<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR399024_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Regeling melding vermoeden misstand (klokkenluidersregeling) BAR-organisatie</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:RegionaalSamenwerkingsorgaan">BAR-organisatie</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-11</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Barendrecht</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Albrandswaard</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ridderkerk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-39110.html">Elektronisch gemeenteblad, 2014, 39110</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Klokkenluidersregeling BAR-organisatie</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0003740&amp;artikel=30">Wet gemeenschappelijke regelingen, art. 30</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeenschappelijke regeling BAR-organisatie</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">CAR-UWO, art. 15:2</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanRegionaalSamenwerkingsorgaan">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-12-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-07-15</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2014-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2017-04-21</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>personeel en organisatie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Regeling melding vermoeden misstand (klokkenluidersregeling) BAR-organisatie</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het Algemeen bestuur van de Gemeenschappelijke regeling BAR-organisatie</al><al>besluit:</al><al/><al>- gelet op artikel 30 Wet gemeenschappelijke regelingen jo.
                        Gemeenschappelijke regeling BAR-organisatie;</al><al>- gelet op artikel 15:2 CAR-UWO;</al><al>- gelet op overeenstemming met de medezeggenschap;</al><al/><al>tot het vaststellen van de navolgende regeling en deze op te nemen in de
                        arbeidsvoorwaardenregeling van de Gemeenschappelijke regeling
                        BAR-organisatie</al><al/><al><vet>REGELING MELDING VERMOEDEN MISSTAND (KLOKKENLUIDERSREGELING)
                            BAR-ORGANISATIE</vet></al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><titel>INTERNE MELDINGSPROCEDURE </titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:</al><al/><al><onderstreept>BAR-organisatie</onderstreept></al><al>Gemeenschappelijke regeling tussen de colleges van de gemeenten
                            Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk.</al><al/><al><onderstreept>werkgever</onderstreept></al><al>Het dagelijks bestuur van de Gemeenschappelijke regeling
                            BAR-organisatie.</al><al/><al><onderstreept>medewerker</onderstreept></al><al>De ambtenaar in de zin van artikel 1:1 lid 1 sub a van de CAR, alsmede
                            de persoon die anders dan op basis van een aanstelling of een
                            arbeidsovereenkomst bij de Gemeenschappelijke regeling BAR-organisatie
                            werkzaam is.</al><al/><al><onderstreept>melder</onderstreept></al><al>De medewerker die een vermoeden van een misstand meldt overeenkomstig
                            deze regeling.</al><al/><al><onderstreept>vertrouwenspersoon</onderstreept></al><al>De functionaris die als zodanig door de werkgever is aangewezen.</al><al/><al><onderstreept>meldpunt</onderstreept></al><al>De Onderzoeksraad Integriteit Overheid, waar de werkgever bij
                            aangesloten is.</al><al/><al><onderstreept>vermoeden van een misstand</onderstreept></al><al>Een op redelijke gronden gebaseerd vermoeden met betrekking tot de
                            Gemeenschappelijke regeling BAR-organisatie omtrent:</al><lijst><li nr="a."><al>een strafbaar feit;</al></li><li nr="b."><al>een schending van regelgeving of beleidsregels;</al></li><li nr="c."><al>het misleiden van justitie;</al></li><li nr="d."><al>een gevaar voor de volksgezondheid, de veiligheid of het milieu,
                                    of</al></li><li nr="e."><al>het bewust achterhouden van informatie over deze feiten.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Melding</titel></kop><al>Lid 1</al><al>De medewerker doet een melding bij zijn leidinggevende, bij de
                            vertrouwenspersoon of, indien daartoe aanleiding bestaat, rechtstreeks
                            bij het meldpunt (zie artikel 10.a).</al><al/><al>Lid 2</al><al>Een melding laat de wettelijke verplichting tot het doen van aangifte
