<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd">
  <meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR399032_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Beleidsnota Toezicht en handhaving Kinderopvang gemeente Drechterland 2015</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Drechterland</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-10-04</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Drechterland</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, nr 69308</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Beleidsnota Toezicht en handhaving Kinderopvang gemeente Drechterland 2015</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-04-30</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-07-29</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuw</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta>
  
  <body><intitule>
      Beleidsnota Toezicht en handhaving Kinderopvang gemeente Drechterland
            2015
    </intitule>
    
    <regeling>
      <aanhef>
        <preambule>
          <al>De raad heeft op 30 april de Nota Toezicht en Handhaving kinderopvang en
                        peuterspeelzalen gemeente Drechterland 2015 vastgesteld.</al>
          <al>Kinderopvang moet een goede kwaliteit bieden. Het gaat hier immers om de
                        verantwoordelijkheid rondom de zorg en ontwikkeling van jonge kinderen.
                        Houders van kinderopvangorganisaties of peuterspeelzaalwerk zijn
                        verantwoordelijk voor het aanbieden van verantwoorde opvang in een veilige
                        en gezonde omgeving. De opvang kan niet zonder gedegen toezicht op de
                        kwaliteit. De gemeente is eindverantwoordelijke voor het handhaven van de
                        kwaliteitsregels. Het beleidsdocument, de beleidsregels en het bijbehorende
                        afwegingsmodel (bijlage bij de beleidsregels) is voor het handhaven van de
                        kwaliteitsregels voor de kinderopvang en het peuterspeelzaalwerk. In het
                        beleid staan de gemeentelijke taken beschreven bij handhaving van de
                        kwaliteit in de kinderopvang en het peuterspeelzaalwerk. In het
                        afwegingsmodel worden de handhavingsinstrumenten beschreven.</al>
          <al>Hieronder leest u het complete besluit.</al>
        </preambule>
      </aanhef>
      <regeling-tekst>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>1</nr>
            <titel>Inleiding</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <nr>1.1.</nr>
              <titel>Definities kinderopvang</titel>
            </kop>
            <al>Deze beleidsnota gaat over toezicht en handhaving kinderopvang en
                            peuterspeelzalen op grond van de Wet kinderopvang en kwaliteitsregels
                            peuterspeelzalen (Wko). De doelstelling van deze beleidsnota is om vast
                            te leggen hoe de drie gemeenten Stede Broec, Enkhuizen en Drechterland
                            (hierna; SED) vorm willen geven aan de wettelijke taak van toezicht,
                            handhaving en sanctionering van de kinderopvang.</al>
            <al>Onder kinderopvang wordt hierbij verstaan: het bedrijfsmatig of anders
                            dan om niet verzorgen, opvoeden en bijdrage aan de ontwikkeling van
                            kinderen tot de eerste dag van de maand waarop het voortgezet onderwijs
                            voor die kinderen begint (artikel 1.1. lid 1 Wko).</al>
            <al>Er zijn verschillende soorten kinderopvang:</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Kinderdagverblijven (KDV) of kindercentra;</al></li>
              <li nr="2."><al>Buitenschoolse opvang (BSO);</al></li>
              <li nr="3."><al>Gastouderbureaus (GOB);</al></li>
              <li nr="4."><al>Voorziening gastouderopvang (VOG).</al></li>
            </lijst>
            <al>Onder een peuterspeelzaal wordt verstaan: een voorziening waar
                            peuterspeelzaalwerk plaatsvindt, anders dan gastouderopvang of
                            kinderopvang in een kindercentrum. Het peuterspeelzaalwerk is gericht op
                            de verzorging, de opvoeding en het bijdrage aan de ontwikkeling van
                            kinderen uitsluitend bestemd voor kinderen vanaf de leeftijd van twee
                            jaar tot het tijdstip waarop zij kunnen deelnemen aan het basisonderwijs
                            (artikel 2.1. lid 1 Wko).</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <nr>1.2.</nr>
              <titel>Aanleiding vernieuwing nota Toezicht en Handhaving
                                kinderopvang</titel>
            </kop>
            <al>Een aantal wijzigingen van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen
                            peuterspeelzalen (Wko) geven aanleiding om het huidige beleid te
                            herzien. De belangrijkste wijzigingen zijn de invoering van de continue
                            screening van alle medewerkers in de kinderopvang, het vierogenprincipe
                            en de meldcode kindermishandeling. Daarnaast werkt de GGD per januari
                            2014 met een nieuw format voor inspectierapporten. Het nieuwe format
                            sluit beter aan bij risicogestuurd toezicht, legt meer nadruk op de
                            beschrijving van de praktijk en beschrijft zowel de positieve als
                            negatieve aspecten per domein.</al>
            <al>Het Afwegingsmodel Handhaving kinderopvang 2015, die gelijktijdig met
                            deze nota ter vaststelling wordt aangeboden aan de drie afzonderlijke
                            colleges van de SED gemeenten, zijn gebaseerd op het model van de
