<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR399485_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Handhavingsverordening WIHW 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Korendijk</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-03-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hoeksche Waard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad 2016, 26569</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Handhavingsverordening WIHW 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005416&amp;artikel=147">Gemeentewet, artikel 147</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-02-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-03-05</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2016-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>KDK/07537</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>maatschappelijke zorg en welzijn</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Handhavingsverordening WIHW 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al> KDK/07537/i.03103</al><al>De gemeenteraad van de gemeente Korendijk;</al><al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van
                        12 januari 2016;</al><al>gelet op artikel 147, eerste lid Gemeentewet; artikel 8a van de
                        Participatiewet, artikel 35 eerste lid van de IOAW en artikel 35 eerste
                        lid van de IOAZ;</al><al>besluit vast te stellen: </al><al><vet>de </vet><vet>Handhavingsverordening WIHW 2016</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begrippen1. In deze verordening wordt verstaan onder:</titel></kop><lid><lidnr>a.</lidnr><al>de wet : Participatiewet;</al></lid><lid><lidnr>b.</lidnr><al>IOAW : Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                arbeidsongeschikte werkloze werknemers;</al></lid><lid><lidnr>c.</lidnr><al>IOAZ : Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk
                                arbeidsongeschikte en gewezen zelfstandigen;</al></lid><lid><lidnr>d.</lidnr><al>uitkering: de bijstand op grond van de wet, de uitkering op grond
                                van de IOAW dan wel de IOAZ.</al></lid><lid><lidnr>e.</lidnr><al>de belanghebbende: de persoon die een uitkering heeft
                                aangevraagd, danwel ontvangt of heeft ontvangen; indien het een
                                gehuwde betreft, wordt onder de belangheb- bende elk van de
                                echtgenoten verstaan.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>Preventie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Voorlichting en optimaliseren dienstverlening</titel></kop><al>Het college stelt een Beleidsplan Hoogwaardige Handhaving vast, waarin
                            aandacht wordt besteed aan het voorkomen van fraude door het vroegtijdig
                            informeren van de belanghebbende en door het bewerkstel-ligen van een
                            optimale dienstverlening.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>Controle en opsporing</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Informatieverzameling</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De belanghebbende dient aan het college op verzoek of onverwijld uit
                                eigen beweging mededeling te doen van alle feiten en omstandigheden
                                waarvan hem redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat zij van invloed
                                kunnen zijn op zijn arbeidsinschakeling of het recht op
                                uitkering.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college voert periodiek bestandsvergelijkingen uit en onderzoekt
                                daaruit voortkomende samenloopsignalen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college bepaalt welke gegevens ten behoeve van de verlening van
                                de uitkering dan wel de voortzetting daarvan door de belanghebbende
                                in ieder geval worden verstrekt en welke bewijsstukken worden
                                overlegd, alsmede de wijze en het tijdstip waarop de verstrekking
                                van gegevens plaatsvindt.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het college stelt nader onderzoek in naar de juistheid en
                                volledigheid van de verstrekte gegevens en zonodig naar andere
                                gegevens die noodzakelijk zijn voor de verlening van de uitkering,
                                dan wel de voortzetting van de uitkering. Indien het onderzoek
                                daartoe aanleiding geeft kan het college besluiten tot herziening
                                van de uitkering.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Systematiek en middelen</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Het college stelt een Beleidsplan Hoogwaardige Handhaving
                                        vast waarin de controlesystematiek (signaal- en/of
                                        risicosturing) en de -middelen om de rechtmatigheid van de
                                        uitkering te controleren worden beschreven. Deze systematiek
                                        kan worden toegepast bij aanvraag van de uitkering, tijdens
                                        de bijstand en na beëindiging van de uitkering.</al></li><li nr="2."><al>Op basis van de systematiek genoemd in het eerste lid neemt
                                        het college besluiten met betrekking tot de rechtmatigheid
                                        van de uitkering en de wederzijds tussen het college en de
                                        belanghebbende resterende verplichtingen en de afhandeling
                                        ervan.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Opsporing</titel></kop><al>Het college kan gebruik maken van een opsporingsambtenaar indien een
                                redelijk vermoeden bestaat van onrechtmatig handelen door de
                                belanghebbende of wanneer fraude is geconstateerd.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>Gevolgen bij fraude</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Verlaging van de uitkering</titel></kop><al>Het college verlaagt de uitkering indien de belanghebbende niet (tijdig)
                            informatie heeft verstrekt die van belang is voor zijn
