<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?><cvdr xmlns="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:overheid="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/" xmlns:overheidrg="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/meta/" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xsi:schemaLocation="http://standaarden.overheid.nl/cvdr/terms/  http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/xsd/cvdr.xsd"><!--export0.91--><!--volledig0.92--><!--wrapper0.90--><!--modificeer_20.90--><!--cvdr2gvop0.94--><!--pre_struct0.90--><!--pre_source0.93--><!--meta.xsl(cvdr2gvop)0.92--><!--metadata_tussenformaat0.91--><meta xmlns:msxsl="urn:schemas-microsoft-com:xslt" xmlns:xhtml="http://www.w3.org/1999/xhtml"><owmskern><dcterms:identifier>CVDR398556_1</dcterms:identifier><dcterms:title>Verordening Loonkostensubsidie Participatiewet gemeente Urk</dcterms:title><dcterms:language>nl</dcterms:language><dcterms:type scheme="overheid:Informatietype">regeling</dcterms:type><dcterms:creator scheme="overheid:Gemeente">Urk</dcterms:creator><dcterms:modified>2016-03-07</dcterms:modified><dcterms:spatial scheme="overheid:Gemeente">Urk</dcterms:spatial></owmskern><owmsmantel><dcterms:isFormatOf resourceIdentifier="">Onbekend</dcterms:isFormatOf><dcterms:alternative>Verordening Loonkostensubsidie</dcterms:alternative><dcterms:source resourceIdentifier="">Artikel 6 lid 2 van de Participatiewet</dcterms:source><overheid:isRatifiedBy scheme="overheid:BestuursorgaanGemeente">gemeenteraad</overheid:isRatifiedBy><dcterms:subject>maatschappelijke zorg en welzijn</dcterms:subject><dcterms:issued>2015-09-28</dcterms:issued><dcterms:rights>De tekst in dit document is vrij van auteursrecht en
                    databankrecht</dcterms:rights></owmsmantel><cvdripm><overheidrg:inwerkingtredingDatum>2015-07-01</overheidrg:inwerkingtredingDatum><overheidrg:uitwerkingtredingDatum>2022-01-01</overheidrg:uitwerkingtredingDatum><overheidrg:betreft>Nieuwe regeling</overheidrg:betreft><overheidrg:kenmerk>2015.06052</overheidrg:kenmerk><overheidrg:onderwerp>doelgroep loonkostensubsidie en vaststellen loonwaarde</overheidrg:onderwerp><overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><al>1.Geen.</al></overheidrg:gedelegeerdeRegelgeving><overheidrg:redactioneleToevoeging><al>Geen.</al></overheidrg:redactioneleToevoeging></cvdripm></meta><body><intitule>Verordening Loonkostensubsidie Participatiewet gemeente Urk</intitule><regeling><aanhef><preambule><al>De raad van de gemeente Urk; </al><al>gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders;</al><al>gelet op artikel 6, tweede lid, van de Participatiewet; </al><al>gezien het advies van commissie II;</al><al>besluit </al><al>vast te stellen de Verordening loonkostensubsidie Participatiewet gemeente
                        Urk.</al><al/></preambule></aanhef><regeling-tekst><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>1.</nr><titel>Vaststelling wie tot doelgroep loonkostensubsidie behoort</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college stelt vast of een persoon behoort tot de doelgroep
                            loonkostensubsidie. </al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>Hierbij neemt het college de volgende criteria in acht: </al><lijst><li nr="a."><al>een persoon moet behoren tot de doelgroep zoals omschreven in
                                    artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet;
                                </al></li><li nr="b."><al>die persoon is niet in staat met voltijdse arbeid het wettelijk
                                    minimumloon te verdienen, en </al></li><li nr="c."><al>die persoon heeft mogelijkheden tot arbeidsparticipatie. </al></li></lijst></lid><lid><lidnr>3.</lidnr><al>Het college laat zich bij het vaststellen of een persoon behoort tot de
                            doelgroep van het werken met loonkostensubsidie als bedoeld in artikel
                            10c van de wet adviseren door het UWV;</al></lid><lid><lidnr>4.</lidnr><al>Voor zover het gaat om het ambtshalve vaststellen of een persoon behoort
                            tot de doelgroep van het werken met loonkosten, maakt het college eerst
                            een voorselectie.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>2.</nr><titel>Vaststelling loonwaarde</titel></kop><lid><lidnr>1.</lidnr><al>Het college gebruikt de methode Matchcare/SZeebra om de loonwaarde van
                            een persoon vast te stellen.</al></lid><lid><lidnr>2.</lidnr><al>De Werkcorporatie Noordoostpolder adviseert het college met betrekking
                            tot de vaststelling van de loonwaarde van een persoon.</al></lid></artikel><artikel><kop><label>Artikel</label><nr>3.</nr><titel>Inwerkingtreding en citeertitel</titel></kop><lijst><li nr="1."><al>Deze verordening treedt in werking op 1 juli 2015. </al></li><li nr="2."><al>Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening
