<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR399520_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening individuele inkomenstoeslag WIHW 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Korendijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-03-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hoeksche Waard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2016, 26598</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening individuele inkomenstoeslag WIHW 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0015703&amp;artikel=8">Participatiewet, artikel 8</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-02-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-03-05</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2016-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>KDK/07541</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>maatschappelijke zorg en welzijn</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening individuele inkomenstoeslag WIHW 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>KDK/07541/i.03150</al><al>De gemeenteraad van de gemeente Korendijk;</al><al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 12
                        januari 2016;</al><al>gelet op artikel 8, eerste lid, aanhef en onderdeel b, en tweede lid, van de
                        Participatiewet;</al><al>overwegende dat het noodzakelijk is om regels met betrekking tot de
                        individuele inkomenstoeslag bij verordening vast te leggen;</al><al>besluit vast te stellen: </al><al><vet>de Verordening individuele inkomenstoeslag WIHW 2016</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="-"><al>inkomen: totaal van het inkomen, bedoeld in artikel 32 van de
                                Participatiewet, en de algemene bijstand;</al></li><li nr="-"><al>peildatum: datum waartegen een persoon individuele inkomenstoeslag
                                aanvraagt;</al></li><li nr="-"><al>referteperiode: periode van drie jaar voorafgaand aan de
                                peildatum.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Indienen verzoek</titel></kop><al>Een verzoek als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de Participatiewet,
                        wordt ingediend op een door het college vastgesteld formulier.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Langdurig laag inkomen</titel></kop><al>Een persoon heeft een langdurig laag inkomen als bedoeld in artikel 36,
                        eerste lid, van de Participatiewet als gedurende drie jaar voorafgaande aan
                        de peildatum het in aanmerking te nemen inkomen niet hoger is dan 100
                        procent van de toepasselijke bijstandsnorm.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Nadere voorwaarden</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college verleent geen individuele inkomenstoeslag indien:</al><lijst><li nr="a."><al>het vermogen hoger is dan de bedragen genoemd in artikel 34
                                        van de wet;</al></li><li nr="b."><al>belanghebbende uitzicht heeft op inkomensverbetering;</al></li><li nr="c."><al>belanghebbende zich onvoldoende heeft ingespannen om tot
                                        inkomensverbetering te komen;</al></li><li nr="d."><al>belanghebbende niet of in onvoldoende mate de verplichting
                                        om een tegenprestatie te verrichten is nagekomen;</al></li></lijst></li><li nr="2."><al>Het college kan voor de uitvoering van artikel 4 nadere
                                beleidsregels vaststellen.</al></li></lijst><al>.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Hoogte individuele inkomenstoeslag</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Een individuele inkomenstoeslag bedraagt per kalenderjaar:</al><lijst><li nr="a."><al>€ 370,00 voor een alleenstaande;</al></li><li nr="b."><al>€ 470,00 voor een alleenstaande ouder;</al></li><li nr="c."><al>€ 520,00 voor gehuwden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Als één van de gehuwden is uitgesloten van het recht op individuele
                            inkomenstoeslag ingevolge de artikelen 11 of 13, eerste lid, van de
                            Participatiewet, komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een
                            individuele inkomenstoeslag naar de hoogte die voor hem als
                            alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor toepassing van het eerste en tweede lid is de situatie op de
                            peildatum bepalend.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De bedragen genoemd in het eerste lid worden jaarlijks geïndexeerd
                            overeenkomstig de ontwikkelingen van de consumentenprijsindex volgens
                            het Centraal Bureau voor de Statistiek. Bedragen worden naar boven
                            afgerond op hele euro’s.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het college kan in bijzondere gevallen het gestelde in de artikelen 3 en
                            4 buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing
                            gelet op het belang van belanghebbende leidt tot onbillijkheid van
                            overwegende aard.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na publicatie en
                                    heeft terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2016.</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als:
                                        <vet>‘</vet><vet>Verordening individuele inkomenstoeslag
                                        WIHW</vet><vet>2016</vet><vet>’</vet></al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening> Besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Korendijk </ondertekening><ondertekening> d.d. 16 februari 2016</ondertekening><ondertekening> de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening> drs. A. Goslings drs. S. Stoop</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Toelichting</vet></al><al><vet>Algemeen</vet></al><al>Aan de bijstand ligt het uitgangspunt ten grondslag dat het normbedrag,
                            bedoeld ter voorziening in de algemeen noodzakelijke kosten van het
                            bestaan met inbegrip van een component reservering, in beginsel
                            toereikend is. Toch kan de financiële positie van mensen die langdurig
                            op een minimuminkomen zijn aangewezen onder druk komen te staan als er
                            na verloop van tijd geen enkel perspectief lijkt te zijn om door inkomen
                            uit arbeid het inkomen te verhogen. Om die reden is bij de invoering van
                            de Wet werk en bijstand (hierna: WWB) in 2004 de langdurigheidstoeslag
                            in het leven geroepen. Sinds 1 januari 2009 is de langdurigheidstoeslag
                            gedecentraliseerd. Ook is de langdurigheidstoeslag sinds die datum een
                            bijzondere vorm van (categoriale) bijzondere bijstand. Per 1 januari
                            2015 vervangt de individuele inkomenstoeslag de langdurigheidstoeslag.
