<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR398954_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Regeling bezwarencommissie personeelsaangelegenheden BAR</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:RegionaalSamenwerkingsorgaan">BAR-organisatie</dcterms:creator><dcterms:modified>2014-07-16</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Barendrecht</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Albrandswaard</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ridderkerk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/gmb-2014-39366.html">Elektronisch gemeenteblad, 2014, 39366</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Regeling bezwarencommissie personeelsaangelegenheden BAR</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0003740&amp;artikel=30">Wet gemeenschappelijke regelingen, art. 30</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeenschappelijke regeling BAR-organisatie</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005537&amp;artikel=7:13">Algemene wet bestuursrecht, art. 7:13</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0005537&amp;artikel=1:5">Algemene wet bestuursrecht, art. 1:5</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanRegionaalSamenwerkingsorgaan">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-12-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2014-07-16</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2013-12-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-04-07</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Kenmerk intrekkingsbesluit: 117461</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>personeel en organisatie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Regeling bezwarencommissie personeelsaangelegenheden BAR</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het Algemeen Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling BAR-organisatie</al><al>besluit:</al><al/><al>- gelet op artikel 30 Wet gemeenschappelijke regelingen jo
                        Gemeenschappelijke Regeling Bar-organisatie en de artikelen 7:13 en 1:5 van
                        de Algemene wet bestuursrecht;</al><al>- gelet op de overeenstemming met de vakbonden van 8 oktober 2013;</al><al/><al>tot het vaststellen van de navolgende </al><al/><al><vet>REGELING BEZWARENCOMMISSIE PERSONEELSAANGELEGENHEDEN BAR</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:</al><al/><al><onderstreept>Ambtenaar</onderstreept></al><al>De ambtenaar als bedoelt in artikel 1:1, eerste lid, onderdeel a van de
                            CAR/UWO. Hij die is aangesteld door het dagelijks bestuur van de GR
                            BAR-organisatie of waarmee het dagelijks bestuur een arbeidsovereenkomst
                            naar burgerlijk recht heeft gesloten. </al><al/><al><onderstreept>Awb</onderstreept></al><al>De Algemene wet bestuursrecht. </al><al/><al><onderstreept>BAR</onderstreept></al><al>Gemeenten Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk</al><al/><al><onderstreept>BAR-organisatie</onderstreept></al><al>Gemeenschappelijke regeling BAR-organisatie</al><al/><al><onderstreept>Belanghebbende</onderstreept></al><al>De medewerker wiens belang rechtstreeks bij het besluit is betrokken
                            conform artikel 1:2 Awb.</al><al/><al><onderstreept>Bestuursorgaan</onderstreept></al><al>Dagelijks bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling
                            BAR-organisatie</al><al/><al><onderstreept>Commissie</onderstreept></al><al>De bezwarencommissie personeelsaangelegenheden dat advies uitbrengt aan
                            het bestuursorgaan over de beslissing op bezwaar van een
                            medewerker.</al><al/><al><onderstreept>Lid of plaatsvervangend lid</onderstreept></al><al>Een persoon die is aangewezen om zitting te nemen in de commissie en die
                            geen deel uitmaakt van en niet werkzaam is onder verantwoordelijkheid
                            van het bestuursorgaan.</al><al/><al><onderstreept>Medewerker</onderstreept></al><al>Ambtenaar, stagiaire, leer-werkbaner (artikel 1:2:2 CAR/UWO) en hij die
                            is aangesteld als:a. buitengewoon ambtenaar van de burgerlijke stand
                            (babs); b. onbezoldigde ambtenaar bij de BAR-organisatie. </al><al/><al><onderstreept>Verwerend orgaan</onderstreept></al><al>Het dagelijks bestuur van de BAR-organisatie dat het
                            besluit, waartegen een medewerker bezwaar heeft gemaakt, heeft genomen. </al><al/><al><onderstreept>Werkgever</onderstreept></al><al>Het dagelijks bestuur van de BAR-organisatie.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Adviestaak</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Er is een bezwarencommissie personeelsaangelegenheden. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie adviseert over de door het verwerend orgaan te nemen
                                beslissing op bezwaar, ingediend door een medewerker van de
                                BAR-organisatie, aangaande</al><lijst><li nr="a."><al>een voor hem genomen besluit over een personele
                                        aangelegenheid of </al></li><li nr="b."><al>het nalaten van het nemen van een dergelijk besluit.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Van de advisering door de commissie kan het verwerend orgaan afzien,
                                indien reeds geheel aan het bezwaar is tegemoetgekomen en de
                                indiener van het bezwaarschrift geen belang heeft bij een oordeel
