<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR398601_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Sociaal statuut en plan BAR-samenwerking</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:RegionaalSamenwerkingsorgaan">BAR-organisatie</dcterms:creator><dcterms:modified>2018-01-11</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Barendrecht</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Albrandswaard</dcterms:spatial><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Ridderkerk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend.</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Sociaal statuut en plan BAR-samenwerking</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Onbekend.</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanRegionaalSamenwerkingsorgaan">algemeen bestuur</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>bestuur en recht</dcterms:subject><dcterms:issued>2013-12-24</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2013-01-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2018-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend.</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>personeel en organisatie</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Dit sociaal statuut en plan voor de BAR-samenwerking geldt tot en met 31 december 2017.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Sociaal statuut en plan BAR-samenwerking</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>Partijen</al><al/><al>Namens de werkgever</al><al/><al>GR BAR-organisatie</al><al/><al>Namens de werknemersorganisaties</al><al/><al>ABVAKABO FNV</al><al/><al>CNV Publieke Zaak</al><al/><al>De colleges hebben in het lokale GO’s instemming verkregen over dit</al><al/><al><vet>SOCIAAL STATUUT EN PLAN BAR-SAMENWERKING</vet></al><al><vet>2013 - 2017</vet></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label/><nr/><titel>Aanleiding</titel></kop><structuurtekst><al>In december 2012 hebben de gemeenteraden van de gemeenten Barendrecht,
                            Albrandswaard en Ridderkerk besloten tot een intensieve ambtelijke
                            samenwerking. De uitgangspunten van deze samenwerking zijn vastgelegd in de
                            bestuurlijke documenten BAR-beter en de BAR-code. </al><al>Met ingang van 1 januari 2014 komen alle ambtenaren van de BAR-gemeenten in
                            dienst bij de Gemeenschappelijke Regeling BAR (= in het vervolg GR). Dit
                            sociaal statuut en plan voor de BAR-samenwerking bevat de
                            procedureafspraken, de rechten en plichten van de ambtenaren die
                            overgedragen worden naar de GR. Aangezien dit sociaal statuut en plan geldt
                            tot 2018 geeft het ook regels voor eventuele organisatiewijzigingen of
                            uitbestedingen bij de afzonderlijke BAR-gemeenten en de GR in de periode van
                            1 januari 2013 tot en met 31 december 2017. </al><al>Gedurende de looptijd van dit sociaal statuut en plan hanteert het bestuur
                            drie belangrijke uitgangspunten: geen gedwongen ontslagen, werk- en
                            bezoldigingsgarantie voor ambtenaren.</al></structuurtekst><artikel><kop><label>Artikel 1 Definities</label></kop><al><cursief>Ambtenaar</cursief></al><al>Hij of zij die door of vanwege de gemeente is aangesteld in ambtelijke
                        dienst of met wie de gemeente een arbeidsovereenkomst heeft gesloten.</al><al/><al><cursief>Ambtelijke status</cursief></al><al>Een arbeidsrechtelijke rechtsverhouding op grond van de ambtenarenwet.</al><al/><al><cursief>Arbeidscontract</cursief></al><al>De CAO voor gemeenteambtenaren (CAR UWO) hanteert het uitgangspunt dat de
                        medewerkers worden aangesteld als ambtenaar. Er is één uitzondering
                        mogelijk. Oproepkrachten met in de regel een flexibel aantal uren per
                        werkweek, kunnen een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht krijgen op
                        grond van artikel 2:5 CAR UWO.</al><al/><al><cursief>BAR</cursief></al><al>Het samenwerkingsverband tussen de gemeenten Barendrecht, Albrandswaard en
                        Ridderkerk.</al><al/><al><cursief>BAR-code</cursief></al><al>Een door de gemeenteraden van de BAR-gemeenten vastgesteld document waarin
                        de bestuurlijke uitgangspunten voor de BAR-samenwerking zijn
                        vastgelegd.</al><al/><al><cursief>(BAR-)
                        directie vóór oprichting GR</cursief></al><al>Het overlegorgaan van de gezamenlijke directieteams van de drie
                        BAR-gemeenten, waaronder de gemeentesecretarissen.</al><al/><al><cursief>(BAR-)directie na oprichting GR</cursief></al><al>Het hoogste management van de GR, oftewel de directieraad.</al><al/><al><cursief>BAR-MC vóór oprichting GR</cursief></al><al>De medezeggenschapscommissie voor de drie BAR-gemeenten gezamenlijk die
                        ingesteld is door de lokale ondernemingsraden. De BAR-MC voert overleg ten
                        behoeve van de drie lokale ondernemingsraden over BAR-aangelegenheden. Zij
                        brengt advies uit aan de lokale ondernemingsraden van de drie afzonderlijke
                        gemeenten over het gezamenlijk te nemen besluit. De bevoegdheden van de Wet
                        op de ondernemingsraden worden formeel uitgeoefend door de lokale
                        ondernemingsraden. </al><al/><al><cursief>BAR-MC na oprichting GR</cursief></al><al>De ondernemingsraad van de GR die op grond van de Wet op de
                        ondernemingsraden is ingesteld en handelt.</al><al/><al><cursief>Bestuur vóór oprichting GR</cursief></al><al>Iedere BAR-gemeente heeft een apart en autonoom bestuur dat de taken uit de
                        gemeentewet uitvoert. Het bestuur van een gemeente bestaat uit de
                        gemeenteraad en het college van burgemeester &amp; wethouders. </al><al/><al><cursief>Bestuur na oprichting GR</cursief></al><al>Het algemeen bestuur van de Gemeenschappelijke Regeling BAR die voor de drie
                        besturen van de BAR-gemeenten bevoegdheden uitvoert op grond van een
                        mandaat. Het mandaat ligt vast in de GR of een mandatenregeling voor de GR. </al><al/><al><cursief>Bezoldiging</cursief></al><al>Salaris (=schaalbedrag) inclusief vaste toelagen en vergoedingen, doch
                        exclusief onkostenvergoedingen.</al><al/><al><cursief>BGO-BAR vóór oprichting GR</cursief></al><al>Bijzonder Georganiseerd Overleg voor de drie BAR-gemeenten gezamenlijk dat
                        middels een convenant tussen de bonden en de BAR-college’s is ingesteld. Het
                        BGO-BAR voert technisch overleg namens de lokale GO’s en de drie colleges op
                        grond van de mandaten uit het convenant. De besluitvorming vindt plaats in
                        de lokale GO’s van de BAR-gemeenten.</al><al/><al><cursief>BGO-BAR na oprichting GR</cursief></al><al>Het GO van de GR dat is ingesteld op grond van hoofdstuk 12 uit de CAR
                        UWO.</al><al/><al><cursief>Bijzondere diensten</cursief></al><al>Wacht-, storings-, gladheids-, onregelmatige diensten en arbeidsduur
                        verruiming op grond van artikel 2:7a CAR UWO.</al><al/><al><cursief>Bonden</cursief></al><al>De vakorganisaties die actief zijn bij de BAR-gemeenten zijn de ABVAKABOFNV
                        en de CNV Publieke Zaak.</al><al/><al><cursief>CAR UWO</cursief></al><al>CAO voor gemeenteambtenaren, waarbij de drie gemeenten en de GR zijn
                        aangesloten.</al><al/><al><cursief>College</cursief></al><al>College van burgemeester en wethouders. Iedere BAR-gemeente behoudt ook na
                        de oprichting van de GR haar eigen college.</al><al/><al><cursief>Directie</cursief></al><al>Zie definitie voor BAR-directie</al><al/><al><cursief>Flankerend beleid</cursief></al><al>Maatregelen die er voor moeten zorgen dat de organisatiewijziging of