                            Sindsdien is het verlenen van de toeslag geen gebonden bevoegdheid meer,
                            maar een discretionaire bevoegdheid. Dit betekent dat het college een
                            individuele inkomenstoeslag kan verlenen als een persoon voldoet aan de
                            voorwaarden daarvoor. Het college kan in beleidsregels aangeven welke
                            groepen niet in aanmerking komen voor individuele inkomenstoeslag en in
                            welke gevallen personen uitzicht hebben op inkomensverbetering. Hierbij
                            kan bijvoorbeeld worden gedacht aan personen aan wie in de
                            referteperiode een maatregel is opgelegd wegens een schending van een
                            arbeidsverplichting of een re-integratieverplichting of aan personen die
                            uit 's Rijks kas bekostigd onderwijs volgen.</al><al><cursief>Vast te leggen regels in verordening</cursief></al><al>De individuele inkomenstoeslag is niet gerelateerd aan bepaalde kosten.
                            Het is een inkomensondersteu-nende maatregel voor bepaalde personen die
                            langdurig een laag inkomen hebben en daarbij, gelet op de omstandigheden
                            van die persoon, geen uitzicht hebben op inkomensverbetering (artikel
                            36, eerste lid, van de Participatiewet). Bij verordening moeten regels
                            vastgesteld worden over het verlenen van een individuele inkomenstoeslag
                            als bedoeld in artikel 36 van de Participatiewet. Deze regels moeten in
                            ieder geval betrekking hebben op de wijze waarop invulling wordt gegeven
                            aan de begrippen ‘langdurig’ en ‘laag inkomen’. Op grond van deze
                            verordening is geen sprake van een laag inkomen bij een inkomen hoger
                            dan 100 procent van de toepasselijke bijstandsnorm. Daarnaast moet bij
                            verordening de hoogte van de individuele inkomenstoeslag bepaald worden.
