<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR399523_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening individuele studietoeslag WIHW 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Korendijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-03-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hoeksche Waard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2016, 26605</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening individuele studietoeslag WIHW 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=8">Participatiewet, artikel 8</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-02-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-03-05</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2016-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>KDK/07542</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>maatschappelijke zorg en welzijn</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening individuele studietoeslag WIHW 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>KDK/07542/i.03151</al><al>De gemeenteraad van de gemeente Korendijk;</al><al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 12
                        januari 2016;</al><al>gelet op artikel 8, eerste lid, onderdeel c, van de Participatiewet; </al><al>overwegende dat het noodzakelijk is om de regels met betrekking tot de
                        individuele studietoeslag bij verordening te regelen;</al><al>besluit vast te stellen<vet>:</vet></al><al><vet><cursief>de Verordening individuele studietoeslag WIHW
                        2016</cursief></vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>GMR WIHW : gemeenschappelijke regeling Werk en Inkomen Hoeksche
                                    Waard;</al></li><li nr="b."><al>de wet: de Participatiewet</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Indienen verzoek en peildatum</titel></kop><al>Een verzoek als bedoeld in artikel 36b, eerste lid, van de wet, wordt
                        ingediend op een door het college vastgesteld formulier. </al><al>De datum van aanvraag is de peildatum voor de vaststelling van het
                        recht.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Doelgroep studietoeslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan op verzoek, gelet op de omstandigheden van een
                            belanghebbende, een individuele studietoeslag verlenen. Hiervoor is
                            vereist dat belanghebbende op de datum van de aanvraag:</al><lijst><li nr="a."><al>18 jaar of ouder is;</al></li><li nr="b."><al>recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet
                                    studiefinanciering 2000 of recht heeft op een tegemoetkoming op
                                    grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming
                                    onderwijsbijdrage en schoolkosten ontvangt;</al></li><li nr="c."><al>geen in aanmerking te nemen vermogen heeft als bedoeld in
                                    artikel 34 van de Participatiewet;</al></li><li nr="d."><al>een persoon is van wie is vastgesteld dat hij niet in staat is
                                    tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, doch wel
                                    mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorwaarden die tijdens de datum van aanvraag gelden, gelden ook in
                            de periode dat de studietoeslag wordt uitbetaald voor de voortzetting
                            van het recht op de individuele studietoeslag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Advies over oordeel verdienen wettelijk minimumloon of medische
                            urenbeperking</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college bepaalt of een persoon met voltijdse arbeid niet in staat is
                            tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, maar wel mogelijkheden
                            heeft tot arbeidsparticipatie dan wel een medische urenbeperking
                            heeft.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Indien het college niet in staat is te bepalen of de belanghebbende tot
                            de doelgroep behoort, vraagt zij advies aan het Uitvoeringsinstituut
                            Werknemersverzekeringen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Hoogte individuele studietoeslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De hoogte van de individuele studietoeslag is afhankelijk van de
                            leeftijd van de aanvrager op de aanvraagdatum en bedraagt 25% van het
                            netto minimum (jeugd)loon.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Inkomsten worden volledig verrekend met de studietoeslag.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Beëindiging studietoeslag</titel></kop><al>De studietoeslag wordt beëindigd vanaf het moment waarop de belanghebbende
