<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR398842_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Regeling sanctiebeleid bovenwettelijke werkloosheidsregeling ambtenaren BAR-organisatie</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:RegionaalSamenwerkingsorgaan">BAR-organisatie</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-03-08</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Barendrecht</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Albrandswaard</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ridderkerk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="https://zoek.officielebekendmakingen.nl/bgr-2016-135.html">Elektronisch gemeenteblad, 2016, 135</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Regeling sanctiebeleid bovenwettelijke werkloosheidsregeling ambtenaren BAR-organisatie</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="1.0:v:BWBR0003740&amp;artikel=30">Wet gemeenschappelijke regelingen, art. 30</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">Gemeenschappelijke regeling BAR-organisatie</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">CAR-UWO, art. 10d:7 lid 2 en 3</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">CAR-UWO, art. 10d:28, lid 2 en 4</dcterms:source><dcterms:source resourceIdentifier="">CAR-UWO, art. 10d:34</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanRegionaalSamenwerkingsorgaan">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-12-15</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-03-10</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2016-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2020-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>personeel en organisatie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Regeling sanctiebeleid bovenwettelijke werkloosheidsregeling ambtenaren BAR-organisatie</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Het Algemeen Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling BAR-organisatie</al><al>besluit:</al><al/><al>- gelet op artikel 30 Wet gemeenschappelijke regelingen jo
                        Gemeenschappelijke Regeling BAR-organisatie;</al><al>- gelet op hoofdstuk 10d CAR UWO;</al><al>- overwegende dat het Algemeen Bestuur sanctiebeleid kan opstellen ter
                        uitwerking van de algemene beginselen van behoorlijk bestuur, genoemd in
                        artikel 10d:7, lid 2 en 3 CARUWOen sanctiebeleid dient
                        op te stellen op grond van de artikelen10d:28, lid 2 en 4, en
                        10d:34 van de CAR UWO;</al><al>- gelet op overeenstemming met het Georganiseerd Overleg GR
                        BAR-organisatie;</al><al/><al>tot het vaststellen van de navolgende regeling en deze op te nemen in de
                        arbeidsvoorwaardenregeling van de BAR-organisatie </al><al/><al><vet>REGELING SANCTIEBELEID BOVENWETTELIJKE WERKLOOSHEIDSREGELING AMBTENAREN
                       BAR-ORGANISATIE</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><paragraaf><kop><label>§</label><nr>1</nr><titel>Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>Werkingssfeer</titel></kop><al>Deze regeling is van toepassing op de ambtenaar van de BAR-organisatie
                            die op grond van artikel 8:3, 8:6 of 8:8 CAR UWO wordt ontslagen. Dit
                            besluit is daarnaast van toepassingsalaris en salaristoelagen op de
                            ambtenaar van de BAR-organisatie die op grond van artikel 8:3, 8:6 of
                            8:8 CAR UWO is ontslagen en een aanvullende of nawettelijke uitkering
                            ontvangt op grond van hoofdstuk 10d CAR UWO.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>Begripsbepalingen</titel></kop><al>Voor de toepassing van deze regeling wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>aanvullende uitkering: de uitkering tijdens de
                                    werkloosheidsuitkering;</al></li><li nr="b."><al>nawettelijke uitkering: de uitkering na afloop van de
                                    werkloosheidsuitkering.</al></li><li nr="c."><al>medewerker: de ambtenaar van de BAR-organisatie die op grond van
                                    artikel 8:3, 8:6 of 8:8 CAR UWO wordt of is ontslagen en die
                                    zich in de re-integratiefase, de periode van de aanvullende
                                    uitkering of de periode van de nawettelijke uitkering
                                    bevindt.</al></li><li nr="d."><al>re-integratiefase: de fase voorafgaand aan ontslag, waarin door
                                    middel van een re-integratieplan afspraken worden gemaakt over
                                    de wijze waarop de re-integratie van de ambtenaar het best tot
                                    stand kan komen en hieraan uitvoering wordt gegeven met als doel
                                    werkloosheid zoveel als mogelijk is te voorkomen.</al></li><li nr="e."><al>re-integratieplan: het plan van aanpak waarin de
                                    re-integratie-inspanningen van BAR-organisatie en de medewerker
                                    beschreven staan, die tot doel hebben de re-integratie van de
                                    medewerker te bevorderen.</al></li><li nr="f."><al>werkloosheid: werkloosheid als bedoeld in de Werkloosheidswet,
                                    waarbij het arbeidsurenverlies voortvloeit uit de aanstelling of
                                    arbeidsovereenkomst bij de BAR-organisatie waaruit de
                                    werkloosheid plaatsvindt.</al></li><li nr="g."><al>werkloosheidsuitkering: uitkering op grond van de
                                    Werkloosheidswet, welke uitkering voortvloeit uit de aanstelling
                                    of arbeidsovereenkomst met de BAR organisatie.</al></li><li nr="h."><al>Bar-organisatie: Gemeenschappelijke Regeling BAR-organisatie van
                                    2 juli 2013.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>Grondslag</titel></kop><al>Deze regeling berust op de artikelen 10d:7, 10d:28 en 10d:34 CAR
                            UWO.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>2</nr><titel>Verplichtingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>Indeling verplichtingen in categorieën</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Als verplichtingen van de <onderstreept>eerste