                            Het college kan in (wetsinterpreterende) beleidsregels aangeven wanneer
                            sprake is van 'geen uitzicht op inkomensverbetering'. Gelet op de tekst
                            van artikel 8, tweede lid, van de Participatiewet hoeft dit criterium
                            niet te worden vastgelegd in de verordening. Bij de beoordeling van het
                            criterium 'geen uitzicht op inkomensverbetering' moet het college
                            rekening houden met de omstandigheden van de persoon. In artikel 36,
                            tweede lid, van de Participatiewet is bepaald dat tot die omstandigheden
                            in ieder geval worden gerekend:</al><lijst><li nr="-"><al>de krachten en bekwaamheden van de persoon, en</al></li><li nr="-"><al>de inspanningen die de persoon heeft verricht om tot
                                    inkomensverbetering te komen.</al></li></lijst><al><cursief>Overgangsrecht</cursief></al><al>Per 1 januari 2015 vervangt de individuele inkomenstoeslag de
                            langdurigheidstoeslag. Het is niet nodig om in deze verordening
                            overgangsrecht op te nemen met betrekking tot eerder verstrekte
                            langdurigheidstoeslagen, omdat artikel 78z van de Participatiewet
                            voorziet in algemeen overgangsrecht met betrekking tot de wijzigingen in
                            de Participatiewet als gevolg van de inwerkingtreding van de
                            Invoeringswet Participatiewet en de Wet maatregelen WWB op 1 januari
                            2015. De individuele inkomenstoeslag en voorheen de
                            langdurigheidstoeslag worden immers toegekend tegen een peildatum. Zaken
                            die na de peildatum gebeuren hebben geen betekenis voor het recht op een
                            dergelijke toeslag. Wie op een datum gelegen vóór 1 januari 2015 op
                            basis van de toepasselijke verordening recht had op
                            langdurigheidstoeslag, behoudt dat onverkort, ongeacht of hij voldoet
                            aan de voorwaarden die per</al><al>1 januari 2015 zijn gesteld in artikel 36 van de Participatiewet en deze
                            verordening. Toekenning van het recht op individuele inkomenstoeslag
                            tegen een datum gelegen op of ná 1 januari 2015 is uitsluitend mogelijk
                            als wordt voldaan aan de in artikel 36 van de Participatiewet en deze
                            verordening opgenomen voorwaarden. </al><al><cursief>Wijziging leefvorm</cursief></al><al>De leefvorm (alleenstaande, alleenstaande ouder of gehuwd) van een
                            persoon kan wijzigen binnen de referteperiode. Dit is bijvoorbeeld het
                            geval indien gehuwden individuele inkomenstoeslag aanvragen, maar zij
                            over een gedeelte van de referteperiode als alleenstaande moeten worden
                            aangemerkt. Personen moeten dan ook over dat deel van de referteperiode
                            aan de voorwaarden voldoen om voor individuele inkomenstoeslag in
                            aanmerking te komen. Gehuwden moeten immers zowel gezamenlijk als
                            afzonderlijk aan de voorwaarden voldoen.</al><al><vet>Artikelsgewijze toelichting</vet></al><al>Enkel die bepalingen die nadere toelichting behoeven worden hier
                            behandeld.</al><al><vet>Artikel 1 Begrippen</vet></al><al> Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet, Algemene wet
                            bestuursrecht (hierna: Awb) of de Gemeentewet worden niet afzonderlijk
                            gedefinieerd in deze verordening. Deze zijn vanzelfsprekend van
                            toepassing op deze verordening.</al><al><cursief>Inkomen</cursief></al><al>Met inkomen wordt bedoeld het inkomen zoals bedoeld in artikel 32 van de
                            Participatiewet. In afwijking hiervan wordt algemene bijstand voor de
                            beoordeling van het recht op individuele inkomenstoeslag ook in
                            aanmerking genomen als inkomen. Bijzondere bijstand kan niet als inkomen
                            in aanmerking worden genomen. Aangezien individuele inkomenstoeslag een
                            vorm van bijzondere bijstand is, is het niet nodig expliciet te bepalen
                            dat een eerder verstrekte individuele inkomenstoeslag buiten beschouwing
                            moet worden gelaten bij de vaststelling van het inkomen. Het wordt niet
                            wenselijk geacht een eerder verstrekte individuele inkomenstoeslag in
                            aanmerking te nemen als inkomen, omdat dit het ongewenst effect kan
                            hebben dat een persoon geen recht op een individuele inkomenstoeslag
                            heeft omdat hij een te hoog inkomen heeft gehad in de referteperiode
                            vanwege een eerder verstrekte toeslag. Wat voor een eerder verstrekte
                            individuele inkomenstoeslag geldt, dat geldt ook voor een eerder
                            verstrekte langdurigheidstoeslag op grond van de WWB zoals die luidde
