<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR398596_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening maatschappelijke participatie voor personen van 18 jaar en ouder WIHW2016</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Strijen</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-03-05</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Hoeksche Waard</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Gemeenteblad, 2016, 24683</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Maatschappelijke Participatie voor belanghebbenden van 18 jaar en ouder WIHW 2016</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="jci1.3:c:BWBR0015703">Participatiewet, art. 35</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2016-02-23</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2016-03-05</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:terugwerkendekrachtDatum>2016-01-01</overheidrg:terugwerkendekrachtDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2021-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>Onbekend</overheidrg:kenmerk><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>Geen</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening maatschappelijke participatie voor personen van 18 jaar en ouder WIHW2016</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Strijen;</al><al>gelezen het voorstel van het college; </al><al>gelezen het advies van de Regionale Cliëntenraad WIHW;</al><al>gelet op artikel 147, eerste lid van de Gemeentewet en artikel 35 van de Participatiewet;</al><al><vet>b</vet><vet>esluit </vet>vast te stellende<vet>:</vet></al><al><cursief>‘Verordening maatschappelijke participatie voor belanghebb</cursief><cursief>enden van 18 jaar en ouder WIHW’</cursief><cursief>’</cursief></al></preambule></aanhef><regeling-tekst><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>1</nr><titel>- Algemene bepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1</nr><titel>- Begripsomschrijvingen</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>In deze verordening wordt verstaan onder:</al><lijst><li nr="a."><al>maatschappelijke participatie: ten volle meedoen in de samenleving, door deelname aan sportieve- en sociaal-culturele activiteiten, zo mogelijk in georganiseerd verband;</al></li><li nr="b."><al>GMR WIHW: de Gemeenschappelijke Regeling Werk en Inkomen Hoeksche Waard</al></li><li nr="c.."><al>de wet: de Participatiewet</al></li><li nr="e."><al>belanghebbende: de alleenstaande, alleenstaande ouder of gezin als bedoeld in artikel 4van de Participatiewet</al></li></lijst><lijst><li nr="f."><al>norm: de norm zoals bedoeld in artikel 20 tot en met 24 van de wet.</al></li><li nr="g."><al>vermogen: het vermogen als bedoeld in artikel 31 lid 1 en 34 van de wet;</al></li><li nr="h."><al>kalenderjaar: periode van 1 januari tot en met 31 december</al></li></lijst></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt, voor zover niet anders bepaald, hebben dezelfde betekenis als in de wet.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>2</nr><titel>- Doelgroep en voorwaarden</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2</nr><titel>- Doelgroep en voorwaarden</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college kan een bijdrage toekennen voor maatschappelijke participatie aan belanghebbenden van 18 jaar en ouder die ten tijde van de aanvraag woonachtig zijn in een van de aan de GMR WIHW deelnemende gemeenten.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het netto inkomen van belanghebbende mag niet hoger zijn dan 110% van het toepassing zijnde normbedrag als bedoeld in paragraaf 2 van hoofdstuk 3 van de wet.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al> Het vermogen van belanghebbende mag niet hoger zijn dan het vrij te laten vermogen, conform artikel 34 van de wet.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>De bijdrage maatschappelijke participatie moet worden aangevraagd in het kalenderjaar waarop de bijdrage betrekking heeft.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>3</nr><titel>- Bijdrage</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3</nr><titel>- Bijdrage voor Maatschappelijke Participatie</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Voor maatschappelijke participatie kan het collge per kalenderjaar een bijdrage beschikbaar stellen van maximaal € 100,00 per persoon, zoals genoemd in artikel 2 lid 1.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Het college kan het, in artikel 1. genoemde bedrag, jaarlijks herzien.