<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR398848_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Regeling reiskostenvergoeding woon-werkverkeer BAR-organisatie</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:RegionaalSamenwerkingsorgaan">BAR-organisatie</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-03-08</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Barendrecht</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Albrandswaard</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ridderkerk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/bgr-2016-143.html">Elektronisch gemeenteblad, 2016, 143</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Regeling reiskostenvergoeding woon-werkverkeer</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0003740&amp;artikel=30">Wet gemeenschappelijke regelingen, art. 30</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeenschappelijke regeling BAR-organisatie</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">CAR-UWO, art. 3:22</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanRegionaalSamenwerkingsorgaan">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-03-14</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2016-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>personeel en organisatie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Regeling reiskostenvergoeding woon-werkverkeer BAR-organisatie</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het Algemeen bestuur van de Gemeenschappelijke regeling BAR-organisatie</al><al>besluit:</al><al/><al>- gelet op artikel 30 Wet gemeenschappelijke regelingen jo.
                        Gemeenschappelijke regeling BAR-organisatie;</al><al>- gelet op artikel 3:22 CAR/UWO;</al><al>- gelet op overeenstemming met het Georganiseerd Overleg BAR-organisatie
                        d.d. 1 december 2014;</al><al/><al>tot het vaststellen van de navolgende regeling en deze op te nemen in de
                        arbeidsvoorwaardenregeling van de Gemeenschappelijke regeling
                        BAR-organisatie</al><al/><al><vet>REGELING REISKOSTENVERGOEDING WOON-WERKVERKEER</vet><vet>
                                BAR-ORGANISATIE</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Begripsbepaling</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:</al><al/><al><onderstreept>werkgever</onderstreept></al><al>Het dagelijks bestuur van de Gemeenschappelijke regeling
                        BAR-organisatie.</al><al/><al><onderstreept>medewerker</onderstreept></al><al>De ambtenaar in de zin van artikel 1:1 lid 1 sub a van de CAR.</al><al/><al><onderstreept>afstand
                            woonadres tot
                            werklocatie(eigen
                            vervoer)</onderstreept></al><al>Onder afstand van het woonadres tot de werklocatie wordt verstaan de afstand
                        van deur (woonadres) tot deur (werklocatie) gemeten volgens de kortste
                        autoroute van de ANWB routeplanner via adres/huisnummer. Wanneer
                        redelijkerwijs aannemelijk kan worden gemaakt dat de kortste autoroute niet
                        kan worden afgelegd (bijvoorbeeld door tolwegen of omdat de routeplanner
                        uitgaat van het gebruik van een veerpont), is het feitelijke aantal
                        kilometers leidend.</al><al/><al><onderstreept>woonadres</onderstreept></al><al>Het adres waar de medewerker staat ingeschreven bij de gemeentelijke
                        basisadministratie persoonsgegevens (GBA).</al><al/><al><onderstreept>werklocatie</onderstreept></al><al>Voor de medewerker die werkzaamheden verricht op een aangewezen (vaste)
                        werklocatie is de werklocatie het adres van de aangewezen (vaste)
                        werklocatie. Voor de medewerker die geen aangewezen (vaste) werklocatie
                        heeft is de werklocatie het adres van de dichtstbijzijnde gemeentelijke
                        locatie waar de werkzaamheden logischerwijs verricht kunnen worden.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>OV-abonnement ten behoeve van woon-werkverkeer</titel></kop><al>Lid 1</al><al>Voor het reizen met het openbaar vervoer (tweede klasse) tussen het
                        woonadres en de werklocatie wordt door de werkgever een OV-abonnement ter
                        beschikking gesteld. De medewerker heeft het OV-abonnement in bruikleen en
                        dient deze in te leveren bij uitdiensttreding of indien de werkgever daartoe
                        opdracht geeft.</al><al/><al>Lid 2</al><al>Voor het reizen met eigen vervoer van het woonadres naar de opstapplaats en
                        van de uitstapplaats naar de werklocatie ontvangt de medewerker geen
                        (additionele) vergoeding.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Vergoeding woon-werkverkeer met eigen vervoer</titel></kop><al>Lid 1</al><al>Indien de medewerker gebruik maakt van eigen vervoer en de afstand tussen
                        het woonadres en de werklocatie minder dan of gelijk is aan 10 kilometer
                        enkele reis, dan wordt een vergoeding van € 0,10 per kilometer toegekend
                        voor de heen- en terugreis, ongeacht de wijze van vervoer. </al><al/><al>Lid 2</al><al>Indien de medewerker gebruik maakt van eigen vervoer en de afstand tussen
                        het woonadres en de werklocatie meer is dan 10 kilometer enkele reis, dan
                        wordt een vergoeding van € 0,19 per kilometer toegekend voor de heen- en
                        terugreis, ongeacht de wijze van vervoer, tot een maximum van € 135,53 per
                        maand. </al><al/><al>Lid 3</al><al>De vaste reiskostenvergoeding voor woon-werkverkeer per maand wordt berekend
                        op basis van 214 werkdagen per kalenderjaar bij een 5-daagse werkweek.
