<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR39913_2</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de gemeente Voorschoten</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Voorschoten</dcterms:creator><dcterms:modified>2017-09-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Voorschoten</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Groot Voorschoten, 08-11-2012</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Financiële verordening gemeente Voorschoten</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeentewet, art. 212</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>financiën en economie</dcterms:subject><dcterms:issued>2012-09-13</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2012-11-09</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2015-06-03</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>art. 10, 12, 13, 14</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2395</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>regels omtrent het financieel beleid, financieel beheer en inrichting van de financiële organisatie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Terugwerkende kracht is niet vermeld omdat deze slechts art. 10 betreft, waarin deze duidelijk wordt vermeld.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede voor het
                financieel beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie van de
                gemeente Voorschoten</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Nr. 114 A</al><al/><al>De raad van de gemeente Voorschoten;</al><al/><al>gezien het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 30
                        september 2003, nr. 114</al><al/><al>Gelet op artikel 212 van de Gemeentewet</al><al/><al>b e s l u i t :</al><al/><al>vast te stellen de volgende verordening op de uitgangspunten voor het
                        financieel beleid, het financieel beheer en voor de inrichting van de
                        financiële organisatie van de gemeente Voorschoten</al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Verordening op de uitgangspunten voor het financieel beleid, alsmede
                            voor het financieel beheer en voor de inrichting van de financiële
                            organisatie van de gemeente Voorschoten.</label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Definities</titel></kop><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>dienst: </al><al>iedere organisatorische eenheid binnen de gemeentelijke
                                    organisatie die als zodanig een eigen rechtstreekse
                                    verantwoordelijkheid aan het college heeft.</al></li></lijst><lijst><li nr="b."><al>administratie: </al><al>het systematisch verzamelen, vastleggen, verwerken en
                                    verstrekken van informatie ten behoeve van het besturen, het
                                    functioneren en het beheersen van (onderdelen van) de
                                    organisatie van de gemeente Voorschoten en ten behoeve van de
                                    verantwoording die daarover moet worden afgelegd.</al></li><li nr="c."><al> financiële administratie: </al><al>het onderdeel van de administratie dat omvat het systematisch
                                    maken en verwerken van aantekeningen betreffende de financiële
                                    gegevens van (onderdelen van) de organisatie van de gemeente
                                    Voorschoten, teneinde te komen tot een goed inzicht in:</al><lijst><li nr="1."><al>de financieel-economische positie; </al></li><li nr="2."><al> het financiële beheer ;</al></li><li nr="3."><al> de uitvoering van de begroting;</al></li><li nr="4."><al> het afwikkelen van vorderingen en schulden;</al></li><li nr="5."><al> alsmede tot het afleggen van rekening en verantwoording
                                            daarover.</al></li></lijst></li><li nr="d."><al> administratieve organisatie: </al><al>het stelsel van organisatorische maatregelen gericht op het tot
                                    stand brengen en het in stand houden van de goede werking van de
                                    bestuurlijke en ambtelijke informatieverzorging ten behoeve van
                                    de verantwoordelijke leiding.</al></li><li nr="e."><al> financieel beheer : </al><al>het uitoefenen van bestuur over en toezicht op het beheer van
                                    middelen en het uitoefenen rechten van de gemeente
                                    Voorschoten.</al></li><li nr="f."><al>rechtmatigheid:</al><al>het in overeenstemming zijn met geldende wet- en regelgeving,
                                    waaronder gemeentelijke verordeningen, raadsbesluiten en
                                    collegebesluiten.</al></li><li nr="g."><al> doelmatigheid</al><al>de mate waarin nagestreefde beleidsdoelen tegen zo gering
                                    mogelijke middelen worden bereikt.</al></li><li nr="h."><al> doeltreffendheid</al><al>de mate waarin het resultaat van het beleid beantwoordt aan wat
                                    er met het beleid werd beoogd en de mate waarin de gestelde
                                    beleidsdoelen worden verwezenlijkt.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>1.</nr><titel>Begroting en verantwoording</titel></kop><paragraaf><kop><label>Kaderstellen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Programmabegroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De raad stelt in ieder geval bij de aanvang van de nieuwe
                                    raadsperiode een programma-indeling</al><al>vast.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad stelt per programma vast:</al><lijst><li nr="a."><al>de beoogde maatschappelijke effecten;</al></li><li nr="b."><al>de te leveren goederen en diensten;</al></li><li nr="c."><al> de baten en lasten.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college stelt per programma indicatoren voor met betrekking
                                    tot de beoogde maatschappelijke effecten en de te leveren
                                    goederen en diensten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De raad stelt de indicatoren, bedoeld in het derde lid,
                                    vast.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor het verzamelen en vastleggen van
                                    gegevens over de geleverde goederen en diensten en de
                                    maatschappelijke effecten, opdat de doelmatigheid en