                            van een strafbaar feit onverlet. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Melding door een voormalig medewerker</titel></kop><al>De voormalig medewerker die een vermoeden van een misstand wil melden
                            doet dit binnen een periode van twaalf maanden na zijn ontslag of
                            beëindiging van zijn werkzaamheden voor de Gemeenschappelijke regeling
                            BAR-organisatie. Hij kan alleen een melding van een vermoeden van een
                            misstand doen als hij in de hoedanigheid van medewerker kennis heeft
                            gekregen van het vermoeden. Voor de in dit artikel bedoelde voormalig
                            medewerker zijn artikelen 4 tot en met 13 van deze regeling van
                            toepassing. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Identiteit medewerker</titel></kop><al>Lid 1</al><al>De persoon of entiteit bij wie een melding wordt gedaan maakt de
                            identiteit van de melder niet bekend zonder instemming van de melder. De
                            melder kan dit verzoek te allen tijde herroepen.</al><al/><al>Lid 2</al><al>Diegenen die betrokken zijn bij de behandeling van een melding gaan op
                            behoorlijke en zorgvuldige wijze met de identiteit van de melder
                            om.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Informeren van de werkgever</titel></kop><al>De persoon of entiteit bij wie een melding is gedaan draagt er zorg voor
                            dat de werkgever onverwijld op de hoogte wordt gesteld van de melding en
                            van de datum waarop de melding ontvangen is. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Onderzoek door werkgever</titel></kop><al>Lid 1</al><al>De werkgever stelt na ontvangst van de mededeling over de melding
                            onverwijld een onderzoek in.</al><al/><al>Lid 2</al><al>De werkgever zendt aan de melder, dan wel de vertrouwenspersoon, een
                            ontvangstbevestiging. De ontvangstbevestiging bevat het gemelde
                            vermoeden van een misstand en het moment waarop de melder het vermoeden
                            aan de leidinggevende of de vertrouwenspersoon heeft gemeld.</al><al/><al>Lid 3</al><al>De werkgever informeert de persoon of personen op wie een melding
                            betrekking heeft over de melding, tenzij daardoor het onderzoeksbelang
                            kan worden geschaad.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Standpunt werkgever</titel></kop><al>Lid 1</al><al>De werkgever stelt de melder, dan wel de vertrouwenspersoon, binnen
                            twaalf weken schriftelijk op de hoogte van zijn standpunt omtrent het
                            gemelde vermoeden van een misstand.</al><al/><al>Lid 2</al><al>Indien het standpunt niet binnen twaalf weken kan worden gegeven, wordt
                            de melder, dan wel de vertrouwenspersoon, daarvan schriftelijk en
                            gemotiveerd op de hoogte gesteld voordat de termijn is verlopen. Hierin
                            wordt de termijn aangegeven waarbinnen de ambtenaar of entiteit een
                            kennisgeving als bedoeld in het eerste lid ontvangt. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Jaarverslag</titel></kop><al>De vertrouwenspersoon maakt jaarlijks een verslag van de aard en de
                            omvang van het aantal interne meldingen. Dit verslag wordt aan de
                            werkgever en de ondernemingsraad gestuurd en openbaar gemaakt.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>PROCEDURE BIJ HET MELDPUNT</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Het meldpunt</titel></kop><al>Lid 1</al><al>De werkgever is aangesloten bij de Onderzoeksraad Integriteit Overheid
                            (voorheen Landelijke Commissie Klokkenluider Gemeentelijke Overheid). </al><al/><al>Lid 2</al><al>Het meldpunt heeft tot taak een gemeld vermoeden van een misstand te
                            onderzoeken en de werkgever daarover te adviseren.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Melding bij het meldpunt</titel></kop><al>Lid 1</al><al>De medewerker kan het vermoeden van een misstand binnen redelijke
                            termijn melden bij het meldpunt, indien:</al><lijst><li nr="a."><al>hij het niet eens is met het standpunt bedoeld in artikel
                                    7;</al></li><li nr="b."><al>hij geen standpunt heeft ontvangen binnen de termijnen bedoeld
                                    in artikel 7.</al></li></lijst><al/><al>Lid 2</al><al>Het meldpunt maakt de identiteit van de melder niet bekend zonder