                            arbeidsinschakeling of het recht op uitkering.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Aangifte bij Openbaar Ministerie</titel></kop><al>Het college doet aangifte bij het Openbaar Ministerie indien het
                            benadelingsbedrag het vastgesteld bedrag volgens de aangifterichtlijn
                            sociale zekerheid overschrijdt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Terugvordering van uitkering</titel></kop><al>Het college vordert de kosten van de uitkering terug voor zover de
                            uitkering ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>5</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Onvoorziene omstandigheden en hardheidsclausule</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>In alle gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het
                                college.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de bepalingen in
                                deze verordening, als toepassing daarvan tot onbillijkheden van
                                overwegende aard leidt. Bij gebruik van de hardheidsclausule moet in
                                verband met precedentwerking duidelijk gemotiveerd worden waarom in
                                een bepaalde situatie wordt afgeweken. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na publicatie en heeft
                            terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2016. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als: </al><al><vet><cursief>‘</cursief></vet><vet>Handhavingsve</vet><vet>rordening
                                WIHW 2016’</vet></al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Besloten in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Korendijk d.d. 16 februari 2016</ondertekening><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening><ondertekening>drs. A. Goslings drs. S. Stoop</ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Algemene toelichting</vet></al><al>In de handhavingsverordening worden regels vastgelegd over de wijze
                            waarop misbruik en oneigenlijk gebruik van de bijstand op grond van de
                            Participatiewet, een uitkering op grond van de IOAW en IOAZ worden
                            tegengegaan. Dit beleidskader is ook toepasbaar op de uitvoering van de
                            IOAW en IOAZ. Om deze reden en vanwege de verwantschap kan het
                            handhavingsbeleid voor de IOAW en IOAZ worden opgenomen in de bestaande
                            handhavingsverordening. </al><al><vet>Artikelsgewijze toelichting </vet></al><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begrippen</titel></kop><al><vet>Lid 1 </vet></al><al>Dit artikel hoeft geen nadere uitleg. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr></kop><al><vet>Voorlichting en optimaliseren dienstverlening</vet></al><al>Het college stelt een Beleidsplan Hoogwaardig Handhaving vast. Een
                            belangrijk onderdeel van het beleidsplan is de wijze waarop het college
                            aan de belanghebbende informatie verstrekt over de rechten en plichten
                            die aan de uitkering zijn verbonden alsmede over de consequenties van
                            misbruik en oneigenlijk gebruik. Hierdoor wordt voorkomen dat fraude
                            door onwetendheid ontstaat en dat ten onrechte uitkering wordt
                            verstrekt. Belangrijke middelen om de belanghebbende vroegtijdig te
                            informeren zijn, naast het besluit tot toekenning of voortzetting van de
                            uitkering, het versturen van nieuwsbrieven en brochures en de
                            persoonlijke gesprekken van de klantmanager met de belanghebbende. Het
                            optimaliseren van de dienstverlening is van belang om de spontane
                            naleving van de wet te bevorderen. Door constant te werken aan een
                            verbetering van de dienstverlening en door niet meer gegevens te vragen
                            dan in redelijkheid nodig is om de rechtmatigheid van de bijstand te
                            kunnen beoordelen, wordt het naleven van de wet makkelijker en wordt het
                            draagvlak vergroot. Belangrijke middelen om te onderzoeken of de rechten
                            en plichten voldoende bij de belanghebbende bekend zijn en hoe de
                            dienstverlening door de belanghebbenden wordt ervaren, is het uitvoeren
                            van klantonderzoeken.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Informatieverzameling</titel></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>In dit lid wordt extra benadrukt dat de belanghebbende primair
                            verantwoordelijk is voor het verstrekken van (voldoende) informatie, die
                            van belang is voor zijn arbeidsinschakeling of de verlening van de
                            uitkering dan wel de voortzetting daarvan. </al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>Om witte fraude op te sporen maakt de WIHW gebruik van de
                            samenloopapplicatie van het Inlichtingen-bureau. Dit computerprogramma
                            maakt het mogelijk geautomatiseerd gegevens uit te wisselen tussen
                            sociale diensten, het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
                            (Uwv), de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) en de Belastingdienst. De
                            ontvangen gegevens worden vervolgens onderling vergeleken bij het
                            Inlichtingenbureau. De vergelijking is erop gericht na te gaan of een
                            persoon in dezelfde periode naast een Participatiewet- , een IOAW- of
                            IOAZ-uitkering of een andere vorm van inkomen heeft, is ingeschreven bij
                            een instelling van wetenschappelijk of hoger onderwijs of beschikt over
                            vermogen. Daarnaast kan de WIHW gebruik maken van Suwinet-Inkijk.
                            Hiermee kunnen adresgegevens, inschrijvingen, gegevens over
                            bemiddelingsactiviteiten, gegevens met betrekking tot het opleidings- en
                            arbeidsverleden en uitkeringsgegevens worden bekeken.</al><al><vet>Lid 3</vet></al><al> Het college heeft ingevolge dit lid een algemene onderzoeksbevoegdheid.
