichting door middel van een situatietekening met
                                                een schaal van tenminste 1:100;</al></li><li nr="f."><al>de plattegrond van de inrichting door middel van een
                                                tekening met een schaal van tenminste 1:100;</al></li><li nr="g."><al>een bewijs van inschrijving in het handelsregister
                                                bij de Kamer van Koophandel;</al></li><li nr="h."><al>een bewijs waaruit blijkt dat de exploitant
                                                gerechtigd is tot het gebruik van de ruimte bestemd
                                                voor de seksinrichting;</al></li><li nr="i."><al>een verklaring van de GGD, waaruit blijkt dat de
                                                inrichting voldoet aan de door de GGD te stellen
                                                eisen in het kader van de hygiëne en
                                                volksgezondheid, c.q. welke aanpassingen moeten
                                                worden gepleegd om de inrichting aan de eisen te
                                                laten voldoen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:4a</nr><titel>Escortbedrijven</titel></kop><al>Het is verboden een escortbedrijf te exploiteren of te wijzigen,
                                indien daarvan geen melding is gedaan aan het bevoegd gezag.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:5</nr><titel>Gedragseisen exploitant en beheerder</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De exploitant en de beheerder:</al><lijst><li nr="a."><al>staan niet onder curatele en zijn niet ontzet uit de
                                                ouderlijke macht of de voogdij;</al></li><li nr="b."><al>zijn niet in enig opzicht van slecht levensgedrag,
                                                en</al></li><li nr="c."><al>hebben de leeftijd van eenentwintig jaar
                                                bereikt.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Naast de gestelde eisen in het eerste lid, zijn de
                                        exploitant en de beheerder niet:</al><lijst><li nr="a."><al>met toepassing van artikel 37 van het Wetboek van
                                                Strafrecht in een psychiatrisch ziekenhuis geplaatst
                                                of met toepassing van artikel 37a van het Wetboek
                                                van Strafrecht ter beschikking gesteld;</al></li><li nr="b."><al>binnen de laatste vijf jaar onherroepelijk
                                                veroordeeld tot een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf
                                                van zes maanden of meer door de rechter in
                                                Nederland, inclusief de drie openbare lichamen
                                                Bonaire, Saba en Sint-Eustatius, Aruba, Curaçao en
                                                Sint Maarten, dan wel door een andere rechter wegens
                                                een misdrijf waarvoor naar Nederlands recht een
                                                bevel tot voorlopige hechtenis ingevolge artikel 67,
                                                eerste lid van het Wetboek van Strafvordering is
                                                toegelaten;</al></li><li nr="c."><al>binnen de laatste vijf jaar bij tenminste twee
                                                rechterlijke uitspraken onherroepelijk veroordeeld
                                                tot een onvoorwaardelijke geldboete van 500 euro of
                                                meer of tot een andere hoofdstraf als bedoeld in
                                                artikel 9, eerste lid, onder a. van het Wetboek van
                                                Strafrecht, wegens dan wel mede wegens overtreding
                                                van:</al><lijst><li nr="1."><al>bepalingen gesteld bij of krachtens de Drank-
                                                  en Horecawet, de Opiumwet, de Vreemdelingenwet en
                                                  de Wet arbeid vreemdelingen;</al></li><li nr="2."><al>de artikelen 137c tot en met 137g, 140, 240b,
                                                  242 tot en met 249, 252, 250a (oud), 273f, 300 t/m
                                                  303, 416, 417, 417bis, 426, 429quater en 453 van
                                                  het Wetboek van Strafrecht;</al></li><li nr="3."><al>de artikelen 8 en 162, derde lid, alsmede
                                                  artikel 6 juncto artikel 8 of juncto artikel 163
                                                  van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="4."><al>de artikelen 1, onder a., b. en d., 13, 14, 27
                                                  en 30b van de Wet op de kansspelen;</al></li><li nr="5."><al>de artikelen 2 en 3 van de Wet op de
                                                  weerkorpsen;</al></li><li nr="6."><al>de artikelen 54 en 55 van de Wet wapens en
                                                  munitie.</al></li></lijst></li></lijst></li><li nr="3."><al>Met een veroordeling als bedoeld in het tweede lid wordt
                                        gelijk gesteld:</al><lijst><li nr="a."><al>vrijwillige betaling van een geldsom als bedoeld in
                                                artikel 74, tweede lid, onder a. van het Wetboek van
                                                Strafrecht of artikel 76, derde lid, onder a. van de
                                                Algemene wet inzake rijksbelastingen, tenzij de
                                                geldsom minder dan 375 euro bedraagt;</al></li><li nr="b."><al>een bevel tot tenuitvoerlegging van een
                                                voorwaardelijke straf.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>De periode van vijf jaar, genoemd in het tweede lid,
                                        wordt:</al><lijst><li nr="a."><al>bij de weigering van een vergunning teruggerekend
                                                vanaf de datum van beslissing op de aanvraag van de
                                                vergunning;</al></li><li nr="b."><al>bij de intrekking van een vergunning teruggerekend
                                                vanaf de datum van de intrekking van deze
                                                vergunning.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>De exploitant of de beheerder is binnen de laatste vijf jaar
                                        geen exploitant of beheerder geweest van een seksinrichting
                                        of escortbedrijf die voor ten minste een maand door het
                                        bevoegde bestuursorgaan is gesloten, of waarvan de
                                        vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, is
                                        ingetrokken, tenzij aannemelijk is dat hem terzake geen
                                        verwijt treft.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:6</nr><titel>Sluitingstijden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                        hebben en daarin bezoekers toe te laten of te laten
                                        verblijven:</al><lijst><li nr="a."><al>op maandag tot en met vrijdag tussen 01.00 en 10.00
                                                uur;</al></li><li nr="b."><al>op zaterdag tussen 02.00 en 10.00 uur;</al></li><li nr="c."><al>op zondag tussen 02.00 en 12.00 uur.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het bevoegd orgaan kan door middel van een voorschrift als
                                        bedoeld in artikel 1:4 voor een afzonderlijke seksinrichting
                                        andere sluitingstijden vaststellen.</al></li><li nr="3."><al>Het is bezoekers van een seksinrichting verboden zich daarin
                                        te bevinden gedurende de tijd dat die seksinrichting
                                        krachtens het eerste lid of tweede lid, dan wel krachtens
                                        artikel 3:7, eerste lid, gesloten dient te zijn.</al></li><li nr="4."><al>Het in het eerste tot en met derde lid bepaalde geldt niet
                                        voor zover in de daarin geregelde onderwerpen wordt voorzien
                                        door de op de Wet milieubeheer gebaseerde
                                        voorschriften.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:7</nr><titel>Tijdelijke afwijking sluitingstijden; (tijdelijke)
                                    sluiting</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Met het oog op de in artikel 3:13, tweede lid, genoemde
                                        belangen of in geval van strijdigheid met de bepalingen in
                                        dit hoofdstuk kan het bevoegde bestuursorgaan:</al><lijst><li nr="a."><al>tijdelijk andere dan de krachtens artikel 3:6,
                                                eerste of tweede lid, geldende sluitingsuren
                                                vaststellen;</al></li><li nr="b."><al>van een afzonderlijke seksinrichting al dan niet
                                                tijdelijk de gedeeltelijke of algehele sluiting
                                                bevelen.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 3:41 van de Algemene
                                        wet bestuursrecht, maakt het bevoegde bestuursorgaan het in
                                        het eerste lid bedoelde besluit openbaar bekend
                                        overeenkomstig artikel 3:42 Algemene wet bestuursrecht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:8</nr><titel>Aanwezigheid van en toezicht door exploitant en
                                    beheerder</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een seksinrichting voor bezoekers geopend te
                                        hebben, zonder dat de ingevolge artikel 3:4 op de vergunning
                                        vermelde exploitant of beheerder in de seksinrichting
                                        aanwezig is.</al></li><li nr="2."><al>De exploitant en de beheerder zien er voortdurend op toe dat
                                        in de seksinrichting:</al><lijst><li nr="a."><al>geen strafbare feiten plaatsvinden, waaronder in
                                                ieder geval de feiten genoemd in de titels XIV
                                                (misdrijven tegen de zeden), XVIII (misdrijven tegen
                                                de persoonlijke vrijheid), XX (mishandeling), XXII
                                                (diefstal) en XXX (heling) van het Tweede Boek van
                                                het Wetboek van Strafrecht, in de Opiumwet en in de
                                                Wet wapens en munitie, en</al></li><li nr="b."><al>geen prostitutie wordt uitgeoefend door personen in
                                                strijd met het bij of krachtens de Wet arbeid
                                                vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:9</nr><titel>Straatprostitutie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden passanten te bewegen, uit te nodigen dan wel
                                        aan te lokken gebruik te maken van de diensten van een
                                        prostituee.</al></li><li nr="2."><al>Met het oog op de naleving van het in het eerste lid
                                        gestelde verbod, kan door politieambtenaren het bevel worden
                                        gegeven zich onmiddellijk in een bepaalde richting te
                                        verwijderen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:10</nr><titel>Sekswinkels</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is de rechthebbende op, huurder of gebruiker van een