                                    doeltreffendheidvan het beleid zoals vastgesteld door de raad,
                                    kunnen worden getoetst.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Producten</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Bij iedere begroting en jaarstukken wordt een overzicht gegeven
                                    van de toedeling van de producten uit de productraming aan de
                                    programma’s.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De onderverdeling van de programma’s in de producten staat voor
                                    de raadsperiode vast, tenzij er dringende redenen zijn tot
                                    wijzigen. Wijzigingen worden bij de begroting expliciet
                                    vermeld.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4. Kaders</nr><titel>begroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt uiterlijk <vet><onderstreept>31
                                            mei</onderstreept></vet>van het begrotingsjaar een nota
                                    aan over de kaders voor het volgende begrotingsjaar en de drie
                                    opvolgende jaren. In deze nota worden de bevindingen betrokken
                                    uit de rapportage van de begrotingsuitvoering bedoeld in artikel
                                    7 en de jaarstukken bedoeld in artikel 8.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De raad stelt deze nota uiterlijk <vet><onderstreept>15
                                            juli</onderstreept></vet> vast. </al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Uitvoering</label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5.</nr><titel>Uitvoering begroting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt regels die waarborgen dat de uitvoering van de
                                    begroting rechtmatig, doelmatig en doeltreffend verloopt.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college draagt ten aanzien van de productenraming er zorg
                                    voor dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de lasten en baten, door middel van
                                            kostentoerekening, eenduidig zijn toegewezen aan de
                                            producten van de productraming;</al></li><li nr="b."><al> de budgetten uit de productraming en kredieten voor
                                            investeringen passen binnen de kaders zoals
                                            geautoriseerd bij de vaststelling van de uiteenzetting
                                            van de financiële positie;<cursief>. </cursief>de lasten
                                            en baten, door middel van kostentoerekening, eenduidig
                                            zijn toegewezen aan de producten van de
                                            productraming;</al></li><li nr="c."><al>de lasten van de producten niet dusdanig worden
                                            overschreden dat de realisatie van andere producten
                                            binnen hetzelfde programma onder druk komt.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor dat de lasten van de programma’s
                                    zoals geautoriseerd in de (gewijzigde) begroting niet worden
                                    overschreden.</al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Beheersing en interne controle </label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6.</nr><titel>Interne controle</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt ten behoeve van het getrouwe beeld en de
                                    rechtmatigheid van de jaarrekening zorg voor de jaarlijkse
                                    interne toetsing van de getrouwheid van de
                                    informatieverstrekking, en de rechtmatigheid van de
                                    beheershandelingen. Bij afwijkingen neemt het college
                                    maatregelen tot herstel. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college biedt ten minste elke vier jaar een nota aan inzake
                                    de bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik van de
                                    gemeentelijke regelingen. De raad stelt deze nota vast binnen
                                        <cursief>3</cursief><cursief>3</cursief> maanden nadat deze
                                    is aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor de jaarlijkse interne toetsing van
                                    minimaal één bedrijfsproces op juistheid, volledigheid en
                                    tijdigheid van de bestuurlijke informatievoorziening, de
                                    rechtmatigheid van beheershandelingen en op misbruik en
                                    oneigenlijk gebruik van de gemeentelijke regelingen. ieder
                                    risicovol bedrijfsproces van de gemeente wordt elke jaar
                                    getoetst.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Het college zorgt op basis van de resultaten van de toets
                                    bedoeld in het derde lid indien nodig voor een plan van
                                    verbetering. Het college neemt op basis van het plan van
                                    verbetering maatregelen voor herstel van de geconstateerd
                                    tekortkomingen.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De resultaten van de toets en het plan van verbetering worden
                                    ter kennisgeving aan de raad aangeboden. </al></lid></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>Rapportage en verantwoording </label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7.</nr><titel>Tussentijdse rapportage en informatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college informeert de raad door middel van tussentijdse
                                    rapportages over de realisatie van de begroting van de gemeente
                                    over de eerste drie maanden en de tweede zes maanden van het
                                    lopende boekjaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De tussenrapportages worden aan de raad aangeboden op de
                                    volgende tijdstippen:</al><lijst><li nr="a."><al>de <onderstreept>eerste driemaands</onderstreept>
                                            rapportage vóór 15 juni van het lopende