                            Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG). Dit afwegingsmodel is op enkele
                            punten aangepast aan de situatie binnen de SED gemeenten en de wijze
                            waarop de GGD rapporteert.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <nr>1.3.</nr>
              <titel>Inwerkingtreding beleidsnota en beleidsregel</titel>
            </kop>
            <al>De beleidsnota Toezicht en handhaving en het bijbehorende Afwegingsmodel
                            Handhaving Kinderopvang 2015, treden in werking op 1 juni 2015.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <nr>1.4.</nr>
              <titel>Actualiseren van het beleid</titel>
            </kop>
            <al>Zorg of serieuze zorg over actuele situatie, serieuze zorg over nabije
                            toekomst.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>2</nr>
            <titel>Wettelijke bepalingen</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <nr>2.1.</nr>
              <titel>Wettelijke grondslag</titel>
            </kop>
            <al>De bepalingen inzake toezicht en handhaving kinderopvang en
                                peuterspeelzaalwerk hebben verschillende wettelijke grondslagen. De
                                belangrijkste staan in de Wko en de Verordening ruimte- en
                                inrichtingseisen peuterspeelzalen. De Wko is nader uitgewerkt in
                                verschillende Algemene Maatregelen van Bestuur (AMvB) en meerdere
                                ministeriële regelingen. Daarnaast staan er relevante bepalingen in
                                de Gemeentewet en de Algemene Wet Bestuursrecht (AWB).</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <nr>2.2.</nr>
              <titel>Bevoegdheid college</titel>
            </kop>
            <al>
              <vet>2.2.1. Toezicht en Handhaving</vet>
            </al>
            <al>Het college van Burgemeester en Wethouders is op grond van de Wet
                                kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen verantwoordelijk
                                voor het toezicht en de handhaving van de kwaliteit van de
                                kinderopvang en het peuterspeelzaalwerk die in de gemeente wordt
                                aangeboden.</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>2.2.2. Registratie Landelijk Register Kinderopvang en
                                    Peuterspeelzalen (LRKP)</vet>
            </al>
            <al>Het college draagt, naast de toezichthoudende rol, zorg voor een
                                actuele registratie van kinderdagverblijven, centra voor
                                buitenschoolse opvang, gastouderbureaus, voorziening voor
                                gastouderopvang (gastouders) en het peuterspeelzaalwerk. Hiervoor
                                werkt de gemeente met het Landelijk Register Kinderopvang en
                                Peuterspeelzalen (LRKP). Het register is openbaar toegankelijk via
                                www.landelijkregisterkinderopvang.nl. Alleen wanneer een
                                kinderopvang voorziening in dit LRKP staat ingeschreven is het voor
                                ouders/opvoeders mogelijk om een beroep te doen op de
                                kinderopvangtoeslag.</al>
            <al>Houders van kindercentra en gastouderbureaus die zich niet bij de
                                gemeente hebben gemeld voor registratie plegen een economisch delict
                                in de zin van de Wet Economische Delicten. Het actief
                                strafrechtelijk opsporen van niet-gemelde kinderopvang hoort niet
                                tot de taak van de toezichthouder (zie veder punt 5.6).</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <nr>2.3.</nr>
              <titel>Toezichthouder</titel>
            </kop>
            <al>Voor het uitvoeren van het toezicht is het college verplicht de GGD
                                als toezichthouder aan te wijzen. De SED gemeenten hebben GGD
                                Noord-Holland Noord als toezichthouder aangewezen.</al>
            <al>Jaarlijks worden er door de gemeente en de GGD afspraken gemaakt
                                over het inspectiearrangement. Hierin worden onder andere afspraken
                                gemaakt over:</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>De planning van de reguliere inspecties volgens het
                                        risicoprofiel;</al></li>
              <li nr="2."><al>Omvang steekproef gastouders;</al></li>
              <li nr="3."><al>Het aantal uren per inspectie volgens het
                                        risicoprofiel;</al></li>
              <li nr="4."><al>Het inspectie tarief;</al></li>
              <li nr="5."><al>De wijze waarop de inspecties worden uitgevoerd per
                                        risicoprofiel.</al></li>
            </lijst>
            <al/>
            <al>
              <vet>2.3.1. Schriftelijk bevel</vet>
            </al>
            <al>In uitzonderlijke gevallen kan de GGD in grijpen door de opvang
                                (tijdelijk) stil te leggen. De GGD zal dan naast de rol van
                                toezichthouder optreden als handhaver. Dit gebeurt dan door een
                                schriftelijk bevel. Alleen als de inspecteur vindt dat de kwantiteit
                                van de opvang zo tekortschiet dat onmiddellijke maatregelen nodig
                                zijn.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <nr>2.4.</nr>
              <titel>Mandatering</titel>
            </kop>
            <al>In de Wko zijn de verantwoordelijkheden omtrent registratie,
                                toezicht en handhaving van kinderopvang en peuterspeelzaalwerk bij