                            instemming van de melder. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10a</nr><titel>Rechtstreekse melding bij het meldpunt.</titel></kop><al>Indien zwaarwegende belangen de toepassing van de interne procedure in
                            weg staan, kan de medewerker zich rechtstreeks wenden tot het meldpunt
                        </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Ontvangstbevestiging en onderzoek</titel></kop><al>Lid 1</al><al>Het meldpunt bevestigt de ontvangst van een melding van een vermoeden
                            van een misstand aan de melder.</al><al/><al>Lid 2</al><al>Het meldpunt draagt er zorg voor dat de werkgever op de hoogte wordt
                            gesteld van de melding bij het meldpunt.</al><al/><al>Lid 3</al><al>De werkgever informeert de persoon of personen op wie een melding
                            betrekking heeft over de melding bij het meldpunt, tenzij het
                            onderzoeksbelang hierdoor kan worden geschaad.</al><al/><al>Lid 4</al><al>Indien het meldpunt dit voor de oefening van zijn taak noodzakelijk
                            acht, stelt het een onderzoek in.</al><al/><al>Lid 5</al><al>Ten behoeve van het onderzoek genoemd in lid 4 van dit artikel is het
                            meldpunt bevoegd bij de werkgever alle inlichtingen in te winnen die het
                            voor de vorming van zijn advies nodig acht. De werkgever verschaft het
                            meldpunt alle inlichtingen. </al><al/><al>Lid 6</al><al>Het meldpunt kan het onderzoek of gedeelten daarvan opdragen aan een van
                            de leden of aan een deskundige. </al><al/><al>Lid 7</al><al>Wanneer de inhoud van bepaalde door de werkgever verstrekte informatie
                            vanwege het vertrouwelijke karakter uitsluitend ter kennisneming van het
                            meldpunt dient te blijven, wordt dit aan het meldpunt meegedeeld. Het
                            meldpunt beveiligt informatie met een vertrouwelijk karakter tegen
                            kennisneming door onbevoegden. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Niet ontvankelijkheid</titel></kop><al>Het meldpunt verklaart de melding niet ontvankelijk indien:</al><lijst><li nr="a."><al>de misstand niet van voldoende gewicht is;</al></li><li nr="b."><al>de melder niet valt onder de definitie van melder op grond van
                                    deze regeling; </al></li><li nr="c."><al>de melder de procedure bedoeld in artikel 2 niet heeft gevolgd
                                    en artikel 10a niet van toepassing is;</al></li><li nr="d."><al>de melding niet binnen één jaar na beëindiging van het
                                    dienstverband is geschied. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Advies van het meldpunt</titel></kop><al>Lid 1</al><al>Indien de melding ontvankelijk is, legt het meldpunt binnen twaalf weken
                            zijn bevindingen neer in een advies aan de werkgever. Het meldpunt zendt
                            een afschrift van het advies aan de melder met inachtneming van het
                            eventueel vertrouwelijk karakter van de aan het meldpunt verstrekte
                            informatie.</al><al/><al>Lid 2</al><al>Indien niet binnen twaalf weken een advies kan worden gegeven wordt de
                            melder en/of de vertrouwenspersoon alsmede de werkgever voordat deze
                            termijn is verlopen daarvan schriftelijk en gemotiveerd op de hoogte
                            gesteld. Daarbij wordt de termijn aangegeven waarbinnen het advies als
                            bedoeld in het eerste lid gereed is.</al><al/><al>Lid 3</al><al>Het advies wordt in geanonimiseerde vorm en met inachtneming van het
                            eventueel vertrouwelijke karakter van de aan het meldpunt verstrekte
                            informatie en de ter zake geldende wettelijke bepalingen openbaar
                            gemaakt op een wijze die het meldpunt geëigend acht, tenzij zwaarwegende
                            belangen zich hiertegen verzetten.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Standpunt werkgever naar aanleiding van het advies van het
                                meldpunt</titel></kop><al>Lid 1</al><al>De werkgever stelt binnen twee weken na ontvangst van het advies van het
                            meldpunt de melder alsmede het meldpunt schriftelijk op de hoogte van