                                over het oorspronkelijke besluit.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Samenstelling, benoeming en vergoeding commissieleden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur van de BAR-organisatie benoemt, schorst en
                                ontslaat de leden, nadat daarover overleg is gevoerd in het
                                Georganiseerd Overleg conform het bepaalde in lid 3.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie bestaat uit:</al><lijst><li nr="a."><al>één voorzitter, die wordt gekozen door het dagelijks bestuur
                                        en de bonden gezamenlijk;</al></li><li nr="b."><al>één lid, die wordt gekozen door de gezamenlijke bonden;</al></li><li nr="c."><al>één lid, die wordt gekozen door de werkgever.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het dagelijks bestuur bereikt in het Georganiseerd Overleg
                                overeenstemming over de benoeming van twee voorzitters en een groep
                                van minimaal vier commissieleden, waaruit de ambtelijk secretaris
                                per behandeling van bezwaar één commissie samenstelt conform het
                                bepaalde in lid 2. Daarbij houdt hij rekening met de aard van het
                                bezwaar, de specifieke deskundigheid van de leden en de
                                beschikbaarheid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De voorzitter en de leden van de commissie dienen onafhankelijk te
                                zijn en gezamenlijk deskundig op het gebied van ambtenarenrecht,
                                functiewaardering en HRM.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De vergoeding van de commissieleden bedraagt € 90 per uur. Voor de
                                voorbereiding en de nabespreking gezamenlijk mag maximaal de
                                vergadertijd in rekening worden gebracht. De reiskosten worden
                                vergoed op basis van de dienstreisvergoeding voor de ambtenaren. De
                                commissieleden dienen de declaratie in bij de ambtelijk secretaris
                                van de commissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Onverenigbaarheden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Onverenigbaarheden voor de voorzitter en de overige leden van de
                                commissie zijn: </al><lijst><li nr="a."><al>lidmaatschap van de gemeenteraad, colleges van de BAR, het
                                        algemeen of dagelijks bestuur van de BAR-organisatie;</al></li><li nr="b."><al>medewerker of inhuurkracht bij de BAR(-organisatie);</al></li><li nr="c."><al>adviseur van de medezeggenschap van de
                                        BAR(-organisatie);</al></li><li nr="d."><al>bestuurder van een vakorganisatie die het personeel
                                        vertegenwoordigd bij de BAR(-organisatie);</al></li><li nr="e."><al>lid van een plaatsings-, functiewaarderings- of
                                        adviescommissie voor personeelsaangelegenheden bij de
                                        BAR(-organisatie);</al></li><li nr="f."><al>betrokkenheid bij het opstellen HRM-beleid of regelgeving
                                        voor de BAR(-organisatie);</al></li><li nr="g."><al>betrokkenheid bij de voorbereiding van het onderhavige
                                        besluit.</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter of een lid van de commissie neemt niet deel aan de
                                behandeling van een bezwaarschrift als daarbij zijn onpartijdigheid
                                in het geding kan zijn.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Geheimhouding</titel></kop><al>De leden van de commissie zijn verplicht tot geheimhouding van hetgeen
                            hen bij de uitoefening van hun lidmaatschap ter kennis komt, voor zover
                            het belang van de medewerker dit vereist.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Benoemingsperiode</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en de leden van de commissie worden benoemd voor de
                                duur van 4 jaar. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter en de leden kunnen ten hoogste eenmaal worden
                                herbenoemd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Intrekken benoeming</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter en de leden van de commissie kunnen op ieder moment
                                ontslag nemen. Zij doen daarvan zo spoedig mogelijk schriftelijk
                                mededeling aan de werkgever.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Mochten er naar het oordeel van de ambtelijke secretaris onvoldoende
                                voorzitters of leden beschikbaar zijn, dan blijft de aftredende
                                voorzitter of het aftredende lid van de commissie zijn functie
                                vervullen, totdat in de opvolging is voorzien. De ambtelijk
                                secretaris maakt dit schriftelijk kenbaar aan de aftredende
                                voorzitter of lid.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Mocht de werkgever of de bonden de benoeming willen beëindigen dan
                                wordt daarover in het GO overleg gevoerd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Ambtelijk secretaris</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Door de werkgever wordt aan de commissie een ambtelijk secretaris