                                            begrotingsjaar;</al></li><li nr="b."><al>de <onderstreept>t</onderstreept><onderstreept>weede
                                                zesmaands</onderstreept> rapportage vóór 1 oktober
                                                <cursief>. </cursief>van het lopende
                                            begrotingsjaar;</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> De inrichting van de tussentijdse rapportages sluit aan bij de
                                    programma-indeling van de begrotingvan het lopende
                                    begrotingsjaar;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De rapportages gaan in op afwijkingen, zowel wat betreft de
                                    lasten, de geleverde goederen en diensten en indien daar
                                    aanleiding voor is de maatschappelijke effecten. In de
                                    rapportages wordt in ieder geval aandacht besteed aan
                                    afwijkingen van:</al><lijst><li nr="a."><al>inkomsten uit de algemene uitkering;</al></li><li nr="b."><al> de rente-ontwikkeling op de kapitaalmarkt;</al></li><li nr="c."><al> resultaten uit grondexploitatie;</al></li><li nr="d."><al> realisatie op begrote subsidieverwachtingen.</al></li><li nr="e."><al> afwijkingen &gt; 10.000,--</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al> Het college informeert in ieder geval vooraf de raad en neemt
                                    pas een besluit, nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn
                                    wensen en bedenkingen ter kennis van het college te brengen
                                    voorzover het betreft niet bij begroting vastgestelde
                                    afzonderlijke verplichtingen inzake:</al><lijst><li nr="a."><al>investeringen groter dan €
                                            150.000<cursief>;</cursief></al></li><li nr="b."><al> aankoop en verkoop van goederen en
                                            diensten groter dan € 75.000;</al></li><li nr="c."><al>het verstrekken van leningen, waarborgen en garanties
                                            groter dan € 75.000.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Het college informeert vooraf de raad en neemt pas een besluit
                                    nadat de raad in de gelegenheid is gesteld zijn wensen en
                                    bedenkingen ter kennis van het college te brengen indien het
                                    college nieuwe meerjarige verplichtingen aangaat waarvan de
                                    jaarlijkse lasten groter zijn dan € 75.000.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8.</nr><titel>Jaarstukken</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt zorg voor een adequate vertaling van de
                                    verantwoording van de diensten naar de productenrealisatie en
                                    naar de programma verantwoording.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college legt verantwoording af over de uitvoering van de
                                    programma’s. In de verantwoording geeft het college aan:</al><lijst><li nr="a."><al> wat is bereikt;</al></li><li nr="b."><al> welke goederen en diensten zijn geleverd;</al></li><li nr="c."><al> wat de kosten zijn</al></li><li nr="d."><al> hoe de resultaten zich verhouden tot de in de begroting
                                            gestelde doelen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De raad bepaalt aan de hand van de uitvoering van de programma’s
                                    of de beleidsdoelen van de programma’s voor het lopende jaar
                                    bijstelling behoeven.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>2.</nr><titel>Financiele positie</titel></kop><paragraaf><kop><label>Kaderstellen</label></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9.</nr><titel>Financiële positie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor, dat al het beleid waartoe de
                                    raad heeft besloten, in de uiteenzetting van de financiële
                                    positie en de meerjarenramingen is opgenomen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het totaalbedrag aan verleende garanties en waarborgen worden
                                    bij de uiteenzetting van de financiële positie expliciet
                                    vermeld.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> De raad autoriseert met het vaststellen van de financiële
                                    positie de investeringskredieten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10.</nr><titel>Waardering &amp; afchrijving vaste activa</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Geactiveerde kosten voor onderzoek en ontwikkeling voor een
                                    bepaald actief, het saldo van agio en disagio worden in 4 jaar
                                    afgeschreven.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Kosten voor het afsluiten van geldleningen worden direct ten
                                    laste van de exploitatie gebracht.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Met terugwerkende kracht tot 1 januari 2012 worden de nieuw tw
                                    activeren materiele vaste activa met economisch nut, als bedoeld
                                    in artiekel 35 van het Besluit begrotingen verantwoording
                                    provincies en gemeenten, afgeschreven overeenkomstig de
                                    termijnen zoals opgenomen in de bij deze verordening behorende
                                    tabel (bijlage 1).</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Onder activa met een meerjarig maatschappelijk nut, zoals
                                    bedoeld in artikel 35 van het Besluit begroting en
                                    verantwoording provincies en gemeenten, worden verstaan
                                    investeringen in aanleg en onderhoud van: (inrichting) wegen,
                                    waterwegen; civiele kunstwerken, groen en kunstwerken, </al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>Aankoop en vervaardiging van activa met een meerjarig
                                    maatschappelijk nut worden onder aftrek van bijdragen van derden
                                    en bestemmingsreserves ten laste van de exploitatie gebracht.