                        uitbesteding zorgvuldig wordt uitgevoerd en dat het
                        organisatieveranderingsproces soepel verloopt.</al><al/><al><cursief>Formatieplan</cursief></al><al>Een inventarisatie van zowel de beschikbare formatie, functies,
                        functiebeschrijvingen, competentieprofielen als het organogram van een nieuw
                        organisatieonderdeel van de GR of de externe werkgever die een uitbestede
                        eenheid overneemt van de BAR.</al><al/><al><cursief>Functie</cursief></al><al>De door de werkgever opgestelde generieke beschrijving van de hoofdtaken en
                        het werk- en denkniveau van deze werkzaamheden.</al><al/><al><cursief>Functieboek</cursief></al><al>De verzameling van organieke functiebeschrijvingen die de werkgever heeft
                        vastgesteld.</al><al/><al><cursief>Gelijkwaardige functie</cursief></al><al>De functie waar de ambtenaar op kan worden geplaatst met een (nagenoeg)
                        gelijkwaardig hoofdtakenpakket, als de functie die bekleed werd door de
                        ambtenaar voorafgaand aan het plaatsingstraject.</al><al/><al><cursief>Gemeenschappelijke Regeling (=GR) </cursief></al><al>Een vergaand publiekrechtelijk samenwerkingsverband tussen verschillende
                        overheidsorganen met een eigen rechtspersoonlijkheid, waardoor het
                        zelfstandig aan het rechtsverkeer kan deelnemen. </al><al>De GR is een publiekrechtelijk samenwerkingsverband van de gemeenteraden van
                        Barendrecht, Albrandswaard en Ridderkerk, waarin de gehele
                        uitvoeringsorganisatie (nagenoeg het gehele ambtelijk apparaat) is
                        ondergebracht.</al><al/><al><cursief>Geschikte functie</cursief></al><al>De functie die niet passend is maar die de ambtenaar aanvaardt.</al><al/><al><cursief>Georganiseerd Overleg (=GO)</cursief></al><al>Dit is het overleg tussen lokale vakbondsvertegenwoordigers en het college
                        van een BAR-gemeente over lokale arbeidsvoorwaarden en personeelsbeleid op
                        grond van hoofdstuk 12 CAR UWO. </al><al/><al><cursief>GO vóór oprichting GR</cursief></al><al>Georganiseerd Overleg van de afzonderlijke BAR-gemeenten. Het BGO-BAR voert
                        namens de lokale GO’s het technisch overleg.</al><al/><al><cursief>GO na oprichting GR</cursief></al><al>Het GO van de GR ingericht op basis van hoofdstuk 12 CAR UWO.</al><al>De afzonderlijke gemeentes hebben ook nog een afzonderlijk GO indien zij
                        ambtenaren in dienst hebben.</al><al/><al><cursief>Hardheidsclausule</cursief></al><al>Een bevoegdheid van de directie die het mogelijk maakt om in een individueel
                        geval in positieve zin af te wijken van de regels uit het sociaal statuut en
                        plan, als de exacte toepassing van de regels onvoorzien zeer onbillijk
                        uitwerken voor het individu.</al><al/><al><cursief>Medewerker</cursief></al><al>Hij of zij die werkzaam is bij de BAR-gemeenten als ambtenaar of
                        inhuurkracht.</al><al/><al><cursief>Medezeggenschap</cursief></al><al>Iedere gemeente kent twee medezeggenschapsorganen met elk eigen bevoegdheden
                        en taken. </al><lijst><li nr="·"><al>In het Georganiseerd Overleg voert de portefeuillehouder P&amp;O met
                                door de bonden aangewezen vertegenwoordigers overleg over
                                organisatorische en arbeidsrechtelijke zaken. De bevoegdheden van
                                het GO zijn beschreven in de CAO voor gemeente ambtenaren (hoofdstuk
                                12 CAR UWO). </al></li><li nr="·"><al>De ondernemingsraad bestaat uit gekozen vertegenwoordigers van het
                                personeel, die geen lid hoeven te zijn van een bond. De taken van de
                                ondernemingsraad zijn limitatief opgesomd in de wet op de
                                ondernemingsraden.</al></li></lijst><al/><al><cursief>Mediation</cursief></al><al>Het oplossen van een geschil tussen partijen onder begeleiding van een
                        onafhankelijke en professionele conflictbemiddelaar. De mediator doet geen
                        bindende uitspraak maar begeleidt de partijen in het zoeken naar een voor
                        beide partijen acceptabele oplossing.</al><al/><al><cursief>Mobiliteitsbureau</cursief></al><al>Een taak van afdeling HRM om ambtenaren die boventallig zijn geworden of in
                        eerste instantie niet geplaatst kunnen worden te begeleiden naar ander
                        (tijdelijk) werk in of buiten de GR.</al><al/><al><cursief>Ondernemingsraad</cursief></al><al>Het medezeggenschapsorgaan dat op grond van de Wet op de ondernemingsraden
                        is geïnstalleerd en taken uitvoert. </al><al>Voor de oprichting van de Gemeenschappelijke Regeling BAR worden de
                        besprekingen en onderhandelingen gevoerd in de door de drie
                        ondernemingsraden gemandateerde BAR-MC. De besluitvorming blijft
                        plaatsvinden in de ondernemingsraden van de BAR-gemeenten.</al><al/><al><cursief>Oproepkracht</cursief></al><al>Een medewerker, met in de regel een flexibel aantal uren per werkweek,
                        waarmee een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht is afgesloten op grond
                        van artikel 2:5 CAR UWO.</al><al/><al><cursief>Organisatiewijziging</cursief></al><al>Een belangrijke wijziging in de organisatiestructuur of een inkrimping van
                        de beschikbare werkgelegenheid bij een of meerdere BAR-gemeenten of bij de
                        GR, zoals bedoeld in artikel 25 van de Wet op de ondernemingsraden. Of de
                        wijziging belangrijk is kan afgemeten worden aan </al><lijst><li nr="·"><al>de reikwijdte van de organisatiewijziging (hoeveel ambtenaren zijn
                                erbij betrokken);</al></li><li nr="·"><al>de ingrijpendheid van de organisatiewijziging (hoe ingrijpend zijn
                                de gevolgen voor de betrokken ambtenaren). </al></li></lijst><al/><al><cursief>Outplacement</cursief></al><al>De in- en externe begeleiding van een ambtenaar enerzijds in het vinden van
                        een geschikte functie buiten de gemeentelijke organisatie of de GR of
                        anderzijds het bieden van ondersteuning bij het opstarten van een eigen
                        bedrijf.</al><al/><al><cursief>Passende functie</cursief></al><al>De functie waar de ambtenaar in de GR op wordt geplaatst die in
                        overeenstemming is met het niveau en hoofdtakenpakket van de functie die de
                        medewerker voor de plaatsing uitvoerde. Een functie is passend als het
                        nieuwe functionele niveau maximaal één schaal onder het niveau ligt van de
                        functie die de medewerker voor de plaatsing formeel bekleedde.</al><al/><al><cursief>Plaatsing</cursief></al><al>Het proces waarbij de ambtenaar wordt overgeplaatst naar een nieuw
                        organisatieonderdeel of uit dienst treedt bij de huidige werkgever en in
                        dienst komt bij de GR of een andere werkgever die de gemeentelijke taken
                        heeft overgenomen.</al><al/><al><cursief>Plaatsingscommissie</cursief></al><al>Een onafhankelijk adviesorgaan van de directie, bestaande uit externe
                        vertegenwoordigers van het bestuur en de bonden. De plaatsingscommissie
                        adviseert over plaatsing en inpassing. Dit advies is voor de BAR-directie
                        een zwaarwegende grond voor het plaatsingsbesluit.</al><al/><al><cursief>Plaatsingsplan</cursief></al><al>Een inventarisatie van de bemensing van een organisatorische eenheid of de
                        organisatie van een andere werkgever en de rechtspositie van de individuele