                        niet meer aan de voorwaarden voldoet.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Betaling individuele studietoeslag</titel></kop><al>De individuele studietoeslag wordt per maand uitbetaald. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Terugvordering</titel></kop><al>Het college vordert teveel of ten onrechte betaalde studietoeslag
                        terug.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de regels in deze
                        verordening, gelet op het belang van belanghebbende, indien toepassing van
                        de regels leidt tot onbillijkheid van overwegende aard.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na publicatie en heeft
                        terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2016. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als </al><al><vet>‘Verordening individuele studietoeslag WIHW 2016’</vet></al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Korendijk
                        d.d. 16 februari 2016</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>drs. A. Goslings drs. S. Stoop</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Algemene toelichting </vet></al><al>De Invoeringswet Participatiewet introduceert een studieregeling in de
                        Participatiewet: de individuele studietoeslag. Hiermee krijgt het college de
                        mogelijkheid mensen, van wie is vastgesteld dat ze niet in staat zijn het
                        minimumloon te verdienen, en personen met een medische urenbeperking, een
                        individuele studietoeslag te verstrekken als ze studeren. Het afronden van
                        een studie versterkt de positie op de arbeidsmarkt. Een diploma is een
                        bewijs tegenover werkgevers dat iemand gemotiveerd is en veel in zijn mars
                        heeft. </al><al>Mensen met een arbeidshandicap hebben volgens de regering een extra steuntje
                        in de rug nodig als het gaat om studeren. Voor hen is de drempel om te lenen
                        een stuk hoger, omdat de kans op een baan later lager is. Een studieregeling
                        stimuleert mensen om toch de stap te zetten om naar school te gaan of een
                        studie te gaan volgen. Ook biedt het een financiële compensatie voor het
                        feit dat het voor deze groep vaak moeilijk is om de studie te combineren met
                        een bijbaan (TK 2013-2014, 33 161, nr. 125, p. 2). </al><al>De individuele studietoeslag moet worden aangemerkt als een vorm van
                        bijzondere bijstand (artikel 5, onderdeel d, van de Participatiewet). De
                        individuele studietoeslag is niet gerelateerd aan bepaalde kosten. Het is
                        een inkomensondersteunende maatregel voor mensen van wie is vastgesteld dat
                        ze niet in staat zijn het minimumloon te verdienen. </al><al><cursief>Verordeningsplicht </cursief></al><al>De Invoeringswet Participatiewet legt de gemeenteraad de verplichting op in
                        een verordening regels vast te stellen over het verlenen van een individuele
                        studietoeslag. Deze verordeningsopdracht is neergelegd in artikel 8, eerste
                        lid, onderdeel c, van de Participatiewet. De regels moeten in ieder geval
                        betrekking hebben op de hoogte en de frequentie van de betaling van de
                        individuele studietoeslag (artikel 8, derde lid, van de Participatiewet). </al><al><cursief>Discretionaire bevoegdheid </cursief></al><al>Het verlenen van een individuele studietoeslag is een discretionaire
                        bevoegdheid van het college. Dit betekent dat het college aan personen die
                        voldoen aan de voorwaarden van artikel 36b, eerste lid, van de
                        Participatiewet, een individuele studietoeslag kan toekennen, maar hiertoe
                        niet is gehouden. Het college kan in beleidsregels aangeven of bepaalde
                        groepen niet in aanmerking komen voor een studietoeslag. Het college kan in
                        plaats daarvan - en in aanvulling op artikel 36b, eerste lid, van de
                        Participatiewet - in beleidsregels aangeven wie, wanneer en op grond van
                        welke nadere voorwaarden recht heeft op een individuele studietoeslag. </al><al><cursief>Voorwaarden individuele studietoeslag </cursief></al><al>Een persoon die behoort tot de doelgroep voor ondersteuning bij de
                        arbeidsinschakeling als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van
                        de Participatiewet kan een aanvraag indienen voor een individuele
                        studietoeslag. Artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet spreekt
                        overigens zowel over verzoek als aanvraag. Het college kan op een dergelijk