                                    categorie</onderstreept> worden beschouwd verplichtingen die
                                gericht zijn op het stroomlijnen van het administratieve
                                proces.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Als verplichtingen van de <onderstreept>tweede
                                    categorie</onderstreept> worden beschouwd verplichtingen ter
                                opvolging van controlevoorschriften. </al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Als verplichtingen van <onderstreept>derde categorie</onderstreept>
                                worden beschouwd de verplichtingen in het kader van re-integratie en
                                werkhervatting. </al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Als verplichtingen van de <onderstreept>vierde
                                    categorie</onderstreept> worden beschouwd de verplichtingen die
                                gericht zijn op het beperken van het (financiële) risico van de BAR
                                organisatie. </al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>In een nadere regeling (Regeling matrix van verplichtingen en
                                bijhorende sancties) wordt uitgewerkt welke verplichtingen in ieder
                                geval onder welke categorie vallen. </al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>Verplichtingen voor de medewerker</titel></kop><al>Gedurende de re-integratiefase, de periode van de aanvullende uitkering
                            en de periode van de nawettelijke uitkering, gelden voor de medewerker
                            de verplichtingen die zijn opgenomen in de nadere regeling (Regeling
                            matrix van verplichtingen en bijhorende sancties), bedoeld in artikel 4,
                            vijfde lid van deze regeling. In het individuele re-integratieplan
                            kunnen aanvullende verplichtingen worden opgenomen.</al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>3</nr><titel>Sancties</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>Sancties tijdens re-integratiefase</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Niet naleving van verplichtingen uit de eerste categorie worden
                                gesanctioneerd met een korting op het salaris en de salaristoelagen
                                van 5% gedurende één maand, met een mogelijkheid van afwijking tot
                                ten minste 2 procent of ten hoogste 20 procent van het salaris en de
                                salaristoelagen.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Niet naleving van verplichtingen uit de tweede categorie worden
                                gesanctioneerd met een korting op het salaris en de salaristoelagen
                                van 10% gedurende twee maanden met een mogelijkheid van afwijking
                                tot ten minste 5 procent of ten hoogste 30 procent van het salaris
                                en de salaristoelagen.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Niet naleving van verplichtingen uit de derde categorie worden
                                gesanctioneerd met een korting op het salaris en de salaristoelagen
                                van 25% gedurende vier maanden met een mogelijkheid van afwijking
                                tot ten minste 15 procent of ten hoogste 100 procent van het salaris
                                en de salaristoelagen.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Niet naleving van verplichtingen uit de vierde categorie worden
                                gesanctioneerd met een onmiddellijke ingang van het ontslag op grond
                                van artikel 8:3, 8:6 of 8:8 CAR UWO en het vervallen van het recht
                                op de aanvullende en de nawettelijke uitkering. </al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Indien de medewerker binnen 6 maanden tijd tweemaal zijn
                                verplichtingen niet nakomt, wordt het laatste feit als overtreding
                                van een categorie hoger beschouwd.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Indien de medewerker binnen 6 maanden tijd drie maal zijn
                                verplichtingen niet nakomt, wordt het laatste feit als overtreding
                                van de vierde categorie beschouwd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>Sancties tijdens aanvullende uitkering</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Niet naleving van verplichtingen uit de eerste categorie worden
                                gesanctioneerd met een korting op de aanvullende uitkering van 5%
                                gedurende één maand, met een mogelijkheid van afwijking tot ten
                                minste 2 procent of ten hoogste 20 procent van het
                                uitkeringsbedrag.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Niet naleving van verplichtingen uit de tweede categorie worden
                                gesanctioneerd met een korting op de aanvullende uitkering van 10%
                                gedurende twee maanden, met een mogelijkheid van afwijking tot ten
                                minste 5 procent of ten hoogste 30 procent van het
                                uitkeringsbedrag.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Niet naleving van verplichtingen uit de derde categorie worden
                                gesanctioneerd met een korting op de aanvullende uitkering van 25%
                                gedurende vier maanden, met een mogelijkheid van afwijking tot ten
                                minste 15 procent of ten hoogste 100 procent van het
                                uitkeringsbedrag.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Niet naleving van verplichtingen uit de vierde categorie worden
                                gesanctioneerd met een blijvende gehele weigering van de aanvullende
                                uitkering en het vervallen van het recht op de nawettelijke