                                    Hiervan kan bij raadsbesluit worden afgeweken. In geval van
                                    activering bij raadbesluit wordt het actief afgeschreven over de
                                    verwachte levensduur van het actief of een kortere, door de raad
                                    aan te geven tijdsduur.</al></lid><lid><lidnr>6.</lidnr><al>Activa worden in beginsel lineair afgeschreven. Hiervan kan bij
                                    Raadsbesluit worden afgeweken; de methodiek tot annuitaïr
                                    afschrijven behoort tot de mogelijkheden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11.</nr><titel>Voorziening van oninbare vorderingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Voor openstaande vorderingen betreffende:</al><lijst><li nr="a."><al>onroerende zaakbelasting gebruikers;</al></li><li nr="b."><al> onroerende zaakbelasting eigenaren;</al></li><li nr="c."><al> precariobelasting;</al></li><li nr="d."><al> hondenbelasting;</al></li><li nr="e."><al> rioolrechten;</al></li><li nr="f."><al> en reinigingsrechten;</al><al>wordt een voorziening wegens oninbaarheid gevormd ter
                                            grootte van het historische percentage van
                                            oninbaarheid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Voor de overige vorderingen wordt een voorziening wegens
                                    oninbaarheid gevormd op basis van een beoordeling op inbaarheid
                                    van de openstaande vorderingen ouder dan drie maanden.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12.</nr><titel>Reserves en voorzieningen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt de raad eens in de vier jaar een nota reserves
                                    en voorzieningen aan. De nota behandelt:</al><lijst><li nr="a."><al>de vorming en besteding van reserves;</al></li><li nr="b."><al>de vorming en besteding voorzieningen;</al></li><li nr="c."><al>de toerekening en verwerking van rente over de reserves
                                            en de voorzieningen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij een voorstel voor de instelling van een bestemmingsreserve
                                    voor een investerings-voornemen wordt minimaal aangegeven:</al><lijst><li nr="a."><al>het specifieke doel van de reserve;</al></li><li nr="b."><al>de voeding van de reserve;</al></li><li nr="c."><al>de maximale hoogte van de reserve;</al></li><li nr="d."><al>en de maximale looptijd.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien een bestemmingsreserve voor een investeringsvoornemen
                                    binnen de aangegeven maximale looptijd niet heeft geleid tot een
                                    investering, valt de bestemmingsreserve vrij en wordt deze aan
                                    de algemene reserve toegevoegd.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In de jaarrekening wordt een actueel overzicht van de stand van
                                    zaken van de reserves en voorzieningen opgenomen en worden deze
                                    getoetst aan de beleidsuitgangspunten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13.</nr><titel>Kostprijsberekening</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor het bepalen van de geraamde kostprijs van producten en
                                    diensten van de gemeente Voorschoten wordt een systeem van
                                    kostentoerekening gehanteerd. Bij de kostentoerekening worden
                                    naast de directe kosten alleen die indirecte kosten betrokken,
                                    die rechtstreeks samenhangen met de door de gemeente verleende
                                    diensten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij de indirecte kosten worden betrokken de bijdragen aan
                                    reserves voor de noodzakelijke vervanging van de betrokken
                                    activa, de kapitaallasten van de in gebruik zijnde activa en
                                    voor rioolrechten, reinigingsrechten en afvalstoffenheffing de
                                    compensabele BTW.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><lijst><li nr="a."><al>De vaste rekenrente voor de rentetoerekening van de
                                            kapitaallasten wordt met ingang van de begroting voor
                                            2013 gebaseerd op het BNG-tarief van een lineaire
                                            25-jaars lening zonder tussentijdse aanpassing op de
                                            laatste dag van april voorafgaand aan het
                                            begrotingsjaar. In de nota als bedoeld in artikel 4 van
                                            deze verordening wordt hiervoor een voorstel
                                            opgenomen;</al></li><li nr="b."><al>Voor reeds per ultimo 2012 ten behoeve van gesloten
                                            exploitaties geactiveerde investeringen wordt de
                                            rekenrente vastgezet op het niveau van 5,5%”.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14.</nr><titel>Financieringsfunctie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college draagt bij de uitoefening van de
                                    financieringsfunctie zorg voor:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantrekken van voldoende financiële middelen en het
                                            uitzetten van overtollige gelden om de programma’s
                                            binnen de door de raad vastgestelde kaders van de
                                            begroting uit te kunnen voeren;</al></li><li nr="b."><al> beheersen van het risico verbonden aan de
                                            financieringsfunctie zoals renterisico, koersrisico en
                                            kredietrisico;</al></li><li nr="c."><al> het zo veel mogelijk beperken van de kosten van de
                                            leningen en het bereiken van een voldoende rendement op
                                            de uitzettingen;</al></li><li nr="d."><al>het beperken van de interne verwerkingskosten en externe
                                            kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële
                                            posities.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het college neemt bij de uitvoering van de financieringsfunctie
                                    de volgende richtlijnen in acht:</al><lijst><li nr="a."><al>het uitzetten van overtollige geldmiddelen langer dan 3
                                            maanden gebeurt uitsluitend bij financiële instellingen
                                            met minimaal een AA rating toegekend door minimaal twee
                                            van de drie gerenommeerde ratingbureaus (Moody’s
                                            Standard &amp; Poors of Fitch IBCA) en Nederlandse
                                            overheden en andere publiekrechtelijke lichamen met een
                                            solvabiliteitsratio van 0%. Voor uitzettingen bij
                                            financiële instellingen tot en met 3 maanden geldt een
                                            rating van tenminste A toegekend door minimaal twee van
                                            de drie gerenommeerde ratingbureaus;</al></li><li nr="b."><al> overtollige geldmiddelen worden uitsluitend uitgezet
                                            tegen vastrentende waarden, dan wel in producten waarbij
                                            de hoofdsom tenminste aan het eind van de looptijd in
                                            tact is.</al></li><li nr="c."><al>voor het aantrekken van financieringen voor langer dan
                                            één jaar worden tenminste drie prijsopgaven bij
                                            verschillende financiële instellingen, waaronder de
                                            huisbankier, gevraagd;</al></li><li nr="d."><al> overeenkomsten voor het aangaan van leningen, het
                                            uitzetten van middelen of het verlenen van garanties
                                            luiden in euro;.</al></li><li nr="e."><al>voor de kasgeldlimiet en de rente risiconorm gelden de
                                            wettelijke waarden. Het college informeert de raad
                                            indien de kasgeldlimiet of de rente risiconorm dreigen
                                            te worden overschreden.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De gemeente mag leningen of garanties uit hoofde van de
                                    “publieke taak” uitsluitend verstrekken aan de door de
                                    Gemeenteraad goedgekeurde derde partijen, waarbij vooraf advies
                                    van de afdeling Financiën wordt ingewonnen over de financiële
                                    positie en de kredietwaardigheid van de desbetreffende partij.