                                het college neergelegd. Deze bevoegdheid is gemandateerd aan de
                                nieuwe SED organisatie. Met vastgestelde, SED mandaatregeling is
                                deze verantwoordelijkheid in eerste instantie bij de uitvoerende
                                ambtenaren gelegd. Daar waar de toezichthouder overtredingen van de
                                kwaliteitseisen constateert, en de gemeente zwaardere sancties
                                neemt, zal worden afgezien van mandatering en blijft de bevoegdheid
                                bij het college.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <nr>2.5.</nr>
              <titel>Inspectie van het Onderwijs</titel>
            </kop>
            <al>Elk jaar stel het college een jaarverslag kinderopvang vast omtrent
                                de uitvoering van het toezicht en de handhaving in het kader van de
                                Wko. Dit jaarverslag wordt digitaal aangeleverd bij de Inspectie van
                                het Onderwijs. Dit gebeurt via de website
                                www.waarstaatjegemeente.nl.</al>
            <al>De inspectie van het onderwijs houdt (tweedelijns) toezicht op de
                                uitvoering van wettelijke taken omtrent kinderopvang door de
                                gemeenten. Naar aanleiding hiervan wordt de status van de gemeente
                                bepaald.</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>A-status</vet>
            </al>
            <al>Als blijkt dat de gemeente voldoet aan alle wettelijke criteria
                                krijgt de gemeente van de inspectie de A-status (dit wordt ook wel
                                “basisarrangement genoemd).</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>B-status</vet>
            </al>
            <al>Indien de gemeente nog niet voldoet aan de wettelijke criteria wordt
                                de B-status toegekend (dit wordt ook wel “aangepast arrangement
                                ”genoemd). Bij een B-status volgt een verbetertraject.</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>C-status</vet>
            </al>
            <al>De inspectie kent een C-status toe aan gemeenten die hun wettelijke
                                taken niet of onvoldoende naleven en niet of in onvoldoende mate
                                meewerken aan het maken en het uitvoeren van de verbeterafspraken.
                                In dergelijke gevallen kan de minister besluiten tot een
                                “Indeplaatsstelling” (art. 124 Gemeentewet). Dit betekent dat de
                                minister kan besluiten dat de tekortkomingen die gemeenten niet
                                oplost, door derden wordt verholpen. De te maken kosten daarvoor
                                komen voor rekening van de betreffende gemeenten.</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Overzicht statusbepaling SED gemeenten</vet>
            </al>
            <table>
              <tgroup cols="3">
                <colspec colname="colA"/>
                <colspec colname="colB"/>
                <colspec colname="colC"/>
                <tbody>
                  <row>
                    <entry>
                      <al>Gemeente</al>
                    </entry>
                    <entry>
                      <al>Status</al>
                    </entry>
                    <entry>
                      <al>Datum vaststelling status</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry>
                      <al>Stede Broec</al>
                    </entry>
                    <entry>
                      <al>A-status</al>
                    </entry>
                    <entry>
                      <al>17-04-2012</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry>
                      <al>Enkhuizen</al>
                    </entry>
                    <entry>
                      <al>A-status</al>
                    </entry>
                    <entry>
                      <al>02-09-2014</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry>
                      <al>Drechterland</al>
                    </entry>
                    <entry>
                      <al>A-status</al>
                    </entry>
                    <entry>
                      <al>16-08-2011</al>
                    </entry>
                  </row>
                </tbody>
              </tgroup>
            </table>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>3</nr>
            <titel>Jaarlijks toezicht</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <nr>3.1.</nr>
              <titel>Inspectiecyclus</titel>
            </kop>
            <al>De Wko (art. 1.62 lid 2 en art. 2.20 lid 2) bepaalt dat alle
                                locaties, met uitzondering van voorzieningen voor gastouderopvang
                                jaarlijks geïnspecteerd worden door de toezichthouder.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <nr>3.2.</nr>
              <titel>Risico gestuurd toezicht</titel>
            </kop>
            <al>Vanaf 2009 zetten de GGD en de gemeente in op risicogestuurd
                                toezicht. Hierdoor kan de GGD doelgericht maatwerk leveren onder het
                                motto ‘meer toezicht waar nodig, minder waar het kan’. Doel hiervan
                                is ervoor zorgen dat de aandacht van het toezicht vooral uitgaat
                                naar locaties die minder goed of slecht presteren op het gebied van
                                kwaliteit.</al>
            <al>Aan de hand van een landelijk model risicoprofiel stelt de
                                toezichthouder van iedere locatie een risicoprofiel op. Doel hiervan