                                        onroerende zaak verboden daarin een sekswinkel of
                                        seksboetiek, waar seksartikelen aan particulieren plegen te
                                        worden aangeboden, in gebruik te nemen of te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan van het in het eerste lid gestelde verbod
                                        ontheffing verlenen.</al></li><li nr="3."><al>Een ontheffing als bedoeld in het tweede lid wordt alleen
                                        verleend indien geen strijd ontstaat met de in artikel 3:13,
                                        tweede lid, genoemde belangen.</al></li><li nr="4."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.11</nr><titel>Tentoonstellen, aanbieden en aanbrengen van
                                    erotisch-pornografische goederen, afbeeldingen e.d.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is de rechthebbende op een onroerende zaak verboden
                                        daarin of daarop goederen, opschriften, aankondigingen,
                                        gedrukte of geschreven stukken dan wel afbeeldingen van
                                        erotisch-pornografische aard openlijk ten toon te stellen,
                                        aan te bieden of aan te brengen:</al><lijst><li nr="a."><al>indien het bevoegde bestuursorgaan aan de
                                                rechthebbende heeft bekendgemaakt dat de wijze van
                                                tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen daarvan, de
                                                openbare orde of de woon- en leefomgeving in gevaar
                                                brengt;</al></li><li nr="b."><al>anders dan overeenkomstig de door het bevoegde
                                                bestuursorgaan in het belang van de openbare orde of
                                                de woon- en leefomgeving gestelde regels.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing
                                        op het tentoonstellen, aanbieden of aanbrengen van goederen,
                                        opschriften, aankondigingen, gedrukte of geschreven stukken
                                        dan wel afbeeldingen, die dienen tot het openbaren van
                                        gedachten en gevoelens als bedoeld in artikel 7, eerste lid,
                                        van de Grondwet.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Beslistermijn; weigeringsgronden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:12</nr><titel>Beslistermijn</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het bevoegde bestuursorgaan neemt het besluit op de aanvraag
                                        om vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, binnen
                                        twaalf weken na de dag waarop de aanvraag ontvangen is.</al></li><li nr="2."><al>Het bevoegde bestuursorgaan kan zijn besluit voor ten
                                        hoogste twaalf weken verdagen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:13</nr><titel>Weigeringsgronden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergunning bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, wordt
                                        geweigerd indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de exploitant of de beheerder niet voldoet aan de in
                                                artikel 3:5 gestelde eisen;</al></li><li nr="b."><al>de vestiging of de exploitatie van de seksinrichting
                                                of het escortbedrijf in strijd is met een geldend
                                                bestemmingsplan, beheersverordening,
                                                exploitatieplan, voorbereidingsbesluit,
                                                stadsvernieuwingsplan of leefmilieuverordening;</al></li><li nr="c."><al>er aanwijzingen zijn dat in de seksinrichting of het
                                                escortbedrijf personen werkzaam zijn of zullen zijn
                                                in strijd met artikel 273f van het Wetboek van
                                                Strafrecht of met het bij of krachtens de Wet arbeid
                                                vreemdelingen of de Vreemdelingenwet bepaalde.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning
                                        bedoeld in artikel 3:4, eerste lid, worden geweigerd in het
                                        belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de openbare orde;</al></li><li nr="b."><al>het voorkomen of beperken van overlast;</al></li><li nr="c."><al>het voorkomen of beperken van aantasting van het
                                                woon- en leefklimaat; </al></li><li nr="d."><al>de veiligheid van personen of goederen;</al></li><li nr="e."><al>de verkeersvrijheid- of veiligheid;</al></li><li nr="f."><al>de gezondheid of zedelijkheid;</al></li><li nr="g."><al>de arbeidsomstandigheden van de prostituee.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Beëindiging exploitatie; wijziging beheer</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:14</nr><titel>Beëindiging exploitatie</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De vergunning vervalt zodra de ingevolge artikel 3:4 op de
                                        vergunning vermelde exploitant, de exploitatie van de
                                        seksinrichting of het escortbedrijf feitelijk heeft
                                        beëindigd.</al></li><li nr="2."><al>Binnen een week na de feitelijke beëindiging van de
                                        exploitatie, geeft de exploitant daarvan schriftelijk kennis
                                        aan het bevoegd bestuursorgaan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3:15</nr><titel>Wijziging beheer</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien een beheerder als bedoeld in artikel 3:1, aanhef,
                                        onder g., het beheer in de seksinrichting of het
                                        escortbedrijf feitelijk heeft beëindigd, geeft de exploitant
                                        daarvan binnen een week na de feitelijke beëindiging van het
                                        beheer schriftelijk kennis aan het bevoegde
                                        bestuursorgaan.</al></li><li nr="2."><al>Het beheer kan worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder,
                                        indien het bevoegde bestuursorgaan op aanvraag van de
                                        exploitant heeft besloten de verleende vergunning
                                        overeenkomstig de wijziging in het beheer te wijzigen. Het
                                        bepaalde in artikel 3:13 eerste lid, aanhef en onder a., is
                                        van overeenkomstige toepassing.</al></li><li nr="3."><al>In afwachting van het besluit bedoeld in het tweede lid, kan
                                        het beheer worden uitgeoefend door een nieuwe beheerder
                                        zodra de exploitant een aanvraag als bedoeld in het tweede
                                        lid heeft ingediend, totdat over de aanvraag is
                                        besloten.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Bescherming van het milieu en het natuurschoon en zorg voor het
                            uiterlijk aanzien van de gemeente</titel></kop><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Geluidhinder en verlichting</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze afdeling verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>Besluit: het Besluit algemene regels voor inrichtingen
                                        milieubeheer;</al></li><li nr="b."><al>inrichting: inrichting type A of type B als bedoeld in het
                                        Besluit;</al></li><li nr="c."><al>houder van een inrichting: degene die als eigenaar,
                                        bedrijfsleider, beheerder of anderszins een inrichting
                                        drijft;</al></li><li nr="d."><al>collectieve festiviteit: festiviteit die niet specifiek aan
                                        één of een klein aantal inrichtingen is verbonden;</al></li><li nr="e."><al>incidentele festiviteit: festiviteit of activiteit die
                                        gebonden is aan één of een klein aantal inrichtingen;</al></li><li nr="f."><al>geluidsgevoelige gebouwen: woningen en gebouwen die op grond
                                        van artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige gebouwen met uitzondering van gebouwen
                                        behorende bij de betreffende inrichting;</al></li><li nr="g."><al>geluidsgevoelige terreinen: terreinen die op grond van
                                        artikel 1 van de Wet geluidhinder worden aangemerkt als
                                        geluidsgevoelige terreinen met uitzondering van terreinen
                                        behorende bij de betreffende inrichting;</al></li><li nr="h."><al>onversterkte muziek: muziek die niet elektronisch is
                                        versterkt.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:2</nr><titel>Aanwijzing collectieve festiviteiten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>De geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en
                                        2.20 van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening
                                        gelden niet voor door het college aan te wijzen collectieve
                                        festiviteiten gedurende de daarbij aan te wijzen dagen of
                                        dagdelen.</al></li><li nr="2."><al>De voorwaarden met betrekking tot de verlichting ten behoeve
                                        van sportbeoefening in de buitenlucht als bedoeld in artikel
                                        3.148, eerste lid, van het Besluit gelden niet voor door het
                                        college aan te wijzen collectieve festiviteiten gedurende de
                                        daarbij aan te wijzen dagen of dagdelen.</al></li><li nr="3."><al>In een aanwijzing als bedoeld in het eerste en tweede lid,
                                        kan het college bepalen dat de aanwijzing slechts geldt in
                                        één of meer van de dorpskernen in de gemeente.</al></li><li nr="4."><al>Het college kan wanneer een collectieve festiviteit
                                        redelijkerwijs niet te voorzien was, een festiviteit
                                        terstond als collectieve festiviteit als bedoeld in het
                                        eerste lid aanwijzen.</al></li><li nr="5."><al>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
                                        inrichting, bedraagt niet meer dan 80 dB(A), gemeten op de
                                        gevel van gevoelige gebouwen volgens de handleiding meten en
                                        rekenen Industrielawaai 1991. </al></li><li nr="6."><al>De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is inclusief
                                        onversterkte muziek en exclusief 10 dB(A) toeslag vanwege
                                        muziekcorrectie. Tevens wordt de bedrijfsduurcorrectie
                                        buiten beschouwing gelaten.</al></li><li nr="7."><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten
                                        gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm
                                        als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het
                                        Besluit en artikel 4:5 van deze verordening - uiterlijk één
                                        uur voor de reguliere sluitingstijd te worden