                            vóór 1 januari 2015.</al><al><cursief>Peildatum</cursief></al><al>De peildatum is de datum waartegen een persoon individuele
                            inkomenstoeslag aanvraagt (artikel 1 van deze verordening). Het gaat om
                            de datum waarop een persoon langdurig een laag inkomen heeft, geen in
                            aanmerking te nemen vermogen heeft als bedoeld in artikel 34 van de
                            Participatiewet en, gelet op de omstandigheden van die persoon, geen
                            uitzicht op inkomensverbetering heeft. De peildatum komt meestal overeen
                            met de meldingsdatum. De peildatum kan in beginsel niet liggen vóór de
                            dag waarop een persoon zich heeft gemeld om individuele inkomenstoeslag
                            aan te vragen, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden. Dit volgt
                            uit artikel 44, eerste lid, van de Participatiewet en de jurisprudentie
                            rondom artikel 44 van de Participatiewet.</al><al><cursief>Referteperiode</cursief></al><al>Verder is bepaald wat onder de referteperiode moet worden verstaan: een
                            periode van drie jaar voorafgaand aan de peildatum. Zie ook de
                            toelichting bij artikel 3 onder ‘Langdurig’.</al><al><vet>Artikel 2 Indienen verzoek</vet></al><al>De Wet maatregelen WWB heeft artikel 36, eerste lid, van de
                            Participatiewet dusdanig gewijzigd dat een persoon een verzoek tot
                            verlening van individuele inkomenstoeslag kan indienen. Voorheen was de
                            langdurigheidstoeslag alleen op aanvraag verkrijgbaar. Onder aanvraag
                            wordt verstaan: een verzoek van een persoon, een besluit te nemen
                            (artikel 1:3, derde lid, van de Awb). Een aanvraag dient in beginsel
                            schriftelijk te worden ingediend (artikel 4:1 Awb).</al><al>Om onduidelijkheid te voorkomen over de wijze waarop het verzoek moet
                            worden ingediend, bepaalt artikel 2 van deze verordening dat het verzoek
                            moet worden gedaan middels een door het college vastgesteld formulier.
                            Een verzoek wordt dan gezien als een aanvraag zoals bedoeld in afdeling
                            4.1.1 van de Awb. Het gaat dan om een schriftelijke aanvraag (artikel
                            4:1 van de Awb) die wordt ondertekend door de aanvrager en ten minste de
                            naam en het adres van de aanvrager bevat, de dagtekening en een
                            aanduiding van de beschikking die wordt gevraagd (artikel 4:2, eerste
                            lid, van de Awb). De aanvrager verschaft ook de gegevens en bescheiden
                            die voor de beslissing op de aanvraag nodig zijn en waarover hij
                            redelijkerwijs de beschikking kan krijgen (artikel 4:2, tweede lid, van
                            de Awb). Een mondeling verzoek kan hiermee dus niet worden aangemerkt
                            als een verzoek om individuele inkomenstoeslag zoals bedoeld in artikel
                            36 van de Participatiewet.</al><al><vet>Artikel 3 Langdurig laag inkomen</vet></al><al>Van belang bij het bepalen wat een langdurig laag inkomen is, is wat
                            onder ‘langdurig’ en onder ‘laag’ wordt verstaan. </al><al><cursief>Langdurig </cursief></al><al>De door de gemeenteraad vastgestelde langdurige periode voorafgaand aan
                            de peildatum, wordt aangeduid als referteperiode. De referteperiode is
                            vastgesteld in artikel 1 van deze verordening. </al><al><cursief>Laag inkomen</cursief></al><al>Een inkomen is laag als het niet hoger is dan 100 procent van de
                            toepasselijke bijstandsnorm.</al><al>De vraag of het inkomen van een persoon gedurende de referteperiode niet
                            hoger is dan het langdurig lage inkomen van 100 procent van de
                            toepasselijke bijstandsnorm, zal niet al te rigide mogen worden
                            beoordeeld. Een marginale overschrijding van dit lage inkomen moet
                            worden genegeerd. Gaat het inkomen van een persoon gedurende (een deel
                            van) de referteperiode de toepasselijke bijstandsnorm maandelijks met
                            ongeveer € 5 of meer te boven, dan is geen sprake meer van een marginale
                            overschrijding van de bijstandsnorm die niet aan toekenning van een
                            individuele inkomenstoeslag in de weg staat. Er is immers geen sprake
                            van een incidentele geringe overschrijding van de bijstandsnorm of van
                            te verwaarlozen bedragen van enkele eurocenten.</al><al><vet>Artikel 4 Nadere voorwaarden</vet></al><al>In artikel 36 van de wet is opgenomen dat indien het vermogen de
                            bedragen van artikel 34 van de wet overschrijdt er geen recht is op de
                            toeslag. Ook is in de wet opgenomen dat, indien de belanghebbende
                            uitzicht heeft op inkomensverbetering, geen recht op de toeslag bestaat.