                        ambtenaren (inpassing); een was-wordt-lijst.</al><al/><al><cursief>Politiek primaat</cursief></al><al>Autonomie van de gemeenteraad om zelfstandig een beslissing te nemen over
                        organisatiewijzigingen, uitbestedingen, het aangaan van
                        samenwerkingsverbanden en het vaststellen van budgetten </al><al/><al><cursief>Privatisering</cursief></al><al>Gemeentelijke taken welke uitbesteed worden aan een marktpartij.</al><al/><al><cursief>Rechtspositie</cursief></al><al>Het individuele arbeidsvoorwaardenpakket; dus het geheel van de functie,
                        schaal, deeltijdfactor, salaris, vaste toelagen, vergoedingen en eventuele
                        garanties.</al><al/><al><cursief>Rechtspositievergelijking</cursief></al><al>Een overzicht waarop per ambtenaar is aangegeven wat zijn arbeidsvoorwaarden
                        zijn vóór de reorganisatie of uitbesteding en op welke arbeidsvoorwaarden
                        hij recht heeft na plaatsing, indien na de plaatsing een andere cao of een
                        andere arbeidsvoorwaardenregeling van toepassing is.</al><al/><al><cursief>Salaris</cursief></al><al>Schaalbedrag uit de salarisschaal voor gemeenteambtenaren.</al><al/><al><cursief>Sociaal Statuut</cursief></al><al>De procedure voor de overplaatsing van ambtenaren bij organisatiewijzigingen
                        of uitbesteding.</al><al/><al><cursief>Sociaal Plan</cursief></al><al>Het sociaal plan is een arbeidsrechtelijk vangnet voor
                        organisatiewijzigingen, uitbestedingen en inkrimpingen. Enerzijds de
                        arbeidsrechtelijke kaders (rechten en plichten) voor de ambtenaren die te
                        maken krijgen met organisatiewijzigingen, uitbesteding of inkrimping.
                        Anderzijds het flankerend beleid om een wijziging soepel te laten verlopen. </al><al/><al><cursief>Standplaats</cursief></al><al>De vaste, door de leidinggevende aangewezen, plaats waar de ambtenaar geacht
                        wordt zijn werkzaamheden te verrichten of van waaruit hij vertrekt om zijn
                        werkzaamheden te verrichten.</al><al/><al><cursief>Technische plaatsing</cursief></al><al>Een overplaatsing waarbij de ambtenaar op de hoofdtaken één-op-één wordt
                        overgeplaatst naar een nieuw organisatieonderdeel, met behoud van het
                        functie- en bezoldigingsniveau. Hierbij is geen sprake van reflecteren of
                        intern solliciteren.</al><al/><al><cursief>Toelage</cursief></al><al>Een extra bedrag waar de ambtenaar maandelijks recht op heeft bovenop het
                        salaris vanwege een persoonlijke verdienste of een persoonlijke afspraak.
                        Denk hierbij met name aan de persoonlijke toelage voor het uitmuntend
                        functioneren of een compensatie voor hogere beloningen van soortgelijke
                        functies in de arbeidsmarkt.</al><al/><al><cursief>Uitbesteding</cursief></al><al>In dit document is uitbesteding de verzamelterm voor privatiseringen,
                        verzelfstandigingen en publiek rechtelijke taakoverhevelingen.</al><al/><al><cursief>Vergoeding</cursief></al><al>Een tegemoetkoming voor het verrichten van bijzondere diensten of het maken
                        van onkosten.</al><al/><al><cursief>Verzelfstandiging</cursief></al><al>Een onderdeel van de gemeentelijke organisatie die los wordt gemaakt van de
                        gemeentelijke organisatie en ondergebracht wordt in een aparte juridische
                        entiteit</al><al/><al><cursief>Was-wordt-lijst</cursief></al><al>Een overzicht waarop per medewerker is aangegeven bij welk
                        organisatieonderdeel hij werkzaam is voor de reorganisatie en bij welk
                        organisatieonderdeel of externe werkgever hij geplaatst wordt na de
                        reorganisatie.</al><al/><al><cursief>WOR</cursief></al><al>Wet op de Ondernemingsraden</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 2 Werkingssfeer</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Dit sociaal statuut en plan voor de BAR-samenwerking treedt in
                                werking op 1 januari 2013 en geldt tot en met 31 december 2017 voor
                                de gemeenten Barendrecht, Albrandswaard, Ridderkerk en de
                                Gemeenschappelijke Regeling BAR (=GR).</al></li><li nr="2."><al>De colleges van de BAR-gemeenten dragen er zorg voor dat het
                                algemeen bestuur van de GR dit sociaal statuut en plan ook van
                                toepassing verklaart op de GR.</al></li><li nr="3."><al>Het bestuur van de GR draagt zorg voor de oprichting van een
                                GO.</al></li><li nr="4."><al>Mochten de gemeenteraden besluiten om de BAR-samenwerking
                                tussentijds te beëindigen dan treden de colleges in overleg met de
                                bonden in het GO over de wijze waarop dit sociaal statuut en plan
                                wordt ingetrokken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 3 Doelgroepen</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Dit sociaal statuut en plan is van toepassing op: ambtenaren en
                                arbeidscontractanten in dienst van de gemeenten Barendrecht,
                                Albrandswaard, Ridderkerk en de GR. Dit sociaal statuut en plan is
                                ook van toepassing op de ambtenaren met een tijdelijke aanstelling
                                bij wijze van proef, die een schriftelijk vooruitzicht hebben
                                gekregen op een vaste aanstelling, en zij voldoende
                                functioneren.</al></li><li nr="2."><al>Dit sociaal statuut en plan geldt niet voor:</al><lijst><li nr="a."><al>Ambtenaren waarmee schriftelijk een ontslag- of
                                        outplacementregeling is afgesproken.</al></li><li nr="b."><al>Ambtenaren waarvoor een procedure loopt of ontslag is
                                        verleend op grond van disfunctioneren (artikel 8:6 CAR UWO),
                                        disciplinair strafontslag (artikel 8:13 CAR UWO) of overige
                                        gronden uit artikel 8:7 CAR UWO kunnen geen beroep doen op
                                        extra faciliteiten en garanties uit dit sociaal statuut en
                                        plan.</al></li><li nr="c."><al>Ambtenaren die een tijdelijke aanstelling c.q. een tijdelijk
                                        contract hebben gekregen zonder vooruitzicht op een vast
                                        dienstverband. Voor hen loopt het dienstverband van
                                        rechtswege af. Zij vallen onder de werking van het sociaal
                                        statuut en plan tot de beëindigingdatum van de
                                        arbeidsrelatie. Zij kunnen dus alleen een beroep doen op de
                                        basis re-integratiefaciliteiten uit hoofdstuk 10d CAR
                                        UWO.</al></li><li nr="d."><al>Stagiaires, leer- of werkervaringsbaners,
                                        vakantiekrachten.</al></li><li nr="e."><al>Onbezoldigde ambtenaren aangesteld op grond van artikel 1:2
                                        CAR UWO en buitengewone ambtenaren burgerlijke stand. Deze
                                        ambtenaren krijgen wel een aanstelling bij de GR.</al></li><li nr="f."><al>Uitzendkrachten, inhuurkrachten, ZZP-ers, freelancers
                                        ed.</al></li></lijst></li></lijst></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>I</nr><titel>Sociaal Statuut</titel></kop><structuurtekst><al>Dit hoofdstuk bevat algemene procedureafspraken voor organisatiewijzigingen
                        of uitbestedingen bij een van de BAR-gemeenten of de Gemeenschappelijke
                        Regeling BAR, welke consequenties hebben voor de dienstbetrekking of de