                                        beëindigd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:3</nr><titel>Kennisgeving incidentele festiviteiten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is een inrichting toegestaan maximaal 12 incidentele
                                        festiviteiten per kalenderjaar te houden waarbij de
                                        geluidsnormen als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20
                                        van het Besluit en artikel 4:5 van deze verordening niet van
                                        toepassing zijn, mits de houder van de inrichting tenminste
                                        twee weken voor de aanvang van de festiviteit het college
                                        daarvan in kennis heeft gesteld.</al></li><li nr="2."><al>Het is een inrichting toegestaan om tijdens maximaal 4
                                        incidentele festiviteiten per kalenderjaar de verlichting
                                        langer aan te houden ten behoeve van sportactiviteiten
                                        waarbij artikel 3.148, eerste lid, van het Besluit niet van
                                        toepassing is, mits de houder van de inrichting tenminste
                                        tien werkdagen voor de aanvang van de festiviteit het
                                        college daarvan in kennis heeft gesteld. </al></li><li nr="3."><al>Het college stelt een formulier vast voor het doen van een
                                        kennisgeving.</al></li><li nr="4."><al>De kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan wanneer het
                                        formulier, volledig en naar waarheid ingevuld, tijdig is
                                        ingeleverd op de plaats op dat formulier vermeld.</al></li><li nr="5."><al>De kennisgeving wordt tevens geacht te zijn gedaan wanneer
                                        het college op verzoek van de houder van een inrichting een
                                        incidentele festiviteit, die redelijkerwijs niet te voorzien
                                        was, terstond toestaat.</al></li><li nr="6."><al>Het equivalente geluidsniveau LAeq veroorzaakt door de
                                        inrichting bedraagt niet meer dan 80 dB(A), gemeten op de
                                        gevel van geluidgevoelige gebouwen volgens de handleiding
                                        meten en rekenen Industrielawaai 1991.</al></li><li nr="7."><al>De geluidswaarde als bedoeld in het zesde lid is exclusief
                                        10 dB(A) toeslag vanwege muziekcorrectie. Tevens wordt de
                                        bedrijfsduurcorrectie buiten beschouwing gelaten.</al></li><li nr="8."><al>De geluidswaarde als bedoeld in het zevende lid geldt voor
                                        het bebouwde gedeelte van de inrichting en niet voor de
                                        buitenruimte.</al></li><li nr="9."><al>Bij het ten gehore brengen van muziekgeluid blijven ramen en
                                        deuren gesloten, behoudens voor het onmiddellijk doorlaten
                                        van personen of goederen.</al></li><li nr="10."><al>Op de dagen als bedoeld in het eerste lid dient het ten
                                        gehore brengen van extra muziek - hoger dan de geluidsnorm
                                        als bedoeld in de artikelen 2.17, 2.19 en 2.20 van het
                                        Besluit en artikel 4:5 van deze verordening - uiterlijk één
                                        uur voor de reguliere sluitingstijd te worden
                                        beëindigd.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:4</nr><titel>Verboden incidentele festiviteiten</titel></kop><al>(gereserveerd)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:5</nr><titel>Onversterkte muziek</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij het ten gehore brengen van onversterkte muziek, zoals
                                        bedoeld in artikel 2:18, eerste lid, onder f. en vijfde lid
                                        van het Besluit binnen inrichtingen is de onder e. opgenomen
                                        tabel van toepassing, met dien verstande dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de in de tabel aangegeven waarden binnen in- of
                                                aanpandige gevoelige gebouwen niet gelden indien de
                                                gebruiker van deze gevoelige gebouwen geen
                                                toestemming geeft voor het in redelijkheid uitvoeren
                                                of doen uitvoeren van geluidsmetingen;</al></li><li nr="b."><al>de in de tabel aangegeven waarden op de gevel ook
                                                gelden bij gevoelige terreinen op de grens van het
                                                terrein;</al></li><li nr="c."><al>de waarden in in- en aanpandige gevoelige gebouwen,
                                                voor zover het woningen betreft, gelden in
                                                geluidsgevoelige ruimten en verblijfsruimten;</al></li><li nr="d."><al>bij het bepalen van de geluidsniveaus zoals vermeld
                                                in de tabel geen bedrijfsduurcorrectie wordt
                                                toegepast.</al><al/><table><tgroup cols="4"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="37*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="19*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="21*"/><colspec colname="col4" colnum="4" colwidth="20*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>Tabel</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>7.00 – 19.00 uur</al></entry><entry colname="col3"><al>19.00 – 23.00 uur</al></entry><entry colname="col4"><al>23.00 – 7.00 uur</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAr,LT op de gevel van</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>50 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>45 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>40 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAr,LT in in- en aanpandige</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>35 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>30 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>25 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAmax op de gevel van</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>80 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>75 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>70 dB(A)</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>LAmax in in- en aanpandige</al></entry><entry colname="col2"><al/></entry><entry colname="col3"><al/></entry><entry colname="col4"><al/></entry></row><row><entry colname="col1"><al>gevoelige gebouwen</al></entry><entry colname="col2"><al>55 dB(A)</al></entry><entry colname="col3"><al>50 dB(A)</al></entry><entry colname="col4"><al>45 dB(A)</al></entry></row></tbody></tgroup></table></li></lijst></li><li nr="2."><al>Voor de duur van 5 uur in de week is onversterkte muziek,
                                        vanwege het oefenen door muziekgezelschappen zoals orkesten,
                                        harmonie- en fanfaregezelschappen, in een inrichting
                                        gedurende de dag- en avondperiode uitgezonderd van de
                                        genoemde geluidsniveaus in het eerste lid. </al></li><li nr="3."><al>Indien versterkte elementen worden gecombineerd met
                                        onversterkte elementen, wordt het samenspel beschouwd als
                                        versterkte muziek en is het Besluit van toepassing.</al></li><li nr="4."><al>Het eerste lid geldt niet indien artikel 4:2 of artikel 4:3
                                        van deze verordening van toepassing is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6</nr><titel>Overige geluidhinder</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                        milieubeheer of het Besluit op een zodanige wijze toestellen
                                        of geluidsapparaten in werking te hebben of handelingen te
                                        verrichten dat voor een omwonende of voor de omgeving
                                        geluidhinder wordt veroorzaakt.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door de Wet geluidhinder, de
                                        Zondagswet, de Wet openbare manifestaties, het
                                        Vuurwerkbesluit of de Provinciale milieuverordening.</al></li><li nr="4."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6a</nr><titel>(Geluid)hinder in de open lucht</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                        milieubeheer in de open lucht een geluidsapparaat, een
                                        (recreatie)toestel of een (bouw)machine in werking te hebben
                                        op een zodanige wijze dat voor een omwonende of overigens
                                        voor de omgeving (geluid)hinder wordt veroorzaakt.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan van het in het eerste lid bepaalde
                                        ontheffing verlenen.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan terreinen of wateren aanwijzen, waar het
                                        verbod, vervat in het eerste lid, niet van toepassing is op
                                        het in werking hebben van bepaalde in de aanwijzing
                                        aangewezen categorieën van geluidsapparaten,
                                        (recreatie)toestellen of (bouw)machines, voor zover wordt
                                        voldaan aan de door het college vast te stellen
                                        voorschriften ter voorkoming of beperking van
                                        (geluid)hinder.</al></li><li nr="4."><al>De in het derde lid bedoelde voorschriften kunnen onder meer
                                        betreffen:</al><lijst><li nr="a."><al>het maximale geluidsniveau;</al></li><li nr="b."><al>de situering van geluidsbronnen;</al></li><li nr="c."><al>de frequentie en tijden van gebruik.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3. van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6b</nr><titel>(Geluid)hinder door dieren</titel></kop><al>Degene die buiten een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer
                                de zorg heeft voor een dier, moet voorkomen dat dit voor een
                                omwonende of overigens voor de omgeving (geluid)hinder
                                veroorzaakt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6c</nr><titel>(Geluid)hinder door bromfietsen e.d.</titel></kop><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                milieubeheer zich met een motorvoertuig, een bromfiets of een
                                scooter zodanig te gedragen, dat daardoor voor een omwonende of
                                overigens voor de omgeving (geluid)hinder ontstaat.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6d</nr><titel>(Geluid)hinder door vrachtauto’s</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                        milieubeheer een vrachtauto als bedoeld in artikel 1, onder
                                        a., van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens op
                                        zodanige wijze te laden of te lossen dat daarvoor voor een
                                        omwonende of overigens voor de omgeving (geluid)hinder wordt
                                        veroorzaakt.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan van het in het eerste lid bepaalde
                                        ontheffing verlenen.</al></li><li nr="3."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:6e</nr><titel>Routering</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden buiten een inrichting in de zin van de Wet