                                is om op uniforme wijze per locatie de kans in te schatten of een
                                houder verantwoorde kinderopvang blijft bieden. Hiermee wordt
                                nagegaan of er een verhoogde kans bestaat op niet-naleving van de
                                kwaliteitseisen. De uitkomsten worden benut voor het bepalen van de
                                vorm en de mate van een volgend inspectieonderzoek.</al>
            <al>Op basis van de uitkomst van het risicoprofiel werkt de GGD de
                                benodigde inspectieactiviteit uit. De GGD stelt de
                                inspectieactiviteit vast binnen de kaders van de afspraken met de
                                gemeente. Daarbij kijkt de toezichthouder naar de omvang, diepgang,
                                frequentie en type van het onderzoek. Dit leidt tot een inspectie op
                                maat voor iedere locatie. Locaties waarvan op basis van de risico
                                inschatting wordt verwacht dat er geen zorg bestaat over de
                                kwaliteit worden tijdens het inspectiebezoek minimaal getoetst op de
                                belangrijkste kwaliteitseisen.</al>
            <al>Het bepalen van de inspectieactiviteit is een voortdurend proces
                                zonder start of eindpunt. Een inspectie levert namelijk veel
                                informatie op die van invloed is op de risico-inschatting. In de
                                perioden tussen de locatiebezoeken kan het risicoprofiel en daarmee
                                de inspectieactiviteit bijgesteld worden als daarvoor aanleiding is.
                                Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn na melding van een klacht of
                                signaal of omdat een handhavingmaatregel van de gemeente niet tot
                                verbetering heeft geleid.</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>Risicoprofielen voor risico gestuurd toezicht</vet>
            </al>
            <table>
              <tgroup cols="3">
                <colspec colname="colA"/>
                <colspec colname="colB"/>
                <colspec colname="colC"/>
                <tbody>
                  <row>
                    <entry>
                      <al>Risicoprofiel</al>
                    </entry>
                    <entry>
                      <al>Toelichting kleur</al>
                    </entry>
                    <entry>
                      <al>Inspectie tijd</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry>
                      <al>Groen</al>
                    </entry>
                    <entry>
                      <al>Geen reden tot zorg: noch over de actuele
                                                  situatie noch over de nabije toekomst</al>
                    </entry>
                    <entry>
                      <al>8 uur</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry>
                      <al>Geel</al>
                    </entry>
                    <entry>
                      <al>Geen reden tot zorg actuele situatie; lichte
                                                  zorg over nabije toekomst</al>
                    </entry>
                    <entry>
                      <al>10 uur</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry>
                      <al>Oranje</al>
                    </entry>
                    <entry>
                      <al>Lichte zorg over actuele situatie; zorg over de
                                                  nabije toekomst</al>
                    </entry>
                    <entry>
                      <al>12 uur nader onderzoek</al>
                    </entry>
                  </row>
                  <row>
                    <entry>
                      <al>rood</al>
                    </entry>
                    <entry>
                      <al>Zorg of serieuze zorg over actuele situatie,
                                                  serieuze zorg over nabije toekomst</al>
                    </entry>
                    <entry>
                      <al>12 uur nader onderzoek</al>
                    </entry>
                  </row>
                </tbody>
              </tgroup>
            </table>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <nr>3.3.</nr>
              <titel>Steekproef gastouders (Wko art. 1.62 lid 3)</titel>
            </kop>
            <al>Vanaf 2010 worden naast de voorzieningen voor kinderopvang,
                                peuterspeelzalen, buitenschoolse opvang en gastouderbureaus ook de
                                gastouderopvang geïnspecteerd. Dit betekent dat ook gastouders
                                moeten worden geregistreerd in het Landelijk Register Kinderopvang
                                en Peuterspeelzalen (LRKP). Jaarlijks wordt er per gastouderbureau
                                een percentage van het gastouderbestand gecontroleerd. De omvang van
                                de steekproef wordt bepaald op basis van het risicoprofiel van het
                                gastouderbureau. Het aantal te inspecteren gastouders per gemeente
                                bevind zich in een bandbreedte van 5 tot 30 procent van de totale
                                omvang. Jaarlijks worden hier nieuwe afspraken over gemaakt met de
                                GGD.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>4</nr>
            <titel>Incidenteel toezicht</titel>
          </kop>
          <structuurtekst>
            <al>Naast het jaarlijkse toezicht is er ook sprake van incidenteel
                                toezicht. Dit toezicht komt in de volgende gevallen voor:</al>
            <lijst>