                        rechtspositie van groepen ambtenaren. De rechten en verplichtingen van de
                        ambtenaren en het flankerend beleid bij organisatiewijzigingen of
                        uitbestedingen zijn opgenomen in hoofdstuk II van dit sociaal statuut en plan.</al></structuurtekst><paragraaf><kop><label>§</label><nr>1.1</nr><titel>Voorbereiding van organisatiewijziging of uitbesteding</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel 4 Voornemen</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Als het bestuur voornemens is om een organisatiewijziging of
                                uitbesteding door te voeren, dan informeert het bestuur de
                                ondernemingsraad en het GO tijdig. </al></li><li nr="2."><al>Bij een organisatiewijziging of uitbesteding dient het bestuur
                                tijdig een schriftelijk adviesverzoek in bij de ondernemingsraad
                                conform de bepalingen uit de Wet op de ondernemingsraden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 5 Externe onderzoek</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Mocht het bestuur een extern onderzoek laten instellen naar een
                                organisatiewijziging of een uitbesteding, die mogelijk personele
                                consequenties heeft, dan informeert zij vooraf de ondernemingsraad
                                en het GO. De ondernemingsraad ontvangt een schriftelijk verzoek om
                                een advies uit te brengen conform artikel 25 lid 1 sub n WOR. </al></li><li nr="2."><al>Het bestuur informeert de ondernemingsraad en het GO over de
                                vorderingen van het onderzoek en verstrekt het eindrapport aan beide
                                medezeggenschapsorganen. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 6 Aanvullende afspraken</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Mocht het bestuur of de bonden van oordeel zijn dat er voor de
                                implementatie van een voorgenomen organisatiewijziging of
                                uitbesteding aanvullende afspraken op dit sociaal statuut en plan
                                nodig zijn, dan moet er in het GO vooraf overeenstemming worden
                                bereikt over de aanvullende maatregelen c.q. wijzigingen op dit
                                sociaal statuut en plan. </al></li><li nr="2."><al>De aanvullende afspraken per organisatiewijziging of uitbesteding en
                                een planning van het plaatsingstraject worden in een supplement van
                                dit sociaal statuut en plan vastgelegd. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 7 Besluit</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Nadat het advies van de medezeggenschapsorganen is ontvangen neemt
                                het bestuur een definitief besluit over de organisatiewijziging of
                                de uitbesteding. Dit besluit bevat een beschrijving van de (groepen)
                                ambtenaren die direct zijn betrokken, de functies die worden
                                uitbesteed of gaan verdwijnen.</al></li><li nr="2."><al>Het bestuur informeert de medezeggenschapsorganen en het personeel.
                                Indien het besluit significant afwijkt van het advies van de
                                medezeggenschapsorganen, dan motiveert het bestuur de overwegingen
                                om af te wijken van het advies.</al><al/></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>1.2</nr><titel>Plaatsingsprocedure</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel 8 Algemene uitgangspunten bij plaatsingen</label></kop><al>De algemene uitgangspunten voor de plaatsingstrajecten zijn: </al><lijst><li nr="1."><al>Het plaatsingsproces dient zorgvuldig en transparant te zijn. </al></li><li nr="2."><al>De duur van het plaatsingstraject moet zo kort mogelijk zijn.</al></li><li nr="3."><al>Ambtenaren kunnen hun standpunt inbrengen (zie artikel 12).</al></li><li nr="4."><al>Het realiseren van een plaatsing is een gezamenlijke
                                verantwoordelijkheid en inspanning van zowel de ambtenaar als het
                                bestuur. </al></li><li nr="5."><al>Bij een reorganisatie of uitbesteding vinden er geen gedwongen
                                ontslagen plaats.</al><lijst><li nr="a."><al>Ambtenaren krijgen een werkgarantie of worden begeleid naar
                                        ander werk buiten de ambtelijke organisatie. </al></li><li nr="b."><al>Bij een eventuele inkrimping of opheffing van een
                                        organisatieonderdeel spant het bestuur zich tot het uiterste
                                        in om passend of geschikt werk te vinden buiten de
                                        Gemeenschappelijke Regeling. </al></li><li nr="c."><al>De interne formatietaakstelling vindt plaats via natuurlijk
                                        verloop. </al></li></lijst></li><li nr="6."><al>Ambtenaren worden zo veel mogelijk geplaatst op één reguliere
                                formatieplaats bij één organisatieonderdeel met behoud van de
                                formele arbeidsduur. (Op één functie, dus niet meerdere
                                deeltijdbetrekkingen of plaatsingen bij verschillende teams)</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 9 Formatieplan of technische plaatsing</label></kop><lijst><li nr="1"><al>In principe stelt het bestuur voor iedere organisatiewijziging,
                                uitbesteding of inkrimping een formatieplan vast. Dit plan
                                beschrijft de beschikbare formatie, functies, taakprofielen en
                                functieniveaus. </al></li><li nr="2"><al>Het GO ontvangt het formatieplan ter kennisname.</al></li><li nr="3"><al>Indien de ambtenaren technisch geplaatst kunnen worden na de
                                herinrichting van de organisatie van de GR, dan spreekt het bestuur
                                in het GO af dat een formatieplan achterwege kan blijven. In plaats
                                van een formatieplan stelt de directie dan een voorgenomen
                                plaatsingsplan op met een opsomming van alle individuele technische
                                plaatsingen per organisatie-eenheid. Hierbij wordt gebruik gemaakt
                                van een was-wordt-lijst.</al></li><li nr="4"><al>Een technische plaatsing is een overplaatsing waarbij de ambtenaar
                                met zijn hoofdtaken, functie- en bezoldigingsniveau één op één wordt
                                overgeplaatst naar het nieuwe organisatieonderdeel van de GR.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 10 Rechtspositievergelijking</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien de ambtenaren door de organisatiewijziging of uitbesteding te
                                maken gaan krijgen met een andere CAO of een andere
                                overheidsinstantie, dan stelt het bestuur per individuele ambtenaar
                                een rechtspositie- en pensioenvergelijking op. Er wordt ook een
                                vergelijking opgesteld van de collectieve
                                arbeidsvoorwaardenregelingen.</al></li><li nr="2."><al>Daarna stelt de directie per individuele ambtenaar een
                                inpassingsvoorstel op. Over de uitgangspunten en criteria waarop de
                                inpassingen plaatsvinden bereikt het bestuur overeenstemming in het
                                GO, voor zover dit sociaal statuut en plan ontoereikend mocht
                                zijn.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 11 Planning en communicatieplan</label></kop><al>Voor iedere organisatiewijziging, uitbesteding of inkrimping stelt de
                        directie een planning en communicatieplan op voor de plaatsingsprocedure.