                            zijn standpunt.</al><al/><al>Lid 2</al><al>De melder van wie de identiteit niet bekend is gemaakt door het meldpunt
                            zal de werkgever het standpunt via het meldpunt doen toekomen.</al><al/><al>Lid 3</al><al>Een van het advies afwijkend (nader) standpunt wordt schriftelijk
                            gemotiveerd. </al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Jaarverslag</titel></kop><al>Lid 1</al><al>Jaarlijks wordt door het meldpunt een verslag opgemaakt.</al><al/><al>Lid 2</al><al>In dat verslag wordt in geanonimiseerde zin en met inachtneming van de
                            ter zake wettelijke bepalingen gemeld:</al><lijst><li nr="a."><al>het aantal en de aard van de meldingen van een vermoeden van een
                                    misstand;</al></li><li nr="b."><al>het aantal meldingen dat niet heeft geleid tot een
                                    onderzoek;</al></li><li nr="c."><al>het aantal onderzoeken dat het meldpunt heeft verricht;</al></li><li nr="d."><al>het aantal adviezen en de aard van de adviezen dat het meldpunt
                                    heeft uitgebracht.</al></li></lijst><al/><al>Lid 3</al><al>Het jaarverslag wordt aan de werkgever en de ondernemingsraad gestuurd
                            en openbaar gemaakt.</al></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><titel>BESCHERMING TEGEN GEVOLGEN VAN DE MELDING</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Bescherming van de medewerker</titel></kop><al>Lid 1</al><al>De medewerker zal als gevolg van de melding van een vermoeden van een
                            misstand geen nadelige gevolgen ondervinden voor zijn rechtspositie.
                            Onder nadelige gevolgen worden in ieder geval verstaan besluiten
                            tot:</al><lijst><li nr="a."><al>het verlenen van ongevraagd ontslag;</al></li><li nr="b."><al>het niet verlengen van een aanstelling voor bepaalde tijd;</al></li><li nr="c."><al>het niet omzetten van een aanstelling voor bepaalde tijd in een
                                    vaste aanstelling;</al></li><li nr="d."><al>de opgelegde benoeming in een andere functie;</al></li><li nr="e."><al>het treffen van disciplinaire maatregelen;</al></li><li nr="f."><al>het onthouden van salarisverhoging, incidentele beloning of
                                    toekenning van vergoedingen;</al></li><li nr="g."><al>het onthouden van promotiekansen en</al></li><li nr="h."><al>het afwijzen van een verlofaanvraag,</al></li></lijst><al>voor zover deze besluiten worden genomen vanwege de melding.</al><al/><al>Lid 2</al><al>De werkgever draagt er zorg voor dat de melder ook anderszins bij de
                            uitoefening van zijn functie geen nadelige gevolgen van de melding
                            ondervindt.</al><al/><al>Lid 3</al><al>Het bepaalde in lid 1 en 2 van dit artikel geldt ook voor de medewerker
                            die te goeder trouw een vermoeden van een misstand meldt in een andere
                            organisatie dan die van de Gemeenschappelijke regeling BAR-organisatie,
                            volgens een bij die organisatie geldende regeling. De bescherming geldt
                            alleen als de medewerker:</al><lijst><li nr="a."><al>uit hoofde van zijn functie met die andere organisatie
                                    samenwerkt of heeft samengewerkt;</al></li><li nr="b."><al>uit hoofde van zijn functie kennis heeft verkregen van de
                                    vermoede misstand;</al></li><li nr="c."><al>het vermoeden van de misstand tijdig bij zijn leidinggevende
                                    heeft gemeld;</al></li><li nr="d."><al>zich heeft gehouden aan de afspraken die ter zake van deze
                                    melding met hem zijn gemaakt door de werkgever.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Bescherming van de vertrouwenspersoon</titel></kop><al>De vertrouwenspersoon geniet bescherming overeenkomstig het bepaalde in
                            artikel 16 lid 1 en 2 tegen benadeling als gevolg van de hem bij deze
                            regeling toebedeelde taken.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling kan worden aangehaald als de “Regeling melding vermoeden
                            misstand BAR-organisatie”of “Klokkenluidersregeling BAR-organisatie” en
                            treedt in werking met ingang van 1 januari 2014.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening/><ondertekening>Aldus besloten door het Algemeen Bestuur van de BAR-organisatie op 24
                        december 2013 en bekrachtigd op 21 januari 2014.</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>