              <li nr="1."><al>Onderzoek voor aanvang registratie nieuwe voorziening
                                        kinderopvang;</al></li>
              <li nr="2."><al>Onderzoek na exploitatie nieuwe voorziening
                                        kinderopvang;</al></li>
              <li nr="3."><al>Nader onderzoek;</al></li>
              <li nr="4."><al>Incidenteel onderzoek;</al></li>
              <li nr="5."><al>Inspectie naar aanleiding van wijziging voorziening
                                        kinderopvang.</al></li>
            </lijst>
          </structuurtekst>
          <artikel>
            <kop>
              <nr>4.1.</nr>
              <titel>Onderzoek voor aanvang registratie nieuwe voorziening</titel>
            </kop>
            <al>De houder die van plan is een voorziening voor kinderopvang,
                                buitenschoolse opvang, gastouderbureau of peuterspeelzaal te
                                exploiteren of een voorziening als gastouder wilt starten dient
                                hiertoe bij de gemeente een aanvraagformulier in ter registratie van
                                de voorziening in het Landelijk Register Kinderopvang en
                                Peuterspeelzalen (LRKP).</al>
            <al>Na ontvangst controleert de gemeente of deze volledig is. Indien, na
                                een eventuele hersteltermijn van 14 dagen, de aanvraag volledig is,
                                stuurt de gemeente de toezichthouder een kopie van het
                                aanvraagformulier samen met een opdracht tot een ‘onderzoek voor
                                aanvang registratie’. Indien de houder verzuimt om de benodigde
                                gegevens binnen de hersteltermijn in te dienen wordt de aanvraag
                                buiten behandeling gelaten.</al>
            <al>De GGD bezoekt de houder en meldt aan de gemeente middels een
                                inspectierapport of de exploitatie redelijkerwijs in overeenstemming
                                is met de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen zal
                                plaatsvinden. Tevens stuurt de GGD een kopie van het
                                inspectierapport naar de houder.</al>
            <al>Binnen een termijn van tien weken moet de gemeente een besluit nemen
                                of de voorziening wel of niet in exploitatie mag worden genomen. De
                                gemeente informeert de houder door het verzenden van de beschikking.
                                Indien de voorziening in exploitatie wordt genomen, wordt tevens het
                                registratienummer uit het LRKP vermeld in de beschikking. Een kopie
                                van de beschikking wordt in het LRKP geplaatst.</al>
            <al>Als het college niet binnen de gestelde tien weken een besluit heeft
                                genomen, word de locatie, in verband met de Lex Silencio Positivo
                                (LSP), van rechtswege ingeschreven in het LRKP ook indien het advies
                                tot opname in dit register negatief was.</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>4.1.1. Leges nieuwe voorziening</vet>
            </al>
            <al>De SED gemeenten heffen leges voor het in behandeling nemen van
                                aanvragen voor registraties in het Landelijk Register Kinderopvang
                                en Peuterspeelzalen (LRKP). Legesheffing is mogelijk als bij de
                                aanvraag het individuele belang van de aanvrager op de voorgrond
                                treedt. Bij het vaststellen van de tarieven is rekening gehouden met
                                het principe dat de leges maximaal kostendekkend zijn. Er is een
                                tarief voor kindercentra en gastouderbureaus en een tarief voor
                                voorzieningen voor gastouderopvang. De hoogte van de leges wordt
                                jaarlijks vastgelegd in de legesverordening.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <nr>4.2.</nr>
              <titel>Onderzoek na aanvang exploitatie nieuwe voorziening
                                    kinderopvang</titel>
            </kop>
            <al>Binnen 3 maanden nadat een kindercentrum, gastouderbureau of
                                peuterspeelzaal in exploitatie is genomen, voert de GGD een
                                ‘onderzoek na aanvang’ exploitatie uit. De opdracht hiertoe is door
                                de gemeente aan de GGD verstrekt bij het verzoekt tot inspectie van
                                de locatie voor registratie. Het onderzoek na registratie richt zich
                                op dezelfde onderdelen als een reguliere inspectie.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <nr>4.3.</nr>
              <titel>Nader onderzoek</titel>
            </kop>
            <al>Een nader onderzoek (in de praktijk herinspectie genoemd) wordt
                                ingezet als tijdens een eerdere inspectie tekortkomingen zijn
                                geconstateerd. Dit onderzoek is alleen gericht op de voorwaarden
                                waaraan tijdens de vorige inspectie niet werd voldaan. De
                                toezichthouder toetst of de locatie nu wel aan de voorwaarden
                                voldoet. De gemeente geeft de opdracht voor een nader onderzoek bij
                                handhaving.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <nr>4.4.</nr>
              <titel>Incidenteel onderzoek</titel>
            </kop>
            <al>De Wko (art. 1.62 lid 4 en art. 2.20 lid 3) schrijft voor dat de
                                GGD, als daar aanleiding toe is, een incidenteel onderzoek verricht.