                                toegevoegd. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De ambtelijk secretaris is diegene in wiens functie deze taak
                                voorkomt of een medewerker van de afdeling Juridische Zaken van de
                                BAR-organisatie. </al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De ambtelijk secretaris bereidt de vergaderingen voor, zorgt voor de
                                uitnodigingen, bewaakt de termijnen, ondersteunt het proces en stelt
                                het concept advies op. Al deze taken voert hij uit onder
                                verantwoordelijkheid van de voorzitter.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De ambtelijk secretaris is geen lid van de commissie en heeft geen
                                stemrecht.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Ontvangst bezwaarschrift</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst
                                aangetekend. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Bij het bericht van ontvangst, als bedoeld in artikel 6:14 van de
                                Awb, vermeldt het bestuursorgaan dat een commissie over het
                                bezwaarschrift zal adviseren.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De werkgever verstrekt het door of namens de medewerker ingediende
                                bezwaarschrift met de daarbij overgelegde stukken zo spoedig
                                mogelijk aan de ambtelijk secretaris.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Uitoefening bevoegdheden</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze regeling worden de bevoegdheden op grond van
                            de volgende artikelen van de Awb uitgeoefend door de ambtelijk
                            secretaris van de commissie, voor zover de voorbereiding van de
                            beslissing op bezwaren in handen van de commissie is gesteld:</al><lijst><li nr="a."><al>artikel 2:1 lid 2 Awb (schriftelijke machtiging verlangen van
                                    vertegenwoordiger);</al></li><li nr="b."><al>artikel 6:6 Awb (stellen van een termijn waarbinnen het verzuim
                                    van artikel 6:5 Awb kan worden hersteld);</al></li><li nr="c."><al>artikel 6:17 Awb (verzending van de stukken naar
                                    gemachtigde);</al></li><li nr="d."><al>artikel 7:4 lid 2 Awb (stukken van werkgever ter inzage leggen
                                    voor belanghebbende);</al></li><li nr="e."><al>artikel 7:6 lid 4 Awb (apart horen zonder op de hoogte te
                                    stellen).</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Verstrekking stukken aan de commissie</titel></kop><al>Het verwerend orgaan is verplicht aan de commissie alle stukken te
                            overleggen die betrekking hebben op het bezwaarschrift.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Vooronderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De voorzitter is in verband met de voorbereiding van de behandeling
                                van het bezwaarschrift bevoegd rechtstreeks alle gewenste
                                inlichtingen in te winnen of te doen inwinnen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de
                                commissie bij deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en hen zo
                                nodig uitnodigen daartoe ter zitting te verschijnen. Indien daaraan
                                kosten zijn verbonden, waarvoor geen budget beschikbaar is gesteld,
                                is vooraf machtiging van de werkgever nodig. De ambtelijk voorzitter
                                probeert deze machtiging te verkrijgen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Hoorzitting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ambtelijke secretaris bepaalt plaats en tijdstip van de zitting
                                waarin de belanghebbende en een vertegenwoordiger van het verwerende
                                orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te
                                doen horen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De ambtelijk secretaris beslist in overleg met de voorzitter over
                                toepassing van artikel 7:3 Awb (achterwege laten hoorzitting).</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Indien de ambtelijk secretaris af ziet van het horen op grond van
                                het tweede lid, doet hij daarvan mededeling aan de belanghebbende en
                                het verwerende orgaan.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Uitnodiging zitting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De ambtelijk secretaris nodigt de medewerker en het verwerende
                                orgaan ten minste twee weken voor de zitting schriftelijk uit voor
                                de hoorzitting.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Binnen drie dagen na de in het eerste lid bedoelde mededeling kan
                                een medewerker of het verwerende orgaan, onder opgaaf van redenen,
                                de ambtelijk secretaris verzoeken het tijdstip van de zitting te
                                wijzigen.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De ambtelijk secretaris maakt zijn beslissing, op een verzoek als
                                bedoeld in het tweede lid, zo spoedig mogelijk bekend aan de
                                medewerker en het verwerende orgaan, doch in ieder geval één week