</al></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college heeft het recht om steekproefsgewijs door controle van bij de aanvrager opgevraagde (betalings-)bewijzen na te gaan of de toegekende bijdrage, zoals genoemd in artikel 3 lid 1, aantoonbaar is besteed aan kosten in het kader van maatschappelijke participatie, zoals genoemd in artikel 3, tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Het bestuur vordert de bijdrage terug, indien binnen een kalenderjaar na het kalenderjaar waarin de bijdrage is toegekend, op grond van toepassing van artikel 3, derde lid, blijkt dat de bijdrage niet is besteed aan kosten maatschappelijke participatie, zoals genoemd in artikel 3, tweede lid.</al></lid><lid><lidnr>5.</lidnr><al>De bijdrage voor maatschappelijke participatie kan één keer per kalenderjaar worden aangevraagd.</al></lid></artikel></hoofdstuk><hoofdstuk><kop><label>Hoofdstuk</label><nr>4</nr><titel>- Slotbepalingen</titel></kop><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>4</nr><titel>- Voorliggende voorzieningen</titel></kop><al>Er kan geen bijdrage maatschappelijke participatie worden verstrekt voor kosten waarvoor, al dan niet door de gemeente, reeds een andere vergoeding wordt verstrekt.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>5</nr><titel>- Hardheidsclausule</titel></kop><al>In gevallen waarin deze verordening niet voorziet beslist het college.</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>6</nr><titel>- Citeertitel</titel></kop><al>Deze verordening wordt aangehaald als ‘Verordening Maatschappelijke Participatie voor belanghebbenden van 18 jaar en ouder WIHW 2016’</al></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>7</nr><titel>- Inwerkingtreding</titel></kop><al>Deze verordening treedt in werking op de dag na publicatie en heeft terugwerkende kracht tot en met 1 januari 2016.</al></artikel></hoofdstuk></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van de gemeente Strijen in de openbare vergadering gehouden op 23 februari 2016</ondertekening><ondertekening>De plv. griffier, De voorzitter, </ondertekening><ondertekening>A.O. Mol A.J. Moerkerke</ondertekening></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting</titel></kop><tussenkop>Algemene toelichting</tussenkop><al>In deze verordening wordt concreet invulling gegeven aan het begrip maatschappelijke participatie.</al><al>Onder maatschappelijke participatie wordt verstaan het ten volle meedoen in de samenleving, door deelname aan sportieve- en sociaal-culturele activiteiten, zo mogelijk in georganiseerd verband. De in deze verordening opgenomen regelingen zijn er op gericht de maatschappelijke participatie van belanghebbenden zoveel als mogelijk te stimuleren en mogelijk te maken.</al><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting</tussenkop><tussenkop>Artikel 1 - Begripsomschrijving</tussenkop><al>Hierbij wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de begripsbepalingen uit de Participatiewet..</al><tussenkop>Artikel 2 – Doelgroep en voorwaarden</tussenkop><al>Het college stelt onder voorwaarden vergoedingen beschikbaar voor belanghebbenden van 18 jaar en ouder, die ten tijde van de aanvraag woonachtig zijn in een van de aan de GMR WIHW deelnemende gemeente en een inkomen heeft dat niet hoger is dan 110% van het toepassing zijnde normbedrag als bedoeld in paragraaf 2 van hoofdstuk 3 van de Participatiewet. </al><tussenkop>Artikel 3 - Bijdrage voor Maatschappelijke Participatie</tussenkop><al>Deze bijdrage is bedoeld voor deelname aan maatschappelijke activiteiten, in de breedste zin van het woord. Als kostensoorten die onder deze regeling vallen kan worden gedacht aan (niet limitatief): tijdschriften, boeken, abonnement bibliotheek, internetaansluiting, telefoonkosten, kabeltelevisie, kaartjes voor toneel-, theater- en/of muziekuitvoeringen, bioscoop, excursies, busabonnement enz. </al><al>Binnen een jaar na afloop van het jaar van toekenning verricht het dagelijks bestuur een onderzoek naar de besteding van de verstrekte bijdragen. Hiervoor wordt uit alle in dat jaar verstrekte bijdragen een representatieve steekproef getrokken. De belanghebbenden die in de steekproef vallen worden schriftelijk door het college benaderd, met het verzoek binnen een tijdperiode van 4 weken (betalings-)bewijsstukken aan te leveren waaruit blijkt dat de bijdrage aan de eerder benoemde tot deze regeling behorende kostensoorten is besteed.</al><al>Indien de belanghebbende niet voldoende kan aantonen dat de bijdrage is besteed aan de tot de regeling behorende kostensoorten, vordert het college de bijdrage volledig terug.</al><tussenkop>Artikel 4 - Voorliggende voorzieningen</tussenkop><al>Dit artikel beoogt dubbele subsidiëring van dezelfde kosten uit verschillende bronnen te voorkomen. </al><tussenkop>Artikel 5 – Hardheidsclausule</tussenkop><al>Indien de toepassing van deze verordening tot onbillijkheden leidt, kan het college ten gunste van de belanghebbende afwijken van de bepalingen. Van deze mogelijkheid dient zeer terughoudend gebruik gemaakt te worden, om het scheppen van precedenten tegen te gaan.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>