                                Dit kan bijvoorbeeld op basis van signalen, klachten of berichten
                                uit de media. Incidenteel onderzoek vindt onaangekondigd plaats en
                                in opdracht van de gemeente.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <nr>4.5.</nr>
              <titel>Wijzigingen</titel>
            </kop>
            <al>Een houder is verplicht alle wijzigingen direct door te geven aan de
                                gemeente (Wko, art. 1.47 en art. 2.4). De gemeente verwerkt de
                                gegevens binnen 8 weken na ontvangst in het LRKP. Daarnaast kan de
                                gemeente zelfstandig wijzigingen in het register aanbrengen als is
                                gebleken dat de opgenomen gegevens niet overeenstemmen met de
                                werkelijke situatie. Van de wijziging wordt de houder schriftelijk
                                op de hoogte gesteld. De gemeente kan naar aanleiding van de
                                wijzigingen de GGD opdracht geven tot een inspectie. Het wijzigen
                                van de opvanglocatie geldt als een nieuw te exploiteren
                                locatie.</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>4.5.1. wijzigingen gastouders</vet>
            </al>
            <al>Vanaf 1 oktober 2012 is het wettelijk verplicht om alle
                                opvanglocaties van een gastouder te registreren. Aanmeldingen van
                                extra locaties, evenals verhuizingen, gelden als een nieuwe
                                aanvraag. In dat geval zal de gemeente opdracht verlenen om een
                                inspectie op locatie te laten uitvoeren.</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>4.5.2. verzoek tot uitschrijving zonder handtekening</vet>
            </al>
            <al>Wijzigingsformulieren die namens de gastouder worden ingediend door
                                het gastouderbureau dienen voorzien te zijn van een handtekening van
                                die gastouder. Als een wijzingformulier met verzoek tot
                                uitschrijving uit het LRKP wordt ingediend zonder handtekening,
                                wordt eerst aan het gastouderbureau gevraagd om alsnog aan de
                                gastouder een handtekening te vragen. Mocht het gastouderbureau niet
                                in staat zijn om de handtekening te verkrijgen, moet worden
                                aangetoond dat dit wel geprobeerd is. Als aanvullende informatie
                                moet, een kopie van het bewijsstuk opgestuurd worden waaruit blijkt,
                                dat de bemiddelingsrelatie tussen het gastouderbureau en de
                                gastouder is opgezegd. Het college stuurt ook in dit geval
                                voorafgaand aan de uitschrijving uit het LRKP aan de gastouder een
                                voornemen tot uitschrijving. De gastouder heeft twee weken om te
                                reageren op het voornemen middels een zienswijze.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
        <hoofdstuk>
          <kop>
            <label>Hoofdstuk</label>
            <nr>5</nr>
            <titel>Handhaving</titel>
          </kop>
          <artikel>
            <kop>
              <nr>5.1.</nr>
              <titel>Handhavingsplicht</titel>
            </kop>
            <al>Uit jurisprudentie blijkt dat een bestuursorgaan, gelet op het
                                algemeen belang bij handhaving, een beginselplicht heeft tot
                                handhavend optreden als er sprake is van een overtreding. Dit
                                betekent dat wij in de regel gehouden zijn gebruik te maken van onze
                                bevoegdheid om op te treden tegen geconstateerde overtredingen.
                                Slechts onder bijzondere omstandigheden mag van ons worden verlangd
                                dit niet te doen.</al>
            <al>Bij toezicht en handhaving op grond van de Wet kinderopvang geldt
                                deze handhavingsplicht naar onze overtuiging des te meer. Juist
                                omdat de opvang van jonge kinderen een grote verantwoordelijkheid
                                voor de ondernemer met zich meebrengt voor de veiligheid, gezondheid
                                en de ontwikkeling van jonge kinderen, willen wij er strikt op
                                toezien dat de opvang met grote zorgvuldigheid plaatsvindt en wet-
                                en regelgeving worden nageleefd.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <nr>5.2.</nr>
              <titel>Handhaving</titel>
            </kop>
            <al>Handhaving is geen doel op zich. We handhaven om maatschappelijk
                                gewenste doelen te bereiken. Die doelen kunnen ook op andere
                                manieren bereikt worden dan met het opleggen van sancties. Andere
                                instrumenten, zoals informeren en afspreken, kunnen effectiever
                                zijn. Handhaven is dus meer dan alleen het opleggen van
                                bestuursrechtelijke of strafrechtelijke sancties.</al>
            <al>Er bestaat geen algemeen recept voor de juiste handhavingsmethode.