                        Het GO en de medewerkers worden tijdig hierover geïnformeerd.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 12 Inbreng ambtenaren</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Indien voor het plaatsingsproces een formatieplan is opgesteld, dan
                                stelt het bestuur de ambtenaren in de gelegenheid om hun
                                belangstelling kenbaar te maken bij de plaatsingscommissie voor één
                                of meerdere functies uit het functieboek.</al></li><li nr="2."><al>Indien de ambtenaren technisch worden geplaatst dan stelt het
                                bestuur de ambtenaren in de gelegenheid om een reactie op het
                                plaatsings- en inpassingsvoorstel kenbaar te maken aan de
                                plaatsingscommissie. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 13 Plaatsingscommissie</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor iedere belangrijke organisatiewijziging en uitbesteding stelt
                                het bestuur in overleg met het GO een plaatsingscommissie in.</al></li><li nr="2."><al>De plaatsingscommissie bestaat uit</al></li><li nr="a."><al>Eén onafhankelijke voorzitter, waarover het bestuur en de bonden
                                overeenstemming bereiken in het GO;</al></li><li nr="b."><al>Eén vertegenwoordiger van de bonden, die aangewezen wordt door de
                                gezamenlijke bonden;</al></li><li nr="c."><al>Eén vertegenwoordiger van de werkgever, die aangewezen wordt door
                                het bestuur.</al></li></lijst><al>De leden van de plaatsingscommissie zijn niet in dienst bij de BAR-gemeenten
                        of de GR.</al><lijst><li nr="3."><al>De plaatsingscommissie heeft de volgende taken:</al></li><li nr="a."><al>Advies uitbrengen aan de directie over de plaatsing en de
                                rechtspositionele inpassing van de individuele ambtenaren die
                                rechtstreeks zijn betrokken bij de organisatiewijziging of
                                uitbesteding.</al></li><li nr="b."><al>Advies uitbrengen over oplossingsrichtingen voor ambtenaren die
                                bovenformatief dreigen te worden of in eerste instantie niet
                                geplaatst kunnen worden.</al></li><li nr="4."><al>De plaatsingscommissie kan de directie, de leidinggevenden en de
                                ambtenaren horen of bij hen informatie inwinnen.</al></li><li nr="5."><al>Het BGO ontvangt een kopie van de adviezen van de
                                plaatsingscommissie met een geheimhoudingsverplichting.</al></li><li nr="6."><al>De plaatsingscommissie kan beschikken over ambtelijke ondersteuning.
                                Haar vergaderingen zijn niet openbaar en de leden respecteren een
                                geheimhoudingsverplichting.</al></li><li nr="7."><al>Het bestuur benoemt de leden van de plaatsingscommissie en verstrekt
                                een vergoeding op basis van het vakbondstarief. Reiskosten kunnen
                                vergoed worden op basis van de dienstreiskostenregeling voor de
                                ambtenaren.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 14 Plaatsingsvolgorde</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Uitgangspunt bij een plaatsing is dat de ambtenaar zijn functie
                                volgt.</al></li><li nr="2."><al>Bij plaatsing wordt de volgende volgorde gehanteerd:</al><lijst><li nr="a."><al>De ambtenaar wordt bij voorkeur geplaatst op een
                                        gelijkwaardige functie.</al></li><li nr="b."><al>Is er geen gelijkwaardige functie beschikbaar dan wordt hij
                                        geplaatst op een passende functie. </al></li><li nr="c."><al>Is dat ook niet mogelijk dan kan de ambtenaar geplaatst
                                        worden op een geschikte functie.</al></li></lijst></li><li nr="3."><al>Kunnen meerdere ambtenaren worden geplaatst op eenzelfde functie dan
                                houdt de plaatsingscommissie bij haar afweging rekening met:</al><lijst><li nr="a."><al>De voorkeur van de ambtenaar.</al></li><li nr="b."><al>De geschiktheid van de ambtenaar voor een functie. Dit
                                        blijkt uit de genoten opleiding, werkervaring, competenties,
                                        beoordelingen en een eventuele persoonlijkheidstest.</al></li><li nr="c."><al>De alternatieven en perspectieven voor de ambtenaren.</al></li></lijst></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 15 Bedenkingenronde</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Voordat de plaatsingscommissie een advies uitbrengt aan de directie
                                stelt zij de ambtenaren, die niet technisch worden geplaatst, in
                                staat om schriftelijk bedenkingen kenbaar te maken op het
                                individuele advies. </al></li><li nr="2."><al>De plaatsingscommissie beoordeelt zelf of de bedenkingen aanleiding
                                geven om het advies, het plaatsingsplan, te herzien.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 16 Plaatsings- en inpassingsbesluit</label></kop><al>Nadat de plaatsingscommissie de directie heeft geadviseerd over individuele
                        plaatsingen en inpassingen, neemt de directie een besluit. Zij stelt de
                        ambtenaar daarvan per omgaande schriftelijk op de hoogte met een afschrift
                        van het individuele advies van de plaatsingscommissie.</al><al/></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>1.3</nr><titel>Rechtsmiddelen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel 17 Bezwaar en beroep</label></kop><al>Tegen het besluit van het bestuur staat bezwaar en beroep open conform de
                        Algemene wet bestuursrecht. Het bezwaar moet binnen zes weken schriftelijk
                        worden ingediend bij het bestuursorgaan dat het besluit heeft genomen en
                        voorzien zijn van een motivering. Het beroep wordt ingesteld bij de
                        rechtbank te Rotterdam.</al><al/></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>II</nr><titel>Sociaal Plan</titel></kop><structuurtekst><al>Dit hoofdstuk bevat een opsomming van de rechten en plichten van de
                        ambtenaren die werkzaam zijn bij een organisatieonderdeel dat
                        gereorganiseerd, uitbesteed of opgeheven wordt. Tevens beschrijft dit
                        hoofdstuk uit het sociaal statuut en plan de flankerende maatregelen die het
                        plaatsingsproces bevorderen.</al></structuurtekst><paragraaf><kop><label>§</label><nr>2.1</nr><titel>Garanties</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel 18 Salaris</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Ambtenaren die ge- of herplaatst worden ten gevolge van een
                                organisatiewijziging krijgen een garantie op hun bruto salaris en
                                het salarisperspectief. </al></li><li nr="2."><al>Onder salarisperspectief wordt verstaan dat de ambtenaar recht heeft
                                op de resterende periodieke verhogingen uit de functionele schaal,
                                waarin hij voorafgaande aan de (her)plaatsing formeel is geplaatst.