                                    Het college bedingt indien mogelijk zekerheden.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al> Het college stelt regels op ter uitvoering van het gestelde
                                    onder het eerste tot en met derde lid en legt deze regels
                                    alsmede de regels voor taken en bevoegdheden, de
                                    verantwoordingsrelaties en de bijbehorende informatievoorziening
                                    vast in een besluit treasurystatuut. Het college zendt het
                                    besluit treasurystatuut ter kennisgeving aan de raad.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15.</nr><titel>Registratie bezittingen, activa en vermogen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het college draagt zorg voor een actuele en volledige
                                    registratie van bezittingen. In de registratie worden ook
                                    opgenomen niet-geactiveerde kunstvoorwerpen met
                                    cultuurhistorische waarde en de niet- of netto geactiveerde
                                    investeringen in de openbare ruimte.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college draagt er zorg voor, dat de registratie en de
                                    ontwikkeling van de bezittingen en het vermogen van de gemeente
                                    systematisch worden gecontroleerd, met dien verstande dat de
                                    waardepapieren, de voorraden, de uitstaande leningen, de
                                    (debiteuren-)vorderingen, deliquiditeiten, de opgenomen leningen
                                    en de (crediteuren-)schulden jaarlijks worden gecontroleerden
                                    registergoederen en bedrijfsmiddelen tenminste eenmaal in de
                                        <cursief>3 </cursief>jaar.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij afwijkingen in de registratie van bezittingen neemt het
                                    college maatregelen voor herstel van de tekortkomingen. De
                                    resultaten van de controle en eventuele plannen van verbetering
                                    worden ter kennisgeving aan de raad aangeboden.</al></lid></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>3.</nr><titel>Paragrafen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Lokale heffingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt tenminste eenmaal in de vier jaar een
                                (bijgestelde) nota lokale heffingen aan. Deze nota behandelt in
                                ieder geval:</al><lijst><li nr="-"><al>de samenstelling van het pakket aan gemeentelijke
                                        belastingen en heffingen;</al></li><li nr="-"><al>de verdeling van de druk van de belastingen over de diverse
                                        bevolkingsgroepen en belanghebbenden;</al></li><li nr="-"><al> de kostendekkendheid van de heffingen;</al></li><li nr="-"><al> de druk van de lokale belastingen en heffingen;</al></li><li nr="-"><al> het kwijtscheldingsbeleid en het tarievenbeleid.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De nota bevat voorts een overzicht van de verordeningen met de
                                bijbehorende vaststellingsdata waarin tarieven, heffingen en prijzen
                                zijn vastgelegd. Het college draagt er zorg voor dat er een actueel
                                overzicht is van de tarieven, heffingen, prijzen en kosten per
                                verstrekte dienst. De raad stelt de nota vast binnen drie maanden
                                nadat de nota is aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Voor het vaststellen van de hoogte van gemeentelijke tarieven,
                                heffingen en prijzen door de raad verstrekt het college aan de raad
                                per verordening de actueel geraamde hoeveelheden per door de
                                gemeente verstrekte dienst, waarover de tarieven, heffingen en
                                prijzen in rekening worden gebracht en per verordening het totaal
                                van de geraamde kosten van de erin genoemde door de gemeente
                                verstrekte diensten.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Bij de begroting en jaarstukken doet het college in de paragraaf
                                lokale heffingen verslag van: de opbrengsten per lokale heffing; het
                                volume en bedrag aan kwijtscheldingen; de kostendekkendheid van de
                                rioolrechten en de afvalstoffenheffing; de (ontwikkeling van de)
                                lokale lastendruk voor eenpersoonshuishoudingen, meer
                                persoonshuishoudingen en bedrijven.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17.</nr><titel>Weerstandsvermogen en risicomanagement</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt tenminste eenmaal in de vier jaar een
                                (bijgestelde) nota weerstandsvermogen en risicomanagement aan. In
                                deze nota wordt ingegaan op het risicomanagement, het opvangen van
                                risico door verzekeringen, voorzieningen, het weerstandsvermogen of
                                anderszins. In de nota wordt tevens het gewenste
                                weerstandscapaciteit bepaald. De raad stelt de nota vast binnen drie
                                maanden nadat de nota is aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het college geeft aan in de paragraaf weerstandsvermogen van de
                                begroting en van de jaarstukken de risico van materieel belang en
                                een inschatting van de kans dat deze risico zich voordoen. Het
                                college brengt hierbij in elk geval de risico in beeld en
                                actualiseert de risico genoemd in de nota bedoeld in het eerste lid.