                        verzoek – gelet op de individuele omstandigheden van een persoon - een
                        individuele studietoeslag verlenen. Hiervoor is vereist dat deze persoon op
                        de datum van de aanvraag: </al><al>-18 jaar of ouder is; - recht heeft op studiefinanciering op grond van de
                        Wet studiefinanciering 2000 of recht heeft op een tegemoetkoming op grond
                        van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten;
                        - geen in aanmerking te nemen vermogen als bedoeld in artikel 34 van de
                        Participatiewet; - een persoon is van wie is vastgesteld dat hij niet in
                        staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, doch wel
                        mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft.</al><al>Dat een persoon recht moet hebben op studiefinanciering of een
                        WTOS-tegemoetkoming, betekent niet dat deze persoon ook daadwerkelijk
                        studiefinanciering of een tegemoetkoming moet ontvangen. Het recht op
                        studiefinanciering bestaat, afhankelijk van iemands gekozen opleiding,
                        leeftijd en inkomen. Of van dit recht gebruik gemaakt wordt is niet in de
                        Participatiewet geregeld en is geen vereiste voor het ontvangen van een
                        individuele studietoeslag op grond van de Participatiewet. Voor het recht op
                        een individuele studietoeslag is het dan ook voldoende dat een persoon recht
                        heeft op studiefinanciering of een tegemoetkoming. De persoon zal - als
                        aanvrager van de toeslag - aannemelijk moeten maken dat hij recht op
                        studiefinanciering of een tegemoetkoming heeft, bijvoorbeeld door een
                        beschikking van DUO of door een bewijs van inschrijving bij een bepaalde
                        opleiding te overleggen. </al><al>De artikelen 12, 43, 49 en 52 van de Participatiewet zijn niet van
                        toepassing bij verlening van de individuele studietoeslag (artikel 36b,
                        tweede lid, van de Participatiewet). De aanvraag moet worden ingediend bij
                        het college. Een individuele studietoeslag kan niet als lening worden
                        verstrekt als een persoon met de studietoeslag schulden wil aflossen.
                        Artikel 49 van de Participatiewet is namelijk niet van toepassing op de
                        individuele studietoeslag (artikel 36b, tweede lid, van de Participatiewet).
                        Ook artikel 52 van de Participatiewet is niet van toepassing op de
                        individuele studietoeslag (artikel 36b, tweede lid, van de Participatiewet).
                        Dit maakt dat de individuele studietoeslag niet kan worden verstrekt in de
                        vorm van een voorschot. </al><al><vet>Artikelsgewijze toelichting </vet></al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Indienen verzoek</titel></kop><al>Een verzoek om een individuele studietoeslag kan worden ingediend door
                        personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de
                        Participatiewet. Dit betreft personen die het college ondersteunt bij
                        arbeidsinschakeling: </al><al>-personen die algemene bijstand ontvangen; - personen als bedoeld in de
                        artikelen 34a, vijfde lid, onderdelen b en c, 35, vierde lid, onderdelen b
                        en c, en 36, derde lid, onderdelen b en c, van de Wet werk en inkomen naar
                        arbeidsvermogen tot het moment dat het inkomen uit arbeid in
                        dienstbetrekking gedurende twee aaneengesloten jaren ten minste het
                        minimumloon bedraagt en ten behoeve van die persoon in die twee jaren geen
                        loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d is verleend; - personen als
                        bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de Participatiewet; - personen met
                        een nabestaanden- of wezen uitkering op grond van de Algemene
                        nabestaandenwet; - personen met een uitkering op grond van de Wet
                        inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze
                        werknemers; - personen met een uitkering op grond van de Wet
                        inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen
                        zelfstandigen, en - niet-uitkeringsgerechtigden.</al><al>Ook personen met een medische urenbeperking behoren tot de doelgroep.</al><al>Het college kan aan deze personen, op een daartoe strekkend verzoek, een
                        individuele studietoeslag verlenen (artikel 36b, eerste lid, van de