                                Bevorderingen naar een hogere periodiek worden verstrekt conform het
                                lokale beleid voor beloning en bevordering.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 19 Toelagen en vergoedingen</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Ambtenaren die ge- of herplaatst worden ten gevolge van een
                                organisatiewijziging behouden hun vaste bruto persoonlijke en
                                garantietoelagen. De eventuele voorwaarden waaronder deze toelagen
                                zijn verstrekt blijven onverkort gelden. Wordt de ambtenaar ge- of
                                herplaatst in een hogere functionele schaal, dan worden deze
                                toelagen voor zover mogelijk geïncorporeerd in de nieuwe inschaling.
                                Voor het niet in te passen bruto bestanddeel wordt een vaste bruto
                                garantietoelage verstrekt.</al></li><li nr="2."><al>Indien een bijzondere dienst door de organisatiewijziging geen
                                onderdeel meer uitmaakt van het takenpakket van de ambtenaar, dan
                                heeft hij recht op de volgende afbouwregeling. </al><lijst><li nr="a."><al>De toelage die 15 jaar of meer is verstrekt, wordt omgezet
                                        in een blijvende garantie. </al></li><li nr="b."><al>De toelage, die minder dan 15 jaar is verstrekt, wordt bij
                                        wijze van garantie doorbetaald aan de ambtenaar gedurende
                                        twee maanden per volledig jaar dat de ambtenaar de
                                        bijzondere dienst aaneensluitend heeft verricht.</al></li></lijst></li></lijst><al>Onder bijzondere diensten wordt verstaan: wacht-, storings-, gladheids-,
                        onregelmatige diensten en arbeidsduur verruiming op grond van artikel 2:7a
                        CAR UWO.</al><lijst><li nr="3."><al>De ambtenaar heeft geen recht op compensatie van vervallen
                                onkostenvergoedingen (woon-werkverkeer-, kleding-, variabele
                                overwerkvergoedingen ed.).</al></li><li nr="4."><al>Aan een medewerker kan ook in de toekomst een persoonlijke toelage
                                worden verstrekt. De directie draagt er zorg voor dat er bij
                                toekenning van een toelage louter sprake is van een persoonlijke
                                omstandigheid en geen algemene trend tot het toekennen van toelagen.
                            </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 20 Dienstjaren</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Onder dienstjaren in het kader van de toepassing van de
                                bovenwettelijke werkloosheidsuitkering en bovenwettelijke
                                re-integratiemaatregelen (hoofdstuk 10a en 10d CAR UWO) worden
                                begrepen de dienstjaren bij de GR, inclusief de aaneengesloten
                                dienstjaren opgebouwd bij de gemeenten Barendrecht, Albrandswaard en
                                Ridderkerk. </al></li><li nr="2."><al>Door persoonlijke besluiten borgt het bestuur dat deze garantie
                                blijft gelden ook na de beëindiging van de werkingssfeer van het
                                sociaal statuut en plan BAR-samenwerking.</al><al/></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>2.2</nr><titel>Plaatsing bevorderende maatregelen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel 21 Passende en geschikte functie</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Een ambtenaar is verplicht om een gelijkwaardige of passende functie
                                te aanvaarden.</al></li><li nr="2."><al>Een passende functie is een functie met maximaal één functioneel
                                niveau onder het functionele niveau dat voorafgaande aan de
                                plaatsing formeel is toegekend aan de ambtenaar.</al></li><li nr="3."><al>Als geen passende of geschikte functie beschikbaar is: </al></li><li nr="a."><al>Wordt de ambtenaar bij voorkeur tijdelijk boventallig geplaatst op
                                een passend takenpakket of krijgt hij tijdelijk in- of extern
                                werkzaamheden opgedragen in afwachting van een onderzoek naar de
                                mogelijkheden van een definitieve plaatsing op een reguliere
                                passende of geschikte functie binnen of buiten de GR. Deze ambtenaar
                                krijgt bij interne sollicitatieprocedures een
                                voorkeursbehandeling</al></li><li nr="b."><al>Mocht er na zorgvuldig onderzoek geen vooruitzicht zijn op een
                                passende of geschikte functie bij de GR, dan kan gezocht worden naar
                                een passende of geschikte functie buiten de GR. </al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 22 Opleiding en coaching</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Eventuele om-, bijscholing en coaching, nodig in het kader van de
                                plaatsing, komen in tijd en geld volledig voor rekening van de
                                werkgever. Voor deze kosten geldt geen terugbetalingsverplichting,
                                tenzij dat in een vaststellingsovereenkomst uitdrukkelijk is
                                overeengekomen.</al></li><li nr="2."><al>Het opleidingsbudget van de BAR-gemeenten of de GR wordt ingezet met
                                de volgende prioriteitsstelling: </al><al>1<sup>e</sup> prioriteit wordt toegekend aan opleidings- en/of
                                coachingskosten voor mobiliteit bevorderende maatregelen; </al><al>2<sup>e</sup> prioriteit wordt toegekend aan de voor de
                                functie-uitoefening noodzakelijke opleidingen c.q. cursussen;</al><al>3<sup>e</sup> prioriteit krijgen de overige opleidingen die het
                                management toekent aan individuele ambtenaren.</al></li><li nr="3."><al>Na afloop van iedere kalenderjaar informeert het bestuur de
                                ondernemingsraad en het GO schriftelijk op hoofdlijnen over de
                                besteding van het opleidingsbudget.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 23 Standplaats</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Ambtenaren werken actief mee aan standplaatswijziging.</al></li><li nr="2."><al>De standplaats c.q. werkplek van de ambtenaren van de GR kan
                                wisselend ondergebracht worden in een van de locaties van de
                                BAR-gemeenten. </al></li><li nr="3."><al>De directie zoekt naar structurele oplossingen voor gemakkelijke
                                bereikbaarheid, dienstreizen tussen de locaties en de inrichting van
                                flexibele werkplekken op meerdere locaties. De directie meldt de
                                bevindingen onverwijld aan het GO.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 24 Intern mobiliteitsbureau</label></kop><lijst><li nr="1"><al>Ambtenaren die door het plaatsingstraject boventallig zijn geworden
                                of waarvoor een plaatsing of inpassing niet direct mogelijk is,
                                worden opgevangen door het mobiliteitsbureau onder directe
                                verantwoordelijkheid van de directie. De directie kan een
                                leidinggevende aanwijzen die deze verantwoordelijkheid namens haar
                                draagt.</al></li><li nr="2"><al>Het mobiliteitsbureau is de adviseur van de directie en voert de
                                regie over de acties en maatregelen die nodig zijn om de ambtenaar
                                te begeleiden naar ander werk.</al></li><li nr="3"><al>In het kader van het plaatsingsproces heeft het interne
                                mobiliteitsbureau de volgende taken.</al></li><li nr="a."><al>In eerste instantie onderzoekt het mobiliteitsbureau of er
                                bereidheid is en de mogelijkheid bestaat om de ambtenaar tijdelijke
                                werkzaamheden te geven. Deze werkzaamheden kunnen binnen of buiten
                                de organisatie worden gezocht.</al></li><li nr="b."><al>Daarna stelt het mobiliteitsbureau zo snel mogelijk een plan op om
                                de ambtenaar een passende begeleiding te bieden naar structureel
                                nieuw werk. Het plan kan allerlei maatregelen en acties bevatten
                                zoals: het bieden van extra opleidingen, afspraken over het
                                geleidelijk toegroeien naar een nieuw takenpakket (fasering van
                                toedeling taken), het toewijzen van een mentor of coach,
                                detachering, begeleiding bij het opzetten van een eigen bedrijf ed.
