<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR399459_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening loonkostensubsidie Participatiewet WIHW 2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Cromstrijen</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-09-13</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Cromstrijen</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">GVOP 7 april 2016</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening loonkostensubsidie Participatiewet WIHW 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Participatiewet artikel 6 2e lid</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-02-16</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-09-13</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>RV15120608</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening loonkostensubsidie Participatiewet WIHW 2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al><vet>Besluit van gemeenteraad</vet></al><al/><al>Documentnummer</al><al/><al>Vergaderdatum</al><al>Commissie MZ 20 januari 2016</al><al/><al>Raad 16 februari 2016</al><al/><al/><al>De raad van de gemeente Cromstrijen;</al><al>gelet op artikel 6, tweede lid van de Participatiewet;</al><al>overwegende dat het noodzakelijk is om regels met betrekking tot de
                        loonkostensubsidie bij verordening vast te leggen;</al><al>gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 7 januari 2016;</al><al>besluit:</al><al>1.Vast te stellen de ‘Verordening loonkostensubsidie Participatiewet WIHW
                        2016’.</al><al><vet>Verordening loonkostensubsidie Participatiewet
                    </vet><vet>2016</vet></al><al/><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>- Vaststelling wie tot doelgroep loonkostensubsidie behoort</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt vast of een persoon behoort tot de doelgroep
                            loonkostensubsidie.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hierbij neemt het college de volgende criteria in acht:</al><lijst><li nr="a."><al>een persoon moet behoren tot de doelgroep zoals omschreven in
                                    artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet;</al></li><li nr="b."><al>die persoon is niet in staat met voltijdse arbeid het wettelijk
                                    minimumloon te verdienen, en</al></li><li nr="c."><al>die persoon heeft mogelijkheden tot arbeidsparticipatie.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>- Vaststelling loonwaarde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college gebruikt een gevalideerde methode om de loonwaarde van een
                            persoon vast te stellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De wijze waarop de loonwaarde-meting tot stand komt wordt in nadere
                            regels vastgesteld. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>- Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na publicatie en heeft
                                terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2016</al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening
                                loonkostensubsidie Participatiewet WIHW 2016</al></li></lijst><al/><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van de gemeente xxxxxx in de
                        openbare vergadering gehouden op xxxx</ondertekening><ondertekening>De griffier, De voorzitter, </ondertekening><ondertekening/><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><tussenkop>Algemeen</tussenkop><al>Deze verordening geeft uitvoering aan artikel 6, tweede lid, van de
                    Participatiewet. Overeenkomstig deze bepaling wordt bij verordening regels
                    vastgesteld over de doelgroep loonkostensubsidie en de loonwaarde. De regels
                    dienen in ieder geval te bepalen:</al><lijst><li nr="-"><al>de wijze waarop wordt vastgesteld wie tot de doelgroep
                            loonkostensubsidie behoort, en</al></li><li nr="-"><al>de wijze waarop de loonwaarde wordt vastgesteld.</al></li></lijst><al>Op verzoek of ambtshalve moet worden vastgesteld wie tot de doelgroep
                    loonkostensubsidie behoort (artikel 10c van de Participatiewet). Personen zoals
                    bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet die
                    mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben en van wie is vastgesteld dat zij
                    met voltijdse arbeid niet in staat zijn tot het verdienen van het wettelijk
                    minimumloon, behoren tot de doelgroep loonkostensubsidie (artikel 6, eerste lid,
                    onderdeel e, van de Participatiewet).</al><al>Wanneer is vastgesteld dat een persoon behoort tot de doelgroep
                    loonkostensubsidie en een werkgever is voornemens met die persoon een
                    dienstbetrekking aan te gaan, dan wordt de in beginsel de loonwaarde van die
                    persoon vastgesteld (artikel 10d, eerste lid, van de Participatiewet). Hiervoor
                    is geen aanvraag vereist. De vastgestelde loonwaarde wordt vastgelegd in een
                    beschikking waartegen zowel de betrokken persoon als diens (potentiële)
                    werkgever bezwaar en beroep kunnen instellen. </al><al>De loonwaarde is een vastgesteld percentage van het rechtens geldende loon voor
                    de door een persoon - die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie -
                    verrichte arbeid in een functie naar evenredigheid van de arbeidsprestatie in
                    die functie van een gemiddelde werknemer met een soortgelijke opleiding en
                    ervaring, die niet tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort (artikel 6,
                    eerste lid, onderdeel g, van de Participatiewet).</al><al>In deze verordening gaat het om een andere vorm van loonkostensubsidie dan de
                    vorm van loonkostensubsidie zoals omschreven in de re-integratieverordening