                                loonkostensubsidie Participatiewet gemeente Urk </al></li></lijst></artikel></regeling-tekst><regeling-sluiting><!--ontbrekende slotformulering die wel verplicht is in CVDR dus leeg neergezet--><slotformulering><al/></slotformulering><ondertekening>Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 24 september 2015. </ondertekening><ondertekening>De voorzitter, </ondertekening><ondertekening>De griffier, </ondertekening><ondertekening/></regeling-sluiting><nota-toelichting><kop><titel>Toelichting </titel></kop><tussenkop>Algemeen </tussenkop><al>Deze verordening geeft uitvoering aan artikel 6, tweede lid, van de
                    Participatiewet. Overeenkomstig deze bepaling dient de gemeenteraad bij
                    verordening regels vast te stellen over de doelgroep loonkostensubsidie en de
                    loonwaarde. De regels dienen in ieder geval te bepalen: </al><lijst><li nr="-"><al>de wijze waarop wordt vastgesteld wie tot de doelgroep
                            loonkostensubsidie behoort, en</al></li><li nr="-"><al>de wijze waarop de loonwaarde wordt vastgesteld.</al></li></lijst><al>Het college kan op verzoek of ambtshalve vaststellen wie tot de doelgroep
                    loonkostensubsidie behoort (artikel 10c van de Participatiewet). Personen zoals
                    bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, van de Participatiewet die
                    mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben en van wie is vastgesteld dat zij
                    met voltijdse arbeid niet in staat zijn tot het verdienen van het wettelijk
                    minimumloon, behoren tot de doelgroep loonkostensubsidie (artikel 6, eerste lid,
                    onderdeel e, van de Participatiewet). </al><al>Heeft het college vastgesteld dat een persoon behoort tot de doelgroep
                    loonkostensubsidie en is een werkgever voornemens met die persoon een
                    dienstbetrekking aan te gaan, dan stelt het college in beginsel de loonwaarde
                    van die persoon vast (artikel 10d, eerste lid, van de Participatiewet). Hiervoor
                    is geen aanvraag vereist. De vastgestelde loonwaarde legt het college vast in
                    een beschikking waartegen zowel de betrokken persoon als diens (potentiële)
                    werkgever bezwaar en beroep kunnen instellen. </al><al>De loonwaarde is een vastgesteld percentage van het rechtens geldende loon voor
                    de door een persoon - die behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie -
                    verrichte arbeid in een functie naar evenredigheid van de arbeidsprestatie in
                    die functie van een gemiddelde werknemer met een soortgelijke opleiding en
                    ervaring, die niet tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort (artikel 6,
                    eerste lid, onderdeel g, van de Participatiewet). </al><al>In deze verordening gaat het om een andere vorm van loonkostensubsidie dan de
                    vorm van loonkostensubsidie zoals omschreven in de Re-integratieverordening
                    Participatiewet Gemeente Urk 2015. De loonkostensubsidie zoals beschreven in
                    deze verordening kan uitsluitend worden ingezet als de persoon in kwestie
                    behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie, als bedoeld in artikel 6, eerste
                    lid, onderdeel e, van de Participatiewet: mensen met een arbeidsbeperking. Deze
                    nieuwe vorm van loonkostensubsidie is niet per definitie tijdelijk, maar kan
                    indien nodig voor een langere periode worden ingezet. Met dit instrument
                    compenseert de gemeente werkgevers voor de verminderde productiviteit van de
                    werknemer (zie Kamerstukken II 2013/14, 33 161, nr. 107, blz. 60). </al><al>Begrippen die al zijn omschreven in de Participatiewet, Algemene wet
                    bestuursrecht (hierna: Awb) of de Gemeentewet zijn vanzelfsprekend ook van
                    toepassing op deze verordening. Hiervan zijn in deze verordening daarom geen
                    begripsomschrijvingen opgenomen. Voor de duidelijkheid zijn een aantal
                    belangrijke wettelijke definities hieronder weergegeven. </al><lijst><li nr="·"><al>doelgroep loonkostensubsidie (artikel 6, eerste lid, onderdeel e,
                            Participatiewet): personen als bedoeld in artikel 7, eerste lid,
                            onderdeel a, van wie is vastgesteld dat zij met voltijdse arbeid niet in
                            staat zijn tot het verdienen van het wettelijk minimumloon, doch wel
                            mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben; </al></li><li nr="·"><al>loonwaarde (artikel 6, eerste lid, onderdeel g, Participatiewet):
                            vastgesteld percentage van het rechtens geldende loon voor de door een
                            persoon, die tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort, verrichte
                            arbeid in een functie naar evenredigheid van de arbeidsprestatie in die