                        Participatiewet). Een persoon dient op datum van de aanvraag aan de
                        voorwaarden te voldoen zoals genoemd in artikel 36b, eerste lid, van de
                        Participatiewet. Onder aanvraag wordt verstaan: een verzoek van een persoon,
                        een besluit te nemen (artikel 1:3, derde lid, van de Awb). Een aanvraag
                        dient in beginsel schriftelijk te worden ingediend (artikel 4:1 van de Awb). </al><al>Om onduidelijkheid te voorkomen omtrent de wijze waarop het verzoek als
                        bedoeld in artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet moet worden
                        ingediend, bepaalt artikel 1 van deze verordening dat het verzoek moet
                        worden gedaan middels een door het college vastgesteld formulier. Een
                        verzoek wordt dan gezien als een aanvraag zoals bedoeld in afdeling 4.1.1
                        van de Awb. Het gaat dan om een schriftelijke aanvraag (artikel 4:1 van de
                        Awb) die wordt ondertekend door de aanvrager en ten minste de naam en het
                        adres van de aanvrager bevat, de dagtekening en een aanduiding van de
                        beschikking die wordt gevraagd (artikel 4:2, eerste lid, van de Awb). De
                        aanvrager verschaft ook de gegevens en bescheiden die voor de beslissing op
                        de aanvraag nodig zijn en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan
                        krijgen (artikel 4:2, tweede lid, van de Awb). Een mondeling verzoek kan
                        hiermee dus niet worden aangemerkt als een verzoek om individuele
                        studietoeslag zoals bedoeld in artikel 36b van de Participatiewet. </al><al>De individuele studietoeslag is in de Participatiewet opgenomen als
                        tegenhanger van de studieregeling in de Wajong. Omdat personen met een
                        beperking die nog wel arbeidsmogelijkheden hebben vanaf 1 januari 2015 niet
                        meer een Wajonguitkering kan worden toegekend, heeft het kabinet besloten
                        dat die jongeren nu een vergelijkbare financiële ondersteuning kunnen
                        aanvragen op grond van de Participatiewet. Bij de Wajong wordt in de
                        Studieregeling 25% van de Wajong-uitkering doorbetaald. Dit is 25% van het
                        voor die persoon geldende minimum (jeugd)loon. Het bedrag is dus afhankelijk
                        van de leeftijd van de jongere. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Doelgroep</titel></kop><al>De doelgroep is in artikel 36b Participatiewet vastgelegd. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Advies over oordeel verdienen wettelijk minimumloon en
                            peildatum</titel></kop><al>Artikel 36b, eerste lid, van de Participatiewet regelt in welke gevallen het
                        college op verzoek van een persoon, gelet op diens individuele
                        omstandigheden, een individuele studietoeslag kan verlenen. Dit is het geval
                        indien een persoon op de datum van de aanvraag: </al><lijst><li nr="-"><al>18 jaar of ouder is;</al></li><li nr="-"><al>recht heeft op studiefinanciering op grond van de Wet
                                studiefinanciering 2000 of recht heeft op een</al><al> tegemoetkoming op grond van hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming
                                onderwijsbijdrage en schoolkosten; - geen in aanmerking te nemen
                                vermogen als bedoeld in artikel 34 van de Participatiewet heeft; en
                                - een persoon is van wie is vastgesteld dat hij met voltijdse arbeid
                                niet in staat is tot het verdienen van het wettelijk minimumloon,
                                maar wel mogelijkheden tot arbeidsparticipatie heeft. - een persoon
                                met een medische urenbeperking.</al></li></lijst><al>In eerste instantie beoordeelt het college aan de hand van reeds beschikbare
                        gegevens of de belanghebbende tot de doelgroep behoort. Dat kan informatie
                        van het Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekering (UWV) zijn zoals eerdere
                        keuringen of een afwijzende beschikking op een Wajong-aanvraag waaruit wel
                        kan blijken dat iemand niet met voltijdse arbeid het minimumloon kan
                        verdienen of dat sprake is ven een medische urenbeperking. Of bijvoorbeeld
                        een indicatie dat iemand behoort tot de doelgroep van de loonkostensubsidie
                        e.a.</al><al>Indien geen eerdere informatie aanwezig is moet de gemeente extern advies
                        vragen. Het UWV is vanuit de Participatiewet al is aangewezen als de