                                        milieubeheer met een vrachtauto als bedoeld in artikel 1,
                                        onder a., van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens
                                        waarvan het ledig gewicht vermeerderd met het laadvermogen
                                        meer bedraagt dan 3.500 kg of die met inbegrip van de lading
                                        een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer
                                        dan 2 meter, tussen 23.00 en 07.00 uur op een door het
                                        college bij openbaar bekend te maken besluit aangewezen weg
                                        te rijden.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan van het in het eerste lid bepaalde
                                        ontheffing verlenen.</al></li><li nr="3."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Bodem-, weg- en milieuverontreiniging</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:7</nr><titel>Straatvegen</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:8</nr><titel>Natuurlijke behoefte doen</titel></kop><al>Het is verboden binnen de bebouwde kom op een openbare plaats zijn
                                natuurlijke behoefte te doen buiten daarvoor bestemde plaatsen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:9</nr><titel>Toestand van sloten en andere wateren en niet openbare riolen
                                    en putten buiten gebouwen</titel></kop><al>Sloten en andere wateren en niet openbare riolen en putten buiten
                                gebouwen mogen zich niet bevinden in een toestand die gevaar
                                oplevert voor de veiligheid, nadeel voor de gezondheid of hinder
                                voor de gebruikers van de gebouwen of voor anderen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Het bewaren van houtopstanden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:10</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze afdeling verstaat onder houtopstand een of meer bomen.
                                    </al></li><li nr="2."><al>In deze afdeling wordt onder vellen mede verstaan: rooien,
                                        met inbegrip van verplanten, alsmede het verrichten van
                                        handelingen die de dood of ernstige beschadiging of
                                        ontsiering van houtopstand ten gevolge kunnen hebben.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><titel>Artikel 4:11 Omgevingsvergunning voor het vellen van
                                    houtopstanden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag de
                                        houtopstanden te vellen of te doen vellen die staan vermeld
                                        op de door het college vastgestelde bomenlijst.</al></li><li nr="2."><al>In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 wordt de
                                        vergunning voor het vellen van houtopstanden die staan
                                        vermeld op de bomenlijst in beginsel geweigerd tenzij er
                                        sprake is van een ernstige bedreiging van de openbare
                                        veiligheid, een noodtoestand of andere uitzonderlijke
                                        situaties.</al></li><li nr="3."><al>Het bevoegd gezag kan een herplantplicht opleggen onder
                                        nader te stellen voorschriften.</al></li><li nr="4."><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12</nr><titel>Vergunning van rechtswege</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12a</nr><titel>Monumentale en waardevolle bomen</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:12b</nr><titel>Bestrijding iepziekte</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Maatregelen tegen ontsiering en stankoverlast</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:13</nr><titel>Opslag voertuigen, vaartuigen, mest, afvalstoffen
                                    enz.</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:14</nr><titel>Stankoverlast door gebruik van meststoffen</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:15</nr><titel>Verbod hinderlijke of gevaarlijke reclame</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op of aan een onroerende zaak handelsreclame
                                        te maken of te voeren door middel van een opschrift,
                                        aankondiging of afbeelding waardoor het verkeer in gevaar
                                        wordt gebracht of ernstige hinder ontstaat voor de
                                        omgeving.</al></li><li nr="2."><al>Het eerste lid is niet van toepassing op situaties waarin
                                        wordt voorzien door het Besluit algemene regels voor
                                        inrichtingen milieubeheer.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:16</nr><titel>Vergunningplicht lichtreclame</titel></kop><al>(gereserveerd) </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:16a</nr><titel>Vergunningplicht handelsreclame</titel></kop><table><tgroup cols="3"><colspec colname="col1" colnum="1" colwidth="33*"/><colspec colname="col2" colnum="2" colwidth="33*"/><colspec colname="col3" colnum="3" colwidth="33*"/><tbody><row><entry colname="col1"><al>1.</al></entry><entry nameend="col3" namest="col2"><al>Het is verboden zonder vergunning van het
                                                  college op of aan een onroerende zaak
                                                  handelsreclame te maken of te voeren die vanaf de
                                                  weg zichtbaar is.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>2.</al></entry><entry nameend="col3" namest="col2"><al>Het verbod geldt niet voor onverlichte:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>opschriften, aankondigingen of afbeeldingen in
                                                  het inwendig gedeelte van een onroerende zaak, die
                                                  niet kennelijk gericht zijn op zichtbaarheid vanaf
                                                  de weg;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>opschriften of aankondigingen op of aan
                                                  onroerende zaken, daartoe aangewezen door de
                                                  overheid;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>c.</al></entry><entry colname="col3"><al>opschriften of aankondigingen kleiner dan 0,50
                                                  m2 en de langste zijde korter dan 1 meter die
                                                  betrekking hebben op een openbare verkoping of een
                                                  aanbieding ter verkoop, verhuur of verpachting van
                                                  een onroerende zaak, zulks voor zolang zij
                                                  feitelijke betekenis hebben en/of het beroep, de
                                                  dienst of het bedrijf dat in of op de onroerende
                                                  zaak wordt uitgeoefend of waarvoor die zaak is
                                                  bestemd;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>d.</al></entry><entry colname="col3"><al>opschriften die betrekking hebben op de naam of
                                                  aard van in uitvoering zijnde bouwwerken of op de
                                                  namen van degenen die bij het ontwerp of de
                                                  uitvoering van het bouwwerk betrokken zijn, mits
                                                  deze opschriften zijn aangebracht op borden bij of
                                                  op de in uitvoering zijnde bouwwerken zelf, zulks
                                                  voor zolang zij feitelijke betekenis hebben;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>e.</al></entry><entry colname="col3"><al>opschriften of aankondigingen op of aan
                                                  onroerende zaken dienstbaar aan het openbaar
                                                  vervoer, indien deze zijn aangebracht ten dienste
                                                  van dat vervoer.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>3.</al></entry><entry nameend="col3" namest="col2"><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor
                                                  opschriften of aankondigingen van kennelijk
                                                  tijdelijke aard, voor zolang zij feitelijke
                                                  betekenis hebben, mits:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>van het aanbrengen ervan tevoren schriftelijke
                                                  kennisgeving is gedaan aan het college;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>het college niet binnen twee weken na ontvangst
                                                  van die kennisgeving van enig bezwaar heeft doen
                                                  blijken;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>c.</al></entry><entry colname="col3"><al>deze opschriften en aankondigingen niet langer
                                                  dan negen weken op de onroerende zaak aanwezig
                                                  zijn.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>4.</al></entry><entry nameend="col3" namest="col2"><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan een
                                                  vergunning als bedoeld in het eerste lid worden
                                                  geweigerd:</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>als de handelsreclame, op zichzelf of in verband
                                                  met de omgeving niet voldoet aan de redelijke
                                                  eisen van welstand;</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>in het belang van de voorkoming of beperking van
                                                  overlast voor gebruikers van een in de nabijheid
                                                  gelegen onroerende zaak.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>5.</al></entry><entry nameend="col3" namest="col2"><al>Het verbod van het tweede lid,</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>a.</al></entry><entry colname="col3"><al>onder a. geldt niet voor bouwwerken.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al/></entry><entry colname="col2"><al>b.</al></entry><entry colname="col3"><al>onder b. geldt niet voor zover in het daarin
                                                  geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                                  milieubeheer.</al></entry></row><row><entry colname="col1"><al>6.</al></entry><entry nameend="col3" namest="col2"><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de
                                                  Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve
                                                  beschikking bij niet tijdig beslissen) van
                                                  toepassing.</al></entry></row></tbody></tgroup></table><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Kamperen buiten kampeerterreinen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:17</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>Deze afdeling verstaat onder kampeermiddel: een onderkomen of
                                voertuig waarvoor geen omgevingsvergunning voor het bouwen in de zin
                                van artikel 2.1, eerste lid onder a. van de Wet algemene bepalingen
                                omgevingsrecht is vereist, dat bestemd of opgericht is dan wel
                                gebruikt wordt of kan worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf.