                                In het geval van nieuwe regelgeving zullen we eerder kiezen voor
                                informeren en het maken van afspraken dan voor sanctioneren. Bij
                                overtreding van lang bestaande regels, waarvan we mogen verwachten
                                dat ze bekend zijn, ligt het voor de hand snel tot sancties over te
                                gaan. Dit geldt ook voor overtredingen waardoor de veiligheid van
                                jonge kinderen gevaar loopt.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <nr>5.3.</nr>
              <titel>Afwegingsmodel</titel>
            </kop>
            <al>Als uit de inspectierapporten van de GGD blijkt dat de wet- en
                                regelgeving niet wordt nageleefd, kunnen sancties worden opgelegd.
                                Het Afwegingsmodel handhaving kinderopvang en peuterspeelzalen vormt
                                daarvoor de basis. In de Algemene wet bestuursrecht staan de
                                volgende bestuursrechtelijke sancties: de last onder dwangsom, de
                                last onder bestuursdwang en bestuurlijke boete. Ook kan het
                                intrekken van een beschikking een sanctie zijn. Daarnaast kent de
                                Wet kinderopvang de aanwijzing, het schriftelijk bevel, de
                                verwijdering uit het register kinderopvang, het verbod om in
                                exploitatie te gaan en het verbod om exploitatie voort te zetten.
                                Bovendien is het Openbaar Ministerie bevoegd over te gaan tot
                                strafrechtelijke vervolging als er sprake is van illegale
                                kinderopvang.</al>
            <al>Om te bepalen in welke situaties welke handhavingsmaatregelen
                                genomen worden, hanteren we het Afwegingsmodel handhaving
                                kinderopvang en peuterspeelzalen 2015, een vereenvoudigde versie van
                                het Afwegingsmodel 2012. Het afwegingsmodel geeft voor iedere
                                betrokkene in het handhavingsproces duidelijkheid, voorkomt
                                willekeur, rechtsongelijkheid en bevordert de zorgvuldigheid van het
                                proces. Het gaat bij handhaving om maatregelen die verregaande
                                consequenties kunnen hebben. Zorgvuldig, consistent en consequent
                                handelen is voor alle betrokkenen van groot belang.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <nr>5.4.</nr>
              <titel>Zwaarte van overtreding</titel>
            </kop>
            <al>De ene overtreding brengt voor kinderen meer risico’s met zich mee
                                dan de andere, er zijn verschillen in ‘zwaarte’ van de overtreding.
                                Indien sancties worden toegepast, is het dus van belang om te weten
                                hoe zwaar de overtreding weegt, welke risico’s de overtreding met
                                zich meebrengt en hoe zwaar de overtreding aan de overtreden
                                aangerekend moet worden. Dat vertaalt zich in de praktijk in de
                                soort sanctie en de hersteltermijnen die gegeven worden. Een
                                overtreding die veel risico met zich meebrengt, kent een kortere
                                hersteltermijn dan een overtreding met weinig risico. De
                                overtredingen zijn het afwegingsmodel in drie categorieën ingedeeld,
                                namelijk hoog, middel en laag.</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>5.4.1. Hoogrisico overtredingen of: hoge prioriteit</vet>
            </al>
            <al>Dit zijn overtredingen die, gelet op de aard en de risico’s en de
                                gevoeligheid van de omgeving, voor de bescherming van het belang van
                                het kind zeer relevant zijn. Overtreding ervan leidt tot een
                                situatie met aanzienlijke (dreigende) hinderende of gevaarlijke
                                consequenties of tot onomkeerbare schade. Deze situatie kan
                                bijvoorbeeld voorkomen als er teveel kinderen worden opgevangen
                                en/of te weinig beroepskrachten worden ingezet, maar ook als het
                                gaat om de (fysieke) veiligheid van het kind.</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>5.4.2. Middelrisico overtreding of: gemiddelde
                                prioriteit</vet>
            </al>
            <al>Dit zijn overtredingen waarbij risico’s aanwezig zijn, die niet
                                acuut dreigend zijn maar die wel een duidelijk nadelige invloed
                                hebben op middellange termijn. Voorbeeld van dergelijke
                                overtredingen is het inzetten van beroepskrachten in opleiding, niet
                                volgens de voorwaarden van de cao-kinderopvang.</al>
            <al/>
            <al>
              <vet>5.4.3. Laagrisico overtreding of: lage prioriteit</vet>