                                Hierbij wordt speciale aandacht gegeven aan:</al><lijst><li nr="a."><al> tegenvallende rente ontwikkeling op de kapitaalmarkt;</al></li><li nr="b."><al> tegenvallende resultaten uit grondexploitatie;</al></li><li nr="c."><al> tegenvallende realisatie op begrote
                                        subsidieverwachtingen;</al></li><li nr="d."><al> lopende en te verwachten claims van derden;</al></li><li nr="e."><al> nog niet getaxeerde kosten van (vermoedde)
                                        milieuverontreiniging;</al></li><li nr="f."><al> overschrijding openeinde regelingen en subsidies;</al></li><li nr="g."><al> dreigend faillissement van verbonden partijen;</al></li><li nr="h."><al> dreigend faillissement van derden bij wie borgstellingen,
                                        garanties, leningen of vorderingen uitstaan.</al></li></lijst><al/><al>Het college geeft aan in de paragraaf weerstandsvermogen van de
                                begroting en van de jaarstukkende weerstandscapaciteit en in
                                hoeverre schade en verliezen als gevolg van de risico’s van
                                materieel belang met de weerstandscapaciteit kunnen worden
                                opgevangen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18.</nr><titel>Onderhoud kapitaalgoederen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt tenminste eens in de vier jaar een nota onderhoud
                                openbare ruimte aan. De nota geeft het kader weer voor de inrichting
                                van het onderhoud en het beoogde onderhoudsniveau voor het openbaar
                                groen, water, wegen, kunstwerken en straatmeubilair en eveneens de
                                norm kostensystematiek en het meerjarig budgettair beslag.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> Het college biedt ten minste eens in de vier jaar een nota
                                rioleringsplan aan. De nota geeft het kader weer voor de inrichting
                                van het onderhoud, het beoogde onderhoudsniveau en de uitbreiding
                                van de riolering alsmede de kwaliteit van het milieu en eveneens de
                                norm kostensystematiek en het meerjarig budgettair beslag.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Bij de begroting en de jaarstukken doet het college in de paragraaf
                                onderhoud kapitaalgoederen verslag over de voortgang van het
                                geplande onderhoud en het eventuele achterstallig onderhoud aan
                                openbaar groen, water, wegen, kunstwerken, straatmeubilair,
                                riolering, gebouwen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19.</nr><titel>Financiering</titel></kop><al>Bij de begroting en de jaarstukken doet het college in de paragraaf
                            financiering in ieder geval verslag van:</al><lijst><li nr="a."><al>de kasgeldlimiet;</al></li><li nr="b."><al>de renterisico norm;</al></li><li nr="c."><al>de liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte voor de
                                    komende drie jaar;</al></li><li nr="d."><al> de rentevisie en</al></li><li nr="e."><al> de rentekosten en rente-opbrengsten verbonden aan de
                                    financieringsfunctie.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20.</nr><titel>Bedrijfsvoering</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> Het college stelt tenminste eenmaal in de vier jaar een nota
                                bedrijfsvoering vast. De nota wordt ter kennisgeving aan de raad
                                gezonden. In de nota wordt speciale aandacht geschonken aan de
                                relatie tussen het gemeentelijk apparaat en de inwoners van de
                                gemeente.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> In de bedrijfsvoeringsparagraaf in de begroting wordt ingegaan op
                                de tijdelijke en actuele onderwerpen die aandacht behoeven. In de
                                bedrijfsvoeringsparagraaf in het jaarverslag wordt gerapporteerd
                                over de bij de begroting bepaalde onderwerpen aangaande de
                                bedrijfsvoering alsmede over nieuwe ontwikkelingen. Daarbij wordt
                                speciale aandacht gegeven aan:</al><lijst><li nr="a."><al>aantal personeelsleden in dienst onderverdeeld naar leeftijd
                                        en beloningsschaal;</al></li><li nr="b."><al> de instroom, uitstroom en het percentage ziekteverzuim van
                                        personeel;</al></li><li nr="c."><al> de directe loonkosten;</al></li><li nr="d."><al> de personeelskosten</al></li><li nr="e."><al> de kosten inleenkrachten;</al></li><li nr="f."><al> de kosten van ingehuurde externen;</al></li><li nr="g."><al> de huisvestingskosten;</al></li><li nr="h."><al> de automatiseringskosten;</al></li><li nr="i."><al>vernieuwing, uitbreiding, herstructurering, reorganisatie en
                                        inkrimping van de ambtelijke organisatie, de gemeentelijke
                                        huisvesting het gemeentelijk materieel en de
                                        gemeentelijkeautomatiseringssystemen.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college rapporteert in de bedrijfsvoeringsparagraaf van de
                                begroting en jaarstukken over de</al><al/><al>voortgang van de onderzoeken naar de doelmatigheid en
                                doeltreffendheid, bedoeld in artikel 213a</al><al>Gemeentewet, en de uitputting van de bijbehorende budgetten.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21.</nr><titel>Verbonden partijen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt tenminste eenmaal in de vier jaar een nota