                            </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:18</nr><titel>Ontheffing van het verbod tot recreatief nachtverblijf buiten
                                    kampeerterreinen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden ten behoeve van recreatief nachtverblijf
                                        kampeermiddelen te plaatsen of geplaatst te houden buiten
                                        een kampeerterrein dat als zodanig in het bestemmingsplan,
                                        de beheersverordening, exploitatieplan of een
                                        voorbereidingsbesluit, is bestemd of mede bestemd.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor het plaatsen van kampeermiddelen
                                        voor eigen gebruik door de rechthebbende op een
                                        terrein.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod van het
                                        eerste lid.</al></li><li nr="4."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
                                        worden geweigerd in het belang van:</al><lijst><li nr="a."><al>de bescherming van natuur en landschap;</al></li><li nr="b."><al>de bescherming van een stadsgezicht.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4:19</nr><titel>Aanwijzing kampeerplaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan plaatsen aanwijzen waarvoor het verbod van
                                        artikel 4:18, eerste lid, niet geldt.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan daarbij nadere regels stellen in het belang
                                        van de gronden, genoemd in artikel 4:18, vierde lid.</al></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Andere onderwerpen betreffende de huishouding der gemeente</titel></kop><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>1</nr><titel>Parkeerexcessen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:1</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze afdeling verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen: voertuigen als bedoeld in artikel 1 van het
                                        Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990) met
                                        uitzondering van kleine wagens, zoals kruiwagens,
                                        kinderwagens en rolstoelen;</al></li><li nr="b."><al>parkeren: parkeren als bedoeld in artikel 1 van het
                                        Reglement verkeersregels en verkeerstekens (RVV 1990).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:2</nr><titel>Parkeren van voertuigen van autobedrijf e.d.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onder verhuren als bedoeld in dit artikel wordt mede
                                        verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het gebruiken van een voertuig voor het geven van
                                                lessen;</al></li><li nr="b."><al>het gebruiken van een voertuig voor het vervoeren
                                                van personen tegen betaling.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Tot de voertuigen als bedoeld in dit artikel worden niet
                                        gerekend:</al><lijst><li nr="a."><al>voertuigen waaraan herstel- of
                                                onderhoudswerkzaamheden worden verricht die in
                                                totaal niet meer dan een uur vergen, en dit
                                                gedurende de tijd die nodig is en gebruikt wordt
                                                voor deze werkzaamheden;</al></li><li nr="b."><al>voertuigen voor persoonlijk gebruik van de in het
                                                derde lid bedoelde persoon.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het is degene die er zijn bedrijf, nevenbedrijf dan wel een
                                        gewoonte van maakt voertuigen te stallen, te herstellen, te
                                        slopen, te verhuren of te verhandelen, verboden:</al><lijst><li nr="a."><al>drie of meer voertuigen die hem toebehoren of zijn
                                                toevertrouwd, op de weg te parkeren;</al></li><li nr="b."><al>de weg als werkplaats voor voertuigen te
                                                gebruiken.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het verbod als
                                        bedoeld in het derde lid.</al></li><li nr="5."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:3</nr><titel>Te koop aanbieden van voertuigen</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:4</nr><titel>Defecte voertuigen</titel></kop><al>Het is verboden een voertuig waarmee als gevolg van andere dan
                                eenvoudig te verhelpen gebreken niet kan of mag worden gereden,
                                langer dan op drie achtereenvolgende dagen op de weg te
                                parkeren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:5</nr><titel>Voertuigwrakken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat rijtechnisch in onvoldoende
                                        staat van onderhoud en tevens in een kennelijk verwaarloosde
                                        toestand verkeert op de weg te parkeren.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor zover in het daarin geregelde
                                        onderwerp wordt voorzien door de Wet milieubeheer.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:6</nr><titel>Kampeermiddelen e.a.</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een kampeerwagen, woonwagen, caravan,
                                        camper, magazijnwagen, aanhangwagen, keetwagen of ander
                                        dergelijk object dat voor recreatie of anderszins voor
                                        andere dan verkeersdoeleinden wordt gebruikt:</al><lijst><li nr="a."><al>langer dan op drie achtereenvolgende dagen te
                                                plaatsen of te hebben op een weg binnen de bebouwde
                                                kom;</al></li><li nr="b."><al>op een door het college aangewezen plaats te
                                                parkeren, waar dit naar zijn oordeel schadelijk is
                                                voor het uiterlijk aanzien van de gemeente.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                        lid, aanhef en onder a., gestelde verbod.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover
                                        in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de
                                        Provinciale wegenverordening of de Provinciale
                                        landschapsverordening.</al></li><li nr="4."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:7</nr><titel>Parkeren van reclamevoertuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat is voorzien van een
                                        aanduiding van handelsreclame, op de weg te parkeren met het
                                        kennelijk doel om daarmee handelsreclame te maken.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></li><li nr="3."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:8</nr><titel>Parkeren van grote voertuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de
                                        lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte
                                        van meer dan 2,4 meter of een breedte heeft van meer dan
                                        2,05 meter, te parkeren binnen de bebouwde kom, met
                                        uitzondering van de bedrijventerreinen, alsmede op door het
                                        college aangewezen plaatsen buiten de bebouwde kom.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van de
                                        lading, een lengte heeft van meer dan 6 meter te parkeren op
                                        een door het college aangewezen weg, waar dit parkeren naar
                                        zijn oordeel buitensporig is met het oog op de verdeling van
                                        beschikbare parkeerruimte.</al></li><li nr="3."><al>Het in het tweede lid gestelde verbod geldt niet op
                                        werkdagen van maandag tot en met vrijdag, dagelijks van
                                        08.00 tot 18.00 uur.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod in het tweede lid is voorts niet van toepassing
                                        op campers, kampeerauto’s caravans en kampeerwagens, voor
                                        zover deze voertuigen niet langer dan drie achtereenvolgende
                                        dagen op de weg worden geplaatst of gehouden. </al></li><li nr="5."><al>Het college kan van de in het eerste en tweede lid gestelde
                                        verboden ontheffing verlenen. De ontheffing van het verbod
                                        in het eerste lid wordt in ieder geval niet verleend als er
                                        naar het oordeel van het college sprake is van schade voor
                                        het uiterlijk aanzien van de gemeente.</al></li><li nr="6."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:9</nr><titel>Parkeren van uitzichtbelemmerende voertuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een voertuig dat, met inbegrip van lading,
                                        een lengte heeft van meer dan 6 meter of een hoogte van meer
                                        dan 2,4 meter of een breedte heeft van meer dan 2,05 meter,
                                        op de weg te parkeren bij een voor bewoning of ander
                                        dagelijks gebruik bestemd gebouw op zodanige wijze dat
                                        daardoor het uitzicht van bewoners of gebruikers vanuit dat
                                        gebouw op hinderlijke wijze wordt belemmerd of anderszins
                                        hinder of overlast wordt veroorzaakt.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet gedurende de tijd die nodig is voor en
                                        gebruikt wordt voor het uitvoeren van werkzaamheden waarvoor
                                        de aanwezigheid van het voertuig ter plaatse noodzakelijk
                                        is.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:10</nr><titel>Parkeren van voertuigen met stankverspreidende
                                    stoffen</titel></kop><al>(gereserveerd)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:11</nr><titel>Aantasting groenvoorzieningen door voertuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden met een voertuig te rijden door dan wel deze
                                        te doen of te laten staan in een park, plantsoen,
                                        kinderspeelplaats of een van gemeentewege aangelegde
                                        beplanting of groenstrook.</al></li><li nr="2."><al>Dit verbod is niet van toepassing:</al><lijst><li nr="a."><al>op de weg;</al></li><li nr="b."><al>op voertuigen die nodig zijn en gebruikt worden ter
                                                uitvoering van werkzaamheden door of vanwege de
                                                overheid;</al></li><li nr="c."><al>op voertuigen, waarmee standplaats wordt of is
                                                ingenomen op terreinen die mede of uitsluitend voor