                            functie van een gemiddelde werknemer met een soortgelijke opleiding en
                            ervaring, die niet tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort; </al></li><li nr="·"><al>dienstbetrekking (artikel 6, eerste lid, onderdeel f Participatiewet):
                            een privaatrechtelijke of publiekrechtelijke dienstbetrekking. </al></li></lijst><tussenkop>Artikelsgewijze toelichting </tussenkop><al>Enkel die bepalingen die verdere toelichting behoeven worden hieronder
                    behandeld. </al><tussenkop>Artikel 1. Vaststelling wie tot doelgroep loonkostensubsidie behoort </tussenkop><al>In artikel 10c van de Participatiewet is geregeld wanneer wordt vastgesteld of
                    een persoon tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort: op schriftelijke
                    aanvraag of ambtshalve. Ambtshalve vaststelling is alleen mogelijk bij: </al><lijst><li nr="·"><al>personen die algemene bijstand ontvangen; </al></li><li nr="·"><al>personen als bedoeld in de artikelen 34a, vijfde lid, onderdeel b, 35,
                            vierde lid, onderdeel b, en </al></li><li nr="·"><al>36, derde lid, onderdeel b, van de Wet werk en inkomen naar
                            arbeidsvermogen (hierna: WIA) tot het moment dat het inkomen uit arbeid
                            in dienstbetrekking gedurende twee aaneengesloten jaren ten minste het
                            minimumloon bedraagt en ten behoeve van die persoon in die twee jaren
                            geen loonkostensubsidie als bedoeld in artikel 10d is verleend; </al></li><li nr="·"><al>personen als bedoeld in artikel 10, tweede lid, van de Participatiewet;
                        </al></li><li nr="·"><al>personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening
                            oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, en </al></li><li nr="·"><al>personen met een uitkering op grond van de Wet inkomensvoorziening
                            oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen. </al></li></lijst><al>In artikel 10c van de Participatiewet is ook bepaald dat het aan het college is
                    om vast te stellen of een persoon tot de doelgroep loonkostensubsidie behoort.
                    Binnen de kaders van de wet is het aan de gemeente om vast te stellen op welke
                    wijze zij bepalen of mensen tot de doelgroep loonkostensubsidie behoren en of
                    loonkostensubsidie voor hen wordt ingezet (zie Kamerstukken II 2013/14, 33 161,
                    nr. 107, blz. 62). In artikel 1, tweede lid, is vastgelegd welke criteria
                    daarbij in acht genomen worden. Deze cumulatieve criteria zijn ontleend aan
                    artikel 6, eerste lid, onderdeel e, van de Participatiewet. Daarin is immers
                    wettelijk de doelgroep loonkostensubsidie vastgelegd. </al><al>Bij de vaststelling of iemand behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie laat
                    het college zich adviseren door het UWV. Het college draagt personen voor die
                    zouden kunnen behoren tot de doelgroep loonkostensubsidie, het UWV adviseert en
                    neemt daarbij eveneens de in het tweede lid neergelegde criteria in acht. Op
                    basis van het advies beslist het college of iemand tot de doelgroep
                    loonkostensubsidie behoort. Alleen als sprake is van een onzorgvuldige
                    totstandkoming van het advies, kan besloten worden het advies niet te
                    volgen.</al><tussenkop>Artikel 2. Vaststelling loonwaarde </tussenkop><al>In artikel 10d, eerste lid, van de Participatiewet is bepaald dat als een
                    persoon behoort tot de doelgroep loonkostensubsidie en een werkgever voornemens
                    is een dienstbetrekking aan te gaan met die persoon, het college de loonwaarde
                    van die persoon vaststelt. Hiervoor is geen aanvraag vereist. De Werkcorporatie
                    Noordoostpolderadviseert het college met betrekking tot de
                    vaststelling van de loonwaarde van een persoon (artikel 2, tweede lid, van deze
                    verordening).] De vastgestelde loonwaarde legt het college vast in een
                    beschikking waartegen zowel de betrokken persoon als diens (potentiële)
                    werkgever bezwaar en beroep kunnen instellen. </al><al>Het Regionaal Werkbedrijf Flevoland heeft besloten om in de arbeidsmartkregio
                    Almere de gecertificeerde methode Matchcar/SZeebra te gebruiken voor het
                    vaststellen van de loonwaarde. Medewerkers van de Werkcorporatie zijn
                    gecertificeerd voor het gebruiken van de methodiek.</al><al>Als een dienstbetrekking tot stand komt, verleent het college loonkostensubsidie
                    aan de werkgever met inachtneming van artikel 10d van de Participatiewet.</al></nota-toelichting></regeling></body></cvdr>