                                Het mobiliteitsbureau brengt de kosten in beeld en adviseert de
                                directie over de financieringswijzen.</al></li><li nr="c."><al>Het mobiliteitsbureau brengt op een zo kort mogelijke termijn advies
                                uit aan de directie voor een structurele passende of geschikte
                                functie voor ambtenaren die bovenformatief zijn geplaatst of
                                waarvoor tijdens het plaatsingstraject nog geen passende of
                                geschikte functie is gevonden.</al></li><li nr="d."><al>Op verzoek van de directie of de leidinggevende kan het
                                mobiliteitsbureau een advies uitbrengen voor een passende
                                herplaatsing van ambtenaren die onder hun functioneel niveau zijn
                                geplaatst. </al></li><li nr="e."><al>Onder verantwoordelijkheid van de directie of de leidinggevende
                                vervult het mobiliteitsbureau de regiefunctie voor het begeleiden
                                van outplacementtrajecten.</al></li><li nr="f."><al>Het mobiliteitsbureau adviseert de directie over
                                herplaatsingsverzoeken (artikel 27).</al></li><li nr="g."><al>Het mobiliteitsbureau kan aan het bestuur aanbevelingen uitbrengen
                                over mobiliteit- en loopbaanbeleid.</al></li><li nr="4"><al>Het mobiliteitsbureau betrekt de verantwoordelijke leidinggevende en
                                de ambtenaar intensief bij het opstellen van het advies.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 25 Ondersteunende rol leidinggevenden</label></kop><al>Ambtenaren die betrokken zijn bij een organisatiewijziging, uitbesteding of
                        inkrimping kunnen in eerste instantie met hun vragen en opmerkingen terecht
                        bij hun eigen leidinggevende.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel 26 Vertrouwenspersonen</label></kop><lijst><li nr="1"><al>Ambtenaren die behoefte hebben aan een vertrouwelijk gesprek kunnen
                                uit eigen beweging een interne vertrouwenspersoon consulteren. De
                                vertrouwenspersonen zijn onafhankelijk. Er vindt naar de werkgever
                                geen informatieoverdracht plaats over individuele gesprekken, tenzij
                                dat met de ambtenaar anders is afgesproken. </al></li><li nr="2"><al>De coördinator BAR-vertrouwenspersonen inventariseert de algemene
                                bevindingen en kan signalen afgeven of algemene aanbevelingen doen
                                aan de directie of leidinggevenden.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 27 Herplaatsing</label></kop><lijst><li nr="1"><al>Ambtenaren die binnen de GR zijn geplaatst kunnen binnen twee jaar
                                na de plaatsingsdatum een herplaatsingsverzoek indienen bij de
                                directie.</al></li><li nr="2"><al>Het mobiliteitsbureau brengt een advies uit, waarna de directie een
                                besluit neemt.</al></li><li nr="3"><al>Tegen het besluit van de directie staat bezwaar en beroep open op
                                grond van de Algemene wet bestuursrecht.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 28 Outplacement</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Outplacement afspraken worden op maat gemaakt op basis van 8:8 CAR
                                UWO. De ambtenaar ontvangt een passende outplacement-ondersteuning
                                waarbij de limieten uit hoofdstuk 10d CAR UWO niet gehanteerd hoeven
                                te worden, mocht dat nodig zijn voor de begeleiding naar ander werk.