                            Uitgangspunt is echter dat de WIHW niet meer gegevens en bewijsstukken
                            vraagt die in redelijkheid nodig zijn om de rechtmatigheid van de
                            aanvraag te kunnen beoordelen.</al><al><vet>Lid 4</vet></al><al>Het college stelt ingevolge dit lid een nader onderzoek in naar de
                            juistheid en volledigheid van gegevens die van belang zijn om de
                            rechtmatigheid van de verlening dan wel de voortzetting van bijstand
                            vast te kunnen stellen. Intensieve controle vindt plaats door het
                            raadplegen van bronnen zoals energiebedrijven, woningcorporaties en de
                            Rijksdienst wegvervoer. </al><al>Het houden van confronterende gesprekken, het plegen van huisbezoeken en
                            de inzet van de sociale recherche behoren ook tot de mogelijkheden van
                            nader onderzoek. Indien het onderzoek aanleiding geeft kan het college
                            besluiten tot herziening/intrekking van de bijstand en/of een verlaging
                            van de bijstand. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Systematiek en middelen</titel></kop><al><vet>Lid 1</vet></al><al>In dit artikel wordt aangegeven (met verwijzing naar het beleidsplan)
                            dat gewerkt wordt met een signaal- en/of risicogestuurde
                            controlesystematiek en op welke wijze de opsporing georganiseerd is. De
                            systematiek van signaal- en risicosturing komt hierbij in de plaats van
                            de oude heronderzoeken. Signaalsturing houdt in dat de intensiteit van
                            de controle afhankelijk is van de signalen. Uit de gesprekken tips van
                            derden, signalen van externe instanties en de gegevens die de
                            belanghebbende verschaft, kunnen signalen naar voren komen. In het
                            Fraudekompas is opgenomen welke signalen aanleiding kunnen geven tot een
                            nader onderzoek. Deze signalen zijn aanleiding voor de klantmanager om
                            de belanghebbende in de gelegenheid te stellen zelf het signaal te
                            weerleggen door het aanleveren van argumenten, gegevens of
                            bewijsstukken. Indien de weerlegging onvoldoende is, vindt er intensieve
                            controle plaats en zonodig overdracht naar de opsporingsambtenaar. Het
                            gehele systeem van signaal- en risicosturing en opsporing is vastgelegd
                            in het Controleplan WIHW. </al><al><vet>Lid 2</vet></al><al>Indien de onderzoeken, genoemd in het eerste lid, daartoe aanleiding
                            geven kan het college besluiten tot herziening/intrekking van de
                            uitkering. en/of een verlaging van de uitkering.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Opsporing</titel></kop><al>Uit de gesprekken, signalen van externe instanties en de gegevens die de
                            belanghebbende verschaft, kunnen signalen van onrechtmatig handelen naar
                            voren komen. Deze signalen zijn aanleiding voor de klantmanager om de
                            cliënt in gelegenheid te stellen zelf het signaal te weerleggen door het
                            aanleveren van argumenten, gegevens of bewijsstukken. Indien de
                            weerlegging onvoldoende is, vindt er door de klantmanager intensieve
                            controle plaats. Indien dit niet afdoende is, wordt het onderzoek
                            overgenomen door de opsporingsambtenaar. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Verlaging van bijstand</titel></kop><al>De gemeenteraad is verplicht bij verordening regels te stellen met
                            betrekking tot het verlagen van de uitkering. Indien de belanghebbende
                            tekortschietend besef van verantwoordelijkheid betoont voor de
                            voorziening in het bestaan, verlaagt het college de uitkering. Het
                            beleid met betrekking tot het verlagen van de uitkering is vastgelegd in
                            de Afstemmingsverordening WIHW 2016. Een onderdeel daarvan is de
                            verlaging van bijstand indien de belanghebbende niet heeft voldaan aan
                            de inlichtingenplicht. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Aangifte bij Openbaar Ministerie</titel></kop><al>Overeenkomstig de ‘Aanwijzing van het college procureurs-generaal inzake
                            (strafvordering) sociale zekerheidsfraude’ dient in beginsel bij een
                            benadelingsbedrag van € 10.000,00 of meer aangifte gedaan te worden bij
                            het Openbaar Ministerie. Het Openbaar Ministerie voert vervolgens een
                            strafrechtelijk onderzoek uit. Zaken met een lager benadelingsbedrag
                            worden bestuurlijk afgedaan. Dit op basis van de Afstemmingsverordening
                            WIHW 2016.</al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Terugvordering van de uitkering</titel></kop><al>De kosten van de uitkering worden teruggevorderd indien de uitkering ten
                            onrechte of tot een te hoog bedrag is verleend. Deze verplichtende
                            bepaling is gebaseerd op het bepaalde ter zake in de beleidsregels
                            Terugvordering en Verhaal. </al></divisie><divisie><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Onvoorziene omstandigheden en hardheidsclausule</titel></kop><al><vet>Lid 2</vet></al><al>Dit artikel maakt het mogelijk in bijzondere gevallen af te wijken van
                            wat in de verordening is vastgesteld.</al></divisie></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>