                    Participatiewet WIHW 2016.</al><al>De loonkostensubsidie zoals beschreven in deze verordening kan uitsluitend
                    worden ingezet als de persoon in kwestie behoort tot de doelgroep
                    loonkostensubsidie, als bedoeld in artikel 6, eerste lid, onderdeel e, van de
                    Participatiewet: mensen met een arbeidsbeperking. Deze nieuwe vorm van
                    loonkostensubsidie is niet per definitie tijdelijk, maar kan indien nodig voor
                    een langere periode worden ingezet. Met dit instrument compenseert de gemeente
                    werkgevers voor de verminderde productiviteit van de werknemer.</al><al>Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet, Algemene wet
                    bestuursrecht (hierna: Awb) of de Gemeentewet zijn vanzelfsprekend ook van
                    toepassing op deze verordening. Hiervan zijn in deze verordening daarom geen
                    begripsomschrijvingen opgenomen. Voor de duidelijkheid zijn een aantal
                    belangrijke wettelijke definities hieronder weergegeven.</al><lijst><li nr="-"><al>doelgroep loonkostensubsidie (artikel 6, eerste lid, onderdeel e,
                            Participatiewet): personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid,
                            onderdeel a, van wie is vastgesteld dat zij met voltijdse arbeid niet in
                            staat zijn tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, doch wel
                            mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben;</al></li><li nr="-"><al>loonwaarde (artikel 6, eerste lid, onderdeel g, Participatiewet):
                            vastgesteld percentage van het rechtens geldende loon voor de door een
                            persoon, die tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort, verrichte
                            arbeid in een functie naar evenredigheid van de arbeidsprestatie in die
                            functie van een gemiddelde werknemer met een soortgelijke opleiding en
                            ervaring, die niet tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort;</al></li><li nr="-"><al>dienstbetrekking (artikel 6, eerste lid, onderdeel f Participatiewet):
                            een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke dienstbetrekking.</al></li></lijst><al>Deze verordening volgt de uitgangspunten van de beleidsnotitie loon waarde meten
                    en loonkostensubsidie Participatie 2015.</al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><al>Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven worden hieronder
                    behandeld.</al><tussenkop>Artikel 1. Vaststelling wie tot doelgroep loonkostensubsidie
                    behoort</tussenkop><al>In artikel 10c van de Participatiewet is geregeld wanneer wordt vastgesteld of
                    een persoon tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort: op schriftelijke
                    aanvraag of ambtshalve. Ambtshalve vaststelling is alleen mogelijk bij:</al><lijst><li nr="-"><al>personen die algemene bijstand ontvangen;</al></li><li nr="-"><al>personen als bedoeld in artikel 34a, vijfde lid, onderdelen b en c, van
                            de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (hierna: WIA), artikel 35,
                            vierde lid onderdelen b en c, van de WIA en artikel 36, derde lid,
                            onderdelen b en c, van de WIA tot het moment dat het inkomen uit arbeid
                            in dienstbetrekking gedurende twee aaneengesloten jaren ten minste het
                            minimumloon bedraagt en ten behoeve van die persoon in die twee jaren
                            geen loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d van de
                            Participatiewet is verleend;</al></li><li nr="-"><al>personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de
                            Participatiewet;</al></li><li nr="-"><al>personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening
                            oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, en</al></li><li nr="-"><al>personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening
                            oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen.</al></li></lijst><al>In artikel 10c van de Participatiewet is ook bepaald dat vastgesteld moet worden
                    of een persoon tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort. Binnen de kaders van
                    de wet moet worden vastgesteld op welke wijze mensen tot de doelgroep
                    loonkostensubsidie behoren en of loonkostensubsidie voor hen wordt ingezet (zie
                    Kamerstukken II 2013/14, 33 161, nr. 107, blz. 62). In artikel 1, tweede lid, is
                    vastgelegd welke criteria daarbij in acht genomen worden. Deze cumulatieve
                    criteria zijn ontleend aan artikel 6, eerste lid, onderdeel e, van de
                    Participatiewet. Daarin is immers wettelijk de doelgroep loonkostensubsidie
                    vastgelegd.</al><tussenkop>Artikel 2. Vaststelling loonwaarde</tussenkop><al>In artikel 10d, eerste lid, van de Participatiewet is bepaald dat als een
                    persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie en een werkgever voornemens
                    is een dienstbetrekking aan te gaan met die persoon, de loonwaarde van die
                    persoon wordt vastgesteld. Hiervoor is geen aanvraag vereist. De vastgestelde
                    loonwaarde wordt vastgelegd in een beschikking waartegen zowel de betrokken
                    persoon als diens (potentiële) werkgever bezwaar en beroep kunnen instellen. </al><al>Als een dienstbetrekking tot stand komt, wordt loonkostensubsidie verleend aan
                    de werkgever met inachtneming van artikel 10d van de Participatiewet.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>