                                verbonden partijen aan. De raadstelt de nota vast binnen <cursief>3
                                </cursief>maanden nadat de nota is aangeboden.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van elk van de verbonden partijen wordt weergegeven het openbaar
                                belang, het eigen vermogen, de solvabiliteit, het financieel
                                resultaat en het financieel belang en de zeggenschap van de
                                gemeente.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> De nota bevat voorts de kaders voor het beleid aangaande (het
                                aangaan van nieuwe) participaties met name de condities waaronder
                                het publiek belang is gediend met behartiging door verbonden
                                partijen, de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van de
                                verbonden partijen en de financielen voorwaarden. </al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>In de begroting en de jaarstukken wordt in de paragraaf verbonden
                                partijen in elk geval ingegaan op nieuwe verbonden partijen, het
                                beëindigen van bestaande verbonden partijen, het wijzigen van
                                bestaande verbonden partijen en eventuele problemen bij bestaande
                                verbonden partijen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22.</nr><titel>Grondbeleid</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt ten minste eens in de vier jaar een (bijgestelde)
                                nota grondbeleid aan ter behandeling en vaststelling door de raad.
                                In deze nota wordt aandacht besteed aan:</al><lijst><li nr="a."><al>de relatie met de programma’s van de begroting;</al></li><li nr="b."><al> de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de
                                        gemeente;</al></li><li nr="c."><al> aan te ontwikkelen en in ontwikkeling genomen
                                        projecten;</al></li><li nr="d."><al> de voorraadverwerving en uitgifte van gronden;</al></li><li nr="e."><al> de uitgifte van gronden in erfpacht en de bijstelling van
                                        erfpachtvergoedingen.</al></li></lijst><al>De raad stelt de nota vast binnen 3 maanden nadat de nota is
                                ingediend.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> In de paragraaf grondbeleid van de begroting en de jaarstukken
                                wordt ingegaan op de uitvoering van de nota grondbeleid, met name de
                                belangrijkste financiële ontwikkelingen zoals
                                verlies/winstverwachtingen, de verwerving van gronden e.d. en de
                                relaties van het grondbeleid met de programma’s. Bij de begroting en
                                de jaarstukken doet het college in de paragraaf grondbeleid verslag
                                van:</al><lijst><li nr="a."><al>een visie op het grondbeleid in relatie tot de realisatie
                                        van de doelstellingen van de programma’s die zijn opgenomen
                                        in de begroting;</al></li><li nr="b."><al> een aanduiding van de wijze waarop de gemeente het
                                        grondbeleid uitvoert;</al></li><li nr="c."><al> een actuele prognose van de te verwachten resultaten van de
                                        totale grondexploitatie;</al></li><li nr="d."><al> een onderbouwing van de geraamde winstneming;</al></li><li nr="e."><al> de beleidsuitgangspunten omtrent de reserves voor
                                        grondzaken in relatie tot de risico’s van de
                                        grondzaken.</al></li><li nr="f."><al> huidige vastgoedpositie</al></li><li nr="g."><al> de aan- en verkoop van vastgoed</al></li><li nr="h."><al> de deelname in PPS-constructies</al></li><li nr="i."><al> de geraamde kosten en opbrengsten per in ontwikkeling
                                        genomen project</al></li><li nr="j."><al> in erfpacht uitgegeven gronden</al></li><li nr="k."><al> inkomsten erfpacht en bijstelling erfpachtvergoedingen</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>23.</nr><titel>Verstrekking subsidie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college biedt tenminste eens in de twee jaar een (bijgestelde)
                                nota verstrekking gemeentelijke subsidies aan. De nota bevat het
                                kader voor de verstrekking van gemeentelijke subsidies en een
                                overzicht van de toegekende gemeentelijke subsidies.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al> De raad stelt de nota vast binnen 3 maanden na aanbieding van de
                                nota door het college.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>4.</nr><titel>Financiele organisatie en administratie</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>24</nr><titel>Administratie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al> De administratie is zodanig van opzet en werking, dat zij in ieder
                                geval dienstbaar is voor:</al><lijst><li nr="a."><al> het sturen en het beheersen van activiteiten en processen
                                        in de gemeente als geheel en in de diensten;</al></li><li nr="b."><al> het verstrekken van informatie over ontwikkelingen in de
                                        omvang van activa met economisch nut, activa met