                                                dit doel zijn bestemd.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het college kan van het verbod ontheffing verlenen.</al></li><li nr="4."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:12</nr><titel>Overlast van fiets of bromfiets</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college kan op de weg gelegen plaatsen aanwijzen waar
                                        het in het belang van het uiterlijk aanzien van de gemeente,
                                        ter voorkoming of opheffing van overlast, dan wel ter
                                        voorkoming van schade aan de openbare gezondheid, verboden
                                        is fietsen of bromfietsen onbeheerd buiten de daarvoor
                                        bestemde ruimten of plaatsen te laten staan.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan openbare (brom)fietsstallingsgebieden
                                        aanwijzen waar het, in het belang van het beheer van de
                                        openbare ruimte, verboden is een fiets of een bromfiets
                                        langer dan 28 dagen onafgebroken te stallen.</al></li><li nr="3."><al>Het is verboden fietsen of bromfietsen die rijtechnisch in
                                        onvoldoende staat van onder-houd en in een verwaarloosde
                                        toestand verkeren, op de weg te laten staan.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>2</nr><titel>Collecteren</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:13</nr><titel>Inzameling van geld of goederen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                        openbare inzameling van geld of goederen te houden of
                                        daartoe een intekenlijst aan te bieden.</al></li><li nr="2."><al>Onder een inzameling van geld of goederen wordt mede
                                        verstaan: het bij het aanbieden van goederen, waartoe ook
                                        worden gerekend geschreven of gedrukte stukken, dan wel bij
                                        het aanbieden van diensten aanvaarden van geld of goederen,
                                        indien daarbij te kennen wordt gegeven of de indruk wordt
                                        gewekt dat de opbrengst geheel of ten dele voor een
                                        liefdadig of ideëel doel is bestemd.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voor een inzameling die in besloten
                                        kring gehouden wordt.</al></li><li nr="4."><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) van toepassing.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>3</nr><titel>Venten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:14</nr><titel>Venten</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>In deze afdeling wordt onder venten verstaan: het in de
                                        uitoefening van de ambulante handel te koop aanbieden,
                                        verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten op een
                                        openbare en in de open lucht gelegen plaats of aan
                                        huis.</al></li><li nr="2."><al>Onder venten wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>het aan huis afleveren van goederen in het kader van
                                                de exploitatie van een winkel als bedoeld in artikel
                                                1 van de Winkeltijdenwet;</al></li><li nr="b."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                                goederen dan wel het aanbieden van diensten op
                                                jaarmarkten en markten als bedoeld in artikel 160,
                                                eerste lid, onder h., van de Gemeentewet of artikel
                                                5:22;</al></li><li nr="c."><al>het te koop aanbieden, verkopen of afleveren van
                                                goederen dan wel het aanbieden van diensten op een
                                                standplaats als bedoeld in artikel 5:17.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:15</nr><titel>Ventverbod</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden te venten indien daardoor de openbare orde,
                                        de openbare veiligheid, de volksgezondheid of het milieu in
                                        gevaar komt.</al></li><li nr="2."><al>Het is verboden te venten op zondagen en van maandag tot en
                                        met zaterdag tussen 21.00 uur en 08.00 uur.</al></li><li nr="3."><al>Het verbod geldt niet voor het venten op zondag met voor
                                        directe consumptie geschikte eetwaren.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op
                                        situaties waarin wordt voorzien door artikel 5 van de
                                        Wegenverkeerswet.</al></li><li nr="5."><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op
                                        venten met gedrukte of geschreven stukken waarin gedachten
                                        of gevoelens worden geopenbaard als bedoeld in artikel 7,
                                        eerste lid, van de Grondwet.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:16</nr><titel>Vrijheid van meningsuiting</titel></kop><al>(vervallen; eerste lid is verplaatst naar artikel 5:15 vijfde
                                lid)</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>4</nr><titel>Standplaatsen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:17</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze afdeling verstaat onder standplaats: het vanaf een
                                        vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen
                                        plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen
                                        of het anderszins aanbieden van goederen of diensten,
                                        gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een
                                        wagen of een tafel.</al></li><li nr="2."><al>Onder standplaats wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>vaste plaatsen op een jaarmarkt of markt als bedoeld
                                                in artikel 160, eerste lid onder h, van de
                                                Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>vaste plaatsen op een evenement als bedoeld in
                                                artikel 2:24.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:18</nr><titel>Standplaatsvergunning en weigeringsgronden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                        standplaats in te nemen of te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het college weigert de vergunning wegens strijd met een
                                        geldend bestemmingsplan, beheersverordening, exploitatieplan
                                        of voorbereidingsbesluit.</al></li><li nr="3."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de vergunning
                                        in ieder geval worden geweigerd:</al><lijst><li nr="a."><al>indien de standplaats hetzij op zichzelf, hetzij in
                                                verband met de omgeving niet voldoet aan eisen van
                                                redelijke welstand; </al></li><li nr="b."><al>als gevolg van bijzondere omstandigheden in de
                                                gemeente of in een deel van de gemeente
                                                redelijkerwijs te verwachten is dat door het
                                                verlenen van een vergunning voor het hebben van een
                                                standplaats voor het verkopen van goederen, een
                                                redelijk verzorgingsniveau voor de consument ter
                                                plaatse in gevaar komt. </al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:18a</nr><titel>Locaties standplaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden een standplaats als bedoeld in artikel 5:18
                                        in te nemen op een andere locatie dan door het college bij
                                        besluit is aangewezen.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet ten aanzien
                                        van het innemen van een standplaats voor het te koop
                                        aanbieden, verkopen of verstrekken van:</al><lijst><li nr="a."><al>seizoensgebonden producten;</al></li><li nr="b."><al>producten, waaronder gedrukte of geschreven stukken,
                                                van ideële instellingen en politieke partijen.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:19</nr><titel>Toestemming rechthebbende</titel></kop><al>Het is de rechthebbende op een perceel verboden toe te staan dat
                                daarop zonder vergunning van het college standplaats wordt of is
                                ingenomen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:20</nr><titel>Afbakeningsbepalingen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het verbod van artikel 5:18, eerste lid geldt niet voor
                                        zover in het daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door
                                        de Wet milieubeheer, de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of
                                        de Provinciale wegenverordening.</al></li><li nr="2."><al>De weigeringsgrond van artikel 5:18, derde lid, onder a.,
                                        geldt niet voor bouwwerken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:21</nr><titel>Aanhoudingsplicht</titel></kop><al>(gereserveerd)</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>5</nr><titel>Snuffelmarkten</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:22</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze afdeling verstaat onder snuffelmarkt: een markt in een
                                        voor het publiek toegankelijk gebouw of plaats waar
                                        hoofdzakelijk tweedehands en incourante goederen worden
                                        verhandeld of diensten worden aangeboden vanaf een
                                        standplaats.</al></li><li nr="2."><al>Onder snuffelmarkt wordt niet verstaan:</al><lijst><li nr="a."><al>een markt of jaarmarkt als bedoeld in artikel 160,
                                                eerste lid, aanhef en onder h., van de
                                                Gemeentewet;</al></li><li nr="b."><al>een evenement als bedoeld in artikel 2:24.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:23</nr><titel>Organiseren van een snuffelmarkt</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van de burgemeester een
                                        snuffelmarkt te organiseren. </al></li><li nr="2."><al>Het verbod geldt niet voor ruimten die uitsluitend dan wel
                                        nagenoeg geheel en voortdurend in gebruik zijn als winkel in
                                        de zin van de Winkeltijdenwet.</al></li><li nr="3."><al>De burgemeester weigert de vergunning als bedoeld in het
                                        eerste lid wegens strijd met een geldend bestemmingsplan,
                                        beheersverordening, exploitatieplan of