            </al>
            <al>Dit zijn overtredingen waar geen dreigend risico aanwezig is. Deze
                                categorie kent van de drie categorieën daarom de langste
                                hersteltermijn. Dit geldt bijvoorbeeld voor het niet voldoen van een
                                reglement van de oudercommissie aan de daarvoor geldende wettelijke
                                voorwaarden.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <nr>5.5.</nr>
              <titel>Fasering</titel>
            </kop>
            <al>Handhaving vindt plaats in twee fasen. De eerste fase begint met de
                                constatering van de overtreding door de GGD. De GGD kan zelf een
                                schriftelijk bevel geven (zie punt 2.3.1). Doorgaans zal de GGD de
                                gemeente echter adviseren te handhaven volgens het gemeentelijke
                                handhavingsbeleid. De gemeente start vervolgens het
                                handhavingstraject. In deze eerste fase geeft het college de houder
                                een aanwijzing tot herstel van de overtreding binnen een bepaalde
                                termijn. De aanwijzing is de eerste formele stap in het juridische
                                proces. De eerste fase wordt afgerond met een controle om te bepalen
                                of de overtredingen beëindigd zijn (nader onderzoek).</al>
            <al>De eerste fase van de handhaving wordt uitgevoerd door een
                                beleidsondersteunende medewerker van de afdeling Samenleving. De
                                beleidsondersteunende medewerker heef overeenkomstig het
                                mandaatbesluit van de afzonderlijke SED gemeente het mandaat om een
                                aanwijzing te geven.</al>
            <al>De tweede fase start op het moment dat de hersteltermijn genoemd in
                                de aanwijzing is verlopen, terwijl de overtreding niet is beëindigd.
                                De twee fase wordt uitgevoerd door de beleidsmedewerker van de
                                afdeling Samenleving. Dit is het moment waarop zwaardere
                                handhavingsinstrumenten ingezet kunnen worden. De tweede fase is
                                beëindigd als de overtreding hersteld is of als de betreffende
                                voorziening voor kinderopvang of peuterspeelzaalwerk niet langer in
                                exploitatie is.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <nr>5.6.</nr>
              <titel>Illegale kinderopvang</titel>
            </kop>
            <al>Zoals eerder in dit document aangegeven, vindt er geen actieve
                                opsporing van illegale kinderopvang plaats. Het kan echter voorkomen
                                dat er signalen binnenkomen dat er illegale opvang plaatsvindt. In
                                zo’n geval zal altijd de toezichthouder gaan verifiëren of inderdaad
                                sprake is van illegale kinderopvang. Als daarvan sprake is, kan de
                                toezichthouder een schriftelijk bevel geven om te zorgen dat de
                                opvang wordt beëindigd. De overtreding wordt gemeld bij het Openbaar
                                Ministerie.Het Openbaar Ministerie zal moeten beoordelen of het tot
                                strafrechtelijke vervolging over gaat. Doet het Openbaar Ministerie
                                dat niet, dan kan het college een bestuurlijke boete opleggen. Gaat
                                het Openbaar Ministerie wel tot vervolging over, dan leggen wij geen
                                bestuurlijke boete op, maar kunnen wij nog wel onze overige
                                handhavingsinstrumenten toepassen. Teven wordt bij illegale
                                kinderopvang onderzocht of de situatie gelegaliseerd kan
                                worden.</al>
          </artikel>
          <artikel>
            <kop>
              <nr>5.7.</nr>
              <titel>Handhaven bij gesubsidieerde peuterspeelzalen</titel>
            </kop>
            <al>Een gesubsidieerde voorziening mag vanuit de subsidiërende
                                organisatie geen boete worden opgelegd. Wel kan het bedrag dat
                                gekoppeld is aan de overtreding (boete) ingehouden worden op de
                                subsidie. Indien de gesubsidieerde voorziening als bestraffende
                                maatregel uit het Landelijk Register Kinderopvang en
                                Peuterspeelzalen (LRKP) wordt uitgeschreven kan de subsidierelatie
                                met onmiddellijke ingang worden beëindigd.</al>
          </artikel>
        </hoofdstuk>
      </regeling-tekst>
      <regeling-sluiting>
        <slotformulering>
          <al>Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de raad van de gemeente
                        Drechterland, gehouden op 30 april 2015.</al>
        </slotformulering>
        <ondertekening>
          De raadsgriffier, De voorzitter,
        </ondertekening>
      </regeling-sluiting>
    </regeling>
  </body>
</cvdr>