                            Dit moet individueel te worden beoordeeld. Je kunt geen groepen bij
                            voorbaat uitsluiten.</al><al>Hierbij denken we bijvoorbeeld aan degenen die studeren of onlangs een
                            studie hebben beëindigd. In zijn algemeen heeft een schoolverlater
                            uitzicht op inkomensverbetering. De situatie kan zich ook voordoen dat
                            een aanvrager slechts enkele maanden scholing heeft gevolgd of kort
                            heeft gestudeerd en de opleiding zonder diploma heeft beëindigd. Bij
                            individuele beoordeling kan blijken dat een belanghebbende in die
                            situatie geen perspectief heeft op inkomensverbetering. Dan kan er wel
                            recht zijn op de toeslag.</al><al>In de sociale zekerheid neemt de wederkerigheid een steeds belangrijker
                            plaats in: voor wat hoort wat. Indien de WIHW een belanghebbende de
                            verplichting heeft opgelegd om een tegenprestatie naar vermogen te
                            verrichten, en hij komt die verplichting niet of onvoldoende na, dan
                            bestaat er ook geen recht op de toeslag. Indien de WIHW aan een
                            belanghebbende die verplichting nog niet heeft opgelegd, kan er dus ook
                            nog geen sprake zijn van het niet nakomen van die verplichting. </al><al>Dat de uitkering kan worden verlaagd door niet mee te werken aan de
                            verplichting een tegenprestatie naar vermogen te verrichten staat hier
                            los van.</al><al>Het college kan in beleidsregels nadere regels stellen met betrekking
                            tot de in artikel 4 genoemde onderwerpen.</al><al><vet>Artikel 5 Hoogte individuele inkomenstoeslag</vet></al><al>Bij de hoogte van de individuele inkomenstoeslag wordt onderscheid
                            gemaakt tussen een alleenstaande, een alleenstaande ouder en gehuwden. </al><al><cursief>Gehuwden</cursief></al><al>Bij gehuwden moet in het oog worden gehouden dat het recht op
                            individuele inkomenstoeslag de gehuwden gezamenlijk toekomt. Worden
                            personen op de peildatum als gehuwden aangemerkt, dan moeten beide
                            gehuwden voldoen aan de voorwaarden van artikel 36, eerste lid, van de
                            Participatiewet. Voldoet één van hen niet aan deze voorwaarden, dan
                            bestaat voor beiden geen recht op individuele inkomenstoeslag.</al><al>Is één van de echtgenoten uitgesloten van het recht op individuele
                            inkomenstoeslag, anders dan vanwege het niet voldoen aan de voorwaarden
                            van artikel 36, eerste lid, van de Participatiewet, dan komt de
                            rechthebbende partner wel in aanmerking voor een individuele
                            inkomenstoeslag. Het gaat hier om een partner die op een van de in
                            artikelen 11 of 13, eerste lid, van de Participatiewet genoemde gronden
                            geen recht heeft op bijstand. Als slechts één partner recht heeft op
                            individuele inkomenstoeslag, komt deze rechthebbende partner in
                            aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag naar de hoogte die voor
                            hem als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden. Dat is geregeld
                            in het tweede lid.</al><al><cursief>Indexering</cursief></al><al>In het vierde lid is een indexeringsbepaling opgenomen. Deze bepaling
                            voorkomt dat de verordening telkens opnieuw moet worden vastgesteld,
                            enkel voor indexatie van de bedragen. Het is van belang de nieuwe
                            bedragen (na indexatie) duidelijk te communiceren.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>