                                        voorbereidingsbesluit. </al></li><li nr="4."><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing. </al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>6</nr><titel>Openbaar water</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:24</nr><titel>Voorwerpen op, in of boven openbaar water</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is in verband met de veiligheid op het openbaar water
                                        verboden een voorwerp, niet zijnde een vaartuig, op, in of
                                        boven openbaar water te plaatsen, aan te brengen of te
                                        hebben, indien dit door zijn omvang of vormgeving,
                                        constructie of plaats van bevestiging gevaar oplevert voor
                                        de bruikbaarheid van het openbaar water of voor het
                                        doelmatig en veilig gebruik daarvan, dan wel een belemmering
                                        vormt voor het doelmatig beheer en onderhoud van het
                                        openbaar water.</al></li><li nr="2."><al>Degene die voornemens is een steiger, een meerpaal of een
                                        ander voorwerp met een permanent karakter op, in of boven
                                        openbaar water te plaatsen, doet daarvan uiterlijk twee
                                        weken tevoren een melding aan het college.</al></li><li nr="3."><al>De melding bevat in ieder geval naam, adres en
                                        contactgegevens van de melder, en een beschrijving van de
                                        aard en omvang van het voorwerp.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op
                                        situaties waarin wordt voorzien door het Wetboek van
                                        Strafrecht, de Scheepvaartverkeerswet, het
                                        Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, het
                                        Rijnvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening,
                                        de Telecommunicatiewet of de daarop gebaseerde
                                        Telecommunicatieverordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:25</nr><titel>Ligplaats woonschepen en overige vaartuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden met een vaartuig een ligplaats in te nemen
                                        of te hebben dan wel een ligplaats voor een vaartuig
                                        beschikbaar te stellen op door het college aangewezen
                                        gedeelten van openbaar water.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan aan het innemen, hebben of beschikbaar
                                        stellen van een ligplaats met dan wel voor een vaartuig op
                                        niet krachtens het eerste lid aangewezen gedeelten van
                                        openbaar water:</al><lijst><li nr="a."><al>nadere regels stellen in het belang van de openbare
                                                orde, volksgezondheid, veiligheid, milieuhygiëne en
                                                het aanzien van de gemeente;</al></li><li nr="b."><al>beperkingen stellen naar soort en aantal
                                                vaartuigen.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid is niet van toepassing op
                                        situaties waarin wordt voorzien door de Wet milieubeheer,
                                        het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, het
                                        Rijnvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening
                                        of de Provinciale landschapsverordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:26</nr><titel>Aanwijzingen ligplaats</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Onverminderd het krachtens het tweede lid van artikel 5:25
                                        bepaalde kan het college aan de rechthebbende op een
                                        vaartuig aanwijzingen geven met betrekking tot het innemen,
                                        veranderen of gebruik van een ligplaats in het belang van de
                                        openbare orde, volksgezondheid, veiligheid, de milieuhygiëne
                                        en het aanzien van de gemeente.</al></li><li nr="2."><al>De rechthebbende op een vaartuig is verplicht alle door of
                                        vanwege het college gegeven aanwijzingen met betrekking tot
                                        het innemen, veranderen of gebruik van een ligplaats op te
                                        volgen.</al></li><li nr="3."><al>Het in het eerste en tweede lid bepaalde is niet van
                                        toepassing op situaties waarin wordt voorzien door het
                                        Binnenvaartpolitiereglement, De Waterwet, het
                                        Rijnvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening
                                        of de Provinciale landschapsverordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:27</nr><titel>Verbod innemen ligplaats</titel></kop><al>Het is verboden een ligplaats in te nemen, te hebben of beschikbaar
                                te stellen in strijd met het krachtens artikel 5:26, tweede lid
                                bepaalde.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:28</nr><titel>Beschadigen van waterstaatswerken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden schade toe te brengen aan of veranderingen
                                        aan te brengen in de toestand van bij de gemeente in beheer
                                        zijnde openbare wateren, havens, dijken, wallen, kaden,
                                        trekpaden, beschoeiingen, oeverbegroeiing, bruggen, zetten,
                                        duikers, pompen, waterleidingen, gordingen, aanlegpalen,
                                        stootpalen, bakens of sluizen.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                        voorzien door het Wetboek van Strafrecht, het
                                        Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet, het
                                        Rijnvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken, de Provinciale vaarwegenverordening
                                        of de Provinciale landschapsverordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:29</nr><titel>Reddingsmiddelen</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:30</nr><titel>Veiligheid op het water</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is aan een ieder die zich als bader of zwemmer in het
                                        openbaar water ophoudt, verboden zich zodanig te gedragen
                                        dat het scheepvaartverkeer daarvan hinder of gevaar kan
                                        ondervinden.</al></li><li nr="2."><al>Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt
                                        voorzien door het Binnenvaartpolitiereglement, de Waterwet,
                                        het Rijnvaartpolitiereglement, de Wet beheer
                                        rijkswaterstaatswerken of de Provinciale
                                        vaarwegenverordening.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31</nr><titel>Overlast aan vaartuigen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder redelijk doel zich vast te houden aan
                                        een vaartuig in openbaar water, daarop te klimmen of zich
                                        daarop of daarin te begeven of te bevinden.</al></li><li nr="2."><al>Het is aan degene die daartoe niet bevoegd is verboden een
                                        vaartuig, liggend in of aan een openbaar water, los te
                                        maken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31a</nr><titel>Veiligheid zwemmers</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden zonder vergunning van het college een
                                        bestuurbare motorboot of enig ander gemotoriseerd vaartuig
                                        dan wel een radiografisch bestuurbare boot in een door het
                                        college aangewezen gedeelte van het openbaar water in
                                        werking te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor zover het
                                        Binnenvaartpolitiereglement, het Rijnvaartpolitiereglement,
                                        de Wet beheer rijkswaterstaatswerken of het Reglement van
                                        het waterschap van toepassing is.</al></li><li nr="3."><al>Op de vergunning is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31b</nr><titel>Aanwijzing verboden plaatsen</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31c</nr><titel>Snelheidsbeperking motorschip</titel></kop><al>(vervallen)</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>7</nr><titel>Crossterreinen en gemotoriseerd en ruiterverkeer in
                                natuurgebieden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:31d</nr><titel>Begripsomschrijvingen</titel></kop><al>Deze afdeling verstaat onder:</al><lijst><li nr="a."><al>motorvoertuig: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1
                                        van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens
                                        1990;</al></li><li nr="b."><al>bromfiets: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1,
                                        eerste lid onder e. van de Wegenverkeerswet 1994.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:32</nr><titel>Crossterreinen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden op enig terrein, geen weg zijnde, met een
                                        motorvoertuig of een bromfiets een wedstrijd dan wel, ter
                                        voorbereiding van een wedstrijd, een trainings- of proefrit
                                        te houden of te doen houden dan wel daaraan deel te nemen,
                                        dan wel een motorvoertuig of een bromfiets met het
                                        kennelijke doel daartoe aanwezig te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het verbod niet
                                        van toepassing is. Het kan daarbij regels stellen voor het
                                        gebruik van deze terreinen:</al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen of beperken van
                                                overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van het uiterlijk
                                                aanzien van de omgeving en ter bescherming van
                                                andere milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van de deelnemers
                                                van de in het eerste lid bedoelde wedstrijden en
                                                ritten of van het publiek.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder weg
                                        verstaan wat artikel 1 van de Wegenverkeerswet 1994
                                        daaronder verstaat.</al></li><li nr="4."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor zover in het