                                uitkering.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Indien de medewerker binnen 6 maanden tijd tweemaal zijn
                                verplichtingen niet nakomt, wordt het laatste feit als overtreding
                                van een categorie hoger beschouwd.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Indien de medewerker binnen 6 maanden tijd drie maal zijn
                                verplichtingen niet nakomt, wordt het laatste feit als overtreding
                                van de vierde categorie beschouwd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>8</nr><titel>Sancties tijdens nawettelijke uitkering</titel></kop><lid><lidnr>1</lidnr><al>Niet naleving van verplichtingen uit de eerste categorie worden
                                gesanctioneerd met een korting op de nawettelijke uitkering van 5%
                                gedurende één maand, met een mogelijkheid van afwijking tot ten
                                minste 2 procent of ten hoogste 20 procent van het
                                uitkeringsbedrag.</al></lid><lid><lidnr>2</lidnr><al>Niet naleving van verplichtingen uit de tweede categorie worden
                                gesanctioneerd met een korting op de nawettelijke uitkering van 10%
                                gedurende twee maanden, met een mogelijkheid van afwijking tot ten
                                minste 5 procent of ten hoogste 30 procent van het
                                uitkeringsbedrag.</al></lid><lid><lidnr>3</lidnr><al>Niet naleving van verplichtingen uit de derde categorie worden
                                gesanctioneerd met een korting op de nawettelijke uitkering van 25%
                                gedurende vier maanden, met een mogelijkheid van afwijking tot ten
                                minste 15 procent of ten hoogste 100 procent van het
                                uitkeringsbedrag.</al></lid><lid><lidnr>4</lidnr><al>Niet naleving van verplichtingen uit de vierde categorie worden
                                gesanctioneerd met een blijvende gehele weigering van de
                                nawettelijke uitkering.</al></lid><lid><lidnr>5</lidnr><al>Indien de medewerker binnen 6 maanden tijd tweemaal zijn
                                verplichtingen niet nakomt, wordt het laatste feit als overtreding
                                van een categorie hoger beschouwd.</al></lid><lid><lidnr>6</lidnr><al>Indien de medewerker binnen 6 maanden tijd drie maal zijn
                                verplichtingen niet nakomt, wordt het laatste feit als overtreding
                                van de vierde categorie beschouwd.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>9</nr><titel>Recidive</titel></kop><al>Indien binnen één maand na de oplegging van een sanctie een verplichting
                            niet of niet behoorlijk wordt nagekomen, wordt de sanctie voor het
                            nieuwe feit in percentage en tijd verdubbeld, met inachtneming van het
                            bepaalde in artikel 6, vijfde lid, artikel 7, vijfde lid en artikel 8,
                            vijfde lid van deze regeling.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>10</nr><titel>Samenloop</titel></kop><al>Indien sprake is van het niet nakomen van meer dan één verplichting en
                            het niet nakomen van deze verplichtingen voortkomt uit één oorzaak,
                            wordt slechts één sanctie opgelegd. Wanneer de niet nagekomen
                            verplichtingen behoren tot verschillende categorieën wordt de sanctie
                            voor de hoogste categorie toegepast.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>11</nr><titel>Afstemmen sanctie op ernst en verwijtbaarheid</titel></kop><al>Het percentage van de sanctie wordt verlaagd of verhoogd indien de
                            verminderde of verhoogde ernst of verwijtbaarheid van het niet naleven
                            van de verplichting daartoe aanleiding geeft. </al></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>4</nr><titel>Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>12</nr><titel>Hardheidsclausule</titel></kop><al>Het Dagelijks Bestuur kan in bijzondere gevallen afwijken van de
                            bepalingen in deze regeling indien toepassing leidt tot onbillijkheden
                            van overwegende aard.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>13</nr><titel>Onvoorziene omstandigheden</titel></kop><al>In gevallen waarin deze regeling niet voorziet, beslist het Dagelijks
                            Bestuur.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>14</nr><titel>Citeertitel en inwerkingtreding</titel></kop><al>De regeling kan worden aangehaald als de “Regeling sanctiebeleid
                            bovenwettelijke werkloosheidsregeling ambtenaren BAR-organisatie” en
                            treedt in werking op 1 januari 2014.</al><al/><al>Aldus besloten door het Algemeen Bestuur van de BAR-organisatie op 24
                            december 2013.</al><al/><al>De gewijzigde regeling is vastgesteld in de vergadering van het Algemeen
                            Bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling BAR-organisatie van 15
                            december 2015 en treedt in werking per 1 januari 2016.</al></artikel></paragraaf></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening/><ondertekening>de secretaris, de voorzitter, </ondertekening><ondertekening>Hans Cats drs. Hans-Christoph Wagner</ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><al><vet>Wijzigingenoverzicht</vet></al><al>1.Als gevolg van de invoering van het nieuwe hoofdstuk 3 van de CAR-UWO
                    per 1 januari 2016 is de term bezoldiging vervallen. In artikel 6 lid 1,
                    lid en lid 3 (van deze regeling) is de term “bezoldiging” vervangen door
                    de term “salaris en salaristoelagen”. Over deze wijzigingen is op 2
                    november 2015 overeenstemming bereikt in het GO. De gewijzigde regeling
                    is op 15 december 2015 door het Algemeen Bestuur vastgesteld.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>