                        instantie die beoordeelt of iemand behoort tot de doelgroep van de
                        garantiebanen, of iemand aangewezen is of beschut werk en of iemand een
                        medische urenbeperking heeft. Het college is vrij om te kiezen door welk
                        bedrijf zij die beoordeling laat doen. Het is logisch om hierbij aan te
                        sluiten voor wat betreft het vragen van advies of iemand tot de doelgroep
                        van de Individuele Studietoeslag behoort. Daarom is in de verordening
                        opgenomen dat wij een extern advies aanvragen bij het UWV.</al><al>De datum van aanvraag is de peildatum. Op de peildatum moet de aanvrager aan
                        alle voorwaarden voldoen om een individuele studietoeslag toegekend te
                        krijgen.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Hoogte individuele studietoeslag</titel></kop><al>In artikel 4 van deze verordening is de hoogte van de individuele
                        studietoeslag geregeld t.w. 25% van het geldende minimum (jeugd)loon, gelijk
                        aan de hoogte die huidige Wajongers ontvangen op grond van de studieregeling
                        in de Wajong. In de Tweede Kamer is gepleit voor een gelijk financieel
                        speelveld voor de huidige Wajongers en degenen die vanaf 1 januari 2015 gaan
                        studeren en tot de doelgroep behoren. Er is geen reden aan te voeren om die
                        doelgroep te bevoordelen of te benadelen ten opzichte van de huidige
                        Wajongers die tot de doelgroep behoren en studeren.</al><al>Hierbij wordt de studietoeslag per persoon die voldoet aan de voorwaarden
                        toegekend. De hoogte van het bedrag is vastgesteld op een bedrag dat per
                        leeftijd verschilt. Het volgt de opbouw van het minimum jeugdloon. De
                        genoemde bedragen zijn afgestemd op de bedragen van de studietoeslag in de
                        Wajong. </al><al>De gemeenten ontvangen voor de uitvoeringskosten en de betaling van de
                        studietoeslag financiële middelen van het Rijk.</al><al>Is sprake van gehuwden die allebei afzonderlijk voldoen aan de voorwaarden
                        voor een individuele studietoeslag, dan komen zij afzonderlijk in aanmerking
                        voor een individuele studietoeslag. </al><al>In artikel 3, tweede lid, van deze verordening, is een indexeringsbepaling
                        opgenomen. Deze bepaling voorkomt dat de verordening telkens opnieuw moet
                        worden vastgesteld, enkel voor indexatie van de bedragen. Het is van belang
                        de nieuwe bedragen (na indexatie) intern duidelijk te communiceren. </al><al>Als een aanvrager andere inkomsten heeft, worden die inkomsten volledig
                        verrekend met de studietoeslag. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Betaling individuele studietoeslag</titel></kop><al>In dit artikel wordt de frequentie van de betaling van de individuele
                        studietoeslag geregeld. De individuele studietoeslag wordt per maand
                        uitbetaald. Betaling over een langere periode wordt ongewenst gevonden,
                        omdat er dan veel vaker sprake zal zijn van terugvordering van teveel
                        betaalde toeslag als iemand tussentijds de opleiding beëindigt. Een persoon
                        moet op de datum van de aanvraag voldoen aan de in artikel 36b, eerste lid,
                        van de Participatiewet. Als een persoon op enig moment na de aanvraag hier
                        niet meer aan voldoet heeft dat geen gevolgen voor het recht op een
                        individuele studietoeslag. Dit betekent dat het dus kan voorkomen dat een
                        persoon geen recht op studiefinanciering meer heeft, maar wel nog recht
                        heeft op uitbetaling van een eerder toegekende individuele studietoeslag
                        aangezien uitsluitend de situatie op de datum van de aanvraag bepalend is.
                        De rechthebbende moet het college informeren als hij de studie beëindigt.
                        Dan vervalt ook het recht op de individuele studietoeslag. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Terugvordering</titel></kop><al>Indien een aanvrager niet of niet op tijd doorgeeft dat hij de studie heeft
                        beëindigd, is sprake van schending van de inlichtingenplicht. De teveel of
                        ten onrechte betaalde studietoeslag wordt teruggevorderd. Bovendien wordt
                        een boete-onderzoek gestart.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2016. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>In dit artikel is de citeertitel van deze verordening neergelegd.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>