                                voor het tijdstip van de zitting.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De ambtelijk secretaris is bevoegd in bijzondere gevallen af te
                                wijken of afwijking toe te staan van de termijnen als genoemd in het
                                eerste tot en met derde lid.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>15</nr><titel>Quorum</titel></kop><al>Voor het houden van een hoorzitting is, onverminderd het bepaalde in
                            artikel 7:13 lid 3 Awb, vereist dat de voorzitter en één lid aanwezig
                            zijn.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>16</nr><titel>Zitting</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De zitting van de commissie is niet openbaar.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De voorzitter kan bepalen dat de hoorzitting wordt bijgewoond door
                                diegene(n) die een relevante rol speelt of spelen.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>17</nr><titel>Schriftelijke vastlegging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het verslag als bedoeld in artikel 7:7 Awb vermeldt de namen van de
                                aanwezigen en hun hoedanigheid.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het verslag geeft een zakelijke beschrijving van hetgeen is
                                aangevoerd en de overige voorvallen tijdens de zitting.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het verslag verwijst naar de op de zitting overlegde bescheiden, die
                                aan het verslag worden gehecht.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter van de
                                commissie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>18</nr><titel>Nader onderzoek</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien na afloop van de zitting, maar voordat het advies wordt
                                opgesteld, nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de
                                voorzitter op eigen initiatief of op verzoek van de commissieleden,
                                dit onderzoek instellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift
                                aan de leden van de commissie, het verwerende orgaan en de
                                medewerker toegezonden.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>De leden van de commissie, het verwerende orgaan en de medewerker
                                kunnen binnen één week na verzending, van de in het tweede lid
                                bedoelde nadere informatie, aan de voorzitter van de commissie een
                                verzoek richten tot het beleggen van een nieuwe hoorzitting. De
                                voorzitter neemt een beslissing op een dergelijk verzoek.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Op een nieuwe hoorzitting, als bedoeld in het derde lid, zijn de
                                bepalingen uit deze regeling, die betrekking hebben op de
                                hoorzitting, zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>19</nr><titel>Raadkamer en advies</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het
                                uit te brengen advies.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De commissie beslist bij meerderheid van stemmen. Van een
                                minderheidsstandpunt wordt bij het advies melding gemaakt, indien de
                                minderheid dat verlangt.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het uit te brengen advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor
                                de te nemen beslissing op het ingestelde bezwaar.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het advies wordt door de voorzitter van de commissie
                                ondertekend.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>20</nr><titel>Uitbrengen advies</titel></kop><al>Het advies wordt, met het verslag als bedoeld in artikel 17 van deze
                            regeling en de eventueel door de commissie ontvangen nadere informatie,
                            tijdig uitgebracht aan het bestuursorgaan dat op het bezwaarschrift
                            dient te beslissen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>21</nr><titel>Uitbrengen advies en verdaging</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Indien naar het oordeel van de ambtelijk secretaris de termijn van
                                twaalf weken, als bedoeld in artikel 7:10 lid 1 Awb, ontoereikend is
                                voor achtereenvolgens het uitbrengen van een advies en het nemen van
                                een beslissing, verdaagt hij namens het bestuursorgaan de beslissing
                                met uiterlijk zes weken.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Van een besluit tot verdaging ontvangt de commissie, verwerend
                                orgaan en de belanghebbende een afschrift.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>22</nr><titel>Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling treedt met terugwerkende kracht in werking met ingang van
                            1 december 2013. </al></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><slotformulering><al>Aldus besloten door het Algemeen Bestuur van de BAR-organisatie op 24
                        december 2013 en bekrachtigd op 21 januari 2014.</al></slotformulering></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>