                                        maatschappelijk nut, voorraden, vorderingen en schulden,
                                        enzovoorts.;</al></li><li nr="c."><al> het verschaffen van informatie aan budgethouders;</al></li><li nr="d."><al> het bevorderen van de rechtmatigheid, de doelmatigheid en
                                        de doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot
                                        de gestelde beleidsdoelen, de begroting en ter zake geldende
                                        wet- en regelgeving;</al></li><li nr="e."><al> het afleggen van verantwoording over de rechtmatigheid, de
                                        doelmatigheid en de doeltreffendheid van het gevoerde
                                        bestuur in relatie tot de gestelde beleidsdoelen, de
                                        begroting en ter zake geldende wet- en regelgeving;</al></li><li nr="f."><al> de controle van de registratie van gegevens als zodanig en
                                        van de daaraan ontleende informatie alsmede voor de controle
                                        op de rechtmatigheid, de doelmatigheid en de
                                        doeltreffendheid van het gevoerde bestuur in relatie tot de
                                        gestelde beleidsdoelen.</al></li></lijst></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>25.</nr><titel>Financiele administratie</titel></kop><al>Het college draagt er zorg voor dat:</al><lijst><li nr="a."><al>de inrichting en de werking van de financiële administratie
                                    voldoet aan het Besluit begroting en verantwoording provincies
                                    en gemeenten en andere relevante wet- en regelgeving;</al></li><li nr="b."><al>de vereiste informatie verstrekt wordt aan het rijk, de
                                    provincie en de Europese Unie, alsmede aan andere instellingen
                                    die specifieke verantwoordingsverplichtingen opleggen aan
                                    gemeenten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>26.</nr><titel>Financiële organisatie</titel></kop><al>Het college draagt de zorg voor en legt (in een besluit) vast:</al><lijst><li nr="a."><al>een eenduidige indeling van de gemeentelijke organisatie en een
                                    eenduidig toewijzing van de gemeentelijke taken aan de
                                    diensten</al></li><li nr="b."><al> een adequate scheiding van taken, functies, bevoegdheden,
                                    verantwoordelijkheden, zodat aan de eisen van interne controle
                                    wordt voldaan en de betrouwbaarheid van de verstrekte informatie
                                    aan beleids- en beheersorganen is gewaarborgd;</al></li><li nr="c."><al> de verlening van mandaten en volmachten voor het aangaan van
                                    verplichtingen ten laste van de toegekende budgetten en
                                    investeringskredieten;</al></li><li nr="d."><al> de regels voor de opdrachtverlening en de verrekening van
                                    leveringen tussen de diensten van de gemeente;</al></li><li nr="e."><al> de te maken afspraken met de diensten over de te leveren
                                    prestaties, de daarvoor beschikbare middelen en de wijze en
                                    frequentie van rapportage over de voortgang van de activiteiten
                                    en uitputting van middelen;</al></li><li nr="f."><al> de regels voor de verlening van décharge over het gevoerde
                                    beheer van de diensten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>27.</nr><titel>Aanbesteding en aankoop</titel></kop><al>Het college draagt zorg voor en legt (in een besluit) vast de interne
                            regels (protocol) voor de inkoop en aanbesteding van werken en diensten.
                            De regels waarborgen dat wordt gehandeld in overeenstemming met de
                            regels terzake van de Europese Unie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>28.</nr><titel>Subsidieverstrekking en steunverlening</titel></kop><al>Het college draagt zorg voor en legt (in een besluit) vast de interne
                            regels (protocol) voor de toekenning van steunverlening aan
                            ondernemingen en voor de toekenning van subsidies. De regels waarborgen
                            dat wordt gehandeld in overeenstemming met de regels terzake van de
                            Europese Unie</al><al>en de subsidieverordening van de gemeente Voorschoten.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Titel</label><nr>5.</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>29.</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking per 15 november 2003, met dien
                            verstande dat de begroting, meerjarenraming, de jaarstukken, de
                            uitvoeringsinformatie en de informatie voor derden en de daarbij
                            behorende toelichtingen met ingang van de begroting voor het
                            begrotingsjaar 2004 voldoen aan de bepalingen van deze verordening.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>30.</nr><titel>Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening kan worden aangehaald onder de naam “Financiële
                            verordening gemeente Voorschoten”.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering</ondertekening><ondertekening>van de raad der gemeente Voorschoten,</ondertekening><ondertekening>gehouden op 30 oktober 2003.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de griffier, de voorzitter,</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>