                        Hierbij is rekening gehouden met incidenteel thuiswerken, ziekte, vakantie
                        en zorgverlof. Voor de medewerker die minder dan 5 dagen per week werkt
                        geldt dit naar evenredigheid.</al><al/><al>Lid 4</al><al>Voor toekenning van de vaste reiskostenvergoeding voor woon-werkverkeer per
                        maand dient de medewerker op ten minste 128 dagen per kalenderjaar van het
                        woonadres naar de werklocatie te reizen bij een 5-daagse werkweek. De
                        medewerker die op 5 dagen per week werkt, kan tot gemiddeld 2 dagen per week
                        thuiswerken met behoud van de vaste reiskostenvergoeding. Voor de medewerker
                        die minder dan 5 dagen per week werkt geldt dit naar evenredigheid.</al><al/><al>Lid 5</al><al>Voor de medewerker die gemiddeld meer dan 2 dagen per week thuis werkt bij
                        een 5-daagse werkweek wordt de reiskostenvergoeding berekend op basis van
                        het werkelijke aantal reisdagen per maand. Voor de medewerker die minder dan
                        5 dagen per week werkt geldt dit naar evenredigheid.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><al>Lid 1</al><al>Leidinggevende en medewerker bepalen in onderling overleg het gemiddeld
                        aantal werkdagen per week.</al><al/><al>Lid 2</al><al>Indien de afstand tussen het woonadres en de werklocatie wijzigt door
                        verhuizing van de medewerker of door wijziging van de werklocatie, dan wordt
                        de vergoeding aangepast aan de nieuwe afstand tussen het woonadres en de
                        werklocatie.</al><al/><al>Lid 3</al><al>Indien in geval van afwezigheid gedurende een aaneengesloten periode van zes
                        weken niet is gereisd, wordt in de eerstvolgende maand geen vaste vergoeding
                        meer uitbetaald. Na terugkomst krijgt de medewerker in de eerstvolgende
                        maand weer recht op de vaste vergoeding.</al><al/><al>Lid 4</al><al>De kosten van parkeer-, tol en veergelden voor het woon-werkverkeer worden
                        niet vergoed.</al><al/><al>Lid 5</al><al>De voorwaarden van de loonbelastingregelgeving zijn van toepassing. De
                        vergoedingen voor het woon-werkverkeer worden heroverwogen als de
                        regelgeving wijzigt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Onvoorziene gevallen</titel></kop><al>In gevallen waarin deze regeling niet of niet in redelijkheid voorziet, kan
                        de werkgever een bijzondere voorziening treffen.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze regeling kan worden aangehaald als de “Regeling reiskostenvergoeding
                        woon-werkverkeer”en treedt in werking met ingang van 1 april 2014.</al><al/></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus besloten in de vergadering van het Algemeen Bestuur van de
                        Gemeenschappelijke Regeling BAR-organisatie d.d. 27 mei 2014.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>De gewijzigde regeling is vastgesteld in de vergadering van het Algemeen
                        Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling BAR-organisatie van 15 december
                        2015 en treedt in werking per 1 januari 2016.</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>de secretaris, de voorzitter, </ondertekening><ondertekening>Hans Cats drs. Hans-Christoph Wagner</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Wijzigingenoverzicht</vet></al><al>1. Artikel 2 van de regeling reiskostenvergoeding woon-werkverkeer
                        BAR-organisatie is gewijzigd met ingang van 1 april 2014. In de regeling die
                        van kracht was per 1 januari 2014 werd gesproken over het
                            <cursief>vergoeden</cursief> van de kosten voor het reizen met openbaar
                        vervoer tussen woonadres en werklocatie. In het eerste kwartaal van 2014 is
                        er voor gekozen om de OV abonnementen door de werkgever <cursief>ter
                            beschikking</cursief> te stellen aan de medewerker. Om fiscale redenen
                        is het nodig de regeling hier op aan te passen. De gewijzigde regeling is
                        vastgesteld door het Algemeen Bestuur op 27 mei 2014, onder voorbehoud van
                        overeenstemming met het GO. Met het GO BAR-organisatie werd schriftelijk
                        overeenstemming bereikt op 1 december 2014. </al><al>2. Als gevolg van de invoering van het nieuwe hoofdstuk 3 van de CAR-UWO per
                        1 januari 2016 is de verwijzing naar artikel 18:1:8 CAR-UWO in de aanhef van
                        deze regeling gewijzigd naar artikel 3:22 van de CAR-UWO. Over deze
                        wijziging is op 2 november 2015 overeenstemming bereikt in het GO. De
                        gewijzigde regeling is op 15 december 2015 door het Algemeen Bestuur
                        vastgesteld.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>