                                Ambtenaar en directie zetten zich actief in voor externe plaatsing
                                in een structureel passende of geschikte functie. Dit vergt van de
                                ambtenaar onder andere dat hij actief meewerkt aan detachering en de
                                outplacementafspraken nakomt. </al></li><li nr="2."><al>Afspraken over een outplacementregeling dienen schriftelijk
                                vastgelegd te worden in een overeenkomst en te worden ondertekend
                                door de bevoegde partijen.</al></li><li nr="3."><al>Reorganisatieontslag zonder vooruitzicht op werk wordt tot een
                                minimum beperkt. Hiervan kan sprake zijn als de ambtenaar zich
                                onvoldoende inspant, de afspraken niet nakomt of de begeleiding naar
                                ander werk na uiterste inspanning geen resultaten oplevert. In het
                                uiterste geval dat een ambtenaar structureel verwijtbaar handelt,
                                behoort strafontslag tot de mogelijkheden.</al><al/></li></lijst></artikel></paragraaf><paragraaf><kop><label>§</label><nr>2.3</nr><titel>Uitbesteding en inkrimping</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel 29 Uitbesteding</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Onder uitbesteding wordt verstaan verzelfstandigingen,
                                privatiseringen en publiekrechtelijke taakoverheveling.</al></li><li nr="2."><al>Bij uitbestedingen gelden de volgende bijzondere bepalingen:</al></li><li nr="a."><al>De ambtenaar volgt zijn taak en kan daardoor zijn ambtelijke status
                                verliezen. Hij werkt actief mee aan de indiensttreding bij een
                                andere werkgever. </al></li><li nr="b."><al>De ambtenaar krijgt geen interne herplaatsings- of
                                terugkeergarantie. </al></li><li nr="c."><al>Ambtenaren die werkzaam zijn bij een organisatieonderdeel dat
                                uitbesteed wordt en ondanks uiterste inspanningen niet geplaatst
                                kunnen worden, komen in eerste instantie in aanmerking voor een
                                bovenformatieve plaatsing bij de GR. Als na intern onderzoek blijkt
                                dat er binnen een redelijke periode geen uitzicht is op plaatsing in
                                een passende of geschikte functie, kan een passende regeling op
                                grond van artikel 8:8 CAR UWO worden afgesproken. In het uiterste
                                geval dat er geen uitzicht is op plaatsing binnen of buiten de GR en
                                bij nalatig handelen van de ambtenaar kan eervol
                                reorganisatieontslag plaatsvinden op grond van artikel 8:3 CAR
                                UWO.</al></li><li nr="d."><al>Ambtenaren met een vaste aanstelling krijgen een vast contract bij
                                de nieuwe werkgever. Het bestuur bedingt een extra werkgarantie met
                                de nieuwe werkgever van vijf jaar voor de ambtenaren met een vaste
                                aanstelling. De ambtenaren met een tijdelijke aanstelling krijgen
                                een garantie voor de resterende duur van hun aanstelling of
                                arbeidscontract. Gedurende deze garantieperiode krijgen de
                                verzelfstandigde c.q. geprivatiseerde oud-ambtenaren een
                                mogelijkheid om mee te doen met interne sollicitatieprocedures bij
                                de GR.</al></li><li nr="e."><al>Het bestuur onderzoekt de mogelijkheden om de ambtelijke status te
                                behouden.</al></li><li nr="f."><al>Het bestuur zet zich in om aansluiting bij ABP-pensioenfonds te
                                borgen. Hiervoor kan een sterfhuisconstructie worden opgericht. De
                                voorwaarde is wel dat de nieuwe CAO-partijen en de pensioenfondsen
                                hiermee instemmen. Gedurende de periode dat de sterfhuisconstructie
                                wordt opgezet kunnen de ambtenaren al wel gedetacheerd worden bij de
                                nieuwe werkgever.</al></li><li nr="g."><al>Indien de CAR UWO blijft gelden voor de uitbestede ambtenaren, dan
                                spant het bestuur zich actief in voor behoud van de bruto
                                bezoldiging conform de bepalingen uit paragraaf 2.1. Mocht de bruto
                                bezoldiging bij de nieuwe werkgever lager uitvallen, dan wordt de
                                bezoldiging gedurende vijf jaar gesuppleerd tot op het niveau van de
                                laatst genoten bruto bezoldiging bij de BAR-gemeente of de GR naar
                                rato van de betrekkingsomvang. Deze suppletie wordt middels één
                                bedrag ineens afgekocht en uitbetaald bij de laatste
                                salarisbetaling, tenzij daarover andere afspraken worden
                                gemaakt.</al></li><li nr="h."><al>Indien de uitbestede ambtenaren onder een andere CAO vallen, dan
                                vindt er een netto inkomensvergelijking plaats, waarbij ook de
                                pensioen- en sociale premies worden betrokken. Het bestuur zet zich
                                actief in voor behoud van de netto bezoldiging. Mocht de netto
                                bezoldiging bij de nieuwe werkgever lager uitvallen, dan wordt de
                                bezoldiging bij de nieuwe werkgever gedurende vijf jaar gesuppleerd
                                tot op het niveau van de laatst genoten netto bezoldiging bij de
                                BAR-gemeente of de GR. Deze suppletie wordt bij voorkeur middels één
                                bedrag afgekocht en uitbetaald bij de laatste salarisbetaling.</al></li><li nr="i."><al>De ambtenaar kan op eigen verzoek ondersteuning krijgen van de
                                afdeling HRM voor het afdwingen van de nakoming van deze
                                afspraken.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 30 Bij verlies aansluiting ABP-pensioenfonds</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij verlies aansluiting ABP-pensioenfonds wordt eventuele opbouw
                                compensatie FPU-premie afgekocht voor ambtenaren die geen recht
                                hebben op FPU (hoofdstuk 5a CAR UWO) en door de uitbesteding hun
                                ambtelijke status verliezen.</al></li><li nr="2."><al>Bij de individuele inpassing wordt rekening gehouden met
                                significante gekwantificeerde verschillen in
                                pensioenregelingen.</al></li><li nr="3."><al>De ambtenaar dient zelf een verzoek in bij het ABP voor overdracht
                                van de opgebouwde pensioenrechten naar het nieuw pensioenfonds. Op
                                verzoek van de ambtenaar ondersteunt afdeling HRM hem bij het
                                indienen van een verzoek.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 31 Inkrimpingen of opheffing organisatieonderdelen</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Bij een belangrijke inkrimping of een opheffing van een
                                organisatieonderdeel bereikt het bestuur in het GO overeenstemming
                                over een afvloeiingsplan. Dit plan bevat afspraken over de wijze
                                waarop het beperken van de beschikbare arbeidsplaatsen wordt
                                gerealiseerd. Dit kan zich voordoen indien de gemeenteraad bezuinigt
                                op de loonkosten of een gemeentelijke taak (gedeeltelijk) niet meer
                                wenst uit te voeren.</al></li><li nr="2."><al>Uitgangspunt blijft begeleiden van werk naar werk en het bereiken
                                van de formatietaakstelling door natuurlijk verloop.</al><al/></li></lijst></artikel></paragraaf></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label/><nr>III</nr><titel>Restbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel 32 Hardheidsclausule en mediation</label></kop><lijst><li nr="1."><al>Voor de gevallen waarin dit sociaal statuut en plan leidt tot
                                ongewenste of onbillijke consequenties kan door of namens het
                                bestuur een op maat gemaakte regeling worden afgesloten met een
                                individuele ambtenaar.</al></li><li nr="2."><al>Mocht in het uiterste geval een vaststellingsovereenkomst worden
                                gesloten omdat ontslag op grond van artikel 8:8 CAR UWO de meest
                                geëigende oplossing is, dan kan deze regeling -op verzoek van de
                                ambtenaar- middels een traject van mediation tot stand komen. De
                                kosten van de mediator draagt de GR.</al></li></lijst></artikel><artikel><kop><label>Artikel 33 Ingetrokken regelingen</label></kop><al>Bij de inwerkingtreding van dit sociaal statuut en plan worden
                        tegelijkertijd ingetrokken</al><lijst><li nr="·"><al>Sociaal Statuut van de gemeente Ridderkerk;</al></li><li nr="·"><al>Sociaal Statuut van de gemeente Albrandswaard;</al></li><li nr="·"><al>Rechtspositieleidraad bij organisatieveranderingen van de gemeente
                                Barendrecht.</al></li></lijst></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Vastgesteld door BAR-colleges op 19 februari 2013</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Instemming met de bonden is verkregen in de lokale Georganiseerde Overleggen
                        op 5 maart 2013</ondertekening><ondertekening/><ondertekening>Aldus besloten door het Algemeen Bestuur van de BAR-organisatie op 24
                        december 2013 en bekrachtigd op 21 januari 2014.</ondertekening></regeling-sluiting></regeling></body></cvdr>