                                        daarin geregelde onderwerp wordt voorzien door de Wet
                                        milieubeheer of het Besluit geluidproductie
                                        sportmotoren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:33</nr><titel>Beperking verkeer in natuurgebieden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden binnen voor publiek toegankelijke
                                        natuurgebieden, parken, plantsoenen of voor recreatief
                                        gebruik beschikbare terreinen te rijden of zich te bevinden
                                        met een motorvoertuig, een bromfiets, een fiets of een
                                        paard.</al></li><li nr="2."><al>Het college kan terreinen aanwijzen waarvoor het in het
                                        eerste lid gestelde verbod niet van toepassing is. Het kan
                                        daarbij regels stellen ten aanzien van het gebruik van deze
                                        terreinen:</al><lijst><li nr="a."><al>in het belang van het voorkomen van overlast;</al></li><li nr="b."><al>in het belang van de bescherming van natuur- of
                                                milieuwaarden;</al></li><li nr="c."><al>in het belang van de veiligheid van het
                                                publiek.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het verbod in het eerste lid geldt niet voor
                                        motorvoertuigen, bromfietsen, fietsen en paarden:</al><lijst><li nr="a."><al>ten dienste van politie, brandweer en geneeskundige
                                                hulpverlening en van andere krachtens artikel 29,
                                                eerste lid, Reglement verkeersregels en
                                                verkeerstekens 1990 door de minister van Verkeer en
                                                Waterstaat aangewezen hulpverleningsdiensten;</al></li><li nr="b."><al>die worden gebruikt in verband met beheer, onderhoud
                                                of exploitatie van de terreinen als in het eerste
                                                lid bedoeld;</al></li><li nr="c."><al>die worden gebruikt in verband met werken die
                                                krachtens wettelijk voorschrift moeten worden
                                                uitgevoerd;</al></li><li nr="d."><al>van de zakelijk gerechtigden, huurders en pachters
                                                van percelen die gelegen zijn binnen de terreinen
                                                als in het eerste lid bedoeld;</al></li><li nr="e."><al>voor het verkeer ten behoeve van bezoek en van de
                                                verzorging van de onder d bedoelde personen.</al></li></lijst></li><li nr="4."><al>Het in het eerste lid gestelde verbod geldt voorts
                                        niet:</al><lijst><li nr="a."><al>op wegen als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder
                                                b., van de Wegenverkeerswet 1994;</al></li><li nr="b."><al>binnen de bij of krachtens de Provinciale
                                                verordening 'Stiltegebieden' aangewezen
                                                stiltegebieden, ten aanzien van motorrijtuigen die
                                                bij of krachtens die verordening zijn aangewezen als
                                                'toestel'.</al></li></lijst></li><li nr="5."><al>Het college kan ontheffing verlenen van het in het eerste
                                        lid gestelde verbod.</al></li><li nr="6."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) niet van toepassing.</al></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>8</nr><titel>Verbod vuur te stoken</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:34</nr><titel>Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of
                                    anderszins vuur te stoken</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden
                                        buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of
                                        anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.</al></li><li nr="2."><al>Mits er geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor
                                        de omgeving, is het verbod niet van toepassing op:</al><lijst><li nr="a."><al>verlichting door middel van kaarsen, fakkels en
                                                dergelijke;</al></li><li nr="b."><al>sfeervuren zoals terrashaarden en vuurkorven, indien
                                                geen afvalstoffen worden verbrand;</al></li><li nr="c."><al>vuur voor koken, bakken en braden, voor zover dat
                                                geen gevaar, overlast of hinder voor de omgeving
                                                oplevert;</al></li><li nr="d."><al>het verbranden van kap- en snoeihout, mits voldaan
                                                wordt aan de door het college hierover gestelde
                                                nadere regels.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Het college kan van dit verbod ontheffing verlenen.</al></li><li nr="4."><al>Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing
                                        worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.</al></li><li nr="5."><al>Het verbod geldt niet voor zover in het geregelde onderwerp
                                        wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1. of 3.,
                                        van het Wetboek van Strafrecht of de Provinciale
                                        milieuverordening.</al></li><li nr="6."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) van toepassing.</al><al/></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Afdeling</label><nr>9</nr><titel>Verstrooiing van as</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:35</nr><titel>Begripsomschrijving</titel></kop><al>Deze afdeling verstaat onder incidentele asverstrooiing: het
                                verstrooien van as als bedoeld in de Wet op de lijkbezorging op een
                                door de overledene of nabestaande(n) gewenste plek buiten een
                                permanent daartoe bestemd terrein.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:36</nr><titel>Verboden plaatsen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Incidentele asverstrooiing is verboden op:</al><lijst><li nr="a."><al>verharde delen van de weg;</al></li><li nr="b."><al>gemeentelijke begraafplaatsen en
                                                crematoriumterreinen anders dan op de aangewezen
                                                plaatsen;</al></li><li nr="c."><al>kinderspeelplaatsen, speel- en ligweiden, openbare
                                                sport- en spelterreinen;</al></li><li nr="d."><al>op of vanaf bruggen en viaducten.</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan een besluit nemen waarin voor een bepaalde
                                        termijn wordt verboden dat op andere plaatsen dan genoemd in
                                        het eerste lid asverstrooiing plaatsvindt.</al></li><li nr="3."><al>Het college kan op verzoek van de nabestaande die zorgdraagt
                                        voor de asbus op grond van bijzondere omstandigheden
                                        ontheffing verlenen van het verbod uit het eerste lid,
                                        behoudens de gemeentelijke begraafplaatsen.</al></li><li nr="4."><al>Op de ontheffing is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet
                                        bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet
                                        tijdig beslissen) van toepassing.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5:37</nr><titel>Hinder of overlast</titel></kop><al>Incidentele as verstrooiing is verboden indien daardoor hinder of
                                overlast wordt veroorzaakt voor derden.</al></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>6</nr><titel>Straf-, overgangs- en slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:1</nr><titel>Strafbepaling</titel></kop><al>Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde en de op
                            grond van artikel 1:4 daarbij gegeven voorschriften en beperkingen wordt
                            gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten
                            hoogste de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met
                            openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:2</nr><titel>Toezichthouders</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of
                                    krachtens deze verordening zijn belast: de gemeentelijke
                                    opsporingsambtenaren c.q. toezichthouders.</al></li><li nr="2."><al>Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij
                                    of krachtens deze verordening belast de bij besluit van het
                                    college dan wel de burgemeester aan te wijzen personen.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:3</nr><titel>Binnentreden woningen</titel></kop><al>Zij die belast zijn met het toezicht op de naleving of de opsporing van
                            een overtreding van de bij of krachtens deze verordening gegeven
                            voorschriften welke strekken tot handhaving van de openbare orde of
                            veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen,
                            zijn bevoegd tot het binnentreden in een woning zonder toestemming van
                            de bewoner.</al><al/><al><vet>Artikel 6:4 Intrekking oude regeling</vet></al><al>De Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Overbetuwe 2012, zoals
                            vastgesteld bij besluit van 23 oktober 2012, en gewijzigd bij de
                            Wijzigingsverordening Algemene Plaatselijke Verordening gemeente
                            Overbetuwe 2013 (1<sup>e</sup> wijziging), zoals vastgesteld op 5
                            november 2013, wordt ingetrokken. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6:5</nr><titel>Overgangsbepaling</titel></kop><al>Besluiten, genomen krachtens de verordening bedoeld in artikel 6:4, die
                            golden op het moment van de inwerkingtreding van deze verordening en
                            waarvoor deze verordening overeenkomstige besluiten kent, gelden als
                            besluiten genomen krachtens deze verordening.</al><al/><al><vet>Artikel 6:6 Inwerkingtreding</vet></al><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na de datum van
                            bekendmaking.</al><al/><al><vet>Artikel 6:7 Citeertitel</vet></al><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Algemene Plaatselijke Verordening
                            gemeente Overbetuwe 2015.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in zijn openbare vergadering</ondertekening><ondertekening>van 14 juli 2015.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/><ondertekening>DE RAAD VOORNOEMD,</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier,</ondertekening><ondertekening>A.J. van den Brink MBA.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>drs A.S.F. van Asseldonk.</ondertekening></regeling-sluiting><bijlage><al><extref doc="/cvdr/images/Overbetuwe/i258063.pdf">APV 150714 VB.pdf</extref></al></bijlage></regeling></body></cvdr>